NL1009971C2 - Medianaaf-aanbrengsysteem voor het minimaliseren van Z-astranslatie. - Google Patents

Medianaaf-aanbrengsysteem voor het minimaliseren van Z-astranslatie. Download PDF

Info

Publication number
NL1009971C2
NL1009971C2 NL1009971A NL1009971A NL1009971C2 NL 1009971 C2 NL1009971 C2 NL 1009971C2 NL 1009971 A NL1009971 A NL 1009971A NL 1009971 A NL1009971 A NL 1009971A NL 1009971 C2 NL1009971 C2 NL 1009971C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
hub
disc
spindle
cassette
top surface
Prior art date
Application number
NL1009971A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1009971A1 (nl
Inventor
Brian Schick
Original Assignee
Iomega Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US08/920,932 external-priority patent/US6134081A/en
Application filed by Iomega Corp filed Critical Iomega Corp
Publication of NL1009971A1 publication Critical patent/NL1009971A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1009971C2 publication Critical patent/NL1009971C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B17/00Guiding record carriers not specifically of filamentary or web form, or of supports therefor
    • G11B17/02Details
    • G11B17/04Feeding or guiding single record carrier to or from transducer unit
    • G11B17/041Feeding or guiding single record carrier to or from transducer unit specially adapted for discs contained within cartridges
    • G11B17/043Direct insertion, i.e. without external loading means
    • G11B17/0436Direct insertion, i.e. without external loading means with opening mechanism of the cartridge shutter
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B17/00Guiding record carriers not specifically of filamentary or web form, or of supports therefor
    • G11B17/02Details
    • G11B17/022Positioning or locking of single discs
    • G11B17/028Positioning or locking of single discs of discs rotating during transducing operation
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B19/00Driving, starting, stopping record carriers not specifically of filamentary or web form, or of supports therefor; Control thereof; Control of operating function ; Driving both disc and head
    • G11B19/20Driving; Starting; Stopping; Control thereof
    • G11B19/2009Turntables, hubs and motors for disk drives; Mounting of motors in the drive
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B23/00Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
    • G11B23/02Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
    • G11B23/03Containers for flat record carriers
    • G11B23/0301Details
    • G11B23/0312Driving features
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B23/00Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
    • G11B23/02Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
    • G11B23/03Containers for flat record carriers
    • G11B23/0301Details
    • G11B23/0313Container cases
    • G11B23/0316Constructional details, e.g. shape

Landscapes

  • Holding Or Fastening Of Disk On Rotational Shaft (AREA)
  • Feeding And Guiding Record Carriers (AREA)

Description

MEDIANAAF-AANBRENGSYSTEEM VOOR HET MINIMALISEREN VAN Z-ASTRANSLATIE
Achtergrond van de uitvinding
Deze uitvinding heeft betrekking op cassettes gebaseerde data-opslagsystemen. De uitvinding heeft meer in het bijzonder betrekking op het koppelen en ontkoppelen 5 van een schijfcassette met of van een schijfaandrijvingmo-tor.
Op cassettes gebaseerde band- en schijf-data-opslaginrichtingen voor het opslaan van digitale electro-nische informatie zijn gedurende verscheidene tientallen 10 jaren in de computerindustrie in gebruik. Uitneembare schijfcassettes omvatten typisch een uitwendig huis of schaal, waarin een schijfvormig magnetisch, magnetisch-optisch of optisch opslagmedium is ondergebracht, waar informatie kan worden opgeslagen. De cassetteschaal omvat 15 dikwijls een bovenste en een onderste helft, die door spuitgieten van kunststof zijn vervaardigd en die met elkaar zijn verbonden om de schijf onder te brengen. Magnetische schijfmedia kunnen ofwel stijf ofwel buigzaam zijn en zijn gemonteerd op een naaf, die vrij draaibaar is 20 in de cassette. Wanneer de cassette in een schijfaandrij-ving wordt geschoven, grijpt een spilmotor in de aandrijving aan op de schijfnaaf, teneinde de schijf met een gegeven toerental in de cassette te draaien. De buiten-schaal van de cassette heeft typirrh eer. r.sJistcegs~gsope-25 ning nabij één rand, om de opneemkoppen van de aandrijving toegang te geven tot de schijf. Een sluiter of deurmecha-nisme is aangebracht ter afdekking van de koppentoegangs-opening, wanneer de cassette niet in gebruik is, om te verhinderen dat stof of andere verontreinigingen in de 30 cassette binnendringen en neerslaan op het vastlegopper-vlak van de schijf. De sluiter wordt gewoonlijk onder voorspanning met behulp van een voorgespannen veer naar '009971* 2 een gesloten stand gedrukt. Om de sluiter te openen en toegang te krijgen tot de media, wordt in de aandrijving een mechanisme toegepast, dat de voorspanning van de veer overwint.
5 Een dergelijke cassette is beschreven in het
Amerikaanse octrooischrift 4 517 617 (Tsuji). Het Tsuji-octrooi is in het algemeen gericht op een schijfcassette, die een buigzame magnetische schijf bevat, die is voorzien van een centrale kern (d.w.z. een naaf) en een inrichting 10 voor het aflezen en opnemen van informatie op de buigzame magnetische schijf. De schijfcassette omvat een buigzame schijf die aan een naaf is bevestigd. Het samenstel van schijf en naaf is opgenomen tussen een bovenafdekking en een onderafdekking. Om de beweging van de buigzame schijf 15 in de afdekking te beperken, heeft de naaf een centrale holte, waarin een uitsteeksel van de bovenafdekking van de I cassette past. De sluiter verplaatst zich zijdelings over de vlakken van de schijfcassette, waarbij een schijftoe-gangsopening wordt vrijgemaakt of afgedekt.
- 20 Bij schijfaandrijvingen voor gebruik bij derge lijke uitneembare schi. j f cassettes wordt typisch ofwel een lineair aandrijfmechanisme of een radiale arm-aandrijfme-chanisme toegepast voor het positioneren van de lees- ......../ /schrijfkop(pen) van de schijfaandrijving op het (de) 25 opneemoppervlak(ken) van het opslagmedium, of de schijf. Omdat de schijfcassettes zijn ontworpen om uit de aandrijving uitneembaar te zijn, moeten de lineaire of radiale arm-aandrijvers in staat zijn vrij en weg van het opslag-i: medium te .bewegen naar een teruggetrokken stand, om schade 30 aan de kop(pen) te voorkomen, wanneer een cassette wordt geschoven in en verwijderd uit de schijfaandrijving. Bovendien worden in veel uitneembare cassetteschijfaandrijvingen een paar tegenoverliggende lees-/schrijfkoppen toegepast voor het opnemen en reproduceren van informatie 35 aan beide zijden van een opslagmedium. De tegenoverliggende koppen zijn typisch geplaatst op buigzame ophangarmen aan het distale einde van een aandrijver, die de koppen 1009971 3 toelaat dicht over de respectieve oppervlakken van de draaiende schijf te zweven. De tegenoverliggende koppen moeten van elkaar worden afbewogen als zij de rand van de schijf naderen gedurende een koppenlaanbrenghandeling, 5 teneinde een botsing met de rand van de schijf te vermijden. Op soortgelijke wijze, wanneer de koppen van de schijf worden verwijderd, moeten zij opnieuw van elkaar worden af bewogen om een botsing met de rand van de schijf en met elkaar te vermijden.
10 Wanneer een schijfcassette van het boven be schreven type in de schijfaandrijving wordt geschoven, moeten de naaf van de schijf en de spil van de aandrijving met elkaar worden gekoppeld, om de schijf met het vereiste toerental aan te drijven. Typisch wordt de koppeling 15 tussen naaf en spil tot stand gebracht door hetzij de cassette tot boven de spil te verplaatsen, totdat de spil in lijn ligt met de cassette, dan de cassette naar beneden te verplaatsen, totdat de naaf en de spil met elkaar zijn gekoppeld. Alternatief wordt de spil neergelaten voordat 20 de schijfcassette in de aandrijving wordt geschoven. Nadat de schijfcassette geheel is ingeschoven of gedurende het inschuiven wordt de spil opgetild om met de naaf te worden gekoppeld.
Bij toepassingen die zeer weinig ruimte hebben 25 voor het opnemen van een opslaginrichting, zoals handcomputers, digitale camera's en dergelijke, hebben de boven beschreven schijfaandrijfinrichtingen verscheidene bezwaren. Het optillen van de schijfcassette boven de spil vereist bijvoorbeeld aanvullende nevenruimte, om de cas- 30 set te boven de spil te kunnen verplaatsen. Waar de spil wordt neergelaten is aanvullende ruimte vereist voor het opnemen van de spil en de motor, als zij in het aandrijf-chassis naar beneden bewegen. In beide gevallen is een dikkere aandrijving het resultaat. Om de totale afmetingen 35 van de aandrijving en de schijfcassette te verkleinen, moeten de bezwaren van de bekende schijfcassettes en uitneembare media-aandrijvingen worden opgeheven.
100 997JJ
I4
Samenvatting van de uitvinding
De onderhavige uitvinding is gericht op een data-opslaginrichting, die een schijfaandrijving en een uitneembare cassette om/at. De aandrijving omvat een spil 5 met een in hoofdzaak plat bovenoppervlak. Een ringvormige groef is aangebracht in het bovenoppervlak van de spil. Het bovenoppervlak kan een ringoppervlak van een media-schijfnaaf opnemen. Het bovenoppervlak is ook voorzien van een annulaire referentiering, die werkt als een draaipunt 10 om de mediaschij fnaaf t:e kantelen gedurende het ontkoppelen van de naaf van de spil.
De cassette voor gebruik bij de aandrijving omvat een buitenschaal, die een spiltoegangsopening heeft, een in hoofdzaak cirkel vormig magnetisch medium dat draai-.« 15 baar in de buitenschaal is geplaatst, en een naaf die nabij het midden van het medium met het magnetische medium is verbonden. De naaf heeft een buitenomtreksrand voor selectieve aangrijping op een rand van de spiltoegangsope-11 ning, zodat de naaf van de spil wordt ontkoppeld, wanneer ~j 20 de cassette uit de schi j f aandrijving wordt geworpen, zonder de spil of de buitenschaal in verticale richting ten opzichte van elkaar te verplaatsen. De naaf heeft verder een centrale boring en de cassette omvat verder een pen, die van een bovenkant van de buitenschaal naar bene-25 den en in de centrale boring uitsteekt. De pin botst selectief op de centrale boring zodat de naaf van de spil kan worden ontkoppeld. Bovendien is de spiltoegangsopening voorzien van een afgeronde rand, die selectief kan aangrijpen op de rand van de naai en daardoor de ring uit de — 3 0 spilgroef kan optil Ier..
Korte beschrijving van de tekeningen
De bovenstaande samenvatting, alsmede de volgende gedetailleerde beschrijving van de voorkeursuitvoe-35 ringsvormen worden beter begrepen wanneer zij worden gelezen in combinatie met de bijgaande tekeningen. Ten behoeve van het illustreren van de uitvinding is in de 1ΟΟ99 71’ 5 tekeningen een uitvoeringsvorm weergegeven, die thans de voorkeur heeft, waarbij het echter duidelijk moet zijn, dat de uitvinding niet is beperkt tot de beschreven specifieke methoden en instrumentaliteiten. In de tekeningen 5 is: figuur 1 een bovenaanzicht van een schijfaandrijving volgens de onderhavige uitvinding; figuur 2A een bovenaanzicht van een voorbeeld van een cassette voor gebruik bij de onderhavige uitvin-10 ding; figuur 2B een onderaanzicht van een voorbeeld van een cassette voor gebruik bij de onderhavige uitvinding; de figuren 3A-3C tonen de cassette volgens de 15 figuren 1 en 2 in verscheidene fasen van inschuiven in een schijfaandrijving volgens de onderhavige uitvinding; de figuren 4A-4D tonen een doorsnede in zijaanzicht overeenkomstig de lijn IV-IV in figuur 3C, waarin de medianaaf zich bevindt in verscheidene fasen van koppe-20 ling met en ontkoppeling van de aandrijfspilmotor.
Gedetailleerde beschrijving van de voorkeursuitvoerings-vorm
De onderhavige uitvinding verschaft een data-25 opslagcassette voor gebruik bij een uitneembare media-schijfaandrijving. In de beschrijving is een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding beschreven in combinatie met een bijzonder gedimensioneerde en gevormde schijfcassette. Echter de afmetingen en de vorm van de schijfcas-30 sette zijn alleen bij wijze van voorbeeld gegeven. Het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk, dat het koppel-/ontkoppel-mechanisme wordt gebruikt bij een cassette met bepaalde afmetingen en een bepaalde vorm; echter de bijzondere en beschreven en getekende schijfaandrijving en cassette zijn 35 gegeven ter illustratie van de werking van de minimale Z-astranslatie van de naaf- en spilconstructie. Dienovereenkomstig mag het mechanisme niet worden beperkt tot de
100997H
6 bepaalde en getekende uitvoeringsvorm van de cassette, ; omdat de uitvinding de toepassing op andere configuraties . van cassette en types aandrijvingen beoogt.
Figuur 1 is een bovenaanzicht van een schijfaan-5 drijving 50 met zijn bovenafdekking verwijderd en de onderdelen terwille van de duidelijkheid uit hun onderlinge bedrijfsstanden verplaatst. De aandrijving 50 omvat een chassis 57, een aandrijver 56 (bijvoorbeeld een draaibare aandrijver), voorzien van een tegenoverliggend paar laad-10 balken 44, waarbij eer lees-/schrijfkop 54 is geplaatst aan het uiteinde van elke laadbalk, een spilmotor 53 en een spil 40, en een sluiteropeningsarm 52. De werking van de montage van de schijf op de spil 40 is hierna vollediger beschreven. Een schijfcassette kan worden geschoven in 15 de voorkant van de aandrijving in de richting die met de pijl is aangegeven. Gedurende het inschuiven glijdt de cassette lineair langs het bovenoppervlak van het chassis 57 en de spilmotor 53 voor koppeling met de lees-/schrijf-koppen 46.
20 De figuren 2A en 2B tonen een bovenaanzicht respectievelijk een onderaanzicht van een schijfcassette, die aspecten van de onderhavige uitvinding belichaamt. De schijfcassette omvat een buigzame magnetische schijf 14, : j een schijfmedianaaf 12, een bovenste en een onderste 25 cassetteschaalhelft 18 en 18b, een draaibare sluiter 16, en een sluiterscharnierpen 20. De sluiter 16 draait binnen de cassette 10 tussen een open stand en een gesloten stand. In de open stand is de sluiter 16 weggedraaid van een in hootdzaak wigvormige scini j itcegangscpening 13, die 3 0 in de cassetteschaal 18 is gevormd, waarbij het bovenoppervlak en onderoppervlak van de schijf 14 worden vrijgemaakt voor toegang dcor een lees-/schrijfkop of -koppen, die in een schij f aandrijving zijn ondergebracht. In de gesloten stand is de sluiter 16 boven de schijftoegangs-35 opening 15 gedraaid, waarbij de schijfcassette 10 wordt ji afgedicht en de schijf 14 wordt beschermd. De buigzame magnetische schijf 14 is vervaardigd van een dunne poly- T 10099 71’ 7 meerfilm, zoals MYLAR, en heeft een dunne magnetische laag, die gelijkmatig over het boven- en het onderopper-vlak is verspreid. De magnetische oppervlakken sensibiliseren de buigzame schijf 14 magnetisch en maken de opslag 5 van digitale data mogelijk, wanneer het oppervlak in magnetische verbinding wordt gebracht met een magnetische transductor van het type, die gewoonlijk in schijfaandrij-vingen wordt toegepast. De schijf 14 is in hoofdzaak cirkelvormig met een cirkelvormig gat nabij het midden van 10 de schijf 14.
De medianaaf 12 is vast aan de schijf 14 bevestigd, zodat het middelpunt van de naaf 12 nagenoeg in lijn ligt met het middelpunt van de schijf 14. De medianaaf 12 is bij voorkeur door middel van een bekend kleefproces aan 15 de schijf 14 bevestigd. Het samenstel van schijf en naaf is draaibaar geplaatst tussen de bovenste en de onderste cassetteschaalhelft 18a en 18b. De onderste cassette-schaalhelft 18b heeft een in hoofdzaak cirkelvormige spiltoegangsopening 18c, zodat een schijfaandrijving 2 0 draaivermogen via de naaf 12 aan de schijf 14 kan geven. De genoemde toegangsopening heeft bij voorkeur een afgeronde rand.
Figuur 2C toont een perspectivisch aanzicht van de onderzijde van de cassette 10. De naaf 12 is geplaatst 25 in het spiltoegangsgat 18d van de cassette 10. De naaf 12 heeft een in hoofdzaak plat onderoppervlak 12e, een binnenring 12c en een buitenomtreksrand 12b. De binnenring heeft een uitwendige afgeschuinde rand 12g en een in hoofdzaak plat " neroppervlak . · re ae buiten- 30 omtreksrand 12b ook afgeschuind. Zoals in figuur 2C is getekend, heeft de onderste schaalhelft 18b een afgeronde rand 18c rondom het spiltoegangsgat 18d. Zoals hierna meer gedetailleerd is beschreven, werken de naaf 12 en de afgeronde rand 18c samen gedurende het demonteren van de 35 naaf 12 van de spil 40 (in figuur 1 getekend).
Nu verwijzende naar de figuren 3A-3C in combinatie met de figuren 2A-2C is de werking van de cassette 10 1009971' 8 in combinatie met een schijfaandrijving 50 geïllustreerd. De aandrijving 50 omvat: een chassis 57, een spil 40 die wordt bestuurd door een aandrijfmotor (niet getekend), een aandrijver 56 voorzien van een paar lees-/schrijfkoppen 54 5 die zijn geplaatst op de einden van tegenoverliggende armen, en een sluiterbedieningsarm 52. De aandrijver 56 is uitgevoerd als een radiale aandrijver die nabij het achtereinde van het chassis 57 is opgesteld. De spil 40 is nabij het voorste gedeelte op het chassis 57 geplaatst. En - 10 de sluiterbedieningsarm 52 is nabij één zijde en nabij een = voorste rand van het chassis 57 geplaatst. De sluiterbe dieningsarm 52 is voorzien van een vinger 52a, die kan aangrijpen op de sluiter 16 en deze tijdens het insteken : van de cassette naar de open stand draaien. Veerspanning !J? 15 wordt van binnenuit de cassette 10 op de sluiter 16 uitge- oef end, om de sluiter :.6 terug te draaien naar de gesloten stand gedurende het u:.twerpen van de cassette 10 uit de aandrijving 50. Een schijfaandrijvinginschuif- en -uit-) werpmechanisme is meer gedetailleerd beschreven in de - 20 meelopende octrooiaanvrage Serial No. 08/920.935 getiteld "Cartrigde load and eject mechanism for a removable cartridge drive", ingedieod 29 augustus 1997, die hierin door : verwijzing in zijn geheel is opgenomen. De cassette 10 wordt ingeschoven in de voorkant van de aandrijving 50.
25 Gedurende het inschuiven van de cassette 10 in de aandrijving 50 glijdt de naa:: 12 langs het bovenoppervlak van de - spilmotor 53 en over de spil 40. Zoals hierna vollediger beschreven vormt het oppervlak 12c een glij-oppervlak voor de naar .
30 De figuren 4A-4C tonen een doorsnede in zij aanzicht van de cassette 10 en de aandrijving 50 langs de lijn IV-IV in figuur 3C, en illustreren de werking van de koppeling en ontkoppeling van de medianaaf 12 met en van _ de spilmotor 40. De medianaaf 12 is vervaardigd van ijzer- 35 houdend materiaal zoals staal, bij voorkeur roestvast staal, en is in hoo::dzaak schijfvormig. Bovendien is de oppervlakte-afwerking van de naaf 12 ongeveer 8 micro- 1009971
Q
inch, om wrijving te verminderen. De naaf 12 heeft een boring 12a nabij het midden van de naaf 12, een buitenom-treksrand 12b en een binnenringoppervlak 12c. De omtreks-rand 12b heeft bij voorkeur een afgeschuind buitenopper-5 vlak, dat kan aangrijpen op een afgeronde rand van de spiltoegangsopening 18c gedurende de opwaartse verplaatsing in de schaal 18. De voorkeurshoek a voor de buitenrand is ongeveer 45°. Liever vormt de buitenomtreksrand 12b in hoofdzaak een ring rondom de omtrek van de naaf 12. 10 Echter andere configuraties zouden een soortgelijke functie kunnen vervullen, zoals spaakvormige of vingers van afgeschuinde oppervlakken, in plaats van een doorlopend ringvormig oppervlak dat in de figuur is getekend. Op soortgelijke wijze kan het binnenringoppervlak 12c, bij 15 voorkeur in hoofdzaak ringvormig, ook een andere vorm kunnen hebben, bijvoorbeeld bestaan uit een reeks van vingers. Het binnenringoppervlak 12c heeft ook een voorkeurshoek β van ongeveer 45°.
Zoals ook getekend in de doorsnede in zij-aan-20 zicht heeft de naaf 12 een getrapt zijprofiel. De schijf 14 is aan de naaf bevestigd op het bovenste oppervlak 12h van de naaf 12. Een trap omlaag van het bovenoppervlak I2h bevindt zich een oppervlak 12 j, dat de bovenkant van de buitenomtreksrand 12b vormt. De trap vormt een spleet 13 25 tussen de naaf 12 en de schijf 14. Zoals hierna vollediger beschreven geeft de spleet 13 aanvullende buigzaamheid voor verticale translatie voor de naaf 12 in de cassette 10.
De spilmotor 40 heeft verscheidene kenmerken, 3 0 die kunnen samenwerken met de naaf 12. In het bijzonder omvat de spil 4 0 de "z"-referentie 4 0a (gevormd door een verhoogde ring) , een rond naaf oppervlak 40b en een koni-sche inleidingsgroef 40c. Al deze kenmerken werken samen om koppeling en ontkoppeling van de naaf 12 met en van de 35 spil 40 mogelijk te maken. Bovendien is de bovenkant van de spil 40 magnetisch gesensibiliseerd voor het aantrekken en magnetisch koppelen van de naaf 12 met de spil 40.
1009971' 10
Het is belangrijk, dat de koppeling en de ontkoppeling van de naaf 12 met en van de spil 40 plaatsheeft zonder het vlak van de cassette 10 verticaal te verplaatsen (d.w.z. in de Z-asrichting) ten opzichte van het vlak 5 van de aandrijving of zonder verplaatsing van de spilmo-tor. Daarom kan de hoogte van de aandrijving 10 kleiner zijn dan mogelijk is bij een methode waarbij hetzij de spil of de cassette wordt verplaatst. In plaats van het verplaatsen van de spi] hetzij de cassette, worden de naaf - 10 12 en de media 14 langs de Z-as verplaatst in de schaal = 18, terwijl de cassette lineair wordt verplaatst (d.w.z.
in een vlak in hoofdzaak evenwijdig aan de X-as) in en uit de aandrijving 50. Geen extra ruimte is nodig in de cas- - setteschaal 18, om de Z-astranslatie van de naaf 12 op te - 15 nemen, anders dan de ruimte die reeds beschikbaar is om de ” schijf 14 vrij binnen de schaal 18 te kunnen laten draai- 1 en. De onderhavige uitvinding kan zelfs goed werken bij ! minder inwendige ruimte in de cassette dan aanwezig is bij ’ een gewone 3,5 inch scliijfcassette.
20 Gedurende het inschuiven van de cassette 10 in de aandrijving 50, hetgeen in figuur 4A is getekend, glijdt de naaf 12 op iet binnenringoppervlak 12c over het betrekkelijk vlakke profiel van de bodem van het chassis 57 en over de bovenkar.t van de spil 40. Het ringoppervlak, 25 gevormd door de binnenring 12c, vormt een betrekkelijk : groot oppervlak voor de naaf 12 om te glijden gedurende het inschuiven in de aandrijving 50. Dit grote oppervlak zorgt er voor, dat de naaf soepel in de aandrijving 50 glijdt. De neerwaarts uitsceKenae pen 2u worat naoi] net 30 midden van de cassette 10 met het bovenschaalgedeelte 18a gekoppeld. De naar beneden uitstekende pen 20 grijpt aan op de zijwand 12a νειη de naaf 20 en drukt deze in het chassis 57.
Een kracht die gedurende het inschuiven op de 35 cassette 10 wordt uitgeoefend, drukt de pen 20 tegen de zijwand van de boring 12a. Deze drukkracht levert een kracht voor het overwinnen van de wrijving tussen het 1009971» 11 binnenringoppervlak 12c en het chassis 57 en de bovenkant van de spil 40. Als de cassette 10 voldoende ver in de aandrijving 50 reikt, ligt het binnenringoppervlak 12c in lijn met de konische inleidingsgroef 40c. Op dit punt 5 trekt de magnetische kracht, die door de spil 40 wordt geleverd, de naaf 12 aan en trekt deze tegen de spil 4 0 aan, hetgeen ertoe leidt, dat het binnenringoppervlak 12c uitsteekt in de konische inleidingsgroef 40c. Zoals het best in figuur 4B is getekend, zijn de hoeken van de 10 inleidingsgroef 40c en van het binnenringoppervlak 12c, bij voorkeur ongeveer 45°, zodanig dat de naaf 12 goed is gecentreerd ten opzichte van de spil 40, als de naaf 12 op zijn zitting is aangetrokken. In het bijzonder vormt de binnenring 12c een kegelvormig mannelijk oppervlak, dat 15 overeenkomt met de kegelvormige vrouwelijke opening in de inleidingsgroef 40c. Als de twee kegelvormige oppervlakken op elkaar aangrijpen, wordt de binnenring 12c geleid door de konische inleidingsgroef 40c. Bovendien zorgen de betrekkelijk grote diameter van het binnenringoppervlak 20 12c (gemeten over de naaf 12) en de konische inleidings groef 40c voor een zeer nauwkeurige uitlijning van de naaf 12 ten opzichte van de spil 40.
Als de cassette 10 uit de aandrijving 50 wordt geworpen, wordt de naaf 12 van de spil 40 ontkoppeld en 25 weer zonder verticale verplaatsing van de cassette 10 ten opzichte van de aandrijving 50 (alleen de naaf 12 en de media 14 worden langs de Z-as verplaatst) . Zoals het best in figuur 4C is getekend, beweegt de cassetteschaal 18, wanneer de cassette 10 net uitwerpe.. uit ae aandrijving 50 30 start, buitenwaarts ten opzichte van de aandrijving 50. Gedurende deze buitenwaartse beweging van de cassetteschaal 18 blijft de naaf 12 oorspronkelijk op zijn zitting op de spil 40. Een kracht is nodig om ontkoppeling van de naaf 12 te bewerkstelligen. De vereiste kracht wordt 35 geleverd door de verplaatsing van de cassetteschaal 18 ten opzichte van de naaf 12. De cassetteschaal 18 heeft een naar beneden uitstekende pen 20 en een afgeronde rand 18c 1009971 12 die samenwerkt met de neiaf 12 om ontkoppeling te vergemakkelijken.
De ontkoppeling begint, wanneer de pen 20 botst op de zijwand van de boring 12a. In hoofdzaak gelijktijdig 5 komt het afgeronde rar.dgedeelte 18c in contact met de afgeschuinde buitenomtrsksrand 12b. Terwijl de schaal 18 buitenwaarts blijft bewegen, glijdt de afgeronde rand 18c tegen de afgeschuinde omtreksrand 12b. De horizontale - beweging (langs de X-as) van de afgeronde rand 18c ten 10 opzichte van de afgesciiuinde omtreksrand 12b veroorzaakt het optillen van de naaf 12. De gecombineerde botsing van pen 20 en optillen van de schaal 18b doet de naaf 12 kantelen om de referentie 4 0a. Als de naaf 12 kantelt, kantelt het binnenringoppervlak 12c ook. Wanneer het 15 onderoppervlak 12f van de binnenring 12c de bovenkant 40d van de spil 40 vrijmaakt, kan de naaf 12 ook buitenwaarts met de cassette 10 beginnen te bewegen. Wanneer de naaf 12 buitenwaarts beweegt, grijpt het binnenringoppervlak 12g aan op het afgeschuinde spilgeleidings-groefoppervlak 40c. 20 Omdat beide oppervlakken zijn afgeschuind, glijdt de naaf 12 op de zijkant van het inleidingsgroefoppervlak 40c.
Zoals het beft in figuur 4D is getekend, wanneer het onderoppervlak 12f van de binnenring 12c de referentie 40a van de spil 40 vri; maakt, is de naaf 12 vrij om met de 25 cassette 10 mee te bewegen. Daarna drukt de pen 20 de naaf 12 aan om samen met ce cassetteschaal 18 te worden verplaatst. De kracht van de pen 20 blijft de naaf 12 over het oppervlak van de spilmotor 53 en het chassis 57 schui-, j ven, totaac ae cassette lu uit oe eanonj'ring :r'.> is gewor- 30 pen.
Het getrapte profiel van de naaf 12 geeft aanvullende kopruimte als de naaf 12 in de cassette 10 kantelt. Dat wil zeggen zonder een getrapte naaf zou bij het kantelen de bovenkant van de naaf 12 kunnen botsen op het 35 binnenbovenoppervlak van de schaal 18a en de ontkoppeling van de naaf 12 van de spil 40 kunnen belemmeren. Bovendien laat de getrapte naaf toe dat de schijf 14 wordt gebogen, 1009971 13 als de naaf 12 gedurende het ontkoppelen wordt gekanteld.
De bovenstaande beschrijving van voorkeursuitvoeringsvormen is niet bedoeld om de beschermingsomvang van de volgende conclusies impliciet te beperken. Zo zijn 5 bijvoorbeeld de volgende conclusies, behalve waar zij uitdrukkelijk aldus zijn beperkt, niet beperkt tot toepassingen die bandaandrijfsystemen omvatten.
1O0997f

Claims (45)

  1. 3. Cassette volgens conclusie 1 of 2, waarbij de ......i: spiltoegangsopeuing is voorzien v*n eert afgeronde rand, die selectief kan aangrijpen op de genoemde omtreksrand 25 van de naaf.
  2. 4. Cassette volgens conclusie 1, 2 of 3 waarbij de naaf is voorzien van een binnenringoppervlak, dat op de spil kan aangrijpen.
  3. 5. Cassette volgens conclusie 1, 2, 3 of 4, 30 waarbij de naaf ijzerhoudend materiaal omvat.
  4. 6. Cassette volgens conclusie 5, waarbij het 1009971 ijzerhoudende materiaal roestvrij staal omvat.
  5. 7. Cassette voor een magnetisch medium voor gebruik in een schijfaandrijving voor uitneembare media, voorzien van een spil voor koppeling met de cassette, 5 welke cassette omvat: een buitenschaal die is voorzien van een spil-toegangsopening; een in hoofdzaak cirkelvormig magnetisch medium, dat draaibaar in de buitenschaal is geplaatst; en 10 een naaf die met het magnetische medium is verbonden nabij het midden van het medium, welke naaf een rand heeft die selectief aangrijpt op een rand van de spiltoegangsopening, zodat die naaf van de spil kantelt en ontkoppelt, wanneer de cassette uit de schijfaandrijving 15 wordt geworpen.
  6. 8. Cassette volgens conclusie 7, waarbij de naaf verder is voorzien van een centrale boring en waarbij de cassette verder is voorzien van een pen die naar beneden uitsteekt van een bovenkant van de buitenschaal en in de 20 centrale boring, welke pen selectief botst op de centrale boring, waardoor het ontkoppelen van de naaf van de spil mogelijk wordt gemaakt.
  7. 9. Cassette volgens conclusie 7 of 8, waarbij de spiltoegangsopening is voorzien van een afgeronde rand die 25 selectief kan aangrijpen op de rand van de naaf.
  8. 10. Cassette volgens conclusie 7, 8 of 9, waar bij de genoemde rand van de naaf is voorzien van tenminste één buitenwaarts uitstekend gedeelte.
  9. 11. Cassette volgens conclusie 10, waarbij het 30 buitenwaarts uitstekend gedeelte een hoek heeft langs zijn buitenste oppervlak.
  10. 12. Cassette volgens conclusie 11, waarbij die hoek ongeveer 45° is ten opzichte van het bovenvlak van de naaf.
  11. 13. Cassette volgens conclusie 7, 8 of 9, waar bij de genoemde rand van de naaf bestaat uit een buitenwaarts uitstekende ring. 1009971 Π 6
  12. 14. Cassette volgens conclusie 13, waarbij de genoemde ring is voorzien van een oppervlak met een hoek naar buiten.
  13. 15. Cassette volgens conclusie 14, waarbij een 5 hoek van het genoemde oppervlak met een hoek naar buiten ongeveer 45° is ten opzichte van een bovenvlak van de naaf. = 16. Cassette volgens een der conclusies 7 tot en met 15, waarbij de genoemde naaf is voorzien van een 10 binnenringoppervlak, dat kan aangrijpen op de spil.
  14. 17. Cassette volgens een der conclusies 7 tot en ; met 16, waarbij de naaf een ijzerhoudend materiaal omvat,
  15. 18. Cassette volgens conclusie 17, waarbij het ijzerhoudende materiaa] bestaat uit roestvast staal.
  16. 19. Aandrijving voor uitneembare mediaschijf 1 voor gebruik bij eeι uitneembare mediaschijfcassette, ï omvattende een spil die een in hoofdzaak plat bovenoppervlak omvat ,· I 20 een ringvormige groef die in het bovenoppervlak ' van de spil is aangebracht en die een ringoppervlak van een mediaschijfnaaf ka:i opnemen; en een draaipunt dat is aangebracht buiten de ringvormige groef op net bovenoppervlak van de spil ver-25 oorzakende dat de mediaschijfnaaf kantelt gedurende de ontkoppeling van de naaf van de spil terwijl de schijfcas-sette in een richting in hoofdzaak parallel aan het in hoofdzaak vlakke bovenoppervlak verplaatst wordt. 2ü. scnijiaandrijving volgens conclusie 19, 30 waarbij het draaipunt is voorzien van een annulaire referent iering die op het bovenoppervlak van de spil is aange- bracht.
  17. 21. Schijfaandrijving volgens conclusie 19, waarbij de spil magnetisch is geladen voor het aantrekken 35 van een ijzerhoudende schijfnaaf.
  18. 22. Schijfaandrijving volgens conclusie 19, waarbij de ringvormige groef is voorzien van afgeschuinde 1009971 zijwanden.
  19. 23. Schijfaandrijving volgens conclusie 22, waarbij de afgeschuinde zijwanden een hoek van ongeveer 45° hebben gemeten vanaf een plat bovenoppervlak van de 5 spil.
  20. 24. Schijfaandrijfsysteem voor uitneembaar media omvattende: een schijfaandrijving omvattende: een spil die is voorzien van een in hoofdzaak 10 plat bovenoppervlak; een ringvormige groef die is aangebracht in het bovenoppervlak van de spil en die een ringoppervlak van een mediaschijfnaaf kan opnemen; een annulaire referentiering die is aangebracht 15 op het bovenoppervlak van de spil, zodanig dat een draaipunt is gevormd rond welke de mediaschijfnaaf kantelt gedurende de ontkoppeling van de naaf van de spil; een cassette omvattende: een buitenmantel voorzien van een spiltoegangs- 20 opening; een in hoofdzaak cirkelvormig magnetisch medium dat draaibaar in de buitenschaal is gemonteerd; en een mediaschijfnaaf die met het magnetische medium is verbonden nabij het middelpunt van het medium, 2. welke naaf een binnenringoppervlak heeft die op de ring vormige groef in de spil kan aangrijpen.
  21. 25. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 24, waarbij de naaf verder een omtreksrand omvat die selectief aangrijpt op een rand van de sp:__tvegsng?opening, zodat de 3. naaf ontkoppelt van de spil wanneer de cassette uit de schijfaandrijving wordt geworpen, zonder de spil of de buitenschaal in verticale richting ten opzichte van elkaar te verplaatsen.
  22. 26. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 25, 35 waarbij de omtreksrand tenminste één buitenwaarts uitstekend gedeelte omvat.
  23. 27. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 26, 1009971 waarbij het ten minste ene buitenwaarts uitstekende gedeelte een hoek heeft langs zijn buitenste oppervlak.
  24. 28. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 27, i waarbij de hoek ongeveer 45° is ten opzichte van een 5 bovenvlak van de naaf.
  25. 29. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 28, waarbij de omtreksrand een buitenwaarts uitstekende ring omvat.
  26. 30. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 29, 10 waarbij de ring een afgeschuind buitenwaarts oppervlak omvat. Ξ 31. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 30, waarbij de hoek van het buitenwaartse oppervlak ongeveer 45° is ten opzichte van een bovenvlak van de naaf.
  27. 32. Schijfaandrijfsysteem volgens conclusie 25, waarbij de naaf verder een centrale boring omvat en waarbij de cassette verder een pen omvat die naar beneden uitsteekt vanaf een bovenkant van de buitenmantel en in de centrale boring, welke pen selectief botst op de centrale 20 boring en daardoor het ontkoppelen van de naaf van de spil toelaat.
  28. 33. Schi j faai.drij f systeem volgens conclusie 25, waarbij de spi1toegangsopening is voorzien van een afgeronde rand die selectief kan aangrijpen op de rand van de 25 naaf.
  29. 34. Schijfcassette voor gebruik in een opslagin-richting, omvattende: een buitensclaal; een in neerazaak cirkeivormig medium dat in de 30 buitenschaal is geplaatst; en een centrale schijf die met het cirkelvormige medium is gekoppeld nabij een draaiingshartlijn van het medium, welke centrale schijf een bovenoppervlak en een onderoppervlak dat op ie spil aangrijpt heeft, alsmede een 35 ringvormig uitsteeksel binnenwaarts geplaatst vanaf het bodemspilaangrijpingsoppervlak van de centrale schijf, ! waarbij het ringvormige uitsteeksel een afgeschuind radi- 100997f aal buitenwaarts gericht oppervlak heeft.
  30. 35. Schijfcassette volgens conclusie 34, waarbij de centrale schijf verder is voorzien van een centrale boring nabij het middelpunt van de centrale schijf.
  31. 36. Schijfcassette volgens conclusie 34 of 35, waarbij het ringvormige uitsteeksel is voorzien van een buitenzijwand, welke buitenzijwand een stompe hoek vormt met het bodemoppervlak van de centrale schijf.
  32. 37. Schijfcassette volgens een van de conclusies 10 34 of 36, waarbij het ringvormige uitsteeksel is voorzien van een in hoofdzaak plat onderoppervlak.
  33. 38. Schijfcassette volgens een der conclusie 34 tot en met 43, waarbij de centrale schijf verder is voorzien van een ringvormige omtreksrand.
  34. 39. Schijfcassette volgens conclusie 38, waarbij de ringvormige omtreksrand een stompe hoek vormt met het bovenoppervlak van de centrale schijf.
  35. 40. Schijfcassette volgens een der conclusies 34 tot en met 39, waarbij de centrale schijf aan het bovenop- 20 pervlak van de centrale schijf aan het medium is bevestigd.
  36. 41. Schijfcassette volgens een der conclusies 34 tot en met 40, waarbij het ringvormige uitsteeksel uit één stuk met de centrale schijf is gevormd.
  37. 42. Schijfcassette volgens een der conclusie 34 tot en met 40, waarbij het ringvormige uitsteeksel aan de centrale schijf is bevestigd.
  38. 43. Schijfcassette voor gebruik in een schijf-aandrijving, voorzien van eer. cpu. met een ringvormige 30 uitsparing in een bovenoppervlak daarvan, welke schijfcassette omvat: een buitenschaal met boven- en een onderopper-vlakken met een aandrijvingtoegangsopening daarin; een data-opslagmedium dat draaibaar in de bui- 35 tenschaal is geplaatst; een naaf die met het data-opslagmedium is gekoppeld nabij een draaiingshartlijn van het data-opslagmedium 100997f i en geplaatst in de aanc.ri jvingtoegangsopening, welke naaf is voorzien van een bovenoppervlak en van een onderopper-vlak dat op de spil aangrijpt, welk onderspilaangrijpings-oppervlak van de naaf is voorzien van koppelmiddelen voor I 5 het koppelen met de ringvormige uitsparing in de spil, waarbij de koppelmiddelen een afgeschuind radiaal buitenwaarts gericht oppervlak hebben.
  39. 44. Schijfcassette volgens conclusie 43, waarbij = de koppelmiddelen bestaan uit een ringvormig uitsteeksel. = 10 45. Schijfcassette volgens conclusie 34, waarbij de koppelmiddelen bestaan uit tenminste één uitsteeksel, dat op de naaf is aangebracht, zodat dat uitsteeksel in lijn ligt met de ringvormige uitsparing wanneer de cassette in de aandrijving ge schoven is.
  40. 46. Schijfcassette volgens conclusie 43, waarbij de koppelmiddelen bestaan uit tenminste één uitsteeksel dat op de naaf is gevormd, welk tenminste ene uitsteeksel zodanig op die naaf :.s bepaald, dat dat tenminste ene uitsteeksel ringvormig in lijn ligt op die naaf.
  41. 47. Schijfcassette volgens conclusie 46, waarbij het genoemde tenminste ene uitsteeksel gedeelten geplaatst op punten langs een ring omvat.
  42. 48. Schijfcassette volgens conclusie 43, waarbij het afgeschuinde radia.al buitenwaarts gerichte oppervlak 25 een hoek van ongeveer 45° insluit met het onderspilaangri jpingsoppervlak van de naaf.
  43. 49. Schijfcassette volgens een van de conclusies j 43, 44, 45 of 46, waarbij de koppelmiddelen uit één stuk met de naaf zijn gevormd.
  44. 50. Schijfcassette volgens een van de conclusies 43, 44, 45 of 46, waarbij de koppelmiddelen aan de naaf ' zijn bevestigd.
  45. 51. Schijfcassette volgens conclusie 43, waarbij de koppelmiddelen zijr. voorzien van een in hoofdzaak plat 35 onderoppervlak. -o-o-o-o-o-o-o-o- 100997f
NL1009971A 1997-08-29 1998-08-31 Medianaaf-aanbrengsysteem voor het minimaliseren van Z-astranslatie. NL1009971C2 (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US92093297 1997-08-29
US08/920,932 US6134081A (en) 1997-08-29 1997-08-29 Media hub mounting system for minimizing Z-axis during cartridge insertion and ejection translation
FR9901166 1999-02-02
FR9901166A FR2782832B1 (fr) 1997-08-29 1999-02-02 Systeme de montage d'un moyeu de support pour minimiser la translation suivant l'axe z

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1009971A1 NL1009971A1 (nl) 1999-03-02
NL1009971C2 true NL1009971C2 (nl) 1999-07-12

Family

ID=26234791

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1009971A NL1009971C2 (nl) 1997-08-29 1998-08-31 Medianaaf-aanbrengsysteem voor het minimaliseren van Z-astranslatie.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US5999382A (nl)
EP (1) EP0899729A3 (nl)
FR (2) FR2767954B1 (nl)
GB (1) GB2328778A (nl)
NL (1) NL1009971C2 (nl)
WO (1) WO1999010885A1 (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US6525900B2 (en) * 1997-01-31 2003-02-25 Mitsubishi Denki Kabushiki Kaisha Flexible recording system, flexible disk drive and recording disk
US20020029087A1 (en) * 2000-09-05 2002-03-07 Douglas Mayne Slim digital audio player and recorder with cradle
CN101959293B (zh) 2001-10-19 2013-07-24 英特尔公司 用于下行链路的全非连续传输操作模式中改良省电功能的用户设备
US20040018006A1 (en) * 2002-07-25 2004-01-29 Samsung Electronics Co., Ltd. Disc cartridge and disc drive apparatus using the same

Family Cites Families (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US32876A (en) * 1861-07-23 Coffee and tea pot
JPS606938Y2 (ja) * 1980-08-14 1985-03-07 ソニー株式会社 記録再生用デイスクカセツト
USRE32876F1 (en) 1981-10-21 1998-12-15 Hitachi Ltd Disc cassette (disc cartridge)
FR2521333A1 (fr) * 1982-02-11 1983-08-12 Cii Honeywell Bull Cartouche pour disque(s) magnetique(s) amovible(s)
DE3378389D1 (en) * 1982-08-05 1988-12-08 Hitachi Maxell Recording disc cartridge
JPS59178659A (ja) * 1983-03-29 1984-10-09 Fuji Photo Film Co Ltd フレキシブル磁気デイスク
US4553175A (en) * 1984-01-16 1985-11-12 Eastman Kodak Company Method/apparatus for playback of color video still pictures from a magnetic disk
DE3585395D1 (de) * 1984-04-12 1992-03-26 Yamaha Corp Plattengehaeuse.
JPS6124877U (ja) * 1984-07-19 1986-02-14 ティーディーケイ株式会社 デイスクカ−トリツジ
JP2574860B2 (ja) * 1988-03-29 1997-01-22 日立マクセル株式会社 光情報記録デイスクおよびデイスク駆動装置
US5103363A (en) * 1989-03-09 1992-04-07 Kabushiki Kaisha Toshiba Disk cartridge with lubricating means in contact with spindle of drive means
JP2508066Y2 (ja) * 1989-04-06 1996-08-21 富士写真フイルム株式会社 磁気ディスクカ―トリッジ
JPH073482Y2 (ja) * 1990-02-05 1995-01-30 花王株式会社 磁気ディスク体
WO1992011628A1 (en) * 1990-12-19 1992-07-09 Integral Peripherals, Inc. Miniature hard disk drive for portable computer
US5200871A (en) * 1991-02-05 1993-04-06 Hoechst Celanese Corporation Flexible magnetic disc cassettes with integrally molded drag fingers
JP3155556B2 (ja) * 1991-04-10 2001-04-09 日立マクセル株式会社 磁気デイスク
JPH0638068U (ja) * 1992-10-13 1994-05-20 富士写真フイルム株式会社 磁気ディスクカートリッジ
US5526337A (en) * 1994-06-30 1996-06-11 Tamarack Storage Devices Holographic storage media package
US5535081A (en) * 1995-01-11 1996-07-09 Avatar Systems Corporation Immobilizer for a data storage disk in a cartridge using an overcenter spring
JPH09270161A (ja) * 1996-01-31 1997-10-14 Mitsubishi Electric Corp 記憶装置及び記録媒体カートリッジ

Also Published As

Publication number Publication date
FR2767954B1 (fr) 2001-01-26
GB2328778A (en) 1999-03-03
GB9818772D0 (en) 1998-10-21
EP0899729A2 (en) 1999-03-03
FR2767954A1 (fr) 1999-03-05
EP0899729A3 (en) 1999-08-25
FR2782832B1 (fr) 2000-10-13
WO1999010885A1 (en) 1999-03-04
NL1009971A1 (nl) 1999-03-02
FR2782832A1 (fr) 2000-03-03
US5999382A (en) 1999-12-07

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US6215760B1 (en) Method and apparatus for using a disk cartridge with pull-out type case
US5930090A (en) Data cartridge with compression return spring following arcuate guide
US6115211A (en) Data storage system having a cartridge hub locking mechanism
NL1012411C2 (nl) Schijfcassette voor gebruik in een schijfaandrijving.
NL1009971C2 (nl) Medianaaf-aanbrengsysteem voor het minimaliseren van Z-astranslatie.
US6005755A (en) Shutter shell encapsulating disk medium
EP1465178B1 (en) Shutter mechanism and disc driving apparatus
WO1997050079A1 (en) Magnetic disk apparatus, magnetic disk and disk cartridge
US20030231427A1 (en) Magnetic disk cartridge
US6160680A (en) Two-piece media hub and methods of attaching same to a medium
US6172849B1 (en) Apparatus for retaining a disk cartridge shutter in a closed position
US5969915A (en) Disk cartridge with medium distortion neutralizing projection
JPH08504995A (ja) 光コンパクト・ディスク収容装填カセット
US5969916A (en) Disk cartridge with shutter opening arm alignment surface and retraction slot
US6628476B2 (en) Disk drive which prevents misthreading
US5680284A (en) Center core and shutter for a high density magnetic disk cartridge
JP2001023332A (ja) フロッピーディスク
JPH11242848A (ja) 記録媒体カートリッジの誤挿入防止構造
WO1999024983A1 (en) Liner for shutter shell
KR19980018976A (ko) 디스크 장치, 그 헤드의 디스크형 기록 매체에의 접근 방법 및 대피 방법(Disk Apparatus, Access and Shunting Methods to the Disk Type Recording Medium of the Head of Said Apparatus)
JPH09171670A (ja) 磁気ディスクカートリッジおよび磁気ディスク駆動装置
KR19980018975A (ko) 디스크 장치, 그 헤드의 디스크형 기록 매체에의 억세스 방법 및 대피 방법(Disk Apparatus, Access and Shunting Methods to the Disk Type Recording Medium of the Head of Said Apparatus)
JP2003132650A (ja) ディスクカートリッジおよびそれを用いた据え置き型光ディスク装置

Legal Events

Date Code Title Description
AD1B A search report has been drawn up
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20030301