NL1027139C2 - Zit-ligmeubel. - Google Patents

Zit-ligmeubel. Download PDF

Info

Publication number
NL1027139C2
NL1027139C2 NL1027139A NL1027139A NL1027139C2 NL 1027139 C2 NL1027139 C2 NL 1027139C2 NL 1027139 A NL1027139 A NL 1027139A NL 1027139 A NL1027139 A NL 1027139A NL 1027139 C2 NL1027139 C2 NL 1027139C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
backrest
seating
backrest part
furniture according
inclination
Prior art date
Application number
NL1027139A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1027139A1 (nl
Inventor
Josef Holzner
Stefan Haider
Original Assignee
Himolla Polstermoebel Werk
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Himolla Polstermoebel Werk filed Critical Himolla Polstermoebel Werk
Publication of NL1027139A1 publication Critical patent/NL1027139A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1027139C2 publication Critical patent/NL1027139C2/nl

Links

Classifications

    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47C—CHAIRS; SOFAS; BEDS
    • A47C15/00—Other seating furniture
    • A47C15/002—Corner seating furniture, e.g. corner sofas
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47C—CHAIRS; SOFAS; BEDS
    • A47C17/00—Sofas; Couches; Beds
    • A47C17/04—Seating furniture, e.g. sofas, couches, settees, or the like, with movable parts changeable to beds; Chair beds
    • A47C17/16—Seating furniture changeable to beds by tilting or pivoting the back-rest
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47C—CHAIRS; SOFAS; BEDS
    • A47C17/00—Sofas; Couches; Beds
    • A47C17/04—Seating furniture, e.g. sofas, couches, settees, or the like, with movable parts changeable to beds; Chair beds
    • A47C17/22—Seating furniture, e.g. sofas, couches, settees, or the like, with movable parts changeable to beds; Chair beds with means for uncovering a previously hidden mattress or similar bed part
    • A47C17/30—Seating furniture, e.g. sofas, couches, settees, or the like, with movable parts changeable to beds; Chair beds with means for uncovering a previously hidden mattress or similar bed part two or more parts being rotatable about a vertical axis

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Nursing (AREA)
  • Chairs For Special Purposes, Such As Reclining Chairs (AREA)

Description

V
P70781NL00 Titel: Zit-/ligmeubel
De uitvinding
De uitvinding betreft een zit-/ligmeubel, in het bijzonder een hoekelement of een afsluitend zijelement voor een bankstel of meubelset, met een onderstel en een rugleuning, waarbij ten minste een deel van de rugleuning ten 5 opzichte van het onderstel verstelbaar is.
Dergelijke zit-/ligmeubels zijn in hoofdzaak bekend.
DE 94 12 464 UI beschrijft een hoekelement voor een bankstel, dat 10 van een verstelbaar rugleuningdeel is voorzien dat om een ten minste in wezen staand verlopende as verstelbaar is.
Verstelbare toevoegingssteundelen, die in het hoekgebied van een bankstel of in het gebied aan een vrij einde van een vertakking van een 15 bankstel geplaatst kunnen worden, zijn uit DE 297 13 742 UI bekend.
Uit DE 93 11 896 UI is een zit- en/of ligmeubel bekend, dat een ten minste gedeeltelijk ongeveer kringvormig gevormd segment van de zitting — respectievelijk het ligvlak bevat, dat aan een vast opgesteld segment van 20 het meubel om een loodrecht op de zitting - respectievelijk het ligvlak gelegen as verdraaibaar is verbonden en van een leuning is voorzien. Dit draaideel bevindt zich aan het vrije einde van een gestoffeerd tweezitsmeubel.
25 DE 298 16 200 UI beschrijft een zit- en/of ligmeubel met een traploos verstelbare leuning, waarvan bij een hellingsverstelling de leuning 1027139 I v I 2 I gelijktijdig in het vlak van de zitting - respectievelijk het ligvlak verschoven I wordt.
I Uit DE 39 28 005 Al is een hellingsverstelbaar hoofdeinde van een I 5 zit- en/ofligmeubel bekend.
Het doel van de uitvinding is om een zit-/ligmeubel van de in de aanhef beschreven soort te verschaffen, dat zo veelzijdig mogelijk inzetbaar I is.
I 10 I Dit doel wordt bereikt door de maatregelen van conclusie 1 en in I het bijzonder daardoor, dat het verstelbare rugleuningdeel zowel voor wat betreft de oriëntatie als de helling van de rugleuning verstelbaar is.
I 15 In de zin van de uitvinding dient onder een verstelling van het I rugleuningdeel voor wat betreft de oriëntatie te worden verstaan, dat bij een I oriëntatieverstelling van het rugleuningdeel de oriëntatie met betrekking I tot het onderstel zodanig verandert, dat een tegen het rugleuningdeel I aanleunende gebruiker voor de oriëntatieverstelling in een andere richting 20 kijkt dan na de oriëntatieverstelling.
I Met het zit-/ligmeubel volgens de uitvinding is de gebruiker I daarom op voordelige wijze in staat, niet alleen de helling van het verstelbare rugleuningdeel aan zijn behoeften aan te passen, maar kan hij I 25 het verstelbare rugleuningdeel bovendien in een positie brengen, waarin hij I gemakkelijk kan leunen en daarbij ook, als hij dat wenst, met betrekking tot I het onderstel is uitgelijnd. De gebruiker kan zich bijvoorbeeld op deze manier gemakkelijk naar een andere persoon wenden, zonder zich te hoeven I verdraaien.
I 30 I 1027139 'l 3
In het bijzonder dan, wanneer het bij het zit-Zligmeubel volgens de uitvinding een hoekelement of een afsluitend zijelement van een bankstel of meubelset betreft, kan deze zodanig ruim oriëntatieverstelbaar uitgevoerd zijn, dat de gebruiker gemakkelijk kan leunen en tegelijkertijd zijn benen op 5 een aangrenzend zit-/ligvlak bijvoorbeeld een vertakking van het bankstel kan leggen, waarbij de hellingsverstelbaarheid van het rugleuningdeel gelijktijdig verschillende zittende, halfliggende of liggende posities mogelijk maakt.
10 De verstelbewegingen van het rugleuningdeel kunnen in hoofdzaak op willekeurige wijze gerealiseerd worden. Zo kan het zowel bij de oriëntatieverstelling als bij de hellingsverstelling telkens om een zuivere zwenkbeweging om een zwenkas gaan. Er kunnen ook telkens meerdere zuivere zwenkbewegingen gecombineerd worden, om complexere 15 verstelbewegingen mogelijk te maken. Zuivere zwenkbewegingen zijn echter niet dwingend noodzakelijk. De verstelbewegingen kunnen telkens een combinatie van meerdere elementaire bewegingen zijn, waarbij een elementaire beweging ofwel een draai- of zwenkbeweging of een translatiebeweging is.
20
In een voorkeursuitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding is het rugleuningdeel voor de oriëntatieverstelling om ten minste een althans bij benadering staand verlopende as verstelbaar. Daarbij dient het begrip "staand verlopende" in de zin van een afwijking van de horizontaal te 25 worden verstaan. De as kan zich verticaal ten opzichte van de grond of ten opzichte van een met betrekking tot de grond hellend zit-/ligvlak uitstrekken. Onder een staand verloop van de verstelas dienen echter ook richtingen te worden verstaan, die van een dergelijke verticaal verloop afwijken. Zo kan de verstelas met betrekking tot een verticaal ten opzichte 30 van de grond of het zit-/ligvlak onder een hoek van tussen de 0° en 45° 1027139 staan. Ook dergelijk hellende verstelassen zijn in de zin van de uitvinding als staand verlopende assen te verstaan.
I De hellingsverstelling van het rugleuningdeel kan om ten minste I 5 een bij voorkeur althans bij benadering horizontaal verlopende as plaats I hebben. Deze as kan parallel aan de grond lopen, maar in principe ook een ten opzichte van de grond gehelde richting vertonen.
I Zowel voor de oriëntatieverstelling als de hellingsverstelling kan de I 10 verstelbeweging van het rugleuningdeel een combinatie van meerdere telkens om een as plaatshebbende zwenkbewegingen zijn.
Om bij ieder praktijkrelevante hellingsverstelling van het rugleuningdeel een aansprekende uiterlijk van het meubel te garanderen, I 15 kan er overeenkomstig een verder uitvoeringsvoorbeeld in voorzien zijn, dat I de beweging van de onderzijde van het rugleuningdeel gedurende ten I minste een deel van de hellingsverstelling althans bij benadering als een I translatiebeweging uitvoerbaar is, die parallel aan een zit-/ligvlak verloopt.
20 Bij voorkeur is het rugleuningdeel met het onderstel via een I combinatiemechanisme verbonden, dat met het achterste einde aan het I onderstel oriëntatieverstelbaar bevestigd is en aan zijn vrije voorste einde I het rugleuningdeel hellingsverstelbaar draagt.
I 25 Het combinatiemechanisme kan zich althans bij benadering I parallel aan of onder een geringe hoek met een zit-/ligvlak uitstrekken.
I Verder omvat het combinatiemechanisme bij voorkeur een I oriëntatiemechanisme voor het oriëntatieverstellen van het rugleuningdeel, I 30 een drager evenals een hellingsmechanisme voor het hellingsverstellen van 11027139 5 het rugleuningdeel. Via het hellingsmechanisme is het rugleuningdeel aan de drager bevestigd, waarbij bij voorkeur het hellingsmechanisme nabij zijn ene einde aan de drager en nabij zijn andere einde aan het rugleuningdeel scharnierend is verbonden.
5
Het hellingsmechanisme kan ten minste een tussen rugleuningdeel en drager geplaatste scharnierstang omvatten, die bij een uitgangspositie met een grote helling van het rugleuningdeel op zijn minst bij benadering parallel aan of onder een geringe hoek met deze rugleuning verloopt en zich 10 bij een zich in een eindpositie met een geringe helling bevindend rugleuningdeel ten minste bij benadering parallel aan of onder een geringe hoek met het zit-/ligvlak uitstrekt.
Het oriëntatiemechanisme kan ten minste een scharnierstang 15 omvatten, die nabij zijn ene einde aan het onderstel is verbonden en nabij zijn andere einde het rugleuningdeel via de drager hellingsverstelbaar draagt.
De stang van het richtingsmechanisme kan tenminste een in de 20 vorm van een liggende T uitgevoerde etelarm bevatten, waarbij de dwarsstang van de T beweegbaar aan het onderstel is bevestigd en het rugleuningdeel aan het vrije einde van de schacht van de T is bevestigd.
In een voorkeursuitvoeringsvoorbeeld omvat het 25 oriëntatiemechanisme twee telkens in de vorm van een liggende T uitgevoerde stelarmen, die tezamen zoals een vierstangenmechanisme werkzaam zijn.
Zowel voor de oriëntatieverstelling als voor de hellingsverstelling ie 30 bij voorkeur in een inrichting voorzien, waarmee het rugleuningdeel 1027139 I 6 I telkens in een ingestelde positie gefixeerd kan worden. Bij deze I fixeerinrichtingen kan het in het bijzonder om bij voorkeur telescoopachtig vastzetmechanismen gaan, waarbij de verdeling van de steunpunten I willekeurig fijn afgesteld kan worden. Deze mechanismen kunnen van een 5 vrijgeeffunctie voorzien zijn, die het mogelijk maakt, door het bewegen van I het rugleuningdeel tot voorbij een maximaal steunpunt, het vastzetsysteem I in een vrijgavepositie te schakelen, zodat het rugleuningdeel naar de I betreffende uitgangspositie terug bewogen kan worden, waarop het vastzetsysteem weer in werking wordt geschakeld. In plaats van 10 vastzetmechanismen of andere fixeerinrichtingen voor het trapsgewijs I fixeren van de ingestelde posities van het rugleuningdeel kan ook in I fixeerinrichtingen voorzien zijn, die een traploos verstellen van de oriëntatie I en de helling van het rugleuningdeel mogelijk maken.
15 Verder kan zowel voor de oriëntatieverstelling als voor de hellingsverstelling in een terugstelinrichting bijvoorbeeld in de vorm van I één of meerdere trekveren voorzien zijn, waardoor het rugleuningdeel in de I betreffende uitgangspositie teruggeklapt wordt.
I 20 De uitvinding betreft bovendien een bankstel of meubelset met bij voorkeur ten minste een onderstel en ten minste een rugleuning evenals ten I minste een zit-/ligmeubel, zoals het hiervoor nader toegelicht is, dat wil I zeggen, een zit-Aigmeubel, dat ten minste een verstelbaar rugleuningdeel I omvat, dat zowel met betrekking tot de oriëntatie als de helling van de I 25 rugleuning versteld kan worden.
I Het zit-/ligmeubel van het bankstel of meubelset is bij voorkeur als hoekelement of als afsluitend zijelement uitgevoerd.
I 1027139 7
Verdere uitvoeringsvormen van de uitvinding zijn in de afhankelijke conclusies, de beschrijving en de tekeningen weergegeven.
De uitvinding wordt in het hiernavolgende onder verwijzing naar 5 de tekening beschreven. In de tekening tonen:
Fig. la en lb telkens schematisch een als hoekelement uitgevoerd zit-/ligmeubel in een zijaanzicht overeenkomstig een uitvoeringsvorm van de uitvinding, en wel bij gelijke oriëntatie -instelling met verschillende 10 hellingsinstellingen en
Fig. 2 een schematisch bovenaanzicht van het hoekelement van fig.
la en lb 15 Het zit-digmeubel overeenkomstig de uitvinding omvat een onderstel 11 met een sokkel 47 en een aan het onderstel bevestigd rugleuningsegment 25. Tezamen met twee verstelbare rugleuningdelen 15, waarvan in fig. la en lb telkens alleen één rugleuningdeel 15 is afgebeeld, vormt het aan het onderstel bevestigd rugleuningsegment 25 de rugleuning 20 13 van het hoekelement volgens de uitvinding.
Een zit-/ligdeel van het meubel omvat een zit-Zligkussen 45 met een ten opzichte van de grond licht hellend zit-/ligvlak 23. Omwille van de overzichtelijkheid is in fig. la en lb het verstelbare rugleuningdeel 15 25 telkens zonder rugleuningkussen en vereenvoudigd weergegeven, zodat de -zoals fig. 2 weergeeft - gebogen vormgeving van het rugleuningdeel 15 uit fig. la en lb niet naar voren komt.
Met het aan het onderstel bevestigde rugleuningsegment 25, dat 30 zich (zie fig. 2) achter de verstelbare rugleuningdelen 15 uitstrekt, zijn de 1027139 I 8 I rugleuningdelen 15 telkens via een enkel combinatiemechanisme I verbonden, dat een drager 27, een hellingsmechanisme 29 voor I hellingsverstelling evenals een oriëntatiemechanisme 31 voor I oriëntatieverstelling omvat waarmee gelijktijdig de helling en de oriëntatie I 5 van de rugleuning van het rugleuningdeel 15 kunnen worden veranderd.
I De mechanismen van de beide verstelbare rugleuningdelen 15 zijn I in opbouw gelijk uitgevoerd. Vanwege de overzichtelijkheid is in fig. 2 alleen I het mechanisme van één rugleuningdeel 15 van verwijzingscijfers voorzien.
I 10 Alle dit rugleuningdeel 15 en het daarbij behorende mechanisme betreffende uitvoeringen gelden overeenkomstig voor het andere verstelbare I rugleuningdeel 15.
I Het oriëntatiemechanisme 31 omvat twee T-vormig uitgevoerde 15 stelarmen 39, waarvan in fig. la en lb maar één stelarm 39 is afgebeeld.
I Deze T-stelarmen 39 zijn zodanig liggend geplaatst, dat de aan het onderstel
bevestigde rugleuningsegment 25 aangebrachte dwarsstang 41 van de T
I loodrecht op het zit-/ligvlak 23 verloopt, terwijl de schacht 43 van de T zich I loodrecht op dwarsstang 41 en daarmee parallel aan zit-/ligvlak 23 I 20 uitstrekt. De stelarmen 39 zijn telkens via de dwarsstang 41 verzwenkbaar aan het aan het onderstel bevestigde rugleuningdeel 25 verbonden. Hiertoe I is de dwarsstang 41 vast met de schacht 43 verbonden buis of huls I uitgevoerd, die respectievelijk draaibaar om lagerpennen 65 gelagerd is, die I vast met basisplaat 49 verbonden zijn, die weer aan het aan het onderstel I 25 bevestigde rugleuningdeel 25 bevestigd zijn. Het op deze manier gerealiseerde oriëntatiemechanisme 31 vertoont hierdoor een eenvoudige, I maar echter uiterst stabiele opbouw.
Zoals fig. 2 toont, vormen de beide stelarmen 39 samen een I 30 vierstangenmechanisme, waarbij twee zwenkassen 17a en 17c door de I 1027139 9 middenassen van de dwarsstangen 41 respectievelijk de aan het onderstel bevestigde lagerpennen 65 (volgens fig. la en lb) bepaald zijn.
De beide andere zwenkassen 17b en 17d zijn door scharnierende 5 verbindingen van de vrije einden van de schachten 43 van de stelarmen 39 met de drager 27 bepaald. De drager 27 bevat een in de richting van het aan het onderstel bevestigde rugleuningdeel 25 open U-profiel 59 (zie fig. lb), waarin de schachten van de stelarmen 39 met hun vrije einden naar binnen steken, die om zich loodrecht ten opzichte van de U-benen van het U-profiel 10 59 verlopende lagerpennen (niet afgebeeld) verzwenkbaar zijn gelagerd.
Door dit door de stelarmen 39 gevormde vierstangenmechanieme is de beweging van het U-profiel 59 en daarmee van de dragers 27 eenduidig bepaald. Deze beweging van de dragers 27 (en daarmee rugleuningdeel 15) 15 kan als een combinatie van twee zuivere zwenkbewegingen beschreven worden: de in fig. 2 gestippeld afgebeelde drager 27 is om de as 17b ten opzichte van stelarm 39 met de langere schacht 43 verzwënkbaar, terwijl deze stelarm 39 op haar beurt om de aan het onderstel bevestigde as 17a verzwenkt kan worden. De stelarm 39 met de kortere schacht 43 zorgt 20 ervoor, dat de drager 27 niet vrij om de as 17b verzwenkbaar is, en vormt een dwanggeleiding voor de drager 27. Als alternatief kan de dwanggeleiding van de drager 27 ook zo beschreven worden, dat de drager 27 om de beide assen 17c en 17d verzwenkbaar is, terwijl de stelarm 39 met de langere schacht 43 de beweging van de drager 27 eenduidig bepaalt.
25
Door de keuze van de afstanden tussen de vier parallel aan elkaar verlopende assen 17a, 17b, 17c en 17d kan de resulterende verstelbeweging van de dragers 27 en daarmee de rugleuningdelen 15 precies opgelegd worden.
30 1027139 I 10 ! I Overeenkomstig fig. la en lb is de drager 27 in het gebied van de overgang tussen het onderste U-been en de U-brug van het U-profiel 59 met I een horizontaal verlopende zwenkas 19b vastleggende stang verbonden, I waaraan een H-vormig uitgevoerde scharnierstang 33 van het I 5 hellingsmechanisme 29 scharnierend is verbonden. Hiertoe zijn de beide I zijdelen van de H-vormige scharnierstang 33 telkens met hun ene einde aan I de eerder genoemde, vast met het U-profiel 59 verbonden scharnierstang verbonden, terwijl de tegenoverliggende einden van de zijdelen van de I scharnierstang 33 aan vast met de achterkant van het rugleuningdeel 15 I 10 verbonden bevestigingsklampen 61 verzwenkbaar via de zwenkassen 19a verbonden zijn.
I De dwarsbrug 37 van de H-vormige scharnierstang 33 dient als een met het I U-profiel 59 van de drager 27 samenwerkende eindaanslag, waarop hierna 15 nader wordt ingegaan. De beide bevestigingsklampen 61 van rugleuningdeel I 15 zijn met een boven de scharnierstang 33 lopende dwarsstang 35 I verbonden, die eveneens als een hieronder nader toegelichte eindaanslag dient.
I 20 Met de scharnierstang 33 maakt hellingsmechanisme 29 een I hellingsverstelling mogelijk van het rugleuningdeel 15 om de beide parallel aan elkaar verlopende zwenkassen 19a en 19b ten opzichte van het U- profiel 59 van de drager 27.
I 25 Zowel het oriëntatiemechanisme 31 als het hellingsmechanisme 29 zijn I beiden van een steunmechanisme (niet afgebeeld) voorzien voor de fixering I van de ingestelde posities als ook van een terugstelmechanisme in de vorm van een trekveer (niet afgebeeld). Wat dit betreft wordt naar de I uitvoeringen in het inleidende deel verwezen.
30 I 1027139 11
Het schematische bovenaanzicht van fig. 2 toont het rugleuningdeel 16 met betrekking tot de hellingsverstelling in een uitgangspositie met — afgezien van een hierna genoemde tussenstand - maximale helling van de rugleuning van het rugleuningdeel 15. Met betrekking tot de 5 hellingsinstelling komt fig. 2 derhalve overeen met fig. la. Het rugleunigdeel 15 staat noch loodrecht op de grond, noch op het zit-/ligvlak 23, maar staat ten opzichte van een verticaal op zit-/ligvlak 23 hellend onder een hoek van ongeveer 15° en loopt parallel aan een overeenkomstig hellende voorzijde 63 van het aan het onderstel bevestigde 10 rugleuningeegment 25.
De als eindaanslag dienende dwarsplaat 37 van de H-vormige scharnierstang 33 ligt tegen de U-brug van het U-profiel 59 van de drager 27 aan en begrenst bijgevolg de helling van het rugleuningdeel 15 in de 15 positie volgens fig. la.
Om de helling van het rugleuningdeel 15 te veranderen, wordt het rugleuningdeel 15 door de gebruiker met de hand vastgegrepen en naar voren van het aan het onderstel bevestigde rugleuningeegment 25 20 weggetrokken. Hierbij klapt de scharnierstang 33 om de as 19b vanuit de ongeveer rechtopstaande positie volgens fig. la naar beneden in de richting van zijn bij benadering parallel aan het zit-/ligvlak 23 verlopende eindpositie volgens fig. lb, waarin de scharnierstang 33 een verlenging van de schacht 43 van de stelarm 39 van het oriëntatiemechanisme 31 vormt.
25
In een tussenstand, waarin de zwenkas 19a exact verticaal boven de zwenkas 19b ligt, kan de helling van het rugleuningdeel enigszins steiler zijn dan in de uitgangspositie volgens fig. la, wanneer het rugleuningdeel 15 niet reeds van de in deze tussentoestand exact verticaal staande 30 scharnierstang 33 is weggezwenkt.
1027139 I 12 I Een tussenstand van de scharnierstang 33, waarin deze al relatief I sterk naar voren is geheld, ie in fig. la met een gestippelde lijn I weergegeven.
I Door dit naar beneden klappen van de scharnierstang 33 wordt het I rugleuningdeel 15 van het aan het onderstel bevestigde rugleuningsegment I 25 af bewogen, waardoor in het bijzonder bij het in de uitgangspositie relatief dichtbij het aan het onderstel bevestigde rugleuningsegment 25 I 10 gelegen rugleuningdeel 15 verhinderd wordt, dat dit rugleuningdeel 16 met I zijn bovenste gedeelte tegen de bovenzijde van het aan het onderstel I bevestigde rugleuningsegment 25 stoot, wanneer het om de zwenkas 19a ten I opzichte van scharnierstang 33 wordt verzwenkt.
I 15 Het zit-/ligmeubel overeenkomstig de uitvinding en in het bijzonder het de echarnierstang 33 omvattende hellingsmechanisme 29 daarvan is I zodanig uitgevoerd, dat bij de hellingsverstelling van het rugleuningdeel 15 de onderkant 21 in iedere praktijkrelevante hellingsinstelling op of ten I minste nabij het zit-/ligvlak 23 blijft, waardoor tussenruimtes tussen het I 20 rugleuningdeel 15 en het zit-/ligvlak 23, die als storend kunnen worden I ervaren, vermeden worden en het rugleuningdeel 15 met de niet afgebeelde rugleuningkussens op het zit-/ligvlak 23 kan steunen.
I In de eindpositie volgens fig. lb is een verder verzwenken van het I 25 rugleuningdeel 15 ten opzichte van de scharnierstang 33 op grond van de op I de bovenzijde van de zijdelen van de H-vormige scharnierstang 33 liggende aanslagstang 35 niet mogelijk. Een verder verzwenken van de I scharnierstang 33 naar onderen om de as 19b ten opzichte van drager 27 is I in deze eindpositie niet mogelijk, daar het rugleuningdeel 15 met de I 1027139 | i 13 onderkant van zijn niet afgebeelde rugleuningkussens op het zit-/ligvlak 23 afsteunt.
In fig. la en lb evenals in fig. 2 zijn de uitgangsposities van 5 rugleuningdeel 15 betreffende de oriëntatie verstelling telkens met gestippelde lijnen weergegeven. De hiervoor aan de hand van fig. la en lb toegelichte hellingsverstelling van het rugleuningdeel 15 is niet aanwezig in deze uitgangspositie. Verder zijn in fig. 2 de uitgangsposities van de beide schachten 43 van de stelarmen 39 van het oriëntatiemechanisme 31 telkens 10 met gestippelde lijnen weergegeven.
De oriëntatiemechanismen 31 van rugleuningdelen 15 kunnen als "schamiergebied" gezien worden, waaromheen de rugleuningdelen 15 telkens "verzwenkbaar" zijn, waarbij de daadwerkelijke beweging van 15 rugleuningdeel 15 geen zuivere zwenkbeweging, maar - zoals in het inleidende gedeelte reeds uiteen gezet - een combinatie van twee zwenkbewegingen is. Afhankelijk van de concrete uitvoering van het richtingsmechanisme 31 kan de verstelbeweging van het rugleuningdeel 15 voor een gebruiker echter ten minste op het eerste gezicht min of meer op 20 een zuivere zwenkbeweging lijken.
Zoals fig. 2 toont, kunnen de rugleuningdelen 15 in een positie naar buiten geplaatst worden, waarin - ten opzichte van een horizontaal snijvlak - een de twee voorkanten van de zijkanten van de boogvormige 25 rugleuningdelen 15 rakende rugleuninglijn 55 parallel aan de betreffende aansluitzijde 51van het hoekelement verloopt. Dit is met de parallel aan aansluitzijde 51 verlopende lijn 57 in fig. 2 aangegeven.
De beide aansluitzijden 51 van het ten opzichte van een 30 middenvlak 53 symmetrisch uitgevoerd hoekelement sluiten met elkaar een 1027139 I 14 I hoek van 90° in, dat wil zeggen, de hoek tussen de aansluitzijden 51 en de I middellijn 53 bedraagt telkens 45°.
I Een gebruiker kan de rugleuningdelen 15 zodanig ver vanuit hun I 5 uitgangspositie naar buiten in de positie volgens fig. 2. plaatsen, dat de leunende gebruiker van de rugleuning schuin naar een zich aan de I betreffende aansluitzijde 51 aansluitende vertakking van een het afgebeelde I hoekelement omvattend bankstel toe gewend is. Indien het rugleuningdeel I 15 ten opzichte van de in fig. 2 afgebeelde positie een enigszins terug I 10 geplaatst wordt, zodat de rugleuninglijn 55 parallel aan de betreffende I aansluitzijde 51 verloopt, kan de gebruiker gemakkelijk leunen en is daarbij niet meer schuin, maar parallel aan de zich aan het hoekelement I aansluitende bankstelvertakkingopgesteld.
I 15 Tegelijkertijd kan de gebruiker van het voor wat betreft de I oriëntatie naar wens ingestelde rugleuningdeel 15 telkens de helling naar I zijn believen veranderen, zoals hiervoor aan de hand van fig. la en lb toegelicht is.
I 20 Afwijkend van de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm kan bij een I hoekelement slechts in één op de wijze volgens de uitvinding verstelbaar rugleuningdeel zijn voorzien.
I Voorts kan een bankstel of meubelset zowel één of meerdere I 25 hoekelementen als ook één of meerdere afsluitende zijelementen, I bijvoorbeeld aan het vrije einde van een vertakking van een hoekbankstel, I omvatten, die telkens één of meerdere op een wijze volgens de uitvinding I oriëntatie* en hellingsverstelbare rugleuningdelen bevatten.
I 1027139

Claims (25)

1. Zit-/ligmeubel, in het bijzonder een hoekelement of een afsluitend 5 zijelement voor een bankstel of meubelset, met een onderstel (11) en een rugleuning (13), waarbij ten minste een deel (15) van de rugleuning (13) ten opzichte van het onderstel (11) verstelbaar is, met het kenmerk, dat het verstelbare rugleuningdeel (15) zowel voor wat betreft de oriëntatie als de helling van de rugleuning verstelbaar is. 10
2. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de oriëntatie en de helling van het rugleuningdeel (15) gelijktijdig verstelbaar zijn.
3. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het rugleuningdeel (15) voor de verstelling van de oriëntatie om ten minste een althans bij benadering staand verlopende as (17a, 17b, 17c, 17d) verstelbaar ie.
4. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de verstelbeweging van het rugleuningdeel (15) voor de oriëntatie-instelling een combinatie van meerdere, in het bijzonder twee, telkens om één as (17a, 17b, 17c, 17d) plaatshebbende zwenkbewegingen is.
5. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de verstelbeweging van het rugleuningdeel (15) voor de heUingsverstelling een combinatie van meerdere, in het bijzonder twee, telkens om één as (19a, 19b) plaatshebbende zwenkbewegingen is. 1027139
6. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het I kenmerk, dat de beweging van de onderkant (21) van het rugleuningdeel I (15) gedurende ten minste een deel van de hellingsverstelling althans bij I benadering als een bij voorkeur parallel aan een ziWligvlak (23) verlopende I 5 tr anslatiebewe ging uitvoerbaar ie.
7. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de verstelbeweging van het rugleuningdeel (15) voor de hellingverstelling een afhankelijk van de verstelrichting ofwel van een aan 10 het onderstel bevestigd rugleuningsegment (25) af gerichte of een naar een aan het onderstel bevestigd rugleuningsegment (25) toe gerichte component I vertoond.
8. ZiWligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het I 15 kenmerk, dat het rugleuningdeel (15) in het gebied van zijn bovenste helft, in het bijzonder in het gebied van het bovenste éénderde gedeelte, met het I onderstel (11), in het bijzonder een aan het onderstel bevestigd I rugleuningsegment (25), verbonden is. I 20
9. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het rugleuningdeel (15) via een combinatiemechanieme (27, I 29,31) aan het onderstel (11) verbonden is, dat met het achterste einde aan het onderstel (11), in het bijzonder een aan het onderstel bevestigd rugleuningsegment (25), oriëntatieverstelbaar bevestigd is en aan zijn vrije 25 voorste einde het rugleuningdeel (15) hellingsverstelbaar draagt.
10. Zit-Zligmeubel volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het I combinatiemechanisme (27, 29,31) zich althans bij benadering parallel aan I of onder een geringe hoek met een zit*/ligvlak (23) uitstrekt. I 30 I I 1027139
11. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat het combinatiemechanisme (27, 29, 31) voor de oriëntatieverstelling van het rugleungedeelte (15) zoals een vierstangenmechanisme is uitgevoerd.
12. Zit-/ligmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het rugleuningdeel (15) op een ten opzichte van het onderstel (11) in hoek verstelbare drager (27) aangebracht is.
13. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het 10 rugleuningdeel (15) via een hellingsmechanisme (29) aan de drager (27) verbonden is, waarbij het hellingsmechanisme (29) nabij zijn ene einde aan de drager (27) en nabij zijn andere einde aan het rugleuningdeel (15) scharnierend verbonden is.
14. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat het schamiergebied (19a) tussen het hellingsmechanisme (29) en het rugleuningdeel (15) zich ten minste bij een uitgangspositie met een sterke helling van het rugleuningdeel (15) boven het scharniergebied (19b), tussen hellingsmechanisme (29) en drager (27), bevindt. 20
15. Zit-Tligmeubel volgens één der conclusies 12 tot en met 14, met het kenmerk, dat het hellingsmechanisme (29) ten minste een tussen rugleuningdeel (15) en drager (27) geplaatste scharnieretang (33) omvat die zich bij een uitgangspositie met een grote helling van het rugleuningdeel 25 (15) op zijn minst bij benadering parallel aan of onder een geringe hoek met deze rugleuning verloopt en zich bij een zich in een eindpositie met een geringe helling bevindend rugleuningdeel (15) ten minste bij benadering parallel aan of onder een geringe hoek met het zit-/ligvlak (23) uitstrekt 1027139
16. Zit-Aigmeubel volgens één der conclusies 13 tot en met 15, met het kenmerk, dat het rugleuningdeel (15) is voorzien van een met het hellingsmechamsme (29) samenwerkende eindaanslag (35).
17. Zit-Aigmeubel volgens één der conclusies 13 tot en met 16, met het kenmerk, dat het hellingsmechanisme (29) is voorzien van een met de I drager (27) samenwerkende eindaanslag (37).
18. Zit-Aigmeubel volgens één der voorgaande conclusies, met het 10 kenmerk, dat een voor oriëntatieverstelling van het rugleuningdeel (15) aangebracht oriëntatiemechanisme (31) ten minste een scharnierstang (39) I omvat, die nabij zijn ene einde aan het onderstel (11), bij voorkeur een aan I het onderstel bevestigd rugleuningsegment (25), ie verbonden en nabij zijn I andere einde het rugleuningdeel (15) hellingsverstelbaar draagt. I 15
19. Zit-Aigmeubel volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het I oriëntatiemechanisme (31) ten minste een in de vorm van een liggende T I uitgevoerde stelarm (39) bevat, waarbij de dwarsstang (41) van de T I beweegbaar aan het onderstel (11), bij voorkeur aan een aan het onderstel 20 bevestigd rugleuningsegment (25), is bevestigd en het rugleuningdeel (15) I aan het vrije einde van de schacht (43) van de T is bevestigd.
20. Zit-Aigmeubel volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de I stelarm (39) om een parallel aan de dwarsstang (41) van de T verlopende as 25 (17a, 17c) ten opzichte van het onderstel (11), bij voorkeur een aan het I onderstel bevestigd rugleuningsegment (25), verzwenkbaar is, waarbij de I zwenkas (17a, 17c) bij voorkeur met de middenas van de dwarsstang (41) I van de T samenvalt. I 1027139
21. Zit-/ligmeubel volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat de dwarsstang (41) van de T althans bij benadering loodrecht op een zit-/ligvlak (23) verloopt.
22. Zit-/ligmeubel volgens één der conclusies 19 tot en met 21, met het kenmerk, dat de schacht (43) van de T althans bij benadering parallel aan of onder een geringe hoek met een zit-/ligvlak (23) verloopt.
23. Zit-/ligmeubel volgens één der conclusies 18 tot en met 22, met het 10 kenmerk, dat het oriëntatiemechanisme (31) zoals een vierstangenmechanisme is uitgevoerd en in het bijzonder twee telkens in de vorm van en liggende T uitgevoerde stangen (39) bevat.
24. Bankstel of meubelset met ten minste een onderstel en ten minste 15 een rugleuning alsook met ten minste een ziWligmeubel volgens een van de voorgaande conclusies.
25. Bankstel of meubelset volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat het zit-/ligmeubel als hoekelement of afsluitend zijelement uitgevoerd is. 20 1027139
NL1027139A 2003-09-30 2004-09-29 Zit-ligmeubel. NL1027139C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE20315108 2003-09-30
DE20315108U DE20315108U1 (de) 2003-09-30 2003-09-30 Sitz-/Liegemöbel

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1027139A1 NL1027139A1 (nl) 2005-03-31
NL1027139C2 true NL1027139C2 (nl) 2005-08-08

Family

ID=29796872

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1027139A NL1027139C2 (nl) 2003-09-30 2004-09-29 Zit-ligmeubel.

Country Status (4)

Country Link
AT (1) AT7598U1 (nl)
CH (1) CH697176B8 (nl)
DE (1) DE20315108U1 (nl)
NL (1) NL1027139C2 (nl)

Also Published As

Publication number Publication date
DE20315108U1 (de) 2003-12-18
NL1027139A1 (nl) 2005-03-31
CH697176A5 (de) 2008-06-25
AT7598U1 (de) 2005-06-27
CH697176B8 (de) 2008-09-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN107692607B (zh) 椅座装置
CA1320676C (en) Chair with adjustment feature
JP2715278B2 (ja) 椅 子
CA2412875C (en) Ergonomic office chair with an extending foot
CA2544386C (en) Adjustable reclining chair
US5570926A (en) Collapsible easychair
US8061766B2 (en) Foldable chair
US6364409B1 (en) Folding chair
US5082324A (en) Foldable reclining chair
US20030151288A1 (en) Adjustable chair
NL8701988A (nl) Bed- en/of stoelmeubel.
CA2941579C (en) Stand-up wheelchair
KR20250034170A (ko) 이동식 좌석 유닛을 위한 기계적 확장 장치 및 좌석 유닛
NL9001053A (nl) Biomechanische zit-ligondersteuning.
WO2022000968A1 (zh) 多功能休闲椅框架结构及其支撑就坐方法
NL8103039A (nl) Basisgestel voor een stoel, leunstoel of dergelijke.
US20180185215A1 (en) Tilt-in-space wheelchair with dynamic tilt range
US5673967A (en) Apparatus for interconnecting a leg rest and wheelchair
JPH07301015A (ja) 収納式椅子
WO2013104150A1 (zh) 坐卧式家具的家具底架
JPH1066629A (ja) 可動椅子
US20050194823A1 (en) Flexible chair with post base
EP0917434B1 (en) Pantographic support control mechanism
PL242877B1 (pl) Krzesło dwufunkcyjne do siedzenia i klękosiadu
EP3417741B1 (en) A unit for the change of backrest and footrest position of a leisure furniture

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 20050603

PD2B A search report has been drawn up
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20181001