NL1035497C2 - Omkeermachine voor hopen. - Google Patents

Omkeermachine voor hopen. Download PDF

Info

Publication number
NL1035497C2
NL1035497C2 NL1035497A NL1035497A NL1035497C2 NL 1035497 C2 NL1035497 C2 NL 1035497C2 NL 1035497 A NL1035497 A NL 1035497A NL 1035497 A NL1035497 A NL 1035497A NL 1035497 C2 NL1035497 C2 NL 1035497C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
rotation
reversing
spreading
machine
axis
Prior art date
Application number
NL1035497A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1035497A1 (nl
Inventor
Rik Depoortere
Original Assignee
Depoortere N V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=38955187&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL1035497(C2) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Depoortere N V filed Critical Depoortere N V
Publication of NL1035497A1 publication Critical patent/NL1035497A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1035497C2 publication Critical patent/NL1035497C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D45/00Harvesting of standing crops
    • A01D45/06Harvesting of standing crops of flax or similar fibrous plants
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D84/00Haymakers not provided for in a single one of groups A01D76/00 - A01D82/00

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Botany (AREA)
  • Structure Of Belt Conveyors (AREA)
  • Harvester Elements (AREA)
  • Protection Of Plants (AREA)

Description

¥
Omkeermachine voor hopen
Onderhavige uitvinding heeft betrekking op het omkeren van plantaardige stengels, in het bijzonder van linnen, die in 5 de vorm van hopen op het veld blijven liggen na het uittrekken. Meer bepaald betreft het een omkeermachine, aangedreven of zelftrekkend.
Linnen is een vezelplant. Om de extractie van de vezels te 10 vergemakkelijken met het oog op hun gebruik in de textielindustrie in het bijzonder, ondergaan de linnen stengels een rotingbewerking. Voor deze bewerking moeten tijdens het oogsten van het linnen, na het uittrekken van de stengels, deze laatste als hopen op de grond worden 15 gelegd, waarbij zij een doorlopende laag van stengels vormen die onderling parallel liggen en loodrecht op de rijrichting van de uittrekmachine zijn uitgelijnd. De hoop blijft voldoende lang op het veld liggen opdat de micro-organismen die in de bodem aanwezig zijn het 20 pectinebindmiddel dat de vezels onderling samenhoudt biologisch zouden kunnen afbreken. Wanneer de afbraak voldoende ver gevorderd is, wordt het linnen vergaard om te worden gezwingeld; het ondergaat m.a.w. een behandeling op een industriële site voor de extractie van de vezels en hun 25 reiniging met het oog op het gebruik ervan in de textielindustrie.
De biologische degradatie hangt af van de vochtigheidsomstandigheden en het aantal uren zonneschijn 30 waaraan de stengels worden blootgesteld. Uiteraard kunnen deze omstandigheden variëren naar gelang het gedeelte van 1035497 2 de stengel naar de bodem of naar de lucht gekeerd is. Daarom vindt tijdens het roten een bewerking plaats waarbij de hoop op het veld wordt omgekeerd.
5 Deze zogenaamde omkeerbewerking wordt uitgevoerd met een machine, zelftrekkend of aangedreven, die vergaarmiddelen omvat die de hoop als een doorlopende laag van de grond kunnen oplichten, omkeermiddelen die de vergaarde laag kunnen omkeren en uitspreidmiddelen die de aldus omgekeerde 10 laag over de grond kunnen uitspreiden.
Een dergelijke machine wordt bijvoorbeeld beschreven in document FR.2.484.768. In dit document omvatten de vergaarmiddelen een inrichting, doorgaans pick-up genoemd, 15 die een soort van cilinder is, uitgerust met intrekbare metalen vingers die in een uitgaande positie staan, naar de bodem gericht, om de stengels te vergaren, en vervolgens bij de volgende halve draai in een ingetrokken positie staan om de aldus vergaarde stengels te doen oppikken, nog 20 steeds als een laag, door de omkeermiddelen. Can de stengels goed van de grond te laten loskomen en ze goed te kunnen vergaren, draait de pick-up in tegengestelde zin van de wielen van de machine en ongeveer 25% sneller dan deze laatste. Er bestaan ook nog andere vergaarmiddelen dan de 25 pick-up, bijvoorbeeld zoals beschreven in document FR.2.864.425.
De omkeermiddelen omvatten doorgaans een gekruiste riem met pikhamers, waarbij de kruising van deze riem het mogelijk 30 maakt de hoop een halve spiraal te doen beschrijven waardoor de hoop zodanig wordt omgekeerd dat de stengels 3 die eerst bovenop de hoop lagen nu onderaan liggen en omgekeerd- Deze riem met pikhamers is tussen een voorste cilinder en een achterste cilinder opgespannen, waarbij de cilinder aan de pick-up kan worden gekoppeld zoals 5 beschreven in document FR.2.484.768 of meer algemeen aan de vergaarmiddelen zoals in document FR.2.653.295. De voorste cilinder kan echter ook los staan van de vergaarmiddelen zoals in document FR.2-864.425.
10 De uitspreidmiddelen omvatten doorgaans een stel van twee parallelle riemen met pikhamers die ervoor zorgen dat de omgekeerde hoop van de omkeermiddelen wordt gehaald en op de bodem wordt overgebracht- Tijdens deze overbrenging wordt de hoop ondersteund door geleidemiddelen, 15 bijvoorbeeld een plaat in document FR.2.653.295, waarbij de stengels worden aangedreven door de pikhamers die door de zij riemen worden gedragen en die in de hoop dringen in de richting van de koppen en de voeten van de stengels, waardoor de hoop optimaal op de bodem wordt uitgespreid.
20
Wanneer de machine niet in werking is maar zich meer bepaald over de weg moet verplaatsen, moeten de vergaarmiddelen noodzakelijkerwijze boven de grond opgetrokken worden. Bij de bekende machines gebeurt dit 25 optrekken door de vergaarmiddelen en de omkeermiddelen te draaien, waarbij een horizontale draaias die dit optrekken mogelijk maakt zich in een zone dichtbij de achterste cilinder bevindt waarop de gekruiste riem is gespannen; deze cilinder is doorgaans coaxiaal met de cilinders waarop 30 de twee zij riemen van de uitspreidmiddelen gespannen zijn.
4
De eerste doelstelling van onderhavige uitvinding bestaat eruit een machine aan te reiken zoals hiervoor beschreven waarvan de oplichttechniek verschilt van de bekende techniek.
5
Het betreft een machine, zelftrekkend of aangedreven, voor het omkeren van ten minste één hoop, van het type dat omvat: a) vergaarmiddelen, die de hoop van de bodem kunnen 10 oplichten in de vorm van een doorlopende laag, b) omkeermiddelen die de vergaarde laag kunnen omkeren, en c) uitspreidmiddelen die de omgekeerde laag over de bodem kunnen uitspreiden, waarbij alle handelingen doorlopend worden uitgevoerd tijdens de voortgang van de machine.
15
Op kenmerkende wijze vormen de vergaarmiddelen, de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen een geheel uit één stuk volgens onderhavige uitvinding. Bovendien omvat de machine eerste draaimiddelen van het voornoemde geheel die 20 een horizontale as volgen, in het bijzonder voor het oplichten ervan in de niet-actieve stand en om het bodemreliëf te volgen in actieve stand.
In tegenstelling tot bij de hiervoor aangehaalde bekende 25 techniek zijn de uitspreidmiddelen dus niet vast maar worden ze aan het draaien gebracht, rond een horizontale as, samen met de vergaarmiddelen en de omkeermiddelen, waarbij al deze middelen een samenhangend, onvervormbaar geheel vormen.
Het omkeren van de hopen kan worden uitgevoerd met een 30 5 machine die één hoop per keer omkeert.
Om de tijd in te korten die nodig is om de hopen om te keren, werden er machines voorgesteld die twee hopen 5 tegelijk kunnen omkeren. Een dergelijke machine, zoals bijvoorbeeld beschreven wordt in document FR.2.653.295, bevat aan weerszijden van het middenvlak, met een tussenruimte die overeenstemt met de tussenafstand tussen twee hopen op het veld, twee inrichtingen die telkens de 10 opeenvolgende vergaarmiddelen, omkeemiddelen en uitspreidmiddelen omvatten zoals hiervoor beschreven. Deze twee inrichtingen staan los van elkaar. Het gebruik van dit soort machines gaat gepaard met een specifieke moeilijkheid in die zin dat twee aangrenzende hopen op een veld niet 15 altijd precies parallel liggen, zodanig dat hun tussenafstand niet altijd gelijk is. Om dit probleem te omzeilen werd de machine zo ingericht dat een van de twee omkeerinrichtingen zijdeling kan worden verplaatst door de bestuurder terwijl de andere vast blijft. De bestuurder 20 blokkeert de verplaatsing van de machine in de richting van een eerste hoop die werd omgekeerd door de vaste omkeerinrichting en bestuurt de zijdelingse verplaatsing van de tweede inrichting volgens de positionering van de tweede hoop. Deze zijdelingse verplaatsing van de tweede 25 inrichting wordt verkregen door middel van een hoekverdraaiing volgens een verticale as van de vergaarmiddelen en de omkeermiddelen. Op een bekende wijze bevindt deze verticale draaias zich doorgaans ter hoogte van het punt waarop de hoop wordt doorgegeven tussen de 30 omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen, in het bijzonder ter hoogte van de doorgang tussen de gekruiste omkeerriem 6 en de achterste uitspreidriemen. Zo blijven de uitspreidmiddelen vast, opdat ze niet zouden terugslaan op het moment waarop men de hoop op de grond begint uit te spreiden.
5
Volgens een andere doelstelling van de uitvinding wordt een machine aangereikt, zelftrekkend of aangedreven, voor het omkeren van twee hopen die twee inrichtingen omvat met vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen, 10 waarbij de ene vast is en de andere in een hoek en zijdelings verplaatst kan worden. Op kenmerkende wijze vormt elke inrichting een samenhangend geheel. Bovendien omvat de machine eerste draaimiddelen voor de twee voornoemde gehelen volgens een horizontale as, in het 15 bijzonder voor het oplichten ervan in niet-actieve stand en om het bodemreliëf te volgen in actieve stand. Tot slot omvat het tweede geheel tweede draaimiddelen voor het geheel volgens een verticale as waarmee de vergaarmiddelen van de tweede hoop kunnen worden ingesteld volgens de 20 ligging van de hoop op de bodem ten opzichte van de eerste hoop, waarbij voornoemd tweede geheel eventueel zijdelings verplaatst kan worden om de tussenafstand tussen de uitspreidmiddelen van het tweede geheel en het eerste geheel te regelen, waardoor de tussenafstand tussen de 25 eerste en tweede hopen kan worden gedefinieerd tijdens de uitspreiding ervan.
Bij voorkeur zijn de draaiassen van de eerste en tweede draaimiddelen achteraan in de machine geplaatst, overwegend 30 op het niveau van de uitgang van de uitspreidmiddelen, of ook nog overwegend ter hoogte van de uitgang van de 7 uitspreidmiddelen en lichtjes naar voor hellend ten aanzien van deze laatste in een verticaal vlak dat vlakbij de uitgang van de uitspreidmiddelen loopt.
5 Volgens een uitvoeringsvariante, voor een machine die een of twee van de hiervoor aangehaalde gehelen omvat, waarbij de uitspreidmiddelen een of bij voorkeur twee parallelle riemen met pikhamers omvatten, aangespannen tussen de voorste en achterste wielen die roterend worden 10 aangedreven, bevindt de horizontale rotatieas van de eerste draaimiddelen zich in een verticaal vlak dat over de as van het of de achterste wielen van de uitspreidmiddelen loopt.
Bij voorkeur valt de horizontale rotatieas van voornoemde 15 eerste draaimiddelen in dit geval grotendeels samen met de as van het of de achterwielen van de uitspreidmiddelen.
Het voordeel van deze bijzondere voorzieningen schuilt in het feit dat de draaibewegingen die noodzakelijk zijn voor 20 het oplichten van de twee gehelen geen relatieve beweging veroorzaken van de achterwielen van de uitspreidmiddelen.
Volgens een tweede uitvoeringsvariante, voor een machine die een of twee van de hiervoor aangehaalde gehelen omvat, 25 waarbij de uitspreidmiddelen een of bij voorkeur twee parallelle riemen met pikhamers omvatten, aangespannen tussen de voorste en achterste wielen die draaiend worden aangedreven, bevindt de horizontale rotatieas van de eerste draaimiddelen zich ter hoogte van de as van het of de 30 achterste wielen van de uitspreidmiddelen, en naar voor verschoven ten aanzien van de as van het of de achterste 8 wielen, bij voorkeur in het snijpunt van een verticaal vlak en een horizontaal vlak dat dichtbij de as van het of de achterste wielen van de uitspreidmiddelen loopt. Volgens deze specifieke opstelling beperken de draaibewegingen die 5 vereist zijn om de twee gehelen te doen oplichten de relatieve bewegingen van de achterwielen van de uitspreidmiddelen aanzienlijk. Het voordeel van deze specifieke opstellingen schuilt in het feit dat het mogelijk wordt, in het geval van een storing in de machine, 10 de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen te doen scharnieren op voornoemde gehelen, waardoor voornoemde uitspreidmiddelen kunnen draaien, waardoor meer bepaald toegang wordt verkregen tot de omgekeerde linnen stengels in het geval van een verstopping van de machine ter hoogte 15 van de uitspreidmiddelen, wat tot onderbrekingen kan leiden in de laag met hopen.
Volgens een uitvoeringsvariante van een machine die een eerste vast geheel omvat en een tweede geheel dat in een 20 hoek of zijdelings verplaatst kan worden ten aanzien van het eerste geheel, waarbij de uitspreidmiddelen twee parallelle riemen met pikhamers omvatten die zijn aangespannen tussen de voorste en achterste roterend aangedreven wielen, is de verticale rotatieas van de tweede 25 draaimiddelen van het verplaatsbare geheel in het midden tussen de twee riemen van de uitspreidmiddelen geplaatst ter hoogte van de horizontale rotatieas van de eerste draaimiddelen, De draaibewegingen die vereist zijn voor de zijdelingse verplaatsing van het tweede geheel leiden 30 hierdoor slechts tot zeer beperkte bewegingen van de achterwielen die de riemen van de uitspreidmiddelen 9 ondersteunen.
Volgens een uitvoeringsvariante worden de vergaarmiddelen, de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen van een bepaald 5 geheel door een enkel aandrijfmiddel aangedreven.
Onderhavige uitvinding zal beter begrepen worden bij het lezen van de hierna volgende beschrijving van een voorkeurdragend voorbeeld van een uitvoeringswerkwijze van 10 een machine voor het omkeren van hopen, geïllustreerd aan de hand van bijgevoegde tekening, waarin: figuren 1 tot 4 schematische voorstellingen zijn van een machine volgens de bestaande stand van de 15 techniek, waarbij figuur 1 een machine in bovenaanzicht weergeeft waarvan de omkeermiddelen zijdelings vast bevestigd zijn; figuren 2 en 3 een zijaanzicht zijn van de machine met de omkeermiddelen in actieve stand (figuur 2) en in 20 opgelichte stand (figuur 3), en figuur 4 een machine weergeeft waarvan de omkeermiddelen zijdelings verplaatsbaar zijn;
Figuren 5 tot 11 z schematische voorstellingen zijn van een machine volgens onderhavige uitvinding, 25 waarbij figuur 5 een eerste geheel weergeeft met vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen die vast bevestigd zijn, zonder enige mogelijkheid om zich zijdelings of in een hoek te verplaatsen;
Figuren 6 en 7 het eerste geheel van figuur 5 30 weergeven in normale werkstand (figuur 6) en in opgelichte stand (figuur 7), volgens een eerste 10 ontwerpwijze van de horizontale rotatieas; figuur 8 een tweede geheel weergeeft met vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen die in een hoek en zijdelings verplaatst kunnen worden 5 ten aanzien van het eerste geheel volgens de eerste ontwerpwijze van de horizontale rotatieas zoals weergegeven in figuren 6 en 7, figuren 9 en 10 het eerste geheel van figuur 5 weergeven in normale werkstand (figuur 9) en in 10 opgelichte stand (figuur 10) volgens een tweede ontwerpwijze van de horizontale rotatieas, figuur 11 een tweede geheel weergeeft met vergaarmiddelen, omkeermiddel en uitspreidmiddelen die in een hoek en zijdelings verplaatst kunnen worden ten 15 aanzien van het eerste geheel volgens de tweede ontwerpwijze van de horizontale rotatieas zoals weergegeven in figuren 9 en 10, en figuur 12 een voorstelling is van de verbinding tussen een tweede geheel, zoals weergegeven in figuur 11, en 20 de machine.
Ter vereenvoudiging zal de zelftrekkende of aangedreven machine voor het omkeren van hopen hierna de omkeermachine genoemd worden.
25
Verwijzend naar figuren 1 tot 4 omvat een omkeermachine 1 met een bekende structuur achtereenvolgens, van voor naar achter, vergaarmiddelen 2 die de doorlopende laag 4 stengels die de hoop vormt van de bodem 3 oplichten, 30 omkeermiddelen 5 die voornoemde laag 4 kunnen omkeren en uitspreidmiddelen 6 die de aldus omgekeerde laag 4' over de 11 bodem 3 kunnen uitspreiden.
In het weergegeven voorbeeld omvatten de vergaarmiddelen 2 een pick-up 7 die is uitgerust met intrekbare metalen 5 vingers 8. De pick-up 7 draait op zich in de richting van de pijl F, in de tegengestelde zin van de wielen van de omkeermachine, zodanig dat de metalen vingers 8, wanneer ze in contact komen met de laag 4, deze oplichten en al draaiend naar het oppervlak daarvan brengen, zoals 10 duidelijk te zien is in figuur 2. De pick-up 7 wordt voorafgegaan door een wiel 9 dat zich, wanneer de omkeermachine 1 voortbeweegt, tegen het buitenoppervlak van de laag 4 drukt. Dankzij dit wiel 9 kan de tussenafstand tussen de pick-up 7 en de laag 4 constant blijven, ongeacht 15 de onregelmatigheden in de bodem.
In het weergegeven voorbeeld zijn de omkeermiddelen 5 gevormd uit een riem 10 die is uitgerust met pikhamers 11, gespannen tussen een voorste cilinder 12 en een achterste 20 cilinder 13. De voorste cilinder 12 werkt zodanig samen met de pick-up 7 dat de laag 4 die door de vingers 8 van de pick-up 7 wordt opgetild, door de pikhamers 11 wordt voortbewogen op de riem 10. Deze riem 10 is zodanig gekruist tussen de voorste cilinder 12 en de achterste 25 cilinder 13 dat de laag 4 een halve spiraal beschrijft tussen de twee cilinders 12, 13. Zodoende komen de stengels die aanvankelijk bovenop de laag 4 op de bodem 3 lagen nu onderaan te liggen na het omdraaien, en vice versa. Uiteraard omvatten de omkeermiddelen 5 mechanische 30 elementen, niet weergegeven, zoals bijvoorbeeld rondijzers, om de laag 4 te ondersteunen tijdens haar terugkeer, 12 wanneer zij zelf niet langer ondersteund wordt door de riem 10.
De uitspreidmiddelen 6 omvatten een set van twee parallelle 5 riemen 14, 14' die zijn uitgerust met pikhamers 15. Elke riem 14, 14' wordt aangespannen gemonteerd tussen een voorste cilinder of rol 16, 16' en een achterste cilinder of rol 17, 17’, waarbij deze laatste cilinder dicht bij de bodem 3 wordt geplaatst opdat de omgekeerde laag 4', 10 aangedreven door de pikhamers 15 die in voornoemde laag naar de kop en voet van de stengels dringen, zo dicht mogelijk bij de bodem wordt uitgespreid om storingen te vermijden. Uiteraard omvatten de uitspreidmiddelen eveneens een mechanisch element, in het bijzonder rondijzers, dat de 15 omgekeerde laag 4' kan ondersteunen tijdens haar overbrenging van de voorste cilinders 16, 16' naar de achterste cilinders 17, 17'.
De voorste cilinders 16,16' van de uitspreidmiddelen zijn 20 aan beide kanten van de achterste cilinder 13 van de omkeermiddelen geplaatst. In het weergegeven voorbeeld zijn de achterste cilinder 13 waarop de gekruiste riem 10 is gespannen en de twee voorste cilinders 16, 16' voor het uitspreiden op het chassis van de omkeermachine 1 25 gemonteerd, volgens uitgelijnde dwarsassen, wanneer de vergaarmiddelen en omkeermiddelen zich in een actieve werkstand bevinden zoals weergegeven in figuur 2.
Wanneer de omkeermachine zich niet langer in een actieve 30 stand bevindt, in het bijzonder wanneer zij zich over de weg moet verplaatsen, worden de vergaarmiddelen 2 met » 13 inbegrip van het wiel 9 boven de bodem 3 opgelicht. Dat kan door de vergaarmiddelen 2 en de omkeermiddelen 5 te doen draaien volgens een horizontale as 18 die zich in een zone dicht bij de achterste cilinder 13 voor het omkeren 5 bevindt. In het weergegeven voorbeeld betreft het de dwarsas 18 voor het draaien van voornoemde cilinder 13.
In figuur 3 is de niet-actieve stand weergegeven waarin, na het voornoemde draaien, de vergaarmiddelen 2 opgelicht zijn 10 en zich op een hoogte boven het bodemoppervlak 3 bevinden.
In figuren 2 en 3 zijn de vlakken weergegeven die door de rotatieassen van de voorste cilinders 12 en achterste cilinders 13 van de omkeermiddelen 5 gaan, respectievelijk 15 PO wanneer de omkeermachine 1 in een actieve werkstand staat en PI wanneer de omkeermachine 1 in een niet-actieve stand staat, na het draaien van de vergaarmiddelen 2 en de omkeermiddelen 5 rond de as 18 van een hoek a.
20 Tijdens de overgang van de actieve werkstand naar de niet-actieve stand van de omkeermachine 1, treedt er geen enkele wijziging op in de positionering of richting van de uitspreidmiddelen, aangezien deze onafhankelijk zijn van de omkeermiddelen 5 en de vergaarmiddelen 2.
25
Het is in tegendeel juist een kenmerk van onderhavige uitvinding dat de vergaarmiddelen, de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen een coherent geheel vormen, waarbij zij op dezelfde plaats en in dezelfde richting tegenover elkaar 30 staan, ongeacht of zij zich in een actieve werkstand dan wel in een niet-actieve stand bevinden.
14
De omkeermachine 20 volgens de uitvinding omvat, zoals hiervoor beschreven: vergaarmiddelen 21, met een pick-up 23 die is uitgerust 5 met inklapbare metalen tanden 24, evenals een voorwiel 22, omkeermiddelen 25 met een gekruiste riem 26 die is uitgerust met pikhamers 27, aangespannen tussen een voorste cilinder 28 en een achterste cilinder 29, en - uitspreidmiddelen 30 met twee zijriemen 31, 31' die zijn 10 uitgerust met pikhamers 32, waarbij voornoemde riemen 31, 31* aangespannen zijn tussen voorste cilinders 33, 33’ en achterste cilinders 34, 34'.
Volgens onderhavige uitvinding vormen de drie hiervoor 15 aangehaalde vergaarmiddelen 21, omkeermiddelen 25 en uitspreidmiddelen 30 een coherent geheel uit één stuk.
De overgang van de actieve werkstand van de omkeermachine 25 (figuur 6) naar de niet-actieve stand (figuur 7) wordt 20 verkregen door voornoemd geheel 35 rond een horizontale rotatieas 36 te doen draaien, waarbij deze as 36 in het weergegeven voorbeeld samenvalt met de rotatieas van de twee achterste cilinders 34, 34' van de uitspreidmiddelen 30.
25
In figuren 6 en 7 zijn de vlakken weergegeven die door de rotatieas 37 van de voorste cilinder 28 van de omkeermiddelen 25 gaan en de draaias 36 die overeenstemt met de rotatieassen van de achterste cilinders 34, 34' van 30 de uitspreidmiddelen 30, respectievelijk vlak P2 in de actieve werkstand (figuur 6) en vlak P3 in de niet-actieve 15 stand (figuur 7), na het omhoog draaien van een hoek β. Het volledige geheel 35 ondergaat deze draaiing van een hoek β, met inbegrip van de uitspreidmiddelen 30.
5 We merken op dat de horizontale draaias, voor de oplichtbeweging van het geheel 35, zich in een zone bevindt dicht bij de plaats waar de omgekeerde laag 4' op de bodem wordt gelegd. Bij voorkeur, zoals hiervoor aangehaald, valt deze draaias 36 samen met de rotatieas van de achterste 10 cilinders 34, 34' waarop de zijriemen 31, 31’ voor het uitspreiden zijn aangespannen, zodanig dat er geen relatieve beweging is van de achterste cilinders 34, 34' tijdens het oplichten. Volgens onderhavige uitvinding is dat evenwel niet uitgesloten.
15
In het voorgaande hebben we ons toegelegd op de beschrijving van de vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen van een omkeermachine die één hoop per keer omkeert.
20
Volgens de huidige trend wordt echter een omkeermachine voor twee hopen voorgesteld, met andere woorden die twee hopen in één doorgang kan omkeren. Zo is de omkeermachine uitgerust met twee inrichtingen zoals hiervoor beschreven, 25 die elk vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen omvatten. Om er rekening mee te houden dat de twee hopen die tegelijk bewerkt worden, niet altijd precies parallel ten opzichte van elkaar liggen, is de omkeermachine eveneens uitgerust met middelen om de 30 inrichtingen zijdelings en in een hoek te verplaatsen ten opzichte van elkaar.
« 16
Figuur 4 geeft, voor een omkeermachine 1 met een bekende structuur, een inrichting met vergaarmiddelen, omkeermiddelen en uitspreidmiddelen weer die is uitgerust 5 met zijdelingse verplaatsingsmiddelen.
In vergelijking met de vaste inrichting van figuur 1 onderscheidt deze zijdelings verplaatsbare inrichting zich door de volgende verschillen.
10
De vergaarmiddelen 2 en omkeermiddelen 5 zijn draaiend ten opzichte van een verticale rotatieas 40 gemonteerd die grotendeels in het midden van de rotatieas van de achterste cilinder 13 van de omkeermiddelen 5 gelegen is.
15
In figuur 4 zijn de uiterste posities van de vlakken P4 en P5 weergegeven die door deze draaias 40 en door het midden van de rotatieas van de voorste cilinder 12 gaan, waarbij het maximale zijdelingse verplaatsingsvermogen van een hoek 20 Y wordt aangetoond. De bestuurder van de omkeermachine 1 kan dus de positionering van het voorwiel en van de vergaarmiddelen bijstellen volgens de variatie in de tussenafstand tussen de twee hopen. De gekruiste riem 10 wordt aangedreven door een eerste motor 41, terwijl de twee 25 achterste riemen 14, 14' voor het uitspreiden worden aangedreven door een tweede motor 42. In het weergegeven voorbeeld zijn de twee achterste riemen 14, 14' op één enkele achterste cilinder 17 gemonteerd die wordt aangedreven door voornoemde tweede motor 42.
Los van het gegeven dat het nodig is twee motors 41, 42 in 30 r 17 te zetten, respectievelijk voor de aandrijving van de vergaarmiddelen en van de omkeermiddelen voor de eerste en van de uitspreidmiddelen voor de tweede, moeten beide motoren 41, 42 perfect gesynchroniseerd zijn met de 5 voortgang om risico' s op variaties in de dikte van de laag te vermijden tijdens de overgang van deze laag van de omkeermiddelen naar de uitspreidmiddelen.
Bovendien, zoals duidelijk wordt aan de hand van figuur 4, 10 wanneer de omkeermiddelen in een hoek rond de as 40 pivoteren, voltrekt zich op dezelfde wijze een hoekverplaatsing van de stengels van de laag wanneer deze door de riemen 14, 14’ van de uitspreidmiddelen wordt opgenomen. Daardoor kunnen de stengels zich plaatselijk 15 ophopen aan een van de riemen 14, 14' in de overgangszone tussen de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen - een ophoping die een onoverkomelijk obstakel kan vormen.
Al deze nadelen worden verholpen dankzij de implementatie 20 van onderhavige uitvinding. Zoals weergegeven in figuur 8 wordt het geheel uit één stuk 35, bestaande uit de vergaarmiddelen 21, de omkeermiddelen 25 en de uitspreidmiddelen 30, draaiend ten opzichte van een verticale as 43 gemonteerd die zich achterin de 25 omkeermachine 20 bevindt, doorgaans ter plaatse van de uitgang van de uitspreidmiddelen 30, om de beoogde zijdelingse verplaatsing te bekomen.
In het weergegeven voorbeeld van figuur 8 is deze draaias 30 4 3 in het midden tussen de twee riemen 31, 31' van de uitspreidmiddelen geplaatst, ter hoogte van de rotatieas 18 van de achterste cilinders 34, 34'.
Deze draaias 43 gaat door het middenvlak van de voorste cilinders 28 en achterste cilinders 29 van de 5 omkeermiddelen 25.
In figuur 8 zijn de middenvlakken P6 en P7 in kwestie weergegeven, in hun uiterste positie tijdens de hoekverdraaiing δ van het geheel 35 ten aanzien van de 10 verticale as 43,
We merken op dat, doordat de verticale draaias 43 zich achteraan in de omkeermachine bevindt, de hoek δ die vereist is om een bepaalde tussenafstand te verkrijgen voor 15 de vergaarmiddelen 21 kleiner is dan de hoek γ die nodig was geweest in een omkeermachine volgens een bekende structuur zoals weergegeven in figuur 4.
De gekruiste riem 26 en de twee achterste riemen 31, 31' 20 kunnen overigens door dezelfde motor 44 worden aangedreven, voor zover de achterste cilinders 29 van de omkeermiddelen 25 en de voorste cilinders 33, 33' van de uitspreidmiddelen 30 op dezelfde rotatiespil kunnen worden gemonteerd, zoals het geval is wanneer de inrichting met de vergaarmiddelen, 25 de omkeermiddelen en de uitspreidmiddelen vast is.
In figuren 9 tot 11 is een ontwerpvariant van de omkeermachine volgens onderhavige uitvinding weergegeven. Deze omkeermachine 45 omvat middelen die vergelijkbaar zijn 30 met de hiervoor beschreven middelen, met name: - vergaarmiddelen 46 met een pick-up 47 die is uitgerust 19 met inklapbare metalen tanden 48, evenals een voorwiel 49, - omkeermiddelen 50 met een gekruiste riem 51 die is uitgerust met pikhamers 52, aangespannen tussen een voorste cilinder 53 en een achterste cilinder 54, en 5 - uitspreidmiddelen 55 met twee parallelle zij riemen 56, 56', uitgerust met pikhamers 57, die tussen de voorste cilinders 58, 58' en de achterste cilinders 59, 59' gespannen zijn.
10 Volgens onderhavige uitvinding vormen de drie hiervoor aangehaalde vergaarmiddelen 46, omkeermiddelen 50 en uitspreidmiddelen 55 een coherent geheel 60 uit één stuk.
De overgang van de actieve werkstand van de omkeermachine 15 45 (figuur 9) naar de niet-actieve stand (figuur 10) wordt verkregen dankzij een draaiing van het geheel 60 rond een horizontale draaias 61. Deze draaias 61 bevindt zich doorgaans in het snijpunt van een verticaal vlak P8 met een horizontaal vlak P9 dat dichtbij de rotatieas 63 van de 20 achterste cilinders 59, 59' van de uitspreidmiddelen 55 loopt. Deze horizontale draaias 61 ligt dus achterin de machine 45, doorgaans ter hoogte van de uitgang van de uitspreidmiddelen 55 en naar voor verschoven ten opzichte van deze laatste. Deze draaias 61 is parallel aan de 25 rotatieas 63 van de achterste cilinders 59, 59' van de uitspreidmiddelen 55.
In figuren 9 en 10 zijn de vlakken weergegeven die door de rotatieas 64 van de voorste cilinder 53 van de 30 omkeermiddelen 50 gaan en de rotatieas 63 van de twee achterste cilinders 59, 59' van de uitspreidmiddelen 55, 20 respectievelijk het vlak P10 in actieve werkstand (figuur 9), volgens hetwelk vlak P10 min of meer samenvalt met het horizontaal vlak P9 naar gelang de oneffenheden in de bodem, en het vlak Pil in niet-actieve stand (figuur 10) na 5 het omhoog draaien van een hoek Θ rond een as 61- Het geheel 60 ondergaat aldus deze hoekverdraaiing Θ ten aanzien van de as 61, met inbegrip van de uitspreidmiddelen 55.
10 Volgens dit ontwerp ondergaan de achterste cilinders 59, 59' een relatieve beweging naar onder tijdens het oplichten van de vergaarmiddelen 46; de positionering van de draaias 61 in een zone dichtbij de uitgang van de uitspreidmiddelen 55, waar de omgekeerde laag 4' op de bodem wordt gelegd, 15 beperkt evenwel deze relatieve beweging naar onder. Deze relatieve beweging naar onder heeft dus geen enkele weerslag tijdens het verplaatsen van de machine over de weg.
20 De omkeermachine 45 is bij voorkeur uitgerust met twee gehelen 60 zoals hiervoor beschreven die twee hopen kunnen omkeren tijdens eenzelfde doorgang van de machine. Zoals weergegeven in figuur 11 is het geheel 60 draaiend ten opzichte van een verticale as 65 gemonteerd, gedefinieerd 25 door de intersectie van het verticale vlak P8 dat door de horizontale as 61 gaat, met andere woorden dichtbij de rotatieas 63 van de achterste cilinders 59, 59' van de uitspreidmiddelen 55, en van het middelste verticale vlak P12 tussen de twee riemen 56, 56'. Zo kan het geheel 60 dat 30 draaiend volgens de verticale as 65 gemonteerd is in een hoek ten opzichte van het tweede geheel verplaatst worden, 21 niet weergegeven in figuur 11, waarbij voornoemd geheel 60 twee uiterste posities kan bereiken die overeenstemmen met de middelste vlakken P12 en PI3 in figuur 11 tijdens een hoekverdraaiing λ van voornoemd geheel 60.
5
Net als de omkeermachine 20 volgens de uitvinding, weergegeven in figuren 6 tot 8, vereist de plaatsing van de verticale draaias 65 dichtbij het achterste van de uitspreidmiddelen 55 een draaihoek λ die grotendeels 10 identiek is aan de hoek δ teneinde een gegeven tussenafstand voor de vergaarmiddelen 46 te verkrijgen, waarbij deze hoek λ kleiner is dan de hoek γ die vereist was geweest in een omkeermachine met een bekende structuur, zoals weergegeven in figuur 4. Deze tweede ontwerpwijze 15 voor de omkeermachine 45 weergegeven in figuren 9 tot 11 biedt nog andere voordelen die hierna duidelijk zullen worden.
Volgens de ontwerpwijze weergegeven in figuren 9 tot 11 is 20 ten minste één van de twee gehelen 60 van de omkeermachine 45 schuivend volgens een horizontale as gemonteerd, die bij voorkeur samenvalt met de horizontale draaias 61 zoals weergegeven in figuur 11. Het geheel 60 dat schuivend gemonteerd is, is in het bijzonder het geheel dat in een 25 hoek kan worden verplaatst ten aanzien van het andere geheel 60. Dankzij deze schuivende montage kan het uitgeruste geheel van voornoemde montage zijdelings verschuiven ten aanzien van het andere geheel volgens de horizontale as 61. Dankzij deze schuivende montage kunnen 30 de twee gehelen 60 van de omkeermachine 45 worden samengebracht, in het bijzonder in niet-actieve modus.
22 waarmee wordt beantwoordt aan de regelgeving voor het verkeer op de weg, die een maximale breedte oplegt voor de rijdende machine. De twee gehelen 60 daarentegen, kunnen uit elkaar worden geplaatst en zo worden geregeld, in het 5 bijzonder in actieve modus, dat hun tussenruimte ideaal is afgestemd op deze van de twee aangrenzende hopen die gelijktijdig moeten worden omgekeerd door de machine. De tussenafstand tussen de twee gehelen 60 wordt daarbij vervolgens bijgesteld door middel van de hoekbijstelling 10 volgens de verticale draaias 65 afhankelijk van de variaties in de tussenafstand tussen de twee om te keren hopen.
De schuivende montage wordt bij voorkeur eveneens ingezet 15 in de ontwerpwijze van de omkeermachine 20 die in figuren 6 tot 8 geïllustreerd is. In dat geval verloopt de schuivende montage volgens een horizontale as, die bij voorkeur samenvalt met de horizontale draaias 36 van het geheel 35 dat in een hoek verplaatst kan worden volgens de verticale 20 draaias 43 ten aanzien van het tweede geheel 35. Zo kan een van de gehelen 35 in een hoek en zijdelings verplaatst worden ten aanzien van het andere geheel 35.
De gekruiste riem 51 en de twee achterste riemen 56, 56' 25 kunnen trouwens door eenzelfde motor 80 worden aangedreven, voor zover de voorste cilinders 58, 58' van de uitspreidmiddelen 55 op dezelfde rotatieas gemonteerd 2ijn als de achterste cilinder 54 van de omkeermiddelen 50. Zo worden de vergaamiddelen 46, de omkeermiddelen 50 en de 30 uitspreidmiddelen 55 door een enkele motor 80 aangedreven.
» 23
J
»
Zoals weergegeven in figuren 9 en 10 zijn de uitspreidmiddelen 55 draaiend ten aanzien van de omkeermiddelen 50 gemonteerd volgens de rotatieas 62 van de achterste cilinder 54, waarbij de draaiing naar onder van 5 de uitspreidmiddelen 55 ten aanzien van de omkeermiddelen 50 beperkt wordt in de positie geïllustreerd in figuur 9, bijvoorbeeld door middel van een stop, zodanig dat een hoekpositionering wordt gegarandeerd tussen de uitspreidmiddelen 55 en de omkeermiddelen 50, zowel in 10 actieve modus (figuur 9) als in niet-actieve modus (figuur 10) . Deze draaiing wordt enkel aangewend in het geval van een storing van de installatie; hiermee kunnen de uitspreidmiddelen 55 naar boven worden gekanteld ten aanzien van de rest van het geheel 60 dat, in normale 15 gebruiksmodus, een geheel uit één stuk vormt, waarbij het kantelen het mogelijk maakt linnen stengels los te maken wanneer de machine verstopt is, wat zou kunnen leiden tot onderbrekingen in de laag wanneer deze wordt omgekeerd en vervolgens neergelegd aan de uitgang van de 20 uitspreidmiddelen 55.
In figuur 12 is een voorbeeld weergegeven van een verbinding 67 voor de assemblage van het geheel 35, 60 op de omkeermachine 20, 45 die het gebruik mogelijk maakt van 25 de horizontale rotatieas 36, 61, de verticale as 43, 65, en de schuivende montage waarmee de zijdelingse verplaatsing van het tweede geheel 35, 60 van de omkeermachine 20, 45 kan worden gegarandeerd. Deze verbinding 67 is bruikbaar voor zowel de omkeermachine 20 geïllustreerd in figuren 6 30 tot 8 als voor de omkeermachine 45 geïllustreerd in figuren 9 tot 11. Deze verbinding 67 bestaat uit een draagkop 68 » 24 die in verbinding staat met het chassis 69 van de omkeermachine 20, 45, waarbij deze draagkop 68 een tussenliggend steunelement 70 ontvangt dat via een spilverbinding ten aanzien van voornoemde kop 68 gemonteerd 5 is volgens de verticale rotatieas 43, 65. Dit tussenliggend steunelement 70 ontvangt een spil 71 die in verbinding staat met het geheel uit één stuk 35, 60 van de omkeermachine 20, 45. De spil 71 is draaiend ten aanzien van het tussenliggend steunelement 70 gemonteerd volgens de 10 horizontale rotatieas 36, 61, waarbij voornoemde spil 71 kan schuiven ten aanzien van het tussenliggend steunelement 70 volgens deze horizontale rotatieas 36, 61 om een zijdelingse verplaatsing van het geheel 35, 60 ten aanzien van het chassis 69 mogelijk te maken. Dankzij deze 15 verbinding 67 kan de hoekverplaatsing van de spil 71 beperkt worden, en dus van het geheel 60, tijdens het draaien van het tussenliggend steunelement 70 ten aanzien van de kop 68, waardoor de twee uiterste middenvlakken P6 en P7, geïllustreerd in figuur 8, bereikt kunnen worden 20 tijdens een hoekverdraaiing ζ, of de twee uiterste middenvlakken P12 en P13, geïllustreerd in figuur 11, tijdens het draaien van een hoek λ. Daartoe wordt de spil 71 gestopt tegen de zijkanten 72, 73 van de kop 68, waardoor de hoekveerhoogte van de armen 71 beperkt wordt.
25 .1 035497

Claims (16)

1. Machine, zelftrekkend of aangedreven, voor het omkeren van ten minste één hoop, van het type dat vergaarmiddelen 5 (21, 46) omvat die de hoop van de bodem kunnen oplichten in de vorm van een doorlopende laag, omkeermiddelen (25, 50) die de vergaarde laag kunnen omkeren en uitspreidmiddelen (30, 55) die de omgekeerde laag op de bodem kunnen uitspreiden, waarbij alle voornoemde bewerkingen 10 ononderbroken worden uitgevoerd terwijl de machine zich verplaatst, daardoor gekenmerkt dat de vergaarmiddelen (21, 46), de omkeermiddelen (25, 50) en de uitspreidmiddelen (30, 55) een geheel uit één stuk vormen (35, 60) en dat de machine eerste draaimiddelen van het voornoemde geheel uit 15 één stuk (35, 60) omvat volgens een horizontale as (36, 61) in het bijzonder voor het oplichten ervan in de niet-actieve stand en om het reliëf van de bodem te kunnen volgen in actieve stand.
2. Machine volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de draaias (36) van de eerste draaimiddelen van het geheel (35) achterin de machine (20) is geplaatst, grotendeels aan de uitgang van de uitspreidmiddelen (30).
3. Machine volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat de uitspreidmiddelen (30) één of bij voorkeur twee parallelle riemen (31, 31') met pikhamers omvatten die zijn aangespannen tussen voorste cilinders (33,33') en achterste cilinders (34,34') die roterend worden aangedreven, waarbij 30 de horizontale rotatieas (36) van de eerste draaimiddelen zich in een verticaal vlak bevindt dat door de as van de 1035497 # achterste cilinder (s) (34, 34') van de uitspreidmiddelen (30) gaat.
4. Machine volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat de 5 horizontale rotatieas (36) van de eerste draaimiddelen grotendeels samenvalt met de as van het of de achterste wielen (34, 34') van de uitspreidmiddelen.
5. Machine volgens een van de conclusies 1 tot 4 voor het 10 omkeren van twee hopen, daardoor gekenmerkt dat zij twee gehelen uit één stuk (35, 60) omvat, die elk een inrichting met vergaarmiddelen (21), omkeermiddelen (25) en uitspreidmiddelen (30) omvatten, die elk zijn uitgerust met de eerste draaimiddelen, en dat het tweede geheel (60) is 15 uitgerust met tweede draaimiddelen volgens een verticale as (43) om het vergaren van de tweede hoop te kunnen aanpassen volgens de positie op de bodem ten aanzien van de eerste hoop.
6. Machine volgens conclusie 5, daardoor gekenmerkt dat de uitspreidmiddelen (30) van het tweede geheel twee parallelle riemen (31, 31) met pikhamers omvatten die zijn aangespannen tussen de voorste cilinders (33, 33') en achterste cilinders (34, 34') die roterend worden 25 aangedreven, waarbij de verticale rotatieas (43) van de tweede draaimiddelen in het midden is geplaatst tussen de twee riemen (31, 31') van de uitspreidmiddelen (30) aan de rotatieas van de achterste rol(len) (34, 34').
7. Machine volgens een van de conclusies 5 of 6, daardoor gekenmerkt dat het tweede geheel (35) schuivend gemonteerd m * is volgens de horizontale draaias (36), waardoor het zijdelings verplaatst kan worden ten aanzien van het eerste geheel (35) .
8. Machine volgens een van de conclusies 1 tot 7, daardoor gekenmerkt dat de vergaarmiddelen (21), de omkeermiddelen (25) en de uitspreidmiddelen (30) van elk geheel (35) worden aangedreven door een enkel aandrijfmiddel (44).
9. Machine volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de horizontale draaias (61) van de eerste draaimiddelen van het geheel (60) achterin de machine (45) is aangebracht, grotendeels ter hoogte van de uitgang van de uitspreidmiddelen (55) en naar voor verschoven ten aanzien 15 van deze laatste.
10. Machine volgens conclusie 9, daardoor gekenmerkt dat de uitspreidmiddelen (55) een of bij voorkeur twee parallelle riemen (56, 56') met pikhamers (57) omvatten die zijn 20 aangespannen tussen de voorste cilinders (58, 58’) en achterste cilinders (59, 59'), waarbij de horizontale draaias (61) zich grotendeels in de doorsnede van een verticaal vlak en een horizontaal vlak bevindt, dichtbij de as van de achterste cilinder(s) (59, 59’). 25
11. Machine volgens een van de conclusies 9 en 10, daardoor gekenmerkt dat zij twee gehelen uit een stuk (35, 60) omvat met elk een inrichting met vergaarmiddelen (46), omkeermiddelen (50) en uitspreidmiddelen (55), die elk zijn 30 uitgerust met een eerste draaimiddel, en dat het tweede geheel (60) is uitgerust met tweede draaimiddelen volgens een verticale as (65) om het vergaren van de tweede hoop te kunnen aanpassen naar gelang zijn plaats op de bodem ten aanzien van de eerste hoop.
12. Machine volgens conclusie 11, daardoor gekenmerkt dat uitspreidmiddelen (55) van het tweede geheel twee parallelle riemen (56, 56') met pikhamers (57) omvatten, aangespannen tussen de twee voorste cilinders (58, 58') en achterste cilinders (59, 59') die roterend worden 10 aangedreven, waarbij de verticale rotatieas (65) van de tweede draaimiddelen is aangebracht op de intersectie van het verticale middenvlak tussen de twee riemen (56, 56') en het verticale vlak dat door de horizontale draaias (61) gaat. 15
13. Machine volgens een van de conclusies 11 of 12, daardoor gekenmerkt dat het tweede geheel (60) schuivend gemonteerd is volgens de horizontale draaias (61) zodat het zijdelings ten aanzien van het eerste geheel (60) kan 20 worden verplaatst.
14. Machine volgens een van de conclusies 9 tot 13, daardoor gekenmerkt dat de vergaarmiddelen (46), de omkeermiddelen (50) en uitspreidmiddelen (55) worden 25 aangedreven door middel van een enkel aandrijfmiddel (80).
15. Machine volgens een van de conclusies 1, 9 tot 14, daardoor gekenmerkt dat de uitspreidmiddelen (55) kunnen draaien ten aanzien van de vergaarmiddelen (46) en de 30 omkeermiddelen (50) in het geval van een storing in de installatie. ν φ
16. Machine volgens conclusie 7 of 13, daardoor gekenmerkt dat zij een verbinding (67) omvat die de horizontale rotatieas (36, 61) kan ontvangen, de verticale rotatieas 5 (43, 65) en de schuivende montage volgens de horizontale as (36, 61) van het geheel (35, 60) op voornoemde machine (20, 45). 1035497
NL1035497A 2007-05-31 2008-05-30 Omkeermachine voor hopen. NL1035497C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
FR0755374 2007-05-31
FR0755374A FR2916603B1 (fr) 2007-05-31 2007-05-31 Engin de retournage d'andain

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1035497A1 NL1035497A1 (nl) 2008-12-02
NL1035497C2 true NL1035497C2 (nl) 2010-06-02

Family

ID=38955187

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1035497A NL1035497C2 (nl) 2007-05-31 2008-05-30 Omkeermachine voor hopen.

Country Status (3)

Country Link
BE (1) BE1018165A3 (nl)
FR (1) FR2916603B1 (nl)
NL (1) NL1035497C2 (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
RU2524073C1 (ru) * 2013-03-05 2014-07-27 Государственное научное учреждение Всероссийский научно-исследовательский институт механизации льноводства Российской академии сельскохозяйственных наук (ГНУ ВНИИМЛ Россельхозакадемии) Способ оборачивания лент льна
CN107347381A (zh) * 2017-08-11 2017-11-17 黑龙江省农业机械运用研究所 一种自走式亚麻脱粒翻铺机齐根装置
BE1028807B1 (nl) * 2020-11-17 2022-06-20 Hyler BV Verwerkingsmachine en werkwijze voor het verwerken van vezelplanten
FR3137253B1 (fr) * 2022-06-29 2025-04-25 N V Depoortere Engin de traitement d’au moins un andain
FR3155128B1 (fr) * 2023-11-10 2026-04-17 N V Depoortere Dispositif de déplacement d’un andain disposé sur le sol
FR3165381A1 (fr) 2024-08-11 2026-02-13 Pierre FOULON Engin pour ramasser un ou plusieurs andains de plantes à fibres.

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2484768A1 (fr) * 1980-06-23 1981-12-24 Neufville Charles Dispositif de ramassage, retournage, etalage de lin
BE897602A (nl) * 1983-08-26 1984-02-27 Depoortere Michel Verrijdbare inrichting voor het keren van twee zwaden hoofdzakelijk parallelle stengels
FR2653295A1 (fr) * 1989-10-25 1991-04-26 Rauch Guy Alain Sarl Dispositif perfectionne de ramassage, retournement et etalage du lin sous forme d'andains.
FR2653967A1 (fr) * 1989-11-06 1991-05-10 Rauch Guy Alain Sarl Machine a arracher le lin.
FR2864425A1 (fr) * 2003-12-30 2005-07-01 Robaeys Freres Sa Van Dispositif de ramassage d'andains

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2900310B1 (fr) * 2006-04-28 2010-10-22 Guy Dehondt Procede et machine automotrice multi-rangs pour ramasser, retourner et reposer les plantes fibreuses, notamment du lin, grace a un element pivotant situe a l'arriere.

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2484768A1 (fr) * 1980-06-23 1981-12-24 Neufville Charles Dispositif de ramassage, retournage, etalage de lin
BE897602A (nl) * 1983-08-26 1984-02-27 Depoortere Michel Verrijdbare inrichting voor het keren van twee zwaden hoofdzakelijk parallelle stengels
FR2653295A1 (fr) * 1989-10-25 1991-04-26 Rauch Guy Alain Sarl Dispositif perfectionne de ramassage, retournement et etalage du lin sous forme d'andains.
FR2653967A1 (fr) * 1989-11-06 1991-05-10 Rauch Guy Alain Sarl Machine a arracher le lin.
FR2864425A1 (fr) * 2003-12-30 2005-07-01 Robaeys Freres Sa Van Dispositif de ramassage d'andains

Also Published As

Publication number Publication date
BE1018165A3 (nl) 2010-06-01
NL1035497A1 (nl) 2008-12-02
FR2916603B1 (fr) 2012-09-28
FR2916603A1 (fr) 2008-12-05

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1035497C2 (nl) Omkeermachine voor hopen.
BE1018164A3 (nl) Draagstructuur voor een machine voor het omkeren van hopen.
RU2420946C2 (ru) Подборочное устройство для уборочных сельхозмашин
BE1029605B1 (nl) Machine en werkwijze voor het verwerken van vezelplanten
US9999178B2 (en) Cam for a windrow merger and pickup head having a variable radius
SU884548A3 (ru) Сельскохоз йственна машина дл уборки гороха
CN104285595A (zh) 改良型秸秆收获机
US6591971B1 (en) Silage mover
EP1048200B1 (de) Haspel für eine Erntegutbergungseinrichtung
US4478152A (en) Railroad scrap pick up machine
AU732107B2 (en) A machine combination, a rake and pick-up and displacing member, as well as a method
DE60314016T2 (de) Eine oberhalb an einem gestell angeordnete handhabungsvorrichtung für steinplatten
JPH0390628A (ja) 綿花俵又はスフ俵の如き圧縮された繊維俵から繊維塊を取出す開繊装置
CN211870655U (zh) 一种自动化甜菜堆垛机
CN1210177A (zh) 收取放置在轨道上的散装物料用的机械
CN106134643B (zh) 可变角度的甜菜捡拾装置
DE102008058281A1 (de) Mähmaschine sowie Verfahren zur Schwaderzeugung beim Mähen eines Feldes
CN104891202A (zh) 一种耙料机及其布料方法
EP0744120B1 (en) Method and apparatus for harvesting and bunching agricultural produce and/of market garden produce
DE328579C (nl)
CS223851B2 (en) Mobile facility for distributing and profiling the gravel of the railway bed
NL1034853C2 (nl) Hooiverzamelmachine.
JP3001286U (ja) 街路樹剪定機
ZA200801633B (en) Chain piler having forwardly curved profile
EP3354125B1 (de) Ernteverfahren für schwer zu bewirtschaftende, vernässte flächen und/oder moorstandorte