NL192532C - Brandkraan. - Google Patents
Brandkraan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL192532C NL192532C NL9302070A NL9302070A NL192532C NL 192532 C NL192532 C NL 192532C NL 9302070 A NL9302070 A NL 9302070A NL 9302070 A NL9302070 A NL 9302070A NL 192532 C NL192532 C NL 192532C
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fire hydrant
- casing
- closed
- spindle
- guide grooves
- Prior art date
Links
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 14
- 230000008719 thickening Effects 0.000 claims description 12
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 11
- 210000001331 nose Anatomy 0.000 claims description 6
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 2
- 108090000623 proteins and genes Proteins 0.000 claims 1
- 239000011324 bead Substances 0.000 description 1
- 238000011010 flushing procedure Methods 0.000 description 1
- 238000007689 inspection Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E03—WATER SUPPLY; SEWERAGE
- E03B—INSTALLATIONS OR METHODS FOR OBTAINING, COLLECTING, OR DISTRIBUTING WATER
- E03B9/00—Methods or installations for drawing-off water
- E03B9/02—Hydrants; Arrangements of valves therein; Keys for hydrants
- E03B9/08—Underground hydrants
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E03—WATER SUPPLY; SEWERAGE
- E03B—INSTALLATIONS OR METHODS FOR OBTAINING, COLLECTING, OR DISTRIBUTING WATER
- E03B9/00—Methods or installations for drawing-off water
- E03B9/02—Hydrants; Arrangements of valves therein; Keys for hydrants
- E03B2009/022—Hydrants with a tubular valve seat
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Hydrology & Water Resources (AREA)
- Public Health (AREA)
- Water Supply & Treatment (AREA)
- Valve Housings (AREA)
- Fire-Extinguishing By Fire Departments, And Fire-Extinguishing Equipment And Control Thereof (AREA)
- Mechanically-Actuated Valves (AREA)
- Self-Closing Valves And Venting Or Aerating Valves (AREA)
Description
1 192532
Brandkraan
De uitvinding heeft betrekking op een brandkraan, bestaande uit een als huis dienende mantelbuis, die met zijn benedeneinde op de waterleiding aansluitbaar is, van binnen een klepzitting heeft en aan zijn boven-5 einde met een deksel afsluitbaar is, en uit een binnengamituur, omvattende een in een bovendeel gelegerde spil met een aan de onderzijde daarvan bevestigd kleplichaam, een in de langsrichting van de mantelbuis beweegbare, door middel van aan de mantelbuis aangebrachte geleidingsdelen tegen draaien geborgde spilmoerconstructie, waarvan een aanslagdeel in zijn beweging naar boven wordt begrensd door een aanslag en waarbij de spilmoerconstructie verplaatsbaar is naar een stand, waarin deze vrij is van de 10 aanslag voor het uit de mantelbuis nemen van het binnengamituur.
Een dergelijke brandkraan is bekend uit het meer dan honderd jaar oude Duitse octrooischrift 43.663.
Bij deze bekende brandkraan is de spil in een in het boveneinde van de mantelbuis ingelaten speciale leidstuk gelagerd, dat de manteldoorsnede slechts gedeeltelijk afsluit en deel uitmaakt van de spilmoerconstructie. De constructie bevat een aantal in axiale richting op elkaar geplaatste onderdelen welke 15 samenwerken met twee in axiale richting op een afstand van elkaar gelegen, op de binnenwand van de mantelbuis aangebrachte nokkenparen.
De constructie is qua opbouw gecompliceerd, terwijl zowel het monteren ervan als het demonteren bij het uitnemen van het binnengamituur vele lastige en tijdrovende handelingen vraagt.
De uitvinding nu beoogt dit bezwaar op te heffen.
20 Volgens de uitvinding wordt dit doel bereikt, doordat het bovendeel deel uitmaakt van het deksel en de spilmoerconstructie in één stuk is uitgevoerd, waarbij de geleidingsdelen in de vorm van twee tegenover elkaar in de binnenwand van de mantelbuis aangebrachte geleidingsgroeven zijn uitgevoerd, welke geleidingsgroeven samenwerken met rechtstreeks van de spilmoer uitstekende geleidingsneuzen en aan hun boveneinde onder vorming van genoemde aanslag gesloten zijn door een van de mantelbuis naar 25 binnen gerichte rondgaande verdikking, waarbij de geleidingsgroeven onder de verdikking in omtreks- verbinding staan met naar boven toe open, de verdikking ter plaatse doorbrekende groeven, die over gelijke hoeken ten opzichte van de geleidingsgroeven versprongen liggen.
In vergelijking met de bekende brandkraan heeft de brandkraan volgens de uitvinding een wezenlijk eenvoudiger en goedkoper binnengamituur, terwijl ook het monteren en demonteren daarvan wezenlijk 30 eenvoudiger is geworden. Het binnengamituur kan daarbij namelijk als één geheel worden uitgenomen en wel door het de spil bevattende bovendeel (c.q. deksel) los te nemen en tezamen met de op de spil geschroefde spilmoer en de daarvan neerhangende klepstang 8 op te trekken totdat de moer met zijn uitstekende neuzen tegen de verdikking stuit, waarna men het geheel over een zekere hoek draait om de uitstekende neuzen tegenover de verdikking onderbrekende ontsnappingsgroeven te plaatsen, waarna het 35 geheel verder uit de mantelbuis kan worden getrokken.
Bij de brandkraan volgens de uitvinding werkt het binnengamituur a.h.w. op de wijze van een bajonetslui-ting met de binnenwand van de mantelbuis samen.
Opgemerkt wordt, dat uit het Duitse octrooischrift 2.621.163 een brandkraan bekend is, waarbij het de spil ondersteunende bovendeel eveneens met een afneembaar deksel is verenigd, terwijl daarbij eveneens 40 een spilmoerconstructie uit één stuk wordt toegepast. Bij deze bekende brandkraan bestaat echter het gevaar, dat het gehele binnengamituur bij het losnemen van het bovendeel onder invloed van de in het onderste gedeelte van de mantelbuis heersende drnk ongecontroleerd naar boven beweegt.
Voorts wordt opgemerkt, dat uit het Franse octrooischrift 2.499.417 een brandkraan bekend is, waarbij ten behoeve van het uitnemen van een binnengamituur eveneens een gehoekte geleidingssleuf wordt 45 toegepast. Het gaat hier om een in normaal bedrijf in axiale richting vaststaande spilmoerconstructie, die met twee diametraal uitstekende lagertappen in twee gehoekte geleidingsgroeven grijpt en door een gecombineerde draai en kantelbeweging kan worden verwijderd. Daarbij dient de in de spilmoer gelegerde spil eerst te worden verwijderd alvorens de kantelbeweging te kunnen uitvoeren.
50 In het onderstaande wordt de uitvinding aan de hand van een in de tekening weergegeven uitvoeringsvorm nader beschreven. In de tekening tonen: figuur 1 een langsdoorsnede door een ondergrondse brandkraan met veiligheidsafsluiting in de sluitpositie; figuur 2 een met figuur 1 overeenkomende doorsnede tijdens het uitnemen van het binnengamituur; 55 figuur 3 een met figuur 2 overeenkomende doorsnede van een uitvoeringsvorm van de brandkraan zonder veiligheidsafsluiting; figuur 4 een doorsnede door een gedeelte van de mantelbuis, overeenkomstig figuren 1-3 en 192532 2 figuur 5 een doorsnede door een gedeelte van de mantelbuis volgens figuur 4, doch over 90° gedraaid.
De in figuren 1 en 2 getoonde brandkraan heeft een mantelbuis 1, die aan zijn boveneinde door een deksel 2 met schroeven 3 is afgesloten. Aan zijn benedeneinde heeft de mantelbuis 1 een buikvoimige verwijding 4, via welke de brandkraan op de niet getoonde waterieiding is aangesloten.
5 De brandkraan heeft voorts een met 5 aangegeven binnengamituur, dat in hoofdzaak uit een axiaal in het deksel 2 geleide klepspil 6, een spilmoer 7 en een hiermede verbonden kiepstang 8, alsmede een aan het einde daarvan aangebracht kleplichaam bestaat. De mantelbuis 1 heeft in het bovenste gedeelte twee aan de binnenzijde tegenover elkaar gelegen, evenwijdig aan de buisas lopende geleidingsgroeven 10, die de van overeenkomstig uitgevoerde geleidingsneuzen 11 voorziene spilmoer 7 in axiale richting geleiden om 10 de draaibeweging van de spil 6 in een hefbeweging van de kiepstang 8 om te zetten.
Het kleplichaam 9 werkt radiaal afdichtend samen met een busvormige klepzitting 12 in het onderste gedeelte van de mantelbuis 1. Het onderste gedeelte van het kleplichaam 1 is hiertoe in hoofdzaak cilindrisch uitgevoerd, terwijl het in hoofdzaak axiaal naar boven toe verlopende vleugels 13 voor het geleiden van de kiepstang 8 heeft. Het kleplichaam 9 vormt met de klepzitting 12 de hoofdafsluiting van de 15 brandkraan.
In de buikvoimige verwijding 4 is een vtotterkogel 14 aangebracht, die als veiligheidsafsluiting dient en met een klepzitting 15 op de overgang tussen de mantelbuis 1 en de buikvormige verwijding 4 samenwerkt, in plaats daarvan kan ook een onder veer-voorspanning staande klepschijf zijn toegepast.
In de in figuur 1 getoonde sluitpositie van de brandkraan dicht het kleplichaam 9 tegen de klepzitting 12 20 af, terwijl bovendien onder invloed van de van beneden af welkende waterdolk de vlotterkogel 14 tegen de klepzitting 15 afdicht. Voor het openen van de brandkraan wordt de kiepstang 8 door middel van de spil 6 naar beneden bewogen, zodat de in een uitholling van het kleplichaam 9 grijpende vlotterkogel 14 naar beneden toe in de buikvormige verwijding 4 wordt teruggedrukt. Het kleplichaam 9 treedt met zijn afdichtende gedeelte door de klepzitting 12 heen en ligt in dit gebied nog slechts met de vleugels 13 tegen de 25 klepzitting aan, zodat het water tussen deze vleugels door naar boven in de mantelbuis 1 kan stromen. Voor het afsluiten van de brandkraan wordt de spil 6 teruggedraaid totdat - eventueel met een desbetreffende aanwijzing op de handgreep van de spil - het kleplichaam 9 zich weer in de sluitpositie bevindt.
Voor het uitnemen van het binnengamituur 5 voor inspectie- of reparatiedoeleinden wordt de kiepstang 8 door middel van de spil 6 en de spilmoer 7 naar boven bewogen en worden de moer 3 en daaimede het 30 deksel 2 losgenomen, zoals aangegeven in figuur 2. Bij deze demontage wordt de mantelbuis 1 door middel van de vlotterkogel 14, die onder invloed van de waterdruk tegen de klepzitting 145 wordt aangedrukt, van de waterleiding afgesloten.
Bij de in figuur 3 getoonde uitvoering zonder extra afsluiting, waarbij zich in de buikvormige verwijding dus geen vlotterkogel bevindt, dienen voor de demontage van het binnengamituur 5 de in de waterleiding 35 aanwezige afsluitschuiven te worden gesloten.
Wanneer bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 3 de afsluitschuiven in de waterleiding niet of niet voldoende worden gesloten, of wanneer de vlotterkogel 14 bij de uitvoeringsvorm volgens figuren 1 en 2 niet naar boven tegen de klepzitting 15 wordt aangedrukt, omdat zich bijvoorbeeld in de buikvormige verwijding 4 een onder druk staand luchtkussen of een vreemd lichaam bevinden, kan onder invloed van de 40 van beneden af op het kleplichaam 9 werkende druk het binnengamituur 5 bij geopend deksel 3 naar boven en naar buiten worden gedrukt. Om dit te verhinderen zijn de evenwijdig aan de as van de mantelbuis verlopende geleidingsgroeven 10 aan hun boveneinden gesloten door een aanslag 16, waartegen bij het naar boven drukken van het binnengamituur 5 de spilmoer 7 stuit, zodat het gehele binnengamituur wordt tegengehouden. Dit wordt nader getoond in figuren 4 en 5. De aanslag 16 wordt gevormd door een 45 rondgaande verdikking 17, die vanaf de binnenwand van de mantelbuis 1 naar binnen uitstekend is aangegoten. De breedte van de verdikking 17 komt ongeveer overeen met de diepte van de geleidings-groeven 10; de binnendiameter ervan is in elk geval een weinig groter dan de buitendiameter van het kleplichaam 9. De rondgaande verdikking 17 is voorzien van ten minste twee tegenover elkaar liggende, in axiale richting open groeven 18, die in gelijke mate ten opzichte van de geleidingsgroeven 10 versprongen 50 zijn aangebracht, zoals dit in het bijzonder blijkt uit figuur 5. Elke geleidingsgroef 10 staat aldus via een in omtreksrichting verlopende groef 19 in verbinding met een der beide open groeven 18. De aan de onderzijde tegen de rondgaande verdikking 17 stuitende spilmoer kan door draaien over een met de hoekafstand tussen de geleidingsgroef 10 en de groef 18 overeenkomende hoek worden gebracht in een positie, waarin de geleidingsneuzen 11 aan de spilmoer 7 in de axiaal open groeven 18 grijpen. In deze 55 positie kan dan het gehele binnengamituur 5 uit de mantelbuis 1 worden genomen, doch dan wel eerst dan, wanneer bij de uitvoeringsvorm volgens figuren 1 en 2 de vlotterkogel 14 na het verdringen van de lucht of het wegspoelen van eventueel aanwezige vreemde lichamen in de verwijding 4 in de gesloten stand is
Claims (2)
1. Brandkraan, bestaande uit een als huis dienende mantelbuis, die met zijn benedeneinde op de waterleiding aansluitbaar is, van binnen een klepzitting heeft en aan zijn boveneinde met een deksel afsluitbaar is, en uit een binnengamituur, omvattende een in een bovendeel gelegerde spil met een aan de onderzijde daarvan bevestigd kleplichaam, een in de langsrichting van de mantelbuis beweegbare, door middel van aan de mantelbuis aangebrachte geleidingsdelen tegen draaien geborgde spilmoerconstructie, waarvan een 20 aanslagdeel in zijn beweging naar boven wordt begrensd door een aanslag en waarbij de spilmoerconstructie verplaatsbaar is naar een stand, waarin deze vrij is van de aanslag voor het uit de mantelbuis nemen van het binnengamituur, met het kenmerk, dat het bovendeel deel uitmaakt van het deksel (2) en de spilmoerconstructie (7,11) in één stuk is uitgevoerd, waarbij de geleidingsdelen in de vorm van twee tegenover elkaar in de binnenwand van de mantelbuis (1) aangebrachte geleidingsgroeven (10) zijn 25 uitgevoerd, welke geleidingsgroeven (10) samenwerken met van de spilmoer (7) uitstekende geleidings-neuzen (11) en aan hun boveneinde onder vorming van genoemde aanslag (16) gesloten zijn door een van de mantelbuiswand naar binnen gerichte rondgaande verdikking (17), terwijl de geleidingsgroeven (10) onder de verdikking (17) in omtreksverbinding staan met naar boven toe open, de verdikking (17) ter plaatse onderbrekende groeven (18), die over gelijke hoeken ten opzichte van de geleidingsgroeven (10) verspron-30 gen liggen.
2. Brandkraan volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het aantal naar boven toe open groeven (18) een geheel veelvoud is van het aantal geleidingsgroeven (10). Hierbij 2 bladen tekening
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE4243756 | 1992-12-23 | ||
| DE4243756A DE4243756C2 (de) | 1992-12-23 | 1992-12-23 | Hydrant |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9302070A NL9302070A (nl) | 1994-07-18 |
| NL192532B NL192532B (nl) | 1997-05-01 |
| NL192532C true NL192532C (nl) | 1997-09-02 |
Family
ID=6476320
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9302070A NL192532C (nl) | 1992-12-23 | 1993-11-30 | Brandkraan. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| AT (1) | AT399741B (nl) |
| DE (1) | DE4243756C2 (nl) |
| LU (1) | LU88432A1 (nl) |
| NL (1) | NL192532C (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5901738A (en) * | 1997-10-20 | 1999-05-11 | Miller; Wayne Edwin | Portable fire hydrant |
| RS62309B1 (sr) * | 2017-10-16 | 2021-09-30 | Vonroll Infratec Invest Ag | Zatvarajući element za primenu u hidrantu, hidrant i sedište glavnog ventila |
| US12352019B2 (en) | 2020-12-01 | 2025-07-08 | Vonroll Infratec (Investment) Ag | Hydrant, method for disassembly of a spindle arrangement from a hydrant and method for assembly of a spindle arrangement in a hydrant |
Family Cites Families (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE7307524U (de) * | 1973-02-28 | 1973-06-07 | Waldenmaier J Erben Sueddeutsche Armaturenfabrik | Ueberflurhydrant in umfahrausfuehrung |
| DE2621163C3 (de) * | 1976-05-13 | 1978-11-16 | Bopp & Reuther Gmbh, 6800 Mannheim | Unterflurhydrant |
| FR2499417A1 (fr) * | 1981-02-12 | 1982-08-13 | Pont A Mousson | Mecanisme de commande pour poteau d'incendie |
| DE4119105C2 (de) * | 1991-03-22 | 1994-09-01 | Bopp & Reuther Ag | Unterflurhydrant |
-
1992
- 1992-12-23 DE DE4243756A patent/DE4243756C2/de not_active Expired - Lifetime
-
1993
- 1993-11-10 AT AT0227793A patent/AT399741B/de not_active IP Right Cessation
- 1993-11-30 NL NL9302070A patent/NL192532C/nl not_active IP Right Cessation
- 1993-12-01 LU LU88432A patent/LU88432A1/de unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ATA227793A (de) | 1994-11-15 |
| DE4243756C2 (de) | 1996-08-14 |
| AT399741B (de) | 1995-07-25 |
| LU88432A1 (de) | 1994-10-03 |
| NL9302070A (nl) | 1994-07-18 |
| DE4243756A1 (de) | 1994-07-07 |
| NL192532B (nl) | 1997-05-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| AU778925B2 (en) | A member for removably closing a cylindrical opening | |
| US3532109A (en) | Tamper proof fire hydrant | |
| NL192532C (nl) | Brandkraan. | |
| NO309757B1 (no) | Sentrifugalrotor og glidesete for en slik rotor | |
| AU667957B2 (en) | Tapping device for a keg spigot | |
| NL8200501A (nl) | Bedieningsmechanisme voor een hydrant. | |
| US20140332096A1 (en) | Shut-off device for pipe | |
| CN104412027B (zh) | 浮球式疏水阀 | |
| US2611644A (en) | Projectable nozzle lawn sprinkler | |
| JP6805407B2 (ja) | 錆取り器 | |
| US4093242A (en) | Slag blower wall box seal | |
| US2630823A (en) | Main valve for fire hydrants | |
| NL193026C (nl) | Losneembaar scharnier voor het op een onder water gelegen fundering bevestigen van apparatuur, zoals een sluisdeur. | |
| US1102791A (en) | Strainer. | |
| CA2427495C (en) | Process tapping point clearing apparatus | |
| NO337841B1 (no) | Inspeksjonsåpning for trykkventilering av kontrollventil | |
| US2126739A (en) | Valve | |
| NL1016246C2 (nl) | Buisstelsel voor het doorvoeren van rookgassen. | |
| US1602288A (en) | Guide bearing | |
| US20070251334A1 (en) | Method and apparatus for collecting samples of a solid or slurry flowing in a pipe | |
| GB2048962A (en) | Filter unit for washing machines | |
| CN101454170B (zh) | 反虹吸箱入口件 | |
| US242243A (en) | Fire-hydrant | |
| US110953A (en) | Improvement in devices for discharging oil from tanks | |
| US569542A (en) | Stand-pipe and watering-crane |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| SNR | Assignments of patents or rights arising from examined patent applications |
Owner name: JOHANNES ERHARD, H. WALDENMAIER ERBEN SUEDDEUTSCHE Owner name: IWKA INDUSTRIEANLAGEN GMBH |
|
| TNT | Modifications of names of proprietors of patents or applicants of examined patent applications |
Owner name: JOHANNES ERHARD, H. WALDENMAIER ERBEN SUEDDEUTSCHE Owner name: VAG - ARMATUREN GMBH |
|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20070601 |