NL194884C - Inrichting voor het positioneren van een carrosserie. - Google Patents

Inrichting voor het positioneren van een carrosserie. Download PDF

Info

Publication number
NL194884C
NL194884C NL9201685A NL9201685A NL194884C NL 194884 C NL194884 C NL 194884C NL 9201685 A NL9201685 A NL 9201685A NL 9201685 A NL9201685 A NL 9201685A NL 194884 C NL194884 C NL 194884C
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
positioning
transverse
conveyor
cylinder
vehicle
Prior art date
Application number
NL9201685A
Other languages
English (en)
Other versions
NL194884B (nl
NL9201685A (nl
Inventor
Takuya Kakida
Akira Mikami
Shoiti Okada
Yuji Watanabe
Original Assignee
Mitsubishi Motors Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from JP1991079303U external-priority patent/JP2539878Y2/ja
Priority claimed from JP1991079302U external-priority patent/JP2539877Y2/ja
Application filed by Mitsubishi Motors Corp filed Critical Mitsubishi Motors Corp
Publication of NL9201685A publication Critical patent/NL9201685A/nl
Publication of NL194884B publication Critical patent/NL194884B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL194884C publication Critical patent/NL194884C/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G47/00Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
    • B65G47/22Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors
    • B65G47/26Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors arranging the articles, e.g. varying spacing between individual articles
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62DMOTOR VEHICLES; TRAILERS
    • B62D65/00Designing, manufacturing, e.g. assembling, facilitating disassembly, or structurally modifying motor vehicles or trailers, not otherwise provided for
    • B62D65/02Joining sub-units or components to, or positioning sub-units or components with respect to, body shell or other sub-units or components
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23QDETAILS, COMPONENTS, OR ACCESSORIES FOR MACHINE TOOLS, e.g. ARRANGEMENTS FOR COPYING OR CONTROLLING; MACHINE TOOLS IN GENERAL CHARACTERISED BY THE CONSTRUCTION OF PARTICULAR DETAILS OR COMPONENTS; COMBINATIONS OR ASSOCIATIONS OF METAL-WORKING MACHINES, NOT DIRECTED TO A PARTICULAR RESULT
    • B23Q7/00Arrangements for handling work specially combined with or arranged in, or specially adapted for use in connection with, machine tools, e.g. for conveying, loading, positioning, discharging, sorting
    • B23Q7/16Loading work on to conveyors; Arranging work on conveyors, e.g. varying spacing between individual workpieces
    • B23Q7/18Orienting work on conveyors

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Automatic Assembly (AREA)
  • Automobile Manufacture Line, Endless Track Vehicle, Trailer (AREA)
  • Special Conveying (AREA)
  • Control Of Conveyors (AREA)

Description

1 194884
Inrichting voor het positioneren van een carrosserie
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het positioneren van een carrosserie op een transporteur door middel waarvan de carrosserie verplaatsbaar is langs een transportbaan, waarbij van de 5 carrosserie de onderzijde aan weerszijden een referentiegedeelte heeft, waarmee van de inrichting door het gestel gedragen langspositioneringsorganen m samenwerking gebracht kunnen worden ter verkrijging van een langspositionering van de carrosserie op de transporteur.
Een dergelijke inrichting is bekend, en wordt toegepast in een productielijn die achtereenvolgens bijvoorbeeld een persstation voor het in een vooraf bepaalde vorm persen van staalplaat, een lasstation 10 voor het aan elkaar bevestigen van de gevormde staalplaten tot een carrosserie, alsmede een lakstation voor het lakken van de samengestelde carrosserie omvat. Gewoonlijk wordt daarbij een pendeltransporteur toegepast voor het op snelle en nauwkeurige wijze transporteren van de carrosserie. De pendeltransporteur kan op een verhoudingsgewijze hoge snelheid een bewegingscyclus uitvoeren die het optillen, transporteren en neerzetten van de carrosserie omvat.
15 Alvorens de carrosserie van bijvoorbeeld een rollentransporteur met twee zijdelings uiteengelegen rijen rollen door de pendeltransporteur kan worden opgenomen, moet deze carrosserie echter eerst op een vooraf bepaalde positie worden gepositioneerd. Daarna wordt een op de pendeltransporteur voorzien uitsteeksel in een vooraf bepaald gat in de onderwand van de carrosserie gestoken, zodanig dat deze op relatief hoge snelheid tussen twee lasstations kan worden overgebracht. Vervolgens wordt de pendel-20 transporteur naar beneden bewogen, zodanig dat het uitsteeksel uit het genoemde gat wordt bewogen, en tenslotte wordt de pendeltransporteur teruggebracht voor het uitvoeren van de volgende cyclus.
Indien het gat in de onderwand van de carrosserie zich steeds op dezelfde plaats bevindt, kan de carrosserie op vrij eenvoudige wijze juist in die stand worden gepositioneerd waarin hij kan worden opgenomen door de pendeltransporteur. Datzelfde geldt voor de dwarspositie van de carrosserie, die 25 bepaald wordt door geleidingen welke zijn bevestigd aan weerszijden van de transportbaan waarover de carrosserie wordt bewogen.
Wanneer echter carrosserieën van verschillende configuraties achtereenvolgens moeten worden behandeld, doen zich problemen voor. Het gat waarin het uitsteeksel op de pendeltransporteur moet worden gestoken, bevindt zich dan niet steeds op dezelfde positie in de bodem van de carrosserie. Een gevolg 30 daarvan is dat de bekende positioneerinrichting dan niet meer voldoet. Datzelfde geldt voor de geleidingen die de zijdelingse positie van de verschillende carrosserieën bepalen.
Het doel van de uitvinding is daarom een inrichting te verschaffen door middel waarvan carrosserieën van verschillende types op zodanige wijze kunnen worden gepositioneerd dat, ondanks het feit dat het type carrosserie kan verschillen, deze toch steeds op de juiste wijze kunnen worden gepositioneerd. Dat doel 35 wordt bereikt doordat twee haakvormige positioneringsorganen zijn voorzien die elk aan één eind voor verstellen zwenkbaar zijn om een verticale door het gestel gedragen pen, zodanig dat het vrije eind van het positioneringsorgaan in aanslag kan komen met het betreffende referentiegedeelte van een carrosserie, waarbij elk positioneringsorgaan verstelbaar is door een afzonderlijke cilindereenheid die uit twee aan elkaar verbonden cilinders bestaat, waarbij het vrije eind van de zuigerstang van de ene cilinder aan het positione-40 ringsorgaan en het vrije eind van de zuigerstang van de andere cilinder aan een vaste met het gestel verbonden arm is gekoppeld, en dat ter bediening van elke cilinder een afzonderlijke regelklep is voorzien, welke regelkleppen de toevoer en afvoer van het drukmedium in de cilindereenheid zo kunnen regelen, dat het vrije eind van het positioneringsorgaan instelbaar is in verschillende posities om met zijdelings verschillend geplaatste referentiegedeelten van verschillende typen carrosserieën in aanslag te kunnen 45 komen, voor het verkrijgen van vooraf bepaalbare langsposities, en dat aan weerszijden van de transporteur een dwarspositioneringsmiddel is voorzien ter verkrijging van een zijdelingse positionering van een carrosserie.
In verband met het positioneren in zijdelingse richting is voorzien dat elk dwarspositioneringsmiddel een dwarspositioneringsplaat omvat, die door middel van een aandrijving dwars op de transporteurtangsrichting 50 afhankelijk van het type carrosserie in verschillende zijdelingse dwarsposities brengbaar is.
Bij voorkeur bezit elke dwarspositioneringsinrichting een tafel die door een eerste cilinder dwars ten opzichte van de transporteur verschuifbaar is, op welke tafel de positioneringsplaat verschuifbaar is gelagerd, waarbij een aan de tafel verbonden tweede cilinder is voorzien waarvan de zuigerstang is verbonden met de positioneringsplaat, zodanig dat door een overeenkomstige regeling van de cilinders de 55 positioneringsplaat vier verschillende dwarsposities kan innemen. Door middel van een aldus uitgevoerde dwarspositioneringsinrichting kunnen vier typen carrosserieën met verschillende breedten worden behandeld.
194884 2
Gewezen wordt nog op het Zwitserse octrooischrift CH 0.674.506. Daaruit is een inrichting bekend voor het positioneren van een ruit voor een motorvoertuig. De ruiten worden door middel van een lopende band getransporteerd, en door een langspositioneringsinrichting en een dwarspositioneringsinrichting in de gewenste stand gebracht. Daarbij kunnen ruiten van verschillende afmetingen worden behandeld.
5
Vervolgens zal de uitvinding aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld nader worden toegelicht.
Figuur 1 toont een schematisch bovenaanzicht van een hoofdgedeelte van een inrichting voor het positioneren van de carrosserie op een transportbaan, volgens de onderhavige uitvinding.
10 Figuur 2 toont een schematisch aanzicht met de werking van een heen en weer gaande transporteur verbonden aan de inrichting voor het positioneren van de carrosserie afgebeeld in figuur 1.
Figuur 3 toont een schematisch zijaanzicht van een voertuigcarrosserie die getransporteerd wordt naar de inrichting voor het positioneren van de carrosserie volgens figuur 1.
Figuur 4 toont een schematisch bovenaanzicht van een voertuigcarrosserie die getransporteerd wordt 15 naar de inrichting voor het positioneren van de carrosserie weergegeven in figuur 1.
Figuur 5 toont een aanzicht waarin de doorsnede-afmetingen vergeleken worden van verschillende voertuigcarrosserieën die getransporteerd worden over een rollentransporteur van de inrichting voor het positioneren van de carrosserie, weergegeven in figuur 1.
Figuur 6 toont een bovenaanzicht van een langspositioneereenheid voor toepassing in de inrichting voor 20 het positioneren van de carrosserie afgebeeld in figuur 1.
Figuur 7 toont een zijaanzicht van een langspositioneereenheid voor toepassing in de inrichting voor het positioneren van de carrosserie weergegeven in figuur 1.
Figuur 8 toont een bovenaanzicht van een dwarspositioneringseenheid voor toepassing in de inrichting voor het positioneren van de carrosserie weergegeven in figuur 1.
25 Figuur 9 toont een gedeeltelijk weggesneden zijaanzicht in doorsnede van een dwarspositioneringseenheid voor toepassing in de inrichting voor het positioneren van de carrosserie weergegeven in figuur 1.
Figuur 10 toont een gedeeltelijk weggesneden zijaanzicht in doorsnede van een dwarspositioneringseenheid voor toepassing in de inrichting voor het positioneren van de carrosserie weergegeven in figuur 1, volgens een andere uitvoering van de onderhavige uitvinding.
30 Figuur 11 toont een vergroot bovenaanzicht van een begrenzingsplaat voor het in dwarsrichting positioneren in de dwarspositioneringseenheid voor toepassing in de inrichting voor het positioneren van de carrosserie, weergegeven in figuur 1.
in figuur 1 is een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding weergegeven. De weergegeven inrichting 35 voor het positioneren van de carrosserie is onderdeel van een voertuigproductielijn.
De middelen voor het positioneren van de carrosserie volgens deze uitvoeringsvorm zijn tegenover elkaar aangebracht aan beide zijden van een transportbaan R voor het transport van een carrosserie door middel van een transporteur. Een eerste transporteur in deze transportbaan R is een rollentransporteur 1 die overlapt wordt door een eind van een heen en weer gaande transporteur 2 die als secundaire transpor-40 teur fungeert en een wisselgedeelte vormt.
Naar de transportbaan R van de rollentransporteur 1 wordt een carrosserie getransporteerd die reeds behandeld is op een vorig station, in het bijzonder een carrosserie W waarbij de verticale langswanden 3 zich uitstrekken in de langsrichting Y van de carrosserie en de puntreferentiegedeelten 4 reeds zijn uitgevoerd zoals weergegeven in de figuur 3 en 4. De verticale langswanden 3 gevormd aan het onderste 45 gedeelte van de carrosserie worden gebruikt voor het in de dwarsrichting X positioneren van de carrosserie, terwijl de puntreferentiegedeelten 4 gebruikt worden voor het langspositioneren van de carrosserie.
In het verloop van de assemblagecyclus wordt de carrosserie W die gepositioneerd is op de rollentransporteur 1 getransporteerd naar een volgend lasstation M, door middel van de heen en weer gaande transporteur (zie figuur 2), en wordt ingesteld op een vooraf bepaalde laspositie.
50 Zoals weergegeven in figuur 1 omvat de rollentransporteur 1 een aantal metalen rollen 5 die achter elkaar aangebracht zijn in het bovenste gedeelte van basisorganen 6 (zie figuren 9 en 10) aan de rechter en linker zijden van de transportbaan, waardoor de platte transportbaan R wordt gevormd. Elke rol wordt via een draaioverbrenging (niet afgebeeld) aangedreven door een transportmotor 7. Verder maakt de rollentransporteur 1 het relatief verschuifbaar transporteren mogelijk van de carrosserie W, op een vooraf bepaald 55 tijdstip in de langsrichting Y of de dwarsrichting X. De transportmotor 7 wordt geregeld door een rolregel-eenheid 8.
Het hoofdgedeelte van de rolregeleenheid 8 wordt gevormd door een microcomputer. Bij ontvangst van 3 194884 een aandrijfcommando voor het transport van de carrosserie W in de transportrichting, kan de regeleenheid alle rollen 5 op dezelfde snelheid aandrijven, in reactie op dit commando. De regeleenheid is verbonden aan een verplaatsingsregeleenheid 23 die hieronder zal worden beschreven, en die daarmee communiceert.
Aan de zijkant van de rollentransporteur 1, bevindt zich een dwarspositioneringseenheid 9, terwijl een 5 langspositioneringseenheid 10 geplaatst is aan het voorste eind daarvan.
De langspositioneereenheid 10 bestemt, zoals afgebeeld in de figuren 1, 6 en 7, uit een voorste eindsteun 11 bevestigd aan het basisorgaan 6, een U-vormige steun 12 met een U-vormige doorsnede die in één geheel verbonden is met de steun 11, een verticale pen 13 die één geheel vormt met de U-vormige steun 12, een haakvormig positioneringsorgaan 14 aan het voorste eind, dat scharnierend ondersteund is 10 door de verticale pen 13, een arm 15 die zich uitstrekt vanaf het eind van de U-vormige steun 12, en een luchtcilindereenheid 17. Het ene eind van de luchtcilindereenheid is door middel van pennen verbonden aan de arm 15 respectievelijk aan het achteroppervlak van het positioneringsorgaan 14 voor het voorste eind. Verwijzingsteken 18 stelt een derde positioneringsbegrenzingsstuk van het voorste eind voor dat hieronder zal worden beschreven.
15 De luchtcilindereenheid 17 is gevormd door in serie elke cilinderbodemwand van een paar van een eerste en tweede voorste cilinder 19 en 20 met elkaar te verbinden, waardoor de hele uitvoering klein en compact wordt. Elk van de cilinders 19 en 20 is verbonden met een hoge-drukluchttoevoer T, door middel van richtingregelkleppen 21 en 22. De eerste en tweede richtingregelkleppen 21 en 22 zijn verbonden met de verplaatsingsregeleenheid 23. De langspositioneringseenheid 10 regelt naar keuze twee richting-20 regelkleppen 21 en 22 voor het roteren van het enkele positioneringsorgaan 14 voor het voorste eind. Het positioneringsorgaan 14 voor het voorste eind is zodanig ondersteund dat de samenwerkingspositie daarvan kan worden verplaatst naar de eerste, tweede en derde voorste eindposities of langsposities f2 en f3 door middel van de punt van het voorste eindpositioneringsorgaan 14 te verplaatsen tot in aanraking met het puntreferentiegedeelte 4 van de carrosserie W. Wanneer meer in het bijzonder de verplaatsingsregel-25 eenheid 23 de eerste en tweede richtingsregelkleppen 21 en 22 inschakelt op een vooraf bepaald tijdsmoment, leidt dit tot het instellen van de eerste voorste eindpositie f1 door het eindpositioneringsorgaan 14. Indien de eerste richtingregelklep 21 ingeschakeld wordt en de tweede voorste richtingregelklep 22 wordt uitgeschakeld, kan de tweede voorste eindpositie f2 worden ingesteld. Indien de eerste en de tweede voorste richtingregelkleppen 21 en 22 buiten werking worden gesteld, wordt het voorste eindpositionerings-30 orgaan ingetrokken tot een positie die met de onderbroken lijn is weergegeven in figuur 6, terwijl de derde voorste eindpositie f3 ingesteld kan worden door toepassing van het derde voorste eindpositiebegrenzings-stuk 18. De derde voorste eindpositie f3 kan bepaald worden door de eerste richtingsregelklep 21 uit te schakelen en de tweede voorste richtingsregelklep 22 in te schakelen zonder gebruik te maken van het derde voorste eindpositiebegrenzingsstuk 18. Het is ook mogelijk om de derde voorste eindpositie f3 in te 35 stellen op dezelfde positie als de teruggetrokken positie van het voorste eindpositioneringsorgaan 14.
De dwarspositioneringseenheid 9 is uitgevoerd met dwarspositioneringsbegrenzingsplaten 24 aangebracht aan beide zijden van de transportbaan R, bestaande uit de dubbele rollentransporteur boven het basisorgaan 6, zoals weergegeven in de figuren 1, 9 en 10. Elk van deze dwarspositiebegrenzlngsplaten wordt aangedreven door het respectievelijke dwarsbegrenzingsplaataandrijvingsmechanisme 25. Alle 40 dwarsbegrenzingsplaataandrijfmechanismen zijn op dezelfde manier uitgevoerd.
Zoals weergegeven in figuur 8 is van elk van de dwarspositiebegrenzlngsplaten 24 een lang plaatvormig orgaan voorzien van een recht schuifcontacteind 241 dat verschuifbaar in aanraking komt met een verticale langswand 3 van de carrosserie op de transportbaan R. Het dwarsbegrenzingsplaataandrijfmechanisme-25 dat gebruikt wordt ter ondersteuning van de dwarspositiebegrenzingsplaat wordt ondersteund door een 45 kruissteun 29 die één geheel vormt met de zijwand van het basisorgaan 6. Zoals weergegeven in figuur 11, is de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 zodanig uitgevoerd dat het rechte schuifcontacteind 241 dat zich uitstrekt volgens de langsrichting Y, schuin verloopt in de voorwaartse richting onder een hoek 0 terwijl de mate waarin de positie begrensd wordt door het schuifcontacteind 241 vergroot wordt wanneer de carrosserie W voortbeweegt. Meer in het bijzónder is het rechte schuifcontacteind 241 zo geconstrueerd dat 50 het uitstekende deel daarvan naar de hartlijn van de transportbaan R toeneemt langs de voorwaartse transportrichting van de getransporteerde carrosserie W. Tengevolge daarvan nadert elk van de verticale langswanden 3 de hartlijn van de transportbaan R in gelijke mate aan beide zijden. In dat geval is het mogelijk om de mate van positiebegrenzing geleidelijk aan te vergroten in de dwarsrichting, in overeenstemming met de afstand waarover de carrosserie W voorwaarts is bewogen. Dit leidt tot een geleidelijke 55 dwarspositiebegrenzing. In bepaalde gevallen echter kunnen beide eindgedeelten van elk schuifcontacteind 241 in een vooraf bepaalde mate worden weggesneden.
Zoals weergegeven in figuur 9 is op de kruissteun 29 de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 zo onder- 194884 4 steund. dat de bedrijfsstand daarvan kan worden verplaatst. De dwarspositiebegrenzingsplaat 24 wordt naar keuze bediend door een tweede cilinder 32 door middel van een cilinder 31 en een schuiftafel 27 die daardoor naar keuze wordt bediend. Meer in het bijzonder zijn aan de rechter en linker zijden van de kruissteun 29, een paar rails 30 integraal aangebracht in de kruisende richting zodanig dat de transportbaan 5 R onder een rechte hoek wordt gesneden. De schuiftafel 27 is ondersteund op het paar rails 30. De schuiftafel bezit geleidingsstukken 28 (zie figuur 10) in het onderste oppervlak waarvan een holle groef 281 is gevormd, waarvan het inwendige verschuifbaar in aanraking is met de rail 30. Aan elk van de rechter en linker zijden zijn twee geleidingsstukken aangebracht. Aan het eind van de kruissteun 29 is de eerste dwarscilinder 31 aangebracht terwijl een as 311 daarvan verbonden is aan een uitstekend stuk 271 dat in 10 één geheel is uitgevoerd met de schuiftafel 27. Aan de schuiftafel 27 is een paar schuifverplaatsings- organen 26, 26 bevestigd aan de rechter en de linker zijde daarvan. Elk schuifverplaatsingsorgaan 26 omvat een hol cilindrisch gedeelte 261 dat één geheel vormt met de schuiftafel 27. Eén eind van een stang 262 dat gestoken is in een schuifgat in het midden daarvan vormt één geheel met de dwarspositiebegrenzingsplaat 24. Verder is de tweede dwarscilinder 32 bevestigd aan het midden van de schuiftafel, terwijl een 15 stang 321 daarvan ook één geheel vormt met de dwarspositioneringbegrenzingsplaat 24.
Een paar eindschakelaars 33 en 34 is aangebracht op de zijdelingse einden van de kruissteun 29, terwijl een verplaatsingsbedieningsorgaan 35 ondersteund is op de schuiftafel 27, op een daarmee overeenkomende positie. Derhalve kan het paar eindschakelaars 33 en 34 detectiesignalen verschaffen aan de verplaatsingsregeleenheid 23 voor de dwarsposities b1, b2, b3 en b4 overeenkomstig de vier vooraf 20 bepaalde dwarsposities zoals hieronder beschreven, afhankelijk van de vier verschillende combinaties van AAN en UIT.
De eerste dwarscilinder 31 en de tweede dwarscilinder 32 zijn verbonden aan de hoge-druk-luchttoevoer T door middel van de dwarsrichtingregelkleppen 36 en 37. Vier van dergelijke eerste en tweede richting-regelkleppen 36 en 37 van elk dwarsbegrenzingsplaataandrijfmechanisme 25 zijn met in totaal vier 25 aangebracht voor elke dwarspositioneringseenheld 9. Deze richtingregelkleppen 36 en 37 zijn verbonden aan de verplaatsingsregeleenheid 23 en worden op dezelfde wijze geregeld.
Wanneer meer in het bijzonder de verplaatsingsregeleenheid 23 de eerste en tweede richtingregelkleppen 36 en 37 op een vooraf bepaald tijdsmoment inschakelt, verschaft de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 de instelling van de eerste dwarspositie b1 zoals weergegeven in figuur 9. Wanneer de 30 eerste richtingsregelklep 36 ingeschakeld wordt en de tweede richtingregelklep 37 wordt uitgeschakeld, kan de tweede positie b2 worden ingesteld op een positie verschoven met Ab1 (bepaald in overeenstemming met m en n in figuur 5) vanaf b1. Indien de eerste richtingregelklep 36 wordt uitgeschakeld en de tweede richtingregelklep 37 wordt ingeschakeld, kan de derde dwarspositie b3 worden ingesteld op een positie verschoven over Ab2 vanaf de tweede dwarspositie b2. Indien de eerste en de tweede richtingregelkleppen 35 36 en 37 buiten bedrijf worden gesteld, kan de vierde dwarspositie b4 worden ingesteld die verder teruggetrokken is met Δ1 ten opzichte van de derde dwarspositie b3.
Een hoofdgedeelte van de verplaatsingsregeleenheid 23 wordt gevormd door een microcomputer die verbonden is aan een hoofdcomputer in een assemblagelijn voor de carrosserie. Dé verplaatsingsregeleenheid voert de regeling uit voor de positiebegrenzing, afhankelijk van signalen zoals een signaal dat een 40 aanwijzing vormt van het voertuigtype van de carrosserie W, een behandelingsinstructiesignaal en een transporttijdsignaal of dergelijke.
Zoals afgebeeld in de figuren 1 en 5 worden de onderste carrosseriedelen WLa en WLb van een voertuig A en een voertuig B die dezelfde breedte a bezitten, een ondercarrosserie WLc van een voertuig C met een verhoudingsgewijze grote breedte b, hoofdcarrosserieën WMa en WMb van de voertuigen A en B welke 45 dezelfde breedte c bezitten, en een hoofdcarrosserie WMc van het voertuig C met een verhoudingsgewijze grote breedte d getransporteerd naar de transportbaan R. De hoofdcarrosserieën WMa en WMb van de voertuigen A en B zijn groter dan de ondercarrosserieën WLa en WLb daarvan, en wei met een grootte m. Net zo is de hoofdcarrosserie WMc van het voertuig C groter dan de ondercarrosserie WLc, in een mate n. Verder zijn de vooraf bepaalde posities f1, f2 en f3 in de langsrichting Y voor deze wagens A, B en C in 50 deze volgorde bepaald. Met andere woorden moet de inrichting voor het positioneren van de carrosserie op deze transportbaan een verplaatsing verzorgen langs vier vooraf bepaalde dwarsposities b1, b2, b3 en b4 alsmede een verplaatsing langs drie vooraf bepaalde langsposities f1, f2 en f3.
Het positioneren van de carrosserieën door toepassing van de inrichting voor het positioneren van de carrosserie afgebeeld in de figuren 1 tot 11 zal in samenhang met de werking van de inrichting voor het 55 positioneren van de carrosserie vervolgens worden beschreven.
Indien de ondercarrosserie WLa van het voertuig A getransporteerd wordt naar de transportbaan R, nadat de voorgaande bewerkingen zijn voltooid, detecteert de verplaatsingsregeleenheid 23 dit in verband 5 194884 met het activeren van de rollentransporteur 1, en ontvangt een signaal dat het type van carrosserie W aangeeft uit een hoofdcomputer die niet is weergegeven, voordat de carrosserie W aangekomen is op een overbrengingspositie (een gebied dat bestreken wordt door de langspositioneringseenheid 10 en de dwarspositioneringseenheid 9 weergegeven in figuur 1). Aangenomen wordt dat vervolgens een signaal 5 wordt verschaft dat een aanwijzing vormt voor het voertuig A, en dat vervolgens de inrichting 23 het opgeslagen voertuigtypesignaal beoordeelt, dat wil zeggen het voertuig A in deze uitvoering, en dat op basis daarvan de eerste en tweede richtingregelkleppen 36 en 37 worden ingeschakeld voor het verschuiven van de dwarspositiebegrenzingsplaats 24 bij de eerste dwarspositie b1 (zie figuur 8 en 9). Overeenkomstig schakelt het de richtingregelkleppen 21 en 22 in ter verplaatsing van het voorste eindpositioneringsorgaan 10 14 naar de eerste voorste eindpositie f1 (zie figuur 6). Tengevolge daarvan komt de verticaal uitstekende wand 3 verschuifbaar in aanraking met het schuifcontacteind 241 van de dwarspositiebegrenzingsplaats 24 en de verticaal uitstekende wanden 3 op de rechter en linker zijden naderen de hartlijn van de transportbaan R in gelijke mate wanneer de ondercarrosserie WLa van het voertuig A voortbeweegt op de rollentransporteur 1. Dienovereenkomstig wordt de mate van positiebegrenzing in dwarsrichting vergroot, in 15 overeenstemming met de grootte van de voorwaartse beweging van de carrosserie W die moet worden begrensd bij de eerste dwarspositie b1. Tegelijkertijd komt het puntreferentiegedeelte 4 van de carrosserie in aanraking met het voorste eindpositioneringsorgaan 14, waardoor de positie van de carrosserie wordt begrensd op de eerste voorste eindpositie f1. Aldus wordt de beweging in voorwaartse richting onderbroken.
Wanneer vervolgens de verplaatsingsregeleenheid 23 de voltooiing van het positioneren detecteert door 20 middel van een eindschakelaar (niet afgebeeld), wordt de rollentransporteur 1 gestopt en wordt een aandrijvingscommando voor de heen en weer gaande transporteur 2 toegezonden aan de hoofdcomputer. Vervolgens steekt de heen en weer gaande transporteur 2 een uitsteeksel 201 aangebracht op het bovenoppervlak daarvan in een vooraf bepaald insteekgat e (zie figuur 2) in de onderste wand van de ondercarrosserie WLa van het voertuig A dat gepositioneerd is op de rollentransporteur 1, teneinde de 25 carrosserie over een afstand Hr op te tillen. Vervolgens wordt het heen en weer gaande transportdeel snel over één transportafstand getransporteerd, voordat hij naar beneden wordt bewogen. Het naar beneden bewogen heen en weer gaande transportdeel wordt in terugkeerrichting getransporteerd, zonder onderdelen daarop. Wanneer het heen en weer gaande transportdeel naar beneden wordt bewogen, komt het insteekgat e van de carrosserie in samenwerking met een insteekorgaan (niet afgebeeld) voor gebruik bij 30 het begrenzen van de positie van de volgende lasbehandeling. Derhalve kan de volgende positionering direct worden uitgevoerd.
Wanneer op dezelfde wijze vervolgens carrosserie W getransporteerd wordt naar de transportbaan R na completering van de voorgaande behandeling, detecteert de verplaatsingsregeleenheid 23 dit weer voor het wederom activeren van de rollentransporteur 1, en ontvangt een signaal dat een aanwijzing vormt van het 35 type van de carrosserie W, dat wil zeggen het voertuig B in deze uitvoering, voordat de carrosserie W op de overbrengingspositie aankomt. Verder schakelt de verplaatsingsregeleenheid 23 de dwarspositie-begrenzingsplaat 24 op de eerste dwarspositie b1 (zie figuren 8 en 9). Tegelijkertijd schakelt de inrichting 23 de eerste voorste richtingregelklep 21 in en schakelt de tweede voorste richtingregelklep 22 uit teneinde het voorste eindpositioneringsorgaan 14 te verplaatsen naar de tweede voorste eindpositie f2 (zie figuur 6).
40 Derhalve wordt het positioneren van de ondercarrosserie WLb van voertuig B uitgevoerd door de carrosserie WLb te transporteren naar de hierboven beschreven overbrengingspositie. Vervolgens wordt de ondercarrosserie WLb van het voertuig B door de heen en weer gaande transporteur 2 getransporteerd naar de volgende laspositie.
Wanneer overeenkomstig de ondercarrosserie WLc van voertuig C getransporteerd wordt naar de 45 transportbaan R na voltooiing van een voorgaande behandeling, schakelt de verplaatsingsregeleenheid de eerste kruisrichtingregelklep 36 uit en schakelt de tweede kruisrichtingregelklep 37 in voor het verplaatsen van de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 naar de derde dwarspositie b3 (zie figuren 8 en 9). Tegelijkertijd schakelt de inrichting zowel de eerste als de tweede voorste richtingregelkleppen 21 en 22 uit ter verplaatsing van het voorste eindpositioneringsorgaan 14 naar de derde voorste eindpositie f3 (zie figuur 6).
50 Derhalve wordt het positioneren van de ondercarrosserie WLc van het voertuig C op dezelfde wijze uitgevoerd en wordt de ondercarrosserie WLc van het voertuig C door de heen en weer gaande transporteur 2 getransporteerd naar de volgende laspositie.
Wanneer overeenkomstig de hoofdcarrosserie WMa van het voertuig A getransporteerd wordt naar de transportbaan R na voltooiing van de voorgaande behandeling, schakelt de verplaatsingsregeleenheid de 55 eerste richtingregelklep 36 in en schakelt de tweede richtingregelklep 37 uit ter verplaatsing van de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 naar de tweede dwarspositie b2 (zie figuren 8 en 10). Tegelijkertijd schakelt de inrichting zowel de eerste als de tweede voorste richtingregelkleppen 21 en 22 in voor het

Claims (3)

194884 6 verplaatsen van het voorste eindpositioneringsorgaan 14 naar de eerste voorste eindpositie f1 (zie figuur 6). Derhalve wordt de hoofdcarrosserie WMa van het voertuig A naar de volgende laspositie getransporteerd en wel op dezelfde manier als hierboven beschreven, door de heen en weer gaande transporteur 2. Wanneer overeenkomstig de hoofdcarrosserie WMb van het voertuig B getransporteerd wordt naar de 5 transportbaan R na voltooiing van een voorgaande behandeling, schakelt de verplaatsingsregeleenheid de eerste kruisrichtingregelklep 36 in en schakelt de tweede kruisrichtingregelklep 37 uit voor het verplaatsen van de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 naar de tweede dwarspositie b2 (zie figuren 8 en 10). Tegelijkertijd schakelt de inrichting zowel de eerste als de tweede voorste richtingregelkleppen 21 en 22 in voor het verplaatsen van het voorste eindpositioneringsorgaan 14 naar de eerste voorste eindpositie f1 (zie figuur 6). 10 Derhalve wordt de hoofdcarrosserie WMb van het voertuig B op dezelfde wijze als hierboven beschreven naar de volgende laspositie getransporteerd door de heen en weer gaande transporteur 2. Wanneer overeenkomstig de hoofdcarrosserie WMc van het voertuig C getransporteerd wordt naar de transportbaan R na voltooiing van een voorgaande behandeling, schakelt de verplaatsingsregeleenheid zowel de eerste als de tweede kruisrichtingregelkleppen 36 en 37 uit voor het verplaatsen van de dwars-15 positiebegrenzingsplaat 24 naar de vierde kruispositie b4 (zie figuren 8 en 10). Tegelijkertijd schakelt de inrichting zowel de eerste als de tweede voorste richtingregelkleppen 21 en 22 uit ter verplaatsing van het voorste eindpositiebegrenzingsstuk 18 naar de derde voorste eindpositie f3 (zie figuur 6). Aldus wordt de hoofdcarrosserie WMb van het voertuig B op dezelfde wijze als hierboven beschreven naar de volgende laspositie getransporteerd door de heen en weer gaande transporteur 2. 20 Het voorste eindpositioneringsorgaan 14 en de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 worden naar keuze ingesteld en vastgehouden op een van de voorste eindposities f1, f2 en f3 of de eerste, de tweede, de derde en de vierde dwarsposities b1, b2, b3 en b4, afhankelijk van het type van elke wagen vóór aankomst van de carrosserie W op de overbrengingspositie. Derhalve zijn het voorste eindpositioneringsorgaan 14 en de dwarspositiebegrenzingsplaat 24 in aanraking met het puntreferentiegedeelte 4 van de carrosserie of is 25 het dwarspositioneringsorgaan in contact met de verticaal uitstekende wand 3. Tengevolge daarvan wordt elk carrosserie positief gepositioneerd op een vooraf bepaalde positie, afhankelijk van het type carrosserie. De hierboven genoemde cilindereenheid bevat twee cilinders die in serie zijn geschakeld. Het is echter ook mogelijk om drie of meer cilinders aan elkaar te verbinden ter bepaling van vier of meer vooraf bepaalde langsposities. 30
1. Inrichting voor het positioneren van een carrosserie op een transporteur door middel waarvan de 35 carrosserie verplaatsbaar is langs een transportbaan, waarbij van de carrosserie de onderzijde aan weerszijden een referentiegedeelte heeft, waarmee van de inrichting door het gestel gedragen langspositio-neringsorganen in samenwerking gebracht kunnen worden ter verkrijging van een langspositionering van de carrosserie op de transporteur, met het kenmerk, dat twee haakvormige positioneringsorganen (14) zijn voorzien die elk aan één eind voor verstellen zwenkbaar zijn om een verticale door het gestel gedragen pen 40 (13), zodanig dat het vrije eind van het positioneringsorgaan (14) in aanslag kan komen met het betreffende referentiegedeelte van een carrosserie, waarbij elk positioneringsorgaan verstelbaar is door een afzonderlijke cilindereenheid (17) die uit twee aan elkaar verbonden cilinders (19, 20) bestaat, waarbij het vrije eind van de zuigerstang van de ene cilinder (19) aan het positioneringsorgaan (14) en het vrije eind van de zuigerstang van de andere cilinder (20) aan een vaste met het gestel verbonden arm (15) is gekoppeld, en 45 dat ter bediening van elke cilinder (19, 20) een afzonderlijke regelklep (21, 22) is voorzien, welke regelklep-pen (21,22) de toevoer en afvoer van het drukmedium in de cilindereenheid (17) zo kunnen regelen, dat het vrije eind van het positioneringsorgaan (14) instelbaar is in verschillende posities om met zijdelings verschillend geplaatste referentiegedeelten van verschillende typen carrosserieën in aanslag te kunnen komen, voor het verkrijgen van vooraf bepaalbare langsposities (f1, f2, f3), en dat aan weerszijden van de 50 transporteur (1) een dwarspositioneringsmiddel (9) is voorzien ter verkrijging van een zijdelingse positionering van een carrosserie.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elk dwarspositioneringsmiddel (9) een dwarspositio-neringsplaat (24) omvat, die door middel van een aandrijving (25) dwars op de transporteuriangsrichting afhankelijk van het type carrosserie in verschillende dwarsposities (b1, b2, b3, b4) brengbaar is.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat elke dwarspositioneringsinrichting (9) een tafel (27) bezit die door een eerste cilinder (21) dwars ten opzichte van de transporteur (1) verschuifbaar is, op welke tafel (27) de positioneringsplaat (24) verschuifbaar is gelagerd, en waarbij een aan de tafel (27) verbonden 7 194884 tweede cilinder (32) is voorzien, waarvan de zuigerstang (321) is verbonden met de positioneringsplaat (24), zodanig dat door de overeenkomstige regeling van de cilinders (31, 32) de positioneringsplaat (24) vier verschillende dwarsposities (b1, b2, b3, b4) kan innemen. Hierbij 10 bladen tekening
NL9201685A 1991-09-30 1992-09-29 Inrichting voor het positioneren van een carrosserie. NL194884C (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP1991079303U JP2539878Y2 (ja) 1991-09-30 1991-09-30 ボデーの前進端位置決め装置
JP7930391 1991-09-30
JP7930291 1991-09-30
JP1991079302U JP2539877Y2 (ja) 1991-09-30 1991-09-30 ボディーの位置決め装置

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL9201685A NL9201685A (nl) 1993-04-16
NL194884B NL194884B (nl) 2003-02-03
NL194884C true NL194884C (nl) 2003-06-04

Family

ID=26420332

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9201685A NL194884C (nl) 1991-09-30 1992-09-29 Inrichting voor het positioneren van een carrosserie.

Country Status (4)

Country Link
US (1) US5282524A (nl)
KR (1) KR970010226B1 (nl)
DE (1) DE4232497C2 (nl)
NL (1) NL194884C (nl)

Families Citing this family (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH10501926A (ja) * 1995-03-28 1998-02-17 フィリップス エレクトロニクス ネムローゼ フェンノートシャップ 構成部分配置機械内にプリント配線板を位置決めする方法及びこの方法のための構成部分配置機械
US5937992A (en) * 1996-07-26 1999-08-17 Riverwood International Corporation Assembling apparatus and process
US6010088A (en) * 1998-07-21 2000-01-04 Morgan Construction Company Apparatus for centralizing rings being deposited in an overlapping pattern on a cooling conveyor
US6503270B1 (en) * 1998-12-03 2003-01-07 Medinol Ltd. Serpentine coiled ladder stent
US6478135B1 (en) * 2000-08-10 2002-11-12 R. C. Machines, Inc. Modular palletized work station for asynchronous conveyor systems
DE20014503U1 (de) * 2000-08-22 2001-01-11 Siemens AG, 80333 München Fertigungsstraßenabschnitt
DE10045743B4 (de) * 2000-09-15 2018-02-22 Robert Bosch Gmbh Vorrichtung zum Positionieren eines Werkstückträgers
EP1197422A3 (de) 2000-10-18 2002-10-02 VA TECH Transport- und Montagesysteme GmbH & Co Einrichtung und Verfahren zum Positionieren von Transportfahrzeugen in Arbeitsstationen
JP4540838B2 (ja) * 2000-12-12 2010-09-08 パナソニック株式会社 回路基板固定方法
US6800472B2 (en) * 2001-12-21 2004-10-05 Genzyme Glycobiology Research Institute, Inc. Expression of lysosomal hydrolase in cells expressing pro-N-acetylglucosamine-1-phosphodiester α-N-acetyl glucosimanidase
JP5033118B2 (ja) * 2005-04-20 2012-09-26 クック メディカル テクノロジーズ エルエルシー テーパ状構成部品を有する医療用送達機器
JP4210280B2 (ja) * 2005-09-01 2009-01-14 本田技研工業株式会社 ワークのクランプ装置
KR101339310B1 (ko) * 2008-08-05 2013-12-09 기아자동차 주식회사 자동차의 선루프 장착 시스템
FR2985240B1 (fr) * 2012-01-04 2014-10-24 Peugeot Citroen Automobiles Sa Dispositif de support de soubassements de vehicules automobiles ayant des configurations transversales differentes
CN108247317A (zh) * 2018-03-30 2018-07-06 青岛元启智能机器人科技有限公司 一种液晶屏自动定位装置
CN114684298B (zh) * 2022-04-02 2026-02-03 北汽福田汽车股份有限公司 升降定位装置和具有其的车辆装配设备

Family Cites Families (21)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2714906A (en) * 1951-11-26 1955-08-09 Mattison Machine Works Adjustable gaging device for saws
US3189156A (en) * 1962-11-09 1965-06-15 Cutler Hammer Inc Apparatus for alining and spacing articles
GB1063295A (en) * 1963-05-31 1967-03-30 S & S Furniture Company Ltd Means for locating members
US3308923A (en) * 1965-10-22 1967-03-14 Richard B Crawford Article positioning device
JPS55115515A (en) * 1979-02-27 1980-09-05 Natl House Ind Co Ltd Panel positioning device
AT382808B (de) * 1982-03-05 1987-04-10 Sticht Fertigungstech Stiwa Einrichtung zum montieren bzw. bearbeiten von werkstuecken
US4516318A (en) * 1983-04-26 1985-05-14 At&T Technologies, Inc. Methods of processing substrates
DD220947A1 (de) * 1983-12-22 1985-04-10 Post Inst F Post U Fernmeldew Vorrichtung zum ausrichten und zentrieren von quaderfoermigem stueckgut
JPS61114917A (ja) * 1984-11-12 1986-06-02 Asahi Chem Ind Co Ltd 搬送基板の位置決め装置
DE3510772A1 (de) * 1985-03-26 1986-09-25 Sanshin Shokai Co., Ltd., Tokio/Tokyo Verfahren zur positionierung von aufnehmerplatten und einrichtung dazu
JPS61226415A (ja) * 1985-03-29 1986-10-08 Ngk Insulators Ltd 搬送物の位置調節装置
JPS62121127A (ja) * 1985-11-20 1987-06-02 Brother Ind Ltd 被搬送物位置決め装置
JPS62184975A (ja) * 1986-02-07 1987-08-13 Toyota Motor Corp 自動車ボデ−組立用治具
FR2600569B1 (fr) * 1986-06-27 1993-12-03 Renault Automation Poste de maintien en position pour lignes capacitaires de carrosseries
JPS6312517A (ja) * 1986-07-02 1988-01-19 Hitachi Ltd 部品の位置決め機構
GB2193709B (en) * 1986-07-28 1989-12-13 Libbey Owens Ford Co Apparatus for aligning glass sheets in a production line
JPH06880Y2 (ja) * 1986-12-10 1994-01-05 三洋電機株式会社 基板支持装置
US5044541A (en) * 1989-04-21 1991-09-03 Nissan Motor Co., Ltd. Method and apparatus for assembling vehicle body
GB2235065B (en) * 1989-07-25 1993-12-22 Honda Motor Co Ltd Production management system with simultaneous multiple data transmission
JP2950428B2 (ja) * 1990-01-19 1999-09-20 山形カシオ株式会社 工作物支持装置
FR2665094A1 (fr) * 1990-07-24 1992-01-31 Sciaky Ind Sa Installation pour la realisation de carrosseries de vehicules automobiles.

Also Published As

Publication number Publication date
NL194884B (nl) 2003-02-03
KR970010226B1 (ko) 1997-06-23
DE4232497A1 (de) 1993-04-15
US5282524A (en) 1994-02-01
NL9201685A (nl) 1993-04-16
DE4232497C2 (de) 1997-03-13
KR930005855A (ko) 1993-04-20

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5927926A (en) Carriage for storage-retrieval system with locking-engaging members
US5271709A (en) Device and method for repeatedly forming a preselected arrangement of conveyed articles
NL9201685A (nl) Werkwijze en inrichting voor het positioneren van een carrosserie.
US5810158A (en) Belt accumulation conveyor
CN113955364A (zh) 一种带有导向机构的四项穿梭车
EP2159174B1 (en) An apparatus for transport and controlled discharge of products
CN121063289B (zh) 特殊垛型码垛用装车机和码垛方法
US5524748A (en) Lift and carry accumulating conveyor system
US5878641A (en) Cutting apparatus
KR100416383B1 (ko) 적재화물 이송 시스템
CN103889779A (zh) 货物输送车辆
US4321995A (en) Conveying and accumulating system for rolling elongated articles
NL193363C (nl) Transportstelsel.
EP0294038B1 (en) Apparatus for stacking veneer sheets
EP4655132A1 (en) Machine for the laser working of tubes and profiles, in particular machine for the laser cutting of tubes and profiles, with an improved unloading system for unloading the tube or profile at the end of the working process
EP1056663B1 (en) Conveying system
JP3568020B2 (ja) スラットコンベヤ
JP3104782B2 (ja) 保管設備
US5346358A (en) Apparatus for automatically stacking differently sized panels or packs of panels
KR100416386B1 (ko) 적재화물 이송 시스템에 사용되는 운반차
US4865310A (en) Stacker-sorter arrangement for sheet part pieces
JPS6117808Y2 (nl)
NL9400878A (nl) Inrichting voor het op een gewenste positie vrijgeven van voorwerpen uit de voorwerphouders van een transporteur.
JP2719977B2 (ja) プレス機におけるブランク材の搬送装置
JPH0332409B2 (nl)

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20070401