NL2000322C2 - Loopvlak van een rubberband. - Google Patents

Loopvlak van een rubberband. Download PDF

Info

Publication number
NL2000322C2
NL2000322C2 NL2000322A NL2000322A NL2000322C2 NL 2000322 C2 NL2000322 C2 NL 2000322C2 NL 2000322 A NL2000322 A NL 2000322A NL 2000322 A NL2000322 A NL 2000322A NL 2000322 C2 NL2000322 C2 NL 2000322C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
profile
protrusions
recesses
incision
tread
Prior art date
Application number
NL2000322A
Other languages
English (en)
Inventor
Hans Erwin Van Benthem
Original Assignee
Vredestein Banden B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Vredestein Banden B V filed Critical Vredestein Banden B V
Priority to NL2000322A priority Critical patent/NL2000322C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2000322C2 publication Critical patent/NL2000322C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60CVEHICLE TYRES; TYRE INFLATION; TYRE CHANGING; CONNECTING VALVES TO INFLATABLE ELASTIC BODIES IN GENERAL; DEVICES OR ARRANGEMENTS RELATED TO TYRES
    • B60C11/00Tyre tread bands; Tread patterns; Anti-skid inserts
    • B60C11/03Tread patterns
    • B60C11/12Tread patterns characterised by the use of narrow slits or incisions, e.g. sipes
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60CVEHICLE TYRES; TYRE INFLATION; TYRE CHANGING; CONNECTING VALVES TO INFLATABLE ELASTIC BODIES IN GENERAL; DEVICES OR ARRANGEMENTS RELATED TO TYRES
    • B60C11/00Tyre tread bands; Tread patterns; Anti-skid inserts
    • B60C11/03Tread patterns
    • B60C11/12Tread patterns characterised by the use of narrow slits or incisions, e.g. sipes
    • B60C11/1204Tread patterns characterised by the use of narrow slits or incisions, e.g. sipes with special shape of the sipe
    • B60C11/1218Three-dimensional shape with regard to depth and extending direction
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29DPRODUCING PARTICULAR ARTICLES FROM PLASTICS OR FROM SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE
    • B29D30/00Producing pneumatic or solid tyres or parts thereof
    • B29D30/06Pneumatic tyres or parts thereof (e.g. produced by casting, moulding, compression moulding, injection moulding, centrifugal casting)
    • B29D30/0601Vulcanising tyres; Vulcanising presses for tyres
    • B29D30/0606Vulcanising moulds not integral with vulcanising presses
    • B29D2030/0607Constructional features of the moulds
    • B29D2030/0613Means, e.g. sipes or blade-like elements, for forming narrow recesses in the tyres, e.g. cuts or incisions for winter tyres

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)

Description

Loopvlak van een rubberband
De uitvinding betreft een loopvlak van een rubberband, voorzien van langs- en/of dwarsgroeven die op de ondergrond aangrijpende profielelementen definiëren, waarbij 5 de profielelementen zijn voorzien van tenminste één profielinsnijding. De uitvinding betreft eveneens een profielblad voor een rubberband, en een vulkanisatiemal voorzien van het profielblad.
De op de ondergrond aangrijpende profielelementen van het loopvlak van een 10 rubberband worden doorgaans voorzien van één of meerdere profielinsnijdingen om de grip op de ondergrond te verbeteren. Dit is in het bijzonder aangewezen voor winterhanden en meerseizoenenbanden, die regelmatig met gladde ondergronden in contact komen. De profielinsnijding zorgt voor een vermeerdering van het aantal gripranden, waardoor een verhoogde lokale druk ontstaat die zorgt voor een verbetering 15 van de tractie op sneeuw en ijs. Hoewel niet noodzakelijk, worden de profielinsnijdingen typisch in de axiale richting of in een kleine hoek met de axiale richting van de rubberband geplaatst. De axiale richting van de band wordt in het kader van deze aanvrage gedefinieerd als de richting parallel aan de draaiingsas van het wiel (dwars op de omtreksrichting van de band). Profielinsnijdingen kunnen worden 20 verkregen door een vulkanisatiemal waarin de band wordt gevormd te voorzien van een aantal stalen profielbladen (door de vakman ook wel met lamellen aangeduid), die zich in radiale richting inwaarts uitstrekken. De radiale richting verloopt van het omtreksoppervlak van de band naar de rotatieas ervan. Ter plaatse van de profielbladen kan geen rubber komen, waardoor zich aldaar profielinsnijdingen vormen.
25
Een belangrijk nadeel van het toepassen van profielinsnijdingen in een profielelement is dat hierdoor de stijfheid van het profielelement wordt verlaagd, zodat de rij eigenschappen van de band verminderen en ongewenste slijtageverschijnselen optreden. WO 9948707 beschrijft een profielinsnijding met constante dikte, die een 30 eerste oppervlak en een tegenoverliggend tweede oppervlak in een profielelement vormt. Door beide oppervlakken te voorzien van profilering kunnen beide in elkaar grijpen bij het sluiten van een profielinsnijding, waardoor er voor wordt gezorgd dat de stijfheid van het betreffende profielelement vergroot (het zogenaamde “locking”-cffect). De profilering is in WO 9948707 dusdanig gevormd dat de profilering van het eerste 2 oppervlak exact past in de profilering van het tweede oppervlak. Een nadeel van de in WO 9948707 beschreven profielinsnijding is echter dat er bij het in elkaar grijpen van beide oppervlakken altijd beweging in axiale en radiale richting mogelijk is van de grootteorde van de profielinsnijdingdikte. Hierdoor is de stijfheid van het bekende 5 profielelement relatief gering.
Onderhavige uitvinding beoogt een verbeterd loopvlak van een rubberband volgens de aanhef te verschaffen, die goede sneeuw en ijs tractie combineert met goede rijeigenschappen op droge en natte weg.
10
Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt door een loopvlak te verschaffen dat wordt gekenmerkt doordat tenminste één van de oppervlakken is voorzien van een aantal uitsteeksels en/of uitsparingen, met dien verstande dat ter hoogte van althans een gedeelte van de uitsteeksels en/of uitsparingen de onderlinge afstand tussen eerste en 15 tweede oppervlak verschilt van de gemiddelde basisdikte van de profielinsnijding. Door deze maatregel wordt bij het sluiten van een profielinsnijding op die posities waar de onderlinge afstand tussen eerste en tweede oppervlak het kleinste is een relatief snelle sluiting verkregen. Hierdoor neemt de stijfheid van het betreffende profielelement toe, wat het rijgedrag gunstig beïnvloedt. Met basisdikte van een profielinsnijding wordt in 20 het kader van onderhavige aanvrage bedoeld de dikte van het niet van uitsteeksels en/of uitsparingen voorziene gedeelte van de betreffende profielinsnijding.
Door de positiebepaalde, en verschillende onderlinge afstand tussen beide oppervlakken zullen bovendien bij nagenoeg volledige sluiting van een profielinsnijding sommige 25 gedeeltes van beide oppervlakken elkaar niet raken. Hierdoor blijft ook bij nagenoeg volledige sluiting van een profielinsnijding waterafvoer mogelijk, wat het rijgedrag van de band voorzien van een loopvlak volgens de uitvinding verder ten goede komt. Volgens de uitvinding kan de onderlinge afstand tussen beide oppervlakken voor elke positie in de oppervlakken willekeurig worden gevarieerd, waarbij contourlijnen met 30 gelijke onderlinge afstand (“iso-afstand lijnen”) een willekeurige vorm kunnen hebben. Ook is het mogelijk lijnen met gelijke onderlinge afstand volgens een regelmatig patroon te laten verlopen. Het loopvlak volgens de uitvinding biedt de ontwerper aldus de mogelijkheid voor iedere toepassing de optimale balans in te stellen tussen verschillende gewenste bandeigenschappen, in het bijzonder de gripwerking op de weg, 3 de waterafVoer, en de mechanische eigenschappen van de band, zoals sterkte, stijfheid en slijtageweerstand. Hoewel de uitsteeksels en/of uitsparingen van de oppervlakken elke gewenste hoogte, respectievelijk diepte kunnen hebben biedt het voordelen als de uitsparingen een diepte hebben die kleiner is dan de gemiddelde basisdikte van de 5 betreffende profïelinsnijding. De profielinsnijdingen kunnen in hoofdzaak vlakke eerste en/of tweede oppervlakken omvatten. Een dergelijke profielinsnijding is relatief eenvoudig te vervaardigen. Ook is het mogelijk dat de profielinsnijdingen eerste en tweede oppervlakken omvatten met een gebogen en/of zigzagvorm, of in het algemeen met een driedimensionale vorm. In het loopvlak volgens de uitvinding is het mogelijk 10 een variabele profielinsnijdingdiepte toe te passen. In het bekende loopvlak zijn doorgaans relatief grote profielelementen nodig om het locking-effect zeker te stellen. Relatief grote profielinsnijdingsdiktes zijn dus doorgaans noodzakelijk. Het loopvlak volgens de uitvinding heeft als bijkomend voordeel dat de hoogte van de uitsteeksels en/of uitsparingen binnen grenzen in hoofdzaak onafhankelijk van de profieldikte 15 kunnen worden gekozen. Een bijkomend voordeel van het loopvlak volgens de uitvinding is dat de erin opgenomen profielinsnijdingen relatief weinig ruimte innemen in de omtreksrichting van de band, zodat hun aantal desgewenst hoog kan zijn.
Door de per positie verschillende onderlinge afstand tussen beide oppervlakken van de 20 profielinsnijding (de dikte van de profielinsnijding) vermindert het loopvlak volgens de uitvinding tevens de opname van stenen en/of ander losliggend materiaal en zorgt bovendien voor verbeterde waterafvoer, ook bij een gesloten profielinsnijding.
Volgens een eerste voorkeursuitvoeringsvorm wordt het loopvlak volgens de uitvinding 25 gekenmerkt doordat slechts één oppervlak is voorzien van uitsteeksels en/of uitsparingen. Met de meeste voorkeur is het oppervlak in deze variant voorzien van uitsteeksels. Een dergelijk loopvlak is bijzonder eenvoudig te vervaardigen, waarbij de bij de vervaardiging van de rubberband toegepaste profielbladen gemakkelijk uit de vulkanisatiemal (en meer bepaald uit de hierin gevormde rubberband) kunnen worden 30 verwijderd, zonder dat deze worden beschadigd. Deze uitvoeringsvorm biedt immers een verhoogde sterkte van de profielbladen.
In een verdere voorkeursvariant van het loopvlak volgens de uitvinding zijn het eerste en tweede oppervlak voorzien van uitsteeksels. Deze variant vertoont een bijkomend 4 locking-effect. Hoewel de uitsteeksels en/of uitsparingen op beide oppervlakken van een profielinsnijding elke willekeurige vorm kunnen aannemen, heeft het voordelen als de uitsteeksels en/of uitsparingen de vorm hebben van een hemisfeer (een halve bol), van een ellipsoïde, van een piramide, en/of van een schijf met cirkelvormige, 5 veelhoekige, elliptische, of anders gevormde doorsnede, en/of bijvoorbeeld sigaarvormig zijn.
Een verdere voorkeursuitvoering van het loopvlak volgens de uitvinding heeft het kenmerk dat de uitsteeksels en/of uitsparingen van het eerste en van het tweede 10 oppervlak dusdanig ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd dat beide oppervlakken bij sluiting van de profielinsnijding (verkleining van hun onderlinge afstand) in elkaar kunnen grijpen. Het in elkaar grijpen kan hierbij op verschillende wijze plaatsvinden, een en ander afhankelijk van de positionering van de uitsteeksels en/of uitsparingen. Volgens de uitvinding dient deze positionering dusdanig te zijn dat ter hoogte van 15 althans een gedeelte van de uitsteeksels en/of uitsparingen de onderlinge afstand tussen eerste en tweede oppervlak verschilt van de basisdikte van de betreffende profielinsnijding.
In een bijzonder voordelige voorkeursvariant is het eerste oppervlak van een 20 profielinsnijding voorzien van uitsteeksels waarvan althans een gedeelte dusdanig is gerangschikt dat zij althans één uitsteeksel van het tweede oppervlak omringen bij sluiting van de profielinsnijding. Met bijzondere voorkeur is het eerste oppervlak voorzien van uitsteeksels volgens een regelmatig patroon, waarvan een repeterende eenheid uitsteeksels omvat die dusdanig zijn gerangschikt dat zij althans één uitsteeksel 25 van het tweede oppervlak omringen bij sluiting van de profielinsnijding. De uitsteeksels van het eerste, respectievelijk tweede oppervlak vormen in deze voorkeursvariant een topologie die gelijkenis vertoont met het bekende lego speelgoed.
In een andere voorkeursvariant omvat de repeterende eenheid een regelmatige veelhoek 30 met uitsteeksels op de hoekpunten, waarbij het uitsteeksel van het tweede oppervlak bij sluiting van de profielinsnijding nagenoeg binnen de veelhoek komt te liggen. In deze voorkeursvariant zullen bij sluiting van de profielinsnijding de verplaatsingen in twee richtingen van het vlak althans gedeeltelijk worden belemmerd, waardoor de stijfheid van het betreffende profielelement wordt verhoogd. Tegelijkertijd echter zijn kanaaltjes 5 aanwezig tussen de uitsteeksels, die er voor zorgen dat de waterafvoer goed kan plaatsvinden.
In nog een andere voorkeursuitvoeringsvorm vormt de repeterende eenheid een stel op 5 onderlinge afstand geplaatste langwerpige uitsteeksels, waarbij het uitsteeksel van het tweede oppervlak bij sluiting van de profielinsnijding nagenoeg tussen de uitsteeksels komt te liggen. In deze variant zal bij sluiting van de profielinsnijding slechts de verplaatsing in één richting van het vlak althans gedeeltelijk worden belemmerd, waardoor de stijfheid van het betreffende profielelement enkel in deze richting wordt 10 verhoogd. Voor bepaalde toepassingen kan dit de gewenste rijeigenschappen ten goede komen.
In nog een verder verbeterde voorkeursuitvoeringsvorm van het loopvlak volgens de uitvinding is de onderlinge afstand tussen de uitsteeksels van eerste en tweede 15 oppervlak dusdanig dat bij sluiting van de profielinsnijding het uitsteeksel van het tweede oppervlak nagenoeg alle omringende uitsteeksels van het eerste oppervlak zijdelings raakt. Hierdoor wordt een verdere verhoging van de stijfheid van het betreffende profielelement bereikt, waarbij bovendien een zekere klemkracht moet worden overwonnen om een gesloten profielinsnijding opnieuw te openen. Om een 20 goede waterafvoer te verkrijgen is in deze voorkeursvariant de hoogte van de uitsteeksels bij voorkeur niet overal gelijk. Een geopende profielinsnijding vertoont aldus een variabele dikte, waarbij de uitsteeksels bij voorkeur dusdanig zijn verdeeld over de oppervlakken dat de dunste gedeeltes van de profielinsnijding geen continu pad vormen over de breedte van de profielinsnijding, doch in tegendeel regelmatig in de 25 breedte worden afgewisseld met dikkere gedeeltes. Omdat de sterkte van de profielbladen grotendeels wordt bepaald door de dikte van de dunste gedeeltes zou een profielinsnijding met over de gehele breedte verlopende dunste gedeeltes een lagere sterkte vertonen. Onderhavige voorkeursvariant heeft dit nadeel niet.
30 De uitvinding betreft eveneens een profielblad voor een rubberband, met een eerste en een tweede zijoppervlak en een gemiddelde dikte. Profielbladen worden toegepast om profielinsnijdingen in het loopvlak van banden te verkrijgen. Daartoe wordt een vulkanisatiemal waarin de band wordt gevormd langs de omtreksrand ervan voorzien van een aantal stalen profielbladen, die zich in radiale richting inwaarts uitstrekken. Een 6 ongevulkaniseerde rubberband wordt vervolgens in de vulkanisatiemal aangebracht. Ter plaatse van de profïelbladen kan geen rubber komen, waardoor zich aldaar profielinsnijdingen vormen na verwijdering van de profïelbladen uiteraard. Het moge duidelijk zijn dat de morfologie van de eerste en tweede zij oppervlakken spiegelbeeldig 5 wordt overgebracht op de zijvlakken van de profielinsnijdingen. Bovendien zal de gemiddelde breedte van de profielinsnijding in hoofdzaak overeenkomen met de gemiddelde dikte van het profielblad. Na het vullen wordt het rubber nog gevulkaniseerd, waardoor een uitgeharde rubberband ontstaat. Het profielblad volgens de uitvinding wordt gekenmerkt doordat tenminste één van de zijoppervlakken van het 10 profielblad is voorzien van een aantal uitsteeksels en/of uitsparingen, met dien verstande dat ter hoogte van althans een gedeelte van de uitsteeksels en/of uitsparingen de dikte van het profielblad verschilt van de basisdikte ervan. De voordelen van het profielblad volgens de uitvinding zijn reeds uitgebreid besproken in het kader van het hierboven beschreven uitgevonden loopvlak, en zullen hier niet meer worden herhaald. 15
Een aantal voorkeursuitvoeringsvormen van het profielblad volgens de uitvinding wordt beschreven in de hierna opgenomen conclusies 14 tot en met 24.
De onderhavige uitvinding zal nu worden toegelicht aan de hand van de bijgaande 20 figuren. Hierin toont: figuur 1 een schematisch perspectivisch zicht van een profielblad volgens een eerste uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding; figuur 2 een schematisch perspectivisch zicht van een profielelement in opengevouwen toestand, verkregen met het profielblad van figuur 1; 25 figuur 3 een schematisch bovenaanzicht van een aantal mogelijke uitvoeringsvormen van uitsparingen in een oppervlak van een profielblad volgens de uitvinding; figuur 4 een schematisch perspectivisch zicht van een profielblad volgens een tweede uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding; figuur 5 een schematisch perspectivisch zicht van een profielelement in opengevouwen 30 toestand, verkregen met het profielblad van figuur 4; figuren 6A, 6B en 6C een schematisch bovenaanzicht van een drietal mogelijke uitvoeringsvormen van uitsteeksels in de eerste en tweede oppervlakken van een profielinsnijding volgens de uitvinding, welke aanleiding geven tot “locking”; 7 figuur 7 een schematisch bovenaanzicht van een aantal mogelijke uitvoeringsvormen van uitsteeksels in de eerste en tweede oppervlakken van een profielinsnijding volgens de uitvinding; en tenslotte figuur 8 een schematisch perspectivisch zicht van een profielblad volgens een derde 5 uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Onder verwijzing naar figuur 1 wordt een profielblad 1 volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding getoond. Profielblad 1 omvat een gedeelte 2 dat bij de vervaardiging van een rubberband met het rubber in contact komt, en een gedeelte 3 10 waarmee het profielblad aan een vulkanisatiemal kan worden bevestigd. Gedeelte 2 definieert een eerste zijoppervlak 4 (in figuur 1 de voorzijde) en een tweede zij oppervlak 5 (in figuur 1 de niet zichtbare achterzijde). Bevestiging aan de vulkanisatiemal gebeurt op dusdanige wijze dat het profielblad 1 zich met gedeelte 2 in radiale richting inwaarts in de vulkanisatiemal voor een rubberband uitstrekt. In 15 gedeelte 2 kan geen rubber komen, waardoor zich aldaar profielinsnijdingen in de profïelelementen vormen. Uitsparingen 10 kunnen wel rubber bevatten, wat na vulkanisatie van het rubber en verwijdering van het profielblad 1 uit de vulkanisatiemal aanleiding geeft tot uitsteeksels 11 op het eerste oppervlak van de profielinsnijding. Profielblad 1 is verder voorzien van een aantal uitsparingen 10 in gedeelte 2. Het 20 profielblad 1 wordt doorgaans uit metaal, en bij voorkeur uit staal vervaardigd, doch dit is niet noodzakelijk voor de uitvinding. Uitsparingen 10 worden bij voorkeur in het profielblad 1 aangebracht door te persen. Het is echter tevens mogelijk de uitsparingen 10 uit het profielblad 1 te frezen, te boren, te etsen, en/of het profielblad 1 uit twee delen samen te stellen. Worden de uitsparingen 10 door middel van persen aangebracht, 25 dan kan door het wegdrukken van materiaal naast de gewenste uitsparing een verhoogde omtreksrand ontstaan. Deze verhoogde omtreksrand kan worden verwijderd door middel van nabewerken indien dit voor een bepaald profielelement ontwerp noodzakelijk is. Het is overigens ook mogelijk het profielblad 1 te vervaardigen door middel van gieten en/of dieptrekken, waarbij het doorgaans niet meer nodig is het 30 profielblad na te bewerken. In het in figuur 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld hebben de uitsparingen 10 de vorm van schijven met cirkelvormige doorsnede. De uitsparingen 10 zijn in het getoonde profielblad 1 volgens een regelmatig patroon over het eerste zij oppervlak 4 van gedeelte 2 verdeeld. Zoals is getoond in de doorsnede volgens lijn A-A’ strekken de uitsparingen 10 zich over een gedeelte van de basisdikte d van 8 profielblad 1 uit. Profielblad 1 heeft derhalve ter hoogte van de uitsparingen 10 een dikte die verschilt van de gemiddelde basisdikte d van het profielblad 1.
Onder verwijzing naar figuur 2 wordt een na vulkanisatie verkregen profielelement 6 5 getoond in opengevouwen toestand. Profielelement 6 is verkregen met behulp van het in figuur 1 getoonde profielblad 1, en omvat twee segmenten 6a en 6b, die worden gescheiden door de profielinsnijding. De profielinsnijding is niet als dusdanig zichtbaar in figuur 2 omdat beide segmenten (6a, 6b) afzonderlijk zijn weergegeven. De uitsparingen 10 in het eerste zij oppervlak 4 van profielblad 1 geven in het eerste 10 oppervlak 14 van segment 6a aanleiding tot uitsteeksels 11. Uitsteeksels 11 hebben in hoofdzaak eveneens de vorm van schijven met cirkelvormige doorsnede. Het niet van uitsparingen en/of uitsteeksels voorziene tweede zijoppervlak 5 van profielblad 1 geeft aanleiding tot een in hoofdzaak vlak tweede oppervlak 15 van segment 6b. De aldus verkregen profielinsnijding in profielelement 6 vertoont slechts aan één oppervlak 15 uitsteeksels 11. Een dergelijke profielinsnijding is eenvoudig in een profielelement van een loopvlak van een band aan te brengen, waarbij de voordelige werking van een relatief dunne profielinsnijding wordt verkregen in combinatie met een relatief hoge sterkte door de dikkere gedeeltes van segment 6a.
20 In het uitvoeringsvoorbeeld zoals dat in figuren 1 en 2 is getoond zijn schijfvormige uitsteeksels 11 toegepast. Andere geschikte vormen voor de uitsteeksels en/of uitsparingen zijn in figuur 3 weergegeven. Van links naar rechts en van boven naar beneden worden achtereenvolgens uitsparingen getoond in de vorm van een hemisfeer, een schijf met cirkelvormige doorsnede, een piramide, een schijf met veelhoekige 25 doorsnede (een zeshoek wordt getoond), een zeppelinvorm, en een schijf met ellipsvormige doorsnede. Al deze vormen kunnen in beginsel voorkomen op elk oppervlak van het profielblad 1 en/of de profielinsnijding, als uitsteeksel en/of als uitsparing, al dan niet in combinatie. Ook is het mogelijk dat verschillende vormen worden toegepast op het eerste en het tweede oppervlak.
30
Onder verwijzing naar figuur 4 wordt een tweede voorkeursuitvoeringsvorm getoond van een profielblad 1 volgens de uitvinding. De nummering van de onderdelen is overeenkomstig de nummering van figuur 1. Conform aan hetgeen hierboven reeds werd aangegeven omvat profielblad 1 een gedeelte 2 dat bij de vervaardiging van een 9 rubberband met het rubber in contact komt, en een gedeelte 3 waarmee het profielblad aan een vulkanisatiemal kan worden bevestigd. Gedeelte 2 definieert een eerste zijoppervlak 4 (in figuur 4 de voorzijde) en een tweede zijoppervlak 5 (in figuur 4 de niet zichtbare achterzijde). Ter plaatse van gedeelte 2 kan geen rubber komen, waardoor 5 zich aldaar profielinsnijdingen in de profielelementen vormen. Uitsparingen 10 worden bij het vullen van de vulkanisatiemal wel met rubber gevuld, wat na vulkanisatie van het rubber en verwijdering van het profielblad 1 uit de vulkanisatiemal aanleiding geeft tot uitsteeksels 11 op het eerste oppervlak van de profielinsnijding. Profielblad 1 is volgens de uitvinding voorzien van een aantal uitsparingen 10 in het eerste zijoppervlak 4 van 10 gedeelte 2, en van een aantal uitsparingen 12 in het tweede zijoppervlak 5 van gedeelte 2. In het in figuur 4 getoonde uitvoeringsvoorbeeld hebben de uitsparingen (10, 12) de vorm van schijven met cirkelvormige doorsnede. De groepen uitsparingen (10, 12) zijn in het getoonde profielblad 1 beide volgens een regelmatig patroon over beide zij oppervlakken (4, 5) verdeeld. De uitsparingen (10,12) strekken zich over een 15 gedeelte van de basisdikte d van profielblad 1 uit. Profielblad 1 heeft derhalve ter hoogte van de uitsparingen (10, 12) een dikte die verschilt van de gemiddelde basisdikte d van het profielblad 1.
Onder verwijzing naar figuur 5 wordt een na vulkanisatie verkregen overeenkomstig 20 profielelement 6 getoond in opengevouwen toestand. Profielelement 6 is verkregen met behulp van het in figuur 4 getoonde profielblad 1, en omvat twee segmenten 6a en 6b, die worden gescheiden door de profielinsnijding. De profielinsnijding is niet als dusdanig zichtbaar in figuur 4. De uitsparingen 10 in het eerste zijoppervlak 4 van profielblad 1 geven in het eerste oppervlak 14 van segment 6a aanleiding tot uitsteeksels 25 11. Uitsteeksels 11 hebben in hoofdzaak eveneens de vorm van schijven met cirkelvormige doorsnede. De uitsparingen 12 in het tweede zijoppervlak 5 van profielblad 1 geven in het tweede oppervlak 15 van segment 6b aanleiding tot uitsteeksels 13. Uitsteeksels 13 hebben in hoofdzaak eveneens de vorm van schijven met cirkelvormige doorsnede. De aldus verkregen profielinsnijding in profielelement 6 30 vertoont nu aan beide zijoppervlakken (14, 15) uitsteeksels (11, 13). Een dergelijke profielinsnijding vertoont het hieronder, aan de hand van figuur 6 in meer detail uitgelegde “locking effect”, en levert een loopvlak op waaruit water relatief gemakkelijk kan worden afgevoerd. In profielblad 1 zijn de uitsparingen (10, 12) van het eerste en van het tweede zijoppervlak (4, 5) dusdanig ten opzichte van elkaar gepositioneerd dat 10 ter hoogte van een uitsparing 10 op het eerste zij oppervlak 4, het tweede zij oppervlak 5 niet is voorzien van een uitsparing. In het bijzonder is het eerste zijoppervlak 4 voorzien van uitsparingen 10 die dusdanig zijn gerangschikt volgens een regelmatig patroon dat zij één uitsparing 12 van het tweede zijoppervlak 5 zouden omringen, mocht deze 5 uitsparing 12 zich op dezelfde positie op het eerste zijoppervlak 4 bevinden.
Zoals in figuur 6A is aangegeven is in een voorkeursuitvoeringsvorm het profielblad 1 voorzien van uitsparingen 10 op het eerste zijoppervlak 4 en van uitsparingen 12 op het tweede zijoppervlak 5. Uitsparingen 10 vormen een regelmatig patroon waarvan de 10 getoonde repeterende eenheid een regelmatige vierhoek vormt met uitsparingen 10 op de hoekpunten ervan. Uitsparingen 10 van één repeterende eenheid omringen één uitsparing 12 van het tweede zijoppervlak 5. Figuur 6B toont een alternatief waarbij de repeterende eenheid een regelmatige driehoek vormt met uitsparingen 10 op de hoekpunten ervan. Een profielinsnijding verkregen met behulp van het in figuren 6A en 15 6B getoonde profielblad zal op beide zijvlakken voorzien zijn van uitsteeksels die het spiegelbeeld vormen van de uitsparingen (10,14) van het profielblad 1. Hierdoor zullen bij sluiting van de profielinsnijding beide oppervlakken (14, 15) als het ware in elkaar haken, waardoor het profielelement een hogere stijfheid zal vertonen en het rijgedrag wordt verbeterd. In de in figuren 6A en 6B getoonde uitvoeringsvoorbeelden wordt de 20 verplaatsing in het vlak van beide oppervlakken (14, 15) althans gedeeltelijk verhinderd. De mate waarin de verplaatsing wordt gehinderd hangt af van de gemiddelde tussenafstand tussen de uitsteeksels 11 en 13 van de profielinsnijding (deze zijn respectievelijk gevormd door de uitsparingen 10 en 12 van profielblad 1). Een profielinsnijding waarbij de onderlinge afstand tussen de uitsteeksels (11, 13) van eerste 25 en tweede zijoppervlak (14, 15) dusdanig is dat per repeterende eenheid het uitsteeksel 13 van het tweede oppervlak 15 nagenoeg alle uitsteeksels 11 van het eerste oppervlak 14 raakt levert nagenoeg volledige “locking” en daardoor de hoogste stijfheid van het profielelement op. Meer in het bijzonder dient daartoe het uitsteeksel 13 aan het tweede zijoppervlak 15 nagenoeg in het middelpunt van de driehoek of het vierkant te liggen en 30 dienen bij voorkeur de afstanden tussen de uitsteeksels (11,13) in de orde van anderhalf keer een karakteristieke grootte van het uitsteeksel (13) te bedragen.
Figuur 6C toont een alternatief gevormd profielblad 1 met een repeterende eenheid die een stel op onderlinge afstand geplaatste langwerpige uitsparingen 10 op het eerste 11 zijoppervlak 4 omvat en een combinatie van een cirkelvormige uitsparing 12a en langwerpige uitsparingen 12b op het tweede zijoppervlak 5. Doordat in de met het aangegeven profielblad gevormde profielinsnijding de overeenkomstige uitsteeksels 11 en 13 tussen elkaar komen te liggen, wordt de onderlinge verplaatsing van de zijvlakken 5 14 en 15 in slechts één richting volgens de lijn C-C’ verhinderd, zodat “locking”ook slechts hoofdzakelijk in die richting zal optreden.
Volgens de uitvinding kunnen de patronen gevormd door de uitsparingen en/of uitsteeksels ook willekeurig verlopen en/of variatie vertonen. In figuur 7 worden een 10 aantal varianten getoond. Van links naar rechts en van boven naar onder worden respectievelijk patronen getoond bestaande uit: - eenvlaks uitsteeksels met schijven met een dichtheid die naar onder toe afneemt; - eenvlaks uitsteeksels volgens een honingraatpatroon waarvan de dikte van de smalste vlakken naar onder toe steeds groter wordt. Deze variant levert een maximale 15 sterkte/dikte verhouding; - tweevlaks uitsteeksels volgens een honingraatpatroon. Deze variant levert een maximale sterkte/dikte verhouding, evenals “locking” in 2 richtingen; - tweevlaks uitsteeksels volgens een patroon dat “locking” in de axiale richting oplevert; - tweevlaks uitsteeksels omvattende een combinatie van gebieden waar ééndimensionale 20 “locking”optreedt in de axiale richting, tweedimensionale “locking” in twee richtingen, en geen “locking”; - tweevlaks uitsteeksels omvattende een combinatie van gebieden waar ééndimensionale “locking”optreedt in de axiale richting, en gebieden waar ééndimensionale “locking”optreedt in de radiale richting; 25 - tweevlaks schijfvormige uitsteeksels met tweedimensionale “locking”; en tenslotte - tweevlaks uitsteeksels met geringe afmetingen en een fijnmazige verdeling over de zijvlakken.
Het zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de in de figuren getoonde 30 uitvoeringsvoorbeelden doch dat vele variaties denkbaar zijn binnen de door de conclusies aangegeven beschermingsomvang. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk andere dan vlakke profielbladen toe te passen. Zo wordt in figuur 8 een profielblad 1 getoond dat is opgebouwd uit meerdere vlakke delen (2a, 2b, 2c), die in zigzagvorm zijn opgesteld. Tenminste één vlak deel is voorzien van uitsteeksels en/of uitsparingen 10, 12 desgewenst van dezelfde vorm (zoals getoond in figuur 8), of van verschillende vorm. Ook is het mogelijk licht gebogen profielbladen toe te passen. Onderhavige uitvinding omvat tevens loopvlakken met profielinsnijdingen die een hoek maken met de radiale richting van de band.
5

Claims (25)

1. Loopvlak van een rubberband, voorzien van langs- en/of dwarsgroeven die op de ondergrond aangrijpende profielelementen definiëren, waarbij de profielelementen 5 zijn voorzien van tenminste één profielinsnijding met gemiddelde basisdikte, welke profielinsnijding een eerste oppervlak en een tegenoverliggend tweede oppervlak vormt, met het kenmerk, dat tenminste één van de oppervlakken is voorzien van een aantal uitsteeksels en/of uitsparingen, met dien verstande dat ter hoogte van althans een gedeelte van de uitsteeksels en/of uitsparingen de onderlinge afstand tussen eerste en 10 tweede oppervlak verschilt van de gemiddelde basisdikte.
2. Loopvlak volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de uitsparingen een diepte hebben die kleiner is dan de gemiddelde basisdikte.
3. Loopvlak volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat slechts één oppervlak is voorzien van uitsteeksels en/of uitsparingen.
4. Loopvlak volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het oppervlak is voorzien van uitsteeksels. 20
5. Loopvlak volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het eerste en tweede oppervlak zijn voorzien van uitsteeksels.
6. Loopvlak volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 25 uitsteeksels en/of uitsparingen de vorm hebben van een hemisfeer, van een zeppelin, van een piramide, en/of van een schijf met cirkelvormige, veelhoekige, elliptische, of anders gevormde doorsnede.
7. Loopvlak volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 30 uitsteeksels en/of uitsparingen van het eerste en van het tweede oppervlak dusdanig ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd dat beide oppervlakken bij sluiting van de profielinsnijding (verkleining van hun onderlinge afstand) in elkaar kunnen grijpen.
8. Loopvlak volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het eerste oppervlak is voorzien van uitsteeksels waarvan althans een gedeelte dusdanig is gerangschikt dat zij althans één uitsteeksel van het tweede oppervlak omringen bij sluiting van de profielinsnijding. 5
9. Loopvlak volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat het eerste oppervlak is voorzien van uitsteeksels volgens een regelmatig patroon, waarvan een repeterende eenheid uitsteeksels omvat die dusdanig zijn gerangschikt dat zij althans één uitsteeksel van het tweede oppervlak omringen bij sluiting van de profielinsnijding. 10
10. Loopvlak volgens conclusie 8 of 9, met het kenmerk, dat de repeterende eenheid een regelmatige veelhoek met uitsteeksels op de hoekpunten omvat, en dat het uitsteeksel van het tweede oppervlak bij sluiting van de profielinsnijding nagenoeg binnen de veelhoek komt te liggen. 15
11. Loopvlak volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat de repeterende eenheid een stel op onderlinge afstand geplaatste langwerpige uitsteeksels vormt, en dat het uitsteeksel van het tweede oppervlak bij sluiting van de profielinsnijding nagenoeg tussen de uitsteeksels komt te liggen. 20
12. Loopvlak volgens conclusie 10 of 11, met het kenmerk, dat de onderlinge afstand tussen de uitsteeksels van eerste en tweede oppervlak dusdanig is dat bij sluiting van de profielinsnijding het uitsteeksel van het tweede oppervlak nagenoeg alle omringende uitsteeksels van het eerste oppervlak raakt. 25
13. Profielblad voor een rubberband, met een eerste en een tweede zijoppervlak en een gemiddelde basisdikte, met het kenmerk, dat tenminste één van de zij oppervlakken van het profielblad is voorzien van een aantal uitsteeksels en/of uitsparingen, met dien verstande dat ter hoogte van althans een gedeelte van de uitsteeksels en/of uitsparingen 30 de dikte van het profielblad verschilt van de gemiddelde basisdikte.
14. Profielblad volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de uitsparingen een diepte hebben die kleiner is dan de gemiddelde basisdikte.
15. Profielblad volgens conclusie 13 of 14, met het kenmerk, dat slechts één zijoppervlak is voorzien van uitsteeksels en/of uitsparingen.
16. Profielblad volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat het zijoppervlak is 5 voorzien van uitsparingen.
17. Profielblad volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het eerste en tweede zijoppervlak zijn voorzien van uitsparingen.
18. Profielblad volgens één der voorgaande conclusies 13-17, met het kenmerk, dat de uitsteeksels en/of uitsparingen hemisfeervormig, cilindervormig, piramidevormig, veelhoekig, zeppelinvormig, of elliptisch cilindervormig zijn.
19. Profielblad volgens één der voorgaande conclusies 13-18, met het kenmerk, 15 dat de uitsteeksels en/of uitsparingen van het eerste en van het tweede zijoppervlak dusdanig ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd dat ter hoogte van een uitsteeksel en/of uitsparing op het eerste zijoppervlak, het tweede zijoppervlak niet is voorzien van een uitsteeksel en/of uitsparing.
20. Profielblad volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat het eerste zijoppervlak is voorzien van uitsparingen waarvan althans een gedeelte dusdanig is gerangschikt dat dit gedeelte althans één uitsparing van het tweede zijoppervlak zou omringen, mocht deze uitsparing zich op dezelfde positie op het eerste zijoppervlak bevinden.
21. Profielblad volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat het eerste zijoppervlak is voorzien van uitsparingen volgens een regelmatig patroon, waarvan een repeterende eenheid uitsparingen omvat die dusdanig zijn gerangschikt dat zij althans één uitsparing van het tweede zijoppervlak zou omringen, mocht deze uitsparing zich op dezelfde positie op het eerste zijoppervlak bevinden. 30
22. Profielblad volgens conclusie 20 of 21, met het kenmerk, dat de repeterende eenheid een regelmatige veelhoek met uitsparingen op de hoekpunten omvat, en dat de uitsparing van het tweede zijoppervlak nagenoeg binnen de veelhoek zou liggen, mocht deze uitsparing zich op dezelfde positie op het eerste zijoppervlak bevinden.
23. Profielblad volgens conclusie 21 of 22, met het kenmerk, dat de repeterende eenheid een stel op onderlinge afstand geplaatste langwerpige uitsparingen vormt, en dat de uitsparing van het tweede zij oppervlak nagenoeg tussen de uitsparingen zou 5 komen te liggen, mocht deze uitsparing zich op dezelfde positie op het eerste zij oppervlak bevinden.
24. Profielblad volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk, dat de onderlinge afstand tussen de uitsparingen van eerste en tweede zij oppervlak dusdanig is dat het 10 uitsteeksel van het tweede oppervlak nagenoeg alle uitsparingen van het eerste oppervlak zou raken, mocht deze uitsparing zich op dezelfde positie op het eerste zij oppervlak bevinden.
25. Vulkanisatiemal voor een rubberband, welke mal tenminste één profielblad 15 omvat volgens één der conclusies 13-24.
NL2000322A 2006-11-20 2006-11-20 Loopvlak van een rubberband. NL2000322C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000322A NL2000322C2 (nl) 2006-11-20 2006-11-20 Loopvlak van een rubberband.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000322 2006-11-20
NL2000322A NL2000322C2 (nl) 2006-11-20 2006-11-20 Loopvlak van een rubberband.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2000322C2 true NL2000322C2 (nl) 2008-05-21

Family

ID=37963508

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2000322A NL2000322C2 (nl) 2006-11-20 2006-11-20 Loopvlak van een rubberband.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2000322C2 (nl)

Cited By (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20130306209A1 (en) * 2010-09-30 2013-11-21 Matthieu Bonnamour Tire Tread
US20140367011A1 (en) * 2012-01-31 2014-12-18 Michelin Recherche Et Technique S.A. Projecting features molded within submerged tread voids
US20150328935A1 (en) * 2012-12-20 2015-11-19 Bridgestone Americas Tire Operations, Llc Sipe Reinforcement
US20220072912A1 (en) * 2018-12-21 2022-03-10 Compagnie Generale Des Etablissements Michelin Tire Tread for a Heavy Goods Vehicle Tire Having Improved Incisions

Citations (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0664230A2 (de) * 1994-01-20 1995-07-26 Semperit Reifen Aktiengesellschaft Fahrzeugreifen
JPH11105512A (ja) * 1997-10-02 1999-04-20 Bridgestone Corp 空気入りタイヤ
EP0945248A2 (de) * 1998-03-24 1999-09-29 Continental Aktiengesellschaft Hochstabile Lamelle, Vulkanisationsform mit solchen Lamellen, Fahrzeugreifen mit Lauffläche, in die Einschnitte mittels solcher Lamellen gebracht sind
WO1999048707A1 (en) * 1998-03-25 1999-09-30 The Goodyear Tire & Rubber Company Tire tread and mold for making treads
EP0952011A2 (en) * 1998-04-22 1999-10-27 Bridgestone Corporation Pneumatic tire
JP2002103921A (ja) * 2000-09-27 2002-04-09 Toyo Tire & Rubber Co Ltd 空気入りタイヤ
EP1533141A1 (en) * 2003-11-20 2005-05-25 The Goodyear Tire & Rubber Company Three-dimensional sipes for treads
EP1669217A1 (en) * 2003-09-29 2006-06-14 The Yokohama Rubber Co., Ltd. Pneumatic tire

Patent Citations (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0664230A2 (de) * 1994-01-20 1995-07-26 Semperit Reifen Aktiengesellschaft Fahrzeugreifen
JPH11105512A (ja) * 1997-10-02 1999-04-20 Bridgestone Corp 空気入りタイヤ
EP0945248A2 (de) * 1998-03-24 1999-09-29 Continental Aktiengesellschaft Hochstabile Lamelle, Vulkanisationsform mit solchen Lamellen, Fahrzeugreifen mit Lauffläche, in die Einschnitte mittels solcher Lamellen gebracht sind
WO1999048707A1 (en) * 1998-03-25 1999-09-30 The Goodyear Tire & Rubber Company Tire tread and mold for making treads
EP0952011A2 (en) * 1998-04-22 1999-10-27 Bridgestone Corporation Pneumatic tire
JP2002103921A (ja) * 2000-09-27 2002-04-09 Toyo Tire & Rubber Co Ltd 空気入りタイヤ
EP1669217A1 (en) * 2003-09-29 2006-06-14 The Yokohama Rubber Co., Ltd. Pneumatic tire
EP1533141A1 (en) * 2003-11-20 2005-05-25 The Goodyear Tire & Rubber Company Three-dimensional sipes for treads

Cited By (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20130306209A1 (en) * 2010-09-30 2013-11-21 Matthieu Bonnamour Tire Tread
US20140367011A1 (en) * 2012-01-31 2014-12-18 Michelin Recherche Et Technique S.A. Projecting features molded within submerged tread voids
US10336140B2 (en) * 2012-01-31 2019-07-02 Compagnie Generale Des Etablissements Michelin Projecting features molded within submerged tread voids
US20150328935A1 (en) * 2012-12-20 2015-11-19 Bridgestone Americas Tire Operations, Llc Sipe Reinforcement
US20220072912A1 (en) * 2018-12-21 2022-03-10 Compagnie Generale Des Etablissements Michelin Tire Tread for a Heavy Goods Vehicle Tire Having Improved Incisions
US12251969B2 (en) * 2018-12-21 2025-03-18 Compagnie Generale Des Etablissements Michelin Tire tread for a heavy goods vehicle tire having improved incisions

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN103534107B (zh) 高对比度轮胎花纹
US8393366B2 (en) Tread sipe comprising locking parts
KR101289574B1 (ko) 타이어 트레드
JP4519460B2 (ja) 切開が設けられたタイヤトレッド
JP5756092B2 (ja) 薄くされた厚み部分をもつサイプを有するタイヤ及びその製造装置
EP2072286B1 (en) Pneumatic tire tread and mold blade
EP1533141B1 (en) Three-dimensional sipes for treads
JP3682918B2 (ja) 空気入りタイヤ
CN102267341B (zh) 充气轮胎
JP4315985B2 (ja) 空気入りタイヤ
RU2737706C2 (ru) Зимняя шина
KR20060050096A (ko) 타이어
JP2012526704A5 (nl)
JP2007314168A (ja) トレッドサイプを有する空気入りタイヤ、およびサイプブレード
EP3335909B1 (en) A pneumatic tire, a tread band, and a tread block comprising a sipe, and a lamella plate for the manufacture thereof
CN107206849B (zh) 用于重型卡车冬季轮胎的胎面
CN203681163U (zh) 冬季轮胎
JP6085828B2 (ja) 空気入りタイヤ用トレッド
JP5715552B2 (ja) 空気入りタイヤ
NL2000322C2 (nl) Loopvlak van een rubberband.
JP3473904B2 (ja) 空気入りタイヤ
JP4211944B2 (ja) 空気入りタイヤ
JP4628151B2 (ja) 空気入りタイヤ
JP2007069652A (ja) 空気入りタイヤ
JP2023095542A (ja) 空気入りタイヤ

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
TD Modifications of names of proprietors of patents

Owner name: APOLLO VREDESTEIN B.V.

Effective date: 20090724

HC Change of name(s) of proprietor(s)

Owner name: APOLLO TYRES (NL) B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: APOLLO VREDESTEIN B.V.

Effective date: 20230111