NL2000906C2 - Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. - Google Patents
Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000906C2 NL2000906C2 NL2000906A NL2000906A NL2000906C2 NL 2000906 C2 NL2000906 C2 NL 2000906C2 NL 2000906 A NL2000906 A NL 2000906A NL 2000906 A NL2000906 A NL 2000906A NL 2000906 C2 NL2000906 C2 NL 2000906C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- cut
- flowers
- flower
- vehicle
- cut flower
- Prior art date
Links
- 239000012530 fluid Substances 0.000 title 1
- 238000000034 method Methods 0.000 claims abstract description 14
- 230000008569 process Effects 0.000 claims abstract description 5
- 238000003860 storage Methods 0.000 claims description 24
- 241000109329 Rosa xanthina Species 0.000 claims description 9
- 235000004789 Rosa xanthina Nutrition 0.000 claims description 9
- 230000003745 detangling effect Effects 0.000 claims description 8
- 241000196324 Embryophyta Species 0.000 claims description 6
- 238000005192 partition Methods 0.000 claims description 6
- 238000013138 pruning Methods 0.000 claims 2
- 239000002028 Biomass Substances 0.000 claims 1
- 241000557626 Corvus corax Species 0.000 claims 1
- 238000001802 infusion Methods 0.000 claims 1
- 238000009331 sowing Methods 0.000 claims 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 abstract description 4
- 238000007789 sealing Methods 0.000 abstract 1
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 description 24
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 7
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 3
- 241001164374 Calyx Species 0.000 description 2
- 241000220317 Rosa Species 0.000 description 2
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 2
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 2
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 description 2
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 239000007779 soft material Substances 0.000 description 2
- 235000010627 Phaseolus vulgaris Nutrition 0.000 description 1
- 244000046052 Phaseolus vulgaris Species 0.000 description 1
- 239000005862 Whey Substances 0.000 description 1
- 102000007544 Whey Proteins Human genes 0.000 description 1
- 108010046377 Whey Proteins Proteins 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 238000009395 breeding Methods 0.000 description 1
- 230000001488 breeding effect Effects 0.000 description 1
- 230000001680 brushing effect Effects 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000007747 plating Methods 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 238000004383 yellowing Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G5/00—Floral handling
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/14—Greenhouses
- A01G9/143—Equipment for handling produce in greenhouses
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02A—TECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
- Y02A40/00—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production
- Y02A40/10—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production in agriculture
- Y02A40/25—Greenhouse technology, e.g. cooling systems therefor
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)
Description
TRANSPORTSYSTEEM, VOERTUIG, OVERBRENGSYSTEEM EN WERKWIJZE VOOR HET TRANSPORTEREN VAN SNIJBLOEMEN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een transportsysteem en 5 weikwyze voor het transporteren van snijbloemen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een voertuig en een oveibrengsysteem voor het transporteren van snijbloemen.
Voor het transporteren van snijbloemen vanaf de kweekgoten waar de bloemen worden gekweekt, welke goten in een zogenoemde kweekruimte van een 10 warenhuis of kas zijn opgesteld, naar een bewexkingsruünte waarin de afgesneden bloemen een aantal bewakingen ondergaat, zijn verschillende transportsystemen bekend. Een voorbeeld van een dagelijk transportsysteem is gegeven in het Nederlandse octrooi NL 1 028 644. Hierin wordt een tamelijk complex systeem beschreven dat is opgebouwd uit een hoofdtransportbaan die langs verscheidene rijen 15 goten is aangebracht, alsmede een op de hoofdtransportbaan aangesloten invoertransportbaan. Aangezien de transportbanen op vaste posities op de vloer van de kweekruimte en bewericings ruimte zijn voorzien, is het systeem niet eenvoudig aan te passen aan een veranderende indeling van de verschillende ruimtes.
Tevens is het bekend om bij het oogsten van snijbloemen een opvangbek 20 handmatig mee te voeren, waarbij de bedieningspersoon die de bloemen afsnijdt, alle bloemen gezamenlijk in de opvangbek deponeert. Een dergelijke opvang heeft echter het bezwaar dat de bloemen met elkaar verstrengelen, zodat in een later stadium het moeilijk is om zonda beschadigingen de bloemen weer los van elkaar te halen.
Het is een doel van de uitvinding een systeem en werkwijze voor het 25 transporteren van snijbloemen alsmede verbeterde voertuigen en overbrengsystemen hiervoor te verschaffen waarin de bovengenoemde bezwaren zijn ondervangen.
Het is tevens een doel van de uitvinding een transportsysteem, transportvoertuig, overbrengsysteem en/of transportwerkwij ze te verschaffen die op efficiënte en flexibele wijze zorg kunnen dragen voor het transporteren van 30 snijbloemen.
Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt ten minste een van de doelen bereikt in een transportsysteem voor het transporteren van snijbloemen, in het bijzonda rozen, vanaf een aantal in rijen gerangschikte en op een vloer opgestelde 2 goten in bijvoorbeeld een kas of warenhuis, in welke goten planten of struiken voor het kweken van snijbloemen opneembaar zijn, naar een smjbloemverweridngsysteem, het transportsysteem omvattende een aantal snijbloemopslagvocrtuigcn die tussen de goten onderling en tussen bet snijbloem opslagsysteem en de goten verrijdbaar zijn, waarbij 5 een snijbloemopslagvoertuig omvat: - een onderstel; - een op het onderstel plaatsbaar frame met ten minste een invoeropening; . een aan het fiame bevestigde transporteur, . een aantal aan de transporteur bevestigde snijbloemhoudcrs, waarbij via 10 de invoeropening in elke snijbloemhouder een rij snijbloemen in te voeren is, waarbij de transporteur is ingericht om tijdens de invoerfase de snijbloemhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een ten minste gedeeltelijk lege snijbloemhouder ter plaatse van de invoeropening wordt aangeboden.
Zodoende heeft de bedienmgspersoon altijd een plaats voor het opslaan van 15 een snijbloem tot zijn beschikking. Als er geen gedeeltelijk lege snijbloemhouder meer beschikbaar is, hetgeen met behulp van een of meer detectoren gedetecteerd kan worden, is de invoerfase voorbij en het voertuig naar het snijbloemverweridngs-systcem afgevoerd worden. Omdat bovendien de snijbloemen in rijen worden aangebracht is de mate van onderlinge verstrengeling kleiner dan bet geval zou zijn 20 indien de bloemen in een opvangbek samengevoegd zouden worden.
In een voorkeursuitvoering heeft waarbij het frame een uitvoeropemng heeft via welke uitvoeropening uit elke snijbloemhouder de rij snijbloemen uit te voeren is, waarbij de transporteur is ingericht om tijdens de uitvoerfase de snijbloemhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een ten minste gedeeltelijk 25 gevulde snijbloemhouder ter plaatse van de uitvoeropemng wordt aangeboden. Zodra er geen gedeeltelijk gevulde snijbloemhouder meer beschikbaar is, hetgeen met behulp van een of meer detectoren gedetecteerd kan worden, is de uitvoerfase voorbij en kan het voertuig zich weer naar de bewerkingsruimte begeven.
In een voorkeursuitvoering van de uitvinding omvat het transportsysteem 30 een tussen het snijbloemverwerkingssysteem en een gebied naast de goten gerangschikte hoofdtransportbaan, waarbij de snijbloemopslagvoertuigen zijn ingericht om zowel over de hoofdtransportbaan als over de vloer te kunnen rijden. Enerzijds wordt zo de flexibele inzetbaarheid van de voertuigen gerealiseerd aangezien de 3 voertuigen vrij over de vloer kunnen rijden, anderzijds kunnen de voertuigen op efficiënte wijze via de hoofdtransportbaan automatisch van en naar het snijbloemverwerldngssysteem in de beweridngsruimte getransporteerd worden.
De voertuigen omvatten een aandrijving voor het verplaatsen daarvan over 5 de hoofdtransportbaan. De aandrijving kan plaatsvinden met een verbrandingsmotor ofj bij voorkeur, met een elektrische aandrijving. In de meeste gevallen zal hiertoe het voertuig voorzien zijn van een oplaadbare accu, maar andere typen elektrische aandrijving behoren eveneens tot de mogelijkheden.
Het transportsysteem omvat bij voorkeur tevens een overbrengsysteem 10 voor het uit de snijbloemopslagvoertuigen halen van de snijbloemen, het verenkelen van de snijbloemen en het bloem voor bloem aanbieden van de snijbloemen aan het snij bloemverwerkingssysteem, zoals later nader uiteengezet wordt.
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een voertuig voor de opslag van snijbloemen, in het bijzonder rozen, verschaft, het voertuig omvattende: 15 - een onderstel; - een op het onderstel plaatsbaar frame met ten minste een invocropening en een uitvoeropening; - een aan het frame bevestigde transporteur, - een aantal aan de transporteur bevestigde snijblocmhouders, waarbij via 20 de invoeropening in elke snijbloemhouder een rij snijbloemen in te voeren is en via de uitvoeropening uit elke snijbloemhouder de rij snijbloemen uit te voeren is, waarbij de transporteur is ingericht om tijdens de invoerfase en uitvoerfase de snijblocmhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een snijbloemhouder ter plaatse van de invoeropening respectievelijk uitvoeropening wordt aangeboden.
25 In een voorkeursuitvoering omvat een snijbloemhouder een rij opnameplaatsen waarin een rij snijbloemen bloem voor bloem te plaatsen is. Een voordelige uitvoering van een snijbloemhouder betreft een houder met een aan de transporteur aangebrachte steun alsmede een tweetal in hoofdzaak evenwijdige cn aan de steun aangebrachte houderstangen omvat, waarin de onderlinge aftstand van de 30 houderstangen is ingericht om een rij snijbloemen vast te kunnen houden. De bloemen kunnen eenvoudig en snel in de houder aangebracht worden door deze achter elkaar tussen de houderstangen te schuiven. Ook het verwijderen van de bloemen uit de 4 houder kan eenvoudig tot stand worden gebracht dom het één voor één tussen de stangen uit schuiven van de bloem».
Volgens een verdere voorkeursuitvoering omvat de transporteur een of meer rondgaande, eindloze banden waaraan de snijblocmhouders zijn bevestigd. Bij 5 voorkeur zyn de snijbloemhouders op gelijke onderlinge afstand aan de eindloze banden zijn bevestigd. De onderlinge afstand is hoogstens enige centimeters zodat de snijbloemen vrij dicht tegen elkaar aan gepakt opgeslagen worden, hetgeen een grote opslagcapaciteit in verhouding tot de afmetingen van het voertuig mogelijk maakt Om daarbij verstrengeling van naburige rijen van bloemen te voorkomen, zijn in een 10 verdere uitvoeringsvorm de snijbloemhouders onderling gescheiden door aan de transporteur aangebrachte scheidingsschotten.
Volgens een verdere voorkeursuitvoering is de transporteur voorzien van detectiemiddelen voor het detecteren van het aantal bloemen in een snijbloemhouder en is ingericht voor het in de invoerfase en uitvoerfase telkens verplaatsen van een 15 snijbloemhouder wanneer de snijbloemhouder geheel gevuld respectievelijk geheel geleegd is.
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een overbrengsysteem voor het vanaf een snijbloemopslagvoertuig naar een snijbloemverweriringssystccm overbrengen van snijbloemen, in het bijzonder rozen, het overbrengsysteem 20 omvattende: - een uithaalinrichting voot het uit het voertuig halen van de in een aantal rijen opgcslagcn snijbloemen; • een ovcrzetinrichting voor het vanaf de uithaalinrichting naar het snijblocmverwerkingssysteem overzetten van de snijbloemen, 25 waarbij de uithaalinrichting en/of ovcrzetinrichting zijn ingericht om de in rijen opgeslagen snijbloemen te verenkelen en één voor één aan te bied» aan het snijbloemverweikingssysteem.
In een voorkeursuitvocring van de uitvinding omvat de uithaalinrichting een in de richting van een voertuigopstelplaais te verplaatsen uithaalorgaan met daaraan 30 aangebracht een eerste transporteur en een tweede transporteur, waarbij de transporteurs zijn uitgevoerd om telkens een enkele snijbloem aan te grijpen en af te voer». Hierdoor kunnen de bloemen in verenkelde toestand worden afgevoerd.
5
Elk van de transporteurs kan een rondgaande, eindloze band omvatten. De banden van de transporteurs zyn hierbij over een deel van hun lengte tegen elkaar aan gedrukt om daartussen snijbloemen aan te kunnen grepen. De banden kunnen dezelfde snelheid hebben, zodat op de tussen de banden opgevangen bloemen weinig of geen 5 schuifkracbten worden uitgeoefend, hetgeen de kans op beschadiging van de bloemen vermindert
In een optionele uitvoering omvat het overbrengsystcem een ontklittingsinrichting voor het ontklltten van stelen van snijbloemen tijdens transport van de beide transporteurs van de uhhaalinricbting. De ontklittingsinrichting omvat een 10 aantal borstelelementen die in een richting in hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de snijbloemen tussen de beide transporteurs roteerbaar aan te drijven zijn. Door de borstelelementen langs de stelen van de bloemen te strijken, kunnen eventueel nog verstrengelde bloemstelen uit elkaar getrokken worden.
Volgens een verdere voorkeursuitvoering omvat de overzetimichting een 15 aantal in een in hoofdzaak horizontale roteerbaar aangedreven armen, elk waarvan aan zijn uiteinde is voorzien van een meeneemhaak waarmee de verenkelde zijbloem van de uithaalinrichting op te pakken en mee te voeren is naar het snijbloemvenveridngssysteem ter verdere verwerking daarvan.
hl een bepaalde uitvoeringsvorm is de uithaalinrichting voorzien van een 20 positioneringssysteem waarmee een voertuig ten opzichte van de uithaalinrichting te positioneren is. Het positioneringssysteem heeft een in de richting van een voertuig uitschuifbare arm, welke aan zijn uiteinde voorzien is van een zelfvergrendelend vasthoudelement dat aan kan grijpen op het voertuig. In vastgegrepen toestand is het voertuig exact op de juiste positie ten opzichte van de uithaalinrichting en in het 25 bijzonder de beide transporteurs daarvan gerangschikt, zodat de transporteurs de bloemen zonder problemen uit het voertuig kunnen verwijderen.
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een werkwijze verschaft voor het transporteren van snijbloemen, in het bijzonder rozen, vanaf een aantal in rijen gerangschikte en op een vloer opgestclde goten in bijvoorbeeld een kas of warenhuis, 30 in welke goten planten of struiken voor het kweken van snijbloemen opneembaar zyn, naar een snijbloemverwerldngsysteem, de werkwijze omvattende het met een aantal tussen de goten onderling en tussen het snijbloemopslagsysteem en de goten verrijdbare snijbloemopslagvoertuigen verzamelen van snijbloemen, het transporteren van de 6 verzamelde snijbloemen naar bet snijbloemverwerkingssysteem en het Λλλγλλπ verschaffen van de snijbloemen, waarbij het verzamelen omvat het in een aantal rijen in het voertuig aanbiengen van de snijbloemen.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding 5 zullen worden verduidelijkt aan de hand van navolgende beschrijving van enige voorkeursuitvoeringsvormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de bijgevoegde figuren, waarin tonen:
Figuren 1 en 2: twee op elkaar aansluitende bovenaanzichten van een voorkeursuitvocring van erna kas die is voorzien van een uitvoeringsvorm van een 10 transportsysteem volgens de uitvinding;
Figuur 3: een gedeeltelijk opengewerkt aanzicht in perspectief van het bovenste deel van een uitvoeringsvorm van een snijbloemopslagvoertuig dat deel uitmaakt van het transportsysteem van figuren 1 en 2;
Figuur 4: een langsdoorsnede door de uitvoeringsvorm van figuur 4; 15 Figuur 5: een gedeeltelijk weggenomen vooraanzicht in perspectief van de voorkeursuitvoeringsvorm van het snijbloemopslagvoertuig volgens figuur 3;
Figuur 6: een gedeeltelijk opengewerkt zijaanzicht in perspectief van een deel van een snijbloemopslagvoertuig, een mthaalinrichting voor het uit het voertuig halen van snijbloemen en een overzetmrichting voor het vanaf de uithaalinrichting 20 overzetten van de snijbloemen, alle volgens voorkeursuitvoeringsvonnen van de uitvinding;
Figuur 7: een gedeeltelijk opengewerkt bovenaanzicht van de uitvoeringsvormen van figuur 6; en
Figuur 8: een detail van een voorkeursuitvoeringsvorm van een 25 positioneringsinrichtiiig volgens de uitvinding.
Figuren 1 en 2 tonen gezamenlijk een kas of warenhuis 2 waarin een transportsysteem i volgens de uitvinding is geïnstalleerd. De kas 2 heefteen kweekniimte die hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het daadwerkelijke kweckproces zelf en een bewerkingsruimte waarin eenmaal geoogste kweeksels verder worden 30 verwerkt De bewerkingsruimte is grotendeels weergegeven in figuur 1, terwijl de kweekniimte grotendeels in figuur 2 is weergegeven. Om een idee te geven van schaal van derge lijke kassen of warenhuizen, heeft de weergegeven kweekniimte bijvoorbeeld een lengte in de orde van grootte van 200-250 meter en een breedte van 150 tot 200 7 meter. Voor de duidelijkheid van de beschrijving is in figuur 2 is slechts een gering gedeelte van de kweekruimte getoond. De beweridngsnrimte is kan van de dezelfde orde van grootte zijn, maar is vaak iets kleiner. De constructie van de kas 2 is op zichzelf bekend en zal verder niet in detail worden beschreven.
5 In de kas 2 (figuur 2) is een aantal langgerekte bakvonnige houders, ook wel goten 3 genoemd, voorzien, waarin plantgoed is aangebracht De goten 3 zijn in rijen aangrenzend aan elkaar in de kweekruimte aangebracht De goten 3 bezitten elk een vooraf bepaalde lengte, by voorbeeld tussen de IS en 20 meter. In de lengterichting van de kweekruimte is een gangpad 8 vrijgelaten. Aan weerszijden van het gangpad 8 10 bevinden zich de kopse einden van de naast elkaar geplaatste rijen goten 3 (in figuur 2 zijn voor de duidelijkheid slechts enkele daarvan getekend). )n de goten 3 zijn planten of struiken voor het kweken van snijbloemen, zoals bijvoorbeeld rozenstruiken, te plaatsen. In het hiernavolgende zal veelvuldig verwezen worden naar rozenstruiken omdat de uitvinding in het bijzonder goed toepasbaar is voor het transporteren van 15 rozen. Het is echter voor de vakman duidelijk dat ook andere typen snijbloemen met een dergelijke transportinrichting goed te transporteren zijn.
De goten 3 zijn in dwarsrichting (pijlen 9, figuur 2) over een vloer V verplaatsbaar. Het mechanisme om de goten te kunnen verplaatsen is niet direct relevant voor de uitvinding en een beschrijving hiervan kan derhalve hier worden 20 weggelaten. Door verplaatsing van de goten is telkens tussen naburige goten 3 een oogstpad 10 te creëren. Een bedieningspersoon (p) kan over dit oogstpad 10 lopen en de in de goten 3 aan weerzijden van het pad aanwezige snijbloemen (b) afsnijden onder de voorwaarde dat deze snijbloemen voldoende zijn opgekweekt. Gezien de grote hoeveelheden snijbloemen per goot, moet de bedieningspersoon de bloemen op (te een 25 of andere manier verzamelen. Een mogelijkheid om de afgesneden bloemen te verzamelen is om een opvangbek mee te nemen die door de bedieningspersoon met afgesneden snijbloemen wordt gevuld. Een bezwaar hiervan is echter dat de bloemen allemaal door elkaar op een hoop worden gegooid en met elkaar verward geraken. Het in een later stadium één voor één van elkaar loshalen van de bloemen is een zeer 30 arbeidsintensief karwei en brengt mogelijkerwijs beschadiging van de bloemen met zich mee.
Volgens de uitvinding maakt de bedieningspersoon gebruik van het transportsysteem, waarvan een onderdeel een voertuig 20 voor het opslaan van 8 snijbloemen is. De constructie en werking van dit voertuig worden later uiteengezet Het voertuig 20 ia geschikt voor het verzamelen van de snijbloemen gelijk nadat de bedieningspersoon de bloemen heeft afgesneden en het transporteren van de verzamelde snijbloemen naar de bewerkingsruimte. In de bcweriringgniimte worden de 5 bloemen verenkeld en één voor één aangeboden aan een smjblocmverwerfcingsysteern 4. In het laatstgenoemde systeem worden de snijbloemen verder verwerkt, bijvoorbeeld verpakt en voor verscheping geschikt gemaakt Het snijbloemverwcridngssysteem is in figuur 1 slechts schematisch weergegeven omdat het als zodanig gen onderdeel uitmaakt van het transportsysteem volgens de onderhavige uitvinding.
10 Het snijbloemopslagvocrtiiig 20 maakt onderdeel uit van het eerdergenoemde transportsysteem 1. Het transportsysteem 1 omvat ondermeer een hoofdbaan 5 waarlangs snijbloemopslagvoertuigen 20 vervoerd kunnen worden. Bij voorkeur is de hoofdbaan 5 opgebouwd trajecten bestaande uit enkelvoudige rails (zoals in de figuren 1 en 2 schematisch is weergegeven) of uit telkens twee evenwijdig 15 naast elkaar geplaatste rails, zoal is weergegeven in figuur 4. De hoofdbaan 5 is op of in de vloer V van de kas 2 aangebracht De onderstellen 15 van de voertuigen 20 zijn voorzien van een dubbel stel wielen. In figuur 4 is weergegeven dat het onderstel een eerste viertal wielen 16 heeft waarmee het voertuig 20 over de rails van de hoofdbaan 5 kunnen rijden. Niet in deze figuur is weergegeven dat de wagens 20 zijn voorzien van 20 een aandrijfsysteem, bijvoorbeeld in de vorm van een verbrandingsmotor of, bij voorkeur, een of meer elektromotoren die via een overbrengingsmechanisme wielen 16 kunnen aandrijven. Het onderstel is verder voorzien van een elektronische besturingseenheid, waarmee de wagens direct of via een bedieningspersoon, kunnen worden bediend. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een voeding met behulp van 25 accu’s. De voertuigen kunnen dan zich geheel autonoom over de rails verplaatsen. Andere uitvoeringen, bijvoorbeeld uitvoeringen waarin voeding wordt verkregen via geleiders in de vloer V of geleiders in de rails behoren eveneens tot de mogelijkheden.
Zoals boven besproken is, en in figuren 1 en 2 is weergegeven, vormt de hoofdbaan 5 een traject dat zich uitstrekt door het gangpad 8 in de kweekruimte naar 30 een bewerkingsruimte waarin een snijblocmvcrwerkingssystcem 4 is aangebracht Dit betekent dat de voertuigen 20 weliswaar in het gangpad 8 dichtbij de kopse einden van de goten 3 kunnen worden geplaatst, maar niet de bedieningspersoon p kunnen volgen wanneer deze achtereenvolgens de oogstpaden 10 langsloopt om de aan weerszijden 9 daarvan gekweekte snijbloemen te oogsten. Wanneer de voertuigen 20 zich alleen op de hoofdbaan zouden kunnen voortbewegen, zou dit betekenen dat deze tijdens het eigenlijke oogsten nog steeds niet toegepast kunnen worden. Uitbreiding van de hoofdbaan naar de oogstpaden zou het transportsysteem niet alleen veel complexer en 5 duurder maken, maar ook minder flexibel aangezien altijd de vaste trajecten van de rails gevolgd moeten worden.
Om het voertuig ook tussen de oogstpaden door te kunnen leiden en dit bovendien op flexibele wijze te kunnen doen, zijn de voertuigen elk voormen van een tweede stel wielen, meer in bet bijzonder zwenkwielen 17, zoals in figuur 4 is 10 weergegeven. De wielen 17 zijn bij voorkeur voorden van rubber banden en zijn daarmee geschikt voor transport over de vloer V van de kas 2. Wanneer een voertuig 20 over de hoofdbaan 5 wordt aangevoerd, worden de wielen 16 gebruikt en blijven de wielen 17 ongebruikt, hl deze toestand maken de wielen 17 geen contact met de vloer en zijn dwars op de rijrichting aangebracht (vergelijk pijl 18).
15 De wagens 20 kunnen door een bedieningspersoon p op eenvoudige wijze ter hoogte van het gewenste oogstpad 10 worden gestopt, bijvoorbeeld door een of meer van de rails te voormen van een verwijderbare stopper 11 (figuur 2). De stopper 11 kan door de bedieningspersoon p op de rails worden geplaatst, zodanig dat een op het voertuig 20 voorziene detector deze kan detecteren. Bij detectie van de stopper 11, 20 brengt het voertuig 20 zichzelf tot stilstand. Wanneer de bedieningspersoon nu snijbloemen langs een bepaald oogstpad 10 wil oogsten, bedient deze een bedicningshendel (niet weergegeven), waardoor zwenkwielen 17 contact gaan maken met de vloer V. Het voertuig 20 is nu in dwarsrichting (richting 18) van de rails te verwijderen.
25 Aangezien de wielen 17 zwenkbaar zijn uitgevoerd, zou de bedieningspersoon p het voertuig handmatig voort kunnen slepen of voort kunnen duwen langs het oogstpad 10. In een voorkeursuitvoering van de uitvinding zijn de wielen 17 (of althans een aantal daarvan) via een aandrijfinotor (niet weergegeven) aan te drijven. De bedieningspersoon kan met een afstandbediening het voertuig 20 30 eenvoudig langs het oogstpad 10 laten rijden. Tijdens het rijden kan de bedieningspersoon het voertuig met snijbloemen vullen. Na afloop brengt hij de wagen 20 terug naar de hoofdhaan, plaats de wielen 16 van het onderstel 15 op de rails en trekt dc wielen 17 op. Het voertuig kan nu geheel autonoom zijn weg langs de hoofdbaan 5 10 vervolgen en de snijbloemen naar de bewerkingsruimte brengen. Uit het bovenstaande volgt dat enerzijds de toepassing van een hoofdbean (al dan niet met rails) het mogelijk maakt dat de bedieningspersoon zijn wagen kan ophalen en kan afgeven dichtbij de plaats waar hij de snijbloemen moet oogsten, hetgeen een efficiënter oogst van de 5 bloemen bevordert, en dat anderzijds de voertuigen op flexibele wijze en met een grote vrijheid van handeling buiten de hoofdbaan te gebruiken zijn bij het daadwerkelijke oogstproces. Het door het voertuig afgelegde traject is immen niet meer afhankelijk van de positie van een vaste rails.
In figuren 3-5 is de uitvoering van het voertuig 20 in meer detail 10 weergegeven. Het voertuig 20 omvat een onderstel IS, voorzien van twee sets wielen 16,17 alsmede een aandrijving van de eerste set wielen 16 en bij voorkeur ook een aandrijving (mogelijkerwijs gelijk aan de eerder genoemde aandrijving) van de twee set wielen 17. Bovenop het onderstel 15 is een opvangkast 21, voorzien, welke in detail in figuur 3 is weergegeven. De opvangkast 21 is opgebouwd uit een langgerekt frame 23 15 dat aan beide langsrijden voorzien is van beplating 25. Aan de kopse einden zijn afsluitflappen 31 voorzien, waarbij tussen de afsluitflappen 31 een langgerekte opening (in/uitvoeropening 22,19) is voorzien. In de opvangkast 21 is een transporteur 24 aangebracht waarmee een groot aantal in de kast aanwezige snijbloemhouders te transporteren is. la de figuren rijn voor de duidelijkheid slechts enkele 20 snijbloemhouders getekend. In de weergegeven uitvoeringsvorm is de transporteur 24 opgebouwd uit een bovenste rondgaande (richting 36) eindloze bond 26 alsmede een daarmee synchroon bewegende onderste rondgaande eindloze band 27. Beide banden 26,27 worden geleid via respectievelijke rollers 28,29 die aan het frame 23 zijn aangebracht Een of meer van deze rollers zijn via een aan het frame bevestigde 25 elektromotor 41 aangedreven.
De eerder genoemde snijbloemhouders 35 rijn bevestigd aan de bovenste transportband 26 en wel op korte afstand van. Een snijbloemhouder 35 is opgebouwd uit een steun 37 die vast is bevestigd aan de bovenste eindloze band 26. Aan de steun 37 is een tweetal langgerekte houderstangen 38,39 bevestigd. Beide houderstangen 30 strekken zich parallel of althans nagenoeg parallel ten opzichte van elkaar uit en zijn bij voorkeur (maar dit is niet noodzakelijk) enigszins golvend uitgevoerd zodat in de tussenruimte tussen de stangen 38,39 discrete opvangplaatsen 200 gerealiseerd worden. Op deze opvangplaatsen 200 kunnen de kelken van de snijbloem geplaatst worden. De 11 kelk van de bloem blijft rusten op beide stangen 38,39 terwijl de steel sdch recht naar beneden toe uitstrekt Deze stand is schematisch in het rechterdeel van figuur 3 weergegeven.
Tussen twee opeenvolgende snijbloemhoudcrs 35 zijn tussenschotten 40 5 aangebracht Deze tussenschotten 40 zijn vast bevestigd aan de transporteur, aan de bovenzijde aan de bovenste transportband 26 en aan de onderzijde aan de onderste transportband 27. De schotten 40 zorgen ervoor dat in opeenvolgende snijbloemhouders 35 aangebrachte snijbloemen niet in elkaar verward geraken. Voor een goedé geleiding van met name de als laatste in een bepaalde snijbloemhouder 35 10 aangebrachte bloem is de opvangkast 21 verder voorzien van een of meer geleidingsstangen 34. Deze stangen 34 zijn met name bedoeld voor een goede geleiding van bet onderste uiteinde van de stelen S van de snijbloemen.
De werking van het voertuig 20 en meer in het bijzonder de opvangkast 21 is als volgt. De bedieningspersoon p neemt het voertuig 20 met ach mee wanneer hij 15 zich verplaatst langs het oogstpad 10 om de in een bepaalde goot 3 gekweekte snijbloemen b te oogsten. De bedieningspersoon p snijdt een voor een bloemen b af en voert deze toe aan de opvangkast 21 via een van de langgerekte invoeropeningen 19,22 tussen de aan een kopeinde van de kast voorziene flappen 31. De bedieningspersoon schuift de bloemen één voor één in de snijbloemhouder die zich op dat moment vóór de 20 invoeropening 19,22 bevindt, zoals is weergegeven in figuur 4. De bedieningspersoon schuift in het weergegeven voorbeeld vier keer een bloem b tussen de stangen 38,39 van de snijbloemhouder 35 en plaatst elk van de bloemen in zijn bijbehorende opvangplaats 200. Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot het aanbrengen van een viertal bloemen in de houder 35 noch tot een snijbloemhouder met 25 vier opvangplaatsen 200. In andere uitvoeringen zijn minder of meer opvangplaatsen voorzien en brengt de bedieningspersoon meer of minder bloemen aan. Van belang is wel dat er een vooraf bepaald vast aantal opvangplaatsen gecreëerd is of althans dat de bedieningspersoon telkens maximaal slechts een vooraf bepaald aantal bloemen de houder 35 in schuift.Op deze wijze kan de bedieningspersoon op gecontroleerde wijze 30 een keurige rij van een vooraf bepaald aantal bloemen tot stand brengen. Zoals in de figuren is weergegeven, zijn de kelken bloem-voor-bloem in de houder aangebracht cn gerangschikt is een nette ry met een in hoofdzaak vaste onderlinge afstand. De kans op 12 verwarring van de bloemen, bijvoorbeeld wanneer de stelen onderling teveel in elkaar klitten, is klein, evenals de kans op beschadigingen van de bloem.
Wanneer een snijbloemhouder 35 gevuld is met het vooraf bepaalde aantal On het weergegeven voorbeeld een viertal) bloemen, wordt dit gedetecteerd door een 5 (niet weergegeven) detector, die een daarvoor representatief signaal stuurt naar een centrale besturing (niet weergegeven) in de kast 21. De besturingseenheid schakelt vervolgens de transporteur 24 in, die de gevulde houder 35 verplaatst (richting 36, figuur 4) totdat een nieuwe, nog niet gevulde houder voor de invoeropening 19 gepositioneerd is. De besturing stopt de transporteur 24 dan weer, waarna de 10 bedieningspersoon peen volgend voorafbepaald aantal bloemen in een houder 35 kan aanbrengen. Dit proces wordt herhaald totdat alle houders 35 met bloemen gevuld rijn of totdat de bloemen van één of twee, langs het oogstpad 10 aanwezige goten 3 rijn geoogst.
Het heeft uiteraard de voorkeur om het aantal houders 35 en het aantal 15 opvangplaatsen 200 per houder zodanig in te stellen, dat de gehele oogst per goot o£ met nog meer voorkeur, per twee goten, in de kast 21 kan worden opgeborgen.
Wanneer bijvoorbeeld een bedieningspersoon eerst een goot 3 aan een bepaalde rijde, bijvoorbeeld de rechterzijde, van het oogstpad 10 oogst en de afgesneden snijbloemen via de invoeropening 19 in de kast 21 invoert, kan hij, wanneer bij aan het einde van 20 het oogstpad is gekomen, het voertuig 20 weer in tegenovergestelde richting terugrijden, waarbij hij de andere goot 3, in dit geval aan de linkerzijde van het oogstpad, kan legen. Hiertoe brengt hij de afgesneden bloemen b aan via een invoeropening 22 aan het tegenoverliggende kopse uiteinde van de kast 21. Zodoende kan de bedieningspersoon snel en efficient twee naast elkaar gelegen goten legen en 25 alle afgesneden bloemen opslaan in de opslagkast 21.
Alhoewel hierboven is beschreven dat de bedieningspersoon het voertuig 22 achter zich aan meeneemt, kan de bedieningspersoon uiteraard ook het voertuig voor zich uit bewegen on telkens de bloemen in de tegenovergestelde Invoeropening 19,22 in het voertuig aanbrengen.
30 Wanneer de bedieningspersoon de goten 3 aan beide zijden van het oogstpad 10 heeft geleegd, rijdt deze, zoals eerder is vermeld, het voertuig 20 naar een geschikte locatie langs de hoofdbaan 5. Nadat het voertuig 20 op de rails is verplaatst, zal de aandrijving van de wielen 16 worden ingeschakeld en verplaatst het voertuig 13 zich geheel automatisch in de richting van debeweritingsruimte. In de bewerkingsruimte verplaatst het desbetreffende voertuig 20 zich naar een van een aantal stations alwaar de opvangkast 21 geleegd kan wenden. Hiertoe wordt het voertuig 20 allereerst op juiste wijze, bij voorkeur gebruik makend van de hierna te 5 beschrijven positioneringsinricbting, ten opzichte van een zogenaamde uithaalimichting 50 gepositioneerd, zoals in figuren 6-8 is weergegeven
Een station is ten minste opgebouwd uit een mthaalinricbtlng 50 en een overzetinrichting 90. De uithaalinrichting S0 omvat een op de vloer opgesteld frame 51, waarop een tweetal transporteurs 52,53 is voorzien. Aangezien transporteur 53 feitelijk 10 het spiegelbeeld is van de transporteur 52, wordt hier slechts de werking van transporteur 52 uiteengezet Transporteur 52 omvat een eindloze, rondgaande band 54. De band 54 is op haar naar buiten toe gerichte oppervlak voorzien van een zacht, bij voorkeur sponsachtig materiaal. Zoals later duidelijk wordt is het dit zachte materiaal dat in aanraking komt met de bloemen, hetgeen beschadiging van de bloemen zo veel 15 mogelijk vermijdt Aan het naar binnen toe gerichte oppervlak van de band 54 zijn ribbels voorzien waarop aan het radiale omtreksoppervlak van een aandrijfiol 56 voorziene ribbels 57 kunnen aangrijpen. Naast de aandrijfrol 56 zijn verdere aandrijfrollen 58,59 en 60 voorzien. Langs deze rollen 56,58,59,60 is de transportband 54 opgespannen. De band wordt op spanning gehouden doordat de rol 58 beweegbaar 20 ten opzichte van het gestel 51b uitgevoerd. Hiertoe b rol 58 met behulp van scharnier 70 bevestigd aan een steun 65 van een drukvecr 66. Drukveer 66 is tevens bevestigd een steun 64 die met een scharnier 71 aan het frame 51 is bevestigd.
Overigens b de functie van de veer 66 niet alleen zozeer het verzorgen van de juiste spanning op de band 54, maar heeft deze ook de functie van het opvangen van 25 de verplaatsing van de rollen 60. Rollen 60 zijn namelijk in langsrichting (richting 202Jiguur 7) te verplaatsen, en wel inde richting van de opstelplaats van een voertuig 20. De reden voor de verplaatsbaarheid van rol 60 zal later hierna uiteengezet worden.
In figuren 6,7 is voorts achtbaar dat de transporteurs 52,53 worden aangedreven door respectievelijke aandryfinotoren 63. De draairichting van beide 30 transporteurs 52,53 b met pijlen 67 weergegeven. Terwijl van bovenaf gezien de eerste transporteur 52 in een richting tegengesteld aan de wijzers van de klok draait, draait de tweede transporteur 53 juist met de klok mee, en wel met precies dezelfde snelheid als de eerste transporteur. Doordat bovendien aan de zijde waarin beide transporteurs aan 14 elkaar grenzen de banden 54,55 tegen elkaar aan zijn geplaatst, wordt een manier verschaft om voorwerpen, In dit geval bloemen, tussen de beide banden 54,55 geklemd te verplaatsen. Doordat daar waar de transportbanden elkaar taken, de banden niet ten opzichte van elkaar bewegen (aangezien de snelheid van beide banden exact gelijk is), 5 kunnen de bloemen “stationair'’ ingeklemd tussen de banden 54,55 verplaatst worden.
Dit vermindert verder de kans op beschadigingen aan de bloemen.
Om de bloemen één voor één uit een snijbloemhouder 35 te trekken, wordt allereerst rol 60 naar voren verplaatst (In de richting van de opstelplaats van het voertuig 20, zie pijl 202), terwijl de beide transporteurs 52,53 draaien. Wanneer het 10 voorste einde van beide banden 54,55 de eerste bloem b bereikt, zal het zachte materiaal aan de buitenzijde van beide banden de eerste bloem voorzichtig uit de houder 35 trekken. Vervolgens wordt deze bloem tassen de beide banden 54,55 vastgehouden en naar achter toe (tegengesteld aan de richting 202) afgevoerd. Wanneer een (niet weergegeven) detectieoog gedetecteerd heeft dat een bloem b over een vooraf 15 bepaalde afstand door transporteur 52^3 getransporteerd is, worden de rollen 60 verder voorwaarts (richting 202) verplaatst zodat een volgende, in dit geval tweede, bloem door de beide transportbanden 54,55 kan worden aangegrepen. Dit proces herhaalt zich voor alle opvangposities van de smjblocmhouder 35. Doordat de bloemen een voor een uit de houder worden getrokken, kunnen de bloemen, die toch al vrij goed afzonderlijk 20 van elkaar tussen de schotten 40 waren opgesloten, in verenkelde, of nagenoeg verenkelde toestand, worden afgevoerd.
Vergroting van de tussenafstand tussen twee opeenvolgende bloemen die tussen de transportbanden 54,55 zijn aangebracht, leidt over het algemeen tot een betere verenkeling van de bloemen. Vergroting van de tussenafstand leidt echter ook tot 25 relatief omvangrijke transporteurs en tot een langere behandelingstijd (d.w.z.
uithaaltijd). Daarom probeert men de tussenafstand tossen opeenvolgende bloemen in de transporteur niet al te groot te maken. In sommige gevallen kunnen de onderste uiteinden van de stelen van de op zich verenkelde bloemen toch nog in enige mate aan elkaar vast zitten en zijn de bloemen niet geheel van elkaar gescheiden. Om ook deze 30 onderste uiteinden van de stelen van elkaar los te maken, is in de weergegeven uitvoeringsvorm een ontklittingsinrichting 80 voorzien. De ontklitdngsinrichting 80 is bevestigd aan het eerder genoemde frame 51 en omvat een opstaand deel 81 ten opzichte waarvan een tweede opstaand deel 82 zwenkbaar is. Aan het deel 82 is een 15 elektronmotor 83 aangebrachL Deze elektromotor vormt soort ventilator waarbij in plaats van de gebruikelijke ventüatorbladen, in dit geval echter in borstels 84 is voorzien. Door nu de elektromotor 83 te laten draaien en de borstels 84 daarvan te plaatsen in het gebied waar zich mogelijkerwijs nog verstrengelde stengels van 5 bloemen bevinden, kunnen de borstels 84 deze verstrengelde stengels ten opzichte van elkaar losdraaien. Alhoewel het gebruik van de ontklittingsinrichting 80 in veel gevallen niet nodig is, bijvoorbeeld wanneer de stelen relatief glad zijn en weinig aftakkingen hebben, kan deze echter in andere gevallen ervoor zorgen dat een totale verenkeling van de bloemen, dat wil zeggen niet alleen van de kelk van de bloemen, 10 maar tevens van de stelen ervan, wordt gegarandeerd.
Aan de afvoerzijde van de uhhaalinrichting 50 komen de bloemen b een voor een in een zogenaamde glijgoot 89 tereefat De glijgoot bestaat uit een tweetal in hoofdzaak parallelle stangen die enigszins naar beneden toe aflopen. Dit zorgt ervoor dat de bloemen onder invloed van de zwaartekracht naar het uiteinde van de glijgoot 89 IS gevoerd worden. De uiteinden van de glijgoot 89 zijn voorzien van flexibele tegenhoudstrips die ervoor zorgen dat een naar beneden gegleden bloem wordt opgevangen. De bloem is thans gereed om overgezet te worden vanaf de uhhaalinrichting 50 naar het snijbloemvcrwcrkingssysteem 4 voor verdere verwerking daarvan. Het overzetten vindt plaats met behulp van de eerder genoemde 20 overzetinricbting 90.
In figuren 6 en 7 is een vooriceursuitvoeringsvorm van een dagelijke overzctinrichting weergegeven. De overzetinricbting 90 omvat een frame 91 aan het bovenste uiteinde waarvan een aantal, bijvoorbeeld een viertal (dit aantal kan variëren) armen 92 roteerbaar is aangebracht De armen 92 kunnen in de weergegeven 25 uitvoeringsvorm van bovenaf gezien in de richting (93) van de wijzers van de klok draaien. In andere uitvoeringsvormen kunnen de armen ook in de tegenovergestelde richting draaien. Aan de uiteinden van de armen 92 zijn baken 98 voormen waarmee een bloem b uit de eerder genoemde glijgoot 89 mee te nemen is. De armen 92, en meer in het bijzonder de haken 98 daarvan, zijn hierbij zodanig gepositioneerd dat deze net 30 onder de onderzijde van de glijgoot 89 op de bloem aangrijpen. Op enige afstand onder de armen 92 zijn vader met de armen 92 corresponderende en daarmee synchroon meedraaiende armen 96 aangebracht Armen 96 hebben een omgebogen uiteinde 97, dat ervoor zorgt dat ook het onderste deel van de steel s van de bloem op een juiste 16 wijze wordt meegenomen. De getoonde constructie maakt het uitermate eenvoudig om de door de uithaalinrichting 50 verenkelde bloemen een voor een op te pakken en, in geheel verenkelde vorm, aan te bieden aan het verdere verwerkingssysteem 4.
Het is gebleken dat eenmaal bij het verwerkingssysteem 4 aangekomen 5 bloemen in een uitermate goede conditie zijn. Vanaf het moment van lossnijden van de bloemen van de planten in de goot tot aan het aanbieden daarvan aan het verwerkingssysteem s, zijn de bloemen, of althans de kelken van de bloemen, altijd afzonderlijk van elkaar, dat wil zeggen in verenkelde vorm, vervoerd, terwijl ook de stelen slechts in zeer bepakte mate onderling met elkaar verstrengeld zijn. De steel van 10 een bepaalde bloem kan immers alleen zijn verstrengeld met stelen van het beperkte aantal andere bloemen dio in dezelfde houder 35 zijn aangebracht. Aangezien dit aantal klein is, en bovendien de bloemen op op regelmatige afstand geplaatste opneemposities op de houder 35 zijn geplaatst, is de kans op onderling samenklitten klein. De uithaalinrichting 50 verzekert vervolgens een volledige verenkeling van de IS bloemen. Doordat de bloemen tijdens het hele transport slechts in beperkte mate de kans hebben gekregen om met elkaar te vervlechten, is de kans op beschadiging daarvan uitermate klein, hetgeen de kwaliteit van de bloemen ten goede komt Ten slotte is gebleken dat de verwerkingssnelheid van de het transportsysteem 1 vrij groot is. Per station (d.w.z. per uithaalinrichting en overzetinrichting) is bijvoorbeeld een 20 capaciteit van meer dan 1000 rozen per uur te realiseren.
In figuur 8 is weergegeven hoe een opslagvoertuig 20 op juiste wijze ten opzichte van het frame 51 van de uithaalinrichting 50 gepositioneerd kan worden. Het frame SI is hiertoe voorzien van een positioneerinrichting 110 (figuur 8), die is opgebouwd uit een in langsrichting heen en weer (richting 116) verplaatsbare ligger 25 112 die aan haar vrije uiteinde voorzien is van een vergrendelmechanisme 118. De verplaatsing van de ligger 112 wordt tot stand gebracht via een tandheugel 115 -rondsel 114 mechanisme, waarbij het rondsel 114 aangedreven door een motor 113.
Het vergrendelmechanisme 118 is opgebouwd uit een langgerekt stationair vergrendeldeel 125 en een ten opzichte daarvan met behulp van een scharnier 120 30 schamierbaar bewegend vergrendeldeel 119. Beide delen 125 en 119 rijn voorzien van een afgeschuinde zoekkant 127. Het beweegbare deel 119 is voorts voorzien van een langgerekte gleuf waarin een bevestigingsondenlcel 122 van een trekveer 120 aangrijpt. De veer in combinatie met de gleuf is zodanig uitgevoerd dat in uitgangstoestand het 17 bewegende vergrendelelement 119 in de richting van bet stationaire vergrendelelement 118 geduwd wordt. Wanneer er een voertuig 20 (waarvan slechts bovenste deel 21 getekend is) wordt aangevoerd, kan een staander 111 van het frame tussen de vergrendelclementen 118,119 terecht komen. Doordat de trekveer 120de beide 5 vergrendelelementen 118,119 naar elkaar toe dwingt en bovendien het beweegbare vergrendekleel 119 voorzien is van een aanslag 127, grijpt het vergrendehnechanisme 110 de staander 111 vast en fixeert aldus het voertuig 20 ten opzichte van het uithaalmechanisme 50. Wanneer de opslagkast 21 van het voertuig 20 geheel geleegd is, trekt de aandrijving 113,114,115 de ligger 112 terug. Als gevolg hiervan zal bet 10 bevestigingsondcrdccl 122 van het ene uiteinde van de eerder genoemde gleuf naar het tegenoverliggende uiteinde verschuiven, waardoor de veer 120 het beweegbare veigrendeldeel 119 naar buiten duwt Als gevolg hiervan wordt het voertuig 20 ten opzichte van de uithaalinrichting 150 ontgrendeld
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven 15 voorkeursuitvocringen daarvan. Gevraagde rechten worden bepaald door dc navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan velerlei veranderingen, aanpassingen en modificaties denkbaar zijn.
Claims (25)
1. Transportsysteem (I) voor het transporteren van snijbloemen, in het bijzonder razen, vanaf een aantal in rij» gerangschikte en op een vloer opgestclde 5 goten (3) in bijvoorbeeld een kas (2) of warenhuis, in welke goten planten of struiken voor het kweken van snijbloemen opneembaar zijn, naar een snijbloemverwerkingsysteem, het transportsysteem omvattende een aantal snijbloemopslagvoertuigen (20) die tussen de goten onderling en tussen het snijbloemopslagsysteem en de goten (3) verrijdbaar zijn, waarbij een 10 snijbiocmopslagvoertuig (20) omvat - een onderstel (15); - een op het onderstel plaatsbaar frame (23) met ten minste een itxvoeropening (19,22); - een aan het frame bevestigde transporteur (24); 15 -een aantal aan de transporteur (24) bevestigde snijbloemhoudcrs (35), waarbij via de invoeropening in elke snijbloembouder (35) een rij snijbloemen (b) in te voeren is, waarbij de transporteur is ingericht om tijdens de invoeriase de snijbloemhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een ten minste gedeeltelijk lege snijbloemhouder (35) ter plaatse van de invoeropening wordt aangeboden.
2. Transportsysteem volgens conclusie 1, waarbij het frame (23) een uitvoeropening (19,22) heeft en waarbij via de uitvocropcning uit elke snijbloemhouder (35) de rij snijbloemen (b) uit te voeren is, waarbij de transporteur is ingericht om tijdens de uitvoerfase de snijbloemhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een ten minste gedeeltelijk gevulde snijbloemhouder (35) ter plaatse van de uitvoeropening 25 wordt aangeboden.
3. Transportsysteem volgens conclusie 1 of 2, omvattende een tussen het snijbloemvcrwcrkingssysteem en de goten (3) gerangschikte hoofdtramportbaan (4), waarbij de snijbloemopslagvoertuigen (20) zijn ingericht om zowel over de boofdtransportbaan (4) als over de vloer (v) te kunnen rijden.
4. Transportsysteem volgens conclusie 3, waarbij de hoofdtransportbaan (4) rails (5) omvat en de snijbloemopslagvoertuigen (20) zijn voorzien van wielen voor het rijden over de rails van de hoofdtransportbaan (4) en over de vloer (v).
5. Transportsysteem volgens conclusie 3 of 4, omvattende een aandrijving voor bet verplaatsen van een voertuig (20) over de hoofdtransportbaan (4).
6. Transportsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een overbrengsystcem (30,90) voor het uit de snijbloemopslagvoertuigen 3 (20) halen van de snijbloemen, bet verenkelen van de snijbloemen en het bloem voor bloem aanbieden van de snijbloemen aan het smjbloenwerweriringssysteem.
7. Transportsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het totale aantal In de snijbloemhouders van een voertuig (20) aan te brengen snijbloemen in hoofdzaak ten minste gelijk is aan eenmaal en bij voorkeur tweemaal het totaal 10 aantal snijbloemen in een goot
8. Voertuig (20) voor de opslag van snijbloemen, in het bijzonder rozen, bij voorkeur een voertuig in een transportsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, het voertuig omvattende: - een onderstel (15); 15. een op het onderstel plaatsbaar frame (23) met ten minste een invoeropening (I) en een mtvoeropening (U); - een aan het frame bevestigde transporteur (24); - een aantal aan de transporteur (24) bevestigde snijbloemhouders (35), ' waarbij via de invoeropening in elke snijbloemhouder (35) een rij snijbloemen (b) in te 20 voeren is en via de uitvoeippening uit elke snijbloemhouder (35) de rij snijbloemen (b) uit te voeren is, waarbij de transporteur is ingcricht om tijdens de invoerfese en uitvoerfase de snijbloemhouders zodanig te verplaatsen dat telkens een snijbloemhouder (35) ter plaatse van de invoeropening respectievelijk mtvoeropening wordt aangeboden.
9. Voertuig volgens conclusie 8, waarbij een snijbloemhouder (35) een rij opnameplaatsen (200) omvat waarin een rij snijbloemen bloem voor bloem te plaatsen is.
10. Voertuig volgens conclusie 8 of 9, waarin een snijbloemhouder (35) een aan de transporteur (24) aangebrachte steun (37) alsmede een tweetal in hoofdzaak 30 evenwijdige en aan de steun (37) aangebrachte houderstangen (38,39) omvat, waarin de onderlinge aftstand van de houderstangen is ingericht om een rij snijbloemen vast te kunnen houden.
11. Voertuig volgens een van de conclusies 8-10, waarin de transporteur (24) een of meer rondgaande, eindloze banden (26,27) omvat waaraan de snijbloemhouders (35) zijn bevestigd.
12. Voertuig volgens conclusie 11, waarin de snijbloemhouders op gelijke 5 onderlinge a&tand aan de eindloze banden zijn bevestigd.
13. Voertuig volgens een van de conclusies 8-12, waarin de snijbloemhouders onderling zijn gescheiden door aan de transporteur aangebrachte scheidingsschotten (40).
14. Voertuig volgens een van de conclusies 8-13, waarin de transporteur 10 (24) is voorzien van dctcctiemiddelen voor het detecteren van het aantal bloemen in een snijbloemhouder en is ingericht voor het in de invoerfase en uitvoerfase telkens verplaatsen van een snijbloemhouder wanneer de snijbloemhouder geheel gevuld respectievelijk geheel geleegd is.
15. Overbrengsysteem voor het vanaf een snijbloemopslagvocrtuig (20), bij 15 voorkeur een voertuig volgens een van de conclusies 8-14, naar een snijbloemverweridngs-systeem overbrengen van snijbloemen, in het bijzonder rozen, het overbrengsysteem omvattende: - een uithaaiinrichting (50) voor het uit het voertuig (20) halos van de m een aantal rijen opgeslagen snijbloemen (b); 20. een ovcrzetinrichting (90) voor het vanaf de uithaaiinrichting (50) naar het snijbloemverwcrkingssysteem overzetten van de snijbloemen, waarbij de uithaaiinrichting (50) en/of oveizetinrichting (90) zijn ingericht om de in rijen opgeslagen snijbloemen te verenkelen en één voor één aan te bieden aan het snijbloemverwcrkingssysteem.
16. Overbrengsysteem volgens conclusie 15, waarin de uithaaiinrichting omvat een in de richting van voertuig (20) te verplaatsen uithaalorgaan (202) met daaraan aangebracht een eerste transporteur (52) en een tweede transporteur (53), waarbij de transporteurs zijn uitgevoerd om telkens een enkele snijbloem aan te grijpen en af te voeren.
17. Overbrengsysteem volgens conclusie 16, waarin elk van de transporteurs (52,53) een rondgaande, eindloze band (54,55) omvatten, welke banden (54,55) over een deel van hun lengte tegen elkaar aan gedrukt zijn om daartussen snijbloemen aan te kunnen grijpen.
18. Overbrengsysteem volgens conclusie 16 of 17, omvattende een ontklittingsinrichting voor het ontklitten van stelen van snijbloemen tijdens transport van de beide transporteurs (52,53).
19. Overbrengsysteem volgens conclusie 18, waarin de 5 ontklittingsinrichting een aantal borstel-elementen (84) omvat die in een richting in hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de snijbloemen tussen de beide transporteurs (52,53) roteerbaar aan te drijven zijn.
20. Overbrengsysteem volgens een van de conclusies 15-19 waarin de overzetinrichting een aantal in een in hoofdzaak horizontale roteerbaar aangedreven 10 armen (92) omvat, elk waarvan aan rijn uiteinde is voorzien van een meeneemhaak (98) waarmee de verenkelde zijbloem van de uithaalinrichting (50) op te pakken en mee te voeren is naar het snijbloemverwerkingssystcem ter verdere verwerking daarvan.
21. Overbrengsysteem volgens een van de conclusies 15-20, waarin de 15 uithaalinrichting (50) voorzien is van een positioneringssysteem (110) waarmee een voertuig (20) ten opzichte van de uithaalinrichting te positioneren is.
22. Overbrengsysteem volgens conclusie 21, waarin het positioneringssysteem (110) een in de richting van een voertuig uitschuiibare aim (112) heeft, welke aan zijn uiteinde voorzien is van een zclfVergrendelend vasthoudelement 20 (118) dat aan kan grijpen op het voertuig (20).
23. Transportsysteem volgens een van de conclusies 1*7, voorzien van een aantal voertuigen volgens een van de conclusies 6-12 en een aantal overbrengsy sternen volgens een van de conclusies 15-22.
24. Werkwijze voor het transporteren van snijbloemen, in het 25 bijzonder rozen, vanaf een aantal in rijen gerangschikte cn op een vloer opgestelde goten (3) in bijvoorbeeld een kas (2) of warenhuis, in welke goten planten of struiken voor het kweken van snijbloemen opneembaar zijn, naar een snijblocmverwerkingsysteem, de werkwijze omvattende bet met een aantal tussen de goten onderling en tussen bet snijbloemopslagsysteem en de goten (3) verrijdbare 30 snijbloemopslagvocrtuigen (20) verzamelen van snijbloemen, het transporteren van de verzamelde snijbloemen naar het snijbloemverwerkingssysteem en het daaraan verschaffen van de snijbloemen, waarbij het verzamelen omvat het in een aantal rijen in het voertuig (20) aanbrengen van de snijbloemen.
25. Werkwijze volgens conclusie 24, waarin een transportsysteem volgens een van de conclusies 1-7 wordt toegepast.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000906A NL2000906C2 (nl) | 2007-10-08 | 2007-10-08 | Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000906A NL2000906C2 (nl) | 2007-10-08 | 2007-10-08 | Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. |
| NL2000906 | 2007-10-08 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000906C2 true NL2000906C2 (nl) | 2009-04-09 |
Family
ID=39472929
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000906A NL2000906C2 (nl) | 2007-10-08 | 2007-10-08 | Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000906C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2106938A1 (nl) * | 1971-02-13 | 1972-08-17 | ||
| NL9302142A (nl) * | 1993-12-08 | 1995-07-03 | Johannes Petrus Jozef Van Os | Stelsel voor het toevoeren van bloemen aan een bloemenverwerkingsinrichting. |
| DE10354569A1 (de) * | 2003-11-21 | 2005-06-09 | Jürgens, Walter, Dr.-Ing. | Blumentransport und/oder Verkaufseinrichtung |
| NL1028644C2 (nl) * | 2005-03-29 | 2006-10-02 | Wilgengroep B V | Systeem en werkwijze voor toepassing in bijvoorbeeld een kas of warenhuis, alsmede transportinrichting. |
-
2007
- 2007-10-08 NL NL2000906A patent/NL2000906C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2106938A1 (nl) * | 1971-02-13 | 1972-08-17 | ||
| NL9302142A (nl) * | 1993-12-08 | 1995-07-03 | Johannes Petrus Jozef Van Os | Stelsel voor het toevoeren van bloemen aan een bloemenverwerkingsinrichting. |
| DE10354569A1 (de) * | 2003-11-21 | 2005-06-09 | Jürgens, Walter, Dr.-Ing. | Blumentransport und/oder Verkaufseinrichtung |
| NL1028644C2 (nl) * | 2005-03-29 | 2006-10-02 | Wilgengroep B V | Systeem en werkwijze voor toepassing in bijvoorbeeld een kas of warenhuis, alsmede transportinrichting. |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1019257C2 (nl) | Werkwijze voor het in een kas op een eerste laag niveau aangebrachte drager kweken van in houders opgenomen gewassen. | |
| EP1891852A1 (en) | Method and collection vehicle for harvesting crops growing on stems | |
| US20200015430A1 (en) | Method and Apparatus for Handling, Cleaning, and Transplanting Growing Towers | |
| BE1025212B1 (nl) | Inrichting voor het transporteren van paddenstoelen | |
| US8991140B2 (en) | Harvest aid machine | |
| EP1123649A1 (en) | Method and device for harvesting agricultural products, in particular fruit | |
| US10765064B2 (en) | Vertical hydroponic tower harvesting system | |
| US10750675B2 (en) | Vertical hydroponic tower plant container handling system | |
| EP1318943B1 (en) | A mushroom packing apparatus | |
| EP1186224B1 (en) | Machine for harvesting tree fruit | |
| EP3826452B1 (en) | Plant cultivation system and apparatuses therefor | |
| NL2000906C2 (nl) | Transportsysteem, voertuig, overbrengsysteem en werkwijze voor het transporteren van snijbloemen. | |
| US6939218B1 (en) | Method and apparatus of removing dead poultry from a poultry house | |
| EP0954988A1 (en) | Apparatus and method for processing and packing mushrooms | |
| ES2277103T3 (es) | Aparato cosechador. | |
| NL9201632A (nl) | Werkwijze voor het telen en oogsten van vruchten. | |
| NL1036829C2 (nl) | Inrichting voor het verzamelen van vruchten tijdens het oogsten ervan. | |
| JP7723911B2 (ja) | 作物収穫システム | |
| NL1026753C2 (nl) | Oogstinrichting. | |
| NL2023708B1 (nl) | Oogsttransportinrichting en werkwijze | |
| NL1007674C2 (nl) | Inrichting voor het verzamelen van geoogste biologische producten. | |
| NL1024960C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verwijderen van plantdelen. | |
| JPH06125663A (ja) | 植物栽培システム | |
| DE202014010998U1 (de) | Vorrichtung zum Ernten von Feldfrüchten | |
| CN117716876B (zh) | 蔬菜采收模块、蔬菜采收设备、蔬菜采收方法、机械化种植系统和方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20120501 |