NL2001002C2 - Inrichting voor het reinigen van endoscopen. - Google Patents

Inrichting voor het reinigen van endoscopen. Download PDF

Info

Publication number
NL2001002C2
NL2001002C2 NL2001002A NL2001002A NL2001002C2 NL 2001002 C2 NL2001002 C2 NL 2001002C2 NL 2001002 A NL2001002 A NL 2001002A NL 2001002 A NL2001002 A NL 2001002A NL 2001002 C2 NL2001002 C2 NL 2001002C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
endoscope
pumps
channels
channel
pump
Prior art date
Application number
NL2001002A
Other languages
English (en)
Inventor
Ronald Wassenburg
Original Assignee
Wassenburg & Co Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Wassenburg & Co Bv filed Critical Wassenburg & Co Bv
Priority to NL2001002A priority Critical patent/NL2001002C2/nl
Priority to AT08168887T priority patent/ATE554795T1/de
Priority to EP08168887A priority patent/EP2060276B1/en
Priority to ES08168887T priority patent/ES2386660T3/es
Application granted granted Critical
Publication of NL2001002C2 publication Critical patent/NL2001002C2/nl

Links

Classifications

    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61L—METHODS OR APPARATUS FOR STERILISING MATERIALS OR OBJECTS IN GENERAL; DISINFECTION, STERILISATION OR DEODORISATION OF AIR; CHEMICAL ASPECTS OF BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES; MATERIALS FOR BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES
    • A61L2/00—Disinfection or sterilisation of materials or objects, in general; Accessories therefor
    • A61L2/24—Apparatus using programmed or automatic operation
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B1/00—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor
    • A61B1/12—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements
    • A61B1/121—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements provided with means for cleaning post-use
    • A61B1/123—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements provided with means for cleaning post-use using washing machines
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B1/00—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor
    • A61B1/12—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements
    • A61B1/121—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements provided with means for cleaning post-use
    • A61B1/125—Instruments for performing medical examinations of the interior of cavities or tubes of the body by visual or photographical inspection, e.g. endoscopes; Illuminating arrangements therefor with cooling or rinsing arrangements provided with means for cleaning post-use using fluid circuits
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61L—METHODS OR APPARATUS FOR STERILISING MATERIALS OR OBJECTS IN GENERAL; DISINFECTION, STERILISATION OR DEODORISATION OF AIR; CHEMICAL ASPECTS OF BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES; MATERIALS FOR BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES
    • A61L2/00—Disinfection or sterilisation of materials or objects, in general; Accessories therefor
    • A61L2/16—Disinfection or sterilisation of materials or objects, in general; Accessories therefor using chemical substances
    • A61L2/18—Liquid substances
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61L—METHODS OR APPARATUS FOR STERILISING MATERIALS OR OBJECTS IN GENERAL; DISINFECTION, STERILISATION OR DEODORISATION OF AIR; CHEMICAL ASPECTS OF BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES; MATERIALS FOR BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES
    • A61L2/00—Disinfection or sterilisation of materials or objects, in general; Accessories therefor
    • A61L2/16—Disinfection or sterilisation of materials or objects, in general; Accessories therefor using chemical substances
    • A61L2/22—Phase substances, e.g. smokes or aerosols
    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B90/00—Instruments, implements or accessories specially adapted for surgery or diagnosis and not covered by any of the groups A61B1/00 - A61B50/00, e.g. for luxation treatment or for protecting wound edges
    • A61B90/70—Cleaning devices specially adapted for surgical instruments
    • A61B2090/701—Cleaning devices specially adapted for surgical instruments for flexible tubular instruments, e.g. endoscopes

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Surgery (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Biophysics (AREA)
  • Pathology (AREA)
  • Radiology & Medical Imaging (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Medical Informatics (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Endoscopes (AREA)

Description

Inrichting voor het reinigen van endoscopen
De onderhavige uitvinding betreft een inrichting voor het reinigen van een groep van verscheidene endoscoopkanalen omvattende endoscopen, omvattende: 5 positioneermiddelen voor het plaatsen van de te reinigen endoscoop, een reservoir voor reinigingsvloeistof, toevoermiddelen voor het vanaf het reservoir aan de tot de groep behorende endoscoopkanalen van een in de positioneermiddelen geplaatste, te reinigen endoscoop toevoeren van reinigingsvloeistof, afvoermiddelen voor het naar het reservoir afvoeren van de uit de te reinigen endoscoop tredende reinigingsvloeistof, 10 waarbij de toevoermiddelen voor elk van de te reinigen, tot de groep behorende endoscoopkanalen een kanaal omvatten dat leidt van het reservoir naar een voor aansluiting op de endoscoopkanalen ingericht aansluitstuk en in elk van de kanalen een pomp is geplaatst en waarbij de pompen alle van een type zijn dat bij stilstand een afsluiting van het kanaal vormt.
15
Een dergelijke inrichting is bekend uit EP-A-1 757 313.
Het merendeel van de endoscopen is voorzien van verscheidene kanalen met een onderling verschillende minimale doortocht. Bij het aanleggen van een druk op de 20 betreffende kanalen zal het door een endoscoopkanaal heen vloeiend debiet afhankelijk zijn van de druk en de minimale doortocht van het betreffende endoscoopkanaal. Bij bovengenoemde stand van de techniek zal aan elk van de endoscoopkanalen eenzelfde druk worden aangelegd zodat het debiet afhankelijk is van de minimale doortocht van het betreffende endoscoopkanaal. Voor een optimaal spoel- of reinigingseffect bestaat 25 voor elk kanaal een optimaal debiet. Omdat het debiet in elk endoscoop direct afhangt van de druk en de doortocht kan slechts voor een van de endoscoopkanalen een optimaal debiet worden gerealiseerd.
Het doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een inrichting waarbij 30 voor elk van de endoscoopkanalen het optimale debiet kan worden verkregen.
Dit doel wordt bereikt doordat tenminste twee van de pompen elk zijn gekoppeld met elk een regelbare motor en dat de inrichting een besturingselement omvat dat is ingericht voor het besturen van de motor van de tenminste twee pompen.
2
Als gevolg van deze maatregel is het vermogen van de twee pompen en daarmede de door deze pompen opgewekte druk afzonderlijk regelbaar, zodat voor de met deze pompen gekoppelde, tot de groep behorende endoscoopkanalen een optimale druk en een daarmede samenhangend optimaal debiet kan worden verkregen.
5
De uitvinding betreft dan tevens werkwijze voor het reinigen van een endoscoop, omvattende de stappen van het met behulp van positioneermiddelen in een reinigingsinrichting positioneren van de te reinigen endoscoop, het aansluiten van met pompen verbonden toevoerkanalen op de te reinigen kanalen van de endoscoop, het met 10 een eerste pompvermogen doorspoelen van de endoscoopkanalen en het met een tweede, ongelijk aan het eerste pompvermogen doorspoelen van de endoscoopkanalen.
Bij voorkeur is elk van de pompen is gekoppeld met elk een regelbare motor en is het besturingselement ingericht voor het besturen van elk van de motoren. Hiermede 15 worden de betreffende voordelen verkregen voor elk van de pompen en daarmede gekoppelde endoscoopkanalen.
Volgens een specifiekere voorkeursuitvoeringsvorm worden de motoren door elektromotoren gevormd en zijn de besturingselementen ingericht voor het besturen van 20 de elektromotoren.
Volgens een eerste uitvoeringsvorm is de besturingsinrichting ingericht voor het continu regelen van het debiet van tenminste een van de pompen. Als gevolg van deze maatregel kan het vermogen van de elektromotor, van de pomp en aldus de druk 25 nauwkeurig en fijn worden geregeld. Hierbij wordt opgemerkt dat de ook een digitale en aldus noodzakelijkerwijs discrete regeling met voldoende veel, bijvoorbeeld tenminste zestien stappen, voor de betekenis van de onderhavige maatregel ook onder het begrip continu wordt verstaan.
30 Het gebruik van een regelbare motor biedt niet alleen de mogelijkheid het betreffende debiet nauwkeurig in te stellen, maar eveneens de mogelijkheid dat de pompen achtereenvolgens met verschillende debieten kunnen werken. Dit kan het reinigingsproces bevorderen, bijvoorbeeld door met een groot debiet grove verontreinigingen te verwijderen en met een klein debiet kleine verontreinigingen te 3 verwijderen. De uitvinding betreft hiertoe bij voorkeur eveneens een dergelijke werkwijze waarbij het tweede vermogen kleiner is dan het eerste vermogen.
Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm wordt na het doorspoelen met een groot 5 pompvermogen van een endoscoopkanaal gedetecteerd of het endoscoopkanaal niet verstopt is en wordt het betreffende endoscoopkanaal met een klein vermogen doorgespoeld, slechts wanneer gebleken is dat het kanaal niet is verstopt. Hiermede wordt een efficiënte procedure verkregen voor het reinigen van de endoscoop. Immers wanneer blijkt dat de verstopping is verwijderd, wordt het reinigingsproces voltooid, 10 terwijl wanneer blijkt dat de verstopping niet is voltooid, desbetreffende maatregelen kunnen worden genomen zoals het doorspoelen met een verhoogde druk of het geven van een waarschuwingssignaal.
Een specifiekere voorkeursuitvoeringsvorm verschaft de maatregel dat na het 15 doorspoelen met het tweede vermogen, de endoscoopkanalen worden doorgespoeld met een derde vermogen dat groter is dan het tweede vermogen. Hiermede kan een laatste controle op verstopping, vernauwing en het aangesloten zijn van de kanalen worden uitgevoerd. Het is immers mogelijk dat tijdens het doorspoelen met een laag vermogen alsnog een verstopping ontstaat, bijvoorbeeld als gevolg van temperatuurverschillen. Dit 20 kan slechts worden gedetecteerd door deze laatste spoeling met een groot vermogen.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm is aan de drukzijde van tenminste een van de pompen een drukmeter geplaatst, is aan de druk- of zuigzijde van de pomp een debietmeter geplaatst en is de besturingsinrichting ingericht voor het opnemen van de 25 druk-debiet-karakteristiek van het met de betreffende pomp verbonden endoscoopkanaal. Door het opmeten van een dergelijke karakteristiek kan een goede indruk worden verkregen omtrent de toestand, waaronder begrepen de reinheid van een endoscoopkanaal. Volgens deze uitvoeringsvorm wordt voorst de druk-debiet-karakteristiek van het endoscoopkanaal opgenomen.
30
Weer een andere uitvoeringsvorm verschaft de maatregel dat de inrichting een geheugen omvat voor het opslaan van de opgemeten druk-debiet-karakteristiek en dat het druk-debiet-karakteristiek voor elk van de kanalen met een identificatie van de endoscoop wordt opgeslagen. Hiermede wordt een vergelijking tussen huidige en in het verleden 4 opgenomen karakteristieken mogelijk opdat de ontwikkeling van de toestand van de endoscoopkanalen in de tijd kan worden verkregen. Volgens deze uitvoeringsvorm wordt bovendien de druk-debiet-karakteristiek voor elk van de kanalen met een identificatie van de endoscoop opgeslagen.
5
Deze laatste maatregel biedt de mogelijkheid dat na een volgende reiniging van dezelfde endoscoop opnieuw de druk-debiet-karakteristiek wordt opgemeten en dat de opgemeten druk-debiet-karakteristiek wordt vergeleken met de opgeslagen karakteristiek.
10
Het is de uitvinders gebleken dat de beste reinigingsresultaten worden verkregen wanneer dat de besturingsinrichting is ingericht voor het aanvankelijk met een groot debiet en vervolgens met een klein debiet laten werken van de pompen. Hiermede worden immers aanvankelijk de grove verontreinigingen en eventuele verstoppingen 15 vermeden, terwijl vervolgens een wat nauwkeuriger reiniging, uitlopend in desinfectie kan worden verkregen wanneer met een kleiner debiet wordt gespoeld, dit laatste bij voorkeur gedurende een langere tijdsduur.
Het komt wel voor dat aansluitstukken geschikt zijn voor aansluiting op endoscopen 20 van hoofdzakelijk hetzelfde type, maar met verschillende aantallen kanalen. In dit laatste geval kan het voorkomen dat een aansluiting van het aansluitstuk niet aansluit op een endoscoopkanaal, bijvoorbeeld wanneer een endoscoop met een kleiner aantal kanalen is aangesloten. Om te voorkomen dat in een dergelijke situatie een overmatig groot debiet nutteloos wordt verpompt, hetgeen met onnodige slijtage gepaard gaat, 25 verschaft een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding de maatregel dat de pompen zijn ingericht voor het afgeven van een debiet dat kleiner is dan een vooraf bepaald debiet bij een niet op een endoscoopkanaal aangesloten aansluiting.
Zoals in de aanhef reeds is gesteld, is het om verontreiniging door terugvloeien van 30 reinigingsvloeistof vanuit de endoscoop te voorkomen, van belang dat de pompen bij stilstand een afsluiting vormen. In het bijzonder vele typen verdringingspompen voldoen aan dit criterium, terwijl zij bovendien geschikt zijn voor het pompen van gas, en hierdoor zelfaanzuigend zijn zodat zij eveneens werken bij het aanlopen van de reinigingsinrichting. Een ander voordeel van verdringingspompen is dat zij, als gevolg 5 van hun vermogen gas te kunnen verpompen, kunnen worden gebruikt voor het door verdringing ledigen van de erop aangesloten leidingen, zodat deze pompen kunnen worden gebruikt voor het leegmaken van de gehele inrichting.
5 Een verdere uitvoeringsvorm verschaft de maatregel dat de pompen door peristaltische pompen worden gevormd. Pompen van dit type hebben het voordeel dat zij gemakkelijk kunnen worden gereinigd, omdat slechts het van flexibel materiaal vervaardigde kanaal met de reinigingsvloeistof in contact komt.
10 Een endoscoop omvat veelal een enkel endoscoopkanaal dat een grotere doorsnede heeft dan de overige endoscoopkanalen. Het is dan ook constructief aantrekkelijk om voor dit endoscoopkanaal met een grotere doorsnede een grote pomp te verschaffen,die is ingericht voor het opwekken van een groter debiet dan elk van de andere pompen en dat deze grote pomp is ingericht voor aansluiting op een endoscoopkanaal met een 15 grotere doortocht dan de tot de groep behorende endoscoopkanalen. Dit kanaal vereist immers een groter debiet voor een adequate reiniging.
Hierbij wordt opgemerkt dat er endoscopen zijn waarbij kanalen binnen de endoscoop onderling zijn verbonden. Zo zijn er endoscopen waarbij het kanaal met een grote 20 doorsnede binnen de endoscoop is verbonden met een of meer kanalen van de hierboven aangeduide groep en die aldus een kleinere doorsnede hebben. De hierboven toegelichte maatregel van het verschaffen van een dergelijke ‘grote’ pomp kan met voordeel worden gebruikt bij dergelijke inwendige endoscopen. Hierbij is de ‘grote’ pomp aangesloten op het kanaal met een grote doorsnede en is een of meer inwendig met het 25 kanaal met een grote doortocht verbonden tot de groep behorende kanalen aangesloten op gewone pompen, die van meetapparatuur zijn voorzien. Hiermede wordt het mogelijk dat de pomp met het grote debiet voldoende debiet levert voor het ‘vullen’ van het gecombineerde kanaal, zodat de andere, van detectie- en meetmiddelen voorziene pomp de detectiefunctie uit kan voeren.
30
Volgens een verdere uitwerking van bovengenoemde voorkeursuitvoeringsvorm is de grote pomp door middel van een terugslagklep verbonden met de aansluiting van de endoscoop en is tussen de aansluiting van de endoscoop en de terugslagklep een pomp van het type aangesloten dat is ingericht voor verbinding met tot de groep behorende 6 kanalen. Een dergelijke ‘grote’ pomp zal in het algemeen niet van het type zijn dat bij stilstand een afsluiting vormt, zodat, om terugstromen van de reinigingsvloeistof te voorkomen, het noodzakelijk is een terugslagklep aan te brengen. Voorts maakt de ‘parallelschakeling’ met een gewone pomp en de daarbij behorende meetapparatuur ook 5 bij dit kanaal met een grote doorsnede detectie van verstopping, juiste aansluiting en opname van karakteristieken toe te passen.
Deze pomp met een groter debiet kan met voordeel eveneens worden gebruikt voor het aan de buitenzijde reinigen van de endoscoop. Een bijzondere 10 voorkeursuitvoeringsvorm verschaft dan ook de maatregel dat de pomp met een groter debiet niet alleen is ingericht om te worden verbonden met een endoscoopkanaal, maar eveneens met een sproeier voor het besproeien van de in de positioneermiddelen geplaatste endoscoop.
15 Vervolgens zal de onderhavige uitvinding worden toegelicht aan de hand van de bijgaande figuren, waarin
Figuur 1 een schematische weergave toont van een reinigingsinrichting volgens de uitvinding; en
Figuur 2 een schematische detailweergave toont van een variant van de in figuur q 20 afgebeelde uitvinding.
De in figuur 1 afgebeelde inrichting omvat een door een vat 2 omsloten ruimte 1 voor het bevatten van een te reinigen endoscoop 3. Op de ruimte 1 is een helixvormig kanaal 4 aangesloten, waarin het lange flexibele deel 5 van de te reinigen endoscoop kan 25 worden geplaatst. Dit helixvormig kanaal 4 gaat over in een afvoerleiding 6. Hierbij fungeert het vat 2, tezamen met het helixvormige kanaal 4 als voorraadvat voor de bij het reinigen gebruikte reinigingsvloeistof. Het is overigens eveneens mogelijk een afzonderlijk voorraadvat voor de reinigingsvloeistof te verschaffen. De afvoerleiding 6 leidt naar de zuigzijde een pomp 7, waarvan de drukzijde is verbonden met een 30 toevoerleiding 8 die leidt naar een sproeier 9, die van spuitmonden 10 is voorzien voor het besproeien van de buitenzijde van de in de ruimte 1 geplaatste endoscoop 3. De pomp 7 is gekoppeld met een elektromotor 12, die door middel van een bestuurbare voedingsschakeling 13 kan worden gevoed en bestuurd. Hiertoe is een 7 besturingsinrichting 14 aangebracht die is ingericht voor het besturen van onder meer de voedingsschakeling 13.
De te reinigen endoscoop 4 omvat in het onderhavige voorbeeld vier kanalen, die elk 5 verbonden zijn met een in het eigenlijke endoscooplichaam 3 opgenomen aansluiting 15 A, 15B, 15C, respectievelijk 15D, welke tijdens het normaal gebruik van de endoscoop worden gebruikt voor het aansluiten van hulpapparatuur, zoals camera’s of biopsiemiddelen of gas- en vloeistoftoevoer- of afzuigsystemen. Het andere einde van de kanalen van de endoscoop mondt vrij uit in de mimte.
10
In een wand van het vat 2 zijn vier aansluitingen 16A, 16B, 16C en 16D aangebracht, die elk door middel van een van desbetreffende koppelingen voorziene slang 17A, 17B, 17C en 17 D verbindbaar zijn met desbetreffende aansluitingen 15A, 15B, 15C, respectievelijk 15D in de endoscoop. Het zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet tot dit 15 aantal van vier endoscoopkanalen is beperkt; veeleer omvat de uitvinding inrichtingen die zijn geschikt voor het reinigen van andere aantallen endoscoopkanalen, zoals 5, 6, of 7, of een kleiner aantal zoals 2 of 3.
De aansluitingen 16A, 16B, 16C, respectievelijk 16D zijn door vier respectievelijke 20 toevoerleidingen 18A, 18B, 18C en 18D verbonden met elk de drukzijde van een pomp 19A, 19B, 19C, respectievelijk 19D. De aanzuigzijde van elk van deze pompen 19A, 19B, 19C en 19D is door middel van toevoerleidingen 20A, 20B, 20C, respectievelijk 20D verbonden met de toevoerleiding 8. De pompen 19A, 19B, 19C en 19D worden bij voorkeur gevormd door verdringingspompen en wel in het bijzonder door peristaltische 25 pompen. Andere typen pomp worden echter niet uitgesloten. Elk van de pompen 19A, 19B, 19C en 19D is voor mechanische aandrijving verbonden met een respectievelijke elektromotor 22A, 22B, 22C en 22D. Deze elektromotoren kunnen worden gevormd door gelijkstroommotoren, maar zij kunnen eveneens worden gevormd door draaiveldmotoren zoals synchrone of asynchrone motoren. In plaats van elektromotoren 30 kan gebruik worden gemaakt van door perslucht aangedreven motoren, die, goed regelbaar moeten zijn. De elektromotoren 22A, 22B, 22C en 22D zijn elk voor voeding verbonden met een respectievelijke bestuurbare voedingsschakeling 23A, 23B, 23C en 23D. Deze voedingsschakelingen 23A, 23B, 23C en 23D zijn voor besturing elk verbonden met de besturingsschakeling 14. Het type voedingsschakeling is hierbij 8 aangepast aan het toegepaste type elektromotor. Omdat de besturingsschakeling bij voorkeur digitaal is uitgevoerd, zijn de voedingsschakelingen digitaal bestuurbaar uitgevoerd.
5 Met behulp van de tot nu toe beschreven configuratie is het mogelijk endoscopen beter te reinigen dan volgens de stand van de techniek omdat elk van de elektromotoren 22A, 22B, 22C en 22D afzonderlijk bestuurbaar is. Door deze bestuurbaarheid kan het vermogen en toerental van de elektromotoren 22A, 22B, 22C en 22D afzonderlijk worden geregeld, en daarmede het vermogen en toerental van de pompen 19A, 19B, 10 19C en 19D en als gevolg daarvan het debiet, en - mede in afhankelijkheid van de door de opgevoerde vloeistof ondervonden weerstand - eveneens de door de pompen opgewekte druk. Hiermede is een grote vrijheid van besturing verkregen opdat het vermogen van elk van de elektromotoren en pompen kan worden aangepast aan de doortocht van het betreffende, via de leidingen 18A, 18B, 18C en 18D aangesloten 15 endoscoopkanalen van de betreffende endoscoop 3. Deze endoscoopkanalen hebben immers als gevolg van hun verschillende functie een veelal verschillende doortocht. Bovendien biedt deze regelbaarheid de mogelijkheid niet alleen onderlinge verschillende debieten en drukken te genereren, maar tevens in tijd verschillende drukken en debieten. Dit laatste is interessant voor het optimaliseren van het 20 reinigingsproces, zoals het aanvankelijk verwijderen van grove verontreinigingen met grote druk een groot debiet en het vervolgens desinfecteren met een klein debiet en een kleine druk, maar bijvoorbeeld wel gedurende een langere tijd. Hiertoe kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van in een met de besturingsschakeling 14 verbonden geheugen 25 waarin een programma is opgeslagen voor het reinigen van endoscopen 25 van het betreffende type. Een dergelijk programma is bijvoorbeeld ingericht voor het aanvankelijk aanleggen van een grote druk op de endoscoopkanalen, in het bijzonder bedoeld voor het verwijderen van grove verontreinigingen, het vervolgens aanleggen van een lagere druk, gedurende een langere tijd voor het gedurende een bepaalde tijd handhaven van contact tussen de wanden van de endoscoop en de reinigingsvloeistof en 30 het ten slotte aanleggen van een grotere druk, in het bijzonder voor het controleren op eventuele verstoppingen wel zijn verwijderd.
Bij de in de figuur weergegeven voorkeursuitvoeringsvorm zijn bovendien druksensoren 26A, 26B, 26C en 26D geplaatst in elk van de leidingen 18 A, 18B, 18C
9 en 18D. Ook zijn debietmeters 27A, 27B, 27C en 27D aangebracht in elk van de betreffende leidingen 20A, 20B, 20C en 20D. Elk van de druksensoren 26A, 26B, 26C en 26D en elk van de debietmeters 27A, 27B, 27C en 27D is verbonden met de besturingsschakeling 15. Het is mogelijk de afzonderlijke debietmeters 27A, 27B, 27C 5 en 27D te vervangen door een gemeenschappelijke debietmeter, in het bijzonder een van een meetvat voorziene debietmeter .
De aanwezigheid van deze meters maakt het mogelijk de betreffende grootheden in te bewaken om te voorkomen dat de endoscopen worden beschadigd of om na te gaan of 10 het reinigingsproces op de juiste wijze wordt uitgevoerd. Zo wijst bijvoorbeeld een hoge druk, samen met een klein debiet op de aanwezigheid van een verstopping in een endoscoopkanaal. Ook is het mogelijk een druk-debiet-karakteristiek van een endoscoopkanaal op te nemen en op te slaan in een geheugen. Hiermede kan, de aanwezigheid van een karakteristiek van een volledige gereinigd endoscoopkanaal 15 voorop gesteld, getoetst worden of een dergelijk kanaal verstopt is en of de stroming hinderende vervuilingen aanwezig zijn.
Een andere belangrijke functie van de debiet- en drukmeters is het controleren van de juiste aansluiting van de slangen op de kanalen. Immers bij een losse slang zal de 20 reinigingsvloeistof zonder veel weerstand wegstormen. Hierdoor zal bij een opbouwen van het debiet nauwelijks druk worden ondervonden, hetgeen door de druk- en debietmeters wordt geconstateerd. Dit geldt evenzeer voor een verstopping in de slang of aansluiting, daar zal immers geen of nauwelijks debiet ontstaan bij het opbouwen van druk. Een soortgelijke overweging geldt voor het op de verkeerde aansluiting aansluiten 25 van een slang. In veel gevallen wordt dit voorkomen door een kleurcodering of door het feit dat de aansluitingen slecht op een enkel kanaal passen, maar het meten van de druk-debiet-karakteristieken kan in veel gevallen een aanwijzing vormen voor de juiste dan wel onjuiste aansluiting.
30 In figuur 2 is een schematisch detailaanzicht getoond van een variant van de in figuur 1 afgebeelde uitvoeringsvorm. Door de grotere schaal zijn in deze figuur ter verduidelijking de endoscoopkanalen 29A, 29B, 29C en 29D wel weergegeven. Deze kanalen sluiten aan op de aansluitingen 15A, 15B, 15C, respectievelijk 15D.
De in deze uitvoeringsvorm weergegeven configuratie wijkt af van de in figuur 1 weergegeven configuratie door het feit dat de sproeiers 10 zijn opgenomen in een vaste, dat wil zeggen niet beweegbare arm.
10 5 Het belangrijkste verschil tussen deze uitvoeringsvorm en de vorige uitvoeringsvorm ligt in de aanwezigheid van een extra aansluiting 30 die is aangesloten op de het afvoerkanaal 8 van de ‘grote’ pomp 8. Deze aansluiting is aldus ingericht voor het leveren van een grotere druk en een groter debiet, zodat deze aansluiting in het bijzonder geschikt is voor endoscoopkanalen met een grote diameter. Veel endoscopen 10 zijn immers voorzien van een biopsiekanaal of een kanaal voor doorvoer van instrumenten, welk kanaal een grotere doorsnede moet hebben dan de overige kanalen, die immers slechts zijn gedimensioneerd voor doorvoer van vloeistoffen of gassen of voor doorvoer van een optische vezel. De in deze figuur weegegeven endoscoop 3 omvat dan ook een dergelijk kanaal 31 met een grotere diameter dan elk van de 15 resterende kanalen en een aansluiting 32 voor het betreffende kanaal 31. Voor verbinding tussen de aansluitingen 32 en 30 wordt gebruik gemaakt van een verbindingsslang 33 met een grotere diameter dan die van de verbindingsslangen 17A, 17B, 17C respectievelijk 17D. Ook de verbindingen hebben een grotere doortocht.
20 Omdat het reinigen van een dergelijk kanaal met een grotere diameter een groter debiet vereist, kan het, mede in afhankelijkheid van het voor de normale kanalen toegepaste type pomp, aantrekkelijk zijn gebruik te maken van een ander type pomp. Het is dan aantrekkelijk om gebruik te maken de reeds in de inrichting aanwezige pomp, zoals de pomp 7 die gebruikt wordt voor het aandrijven van de sproeiers. Hiertoe is de 25 toevoerleiding 8 van een aftakking voorzien die naar de aansluiting 30 leidt. Veelal worden dergelijke pompen, die zijn ingericht voor het opwekken van een groter debiet van het centrifugaaltype, die bij stilstand geen afsluiting vormen. Om toch terugstromen van de reinigingsvloeistof te voorkomen, is een terugslagklep 40 aangebracht in de verbindingsslang 33. Evenmin hebben deze pompen de eigenschap dat zij bij een 30 kleiner debiet druk opbouwen. Het opnemen van een druk-debiet-karakteristiek is dan ook nauwelijks mogelijk bij dergelijk pompen.
Om ook bij endoscoopkanalen met een grote doortocht deze gegevens op te kunnen meten, is dan ook een niet in de tekening weergegeven pomp 19E van het type dat 11 wordt gebruikt voor het toevoeren van reinigingsvloeistof aan tot de groep behorende kanalen parallel aan de ‘grote’ pomp 7 geschakeld. Deze pomp 19E is op soortgelijke wijze als de pompen 19A-19D voorzien van een debietmeter 27E en een drukmeter 26E voorzien. Ook wordt deze aangedreven door een elektromotor 22E, welke door de 5 besturingsschakeling 14 via een voedingsschakeling 23E wordt bestuurd. Voor een onafhankelijk besturing van de vloeistofstroom naar de sproeiers en naar het aansluitstuk, kunnen in de aftakleiding of in het stroomafwaarts van de aftakking liggende deel van de toevoerleiding 8 bestuurbare kleppen zijn aangebracht.

Claims (21)

1. Inrichting voor het reinigen van een groep van verscheidene endoscoopkanalen omvattende endoscopen, omvattende: 5. positioneermiddelen voor het plaatsen van de te reinigen endoscoop; - een reservoir voor reinigingsvloeistof; - toevoermiddelen voor het vanaf het reservoir aan de tot de groep behorende endoscoopkanalen van een in de positioneermiddelen geplaatste, te reinigen endoscoop toevoeren van reinigingsvloeistof; 10. afvoermiddelen voor het naar het reservoir afVoeren de uit de te reinigen endoscoop tredende reinigingsvloeistof; - waarbij de toevoermiddelen voor elk van de te reinigen, tot de groep behorende endoscoopkanalen een kanaal omvatten dat leidt van het reservoir naar een voor aansluiting op de tot de groep behorende endoscoopkanalen ingericht aansluitstuk en in 15 elk van de kanalen een pomp is geplaatst; en - waarbij de pompen alle van een type zijn dat bij stilstand een afsluiting van het kanaal vormt, met het kenmerk, dat tenminste twee van de pompen elk zijn gekoppeld met elk een regelbare motor en dat de inrichting een besturingselement omvat dat is ingericht voor 20 het besturen van de motor van tenminste twee van de pompen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de elk van de pompen is gekoppeld met elk een regelbare motor en dat het besturingselement is ingericht voor het besturen van elk van de motoren. 25
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de motoren door elektromotoren worden gevormd en dat de besturingselementen zijn ingericht voor het besturen van de elektromotoren.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat de besturingsinrichting is ingericht voor het continu regelen van het debiet van de tenminste twee pompen.
5. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de besturingsinrichting is ingericht voor het achtereenvolgens met verschillende debieten laten werken tenminste een van de pompen.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat aan de drukzijde van de tenminste twee pompen een drukmeter is geplaatst, dat aan de dmk- of zuigzijde van de pomp een debietmeter is geplaatst en dat de besturingsinrichting is ingericht voor het opnemen van de druk-debiet-karakteristiek van het met de betreffende pomp verbonden endoscoopkanaal. 10
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de inrichting een geheugen omvat voor het opslaan van de opgemeten druk-debiet-karakteristiek.
8. Inrichting volgens conclusie 5, 6 of 7, met het kenmerk, dat de 15 besturingsinrichting is ingericht voor het aanvankelijk met een groot debiet en vervolgens met een klein debiet laten werken van de pompen.
9. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de pompen zijn ingericht voor het afgeven van een debiet dat kleiner is dan een vooraf 20 bepaald debiet bij een niet op een endoscoopkanaal aangesloten aansluiting.
10. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tenminste twee pompen elk door een verdringingspomp worden gevormd.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de verdringingspompen door peristaltische pompen worden gevormd.
12. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inrichting een grote pomp omvat die is ingericht voor het opwekken van een groter 30 debiet dan elk van de andere pompen en dat deze grote pomp is ingericht voor aansluiting op een endoscoopkanaal met een grotere doortocht dan de tot de groep behorende endoscoopkanalen.
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de grote pomp door middel van een terugslagklep is verbonden met de aansluiting van de endoscoop en dat tussen de aansluiting van de endoscoop en de terugslagklep een pomp van het type dat is ingericht voor verbinding met tot de groep behorende kanalen is aangesloten. 5
14. Inrichting volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat de pomp met een groter debiet niet alleen is ingericht om te worden verbonden met een endoscoopkanaal, maar eveneens met een sproeier voor het besproeien van de in de positioneermiddelen geplaatste endoscoop. 10
15. Werkwijze voor het reinigen van een endoscoop, omvattende de volgende stappen: het met behulp van positioneermiddelen in een reinigingsinrichting positioneren van de te reinigen endoscoop; 15. het aansluiten van met pompen verbonden toevoerkanalen op de te reinigen kanalen van de endoscoop; het met een eerste pompvermogen doorspoelen van de endoscoopkanalen; en het met een tweede, ongelijk aan het eerste pompvermogen doorspoelen van de endoscoopkanalen. 20
16. Werkwijze volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat het tweede vermogen kleiner is dan het eerste vermogen.
17. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat na het doorspoelen met 25 een groot pompvermogen van een endoscoopkanaal wordt gedetecteerd of het endoscoopkanaal niet verstopt is en het slechts doorspoelen van de betreffende endoscoopkanaal met een klein vermogen wanneer gebleken is dat het kanaal niet is verstopt.
18. Werkwijze volgens conclusie 16 of 17, met het kenmerk, dat na het doorspoelen met het tweede vermogen, de endoscoopkanalen worden doorgespoeld met een derde vermogen, dat groter is dan het tweede vermogen.
19. Werkwijze volgens een van de conclusies 15-18, met het kenmerk, dat de druk-debiet-karakteristiek van het endoscoopkanaal wordt opgenomen.
20. Werkwijze volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat het druk-debiet- 5 karakteristiek voor elk van de kanalen met een identificatie van de endoscoop wordt opgeslagen.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat na een volgende reiniging van dezelfde endoscoop opnieuw de druk-debiet-karakteristiek wordt 10 opgemeten en dat de opgemeten druk-debiet-karakteristiek wordt vergeleken met de opgeslagen karakteristiek.
NL2001002A 2007-11-13 2007-11-13 Inrichting voor het reinigen van endoscopen. NL2001002C2 (nl)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2001002A NL2001002C2 (nl) 2007-11-13 2007-11-13 Inrichting voor het reinigen van endoscopen.
AT08168887T ATE554795T1 (de) 2007-11-13 2008-11-12 Endoskopreinigungsvorrichtung mit mehreren, regelbaren pumpen
EP08168887A EP2060276B1 (en) 2007-11-13 2008-11-12 Endoscope reprocessor with multiple adjustable pumps
ES08168887T ES2386660T3 (es) 2007-11-13 2008-11-12 Dispositivo para la limpieza de endoscopios con múltiples bombas ajustables

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2001002 2007-11-13
NL2001002A NL2001002C2 (nl) 2007-11-13 2007-11-13 Inrichting voor het reinigen van endoscopen.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2001002C2 true NL2001002C2 (nl) 2009-05-14

Family

ID=39167508

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2001002A NL2001002C2 (nl) 2007-11-13 2007-11-13 Inrichting voor het reinigen van endoscopen.

Country Status (4)

Country Link
EP (1) EP2060276B1 (nl)
AT (1) ATE554795T1 (nl)
ES (1) ES2386660T3 (nl)
NL (1) NL2001002C2 (nl)

Families Citing this family (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102009036564A1 (de) * 2009-08-10 2011-02-17 Olympus Winter & Ibe Gmbh Verbindungsvorrichtung zur Verwendung in einem Reinigungsraum in einer Reinigungsvorrichtung zur Reinigung von chirurgischen Instrumenten
DE102012020934B4 (de) * 2012-10-25 2014-08-21 SciCan GmbH Verfahren zum Reinigen und Desinfizieren von Endoskopen
DE102013216532A1 (de) * 2013-08-21 2015-02-26 Olympus Winter & Ibe Gmbh Verfahren und Vorrichtung zum Reinigen eines chirurgischen Instruments
US10835114B2 (en) * 2016-02-18 2020-11-17 One Surgical, Inc. Point of use cleaning system for endoscopes
US20170332891A1 (en) * 2016-05-18 2017-11-23 Ethicon, Inc. Apparatus and method to identify endoscope type and provide tailored reprocessing
EP3449804B1 (de) 2017-08-31 2022-08-17 Cantel (Production) Germany GmbH Verfahren und vorrichtung zur gleichzeitigen adapteranschlussüberprüfung und zur durchgängigkeitsüberprüfung von endoskopkanälen
DE102017122434A1 (de) * 2017-09-27 2019-03-28 Olympus Winter & Ibe Gmbh Verfahren zum Aufbereiten eines wenigstens einen Kanal aufweisenden Endoskops in einem Aufbereitungsgerät
WO2020077406A1 (en) * 2018-10-16 2020-04-23 Saban Ventures Pty Limited Apparatus and method for cleaning a medical device

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0271157A1 (en) * 1986-12-03 1988-06-15 WASSENBURG & CO. B.V. Device for cleansing and disinfecting an elongated medical instrument
US20060051285A1 (en) * 2004-09-07 2006-03-09 The Tristel Company Limited Chlorine dioxide generation
US20070102045A1 (en) * 2005-11-04 2007-05-10 Patzek Michael J Iv Portable chemical transfer/neutralizing containment system

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20070015968A1 (en) * 2005-07-13 2007-01-18 Judson Shelnutt Apparatus and method for fluid propulsion of an elongate device
US7479257B2 (en) 2005-08-26 2009-01-20 Ethicon, Inc. Automated endoscope reprocessor solution testing

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0271157A1 (en) * 1986-12-03 1988-06-15 WASSENBURG & CO. B.V. Device for cleansing and disinfecting an elongated medical instrument
US20060051285A1 (en) * 2004-09-07 2006-03-09 The Tristel Company Limited Chlorine dioxide generation
US20070102045A1 (en) * 2005-11-04 2007-05-10 Patzek Michael J Iv Portable chemical transfer/neutralizing containment system

Also Published As

Publication number Publication date
EP2060276B1 (en) 2012-04-25
ATE554795T1 (de) 2012-05-15
EP2060276A1 (en) 2009-05-20
ES2386660T3 (es) 2012-08-24

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP4633274B2 (ja) 内視鏡洗滌消毒装置
JP2009226193A (ja) 内視鏡洗浄消毒装置
EP2060276B1 (en) Endoscope reprocessor with multiple adjustable pumps
RU2423907C2 (ru) Устройство и способ для создания течения в каналы эндоскопа
JP7385793B2 (ja) 内視鏡のチャネルを反復的に充填及びパージするための機器及び方法
AU2003222912B2 (en) Method and device for measuring and controlling the circulation of fluids in endoscope channels
JP4969951B2 (ja) 自動内視鏡洗浄装置の溶液試験
CN102046066B (zh) 用于检验内窥镜通道贯通性的方法和所用的内窥镜清洗机
EP1942786B1 (en) Endoscope reprocessor connectivity method
JP2000233020A (ja) 血液処理器の洗浄方法及び洗浄装置
JP2002530573A (ja) ポンプ薄膜における漏れの検出のための装置及び方法
US20110097248A1 (en) Endoscope automatic cleaning/disinfecting apparatus
BR112012030181B1 (pt) Aparelho integral para testar e/ou limpar um dispositivo médico contendo canais e método para testar um dispositivo médico
AU2006222761A1 (en) Method of detecting connection of test port on an endoscope
US6848456B2 (en) Method for determining the existence of obstructions in the passageways of a medical instrument
CN118900661A (zh) 内窥镜管路的状态判定方法、内窥镜管路的状态判定装置及内窥镜清洗消毒装置
JP7713525B2 (ja) 灌流状態検出装置の作動方法、灌流状態検出装置及び内視鏡システム
JP4804614B2 (ja) 内視鏡洗滌装置
CN105992598B (zh) 循环型体腔内液体灌流系统及其控制方法
US20210017751A1 (en) Toilet seat device, toilet device, and descaling agent supply device
JP2000139814A (ja) 内視鏡システム
JP7434478B2 (ja) 内視鏡のチャネルの充填およびパージを非同期的に同時に行う器械および方法
EP0916084A1 (en) Evaluation of particulate contaminants
JP4137978B2 (ja) 歯科用ユニット及び給水方法
JP2002177208A (ja) 内視鏡用送水装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20211201