NL2002304C2 - Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. - Google Patents
Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2002304C2 NL2002304C2 NL2002304A NL2002304A NL2002304C2 NL 2002304 C2 NL2002304 C2 NL 2002304C2 NL 2002304 A NL2002304 A NL 2002304A NL 2002304 A NL2002304 A NL 2002304A NL 2002304 C2 NL2002304 C2 NL 2002304C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- coupling
- axis
- assembly
- vessel
- coupling system
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B63—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
- B63B—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING
- B63B21/00—Tying-up; Shifting, towing, or pushing equipment; Anchoring
- B63B21/56—Towing or pushing equipment
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B63—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
- B63B—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING
- B63B21/00—Tying-up; Shifting, towing, or pushing equipment; Anchoring
- B63B21/56—Towing or pushing equipment
- B63B21/58—Adaptations of hooks for towing; Towing-hook mountings
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B63—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
- B63B—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING
- B63B35/00—Vessels or similar floating structures specially adapted for specific purposes and not otherwise provided for
- B63B35/66—Tugs
- B63B35/70—Tugs for pushing
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Ocean & Marine Engineering (AREA)
- Connection Of Plates (AREA)
- Filling Or Discharging Of Gas Storage Vessels (AREA)
Description
P86957NL00
Titel: Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsysteem.
Technisch veld
De uitvinding (e. disclosure) heeft betrekking op een koppelsysteem voor het verbinden van twee vaartuigrompen. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding (e. disclosure) betrekking op een koppelsysteem waarmee een 5 eerste vaartuigromp van bijvoorbeeld een binnenvaartschip en een tweede vaartuigromp, zoals bijvoorbeeld een duwbak, met elkaar kunnen worden verbonden.
Achtergrond 10 Het koppelen van vaartuigrompen, zoals bijvoorbeeld een binnenvaartuigromp met een duwbak vindt op dit moment plaats door middel van lieren en koppelkabels. De koppelkabels moeten handmatig rond bolders op het schip worden gelegd en vervolgens moet de koppelkabels met lieren worden aangespannen. Het koppelen van twee vaartuigrompen in de 15 binnenvaart is derhalve arbeidsintensief en tijdrovend. Verder is het gebruik van lieren en koppelkabels niet ongevaarlijk. Bovendien moet bij het beladen van de gekoppelde vaartuigrompen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat niet eerst de ene romp volledig wordt beladen en daarna de andere romp pas volledig wordt beladen. Immers, de 20 vaartuigromp die als eerste wordt beladen zal langzaam dieper komen te liggen. Wanneer de koppelkabels reeds strak zijn aangehaald, zal de op deze kabels uitgeoefende kracht bijzonder groot worden onder invloed van het steeds dieper liggen van de ene vaartuigromp ten opzichte van de hoger gelegen, nog niet beladen andere vaartuigromp. Een dergelijke 25 overbelasting van de koppelkabels kan tot breuk van de kabels leiden met alle bijkomende gevaren van dien.
2
De uitvinding beoogt een koppelsysteem dat althans een aantal van de genoemde nadelen vermindert.
5 Samenvatting
De uitvinding verschaft daartoe een koppelsysteem voor het verbinden van een zijde van een eerste vaartuigromp met een zijde van een tweede vaartuigromp, waarbij tussen de beide zijden zich een denkbeeldig, in hoofdzaak verticaal vlak bevindt waarin zich een horizontale Y-as en een 10 verticale Z-as van een denkbeeldig orthogonaal Χ,Υ,Ζ-assenstelsel uitstrekken, waarbij een X-as zich loodrecht op het denkbeeldige vlak uitstrekt door het snijpunt van de Y- en de Z-as, waarbij het koppelsysteem omvat: • een eerste koppelsamenstel (e. coupling assembly) verbonden 15 met de eerste vaartuigromp; • een tweede koppelsamenstel verbonden met de tweede vaartuigromp; waarbij het eerste koppelsamenstel is voorzien van: • ten minste een stootwil (e. fender); en 20 · een eerste verbindingssamenstel (e.connecting assembly); waarbij het tweede koppelsamenstel is voorzien van: • ten minste een stootwil-geleiding die is geassocieerd met de ten minste ene stootwil; en • een tweede verbindingssamenstel dat in een verbonden 25 toestand brengbaar is met het eerste verbindingssamenstel; waarbij de ten minste ene stootwil-geleiding en de ten minste ene daarmee geassocieerde stootwil zijn ingericht voor het althans in een richting evenwijdig aan de Y-as ten opzichte van elkaar positioneren van het eerste en het tweede koppelsamenstel, en waarbij het eerste en het 3 tweede verbindingssamenstel in de verbonden toestand in hoofdzaak geen onderlinge verplaatsing toelaten in een richting evenwijdig aan de X-as.
Wanneer de eerste vaartuigromp met de tweede vaartuigromp dient te worden verbonden worden deze geleidelijk naar elkaar toe bewogen, 5 waarbij de ten minste ene stootwil van het eerste koppelsamenstel langzaam in de daarmee corresponderende ten minste ene stootwil-geleiding van het tweede koppelsamenstel beweegt. Aldus wordt het eerste koppelsamenstel ten opzichte van het tweede koppelsamenstel althans in een richting evenwijdig aan de Y-as ten opzichte van elkaar gepositioneerd. 10 Vervolgens kan het ene verbindingssamenstel en het tweede verbindingssamenstel in de verbonden toestand worden gebracht, zodat geen onderlinge verplaatsing van de eerste en tweede koppelsamenstellen in een richting evenwijdig aan de X-as mogelijk is. Met andere woorden, het eerste en het tweede koppelsamenstel kunnen dan niet meer van elkaar 15 afbewegen.
In een uitvoeringsvorm kan het koppelsysteem zijn ingericht om een onderlinge verzwenking van de beide vaartuigrompen ten opzichte van elkaar toe te laten over een hartlijn die zich in evenwijdig aan de Y-as uitstrekt.
20 Omdat aan elkaar gekoppelde vaartuigrompen, met name wanneer deze in een vaarrichting die correspondeert met de X-richting aan elkaar zijn gekoppeld een bijzonder grote lengte kunnen hebben, is het bijzonder voordelig wanneer het koppelsysteem verzwenking van de beide vaartuigrompen ten opzichte van elkaar toelaten over een hartlijn die 25 evenwijdig is aan de Y-as. Wanneer een dergelijke verzwenking niet mogelijk is komen als gevolg van scheepsbewegingen en als gevolg van een door belading onderling verschillende trimhoek van de beide vaartuigrompen zeer grote krachten op het koppelsysteem te staan. Een belangrijk deel van de krachten kan worden opgevangen wanneer het 30 koppelsysteem volgens de uitvoeringsvorm een onderlinge verzwenking van 4 de beide vaartuigrompen ten opzichte van elkaar toelaat over een hartlijn die zich evenwijdig aan de Y-as uitstrekt. Een dergelijke uitvoeringsvorm is derhalve duurzamer en bedrijfszekerder.
Een uitvoeringsvorm van het koppelsysteem kan een 5 scharnierverbinding omvatten die het eerste koppelsamenstel verbindt met de eerste vaartuigromp, waarbij de scharnierverbinding is voorzien van met een scharnierhartlijn die zich uitstrekt evenwijdig aan de Y-as.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kan het koppelsysteem een scharnierverbinding omvatten die het tweede koppelsamenstel verbindt met 10 de tweede vaartuigromp, waarbij de scharnierverbinding is voorzien van met een scharnierhartlijn die zich uitstrekt evenwijdig aan de Y-as.
Alhoewel in het voorgaande twee scharnierverbindingen als alternatieven zijn beschreven, is het ook mogelijk een koppelsysteem te voorzien van twee scharnierverbindingen, waarbij de eerste zich tussen het 15 eerste koppelsamenstel en de eerste vaartuigromp bevindt en de tweede zich tussen het tweede koppelsamenstel en de tweede vaartuigromp bevindt. Een dergelijke variant zou een nog flexibeler verbinding tussen de beide vaartuigrompen kunnen realiseren. Een belangrijk voordeel van de aanwezigheid van ten minste een scharnierverbinding is dat de gekoppelde 20 rompdelen onderling kunnen verzwenken en dus onderling verschillende trimhoeken van de vaartuigrompen toelaten.
In een uitvoeringsvorm kan het koppelsysteem zijn ingericht om onderlinge verplaatsing van de beide vaartuigrompen ten opzichte van elkaar toe te laten in een richting evenwijdig aan de Z-as.
25 De uitvoeringsvorm waarbij een onderlinge verplaatsing van de beide vaartuigrompen ten opzichte van elkaar evenwijdig aan de aan de Z-as mogelijk is heeft tot voordeel dat tijdens het beladen van twee vaartuigrompen in gekoppelde toestand de vaartuigrompen elk hun eigen bij de mate van belading passende diepgang kunnen aannemen zonder dat 30 daarbij krachten op het koppelsysteem worden uitgeoefend. Immers, zodra 5 er een kracht in een richting evenwijdig aan de Z-as op het koppelsysteem als gevolg van een verschillende diepgang wordt uitgeoefend, zal een onderlinge verplaatsing optreden die de betreffende kracht opheft.
Een uitvoeringsvorm die dergelijke onderlinge verplaatsing van de 5 beide vaartuigrompen in Z-as toelaat kan worden gevormd door een koppelsysteem waarbij de ten minste ene stootwil en de tenminste ene daarmee corresponderende stootwil-geleiding alsmede het eerste en het tweede verbindingssamenstel zodanig zijn uitgevoerd dat in de verbonden toestand van het eerste en het tweede verbindingssamenstel het eerste en 10 het tweede koppelsamenstel ten opzichte van elkaar in een richting evenwijdig aan de Z-as verplaatsbaar zijn.
Een dergelijke uitvoeringsvorm zal hierna onder verwijzing naar de tekening nader worden verduidelijkt.
De uitvinding verschaft tevens een vaartuig dat ten minste een 15 eerste vaartuigromp en een tweede vaartuigromp omvat alsmede ten minste één koppelsysteem zoals hierboven beschreven.
De uitvinding zal thans aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld, onder verwijzing naar de tekening, nader worden verduidelijkt.
20 Korte aanduiding van de tekeningen
Figuur 1 toont een perspectiefaanzicht van een binnenvaartschip dat aan de voorzijde is voorzien van een eerste koppelsamenstel;
Figuur 2 toont een perspectiefaanzicht van een duwbak die aan een achterzijde is voorzien van een tweede koppelsamenstel en aan een 25 voorzijde weer is voorzien van een eerste koppelsamenstel;
Figuur 3 toont een uitvoeringsvorm van het eerste koppelsamenstel in meer detail;
Figuur 4 toont een zijaanzicht van de voorzijde van een vaartuigromp met het eerste koppelsamenstel; 6
Figuur 5 toont in meer detail een perspectiefaanzicht van een tweede koppelsamenstel;
Figuur 6 toont de grendelplaten van het tweede koppelsamenstel in de grendelstand; 5 Figuur 7 toont een bovenaanzicht van twee vaartuigrompen in gekoppelde toestand; en
Figuur 8 toont de koppelplaat van het eerste koppelsamenstel en daarop aangrijpende grendelplaten van het tweede koppelsamenstel.
10 Gedetailleerde beschrijving
De figuren tonen een uitvoeringsvoorbeeld van een koppelsysteem 2, 4 voor het verbinden van een zijde van de eerste vaartuigromp 6 met een zijde van een tweede vaartuigromp 8. Tussen de beide zijden bevindt zich een denkbeeldig, in hoofdzaak verticaal vlak P waarin zich een horizontale 15 Y-as en een verticale Z-as van een denkbeeldig orthogonaal Χ,Υ,Ζ- assenstelsel uitstrekken. Een X-as van het Χ,Υ,Ζ-assenstelsel strekt zich loodrecht op het denkbeeldige vlak P uit door het snijpunt van de Y- en de Z-assen.
Het koppelsysteem 2, 4 is voorzien van een eerste koppelsamenstel 20 2 (e. coupling assembly) dat is verbonden met de eerste vaartuigromp 6.
Verder is een tweede koppelsamenstel 4 verbonden met de tweede vaartuigromp 8. In het uitvoeringsvoorbeeld dat is getoond in Figuur 1 is de eerste vaartuigromp 6 onderdeel van een binnenvaartschip 10. Het binnenvaartuigschip 10 kan zijn voorzien van een kajuit 12 en een eigen 25 aandrijving die in de figuren niet is getoond. Met het binnenvaartschip 10 kunnen bijvoorbeeld containers 14 worden vervoerd. Eventueel kan het binnenvaartschip 10 zijn voorzien van een kraan 18, zodat het binnenvaartschip zelf de containers kan laden en lossen. De tweede vaartuigromp, waarvan een voorbeeld is getoond in Figuur 2, kan 30 bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een duwbak, In het uitvoeringsvoorbeeld dat 7 is getoond in Figuur 2 is de tweede vaartuigromp aan de achterzijde voorzien van een tweede koppeldeel 4. Aan de voorzijde is de tweede vaartuigromp 8 voorzien van wederom een eerste koppelsamenstel 2 waaraan nog weer een volgende duwbak zou kunnen worden gekoppeld.
5 Figuur 3 toont in meer detail het eerste koppelsamenstel 2. Het eerste koppelsamenstel 2 is voorzien van ten minste een stootwil 20 (e. fender). In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn twee stootwillen 20 getoond. Het is echter ook mogelijk dat slechts één stootwil of meer dan twee stootwillen 20 zijn voorzien. Het eerste koppelsamenstel 2 is verder 10 voorzien van een eerste verbindingssamenstel 22 (e.connecting assembty).
In een uitvoeringsvorm, waarvan een voorbeeld is getoond in Figuur 3, omvat het eerste verbindingssysteem een koppelplaat 24 die zich in hoofdzaak evenwijdig uitstrekt aan de Y- en de Z-assen en die is voorzien van ten minste een, zich in hoofdzaak evenwijdig aan de Z-as uistrekkende 15 T-sleuf 26. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is sprake van twee Τ'-sleuven 26. Uit Figuur 4 blijkt dat het eerste koppelsamenstel 2 verzwenkbaar is verbonden met de eerste vaartuigromp 6 over scharnierhartlijn 28 die zich evenwijdig uitstrekt aan de Y-as. De zwenkbeweging van het tweede koppelsamenstel 2 is aan gegeven met de 20 pijl S in Figuur 4. Een dergelijke scharnierverbinding 30 maakt het mogelijk dat de eerst vaartuigromp 6 en de tweede vaartuigromp 8 een verschillende trimhoek kunnen hebben zonder dat dit tot aanzienlijke krachtsuitoefening op het koppelsysteem 2, 4 leidt. Bovendien worden hierdoor als gevolg van scheepsbewegingen optredende onderlinge 25 rompverzwenkingen mogelijk.
Het tweede koppelsamenstel 4 zal worden beschreven onder verwijzing naar Figuren 2, 5 en 6. Het tweede koppelsamenstel 4 is voorzien van ten minste een stootwil-geleiding 32 die is geassocieerd met de ten minste ene stootwil 20. Verder omvat het tweede koppelsamenstel een 30 tweede verbindingssamenstel 34 dat in een verbonden toestand brengbaar is 8 met het eerste verbindingssamenstel 22. De ten minste ene stootwil-geleiding 32 en de ten minste ene daarmee geassocieerde stootwil 20 zijn ingericht voor het althans in een richting evenwijdig aan de Y-as ten opzichte van elkaar positioneren van het eerste en het tweede 5 koppelsamenstel 2, 4. Het eerste en het tweede verbindingssamenstel 22, 34 laten in de verbonden toestand in hoofdzaak geen onderlinge verplaatsing toe in een richting evenwijdig aan de X-as.
Het tweede verbindingssysteem 34 kan ten minste één roteerbare grendelplaat 36 omvatten die in een vrijgavestand in een corresponderende 10 T-sleuf 26 brengbaar is. In het in de figuren getoonde uitvoeringsvoorbeeld is het tweede verbindingssamenstel 34 voorzien van vier roteerbare grendelplaten 36 die twee aan twee kunnen aangrijpen op daarmee geassocieerde T-sleuven 26 in de koppelplaat 24 van het koppelsamenstel 2. In een, ten opzichte van de vrijgavestand geroteerde grendelstand is de ten 15 minste ene grendelplaat 36 zodanig in de T-sleuf 26 opgenomen dat deze in een richting evenwijdig aan de X-as ten opzichte van de koppelplaat 24 is gefixeerd.
In een uitvoeringsvorm, waarvan de figuren een voorbeeld tonen, is de ten minste ene stootwil 20 en de ten minste ene daarmee 20 corresponderende stootwil-geleiding 32 alsmede het eerste en het tweede verbindingssamenstel 22, 34 zodanig uitgevoerd dat in een verbonden toestand van het eerste en het tweede verbindingssamenstel 22, 34 het eerste en het tweede koppelsamenstel 2, 4 ten opzichte van elkaar in een richting evenwijdig aan de Z-as verplaatsbaar zijn. Daartoe kunnen de 25 stootwillen een profielvorm hebben waarvan de profiellangsas zich in verticale richting, dat wil zeggen evenwijdig aan de Z-as uitstrekt. Elke stootwil 20 heeft dan een in hoofdzaak constante horizontale dwarsdoorsnede op verschillende hoogtes. Ook de stootwil-geleidingen kunnen gevormd zijn door uitsparingen die in verticale richting Z een 30 constante horizontale dwarsdoorsnede hebben. De stootwil-geleidingen 32 9 hebben bij voorkeur een enigszins taps toelopende horizontale dwarsdoorsnede. Ook de stootwillen 20 kunnen een enigszins taps toelopende horizontale dwarsdoorsnede hebben. De smalle zijden van de stootwillen 20 bewegen in de brede zijde van de stootwil-geleidingen 5 wanneer de eerste vaartuigromp en de tweede vaartuigromp naar elkaar worden toegebracht. Wanneer deze tegen elkaar aan liggen zijn beide vaartuigrompen 6, 8 in Y-richting ten opzichte van elkaar gepositioneerd als gevolg van de zelfzoekende werking van de stootwillen 20 in de tapse stootwil-geleidingen. Het begrip taps moet hier ruim worden opgevat. Zoals 10 blijkt uit de figuren kan een stootwil 20 een horizontaal dwarsdoorsnedeprofiel hebben met een cirkelvormige voorzijde. De stootwil-geleiding 32 kan een zich in de X-richting vernauwend profiel hebben. Om de onderlinge verplaatsing van de koppelsamenstellen 2, 4 en daarmee van de vaartuigrompen 6, 8 in Z-richting mogelijk te maken kan in een 15 uitvoeringsvorm, waarvan de tekeningen een voorbeeld geven, de dimensionering van de ten minste ene T-sleuf 26 en de daarmee corresponderende ten minste ene roteerbare grendelplaat 36 zodanig zijn dat de grendelplaat 36 in de grendelstand in de T-sleuf 26 in een richting evenwijdig aan de Z-as verschuifbaar is.
20 Zoals hiervoor aangegeven zijn de grendelplaten 36 roteerbaar. Om deze rotatie te bewerkstelligen kunnen in een uitvoeringsvorm, waarvan Figuur 5 een voorbeeld geeft, de grendelplaten 36 werkzaam zijn verbonden met een hefboomsamenstel 38. In het in Figuur 5 getoonde uitvoeringsvoorbeeld is elke grendelplaat 36 via een as 40 verbonden met 25 het frame van het tweede koppelsamenstel 4. De as 40 is zelf rotatievast verbonden met een zwenkarm 42 die scharnierbaar is verbonden met verstelarm 44. De verstelarm 44 kan met een pen/sleufverbinding 46 zijn verbonden met een hefboom 48 die verzwenkbaar is rond een scharnier 50. De hefboom 48 kan bijvoorbeeld door een bedieningsman 52 worden 30 versteld. In een alternatieve uitvoeringsvorm kunnen de grendelplaten 36 10 ook met behulp van een aandrijving 54 worden versteld (zie Fig. 8). Daarbij kan worden gedacht een elektrische, hydraulische of pneumatische aandrijving. De aandrijving kan direct aangrijpen op een as 40 of via een overbrenging, zoals bijvoorbeeld een hefboomstelsel, een tandwielsamenstel 5 of dergelijke. In Figuur 5 zijn de grendelplaten 36 in de vrijgavestand getoond waarin deze in de T-sleuven 26 kunnen worden gebracht. Figuur 6 toont het tweede koppelsamenstel 4 in een toestand waarin de grendelplaten 36 zich in de grendelstand bevinden. Duidelijk zichtbaar is dat zij over 90° zijn verzwenkt ten opzichte van de in Figuur 5 weergegeven 10 stand.
De werking van het koppelsysteem 2, 4 is als volgt. Wanneer de eerste vaartuigromp 6 met de tweede vaartuigromp 8 moet worden gekoppeld, worden de grendelplaten 36 in de in Figuur 5 weergegeven vrijgavestand geplaatst. Vervolgens worden de eerste vaartuigromp 6 en de 15 tweede vaartuigromp 8 met de koppelsamenstellen 2, 4 naar elkaar toe bewogen. De stootwillen 20 bewegen daarbij langzaam in de stootwil-geleidingen 32 die taps zijn uitgevoerd. Door de tapse uitvoering van de stootwil-geleidingen en de enigszins afgeronde of tapse uitvoering van de stootwillen 20 zal de eerste vaartuigromp 6 zich automatisch in Y-richting 20 positioneren ten opzichte van de tweede vaartuigromp 8. Daarbij bewegen de grendelplaten 36 zich uiteindelijk in de T-sleuven 26 van de koppelplaat 24 van het verbindingssamenstel 22 van het eerst koppelsamenstel 2. Vervolgens kunnen de grendelplaten 36 worden geroteerd zodanig dat deze in de grendelstand worden gebracht. Deze rotatie kan met behulp van een 25 aandrijving 54 plaatsvinden die bedienbaar is vanuit de kajuit 12. Het is echter tevens mogelijk dat de rotatie met de hand wordt bekrachtigd door een bedieningspersoon 52 die bijvoorbeeld hefbomen 48 verzwenkt rond scharnier 50 en daarmee een hefboomstelsel bedient dat de grendelplaten 36 roteert. Figuur 7 toont een bovenaanzicht van de gekoppelde toestand van 30 de eerste en de tweede vaartuigromp 6, 8. In Figuur 8 is nog eens duidelijk 11 weergegeven op welke wijze de grendelplaten 36, die star zijn verbonden met rotatie-as 40 en die deel uitmaken van het tweede koppelsamenstel 4, aangrijpen in de T-sleuven 26 van de koppelplaat 24 van het verbindingssamenstel 22 dat deel uitmaakt van het eerste koppelsamenstel 5 2. Hieruit is ook duidelijk dat de grendelplaten 36 in Z-richting ten opzichte de T-sleuven verplaatsbaar zijn. Uit de voorgaande beschrijving van het koppelen blijkt hoe snel en eenvoudig een koppeling tot stand kan worden gebracht. De beschreven koppeling laat onderlinge beweging van de vaartuigrompen 6, 8 in een richting evenwijdig aan de Z-as toe. Bovendien 10 laat het beschreven koppelsamenstel 2, 4 een verzwenking rond een scharnierhartlijn 28 evenwijdig aan de Y-as toe, zodat de trimhoek van de gekoppelde rompdelen 6, 8 verschillend kan zijn en onderlinge scheepsbewegingen mogelijk zijn.
In plaats van T-sleuven 26 en roteerbare grendelplaten 36 is een 15 uitvoeringsvorm mogelijk met ten minste één bajonetkoppeling waarvan de ene koppelhelft deel uitmaakt van het eerste koppelsamenstel en de andere koppelheft deel uitmaakt van het tweede koppelsamenstel. Een van de koppelhelften van de bajonetkoppeling dient dan roteerbaar te zijn ten opzichte van de andere koppelhelft. De onderlinge 20 verplaatsingsmogelijkheid in Z-richting kan in een dergelijke uitvoeringsvorm worden gerealiseerd door een aparte geleiding in Z-richting. Een eerste geleiderhelft van de geleiding kan een bajonet koppelhelft dragen en een andere geleiderhelft van de geleiding kan vast zijn verbonden met een bijbehorend koppelsamenstelframe. Het 25 koppelsamenstelframe kan, net als in het getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn voorzien van een scharnierverbinding rond een hartlijn die zich evenwijdig uitstrekt aan de Y-as met behulp waarvan het betreffende koppelsamenstel is verbonden met de vaartuigromp.
In nog een alternatieve uitvoeringsvorm is een koppeling 30 voorstelbaar die is gebaseerd op magnetisme. In plaats van de grendelplaten 12 36 en de T-sleuven 26 kan het eerste koppelsamenstel een ferromagnetische plaat omvatten en kan het tweede koppelsamenstel een elektrisch te bekrachtigen elektromagneet omvatten. Door het in- en uitschakelen van de elektromagneet kan een vergrendeling tussen het eerste koppelsamenstel en 5 het tweede koppelsamenstel tot stand worden gebracht. Een verticale geleiding kan daarbij de onderlinge verplaatsing van de vaartuigrompen 6, 8 in een richting evenwijdig aan de Z-as faciliteren. En een scharnierverbinding 30 zoals getoond kan de onderlinge verzwenking tussen de vaartuigrompen 6, 8 faciliteren.
10 Het is duidelijk dat de uitvinding niet is beperkt tot de beschreven uitvoeringsvoorbeelden. Diverse wijzigingen binnen het raam van de uitvinding zoals gedefinieerd door de aangehechte conclusies zijn mogelijk.
Claims (11)
1. Koppelsysteem voor het verbinden van een zijde van eerste vaartuigromp (6) met een zijde van een tweede vaartuigromp (8), waarbij tussen de beide zijden zich een denkbeeldig, in hoofdzaak verticaal vlak (P) bevindt waarin zich een horizontale Y-as en een verticale Z-as van een 5 denkbeeldig orthogonaal Χ,Υ,Ζ-assenstelsel uitstrekken, waarbij een X-as zich loodrecht op het denkbeeldige vlak (P) uitstrekt door het snijpunt van de Y- en de Z-assen, waarbij het koppelsysteem omvat: • een eerste koppelsamenstel (2) (e. coupling assembly) verbonden met de eerste vaartuigromp (6); 10. een tweede koppelsamenstel (4) verbonden met de tweede vaartuigromp (8); waarbij het eerste koppelsamenstel (2) is voorzien van: • ten minste een stootwil (20) (e. fender); en • een eerste verbindingssamenstel (22) (e.connecting assembly); 15 waarbij het tweede koppelsamenstel (4) is voorzien van: • ten minste een stootwil-geleiding (32) die is geassocieerd met de ten minste ene stootwil (20); en • een tweede verbindingssamenstel (34) dat in een verbonden toestand brengbaar is met het eerste verbindingssamenstel (22), 20 waarbij de ten minste ene stootwil-geleiding (32) en de ten minste ene daarmee geassocieerde stootwil (20) zijn ingericht voor het althans in een richting evenwijdig aan de Y-as ten opzichte van elkaar positioneren van het eerste en het tweede koppelsamenstel (2, 4), en waarbij het eerste en het tweede verbindingssamenstel (22, 34) in de verbonden toestand in 25 hoofdzaak geen onderlinge verplaatsing toelaten in een richting evenwijdig aan de X-as.
2. Koppelsysteem volgens conclusie 1, waarbij het koppelsysteem (2, 4) is ingericht om een onderlinge verzwenking van de beide vaartuigrompen (6, 8) ten opzichte van elkaar toe te laten over een hartlijn 5 (28) die zich in evenwijdig aan de Y-as uitstrekt.
3. Koppelsysteem volgens conclusie 2, omvattende: • een scharnierverbinding (30) die het eerste koppelsamenstel (2) verbindt met de eerste vaartuigromp (6), waarbij de 10 scharnierverbinding (30) is voorzien van met een scharnierhartlijn (28) die zich uitstrekt evenwijdig aan de Y-as.
4. Koppelsysteem volgens conclusie 2, omvattende: • een scharnierverbinding (30) die het tweede koppelsamenstel (4) 15 verbindt met de tweede vaartuigromp (8), waarbij de scharnierverbinding (30) is voorzien van met een scharnierhartlijn (28) die zich uitstrekt evenwijdig aan de Y-as.
5 Y- en de Z-assen en is voorzien van ten minste één, zich in hoofdzaak evenwijdig aan de Z-as uitstrekkende T-sleuf (26); en waarbij de andere (34) van de eerste en de tweede verbindingssystemen (22, 34) omvat: • ten minste één roteerbare grendelplaat (36) die in een vrijgavestand 10 in een corresponderende T-sleuf brengbaar is en in een, ten opzichte van de eerste stand geroteerde grendelstand zodanig in de T-sleuf (26) is opgenomen dat deze in een richting evenwijdig aan de X-as ten opzichte van de koppelplaat (24) is gefixeerd.
5. Koppelsysteem volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het 20 koppelsysteem (2, 4) is ingericht om onderlinge verplaatsing van de beide vaartuigrompen (6, 8) ten opzichte van elkaar toe te laten in een richting evenwijdig aan de Z-as.
6. Koppelsysteem volgens conclusie 5, waarbij de ten minste ene 25 stootwil (20) en de tenminste ene daarmee corresponderende stootwil- geleiding (32) alsmede het eerste en het tweede verbindingssamenstel (22, 34) zodanig zijn uitgevoerd dat in de verbonden toestand van het eerste en het tweede verbindingssamenstel (22, 34) het eerste en het tweede koppelsamenstel (2, 4) ten opzichte van elkaar in een richting evenwijdig 30 aan de Z-as verplaatsbaar zijn.
7. Koppelsysteem volgens één der voorgaande conclusies, waarbij één (22) van de eerste en de tweede verbindingsystemen (22, 34) omvat: • een koppelplaat (24) die zich hoofdzaak evenwijdig uitstrekt aan de
8. Koppelsysteem volgens conclusie 7, waarbij de dimensionering van de ten minste ene T-sleuf (26) en de daarmee corresponderende ten minste ene roteerbare grendelplaat (36) zodanig is dat de grendelplaat (36) in de grendelstand in de T-sleuf (26) in een richting evenwijdig aan de Z-as verschuifbaar is. 20
9. Koppelsysteem volgens conclusie 7 of 8, waarbij de ten minste ene grendelplaat (36) is verbonden met een hefboomsamenstel (38) dat is ingericht voor het roteren de ten minste ene grendelplaat (36).
10. Koppelsysteem volgens conclusie 7 of 8, waarbij de ten minste ene grendelplaat (36) is verbonden met een aandrijving (54) van het elektrische, hydraulische of pneumatische type voor het roteren van de ten minste ene grendelplaat (36).
11. Vaartuig omvattende ten minste een eerste vaartuigromp (6) en een tweede vaartuigromp (8) alsmede ten minste één koppelsysteem (2, 4) volgens één der voorgaande conclusies.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2002304A NL2002304C2 (nl) | 2008-12-08 | 2008-12-08 | Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. |
| EP09178418.1A EP2193988B1 (en) | 2008-12-08 | 2009-12-08 | Coupling system and a vessel provided with such a coupling system |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2002304A NL2002304C2 (nl) | 2008-12-08 | 2008-12-08 | Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. |
| NL2002304 | 2008-12-08 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2002304C2 true NL2002304C2 (nl) | 2010-06-09 |
Family
ID=40934928
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2002304A NL2002304C2 (nl) | 2008-12-08 | 2008-12-08 | Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2193988B1 (nl) |
| NL (1) | NL2002304C2 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE202016008378U1 (de) * | 2016-05-17 | 2017-09-25 | TECHNOLOG GmbH Handels- und Beteiligungsgesellschaft für Technologie | Schwimmkörper |
| WO2022163885A1 (ko) * | 2021-02-01 | 2022-08-04 | 양동규 | 연결형 선박 |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1458134A (en) * | 1918-06-08 | 1923-06-12 | Constan Paul Armand Jean Marie | Sectional vessel |
| US2873712A (en) * | 1957-11-07 | 1959-02-17 | Martin J Gossen | Boat mooring apparatus |
| US3614938A (en) * | 1969-11-24 | 1971-10-26 | Peter J Statile | Ship connection |
| US3645225A (en) * | 1969-09-17 | 1972-02-29 | Thomas T Lunde | Rough-water towing system |
| US4066030A (en) * | 1976-03-01 | 1978-01-03 | Louis Milone | Mechanical coupling for marine vehicles |
| FR2852573A1 (fr) * | 2003-03-19 | 2004-09-24 | Xavier Barrois | Bateau dont l'annexe sert a la propulsion de l'ensemble |
-
2008
- 2008-12-08 NL NL2002304A patent/NL2002304C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2009
- 2009-12-08 EP EP09178418.1A patent/EP2193988B1/en not_active Not-in-force
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1458134A (en) * | 1918-06-08 | 1923-06-12 | Constan Paul Armand Jean Marie | Sectional vessel |
| US2873712A (en) * | 1957-11-07 | 1959-02-17 | Martin J Gossen | Boat mooring apparatus |
| US3645225A (en) * | 1969-09-17 | 1972-02-29 | Thomas T Lunde | Rough-water towing system |
| US3614938A (en) * | 1969-11-24 | 1971-10-26 | Peter J Statile | Ship connection |
| US4066030A (en) * | 1976-03-01 | 1978-01-03 | Louis Milone | Mechanical coupling for marine vehicles |
| FR2852573A1 (fr) * | 2003-03-19 | 2004-09-24 | Xavier Barrois | Bateau dont l'annexe sert a la propulsion de l'ensemble |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2193988A1 (en) | 2010-06-09 |
| EP2193988B1 (en) | 2013-06-05 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0384850B1 (fr) | Dispositif automatique d'immobilisation d'un véhicule sur une aire notamment d'un camion devant un quai de chargement | |
| NL2002304C2 (nl) | Koppelsysteem alsmede een vaartuig voorzien van een dergelijk koppelsytseem. | |
| FR3071209B1 (fr) | Systeme de manutention d’element de construction longitudinal, vehicule de manutation equipe d’un tel systeme | |
| US9387789B2 (en) | Apparatus, system and method for dovetail locking mechanisms | |
| FR2904817A1 (fr) | Systeme et procede pour transporter un objet dans de multiples directions. | |
| EP2511221A1 (de) | Vorrichtung zum Umschlagen von Schüttgut | |
| NL2006605C2 (en) | Vessel comprising a crane. | |
| WO2017021640A1 (fr) | Dispositif pour l'immobilisation d'un vehicule tel qu'une remorque devant un quai de chargement, procede de pilotage dudit dispositif | |
| US2916164A (en) | Sheet inverter | |
| EP3085648B1 (fr) | Dispositif de butoir escamotable pour installation de quai de chargement, installation de quai le comprenant et procede d'utilisation correspondant | |
| FR2884211A1 (fr) | Dispositif de support avec autocentrage lateral et immobilisation sur une structure ferroviaire du pivot d'attelage d'une semi-remorque | |
| WO2020174265A1 (en) | A container handling device for a wheeled means of transport and wheeled means of transport provided with such handling device | |
| EP3070203A1 (fr) | Systeme de chargement, de dechargement et de pose sur une voie ferree d'un appareil de voie ferree | |
| EP3300933B1 (fr) | Véhicule fer/route pour la mise en place de caténaire | |
| US20180186566A1 (en) | Container handling apparatuses for refuse trucks | |
| EP2829501B1 (fr) | Dispositif de montage en porte-à-faux d'un chariot embarqué à l'arrière d'un véhicule porteur tel qu'un camion | |
| EP2939876A1 (en) | Skip loader provided with a system for fixing a container by means of hydraulic tensioners | |
| EP0154283B2 (fr) | Dispositif de branchement automatique de circuits électriques et/ou fluidiques entre des appareils dont l'un au moins est mobile | |
| US11427043B2 (en) | Trailer for lifting and transporting loads | |
| NL2010715C2 (en) | Coupling device for dredging pipes and method for coupling dredging pipes. | |
| RU2336188C1 (ru) | Транспортное средство для перевозки контейнеров | |
| EP0515248B1 (fr) | Dispositif de remorquage et de manutention d'équipements sous-marins | |
| FR2872749A1 (fr) | Dispositif pour faciliter le chargement d'un caisson sur une plate-forme | |
| EP3372337A1 (fr) | Procede de fabrication d'une structure mecanosoudee a l'aide d'un systeme de vision | |
| RU2317248C2 (ru) | Кран-погрузчик (варианты) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150701 |
|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150701 |