NL2003253C2 - Doos voor elektrische installaties. - Google Patents
Doos voor elektrische installaties. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2003253C2 NL2003253C2 NL2003253A NL2003253A NL2003253C2 NL 2003253 C2 NL2003253 C2 NL 2003253C2 NL 2003253 A NL2003253 A NL 2003253A NL 2003253 A NL2003253 A NL 2003253A NL 2003253 C2 NL2003253 C2 NL 2003253C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- box
- spout
- wall
- circumferential wall
- circumferential
- Prior art date
Links
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 21
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 13
- 238000009434 installation Methods 0.000 claims description 8
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 claims description 7
- 238000010616 electrical installation Methods 0.000 claims description 7
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims description 7
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims description 5
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 claims description 5
- -1 polyethylene Polymers 0.000 claims description 4
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 claims description 4
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 2
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 2
- 239000010410 layer Substances 0.000 description 3
- 206010058031 Joint adhesion Diseases 0.000 description 2
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 2
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 2
- 239000012790 adhesive layer Substances 0.000 description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- VGGSQFUCUMXWEO-UHFFFAOYSA-N Ethene Chemical compound C=C VGGSQFUCUMXWEO-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229920002292 Nylon 6 Polymers 0.000 description 1
- 229920002302 Nylon 6,6 Polymers 0.000 description 1
- 229920002873 Polyethylenimine Polymers 0.000 description 1
- 229920002472 Starch Polymers 0.000 description 1
- 150000001298 alcohols Chemical class 0.000 description 1
- 239000005018 casein Substances 0.000 description 1
- BECPQYXYKAMYBN-UHFFFAOYSA-N casein, tech. Chemical compound NCCCCC(C(O)=O)N=C(O)C(CC(O)=O)N=C(O)C(CCC(O)=N)N=C(O)C(CC(C)C)N=C(O)C(CCC(O)=O)N=C(O)C(CC(O)=O)N=C(O)C(CCC(O)=O)N=C(O)C(C(C)O)N=C(O)C(CCC(O)=N)N=C(O)C(CCC(O)=N)N=C(O)C(CCC(O)=N)N=C(O)C(CCC(O)=O)N=C(O)C(CCC(O)=O)N=C(O)C(COP(O)(O)=O)N=C(O)C(CCC(O)=N)N=C(O)C(N)CC1=CC=CC=C1 BECPQYXYKAMYBN-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 235000021240 caseins Nutrition 0.000 description 1
- 238000005266 casting Methods 0.000 description 1
- 125000002091 cationic group Chemical group 0.000 description 1
- 239000001913 cellulose Substances 0.000 description 1
- 229920002678 cellulose Polymers 0.000 description 1
- 239000012461 cellulose resin Substances 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 239000003292 glue Substances 0.000 description 1
- 229920001903 high density polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 239000004700 high-density polyethylene Substances 0.000 description 1
- 229920000092 linear low density polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 239000004707 linear low-density polyethylene Substances 0.000 description 1
- 229920001684 low density polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 239000004702 low-density polyethylene Substances 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 230000035515 penetration Effects 0.000 description 1
- 229920002401 polyacrylamide Polymers 0.000 description 1
- 229920002451 polyvinyl alcohol Polymers 0.000 description 1
- 235000019422 polyvinyl alcohol Nutrition 0.000 description 1
- 238000009417 prefabrication Methods 0.000 description 1
- CDBYLPFSWZWCQE-UHFFFAOYSA-L sodium carbonate Substances [Na+].[Na+].[O-]C([O-])=O CDBYLPFSWZWCQE-UHFFFAOYSA-L 0.000 description 1
- 239000008107 starch Substances 0.000 description 1
- 235000019698 starch Nutrition 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02G—INSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
- H02G3/00—Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
- H02G3/02—Details
- H02G3/08—Distribution boxes; Connection or junction boxes
- H02G3/081—Bases, casings or covers
- H02G3/083—Inlets
- H02G3/085—Inlets including knock-out or tear-out sections
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Cartons (AREA)
- Connection Or Junction Boxes (AREA)
Description
NLP185679A
Doos voor elektrische installaties
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een doos voor elektrische installaties, in het bijzonder op een 5 centraaldoos.
Bekend is een centraaldoos voor elektrische installaties, omvattend een omtrekswand die een holte bepaalt voor elektrische aansluitingen. De holte is via een aansluitopening aan de voorzijde toegankelijk voor het 10 aanbrengen van de elektrische aansluitingen. De centraaldoos is aan de tegengestelde zijde voorzien van een aantal zich buitenwaarts van de omtrekswand uitstrekkende tuiten die aan het distale uiteinde daarvan tuitopeningen bevatten voor de invoer van een installatiebuis voor het 15 doorleiden van bedrading naar de holte.
Dergelijke centraaldozen worden gewoonlijk geplaatst in betonvloeren of plafonds. Deze kunnen zijn samengesteld uit geprefabriceerde elementen, zoals in het bijzonder zogenaamde breedplaatvloerdelen.
2 0 De centraaldoos kan bij prefabricage van de breedplaatvloerdelen met de grote aansluitopening naar 2 beneden gericht op de bodem van de gietmal worden gezet, waarna het beton er overheen en er omheen wordt gestort tot ruim onder de tuitopeningen. Na het plaatsen van de breedplaatvloerdelen in het werk wordt daarop beton gestort 5 om de betonvloer te vormen.
Om te voorkomen dat tijdens het storten van beton betonwater in de centraaldoos terecht kan komen, is het gewenst dat enige van de aansluitings- en tuitopeningen afgedekt worden. Omdat ten minste een aantal van de af te 10 sluiten tuitopeningen separaat van elkaar gepositioneerd zijn, vergt het afsluiten van elk van deze tuitopeningen een afzonderlijke afdekking, bijvoorbeeld een plakker. Dit is om producttechnische redenen niet optimaal.
Een doel van de uitvinding is een centraaldoos 15 met tuitopeningen voor de installatiebuizen te verschaffen, welke tuitopeningen productietechnisch op een eenvoudige wijze zijn afgedicht.
Een doel van de uitvinding is een centraaldoos met tuitopeningen voor de installatiebuizen te 20 verschaffen, welke tuitopeningen op betrouwbare wijze zijn afgedicht.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING 25
De uitvinding verschaft een doos voor elektrische installaties, in het bijzonder een centraaldoos, omvattend een bodemwand en een omtrekswand die een holte voor elektrische aansluitingen begrenzen, waarbij de omtrekswand 30 aan een van de bodemwand afgekeerde montagezijde een primaire opening begrenst voor het aanbrengen van de elektrische aansluitingen, en in de omtreksrichting van de omtrekswand beschouwd en daarvan uitstekend opeenvolgend een eerste tuit en een tweede tuit met aan het distale uiteinde 35 een eerste secundaire opening respectievelijk tweede secundaire opening voor de invoer van een installatiebuis in een eerste respectievelijk tweede invoerrichting voor het 3 doorleiden van bedrading naar de holte, waarbij de eerste invoerrichting en de tweede invoerrichting met een hoofdcomponent in hoofdzaak dwars op de omtrekswand danwel evenwijdig aan de bodemwand zijn gericht en onder een hoek 5 ten opzichte van elkaar staan, waarbij de eerste tuit en de tweede tuit aan het distale uiteinde een eerste aanhechtoppervlak respectievelijk een tweede aanhechtoppervlak omvatten dat de eerste secundaire opening respectievelijk tweede secundaire opening ten minste 10 gedeeltelijk omringt, waarbij zich tussen de eerste tuit en de tweede tuit een overbruggingswand met een derde aanhechtoppervlak uitstrekt, waarbij door middel van hechten een apart afsluitvel van flexibel, doorsteekbaar materiaal op het eerste, tweede en derde aanhechtoppervlak is 15 aangebracht.
Het derde aanhechtoppervlak vormt een overgang tussen het eerste en tweede aanhechtoppervlak die de tuitopeningen omringen. Het afsluitvel kan daardoor in één productiebewerking worden aangebracht om de secundaire 20 openingen van de eerste en tweede tuit af te sluiten.
In een uitvoeringsvorm omvat de doos een van de omtrekswand uitstekende derde tuit met aan het distale uiteinde een derde secundaire opening voor de invoer van een installatiebuis in een derde invoerrichting voor het 25 doorleiden van bedrading naar de holte, waarbij de derde invoerrichting met een hoofdcomponent in hoofdzaak dwars op de omtrekswand danwel evenwijdig aan de bodemwand is gericht en in hoofdzaak evenwijdig aan de eerste invoerrichting is gericht, waarbij de derde tuit aan het distale uiteinde een 30 vierde aanhechtoppervlak omvat dat de derde secundaire opening ten minste gedeeltelijk omringt, waarbij door middel van hechten een apart afsluitvel van flexibel, doorsteekbaar materiaal op het vierde aanhechtoppervlak is aangebracht. De eerste en derde tuit kunnen worden gebruikt om buizen 35 evenwijdig aan elkaar aan te sluiten op de doos, als een dubbele tuit, waarbij beide secundaire openingen ervan zijn afgesloten.
4
In een eenvoudige uitvoeringsvorm strekt het afsluitvel zich als één geheel over het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak uit.
In een uitvoeringvorm is het eerste, tweede, derde 5 en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak gekromd.
In een uitvoeringsvorm strekken het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak zich in omtreksrichting onder gelijkblijvende afstand ten opzichte van de omtrekswand uit.
10 In een uitvoeringsvorm vormen het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een boog met een hoofdzaak cirkelronde kromming.
Voornoemde uitvoeringvormen bieden als voordeel dat het afsluitvel kan worden aangebracht door de doos 15 tijdens het hechten te roteren, waardoor het afsluitvel achtereenvolgens wordt aangebracht over het eerste aanhechtoppervlak, het derde aanhechtoppervlak en het tweede aanhechtoppervlak.
In een uitvoeringsvorm grenzen het eerste, tweede, 20 derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak aan elkaar en/of vormen een doorgaand aanhechtoppervlak, hetgeen het aanbrengen van het afsluitvel door roteren van de doos vergemakkelij kt.
In een uitvoeringvorm daarvan vormen het eerste, 25 tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een doorgaande serie aanhechtoppervlakken die zich over ten minste de helft van de in de omtreksrichting opeenvolgende secundaire openingen uitstrekt.
In een uitvoeringsvorm gaat het vierde 30 aanhechtoppervlak vloeiend over in het eerste aanhechtoppervlak.
In een uitvoeringsvorm bezit het eerste en/of tweede en/of derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een in hoofdzaak rechthoekige contour, 35 welke aansluit op een langwerpig afsluitvel dat als langwerpige baan van een voorraadrol kan worden afgenomen.
In een uitvoeringsvorm hangt de overbruggingswand 5 vrij van omtrekswand tussen de eerste en de tweede tuit.
In een uitvoeringsvorm strekt de overbruggingswand zich tussen de distale uiteinden van de eerste en tweede tuit uit. Voornoemde uitvoeringsvormen verschaffen een 5 directe, korte overbrugging tussen het eerste en tweede aanhechtoppervlak.
In een uitvoeringsvorm is de hoek tussen de eerste en tweede invoerrichting kleiner of gelijk aan 90 graden, bij voorkeur ongeveer 45 graden.
10 Een door middel van spuitgieten te vervaardigen uitvoeringsvorm is vervaardigd van kunststof.
In een uitvoeringsvorm zijn de omtrekwand, de tuiten en de overbruggingswand als een geheel gevormd, zodat een betonwaterdichte eenheid kan worden verkregen.
15 In een uitvoeringsvorm is het afsluitvel vervaardigd van kunststof, bij voorkeur polyethyleen.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
20
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bij gevoegde schematische tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in:
Figuur IA een isometrisch aanzicht van een 25 centraaldoos met een afsluitvel volgens de uitvinding.
Figuur 1B de centraaldoos volgens IA, waarbij ter illustratie het afsluitvel is weggelaten.
Figuur 2 een bovenaanzicht van de centraaldoos volgens de voorgaande figuren, ter illustratie gedeeltelijk 30 voorzien van het afsluitvel.
Figuur 3A-B zijaanzichten van de centraaldoos met het afsluitvel volgens Figuren 1A-B, opgenomen in een breedplaatvloerdeel.
35 GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De figuren tonen een centraaldoos 1 voor 6 elektrische installaties, volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
De centraaldoos 1 is vervaardigd door middel van het spuitgieten van kunststof, en omvat een bodemwand 33 en 5 een recht cirkelcilindrische omtrekswand 2 met een hartlijn S die een holte 3 bepalen voor de opname van elektrische aansluitingen. De omtrekswand 2 bezit een van de bodemwand 33 afgekeerde omtreksrand 32 die een primaire opening of aansluitopening van de centraaldoos 1 begrenst. Aan de 10 binnenzijde van de omtrekswand 2 zijn twee bussen 31 met inwendige schroefdraad voorzien voor de opbouw van bijvoorbeeld schakelmateriaal of een deksel. Aan de buitenzijde van de omtrekswand 2 zijn twee tegengestelde bevestigingslippen 22 voorzien voor het vastzetten van de 15 centraaldoos 1, en meerdere ribben 21 voor het vastklemmen van de centraaldoos 1 in bijvoorbeeld een overmaats gat.
De centraaldoos 1 omvat meerdere rondom de omtrekswand verspreide, buitenwaarts gerichte tuiten 4, 6, 7 waarvan de hartlijnen R, T in een vlak loodrecht op de 20 hartlijn S van de omtrekwand gelegen zijn. De hartlijnen R, T, van de tuiten 4, 6, 7 zijn derhalve in hoofdzaak evenwijdig aan de bodemwand 33 danwel met een hoofdrichtingscomponent in hoofdzaak dwars op de omtrekswand 2 gericht. Per zijde van de bevestigingslippen 22 bevinden 25 zich twee eerste tuiten 4 waarvan de hartlijnen R onder een hoek van 90 graden staan, één tweede tuit 6 tussen de eerste tuiten 4 waarvan de hartlijn T onder een hoek van 45 graden staat met de hartlijnen R van de eerste tuiten 4, en twee derde tuiten 7 waarvan de hartlijnen R zich evenwijdig aan 30 de hartlijnen R van de eerste tuiten 4 uitstrekken.
De eerste, tweede en derde tuiten 4, 6, 7 omvatten elk een recht cilindrisch basisdeel 41 dat aan de van de omtrekswand 2 afgekeerde zijde middels een conische verbreding overgaat in een breder recht cilindrisch 35 invoerdeel 42, waarbij het invoerdeel 42 aan het distale uiteinde een secundaire opening of tuitopening 44 omvat voor de invoer van een installatiebuis in de tuit 4, 6, 7 7 evenwijdig aan de betreffende hartlijn R, T. De secundaire opening 44 is voorzien van een uitsparing 43 voor opname van een niet weergegeven vergrendelelement. De eerste, tweede en derde tuiten 4, 6, 7 gaan inwendig over in kanalen 45 die in 5 de bodemwand 3 zijn gevormd. De kanalen 45 bezitten conische vorm of kegelvorm om een ingevoerde trekveer in de richting van de omtreksrand 32 te leiden.
De eerste en derde tuiten 4, 7 zijn aan de distale zijde voorzien van een gezamenlijke aanhechtwand 60 met een 10 langwerpig rechthoekige contour. De tweede tuiten 6 zijn aan de distale zijde voorzien van een enkelvoudige aanhechtwand 61 met een rechthoekige contour. Tussen de gezamenlijke aanhechtwanden 60 en de enkelvoudige aanhechtwand 61 strekken zich overbruggingswanden 62 met een rechthoekige 15 contour uit. De overbruggingswanden 62 zijn middels koppelbruggen 56 slechts verbonden met de gezamenlijke aanhechtwand 60 en de enkelvoudige aanhechtwand 61. De gezamenlijke aanhechtwanden 60 verschaffen een eerste respectievelijk vierde aanhechtoppervlak 51, 54 (denkbeeldig 2 0 gescheiden door de onderbroken lijnen) dat elk de tuitopening 44 aldaar volledig omringt. De enkelvoudige aanhechtwanden 44 verschaffen elk een tweede aanhechtoppervlak 52 dat de tuitopening 44 aldaar volledig omringt. De overbruggingswanden 62 verschaffen elk een derde 25 aanhechtoppervlak 62 dat zich tussen de eerste en derde aanhechtoppervlak 51, 52 uitstrekt. De eerste, tweede, derde en vierde aanhechtoppervlakken 51, 52, 53, 54 vormen een gekromd, doorgaand gezamenlijk aanhechtoppervlak 5 met een over de kromming een constante afstand tot de omtrekswand 2. 30 Op het gezamenlijke aanhechtoppervlak 5 is door middel van lijm een flexibel en doorsteekbaar afsluitvel 55 gehecht. Het gebruikte afsluitvel 55 is gemaakt van een materiaal dat een voor het doel geschikte doorboringssterkte en/of puntinslagsterkte en/of treksterkte en 35 scheurtreksterkte bezit. Voorbeelden van dergelijke materialen zijn de verschillende polyethylenen, zoals PE, LDPE, HDPE, LLDPE, polyacrylamides en polyethylenimines, en 8 celluloseachtige materialen, zoals (kationogeen) zetmeel, caseïne, celluloseharsen en cellulosederivativen, en combinaties hiervan. Het afsluitvel 55 zal voldoende dampdicht zijn. Daarvoor kunnen eventueel verschillende 5 polyethylvinylalcoholen (PVOH) en polyvinylalcoholen gebruikt worden. Ook kunnen verschillende materialen tot een samengesteld afsluitvel 55 gecombineerd worden, bijvoorbeeld een laag PE met een laag PVOH. Verdere materialen die op geschikte wijze gecombineerd kunnen worden omvatten nylon6 10 en nylon 6,6. Over het algemeen kunnen deze afsluitvellen 55 eenvoudig van een hechtlaag voorzien worden.
Een voorbeeld van een geschikt materiaal is papieren tape E500 of Q477 verkrijgbaar bij Stokvis Tapes te Alblasserdam, Nederland. Een ander geschikt materiaal is 15 verkrijgbaar bij Herald Speciaaldrukkerij te Heumen onder de naam Polyetheen Extra permanent. Geschikt is ook het bij UPM Raflatac verkrijgbare PE gloss white als sticker/labelmateriaal (als vel) met een kleeflaag R77, op een dragerrol van HD 70 white.
20 Het eerste, tweede, derde en vierde aanhechtoppervlak 51-54 zijn in de uitvoeringsvorm zoals weergegeven gekromd, waarbij het gezamenlijke aanhechtoppervlak 5 concentrisch gekromd is om de omtrekswand 2. Op twee plaatsen waar de derde tuiten 7 in 25 omtreksrichting opeenvolgend geplaatst zijn is het gezamenlijke aanhechtoppervlak 5 onderbroken. Het gezamenlijke aanhechtoppervlak 5 kan in een andere uitvoeringsvorm ook doorlopend zijn, bijvoorbeeld wanneer de centraaldoos 1 is voorzien van vier eerste tuiten 4, in 30 omtreksrichting om de 45 graden geplaatst. Alle secundaire openingen 44 van de centraaldoos zijn afgedekt met twee afsluitvellen 55.
In figuur 3 is de centraaldoos 1 met de primaire opening naar beneden gericht, klemmend in een gat in een 35 betonnen breedplaatvloerdeel 11 gestoken. Daarna worden buizen in de tuiten 4, 6, 7 gestoken, waarbij het afsluitvel 55 dat de secundaire opening 44 van de betreffende tuit 4, 9 6, 7 afsluit wordt doorgestoken. In een volgende fase wordt de ruimte 12 boven de centraaldoos 1 gevuld met een laag beton waardoor een betonvloer ontstaat waarin de centraaldoos 1 en de daarop aangesloten buizen volledig zijn 5 opgenomen.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen 10 voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
Claims (17)
1. Doos voor elektrische installaties, in het bijzonder een centraaldoos, omvattend een bodemwand en een omtrekswand die een holte voor elektrische aansluitingen begrenzen, waarbij de omtrekswand aan een van de bodemwand 5 afgekeerde montagezijde een primaire opening begrenst voor het aanbrengen van de elektrische aansluitingen, en in de omtreksrichting van de omtrekswand beschouwd en daarvan uitstekend opeenvolgend een eerste tuit en een tweede tuit met aan het distale uiteinde een eerste secundaire opening 10 respectievelijk tweede secundaire opening voor de invoer van een installatiebuis in een eerste respectievelijk tweede invoerrichting voor het doorleiden van bedrading naar de holte, waarbij de eerste invoerrichting en de tweede invoerrichting met een hoofdcomponent in hoofdzaak dwars op 15 de omtrekswand danwel evenwijdig aan de bodemwand zijn gericht en onder een hoek ten opzichte van elkaar staan, waarbij de eerste tuit en de tweede tuit aan het distale uiteinde een eerste aanhechtoppervlak respectievelijk een tweede aanhechtoppervlak omvatten dat de eerste secundaire 20 opening respectievelijk tweede secundaire opening ten minste gedeeltelijk omringt, waarbij zich tussen de eerste tuit en de tweede tuit een overbruggingswand met een derde aanhechtoppervlak uitstrekt, waarbij door middel van hechten een apart afsluitvel van flexibel, doorsteekbaar materiaal 25 op het eerste, tweede en derde aanhechtoppervlak is aangebracht.
2. Doos volgens conclusie 1, omvattend een van de omtrekswand uitstekende derde tuit met aan het distale uiteinde een derde secundaire opening voor de invoer van een 30 installatiebuis in een derde invoerrichting voor het doorleiden van bedrading naar de holte, waarbij de derde invoerrichting met een hoofdcomponent in hoofdzaak dwars op de omtrekswand danwel evenwijdig aan de bodemwand is gericht en in hoofdzaak evenwijdig aan de eerste invoerrichting is gericht, waarbij de derde tuit aan het distale uiteinde een 5 vierde aanhechtoppervlak omvat dat de derde secundaire opening ten minste gedeeltelijk omringt, waarbij door middel van hechten een apart afsluitvel van flexibel, doorsteekbaar materiaal op het vierde aanhechtoppervlak is aangebracht.
3. Doos volgens conclusie 1 of 2, waarbij het 10 afsluitvel zich als één geheel over het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak uitstrekt.
4. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde 15 aanhechtoppervlak gekromd is.
5. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak zich in omtreksrichting onder gelijkblijvende afstand ten opzichte van de omtrekswand 20 uitstrekken.
6. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een boog met een hoofdzaak cirkelronde kromming vormen.
7. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste, tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak aan elkaar grenzen en/of een doorgaand aanhechtoppervlak vormen.
8. Doos volgens conclusie 7, waarbij het eerste, 30 tweede, derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een doorgaande serie aanhechtoppervlakken vormen die zich over ten minste de helft van de in de omtreksrichting opeenvolgende secundaire openingen uitstrekt.
9. Doos volgens een der conclusies 2-8, waarbij 35 het vierde aanhechtoppervlak vloeiend overgaat in het eerste aanhechtoppervlak.
10. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste en/of tweede en/of derde en bij voorkeur het vierde aanhechtoppervlak een in hoofdzaak rechthoekige contour bezit.
11. Doos volgens een der voorgaande conclusies, 5 waarbij de overbruggingswand vrij van omtrekswand tussen de eerste en de tweede tuit hangt.
12. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de overbruggingswand zich tussen de distale uiteinden van de eerste en tweede tuit uitstrekt.
13. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de hoek tussen de eerste en tweede invoerrichting kleiner of gelijk is aan 90 graden, bij voorkeur ongeveer 45 graden.
14. Doos volgens een der voorgaande conclusies, 15 vervaardigd van kunststof.
15. Doos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de omtrekwand, de tuiten en de overbruggingswand als een geheel gevormd zijn.
16. Doos voor elektrische installaties volgens een 20 der voorgaande conclusies, waarbij het afsluitvel is vervaardigd van kunststof, bij voorkeur polyethyleen.
17. Doos voorzien van een of meer van de in de bij gevoegde beschrijving omschreven en/of in de bij gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- FG/RM
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003253A NL2003253C2 (nl) | 2009-07-21 | 2009-07-21 | Doos voor elektrische installaties. |
| EP10164952A EP2278674A1 (en) | 2009-07-21 | 2010-06-04 | Box for electric wirings |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003253 | 2009-07-21 | ||
| NL2003253A NL2003253C2 (nl) | 2009-07-21 | 2009-07-21 | Doos voor elektrische installaties. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2003253C2 true NL2003253C2 (nl) | 2011-01-24 |
Family
ID=41726339
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2003253A NL2003253C2 (nl) | 2009-07-21 | 2009-07-21 | Doos voor elektrische installaties. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2278674A1 (nl) |
| NL (1) | NL2003253C2 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH705034A2 (de) | 2011-05-20 | 2012-11-30 | Agro Ag | Geräteträger mit Kabeleinführung. |
| CH705040A2 (de) | 2011-05-20 | 2012-11-30 | Agro Ag | Geräteträger mit einer Halteverbindung zwischen einem Trägerelement und einem Gerätehalter. |
| US10447018B2 (en) | 2017-05-19 | 2019-10-15 | Fisher Controls International Llc | Terminal box apparatus with side wall entrance and curved wiring guide |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1986299A1 (en) * | 2007-04-25 | 2008-10-29 | Abb B.V. | Box for electric wirings in floors and walls |
| NL1034797C2 (nl) * | 2007-12-06 | 2008-11-13 | Abb Bv | Doos voor elektrische installaties, voorzien van tuit. |
-
2009
- 2009-07-21 NL NL2003253A patent/NL2003253C2/nl active
-
2010
- 2010-06-04 EP EP10164952A patent/EP2278674A1/en not_active Withdrawn
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1986299A1 (en) * | 2007-04-25 | 2008-10-29 | Abb B.V. | Box for electric wirings in floors and walls |
| NL1034797C2 (nl) * | 2007-12-06 | 2008-11-13 | Abb Bv | Doos voor elektrische installaties, voorzien van tuit. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2278674A1 (en) | 2011-01-26 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| RU2170198C2 (ru) | Контейнер, крышка для контейнера и способ крепления крышки к контейнеру | |
| NL2003253C2 (nl) | Doos voor elektrische installaties. | |
| CA2067204C (en) | Improved one piece pouring spout sealed to innermost and outermost surfaces of moisture impervious carton | |
| KR20030015126A (ko) | 유연한 파우치 핏트먼트 구조물 | |
| JP2011073748A (ja) | 紙製包装体 | |
| ES2148541T3 (es) | Envase con forma de paralelepipedo con parte superior angular aplanada. | |
| KR20100028577A (ko) | 유동성 식품을 포장하기 위하여 시트 재료에 개봉 장치를 사출 성형하는 방법, 및 포장 재료 및 이에 의해서 획득된 패키지 | |
| SE453586B (sv) | Forpackningsbehallare forsedd med aterforslutbar oppningsanordning | |
| US11603243B2 (en) | Packaging pouch | |
| SE451321B (sv) | Hellkant vid forpackningsbehallare | |
| US20170073136A1 (en) | Package with tamper-evident feature | |
| CN1720170A (zh) | 开口装置、包装件以及提供具有开口装置的包装件的方法 | |
| NL1033749C2 (nl) | Doos voor electrische installaties in vloeren en wanden. | |
| RU2270795C2 (ru) | Способ нанесения открывного приспособления на упаковочной материал и упаковка, полученная этим способом | |
| JPH05505786A (ja) | 合成樹脂製のスナップ式蝶番付き閉鎖装置 | |
| US20100006633A1 (en) | Carton Fitments | |
| IT202300027297A1 (it) | Processo e macchina di confezionamento e relativa confezione | |
| PT1328444E (pt) | Recipiente dotado com fecho flexivel | |
| KR20240159890A (ko) | 캡 및 이것을 포함하는 튜브 용기 | |
| BE1011616A3 (nl) | Inbouwdoos uit kunststof voor elektrisch installatiemateriaal. | |
| SE519445C2 (sv) | Förpackningslaminat innefattande stomskikt av papper eller kartong och ett mineralfyllt polyolefinskikt, samt därav framställd förpackningsbehållare | |
| WO2011152502A1 (ja) | 樹脂成形品 | |
| WO2007021231A1 (en) | An opening arrangement for a packaging container | |
| ITMI990881A1 (it) | Struttura multistrato per la chiusura di contenitori idonea alla realizzazione di contenitori richiudibili piu' volte dopo la prima apertura | |
| JP6911362B2 (ja) | 注出口を備えたパウチ |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: ABB SCHWEIZ AG; CH Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: ABB TECHNOLOGY AG Effective date: 20240112 |