NL2003809C2 - Kinderledikant. - Google Patents
Kinderledikant. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2003809C2 NL2003809C2 NL2003809A NL2003809A NL2003809C2 NL 2003809 C2 NL2003809 C2 NL 2003809C2 NL 2003809 A NL2003809 A NL 2003809A NL 2003809 A NL2003809 A NL 2003809A NL 2003809 C2 NL2003809 C2 NL 2003809C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bed
- child
- bed base
- support structure
- wall
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47D—FURNITURE SPECIALLY ADAPTED FOR CHILDREN
- A47D7/00—Children's beds
- A47D7/01—Children's beds with adjustable parts, e.g. for adapting the length to the growth of the children
- A47D7/02—Children's beds with adjustable parts, e.g. for adapting the length to the growth of the children with side wall that can be lowered
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47D—FURNITURE SPECIALLY ADAPTED FOR CHILDREN
- A47D7/00—Children's beds
- A47D7/01—Children's beds with adjustable parts, e.g. for adapting the length to the growth of the children
- A47D7/03—Children's beds with adjustable parts, e.g. for adapting the length to the growth of the children with adjustably-mounted mattresses
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47D—FURNITURE SPECIALLY ADAPTED FOR CHILDREN
- A47D9/00—Cradles ; Bassinets
- A47D9/012—Cradles ; Bassinets with adjustable parts
Landscapes
- Invalid Beds And Related Equipment (AREA)
Description
Kinderledikant
De uitvinding heeft betrekking op een kinderledikant.
5 Het is bekend om een kinderledikant te voorzien van zijhekken die verplaatsbaar met een een bedbodem ondersteunende draagstructuur van het kinderledikant zijn verbonden. Dit verschaft de mogelijkheid om enerzijds een kind veilig te kunnen laten verblijven in het kinderledikant, en maakt het anderzijds mogelijk om relatief eenvoudig toegang te verkrijgen tot het kind door het in neerwaartse richting verplaatsen van het 10 zijhek. Deze verplaatsing kan een rechtlijnige (verticale) verplaatsing betreffen, doch vanuit het oogpunt van arbeidsomstandigheden is het veelal voordelig om het zijhek althans gedeeltelijk te laten zwenken tot onder de bedbodem, waardoor onder de bedbodem voldoende ruimte blijft bestaan voor (de knieën van) een zorgverlenende persoon, hetgeen toegankelijkheid van de bedbodem en het kind, en daarmee de 15 werkhouding van de zorgverlenende persoon ten goede komt. Het ontwerp van de verplaatsbare zijhekken omvattende kinderledikant is echter aan internationale veiligheidsnormen gebonden, met name om beklemming van ledematen van het kind tussen het zijhek enerzijds en de bedbodem anderzijds zoveel mogelijk te kunnen tegengaan. De tussen het verplaatsbare zijhek en de bedbodem aanwezige afstand dient 20 bijvoorbeeld volgens de DIN-norm maximaal 2,5 centimeter te bedragen, ongeacht de oriëntatie van het zijhek ten opzichte van de bedbodem. Bovendien dient de hoogte van het verplaatsbare hek ten minste 65 centimeter te bedragen. In de nieuwe DIN-norm 32623 worden strengere eisen gesteld aan de constructie van het kinderledikant, waarbij de hoogte van het verplaatsbare zijhek ten minste 80 centimeter dient te bedragen. De 25 afstandsrestrictie die betrekking heeft op de maximale afstand tussen het zijhek en de bedbodem blijft daarbij gehandhaafd. Gevolg van deze nieuwe norm is dat voomoemde beweging, waarin het zijhek ten minste gedeeltelijk wordt verplaatst tot onder de bedbodem teneinde de toegankelijkheid van de bedbodem te verbeteren, niet langer kan worden toegepast, daar zwenking van het hogere zijhek zal leiden tot overschrijding van 30 de in de norm voorgeschreven afstandrestrictie dan wel kan leiden tot fysiek contact tussen het zijhek en de bedbodem dan wel de draagstructuur, hetgeen verdere verplaatsing van het zijhek kan blokkeren. Om voomoemd constructief probleem te kunnen oplossen zou kunnen worden gekozen om het zijhek op te delen in een mobiel onderste hekdeel, bijvoorbeeld met een hoogte van 65 centimeter, en een stationair 2 bovenste hekdeel, bijvoorbeeld met een hoogte van 15 centimeter, waardoor het conventionele zwenkmechanisme zou kunnen worden gehandhaafd. Echter, het toepassen van een dergelijk gesegmenteerd hek geniet niet de voorkeur, doordat het stationaire hekdeel, veelal op ooghoogte gepositioneerd, de toegankelijk van de 5 bedbodem aanzienlijk zal belemmeren voor een zorgverlener.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een kinderledikant waarvan een wand op verbeterde wijze kan worden verplaatst.
10 De uitvinding verschaft daartoe een kinderledikant, omvattende: een draagstructuur, een met de draagstructuur verbonden bedbodem, meerdere met de draagstructuur verbonden, de bedbodem omgevende wanden, waarbij ten minste één wand verplaatsbaar is ten opzichte van de bedbodem tussen een bovenste positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand hoger is gepositioneerd dan de bedbodem, en 15 een onderste positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand lager is gepositioneerd dan de bedbodem, en waarin ten minste een deel van de betreffende wand onder de bedbodem is gepositioneerd, en ten minste één met de draagstructuur verbonden geleidingselement voor het geleidend zwenken van de verplaatsbare wand tussen de bovenste positie en de onderste positie, waarbij het geleidingselement is 20 ingericht voor het zwenken van de verplaatsbare wand volgens een in hoofdzaak exponentiële baankromme. Door de verplaatsbare wand volgens een exponentiële baankromme te verplaatsen, waarbij, in een neerwaartse verplaatsing van de wand, de wand vooreerst een overwegend verticale verplaatsing zal ondergaan en opvolgend een meer horizontale verplaatsing zal ondergaan, kan de afstand tussen de wand en de 25 bedbodem op relatief efficiënte wijze binnen vooraf gestelde grenzen worden gehouden, en doorgaans in hoofdzaak constant worden gehouden, ongeacht de hoogte van de wand. Het moge duidelijk zijn dat bij een opwaartse beweging van de wand een omgekeerde beweging zal worden uitgevoerd. Onder exponentiële kromme wordt in deze context tevens een J-vormige kromme, een parabolische kromme, en een -30 vormige kromme verstaan. Bij verplaatsing van de wand in neerwaartse richting neemt de kromtestraal van de exponentiële kromme toe. Derhalve wijkt de toegepaste baankromme af van een cirkelsegmentvormige baan die niet toepasbaar zou zijn of althans doorgaans ongewenst zou zijn ingeval de hoogte van de verplaatsbare band de waarde circa 65 centimeter overschrijdt. De toename van de kromtestraal kan daarbij 3 geleidelijk (continu) plaatsvinden, doch het is tevens denkbaar dat deze toename van de kromtestraal op discontinue wijze wordt bewerkstelligd doordat een knik in de in hoofdzaak exponentiële kromme kan worden aangebracht. De exponentiële baankromme omvat aldus doorgaans een eerste baansegment waarin de wand 5 hoofdzakelijk een verticale dan wel sterk diagonale verplaatsing zal ondergaan en een op het eerste baansegment al dan niet vloeiend aansluitend tweede baansegment waarin de wand een meer horizontale verplaatsing dan wel licht diagonale zal ondergaan. Daarbij zal de richtingscoëffïciënt van de baan tijdens neerwaartse verplaatsing van de wand vooreerst relatief groot zijn (eerste baansegment) waarna deze in toenemende 10 mate afneemt (tweede baansegment). De in hoofdzaak verticale (sterk diagonale) neerwaartse verplaatsing van de wand heeft als doel een (substantieel) deel van de zijwand te verplaatsen tot onder de bedbodem, waarna de meer horizontale (licht diagonale) verplaatsing dient om ruimte onder de bedbodem te creëren voor (de knieën van) zorgverlenende personen, waardoor een goede toegang voor de zorgverlenende 15 persoon tot de bedbodem gewaarborgd blijft. Het kinderledikant overeenkomstig de uitvinding zou tevens kunnen worden aangewend als kinderbox. Alhoewel het kinderledikant overeenkomstig de uitvinding in het bijzonder geschikt is voor het ondersteunen van kinderen, baby’s daarbij inbegrepen, is het tevens denkbaar dat het ledikant overeenkomstig de uitvinding geschikt is het voor het ondersteunen van 20 volwassenen, en in het bijzonder minder valide personen.
Alhoewel de wanden, de verplaatsbare wand daarbij inbegrepen, in hoofdzaak gesloten kunnen zijn uitgevoerd, waarbij iedere wand bijvoorbeeld kan worden gevormd door een in een frame aangebrachte glazen of kunststof plaat, hetgeen voordelig kan zijn 25 ingeval het kinderledikant wordt gebruikt als couveuse voor pas geboren kinderen, zal de verplaatsbare wand, en doorgaans tevens de overige wanden, in een meer gangbare uitvoeringsvorm worden gevormd door een van spijlen voorzien hek.
De verplaatsbare wand betreft bij voorkeur een zijwand. In een bijzondere 30 uitvoeringsvorm omvat het kinderledikant meerdere verplaatsbare wanden, waarbij althans de overliggende zijwanden verplaatsbaar zijn uitgevoerd. Het kan daarbij voordelig zijn om ten minste één, al dan niet verplaatsbare, wand losneembaar te verbinden met de draagstructuur, waardoor het kinderledikant een modulair karakter 4 wordt verschaft, hetgeen vanuit oogpunt van met name onderhoud, opslag, en transport bijzonder voordelig kan zijn.
In een voordelige uitvoeringsvorm bedraagt de kortste afstand in het horizontale vlak 5 tussen de verplaatsbare wand en de bedbodem tussen 12 en 25 millimeter, ongeacht de positie van de verplaatsbare wand ten opzichte van de bedbodem. Door voomoemde afstandsrestrictie toe te passen kan beknelling van ledematen van het kind in de ruimte gelegen tussen de bedbodem en de verplaatsbare wand zoveel worden voorkomen. Overigens is het tevens voordelig om voomoemde afstandsrestrictie toe te passen op 10 tussen de bedbodem en iedere niet-verplaatsbare (stationaire) wand van het kinderledikant. Bijkomende voordeel van het toepassen van deze afstandsrestrictie is dat het kinderledikant voldoet aan de in internationale normen, zoals DIN 32623, voorgeschreven afstandsrestricties.
15 In een uitvoeringsvorm van het kinderledikant bedraagt de hoogte van de verplaatsbare wand ten minste 80 centimeter. 80 centimeter is doorgaans voldoende hoog om kleine kinderen te belemmeren uit het kinderledikant te klimmen, en wordt derhalve relatief veilig geacht. Bovendien voldoet voomoemde wandhoogte aan in vigerende internationale normen, waaronder DIN 32623, voorgeschreven constructieve eisen.
20
In het kinderledikant overeenkomstig de uitvinding is het voordelig om althans één geleidingselement te laten samenwerken met een bovenste deel van de verplaatsbare wand, en althans één (ander) geleidingselement te laten samenwerken met een onderste deel van de verplaatsbare wand. Daarbij is bij voorkeur een bovenste deel, in het 25 bijzonder een bovenzijde, van de verplaatsbare wand ingericht voor samenwerking met een met de draagstmctuur verbonden in hoofdzaak verticale en in hoofdzaak lineaire langsgeleiding. Gevolg hiervan is dat het met de langsgeleiding samenwerkende deel, in het bijzonder de bovenzijde, van de verplaatsbare wand, slechts is ingericht voor het ondergaan van een in hoofdzaak verticale, lineaire beweging. De zwenking van de 30 verplaatsbare wand kan daarbij worden gerealiseerd door het toepassen van ten minste één (onderste) geleidingselement dat is verbonden met zowel een onderste deel van de verplaatsbare wand alsook de draagstmctuur. Dit onderste geleidingselement kan worden gevormd door een rail voor het geleiden van de verplaatsbare wand tot onder de bedbodem, doch het is veelal praktisch ingeval het (onderste) geleidingselement een 5 verbindingsstang (zwenkarm) omvat die enerzijds om een eerste rotatieas zwenkbaar is opgehangen ten opzichte van de draagstructuur en anderzijds om een tweede rotatieas zwenkbaar is verbonden met een onderste deel van de verplaatsbaar wand. Bij voorkeur zijn beide rotatieassen daarbij verplaatsbaar ten opzichte van de draagstructuur, waarbij 5 in het bijzonder de hoogtepositionering van de eerste rotatieas afhankelijk is van de oriëntatie van de verplaatsbare wand ten opzichte van de bedbodem. Door de eerste rotatieas in neerwaartse richting te verplaatsen tijdens het om de eerste rotatieas in neerwaartse richting zwenken van de verbindingsstang kan een exponentiële baankromme worden gegenereerd via welke de verplaatsbare wand kan worden 10 verplaatst. Teneinde de verbindingsstang voomoemde bijzondere beweging te kunnen laten maken is het voordelig de verbindingsstang deel te laten uitmaken van een meerstangenmechanisme, in het bijzonder een vierstangenmechanisme, dat als zodanig zwenkbaar met de draagstructuur verbonden is. Daarbij is het meerstangenmechanisme, in het bijzonder het vierstangenmechanisme, in hoofdzaak onder de bedbodem 15 aangebracht en daarmee althans gedeeltelijk afgeschermd. Teneinde beheersbaarheid van de bijzondere beweging van de verbindingsstang te kunnen vergroten is het veelal voordelig ingeval een met de verbindingsstang verbonden onderste dwarsstang van het vierstangenmechanisme zwenkbaar is verbonden met een stabilisatiestang die zwenkbaar is verbonden met de draagstructuur. De verplaatsing van de verplaatsbare 20 wand kan worden gefaciliteerd door toepassing van ten minste één pneumatische cilinder (gasveer) die zwenkbaar is verbonden met zowel de dwarsstang en de verbindingsstang.
Het is doorgaans voordelig ingeval het kinderledikant ten minste één ontgrendelbaar 25 vergrendelelement omvat voor het vergrendelen van de verplaatsbare wand in de bovenste positie. Slechts na ontgrendeling van de verplaatsbare wand kan de verplaatsbare wand in neerwaartse richting worden verplaatst. Toepassing van een vergrendeling van de verplaatsbare wand is voordelig om ongewenste verplaatsing van de wand te kunnen tegengaan, hetgeen tot gevaarlijke situaties zou kunnen leiden.
30 Daarbij is de vergrendeling bij voorkeur vanuit veiligheidsoogpunt voor kinderen als een twee-staps-vergrendeling uitgevoerd, waarbij het vergrendelelement bijvoorbeeld vooreerst actief ontgrendeld dient te worden, waarna de verplaatsbare wand enigszins dient te worden verplaatst in opwaartse richting, waardoor definitieve ontgrendeling van 6 de verplaatsbare wand en daarmee neerwaartse verplaatsing van de verplaatsbare wand slechts mogelijk wordt gemaakt.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een kinderledikant, omvattende: een 5 draagstructuur, een met de draagstructuur verbonden bedbodem, waarbij de bedbodem aan overliggende kopse zijden zwenkbaar is verbonden met de draagstructuur voor het wijzigen van de oriëntatie van de bedbodem ten opzichte van de draagstructuur, meerdere met de draagstructuur verbonden, de bedbodem omgevende wanden, waarbij ten minste één wand verplaatsbaar is ten opzichte van de bedbodem tussen een bovenste 10 positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand hoger is gepositioneerd dan de bedbodem, en een onderste positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand lager is gepositioneerd dan de bedbodem, en waarin ten minste een deel van de betreffende wand onder de bedbodem is gepositioneerd, ten minste één met de draagstructuur verbonden geleidingselement voor het geleiden van de verplaatsbare 15 wand tussen de bovenste positie en de onderste positie, en ten minste één vergrendelelement voor het vergrendelen van de zwenkbare bedbodem ten opzichte van de draagstructuur. Dit kinderledikant functioneert op in hoofdzaak equivalente wijze dan de in het voorgaande beschreven uitvoeringsvarianten van het kinderledikant, doch waarbij de hellingshoek van de bedbodem ten opzichte van het horizontale vlak 20 tweezijdig instelbaar is. Dit verschaft de mogelijkheid om de zogenaamde positie van trendelenburg alsook de positie van anti-trendelenburg te bewerkstelligen. In de positie van trendelenburg is het hoofdeind van de bedbodem lager gepositioneerd dan het voeteind van de bedbodem, hetgeen bijvoorbeeld voordelig kan zijn ingeval tijdens injectie van het kind abusievelijk een luchtbel in de bloedbaan van het kind terecht is 25 gekomen. In de positie van anti-trendelenburg is het voeteind van de bedbodem lager gepositioneerd dan het hoofdeind van de bedbodem, hetgeen bijvoorbeeld voordelig kan zijn tijdens het laten rusten van het kind. Teneinde het kantelen van de bedbodem te faciliteren is het veelal voordelig ingeval het kinderledikant ten minste één krachtondersteunend element, in het bijzonder een gasveer, omvat dat is verbonden met 30 zowel de draagstructuur als de bedbodem voor het faciliteren van het in opwaartse richting zwenken van ten minste één deel van de bedbodem. De bedbodem sluit in de diagonale positie bij voorkeur een hoek in met de horizontaal gelegen tussen 0° en 45°. In een typische (anti-)trendelenburg-positie sluit de bedbodem een hoek in met het horizontale vlak van circa 12°.
7
Doordat beide kopse zijden van de bedbodem zwenkbaar zijn verbonden met de draagstructuur is het denkbaar dat de bedbodem aan beide kopse zijden (successievelijk) wordt gezwenkt ten opzichte van de draagstructuur, waardoor de hoogte van de 5 bedbodem kan worden gewijzigd. Daarbij zou zelfs een in hoofdzaak rechtstandige (verticale) verplaatsing van de bedbodem ten opzichte van de draagstructuur denkbaar zijn. In de gewenste toestand van de bedbodem kan de bedbodem worden vergrendeld ten opzichte van de draagstructuur. Het geniet doorgaans de voorkeur om het vergrendelelement zodanig in te richten dat bij ontgrendeling van een kopse zijde van 10 de bedbodem ten opzichte van de draagstructuur een overliggende kopse zijde van de bedbodem wordt vergrendeld ten opzichte van de draagstructuur. Op deze wijze kan slechts worden gekozen om de bedbodem vanuit horizontale positie te zwenken naar de trendelenburg-positie dan wel de anti-trendelenburg-positie. Teneinde het ten minste ene vergrendelelement vergemakkelijkt te kunnen bedienen is het veelal voordelig 15 ingeval het ten minste ene vergrendelelement is verbonden met ten minste één bedieningselement.
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: 20 figuur 1 een vooraanzicht op een kinderledikant overeenkomstig de uitvinding, waarin meerdere posities van een verplaatsbaar zijhek van het kinderledikant zijn weergegeven, figuur 2 een perspectivisch aanzicht op het kinderledikant volgens figuur l, figuur 3 een bovenaanzicht op het kinderledikant volgens figuren 1-2, figuur 4 een perspectivisch onderaanzicht op een deel van het kinderledikant volgens 25 figuren 1-3, figuur 5 een gedetailleerd perspectivisch onderaanzicht op een van het kinderledikant volgens figuren 1-4 deeluitmakende bedbodem, en figuur 6 een zijaanzicht op het kinderledikant volgens figuren 1-5, waarin de bedbodem is gepositioneerd in een anti-trendelenburg-positie.
30
Figuur 1 toont een vooraanzicht op een kinderledikant 1 overeenkomstig de uitvinding, waarin meerdere posities van een verplaatsbaar lateraal zijhek 2 van het kinderledikant zijn weergegeven. Het kinderledikant 1 omvat tevens een mobiele draagstructuur 3 voorzien van een viertal draagwielen 4, een door de draagstructuur ondersteunde 8 bedbodem 5, en vier de bedbodem 5 omgevende zijhekken 2 waarvan beide laterale zijhekken 2 verplaatsbaar zijn verbonden met de draagstructuur 3, en waarvan de kopse zijhekken 2 losneembaar zijn bevestigd met de draagstructuur 3. De hoogte H van de verplaatsbare zijhekken 2 bedraagt 81 centimeter in dit uitvoeringsvoorbeeld. Een 5 bovenzijde 2a van ieder verplaatsbaar zijhek 2 werkt samen met een in hoofdzaak verticale geleidingsrail 6 (zie figuur 2). Een onderzijde 2b van ieder verplaatsbaar zijhek 2 werkt samen met een van een meerstangenmechanisme 7 deel uitmakende zwenkarm 8. In deze figuur 1 zijn meerdere successievelijke toestanden van één verplaatsbaar zijhek 2 getoond tijdens het ten opzichte van de draagstructuur 3 verplaatsen van het 10 zijhek 2. Door toepassing van het meerstangenmechanisme 7 roteert de zwenkarm 8 tijdens verplaatsing van het zijhek 2 om een eerste rotatie-as 9 en een tweede rotatie-as 10, waarbij beide rotatie-assen 9, 10 simultaan worden verplaatst tijdens het zwenken van het zijhek 2. De baan die beide rotatie-assen 9, 10 afleggen tijdens het in neerwaartse richting verplaatsen van het zijhek 2 is aangeduid met pijl A respectievelijk 15 pijl B. De baankromme B die de tweede rotatie-as 10 aflegt komt overeen met de baankromme van het zijhek 10 als zodanig. Uit figuur 1 valt af te leiden dat de baankromme B in hoofdzaak overeenkomt met een exponentiële kromme, dan wel een i hoofdzaak J-vormige kromme, waarbij de (absolute) richtingscoëfficiënt van de baankromme B in toenemende mate afheemt. Deze bijzondere beweging van het zijhek 20 2 maakt het mogelijk om fysiek contact tussen het bedbodem 5 en het zijhek 2 alsmede beknelling van ledematen in een tussen de bedbodem 5 en het zijhek 2 gelegen ruimte tegen te gaan. Het wegklappen van een deel van het zijhek 2 tot onder de bedbodem 5 vergemakkelijkt de toegang voor een zorgverlener tot de bedbodem 5. In figuur 1 is verder getoond dat de draagstructuur 3 is voorzien van een bedienbare 25 blokkeerinrichting 11 voor de draagwielen 4 om ongewenste verplaatsing van het bedledikant 1 te kunnen tegengaan.
Figuur 2 toont een perspectivisch aanzicht op het kinderledikant 1 volgens figuur 1. In deze figuur zijn de lineaire geleidingsrails 6 duidelijk weergegeven waarlangs de 30 bovenzijde 2a van het zijhek 2 wordt verplaatst. Tevens is getoond dat overliggende kopse zijden 5a, 5b van de bedbodem 5 ieder zijn voorzien van een bedieningshandvat 12a, 12b met behulp waarvan de bedbodem 5 kan worden ontgrendeld van de draagstructuur 3 om vervolgens te worden gezwenkt ten opzichte van de draagstructuur 3, teneinde de bedbodem 5 te kunnen positioneren in een trendelenburg-positie (figuur 9 3) dan wel een anti-trendelenburg positie. Verder is getoond dat de draagstructuur is voorzien van een draaihendel 13 met behulp waarvan de effectieve lengte van de telescopische werkende poten 14 van de draagstructuur 3, en daarmee de effectieve hoogte van de bedbodem 5, kan worden ingesteld.
5
Figuur 3 toont een bovenaanzicht op het kinder ledikant volgens figuren 1 en 2. De kortste afstanden (in het horizontale vlak) tussen de bedbodem 5 enerzijds en de zijhekken 2 anderzijds is aangegeven middels pijlen Dj en D2. Beide afstanden Dl en D2 zijn kleiner dan 25 millimeter, zoals tevens is voorgeschreven in de DIN-norm 10 32623, teneinde beklemming van ledematen tegen te gaan.
Figuur 4 toont een perspectivisch onderaanzicht op een deel van het kinderledikant 1 volgens figuren 1-4. In dit onderaanzicht zijn beide meerstangenmechanismen 7 te zien die achter elkaar in spiegelbeeld zijn gepositioneerd en die respectievelijk zijn 15 verbonden met één van de twee verplaatsbare zijhekken 2. Ieder meerstangenmechanisme 7 omvat een gefixeerd met de draagstructuur 3 verbonden vaste stang 16, een zwenkbaar met de vaste stang 16 verbonden zwenkbare stang 17, de zwenkbare met de vaste stang 16 verbonden zwenkarm 8, een zwenkbaar met de zwenkbare stang 17 en de zwenkarm 8 verbonden dwarsstang 18, alsmede een 20 aanvullende stabilisatiestang 19 die zwenkbaar met de vaste stang 16 en de dwarsstang 18 is verbonden. Zoals reeds aangegeven kan met behulp van het meerstangenmechanisme 7 het zijhek 2 worden verplaatst via de voordelige baankromme B (zie figuur 1).
25 Figuur 5 toont een gedetailleerd perspectivisch onderaanzicht op een van het kinderledikant 1 volgens figuren 1-4 deel uitmakende bedbodem 5. Getoond is dat ieder bedieningshandvat 5 a, 5b is verbonden met een vergrendelmechanisme 20 met behulp waarvan twee vergrendelelementen 21 kunnen worden verplaatst voor het ontgrendelen van de bedbodem 5 ten opzichte van de draagstructuur 3. Bovendien zal door 30 verplaatsing van ieder bedieningshandvat 5 a, 5b een vergrendelstang 22 worden verplaatst, zodanig dat verplaatsing van een overliggend bedieningshandvat 5 a, 5b wordt geblokkeerd. Dit maakt het mogelijk om de bedbodem 5 te verplaatsen naar ofwel de trendelenburg-positie ofwel de anti-trendelenburg-positie. De bedbodem 5 is verbonden met een zwenkarm 23 die zwenkbaar is verbonden met de draagstructuur 5.
10
Het kantelen van de bedbodem 5 wordt vergemakkelijkt door toepassing van een gasveer 24 die is aangebracht tussen de draagstructuur 3 en de zwenkarm 23.
Figuur 6 toont een zijaanzicht op het kinderledikant 1 volgens figuren 1-5, waarbij alle 5 zijhekken 2 in een bovenste positie zijn gepositioneerd, en waarbij de bedbodem 5 is gepositioneerd in een anti-trendelenburg-positie. De hoek a die de bedbodem 5 insluit met het horizontale vlak bedraagt (typisch) 12°. Het terug in horizontale oriëntatie brengen van de bedbodem 5 geschiedt door het uitoefenen van voldoende neerwaartse druk op het hoger gelegen deel van de bedbodem 5. In de horizontale toestand zal de 10 bodembodem 5 vastklikken op de draagstructuur 3 en daarmee worden vergrendeld ten opzichte van de draagstructuur 3. Opvolgende ontgrendeling van de bedbodem 5 vindt plaats door aan één van de bedieningshandvatten 5a, 5b te trekken.
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en 15 beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen.
Claims (23)
1. Kinderledikant, omvattende: een draagstructuur, 5. een met de draagstructuur verbonden bedbodem, - meerdere met de draagstructuur verbonden, de bedbodem omgevende wanden, waarbij ten minste één wand verplaatsbaar is ten opzichte van de bedbodem tussen een bovenste positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand hoger is gepositioneerd dan de bedbodem, en een onderste positie, waarin 10 een substantieel deel van de betreffende wand lager is gepositioneerd dan de bedbodem, en waarin ten minste een deel van de betreffende wand onder de bedbodem is gepositioneerd, en - ten minste één met de draagstructuur verbonden geleidingselement voor het geleiden van de verplaatsbare wand tussen de bovenste positie en de onderste 15 positie, waarbij het geleidingselement is ingericht voor het zwenken van de verplaatsbare wand volgens een in hoofdzaak exponentiële baankromme.
2. Kinderledikant volgens conclusie 1, waarbij de verplaatsbare wand wordt gevormd door een van spijlen voorzien hek. 20
3. Kinderledikant volgens conclusie 1 of 2, waarbij de verplaatsbare wand een zijwand betreft.
4. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 25 kinderledikant meerdere verplaatsbare wanden omvat.
5. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste één wand losneembaar is verbonden met de draagstructuur.
6. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de kortste afstand tussen de verplaatsbare wand en de bedbodem is gelegen tussen 12 en 25 millimeter.
7. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de transportbaan een van een cirkelvormige baan afwijkende gekromde baan betreft.
8. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de hoogte van de 5 verplaatsbare wand ten minste 80 centimeter bedraagt.
9. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een bovenste deel van de verplaatsbare wand is ingericht voor samenwerking met een met de draagstructuur verbonden in hoofdzaak verticale en in hoofdzaak lineaire 10 langsgeleiding.
10. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste één geleidingselement een verbindingsstang die enerzijds om een eerste rotatieas zwenkbaar is opgehangen ten opzichte van de draagstructuur en anderzijds om een tweede rotatieas 15 zwenkbaar is verbonden met een onderste deel van de verplaatsbaar wand.
11. Kinderledikant volgens conclusie 10, waarbij de hoogtepositionering van de eerste rotatieas afhankelijk is van de oriëntatie van de verplaatsbare wand ten opzichte van de bedbodem. 20
12. Kinderledikant volgens conclusie 11, waarbij de eerste rotatieas is ingericht voor neerwaartse verplaatsing tijdens neerwaartse verplaatsing van de verplaatsbare wand ten opzichte van de bedbodem.
13. Kinderledikant volgens een der conclusies 10-12, waarbij de verbindingsstang deel uitmaakt van een meerstangenmechanisme, in het bijzonder een vierstangenmechanisme, dat zwenkbaar met de draagstructuur verbonden is.
14. Kinderledikant volgens conclusie 13, waarbij het vierstangenmechanisme in 30 hoofdzaak onder de bedbodem is aangebracht.
15. Kinderledikant volgens conclusie 13 of 14, waarbij een met de verbindingsstang verbonden onderste dwarsstang van het vierstangenmechanisme zwenkbaar is verbonden met een stabilisatiestang die zwenkbaar is verbonden met de draagstructuur.
16. Kinderledikant volgens een der conclusies 13-15, waarbij het kinderledikant ten minste één pneumatische cilinder omvat die zwenkbaar is verbonden met zowel de verbindingsstang als een van het meerstangenmechanisme deel uitmakende dwarsstang. 5
17. Kinderledikant volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het kinderledikant ten minste één ontgrendelbaar vergrendelelement omvat voor het vergrendelen van de verplaatsbare wand in de bovenste positie.
18. Kinderledikant, omvattende: - een draagstructuur, een met de draagstructuur verbonden bedbodem, waarbij de bedbodem aan overliggende kopse zijden zwenkbaar is verbonden met de draagstructuur voor het wijzigen van de oriëntatie van de bedbodem ten opzichte van de 15 draagstructuur, - meerdere met de draagstructuur verbonden, de bedbodem omgevende wanden, waarbij ten minste één wand verplaatsbaar is ten opzichte van de bedbodem tussen een bovenste positie, waarin een substantieel deel van de betreffende wand hoger is gepositioneerd dan de bedbodem, en een onderste positie, waarin 20 een substantieel deel van de betreffende wand lager is gepositioneerd dan de bedbodem, en waarin ten minste een deel van de betreffende wand onder de bedbodem is gepositioneerd, - ten minste één met de draagstructuur verbonden geleidingselement voor het geleiden van de verplaatsbare wand tussen de bovenste positie en de onderste 25 positie, en - ten minste één vergrendelelement voor het vergrendelen van de zwenkbare bedbodem ten opzichte van de draagstructuur. 30
19. Kinderledikant volgens conclusie 18, waarbij het kinderledikant ten minste één krachtondersteunend element omvat dat is verbonden met zowel de draagstructuur als de bedbodem voor het faciliteren van het in opwaartse richting zwenken van ten minste één deel van de bedbodem.
20. Kinderledikant volgens conclusie 18 of 19, waarbij de bedbodem verplaatsbaar is tussen een in hoofdzaak horizontaal positie en een diagonale positie.
21. Kinderledikant volgens conclusie 20, waarbij de bedbodem in de diagonale positie een hoek insluit met de horizontaal die is gelegen tussen 0° en 45°.
22. Kinderledikant volgens een der conclusies 18-21, waarbij het vergrendelelement is ingericht om bij ontgrendeling van een kopse zijde van de bedbodem ten opzichte van 10 de draagstructuur een overliggende kopse zijde van de bedbodem te vergrendelen ten opzichte van de draagstructuur.
23. Kinderledikant volgens een der conclusies 18-22, waarbij het ten minste ene vergrendelelement is verbonden met ten minste één bedieningselement. 15
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003809A NL2003809C2 (nl) | 2009-11-16 | 2009-11-16 | Kinderledikant. |
| CH01917/10A CH702270B1 (de) | 2009-11-16 | 2010-11-16 | Kinderbett. |
| DE102010044010A DE102010044010A1 (de) | 2009-11-16 | 2010-11-16 | Kinderbett |
| BE2010/0680A BE1020105A3 (nl) | 2009-11-16 | 2010-11-16 | Kinderledikant. |
| DE202010017412U DE202010017412U1 (de) | 2009-11-16 | 2010-11-16 | Kinderbett |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003809 | 2009-11-16 | ||
| NL2003809A NL2003809C2 (nl) | 2009-11-16 | 2009-11-16 | Kinderledikant. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2003809C2 true NL2003809C2 (nl) | 2011-05-17 |
Family
ID=42197720
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2003809A NL2003809C2 (nl) | 2009-11-16 | 2009-11-16 | Kinderledikant. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1020105A3 (nl) |
| CH (1) | CH702270B1 (nl) |
| DE (2) | DE202010017412U1 (nl) |
| NL (1) | NL2003809C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2094553A (en) * | 1936-07-06 | 1937-09-28 | F A Whitney Carriage Company | Crib |
| FR1581600A (nl) * | 1968-06-07 | 1969-09-19 | ||
| FR1581599A (nl) * | 1968-06-07 | 1969-09-19 | ||
| DE3009088A1 (de) * | 1979-03-09 | 1980-09-18 | Nyhems Mek Verkstad | Kinderbett |
-
2009
- 2009-11-16 NL NL2003809A patent/NL2003809C2/nl active
-
2010
- 2010-11-16 CH CH01917/10A patent/CH702270B1/de unknown
- 2010-11-16 DE DE202010017412U patent/DE202010017412U1/de not_active Expired - Lifetime
- 2010-11-16 BE BE2010/0680A patent/BE1020105A3/nl active
- 2010-11-16 DE DE102010044010A patent/DE102010044010A1/de active Pending
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2094553A (en) * | 1936-07-06 | 1937-09-28 | F A Whitney Carriage Company | Crib |
| FR1581600A (nl) * | 1968-06-07 | 1969-09-19 | ||
| FR1581599A (nl) * | 1968-06-07 | 1969-09-19 | ||
| DE3009088A1 (de) * | 1979-03-09 | 1980-09-18 | Nyhems Mek Verkstad | Kinderbett |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| CH702270B1 (de) | 2015-01-15 |
| BE1020105A3 (nl) | 2013-05-07 |
| DE202010017412U1 (de) | 2011-10-26 |
| DE102010044010A1 (de) | 2011-05-19 |
| CH702270A2 (de) | 2011-05-31 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US6694549B2 (en) | Bed frame with reduced-shear pivot | |
| US6182310B1 (en) | Bed side rails | |
| US5682631A (en) | Bed having a reduced-shear pivot and step deck combination | |
| US7185377B2 (en) | Height adjustable bed and automatic leg stabilizer system therefor | |
| EP2298262B1 (en) | Patient support apparatus having auto contour | |
| CA2492765C (en) | Collapsible siderail assembly | |
| US20120198629A1 (en) | Adjustable foot section for a patient support apparatus | |
| US5724685A (en) | Step deck for a bed | |
| CN111390931B (zh) | 一种患者自动转运机器人及患者自动转运方法 | |
| US7484254B2 (en) | Articulated bed | |
| HK1077732B (zh) | 提升机构以及结合有该提升机构的护理设备 | |
| KR101194388B1 (ko) | 회전 가능한 베드부가 구비된 이동용 리프트 장치 | |
| JPH0577427B2 (nl) | ||
| CN111419552A (zh) | 一种患者自动转运车及患者自动转运方法 | |
| US12036159B2 (en) | Patient support apparatus having removable litter and base with foot deck section | |
| JP2007528775A (ja) | ベッド用可変高サイドレール | |
| US4344649A (en) | Folding baby carriers | |
| US3609779A (en) | Tilt apparatus | |
| NL2003809C2 (nl) | Kinderledikant. | |
| KR101890143B1 (ko) | 의료용 침대 | |
| CN212326761U (zh) | 一种患者自动转运车 | |
| KR20110002331A (ko) | 환자용 침대 | |
| JP2003225145A (ja) | 育児器具 | |
| US20240138588A1 (en) | Adjustable universal crib mattress device | |
| US20240269019A1 (en) | Patient Transport Apparatus With Stowable Footrest |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD | Change of ownership |
Owner name: STIEGELMEYER GMBH & CO. KG; DE Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: OOSTWOUD INTERNATIONAL B.V. Effective date: 20260326 |