NL2004394C2 - Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. - Google Patents
Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2004394C2 NL2004394C2 NL2004394A NL2004394A NL2004394C2 NL 2004394 C2 NL2004394 C2 NL 2004394C2 NL 2004394 A NL2004394 A NL 2004394A NL 2004394 A NL2004394 A NL 2004394A NL 2004394 C2 NL2004394 C2 NL 2004394C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- air flow
- flow elements
- foregoing
- elements
- air
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 13
- 239000000428 dust Substances 0.000 claims description 12
- 239000013618 particulate matter Substances 0.000 claims description 12
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 claims description 11
- 239000002245 particle Substances 0.000 claims description 8
- 239000000758 substrate Substances 0.000 claims description 7
- 238000004887 air purification Methods 0.000 claims description 6
- 241000208341 Hedera Species 0.000 claims description 3
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 claims description 3
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 3
- 208000012868 Overgrowth Diseases 0.000 claims 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 7
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 4
- 238000005507 spraying Methods 0.000 description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 description 3
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 2
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 2
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 2
- 238000013138 pruning Methods 0.000 description 2
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 241000196324 Embryophyta Species 0.000 description 1
- 238000010521 absorption reaction Methods 0.000 description 1
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 description 1
- 230000001580 bacterial effect Effects 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 238000005352 clarification Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 1
- 238000004362 fungal culture Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 239000007921 spray Substances 0.000 description 1
- 235000013619 trace mineral Nutrition 0.000 description 1
- 239000011573 trace mineral Substances 0.000 description 1
- 239000002699 waste material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/02—Receptacles, e.g. flower-pots or boxes; Glasses for cultivating flowers
- A01G9/022—Pots for vertical horticulture
- A01G9/025—Containers and elements for greening walls
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02P—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
- Y02P60/00—Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
- Y02P60/20—Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Filtering Of Dispersed Particles In Gases (AREA)
- Cultivation Of Plants (AREA)
Description
Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht.
De onderhavige uitvinding betreft een systeem voor het zuiveren van lucht in een landschap of bebouwde omge-5 ving of een overgang daartussen. Voorts betreft de onderhavige uitvinding een luchtdoorstroomelement voor toepassing in een dergelijk systeem. Voorts betreft de onderhavige uitvinding een werkwijze voor het zuiveren van de lucht onder toepassing van een dergelijk systeem. Voorts 10 betreft de onderhavige uitvinding een werkwijze voor het meten en/of op systematische wijze bepalen van een lucht-zuiveringsprestatie van een dergelijk systeem en een werkwijze onder toepassing van een dergelijk systeem.
Het is bekend dat bladeren van planten in staat 15 zijn om vervuilende fijnstof dat aanwezig is in de lucht op te vangen. Dagelijks fijnstof kan in de lucht terechtkomen vanwege bijvoorbeeld industriële uitstoot, automotive uitstoot, en/of atmosferische verbranding. Een groene haag of een bos kan bijvoorbeeld in staat zijn tot het 20 ontvangen van fijnstof uit een daardoor stromende de hoeveelheid vervuilde lucht. Een nadeel van een dergelijke groene haag of een bos is dat onvoorspelbaar is hoeveel van de fijnstof wordt opgevangen. Tevens is de dichtheid van een haag veelal te groot voor het laten doorstromen 25 van lucht en daarmee is de hoeveelheid fijnstof die wordt opgevangen veel lager dan op grond van de hoeveelheid oppervlakte van het in de haag of het bos aanwezige blad zou kunnen worden verwacht.
Teneinde een voorspelbare functionerend systeem 30 voor het opvangen van fijnstof door middel van bladopper-vlak te realiseren verschaft de onderhavige uitvinding een systeem voor het zuiveren van lucht in een landschap of 2004394- 2 bebouwde omgeving of een overgang daartussen, het systeem omvattende: - tenminste twee luchtdoorstroomelementen voor rangschikking daarvan ten opzichte van elkaar voor geza- 5 menlijk functioneren, waarbij een luchtdoorstroomelement omvat: - middelen voor bevestiging aan een bodemveranke-ring en/of een bodemverankering ten opzichte van een bodem, 10 - een frame voor het verschaffen van een steun aan flora, welk frame zich in hoofdzaak vanaf de bodem opwaarts uitstrekt, waarbij: - de luchtdoorstroomelementen functioneel zijn ingericht voor het steunen van een begroeiing met een vooraf 15 bepaald wenselijke dichtheidswaarde, en waarbij: - de tenminste twee luchtdoorstroomelementen in de gebruiksrangschikking een onderlinge afstand hebben die zich bevind binnen 0,01-20 maal de gemiddelde hoogte van de tenminste twee luchtdoorstroomelementen.
20 Een voordeel van een dergelijk systeem volgens de onderhavige uitvinding is dat het eenvoudig is om een wenselijke doorstroomwaarde te realiseren. Een verder voordeel is dat het afhangen van fijnstof in grote mate wordt verhoogd doordat een eerste van de luchtdoorstroomelemen- 25 ten in een gebruiksrangschikking de langsstromende luchtstroom afremt waardoor de langsstromende luchtstroom met een relatief geringe doorstroomsnelheid doorstroomd door het tweede van de luchtdoorstroomelementen. Door deze relatief geringe doorstroomsnelheid wordt de opname door de 30 bladeren sterk vergroot. Dit is een belangrijk inzicht volgens de onderhavige uitvinding.
Een tweede belangrijk inzicht volgens de onderhavige uitvinding is dat de luchtdoorstroming afhankelijk is 3 van de optische dichtheid van een luchtdoorstroomelemen-ten. Hierdoor is middels een eenvoudige optische meting de doorstroomhoeveelheid, ofwel een doorstroomquotiënt, te bepalen op grond waarvan bijvoorbeeld onderhoud dat is ge-5 richt op het herstellen van de optische dichtheid, middels bijvoorbeeld snoeien, kan worden gepland.
Volgens een eerste voorkeursuitvoeringsvorm is het systeem geschikt voor certificering op basis van een luchtzuiveringsprestatie. Een dergelijke certificering is 10 onder meer mogelijk van deze de stabiliteit van de constructie van de luchtdoorstroomelementen. Verder is het mogelijk om de certificering op eenvoudige wijze te actualiseren op basis van de optische dichtheid die middels een eenvoudige optische meting kan worden uitgevoerd. Een der-15 gelijke meting is bijvoorbeeld uitvoerbaar door middel van het met een camera voorbijrijden van een langgerekt lucht-doorstroomelement.
Bij verdere voorkeur zijn luchtdoorstroomelementen langgerekt van vorm. Hierdoor kunnen op eenvoudige wijze 20 lange luchtzuiveringsbarrieres worden gecreëerd.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm is in een systeem volgens de onderhavige uitvinding de begroeiing groenblijvend, bij voorkeur blad dragend. Er kan dus voor elke begroeiing worden gekozen die een geschikt fijnstof-25 opnameoppervlak heeft.
Bij verdere voorkeur heeft de begroeiing bij voorkeur een ruw bladoppervlak, en/of is deze een variant van de Hedera familie. Hiermee wordt op geschikte wijze een grote fijnstofopname per oppervlakte-eenheid gerealiseerd. 30 De Hedera familie is een geschikt voorbeeld van een robuuste begroeiing die ook zeer geschikt is voor snoeien tot binnen de beoogde certificeringsgrenzen.
4
In een systeem volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm zijn de luchtdoorstroomelementen tijdens gebruik in bovenaanzicht gezien als twee langgerekte elementen naast elkaar gerangschikt. Hierdoor wordt het afremmen 5 van de luchtstroom door de eerste en opvangen door een verdere op praktische wijze gerealiseerd met een hoge capaciteit .
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm bevindt zich de verhouding tussen de onderlinge afstand en de 10 hoogte van de luchtdoorstroomelementen in het bereik van 0,01-1,5; bij voorkeur 0,1-1,5; bij verdere voorkeur 0,02-1; bij verdere voorkeur 0, 2-0, 8, bij verdere voorkeur 0,4-1,2, bij verdere voorkeur 0,6-1,4, bij verdere voorkeur 0,8-1, bij verdere voorkeur 0,8-1,5, bij verdere 15 voorkeur 1,0-1,5. Middels een dergelijke voorkeursuitvoeringsvorm wordt bij wijze van spreken het dubbelwandig systeem met een spouw gerealiseerd. De lucht wordt in eerste instantie afgeremd, met geringe snelheid door de spouw gevoerd en zowel in de eerste laag als in de tweede laag 20 wordt fijnstof opgenomen. Doordat de lucht wordt afgeremd is de opname zeer veel groter dan bij snel doorstromende lucht.
De verhouding tussen de onderlinge afstand en de hoogte van de luchtdoorstroomelementen bevindt zich bij 25 verdere voorkeur in het bereik van 2-20; bij voorkeur bij voorkeur 2-15; bij verdere voorkeur 2-10; bij verdere voorkeur 2- 8; bij verdere voorkeur 4-12; bij verdere voorkeur 6-14; bij verdere voorkeur 8-1; bij verdere voorkeur 8-15; bij verdere voorkeur 10-15. Middels deze voor-30 keursuitvoeringsvorm wordt een systeem verschaft met twee wanden die op grotere onderlinge afstand bestaan waardoor een afremming wordt gerealiseerd door de eerste wand met een lagere luchtdoorstroomsnelheid naar de tweede wand.
5
Tevens is een verhouding voorzien met een onderlinge ratio tussen afstand en de hoogte van de luchtdoor-stroomelementen die zich bevindt in het bereik van 1-2; bij verdere voorkeur 0,8-2; bij verdere voorkeur 1,5-2,5; 5 bij verdere voorkeur 1,2-6.
Bij verdere voorkeur omvatten de luchtdoorstroom-elementen middelen voor het bevochtigen van de begroeiing. Dergelijke, bijvoorbeeld sproeimiddelen kunnen zijn geïntegreerd in de luchtdoorstroomelementen maar kunnen ook 10 zijn opgesteld nabij de luchtdoorstroomelementen voor het besproeien daarvan. Het bevochtigen verschaft tenminste de volgende voordelen. Middels het bevochtigen kan de opnamecapaciteit van de bladeren worden vergroot. Verder kan middels besproeienvervuild oppervlak van de bladeren wor-15 den afgespoeld voor het reinigen daarvan.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm is het systeem ingericht voor het opvangen van stofdeeltjes respectievelijk fijnstofdeeltjes met een deeltjesgrootte die voorkomt bij industriële uitstoot, automotive uitstoot, 20 en/of atmosferische verbranding. Hiermee is het systeem geschikt voor toepassing van het opvangen van veelvoorkomend fijnstof. Ter verdere verduidelijking geldt dat de opvang capaciteit van de bladeren bepaalt hoe de fijnstof-delen worden opgevangen.
25 Bij verdere voorkeur omvat het systeem onderlinge steunverbindingen tussen naast elkaar gerangschikte luchtdoorstroomelementen. Hierdoor kan een onderling verband tussen de luchtdoorstroomelementen en/of de frames daarvan worden gerealiseerd waardoor de eisen die moeten worden 30 gesteld aan de verankering kunnen worden verminderd.
Bij verdere voorkeur vertoont de begroeiing een vooraf bepaalde optische dichtheid, zoals 0-40%, bij verdere voorkeur 0 tot 10 %, bij verdere voorkeur 10 tot 30 6 %, bij verdere voorkeur 15 tot 25 %, bij verdere voorkeur 10 tot 20 %, bij verdere voorkeur 20 tot 30 %, bij verdere voorkeur 30 tot 40 %. Dergelijke dichtheden zijn geschikte voorbeelden voor het realiseren van zowel een zekere door-5 stroming als een effectieve opvang van de fijnstof. Binnen het begrip van de onderhavige uitvinding wordt verstaan dat er een tenminste ten dele omgekeerde evenredigheid is tussen deze beide waarden.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat het 10 systeem houders voor een kweeksubstraat, zoals kweekbakken of kweekpotten, welke houders bevestigbaar zijn aan de luchtdoorstroomelementen. Hierdoor wordt het mogelijk om kant en klare luchtdoorstroomelementen te verschaffen naar een gebruikslocatie.
15 Een tweede aspect volgens de onderhavige uitvin ding betreft een luchtdoorstroomelement voor toepassing in een systeem volgens de onderhavige uitvinding. Hiermee verkrijgt een dergelijke luchtdoorstroomelement soortgelijke voordelen als in het voorgaande zijn genoemd en in 20 het navolgende een groter detail zullen worden beschreven.
Een verder aspect volgens de onderhavige uitvinding betreft een werkwijze voor het zuiveren van lucht onder toepassing van een systeem en/of luchtdoorstroomelementen volgens een of meer van de voorgaande conclusies 25 omvattende stappen voor: - het verschaffen van ten minste twee luchtdoorstroomelementen; - het plaatsen van de luchtdoorstroomelementen in de rangschikking; 30 - het verschaffen en/of onderhouden van een be groeiing ter ondersteuning door de luchtdoorstroomelementen. Dit aspect verschaft soortgelijke voordelen als andere aspecten volgens de onderhavige uitvinding.
7
Een verder aspect volgens de onderhavige uitvinding betreft een werkwijze voor het meten en/of op systematische wijze bepalen van een luchtzuiveringsprestatie van een systeem volgens de onderhavige uitvinding, de 5 werkwijze omvattende stappen voor: - het bepalen van een aanvoerfijnstofconcentratie aan de windtoevoerzijde van het systeem; - het bepalen van een afvoerfijnstofconcentratie aan de windafvoerzijde van het systeem. Dit aspect ver- 10 schaft soortgelijke voordelen als andere aspecten volgens de onderhavige uitvinding.
Bij verdere voorkeur omvat deze werkwijze stappen voor het bepalen van de optische dichtheid van de begroeide luchtdoorstroomelementen en het relateren van de opti-15 sche dichtheid aan de aanvoerfijnstofconcentratie en de afvoerfijnstofconcentratie. In het voorgaande is globaal aangeduid hoe een dergelijke meting kan worden uitgevoerd.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding zullen in het navolgende in groter 20 detail worden beschreven aan de hand van een of meerdere voorkeursuitvoeringsvormen onder verwijzing naar de aangehechte figuren.
Fig. 1 toont een aantal schematische weergaven in een aantal aanzichten van eerste voorkeursuitvoeringsvor-25 men volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 2 toont een aantal schematische weergaven in een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 3 toont een aantal schematische weergaven in 30 een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
8
Fig. 4 toont een aantal schematische weergaven in een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 5 toont een aantal schematische weergaven in 5 een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 6 toont een aantal schematische weergaven in een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
10 Fig. 7 toont een aantal schematische weergaven in een aantal aanzichten van verdere voorkeursuitvoeringsvormen volgens de onderhavige uitvinding.
Figuur 1 A toont een zijaanzicht een luchtdoor-stroomelement 1 volgens een eerste voorkeursuitvoerings-15 vorm volgens de onderhavige uitvinding. Het luchtdoor-stroomelement 1 omvat een verticaal gerangschikt, in hoofdzaak vlak draadrooster 2. Het draadrooster is middels funderingsblokken 3 bevestigbaar in de bodem. De variant 11 die is getoond naast de variant 1 is een uit soortge-20 lijk draadroostermateriaal opgebouwde kolom die in bovenaanzicht in hoofdzaak vierkant is gevormd. Een dergelijke kolom is bijvoorbeeld toepasbaar aan het eind van een langgerekt luchtdoorstroomelement. Door de tweede dimensie in bovenaanzicht kan een grote stevigheid worden verschaft 25 aan het geheel van twee van dergelijke kolommen met een daartussen gerangschikt draadrooster soortgelijk aan variant 1. Effectief wordt hiermee een variant soortgelijk aan de variant 14, uiterst rechts in figuur 1, verkregen.
Variant 12 toont een in hoofdzaak rechthoekige in 30 bovenaanzicht draadkolom soortgelijk aan variant 11. Variant 13 toont twee draadkolommen soortgelijk aan variant 12 met een tussenverbinding 9. De tussenverbinding 9 kan met verschillende lengten worden gerealiseerd.
9
Variant 14 is een complete voorkeursuitvoeringsvorm omvattende twee kolommen 12 en twee draadroosters 2. Hiermee is een compleet systeem voor het opvangen van fijnstof gerealiseerd. Indien deze variant wordt door-5 stroomd door wind zal het eerste draadrooster de wind afremmen en fijnstof opvangen en zal het tweede draadrooster eveneens dewind afremmen en eveneens fijnstof opnemen.
In Fig. 2 zijn soortgelijke vorm de varianten getoond in soortgelijke aanzichten als figuur 1. In Fig. 2 10 is met name de toevoeging getoond van een bekleding 21 die is toegevoegd aan de luchtdoorstroomelementen. De bekleding is bedoeld als een extra maatregel voor het opvangen van de fijnstof. De bekleding omvat een door lucht door-stroombaar materiaal met kwaliteiten voor het opvangen van 15 fijnstof. Voorts is de begroeiing 22 in deze figuur getoond.
In Fig. 3 is aanvullend getoond in bovenaanzicht hoe de begroeiing is gerangschikt in de frames. In een geval van meerdere lagen is er afwisselend een laag met be-20 groeiing en een open laag. Deze lagen kunnen met verschillende dikten zijn gevormd. De open laag kan breder zijn dan hier is getoond.
In figuur 4 is getoond dat op elkaar volgende luchtdoorstroomelementen zich kunnen bevinden op een af-25 stand die een optimale luchtdoorstroming realiseert. De wind waait in de richting van de pijlen W. In de linker variant zijn de luchtdoorstroomelementen relatief dicht bij elkaar geplaatst. Het betreft hier enkelvoudige draadroosters met begroeiing. In de rechter variant betreft het 30 dubbele draadroosters op een grotere afstand van elkaar.
In figuur 5 is getoond hoe houders met een groei-substraat kunnen zijn gerangschikt ten opzichte van de roosters. De houder 30 is onder het rooster in de bodem 10 gerangschikt. De houder 31 is boven de bodem aan de onderzijde van het rooster gerangschikt. Afhankelijk van de situatie van toepassing kan hier voor worden gekozen. Het substraat kan deel uitmaken van de bodem of daarvan ge-5 scheiden zijn.
Op voordelige wijze kan het substraat zijn voorzien van een vochtbuffer een medium zodat de begroeiing constant verantwoord kan worden voorzien. Verder kan het substraat voorzien van voor begroeiing geschikte schimmel-10 culturen, bacterieculturen of sporenelementen.
In figuur 6 is getoond dat de substraten kunnen zijn voorzien van drainagemiddelen voor het toevoeren en afvoeren van water. Hiertoe is voorzien in leidingen 41, 42 die bij voorkeur zijn voorzien van een natuurlijk fil-15 termateriaal. De toevoer van water vanaf de bovenzijde voor het reinigen en besproeien van de begroeiing gebeurt door middel van de besproeiingsbuizen 43.
In Fig. 7 is een meetopstelling getoond voor het bepalen van de doorstroom van een systeem volgens de on-20 derhavige uitvinding. De opstelling is aanwezig in een gesloten corridor 51 waar wind doorheen wordt geblazen in de richting van de pijlen W middels de ventilator 55. Aan het begin is een lucht permeabel vlak gerangschikt voor het geleiden en voorkomen van turbulentie van de lucht evenals 25 dat er geleiding plaats vind door vlak 53. De meetopstelling maakt het mogelijk om precies te bepalen hoe de lucht reageert op de schermen en hoeveel fijnstof er bij welke snelheden worden opgenomen door de bladeren in de schermen .
30 In het voorgaande is de onderhavige uitvinding be schreven aan de hand van enkele voorkeursuitvoeringsvormen. Verschillende aspecten van verschillende uitvoeringen worden beschreven geacht in combinatie met elkaar waarbij 11 alle combinaties die bij lezing door een vakman van het vakgebied op basis van dit document door een vakman binnen het begrip van de uitvinding vallen beschouwd worden te zijn meegelezen. Deze voorkeursuitvoeringsvormen zijn niet 5 beperkend voor de beschermingsomvang van dit document. De gevraagde rechten worden bepaald in de aangehechte conclusies .
***** 2004394-
Claims (18)
1. Systeem voor het zuiveren van lucht in een landschap of bebouwde omgeving of een overgang daartussen, 5 het systeem omvattende: - tenminste twee luchtdoorstroomelementen voor rangschikking daarvan ten opzichte van elkaar voor gezamenlijk functioneren, waarbij een luchtdoorstroomelement omvat: 10. middelen voor bevestiging aan een bodemveranke- ring en/of een bodemverankering ten opzichte van een bodem, - een frame voor het verschaffen van een steun aan flora, welk frame zich in hoofdzaak vanaf de bodem op- 15 waarts uitstrekt, waarbij: - de luchtdoorstroomelementen functioneel zijn ingericht voor het steunen van een begroeiing met een vooraf bepaald wenselijke dichtheidswaarde, en waarbij: - de tenminste twee luchtdoorstroomelementen in de 20 gebruiksrangschikking een onderlinge afstand hebben die zich bevind binnen 0,01-20 maal de gemiddelde hoogte van de tenminste twee luchtdoorstroomelementen.
2. Systeem volgens conclusie 1 waarbij het systeem 25 geschikt is voor certificering op basis van een luchtzui- veringsprestatie.
3. Systeem volgens conclusie 1 of 2 waarbij luchtdoorstroomelementen langgerekt van vorm zijn. 30
4. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de begroeiing groenblijvend is, bij voorkeur bladdragend is. 2004394-
5. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de begroeiing bij voorkeur een ruw bladoppervlak heeft, en/of een variant van de Hedera fami- 5 lie.
6. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusie waarbij de luchtdoorstroomelementen tijdens gebruik in bovenaanzicht gezien als twee langgerekte elemen- 10 ten die naast elkaar gerangschikt zijn.
7. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de verhouding tussen de onderlinge afstand en de hoogte van de luchtdoorstroomelementen zich 15 bevindt in het bereik van 0,01-1,5; bij voorkeur 0,1-1,5; bij verdere voorkeur 0,02-1; bij verdere voorkeur 0, 2-0, 8, bij verdere voorkeur 0,4-1,2, bij verdere voorkeur 0,6- 1.4, bij verdere voorkeur 0,8-1, bij verdere voorkeur 0,8- 1.5, bij verdere voorkeur 1,0-1,5. 20
8. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de verhouding tussen de onderlinge afstand en de hoogte van de luchtdoorstroomelementen zich bevindt in het bereik van 2-20; bij voorkeur bij voorkeur 25 2-15; bij verdere voorkeur 2-10; bij verdere voorkeur 2- 8; bij verdere voorkeur 4-12; bij verdere voorkeur 6-14; bij verdere voorkeur 8-1; bij verdere voorkeur 8-15; bij verdere voorkeur 10-15.
9. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de verhouding tussen de onderlinge afstand en de hoogte van de luchtdoorstroomelementen zich 4 bevindt in het bereik van 1-2; bij verdere voorkeur 0,8-2; bij verdere voorkeur 1,5-2,5; bij verdere voorkeur 1,2-6.
10. Systeem volgens een of meer van de voorgaande 5 conclusies waarbij de luchtdoorstroomelementen middelen omvatten voor het bevochtigen van de begroeiing.
11. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies ingericht voor het opvangen van stofdeeltjes 10 respectievelijk fijnstofdeeltjes met een deeltjesgrootte die voorkomt bij industriële uitstoot, automotive uitstoot, en/of atmosferische verbranding.
12. Systeem volgens een of meer van de voorgaande 15 conclusies omvattende onderlinge steunverbindingen tussen naast elkaar gerangschikte luchtdoorstroomelementen.
13. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de begroeiing een vooraf bepaalde opti- 20 sche dichtheid vertoont, zoals '0-40%, bij verdere voorkeur 0 tot 10 %, bij verdere voorkeur 10 tot 30 %, bij verdere voorkeur 15 tot 25 %, bij verdere voorkeur 10 tot 20 %, bij verdere voorkeur 20 tot 30 %, bij verdere voorkeur 30 tot 40 %. 25
14. Systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvattende houders voor een kweeksubstraat, zoals kweekbakken of kweekpotten, welke houders bevestigbaar zijn aan de luchtdoorstroomelementen. 30
15. Luchtdoorstroomelement volgens een of meer van de voorgaande conclusies voor toepassing in een systeem volgens een of meer van de voorgaande conclusies.
16. Werkwijze voor het zuiveren van lucht onder toepassing van een systeem en/of luchtdoorstroomelementen volgens een of meer van de voorgaande conclusies omvatten- 5 de stappen voor: - het verschaffen van ten minste twee luchtdoorstroomelementen, - het plaatsen van de luchtdoorstroomelementen in de rangschikking, 10. het verschaffen en/of onderhouden van een be groeiing ter ondersteuning door de luchtdoorstroomelementen .
17. Werkwijze voor het meten en/of op systemati- 15 sche wijze bepalen van een luchtzuiveringsprestatie van een systeem volgens een of meer van de conclusies 1-15, de werkwijze omvattende stappen voor: - het bepalen van een aanvoerfijnstofconcentratie aan de windtoevoerzijde van het systeem; 20. het bepalen van een afvoerfijnstofconcentratie aan de windafvoerzijde van het systeem.
18. Werkwijze volgens conclusie 17 omvattende stappen voor het bepalen van de optische dichtheid van de 25 begroeide luchtdoorstroomelementen en het relateren van de optische dichtheid aan de aanvoerfijnstofconcentratie en de afvoerfijnstofconcentratie. ***** 2004394-
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004394A NL2004394C2 (nl) | 2010-03-12 | 2010-03-12 | Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. |
| PCT/NL2011/050177 WO2011112094A1 (en) | 2010-03-12 | 2011-03-14 | System and method for purifying air |
| EP11721581A EP2544524A1 (en) | 2010-03-12 | 2011-03-14 | System and method for purifying air |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004394 | 2010-03-12 | ||
| NL2004394A NL2004394C2 (nl) | 2010-03-12 | 2010-03-12 | Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2004394A NL2004394A (nl) | 2011-09-13 |
| NL2004394C2 true NL2004394C2 (nl) | 2013-03-25 |
Family
ID=44303511
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2004394A NL2004394C2 (nl) | 2010-03-12 | 2010-03-12 | Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2544524A1 (nl) |
| NL (1) | NL2004394C2 (nl) |
| WO (1) | WO2011112094A1 (nl) |
Family Cites Families (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102007050027A1 (de) * | 2007-10-17 | 2009-04-23 | Helix Pflanzen Gmbh | Bepflanzte Gabione |
| ITBO20080429A1 (it) * | 2008-07-08 | 2010-01-09 | Paolo Amadesi | Impianto per la riduzione dell'anidride carbonica contenuta nei fumi di combustione. |
-
2010
- 2010-03-12 NL NL2004394A patent/NL2004394C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2011
- 2011-03-14 EP EP11721581A patent/EP2544524A1/en not_active Withdrawn
- 2011-03-14 WO PCT/NL2011/050177 patent/WO2011112094A1/en not_active Ceased
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL2004394A (nl) | 2011-09-13 |
| WO2011112094A1 (en) | 2011-09-15 |
| EP2544524A1 (en) | 2013-01-16 |
| WO2011112094A9 (en) | 2011-11-03 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10477779B2 (en) | Botanical air filtration system and method | |
| US20130312378A1 (en) | Atmospheric air filtration unit, air pre-filtration unit, and associated air filtration system for removeable attachment thereof | |
| JP2001527203A (ja) | 空気処理ユニット | |
| CN105442488A (zh) | 一种新型铁路隧道道床吸煤车组 | |
| AU2024236942A1 (en) | Movable ventilation panel | |
| CN204593588U (zh) | 一种新风换气机装置 | |
| NL2004394A (nl) | Systeem en werkwijze voor het zuiveren van lucht. | |
| CN204365056U (zh) | 车载空气净化装置以及汽车 | |
| US6435963B1 (en) | Barrier device to surround air delivery structures | |
| CN212378102U (zh) | 一种进风装置及空调 | |
| CN207584911U (zh) | 一种挂壁式空气管理器 | |
| CN1580734A (zh) | 沙尘水平通量测量器 | |
| CN1540273A (zh) | 冷却塔内的内部插件 | |
| CN202719682U (zh) | 内置pm2.5空气净化装置的新型卧式风机盘管 | |
| CN208340345U (zh) | 一种仿山桃稠李叶面井字形凹槽微观结构的防风抑尘装置 | |
| JPH064698Y2 (ja) | ビニールハウス構造 | |
| CN206330254U (zh) | 室外新风净化系统 | |
| CN206762478U (zh) | 粗效空气过滤袋 | |
| BE1025597B1 (nl) | Biologische luchtwasser | |
| CN215637605U (zh) | 一种空调用过滤装置 | |
| WO2020260550A1 (en) | Plant-based air filtration device and its use | |
| CN205717595U (zh) | 一种气体过滤减震降噪机构以及新风换气机 | |
| CN209123571U (zh) | 一种公路施工用施工现场除尘设备 | |
| CN214841439U (zh) | 一种新型壁挂式净化设备 | |
| CN208244283U (zh) | 一种吊顶式空气净化器 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20131001 |