NL2004686C2 - Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. - Google Patents
Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2004686C2 NL2004686C2 NL2004686A NL2004686A NL2004686C2 NL 2004686 C2 NL2004686 C2 NL 2004686C2 NL 2004686 A NL2004686 A NL 2004686A NL 2004686 A NL2004686 A NL 2004686A NL 2004686 C2 NL2004686 C2 NL 2004686C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- partition wall
- suspension structure
- suspension
- ceiling
- basic
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 11
- 238000005192 partition Methods 0.000 claims description 114
- 239000000725 suspension Substances 0.000 claims description 83
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 4
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 claims description 4
- 239000000758 substrate Substances 0.000 claims description 4
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 10
- 239000011490 mineral wool Substances 0.000 description 10
- 238000013016 damping Methods 0.000 description 8
- 239000011491 glass wool Substances 0.000 description 6
- 239000011358 absorbing material Substances 0.000 description 4
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 4
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 4
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 4
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 4
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 4
- 210000002268 wool Anatomy 0.000 description 4
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 239000000463 material Substances 0.000 description 3
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 239000004744 fabric Substances 0.000 description 2
- 230000009970 fire resistant effect Effects 0.000 description 2
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 2
- 238000010521 absorption reaction Methods 0.000 description 1
- 238000009825 accumulation Methods 0.000 description 1
- 239000002253 acid Substances 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 239000000428 dust Substances 0.000 description 1
- 230000005611 electricity Effects 0.000 description 1
- 239000011810 insulating material Substances 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 239000012774 insulation material Substances 0.000 description 1
- 230000003993 interaction Effects 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 239000002609 medium Substances 0.000 description 1
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 description 1
- 238000009418 renovation Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 239000004575 stone Substances 0.000 description 1
- 239000006163 transport media Substances 0.000 description 1
Landscapes
- Building Environments (AREA)
Description
Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting
De uitvinding heeft betrekking op een geluidswerende inrichting. De uitvinding heeft 5 voorts betrekking op een werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting.
Teneinde geluidshinder te voorkomen, of althans te beperken, worden veelal geluidsdempende of geluidswerende inrichtingen voor het absorberen of reflecteren van geluidsgolven toegepast. Dergelijke inrichtingen zijn bekend in diverse soorten en 10 hoedanigheden. Deze geluidsreductie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op door verkeer geproduceerd geluid, doch kan tevens slechts als doel hebben het relatief geluidswerend scheiden van een ruimte in een gebouw. In deze ruimtes (kamers) is het mogelijk om een scheidingswand als separate scheidingswand of als schot te positioneren in een ruimte, teneinde de ruimte op te delen in twee (of meerdere) kleinere 15 ruimtes. Indien de scheidingswand als scheidingswand of als schot wordt toegepast in een ruimte, dan omvat de scheidingswand doorgaans een draagstructuur, en een met de draagstructuur verbonden geluidswerend paneel. De bekende scheidingswand heeft echter meerdere nadelen. Een belangrijk nadeel van de bekend scheidingswand (scheidingsschot) is dat relatief weinig invallende geluidsgolven (volledig) worden 20 geabsorbeerd en/of worden gereflecteerd door het paneel. Een substantieel deel van op de conventionele scheidingswand invallende geluidsgolven zal al dan niet in (enigszins) gedempte vorm door het paneel heendringen en derhalve hoorbaar zijn aan de van de geluidsbron afgekeerde zijde van het paneel. Bovendien zal een deel van de geluidsgolven zich veelal om de scheidingswand om heen verplaatsen, waardoor de 25 effectieve demping beperkt blijft. De behoefte bestaat aan een verbeterde geluidswerende inrichting die bovendien relatief eenvoudig kan worden geïnstalleerd.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde geluidswerende inrichting die voorziet in voomoemde behoefte.
30
De uitvinding verschaft daartoe een inrichting van het in aanhef genoemde type, omvattende: ten minste één geluidswerende scheidingswand ingericht voor afsteuning op een ondergrond, omvattende: een eerste basisstructuur, welke eerste basisstructuur ten minste één eerste geluidswerend paneel omvat, een op afstand van de eerste 2 basisstructuur tegenover de eerste basisstructuur gepositioneerde tweede basisstructuur, welke tweede basisstructuur ten minste één tweede geluidswerend paneel omvat; en ten minste één telescopisch met de scheidingswand samenwerkende ophangstructuur voor bevestiging van de scheidingswand aan een plafond. Door toepassing van meerdere 5 basisstructuren die onderling volledig, of althans voor een substantieel deel op afstand van elkaar zijn gepositioneerd, kunnen invallende geluidsgolven zich niet langer via de fysieke componenten van de scheidingswand als transportmedium van één zijde naar een overliggende zijde van de scheidingswand verplaatsen. Volledige transmissie van geluidsgolven door de scheidingswand kan alzo worden voorkomen, of althans tegen 10 worden gegaan. Door het aanbrengen van een (geluidsiso lerende) tussenruimte tussen beide basisstructuren zal een substantieel deel van de invallende geluidsgolven in deze ruimte wegebben als gevolg van een combinatie van reflectie en absorptie. Het significant verhoogde vermogen om geluidsgolven te blokkeren wordt aldus voor een belangrijk deel bepaald door de tussen de overliggende panelen gelegen sterk isolerende 15 laag. Het isolerende vermogen van de tussenliggende laag hangt daarbij met name af van de afstand tussen de overliggende panelen, en het dempend vermogen van deze laag zelf. Het geluidswerende vermogen hangt daarbij doorgaans tevens af van het geluidswerend vermogen van eventuele geluidsoverdragende verbindingsdelen tussen beide basisstructuren. Bij voorkeur wordt het aantal verbindingsdelen tussen de beide 20 basisstructuren daarbij tot een minimum beperkt, teneinde de geluidswerendheid van de inrichting als zodanig zo hoog mogelijk te kunnen houden. De door de basisstructuren ingesloten laag wordt bij voorkeur gevormd door een lege ruimte (lucht), doch kan tevens worden opgevuld met bijvoorbeeld aanvullend geluidsabsorberend materiaal, zoals steenwol of glaswol. Het geluidswerende vermogen wordt verdergaand verbeterd 25 doordat de inrichting als zodanig tijdens gebruik aansluit op zowel een de inrichting ondersteunende ondergrond alsook een zich boven de inrichting bevindend plafond. Bijzonder daarbij is dat de op de ondergrond afsteunende scheidingswand en de aan het plafond bevestigde ophangstructuur onderling telescopisch samenwerken. Door de telescopische samenwerking van de scheidingswand en de ophangstructuur kunnen de 30 scheidingswand en de ophangstructuur, doorgaans binnen bepaalde grenzen, vrijelijk ten opzichte van elkaar in hoogterichting worden verschoven, waardoor de effectieve hoogte van de inrichting overeenkomstig de vinding instelbaar is en de inrichting relatief eenvoudig en efficiënt kan worden toegepast bij diverse plafondhoogtes zonder afbreuk te doen aan het geluiddempende vermogen van de inrichting overeenkomstig de 3 uitvinding. Doordat de effectieve hoogte van de inrichting overeenkomstig de uitvinding relatief eenvoudig kan worden aangepast wordt de toepassingsvrijheid aanzienlijk vergroot. Deze onderlinge verplaatsing zal doorgaans lineair zijn, en zal bij voorkeur plaatsvinden in verticale richting. Het in een alternatieve uitvoeringsvorm kan 5 deze onderlinge verplaatsing plaatsvinden in diagonale richting. In bedrijfstoestand zal de ophangstructuur zijn bevestigd aan het bovenliggende plafond, onderwijl de scheidingswand afsteunt op een onderliggende ondergrond. Het op mechanische of andersoortige wijze fixeren van de oriëntatie van de scheidingswand ten opzichte van de ophangstructuur zal doorgaans niet noodzakelijk zijn, hetgeen het installeergemak van 10 de inrichting overeenkomstig de uitvinding ten goede komt. De scheidingswand vormt daarbij doorgaans aldus een vrijstaande, zelfdragende constructie die in een bepaalde ruimte een zekere scheiding aanbrengt. In een uitvoeringsvorm is ten minste een deel van de scheidingswand mobiel uitgevoerd, waardoor de scheidingswand verplaatsbaar is ten opzichte van een onderliggende ondergrond alsmede ten opzichte van het plafond. 15 Daarbij kan de scheidingswand zijn voorzien draagwielen, teneinde de verplaatsing van de scheidingswand te faciliëren.
De inrichting overeenkomstig de uitvinding is in het bijzonder ingericht voor opdeling van een (binnen)ruimte in meerdere (binnen)deelruimtes. Doorgaans kan met behulp 20 van de inrichting overeenkomstig de uitvinding geluid met een geluidsniveau van zelfs hoger dan 60 dB worden tegengehouden (geblokkeerd).Vanwege doorgaans vrijkomend stof bij verbouwingswerkzaamheden, alsmede om de geluidsreductie te optimaliseren, zal het veelal voordelig zijn om de inrichting volledig aan te laten sluiten op de de kamer omgevende wanden, plafond en vloer. De dikte wand van de scheidingswand kan 25 variëren, doch ligt bij voorkeur tussen 100 en 400 mm. De inrichting overeenkomstig de uitvinding kan daardoor een verplaatsbare, volledige constructie tussen bestaande bouwkundige vloeren vormen, hetgeen met name in medische centra, zoals ziekenhuizen, bijzonder voordelig kan zijn, teneinde snel en effectief ruimtes (geïsoleerd) te kunnen opdelen.
30
Tijdens de telescopische samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand zullen de scheidingswand en de ophangstructuur althans gedeeltelijk in elkaar zijn geschoven. Daarbij is het denkbaar dat de scheidingswand de ophangstructuur ten minste gedeeltelijk omsluit, waardoor de ophangstructuur ten 4 minste gedeeltelijk in de scheidingwand worden opgenomen. Het is tevens denkbaar dat de ophangstructuur de scheidingswand ten minste gedeeltelijk omsluit. Een combinatie van beide uitvoeringsvormen is tevens denkbaar, waarbij de scheidingswand en de ophangstructuur wederzijds in elkaar schuiven.
5
In een uitvoeringsvorm van de inrichting overeenkomstig de uitvinding omvat de ophangstructuur ten minste één aanslag voor het begrenzen van de onderlinge verplaatsing van de ophangstructuur en de scheidingswand. Toepassing van een aanslag voorkomt dat de scheidingswand fysiek contact kan maken met een bovengelegen 10 plafond, waardoor beschadiging van de scheidingswand en/of het plafond als gevolg van deze interactie kan worden tegengegaan. Bovendien is toepassing van een aanslag doorgaans voordelig om een deel van de ophangstructuur verbeterd te kunnen inrichting voor relatief eenvoudige en/of relatief solide bevestiging aan een bovenliggend plafond. In een bijzondere uitvoeringsvorm omsluit de ophangstructuur ten minste één 15 opneemruimte voor opname van een deel van de scheidingswand, waarbij de ten minste ene aanslag is aangebracht in de ten minste ene opneemruimte, hetgeen doorgaans vanuit constructief alsmede esthetisch oogpunt voordelig is.
In een andere uitvoeringsvorm grijpen de ophangstructuur en de scheidingswand onder 20 voorspanning op elkaar aan. De voorspanning komt de stabiliteit van de samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand doorgaans ten goede. Bovendien kan op deze wijze een nauwe aansluiting worden gerealiseerd van de ophangstructuur op de scheidingswand en vice versa, waardoor de accumulatie van vuilresten in de ophangstructuur en de scheidingswand kan worden tegengegaan.
25
In een voordelige uitvoeringsvorm omvat de ophangstructuur een aan een plafond te bevestigen topstructuur, en een aan de topstructuur te bevestigen intermediaire structuur, waarbij de scheidingswand is ingericht voor telescopische samenwerking met de intermediaire structuur. Door de ophangstructuur modulair op te bouwen uit een 30 topstructuur en een intermediaire structuur kan de ophangstructuur doorgaans relatief eenvoudig en efficiënt worden bevestigd aan een plafond. Daarbij zal vooreerst de topstructuur mechanisch, bijvoorbeeld middels schroeven, en/of chemisch, bijvoorbeeld middels een hechtmiddel, worden bevestigd aan een plafond, waarna de intermediaire structuur mechanisch, bijvoorbeeld middels schroeven en/of door een snapverbinding, 5 en/of chemisch aan de topstructuur wordt bevestigd. Veelal zal de intermediaire structuur daarbij de topstructuur omsluiten en derhalve de facto fungeren als mantel voor de topstructuur.
5 Met het oog op een gewenste stabiliteit van de scheidingswand is het veelal voordelig ingeval de basisstructuren onderling zijn bevestigd. Echter, het geniet daarbij evenwel de voorkeur om de basisstructuren onderling te verbinden middels ten minste één of meerdere afstandhouders, waarbij het aantal toegepaste afstandhouders wordt geminimaliseerd, teneinde het geluiddempende vermogen van de scheidingswand 10 voldoende groot te kunnen houden. Het is denkbaar dat de basisstructuren onderling losneembaar zijn verbonden, hetgeen onderhoud aan en/of vervanging van de basisstructuren faciliteert. In een bijzondere uitvoeringsvorm is de onderlinge afstand tussen de eerste basisstructuur en de tweede basisstructuur wijzigbaar is, waardoor tevens het geluiddempenende vermogen kan worden gereguleerd. Daarbij zal het veelal 15 voordelig zijn ingeval de breedte van de ophangstructuur eveneens wijzigbaar is, teneinde de onderlinge samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand op relatief eenvoudige wijze te kunnen handhaven.
In een voorkeursuitvoering omvat althans één basisstructuur een draagffame waarmee 20 ten minste één geluidswerende paneel, bij nadere voorkeur losneembaar, is verbonden. Het frame kan uit één enkel geheel zijn opgebouwd, doch het is tevens mogelijk dat het frame eveneens modulair is opgebouwd, teneinde de handling van het frame te faciliëren. In een andere voorkeursuitvoering wordt ten minste één basisstructuur ten minste gedeeltelijk gevormd door ten minste één stijl. De stijl wordt daarbij gevormd 25 door een opstaande balk of paal waaraan de panelen losneembaar bevestigd kunnen worden. Het toegepaste paneel kan ten minste gedeeltelijk lichtdoorlatend zijn uitgevoerd, waardoor de paneel fungeert als raam en het frame dan wel een overig deel van het paneel fungeert als raamstijl. Tevens is het denkbaar dat het paneel zwenkbaar is verbonden met het frame, waardoor het paneel kan fungeren als deur, en het frame 30 doorgaans zal fungeren als deurstijl.
De scheidingswand is bij voorkeur voorzien van een toevoer voor leidingen, waarbij de eerste basisstructuur en de tweede basisstructuur onderling een doorvoer voor de leidingen insluiten. Alzo zal de tussenliggende ruimte tussen de beide basisstructuren 6 (deels) worden gebruikt voor doorvoer van leidingen. Deze leidingen kunnen zeer divers van aard zijn, en kunnen variëren van bekabeling (voor datatransport en dergelijke) tot elektriciteitsleidingen. Tevens is het mogelijk om vloeistofleidingen, in het bijzonder waterleidingen, en gasleidingen (om bijvoorbeeld te voorzien in 5 zuurs toftocvocr in een medisch centmm) toe te passen in de scheiding. De in de scheidingswand opgenomen leidingen vormen doorgaans aftakkingen van een bestaande infrastructuur van leidingen in een gebouw alwaar de scheidingswand - bij voorkeur omheen - wordt geplaatst. Bij voorkeur zijn de in de scheidingswand opgenomen leidingen middels een snelkoppeling koppelbaar aan de van het gebouw 10 deel uitmakende leidingen. Opgemerkt zij dat de aftakkingen veelal uit het zicht worden gehouden, doordat in velerlei bedrijven en (medische) instituten gebruik wordt gemaakt van een modulair systeemplafond, alwaar het leidingwerk doorgaans juist boven is gelegen. Door de scheidingswand uit te laten strekken tot, en bij voorkeur tot boven, het betreffende systeemplafond kunnen alle leidingen permanent uit het zicht worden 15 gehouden. De in de scheidingswand opgenomen (aftak)leidingen kunnen worden voorzien van een aftappunt dat op een toegankelijke locatie is gepositioneerd.
Doorgaans zal een dergelijk aftappunt in een buitenzijde het paneel zijn aangebracht. In een bijzondere voorkeursuitvoering is ten minste één paneel voorzien van een aansluitpunt voor een elektrisch apparaat. Doorgaans zal het aansluitpunt functioneren 20 als vermogensbron voor het apparaat. Het is echter eveneens denkbaar om via het aansluitpunt datatransport te laten plaatsvinden. In een andere bijzondere voorkeursuitvoering is ten minste een paneel voorzien van een sanitaire installatie, zoals een wastafel of een toilet. Door op de sanitaire installatie een waterleiding aan te sluiten kan de sanitaire installatie worden gebruikt als elke andere (permanent bevestigde) 25 sanitaire installatie. De afvoer van gebruikt water kan op meerdere wijzen geschieden, en kan bijvoorbeeld al dan niet onder tussenkomst van een pomp worden geloosd in een rioolafvoerleiding. Een belangrijk voordeel van deze uitvoeringsvormen is dat panelen voorzien van een voorbeschreven aansluitpunt en/of een sanitaire installatie - alsmede de bijbehorende leidingen - reeds op voorhand kunnen worden vervaardigd 30 (geprefabriceerd). Op deze wijze is het installeren van een additioneel aansluitpunt en/of sanitaire installatie relatief eenvoudig en weinig arbeidsintensief. Alzo kan dit bijvoorbeeld reeds worden bewerkstelligd door een bevestigd blanco paneel te vervangen door een paneel waarin reeds op voorhand het gewenste aansluitpunt en/of installatie is aangebracht. Bij voorkeur is de scheidingswand voorzien van ten minste 7 één leidinghouder voor het omgeven van een deel van ten minste één in een gebouw aangebrachte leiding. Door de positionering van de leidingen in een gebouw en de positionering van de scheidingswand op elkaar af te stemmen kan een relatief efficiënte constructie worden verschaft waarbij de leidingen in hoofdzaak evenwijdig aan de wand 5 kunnen zijn gerangschikt. Het aftappen van één of meerdere leidingen wordt hierdoor gefacilieerd. Het is tevens mogelijk om de scheidingswand te voorzien van ten minste één bevestigingselement voor bevestiging van accessoires aan de betreffende basisstructuur. Het bevestigingselement wordt bij voorkeur gevormd door een U-vormig profiel voorzien van meerdere uitsparingen waaraan de accessoires kunnen worden 10 opgehangen. De positionering van het bevestigingselement kan willekeurig zijn, maar bij voorkeur wordt het bevestigingselement tussen twee naastgelegen panelen aangebracht.
In een voorkeursuitvoering is ten minste een paneel ten minste gedeeltelijk voorzien van 15 en/of is vervaardigd uit een geluidsabsorberend materiaal. Voorbeelden van dergelijke geluidsabsorberende materialen zijn steenwol en glaswol. Steenwol alsook glaswol hebben doorgaans als materiaaleigenschap een relatief hoog geluidsabsorberend vermogen te bezitten. Toepassing van steenwol (of glaswol) in de scheidingwand leidt aldus doorgaans tot een verder verhoogd geluidsabsorberend vermogen. Het steenwol 20 kan als separate materiaallaag op het paneel worden aangebracht, doch kan tevens integraal deel uitmaken van het paneel. Bij voorkeur wordt het steenwol ingeseald in het paneel, teneinde ongecontroleerde verspreiding van woldeeltjes tegen te gaan. Het is mogelijk dat alle panelen zijn voorzien van steenwol of glaswol, teneinde de geluidsisolatie te optimaliseren. In een andere uitvoeringsvorm is ten minste één paneel 25 ten minste gedeeltelijk geperforeerd. Door perforaties aan te brengen in één of meerdere panelen kan het geluidsabsorberend vermogen van de panelen, of althans van de scheidingswand, verder worden verhoogd. De onderlinge afstand tussen de perforaties, alsmede de dimensionering van de perforaties, kunnen zeer verschillend zijn. Het geniet nochtans de voorkeur om perforaties gelijkmatig aan te brengen in circa 20% van het 30 paneeloppervlak. Eventueel kan achter het paneel een dempend doek worden aangebracht alsmede een wollaag (van bijvoorbeeld steenwol of glaswol). Het doek en de wollaag worden daarbij bij voorkeur evenwel omgeven door een op het geperforeerde paneel aansluitende omkasting, teneinde de geluidsreductie te optimaliseren. In een andere uitvoeringsvorm van de inrichting overeenkomstig de 8 uitvinding zijn de geluidsabsorberende panelen ten minste gedeeltelijk vervaardigd uit een brandwerend materiaal. Door toepassing van een brandwerend paneel kan worden voorkomen dat brand in een kamerdeel zich relatief snel en eenvoudig naar een naastgelegen kamerdeel kan uitbreiden. Derhalve heeft een dergelijk paneel naast een 5 geluidsabsorberende functie tevens een veiligheidsfunctie.
In een voorkeursuitvoering omvat de scheidingswand meerdere onderling verbonden eerste basisstructuren en meerdere onderling verbonden tweede basisstructuren. Elke basisstructuren omvat daarbij één of meerdere panelen. Deze modulaire opbouw van de 10 scheidingswand als zodanig maakt het mogelijk om de scheidingswand overeenkomstig de uitvinding in legio situaties toe te passen, waarbij de vormgeving alsmede de dimensionering van de inrichting naar wens kan worden gemodificeerd. Door de naastgelegen basisstructuren onder een hoek onderling te koppelen kan immers een gehoekte scheidingswand worden verkregen.
15
De uitvinding heeft tevens betrekking op een scheidingswand ten gebruike in een inrichting overeenkomstig de uitvinding. De uitvinding heeft verder betrekking op een ophangstructuur ten gebruike in een inrichting overeenkomstig de uitvinding. Uitvoeringsvormen en voordelen van de scheidingswand respectievelijk de 20 ophangstructuur overeenkomstig de uitvinding zijn reeds in het voorgaande op uitvoerige wijze beschreven.
De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een werkwijze van het in aanhef genoemde type, omvattende: A) het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond, en B) het 25 laten afsteunen van de scheidingswand op een ondergrond, waarbij de ophangstructuur en de scheidingswand telescopisch met elkaar samenwerken. De telescopische samenwerking tussen de scheidingswand en de ophangstructuur is voordelig om de scheidingswand op stabiele wijze te kunnen positioneren in een ruimte, doch zodanig dat de effectieve hoogte van de inrichting als zodanig op flexibele wijze kan worden 30 aangepast aan de ruimte waarin de inrichting wordt geïnstalleerd. Bij voorkeur omvat de ophangstructuur een aan een plafond te bevestigen topstructuur, en een aan de topstructuur te bevestigen intermediaire structuur, waarbij tijdens stap A) de topstructuur aan het plafond wordt bevestigd alvorens de intermediaire structuur aan de 9 topstructuur wordt bevestigd, hetgeen installatie van de ophangstructuur doorgaans faciliteert.
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze overeenkomstig de uitvinding wordt de 5 samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand gerealiseerd na het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond volgens stap A). Daarbij wordt aldus vooreerst de ophangstructuur bevestigd aan het plafond, waarna de scheidingswand wordt gepositioneerd en wordt gemonteerd.
10 Het is tevens denkbaar dat de inrichting in geassembleerde toestand wordt geïnstalleerd, waarbij de samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand wordt gerealiseerd vóór het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond volgens stap A), waarbij de scheidingswand tijdens stap B) in een neerwaartse richting wordt verschoven ten opzichte van de aan het plafond bevestigde ophangstructuur tot dat de 15 scheidingswand afsteunt op een ondergrond, doorgaans gevormd door een vloeroppervlak dan wel een separate afsteunstructuur. Overigens kan, ingeval een separate afsteunstructuur wordt toegepast, de afsteunstructuur deel uitmaken van de inrichting overeenkomstig de uitvinding.
20 De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: figuren la-ld successievelijke werkwijzestappen voor het monteren van een inrichting overeenkomstig de uitvinding, figuur 2 een gedetailleerde dwarsdoorsnede van (een deel van) een inrichting 25 overeenkomstig de uitvinding, en figuur 3 een perspectivisch aanzicht op een uitvoeringsvorm van een andere inrichting overeenkomstig de uitvinding.
Figuren la-ld tonen successievelijke werkwijzestappen voor het monteren van een 30 inrichting 1 overeenkomstig de uitvinding. Daarbij worden vooreerst twee hoekprofielen 2a, 2b van een topstructuur 3 als onderdeel van een ophangstructuur 4 aan een plafond 5 bevestigd met behulp van schroeven 6 (figuur la). Vervolgens wordt een intermediaire structuur 7 als onderdeel van de ophangstructuur 3 geschoven over de hoekprofielen 2a, 2b van de topstructuur 3 (figuur lb), waarna de intermediaire 10 structuur 7 met behulp van schroeven 8 aan de topstructuur 3 bevestigd (figuur lc). De intermediaire structuur 7 omvat twee overliggende wanden 9a, 9b die onderling zijn bevestigd door een verbindingsframe 10. Door de overliggende wanden 9a, 9b en het verbindingsframe 10 wordt een ophangkem 11 ingesloten, waarbij tussen de 5 ophangkem 11 en de overliggende wanden 9a, 9b bovendien isolatiemateriaal 12, zoals steenwol, is aangebracht. Zoals getoond in figuur lc is de intermediaire structuur 7 aan de topstmctuur 3 bevestigd door elke schroef 8 aan te brengen in zowel een wand 9a, 9b van de intermediaire structuur 7, een hoekprofïel 2a, 2b van de topstmctuur 3, alsmede de ophangkem 11, waardoor een stevige en duurzame verbinding ontstaat tussen de 10 topstmctuur 3 en de intermediaire structuur 7. Na bevestiging van de ophangstmctuur 4 aan het plafond 5 wordt een scheidingswand 13 geplaatst die telescopisch (onder enige voorspanning) aangrijpt op een buitenzijde van de ophangstmctuur 4 (figuur ld). Door deze telescopische samenwerking is de scheidingswand 13 lineair verplaatsbaar ten opzichte van de ophangstmctuur 4, waardoor de effectieve lengte van de inrichting 1 als 15 zodanig relatief eenvoudig kan worden aangepast aan de plafondhoogte (ten opzichte van een onderliggend vloeroppervlak). De scheidingswand 13 steunt daarbij af op een onderliggend vloeroppervlak (niet-weergegeven) en is in dit uitvoeringsvoorbeeld slechts verplaatsbaar in een naar de ophangstmctuur 4 toegekeerde (en een van de ophangstmctuur 4) afgekeerde richting. De scheidingswand 13 omvat twee 20 basisstmcturen 14a, 14b die onderling met elkaar zijn verbonden door toepassing van enkele (niet-weergegeven) afstandhouders. Elke basisstmctuur 14a, 14b is daarbij voorzien van één of meerdere panelen 15a, 15b welke al dan niet lichtdoorlatend zijn uitgevoerd. Tussen de basisstmcturen 14, 14b bevindt zich een frame (stijl) 16 ter versteviging van de scheidingswand 13. Het frame 16 is bovendien ingericht voor om te 25 worden opgenomen in een door de ophangstmctuur 4 omsloten mimte, waarbij het frame is ingericht voor samenwerking met het als aanslag fungerende verbindingsframe 10 van de ophangstmctuur 4. Daarnaast is tussen de basisstmcturen 14a, 14b fysiek isolatiemateriaal 17, zoals steenwol, aangebracht, alsmede een loze mimte 18, teneinde het geluiddempende vermogen van de inrichting 1 te kunnen verbeteren. Zoals getoond 30 in figuur ld is de ophangstmctuur 4 bevestigd aan een - veelal betonnen - draagplafond 5. Op afstand van het draagplafond 5 kan een modulair systeemplafond 19 zijn aangebracht, waarbij het systeemplafond 19 bij voorkeur aansluit of nabij ligt aan de scheidingswand 13, hetgeen vanuit esthetisch oogpunt de voorkeur geniet.
11
Figuur 2 toont een gedetailleerde dwarsdoorsnede van (een deel van) een inrichting 20 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting 20 omvat een met een plafond 21 verbonden ophangstructuur 22, een met een onderliggende vloer 23 verbonden afsteunstructuur 24, en een met de ophangstructuur 22 en de afsteunstructuur 24 5 samenwerkende scheidingswand 25. De scheidingswand 25 omvat een eerste basisstructuur 26a en een overliggende tweede basisstructuur 26b, waarbij elke basisstructuur de facto een wanddeel vormt van de scheidingswand 25. Elke basisstructuur 26a, 26b omvat een frame 27a, 27b voorzien van meerdere panelen 28a, 28b, welke panelen 28a, 28b al dan niet lichtdoorlatend kunnen zijn uitgevoerd. Tussen 10 de frames 27a, 27b is een centraal draagframe 29 aangebracht voor het onderling bevestigen van de basisstructuren 26a, 26b en het laten afsteunen van de scheidingswand 25 op de afsteunstructuur 24. Tevens strekt daarbij een deel van het draagframe 29 zich uit tot in de ophangstructuur 22. Verder is in de door de basisstructuren 26a, 26b ingesloten ruimte steenwol 30 alsmede loze ruimte 31 15 aangebracht, teneinde de geluidwerendheid van de scheidingswand 25 zo groot mogelijk te maken. De scheidingswand 25 steunt middels het draagframe 29 af op de afsteunstructuur 24, waarbij de scheidingwand 25 de afsteunstructuur 24 deels omsluit en doorgaans aangrijpt op de afsteunstructuur 24. Een fysieke bevestiging tussen beide componenten veelal is niet noodzakelijk, waardoor een telescopische samenwerking 20 wordt gerealiseerd. De ophangstructuur 22 en de scheidingswand 25 werken eveneens op telescopische wijze samen met elkaar, waarbij een deel van de scheidingswand 25 de ophangstructuur 22 omsluit en een ander deel van de scheidingswand 25 is opgenomen in de ophangstructuur 22. Zoals getoond in deze figuur strekt het draagframe 29 zich uit in een deel van de ophangstructuur 22. Ingeval het draagframe 29 fysiek contact zou 25 maken met een bovenste deel van de ophangstructuur 22 is de minimale (plafond)hoogte van de inrichting 20 bereikt. Ter verduidelijk is aangegeven waar een eventueel toe te passen systeemplafond 32 en systeemvloer 33 zouden zijn gepositioneerd ten opzichte van de inrichting 20. Ingeval geen systeemvloer 33 zou worden toegepast is het veelal voordelig om géén separate afsteunstructuur 24 toe te 30 passen. Overigens kan de afsteunstructuur 24 in dit uitvoeringsvoorbeeld worden beschouwd als ondergrond waarop de scheidingwand 25 afsteunt.
Figuur 3 toont een perspectivisch aanzicht op een uitvoeringsvorm van een andere inrichting 34 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting 34 omvat een aan een plafond 12 te bevestigen ophangstructuur 35, welke ophangstructuur 35 een H-profïel 36 omvat dat is voorzien van koppelflenzen 37 voor koppeling van het H-profïel 36 aan het plafond. Verder omvat de inrichting 34 een mobiele scheidingswand 38. De scheidingswand 38 omvat een rigide draagstructuur 39 voorzien van twee keer twee opstaande stijlen 40.
5 Aan weerszijden van de stijlen 40 zijn twee panelen 41 losneembaar aangebracht. In figuur 1 is duidelijk weergegeven dat de zowel de panelen 41 alsook de onderling overliggende stijlen 40 op onderlinge afstand zijn gelegen. Op de scheidingswand 38 invallende geluidsgolven kunnen zich alzo niet via een fysiek medium door de scheidingswand 38 heen voortplanten, waardoor een verbeterde geluidsreductie kan 10 worden bereikt. De tussen de panelen 41 gelegen vrije ruimte 42 kan tevens worden opgevuld met een geluidsabsorberend materiaal. De ophangstructuur 35 sluit nauw aan op de scheidingswand 38 en grijpt bij voorkeur onder enige voorspanning aan op de scheidingswand 38. De ophangstructuur 35 overgrijpt de scheidingswand 38 enigszins, waardoor sprake is van een telescopische samenwerking. Zoals reeds aangegeven is het 15 voordeel van de telescopische samenwerking de relatief flexibele toepasbaarheid van de inrichting 34 overeenkomstig de uitvinding. De afstand tussen de scheidingswand 38 en de koppelflenzen 37 van de ophangstructuur kan worden relatief vergroot dan wel worden verkleind door de scheidingswand 38 en de ophangstructuur 35 uit elkaar te schuiven dan wel in elkaar te schuiven. Het in elkaar schuiven van de inrichting 34 is 20 mogelijk totdat de scheidingswand 38 fysiek contact maakt met een middendeel (brug) 36a van het H-vormige profiel 36. Verder is bijzonder aan de getoonde inrichting 34 dat de draagstructuur 39 is voorzien van draagwielen 43, waardoor de draagstructuur 39 verrijdbaar is in een richting evenwijdig aan de ophangstructuur 35 (zie pijl A), waarbij de ophangstructuur 35 de facto fungeert als geleiding. Op deze wijze kan de flexibiliteit 25 van het plaatsen van de scheidingswand verder worden vergroot.
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand 30 zullen liggen.
Claims (20)
1. Geluidswerende inrichting, omvattende: - ten minste één geluidswerende scheidingswand ingericht voor afsteuning op een 5 ondergrond, omvattende: o ten minste één eerste basisstructuur, welke eerste basisstructuur ten minste één eerste geluidswerend paneel omvat, o ten minste één op afstand van de eerste basisstructuur tegenover de eerste basisstructuur gepositioneerde tweede basisstructuur, welke tweede 10 basisstructuur ten minste één tweede geluidswerend paneel omvat; en - ten minste één telescopisch met de scheidingswand samenwerkende ophangstructuur voor bevestiging van de scheidingswand aan een plafond.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de scheidingswand de ophangstructuur 15 ten minste gedeeltelijk omsluit.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de ophangstructuur de scheidingswand ten minste gedeeltelijk omsluit.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de ophangstructuur ten minste één aanslag omvat voor het begrenzen van de onderlinge verplaatsing van de ophangstructuur en de scheidingswand.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de ophangstructuur ten minste één 25 opneemruimte omsluit voor opname een deel van de scheidingswand, waarbij de ten minste ene aanslag is aangebracht in de ten minste ene opneemruimte.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de ophangstructuur en de scheidingswand onder voorspanning op elkaar aangrijpen. 30
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de ophangstructuur een aan een plafond te bevestigen topstructuur, en een aan de topstructuur te bevestigen intermediaire structuur omvat, waarbij de scheidingswand is ingericht voor telescopische samenwerking met de intermediaire structuur.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de basisstructuren onderling verbonden zijn middels ten minste één afstandhouder.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de basisstructuren onderling losneembaar zijn verbonden.
10. Scheidingswand volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de onderlinge afstand tussen de eerste basisstructuur en de tweede basisstructuur 10 wijzigbaar is.
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste één basisstructuur een draagframe waarmee is ten minste één geluidswerende paneel losneembaar is verbonden. 15
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste één paneel lichtdoorlatend is.
13. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste één 20 basisstructuur is voorzien van ten minste één lichtdoorlatend element.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de scheidingswand is voorzien van een toevoer voor leidingen, waarbij de eerste basisstructuur en de tweede basisstructuur onderling een doorvoer voor de leidingen 25 insluiten.
15. Scheidingswand ten gebruike in een inrichting volgens een der conclusies 1-14.
16. Ophangstructuur ten gebruike in een inrichting volgens een der conclusies 1-14. 30
17. Werkwijze voor het monteren van een inrichting volgens een der conclusies 1-14, omvattende: A) het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond, en B) het laten afsteunen van de scheidingswand op een ondergrond, waarbij de ophangstructuur en de scheidingswand telescopisch met elkaar samenwerken.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij de ophangstructuur een aan een 5 plafond te bevestigen topstructuur, en een aan de topstructuur te bevestigen intermediaire structuur omvat, waarbij tijdens stap A) de topstructuur aan het plafond wordt bevestigd alvorens de intermediaire structuur aan de topstructuur wordt bevestigd.
19. Werkwijze volgens conclusie 17 of 18, waarbij de samenwerking tussen de ophangstructuur en de scheidingswand wordt gerealiseerd na het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond volgens stap A).
20. Werkwijze volgens conclusie 17 of 18, waarbij de samenwerking tussen de 15 ophangstructuur en de scheidingswand wordt gerealiseerd vóór het bevestigen van de ophangstructuur aan een plafond volgens stap A), waarbij de scheidingswand tijdens stap B) in een neerwaartse richting wordt verschoven ten opzichte van de aan het plafond bevestigde ophangstructuur tot dat de scheidingswand afsteunt op een ondergrond. 20
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004686A NL2004686C2 (nl) | 2010-05-07 | 2010-05-07 | Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004686 | 2010-05-07 | ||
| NL2004686A NL2004686C2 (nl) | 2010-05-07 | 2010-05-07 | Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2004686C2 true NL2004686C2 (nl) | 2011-11-08 |
Family
ID=45317239
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2004686A NL2004686C2 (nl) | 2010-05-07 | 2010-05-07 | Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2004686C2 (nl) |
-
2010
- 2010-05-07 NL NL2004686A patent/NL2004686C2/nl not_active IP Right Cessation
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP3665337A1 (en) | Dry partition wall system and method for installation of a dry partition wall system of this kind | |
| JPH11229518A (ja) | 防音建築構造 | |
| NL1024937C2 (nl) | Geluidswerende scheidingswand en werkwijze voor het monteren van een dergelijke scheidingswand. | |
| NL2004686C2 (nl) | Geluidswerende inrichting en werkwijze voor het monteren van een dergelijke inrichting. | |
| JP2009221789A (ja) | カーテンウォールおよび建物 | |
| RU2327015C2 (ru) | Блок несъемной опалубки | |
| LT6307B (lt) | Plieninio karkaso sistema ir surinkimo būdas | |
| JP2003206583A (ja) | 出窓付壁面パネル体および壁面構造体 | |
| KR200423186Y1 (ko) | 방음판의 지주 고정구조 | |
| KR100844044B1 (ko) | 건축물의 방진 방음 패널 | |
| JP6725334B2 (ja) | 高遮音階段 | |
| RU2243332C2 (ru) | Сборно-разборная пространственная замкнутая конструкция | |
| RU204788U1 (ru) | Шумозащитный экран | |
| JP7837741B2 (ja) | 配管及び配線収納構造 | |
| JP2005016221A (ja) | スケルトン・インフィル構造物 | |
| KR20200056163A (ko) | 건물해체용 가림막 상하이동 모듈 및 이를 포함하는 건물해체용 가림막 상하이동시스템 | |
| RU26573U1 (ru) | Сборно-разборная модульная конструкция перегородки | |
| JP4547183B2 (ja) | 多層建物の住戸構造 | |
| CN214531420U (zh) | 一种建筑室内超薄型夹层系统 | |
| SU1649081A1 (ru) | Сейсмостойкое малоэтажное здание | |
| JP2000017735A (ja) | ユニット式建物 | |
| RU2684649C1 (ru) | Гостиница с изменяемым количеством номеров | |
| RU2076178C1 (ru) | Здание из объемных блоков | |
| KR200337567Y1 (ko) | 학교 복도용 조립식 방음벽의 구조 | |
| JP2004124480A (ja) | 組立て式間仕切装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| SD | Assignments of patents |
Effective date: 20131127 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20180601 |