NL2008573C2 - Systeem voor kweken van plantmateriaal. - Google Patents

Systeem voor kweken van plantmateriaal. Download PDF

Info

Publication number
NL2008573C2
NL2008573C2 NL2008573A NL2008573A NL2008573C2 NL 2008573 C2 NL2008573 C2 NL 2008573C2 NL 2008573 A NL2008573 A NL 2008573A NL 2008573 A NL2008573 A NL 2008573A NL 2008573 C2 NL2008573 C2 NL 2008573C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
holder
container
conveyor
storage
flange
Prior art date
Application number
NL2008573A
Other languages
English (en)
Inventor
Anthony Visser
Original Assignee
Visser S Gravendeel Holding
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Visser S Gravendeel Holding filed Critical Visser S Gravendeel Holding
Priority to NL2008573A priority Critical patent/NL2008573C2/nl
Priority to NL2009632A priority patent/NL2009632C2/nl
Priority to CA2868963A priority patent/CA2868963A1/en
Priority to JP2015503146A priority patent/JP2015511568A/ja
Priority to CN201380024146.3A priority patent/CN104661515A/zh
Priority to EP13720097.8A priority patent/EP2830410B1/en
Priority to PCT/NL2013/050222 priority patent/WO2013147597A1/en
Priority to US14/389,118 priority patent/US9914588B2/en
Priority to PCT/NL2013/050229 priority patent/WO2013147603A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2008573C2 publication Critical patent/NL2008573C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G9/00Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
    • A01G9/14Greenhouses
    • A01G9/143Equipment for handling produce in greenhouses
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G31/00Soilless cultivation, e.g. hydroponics
    • A01G31/02Special apparatus therefor
    • A01G31/06Hydroponic culture on racks or in stacked containers
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02ATECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
    • Y02A40/00Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production
    • Y02A40/10Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production in agriculture
    • Y02A40/25Greenhouse technology, e.g. cooling systems therefor
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02PCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
    • Y02P60/00Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
    • Y02P60/20Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
    • Y02P60/21Dinitrogen oxide [N2O], e.g. using aquaponics, hydroponics or efficiency measures

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Warehouses Or Storage Devices (AREA)

Description

SYSTEEM VOOR KWEKEN VAN PLANTMATERIAAL
De onderhavige uitvinding betreft een systeem voor het kweken van plantmateriaal. Er zijn vele systemen bekend. De 5 bekende systemen schieten alle te kort waar het een hoge automatiseringsgraad betreft.
Met de onderhavige uitvinding is beoogd een verdere verbetering te verschaffen met betrekking tot een verdere verhoging van een te behalen automatiseringsgraad. Bovendien 10 zijn daaruit voortvloeiende doelen te verwezenlijken, zoals temperatuursbeheersing, vochtigheidsbeheersing, bewatering, tegengaan van verspreiding van ziektekiemen, en het bevorderen van groei van het plantmateriaal in het algemeen.
Hiertoe is volgens de onderhavige uitvinding een 15 systeem verschaft dat zich onderscheidt door de combinatie van maatregelen van ten minste één houder met ten minste een bodem en zijwanden, welke een ruimte definiëren voor opname daarin van het plantmateriaal en eventueel een substraat; een opslag met ten minste één drager voor het selectief 20 accommoderen van de houder; en ten minste één transporteur voor verplaatsing van de houder van en naar de drager van de opslag. De houder is met het plantmateriaal daarin transporteerbaar met behulp van de transporteur en aldus kan de beoogde automatiseringsgraad worden bereikt, doordat zo 25 de houder voor al dan niet langere tijd in de opslag te plaatsen is met de transporteur en daar ook weer uit te nemen is.
De onderhavige uitvinding kan in vele geprefereerde uitvoeringsvormen worden verwezenlijkt, waarvan er enkele 30 zijn gedefinieerd in de afhankelijke conclusies, waartoe de onderhavige uitvinding geenszins is beperkt.
In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen, dat de houder een 2 deksel met een naar de ruimte gerichte zijde en een buitenwaarts gerichte zijde omvat. Aldus kan het plantmateriaal in de houder worden getransporteerd en in ieder geval gedurende een tijd in de opslag door middel van 5 het deksel zijn afgeschermd van ziektekiemen.
Dit is nog verder te optimaliseren door een mate van overdruk in de houder ten opzichte van de omgeving daarvan te creëren, bijvoorbeeld doordat de opslag een drukluchtleidingstelsel met ten minste een aansluiting voor 10 een snelkoppeling en de houder de snelkoppeling omvat. Het koppelen van de snelkoppeling en de aansluiting gebeurt bij voorkeur gelijktijdig met plaatsing van de houder door de transporteur in de opslag of op of aan de drager. Het systeem kan overigens geheel in een cabine zijn geplaatst, 15 die ook onder een overdruk ten opzichte van de omgeving daarvan kan worden gehouden. Druk in de houder zal dan bij voorkeur hoger zijn dan die in de cabine om een overdruk in de houder ten opzichte van de omgeving daarvan in stand te houden, en zo een stroom lucht, gas of anderszins vanuit de 20 houder op gang te houden. Met een overdruk in de houder ten opzichte van de directe omgeving daarvan kan het binnendringen van ziektekiemen worden tegengegaan en/of kunnen ziektekiemen in de houder daaruit worden uitgedreven. Bestrijdingsmiddelen in toegevoerde luchtstromen kunnen 25 dienen om ziektekiemen, schimmels, rot en andere bestrijdbare verschijnselen te weren. Wanneer een dusdanig drukluchtleidingstelsel ten minste verbindbaar is met een bron van C02 gas of andere voedingsstoffen en/of bestrijdingsmiddelen, is het mogelijk om additioneel 30 voedingsstoffen en/of bestrijdingsmiddelen aan het plantmateriaal toe te dienen via een luchtstroom of een stroom C02.
3
Een uitvoeringsvorm met een deksel voor de houder en een drukluchtleidingstelsel kan verder de eigenschap vertonen dat het deksel aan de naar de ruimte gerichte zijde een ten minste met de snelkoppeling te verbinden leiding met 5 ten minste twee, langs de leiding verspreide uitstroomopeningen omvat. Aldus kan toegediende druklucht gelijkmatig over het binnenste van de houder worden verspreid. In een uitvoeringsvorm waar C02 of andere voedingsstoffen of bestrijdingsmiddelen aan de druklucht 10 wordt of worden toegevoegd, krijgen planten (of ander plantmateriaal) die gelijkmatiger toegediend dan wanneer een enkele inblaasopening voor de druklucht is aangebracht (hetgeen overigens niet is uitgesloten als mogelijke uitvoeringsvorm van de uitvinding). Als aanvulling of als 15 alternatief is het mogelijk dat een enkele houder zonder leiding aan het deksle is verschaft en de houder of het deksel op ten minste twee locaties om de omtrek daarvan te verbinden zijn met het drukluchtleidingstelsel om daarlangs direct druk te voeren in het binnenste van de houder.
20 In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen, dat de drager ten minste één bak omvat, de opslag ten minste een watertoevoer en een waterafvoer naar en van de bak omvat en de houder in of bij de bodem daarvan ten minste één doorgang omvat voor 25 doorlating van water van of naar de bak. Aldus kan water of enig andere vloeistof, al dan niet met additionele voedingsstoffen daarin, naar het binnenste van de houder worden gevoerd. Ook kunnen bestrijdingsmiddelen om ziektekiemen, schimmels, rot en andere bestrijdbare 30 verschijnselen te weren, aan het water worden toegevoegd. In een uitvoeringsvorm met een deksei hoeft deze niet te worden afgenomen, en blijft de drempel voor ziektekiemen in stand, ook tijdens bewatering. Bij voorkeur is het waterniveau in 4 de bak altijd zo hoog, dat de doorgang geheel onder water blijft, zodat ook daarlangs geen ziektekiemen kunnen doordringen naar en in het binnenste van de houder.
Daarbij kan het gunstig zijn om te voorzien in een 5 niveauregeling voor instelling van een hoogte van een waterniveau in de bak. Daarmee kan de functionaliteit van een eb-vloed systeem worden verschaft, waar een niveau van water in het binnenste van de houder selectief via de doorgang(en) van of in de houder in of bij de bodem daarvan 10 kan worden verhoogd of verlaagd. In een hoog niveau kan substraat in de houder, waar planten in groeien, worden verzadigd, en in een laag niveau kan nog water worden toegediend aan de wortels en bovendien ook de temperatuur daarvan worden beïnvloed. Gebleken is dat koeling van de 15 wortels van planten een gunstig effect heeft op de ontwikkeling van planten, hetgeen met een niveauregeling goed te beheersen valt. Het verdient de voorkeur als het water in de bak op het laagste niveau daarvan de doorgang(en) in of bij de bodem van de houder nog geheel 20 sluit. Elk tussen de lage en hoge niveaus gelegen niveau is ook mogelijk.
In een praktisch uitvoeringsvorm kan het systeem met de niveauregeling zijn uitgevoerd met een ten minste in hoogte instelbare overloop naar de waterafvoer. Dit is een elegante 25 en goed, betrouwbaar en robuust te besturen vormgeving.
In een uitvoeringsvorm met ten minste een water bevattende bak en een doorgang in de houder kan het gunstig zijn als de bak staanders onder de houder omvat of de houder voeten omvat, om de doorgang vrij te houden voor doorlating 30 van water van of naar de bak.
In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen, dat de drager langs ten minste een rand daarvan een opstaande kant omvat en de 5 houder langs of bij ten minste één tegenover de bodem gelegen rand van de zijwand een flens omvat. De flens biedt daarbij een aangrijpingsmogelijkheid voor de transporteur om de houder aan te grijpen en over de opstaande kant te 5 bewegen. Daarbij kan het gunstig zijn als de transporteur een aangrijping omvat, welke is ingericht om selectief in te werken op de flens en de houder over de kant te tillen. Daarbij kan het gunstig zijn als de flens een omkanting omvat en de aangrijping een onder de flens en achter de 10 omkanting te bewegen stang omvat. Als alternatieven kunnen vingers of tanden worden benut om op de genoemde plaats op de houder aan te grijpen. Een stang heeft als voordeel dat deze langer kan zijn dan de zijde van de houder met de flens en de omkanting. Aldus kan een kettingaandrijving aan 15 weerseinden van de stang op de stang aangrijpen en door de stang opwaarts tegen de flens te bewegen, kan de houder met de stang mee worden genomen om opgetild te worden. Aldus kan de houder over de opstaande kant van de houder worden bewogen.
20 In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen, dat de opslag ten minste twee, tegenover elkaar opgestelde dragers omvat en de transporteur daartussen verplaatsbaar is. Als aanvulling of als alternatief kan het systeem volgens de uitvinding de 25 eigenschap vertonen dat de opslag ten minste twee boven elkaar opgesteld dragers in een kastopstelling omvat, waarbij de transporteur langs ten minste één zijde daarvan verplaatsbaar is. Aldus kan een zeer efficiënt ruimtegebruik worden verwezenlijkt met één van beide maatregelen, hetgeen 30 nog verder wordt opgevoerd in een uitvoeringsvorm met beide maatregelen.
In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen, dat de transporteur 6 aansluit op ten minste een van een aanvoer en een afvoer voor aanlevering, resp. afvoer van de houder naar, resp. van de opslag. Hierdoor is een verdere verbetering van de automatiseringsgraad te verwezenlijken.
5 In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding met zowel de aanvoer als de afvoer, de eigenschappen dat een samenstel van de transporteur, de aanvoer en de afvoer een in hoofdzaak gesloten bewegingspad voor verplaatsing van de houder definieert. Aldus kunnen de 10 herkomst en de uiteindelijke bestemming van de houder bij elkaar worden gebracht, hetgeen leidt tot een zeer efficiënt ruimtegebruik. Op de plaats van herkomst van de houder(s) kan plantmateriaal in de houder worden geplant, waartoe mensen of robots kunnen worden ingezet. Op de plaats va 15 bestemming kunnen planten uit de houder worden genomen, ook weer door mensen of met robots geautomatiseerd, om de planten over te plaatsen in een tray voor meerdere planten en/of potten voor afzonderlijke planten en/of andere afvoermogelijkheden.
20 In een uitvoeringsvorm met ten minste één van een aanvoer en een afvoer, kan het systeem verder omvatten: een tegenover de ten minste ene van de aanvoer en de afvoer ten opzichte van de opslag gelegen verwerkingsstation voor het met betrekking tot het plantmateriaal verwerken van de 25 houder. Aan de zijde van de aanvoer kan een plantstation zijn aangebracht en aan de zijde van de afvoer kunnen planten worden overgepakt in andere soorten elementen als trays, potten enzovoorts.
In een uitvoeringsvorm met de aanvoer en de afvoer in 30 een in hoofdzaak gesloten bewegingspad en het verwerkingsstation kan het systeem verder de eigenschap vertonen dat het verwerkingsstation is gelegen langs het bewegingspad. Houders kunnen uit het bewegingspad daarvan 7 worden gevoerd naar het verwerkingsstation zodat de aan- en afvoer niet hoeven te stoppen als de houder bij een verwerkingstation aankomt. In een dusdanige uitvoeringsvorm kan het systeem verder de eigenschap vertonen, dat het 5 verwerkingsstation een zijspoor ten opzichte van de aanvoer, resp. de afvoer definieert. Hiermee wordt bedoeld dat het zijspoor op zich weer transportmiddelen kan bevatten.
In een mogelijk uitvoeringsvorm vertoont het systeem volgens de uitvinding de eigenschappen van een besturing 10 voor ten minste de transporteur. De besturing kan de bewegingen en verplaatsingen van de houder aldus gecontroleerd laten verlopen. Er zijn zelfs uitvoeringsvormen denkbaar waarin de besturing de positie van elke houder kan bepalen, bijvoorbeeld met barcodes of 15 RFID sensoren, om de juiste houder uit de opslag te nemen, en/of een bepaalde houder op een beschikbare vrije plaats in de opslag te zetten. Tevens kan in een geheugen worden bijgehouden waar de houder is, bijvoorbeeld in de opslag, om een dergelijk doel te verwezenlijken.
20 De onderhavige uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld daarvan, onder verwijzing naar de bijgevoegde tekening. Daarbij zullen referentienummers worden gebruikt voor gelijke en gelijksoortige componenten, elementen en aspecten, ongeacht 25 of deze tot verschillende uitvoeringsvormen behoren. De in de tekeningen getoonde uitvoeringsvormen dienen op geen enkele wijze te worden opgevat als beperkend voor de onderhavige uitvinding. Het betreft slechts voorbeelden van mogelijke uitvoeringsvormen binnen het kader van de 30 onderhavige uitvinding, zoals die is gedefinieerd in, in het bijzonder, enkelvoudige onafhankelijke hoofdconclusie nr. 1.
In de tekening toont: 8
Fig. 1 een schematisch bovenaanzicht van een systeem volgens de onderhavige uitvinding;
Fig. 2 een aanzicht in de richting van pijl II in fig.
l; 5 Fig. 3 schematisch een detail van het systeem volgens de onderhavige uitvinding;
Fig. 4 in meer detail een ander aspect van het systeem volgens de onderhavige uitvinding;
Fig. 5 een zijaanzicht van een deel van het systeem 10 volgens de onderhavige uitvinding, overeenkomstig fig. 2;
Fig. 6, 7 en 8 een deel van de werking tonen van het systeem volgens de onderhavige uitvinding in diverse toestanden;
Fig. 9 gedeeltelijk opengewerkt aanzicht toont van een 15 houder in een als bak met water vormgegeven drager van een opslag;
Fig. 10 een perspectivisch aanzicht toont van een transporteur voor of in een systeem volgens de onderhavige uitvinding; 20 Fig. 11 in meer detail een deel toont van de transporteur uit fig. 10;
Fig. 12 een liftmechanisme toont voor het in fig. 11 getoonde deel van de transporteur uit fig. 10;
Fig. 13 en 14 de werking tonen van de transporteur bij 25 het oppakken of wegzetten van houders; en
Fig. 15-17 aanzichten in diverse toestanden tonen van een mechanisme voor het oppakken of wegzetten van houders in of uit de opslag.
In fig. 1 is een systeem 1 volgens de onderhavige 30 uitvinding getoond. Het systeem 1 omvat een opslag 2 voor opslag van houders 3 met daarin plantmateriaal, zoals zaad dat opgekweekt moet worden tot jonge planten. In de opslag worden daartoe de optimale omstandigheden gecreëerd in de 9 hier getoonde uitvoeringsvorm per afzonderlijke houder. Om de opslag 2 kan een wand zijn aangebracht met sluizen of deuren voor het toelaten van een transporteur 4. Een aanvoer 5 strekt zich uit tot bij een eindpunt van de 5 bewegingsvrijheid van de transporteur 4, en een afvoer 6 strekt zich uit vanaf een ander eindpunt van de bewegingsvrijheid van de transporteur 4. Over de aanvoer 5 aangeleverde houders 3 kunnen worden opgenomen door de transporteur 4, die vervolgens de opslag 2 in kan rijden.
10 Links en rechts van de bewegingsbaan van de transporteur 4 zijn stellingen 6 geplaatst met plankvormige of bakvormige dragers om houders 3 daar selectief op of in te kunnen zetten.
De transporteur 4 is verplaatsbaar langs een geleider 15 7, die zich tussen eindpunten uitstrekt buiten de opslag 2, waarmee de bewegingsruimte van de transporteur 4 aansluit op het einde van de aanvoer 5 en het begin van de afvoer 6. De geleider 7 is in fig. 2 weergegeven in de uitvoeringsvorm van een rail.
20 Terug in fig. 1 zijn in een overgangsgebied tussen de aanvoer 5 en de afvoer 6 verwerkingsstations 8 opgesteld.
Bij de verwerkingsstations 8 kunnen medewerkers zijn opgesteld, die het plantmateriaal in de houders 3 kunnen verwerken of aldaar geschiedt een andere, geautomatiseerde 25 bewerking. Bijvoorbeeld kunnen de houders 3 in één van de verwerkingsstations 8 worden gevuld met plantaardig materiaal of kan plantaardig materiaal aldaar juist uit de houders worden genomen.
In fig. 2 is getoond dat de opslag 2 een frame 9 omvat, 30 dat een bekleding 10 draagt, evenals een van de twee in de opslag 2 opgestelde stellingkasten met planken of bakken, waarover hieronder nadere informatie volgt.
10
In fig. 2 is slechts één van de twee stellingkasten 11 getoond en is de daartegenover aangebrachte stellingkast, aan de andere zijde ten opzichte van de rail 7, voor de inzichtelijkheid van de figuur weggelaten.
5 De opslag 2 omvat een drukluchtleidingstelsel 12, dat schematisch in fig. 3 op zichzelf is weergegeven. Het drukluchtleidingstelsel 12 strekt zich uit langs dragers of bakken van de stellingkast 11. Het drukluchtleidingstelsel 12 omvat aansluitingen 14, waar (hieronder nader te 10 beschrijven) snelkoppeling als deel van houders 3 op kunnen aansluiten, zodra een bak 3 op een drager of in een bak van de opslag wordt gezet met behulp van de transporteur 4.
In fig. 4 is weergegeven dat het drukluchtleidingstelsel 12 zich langs bakken 13 van de 15 opslag 2 uitstrekt, welke bakken 13 een uitvoeringsvorm zijn van dragers. De bakken hebben opstaande randen om hierin water te bevatten. De bakken 13 zijn ook in fig. 2 weergegeven. De opstaande randen zijn aangeduid met referentienummer 15. De houders omvatten doorgangen 16 of 20 gaten in of nabij de bodem van de houders 3. Water in de bakken 13 kan de houders 3 instromen, of juist daaruit, door de doorgangen 16 of gaten heen.
Wanneer een houder 3 in een van de bakken 13 wordt gezet door de transporteur 4, ontstaat een aansluiting op 25 het drukluchtleidingstelsel 12 van fig. 3, zodat het binnenste van de houders 3 op overdruk kan worden gehouden ten opzichte van de omgeving. In een uitvoeringsvorm, waarbij de bekleding 10 of huid van de opslag 2 een afdoende afdichting vormt, kan ook de ruimte in de opslag 2 op een 30 overdruk worden gehouden ten opzichte van de omgeving daarvan.
De stellingkast 11 omvat verder, zoals in fig. 4 is getoond, een niveauregeling voor instelling van een hoogte 11 van een waterniveau in de bak 13. Deze niveauregeling omhelst onder meer in hoogte instelbare overlopen 17 voor afvoer van water uit de bakken 13, wanneer het waterniveau hoger is dan een ingestelde stand van de in hoogte 5 verstelbare overloop 17. Dit is ook in fig. 5 weergegeven.
In fig. 5 is tevens weergegeven dat een watertoevoer 18 is verschaft, waarmee water alleen in de bovenste van de dragers vormende bakken 13 hoeft te worden gevoerd. Om en om links en rechts kan vervolgens water neerwaarts stromen naar 10 een ondergelegen van de bakken 13 tot bij een waterafvoer 19 die aansluit op een reservoirbuis 20. Water in de reservoirbuis 20 kan worden gecirculeerd, doordat de watertoevoer 18 is aangesloten op de reservoirbuis 20. Opgemerkt wordt dat dit watersysteem voor het gevuld houden 15 van de als bakken vormgegeven dragers van de opslag kan zijn of worden vervangen door een slang of leiding aan de transporteur, juist omdat die toch in staat moet worden geacht elke houder op of in de dragers te bereiken, en aldaar ook in staat zal zijn met de waterslang of leiding de 20 bakvormige drager naar behoefte bij te vullen met water.
In fig. 6-8 is getoond, hoe de stand van de overlopen 17 bepalend kan zijn voor het waterniveau in elk van de bakken 13 en aldus, via de doorgangen 16, eveneens in het binnenste van de houders 3. Wanneer, vanuit de situatie, 25 zoals die in fig. 6 is getoond, de overloop 17 omhoog wordt bewogen, kan het waterniveau in de betreffende bak 13 stijgen, en daarmee tevens in het binnenste van de houder 3. In de in fig. 6 getoonde toestand is het waterniveau dusdanig laag, dat eigenlijk alleen koeling van plantwortels 30 wordt verwezenlijkt, waar nauwelijks enige bevochtiging van een substraat is. In de toestand van fig. 7 kan het substraat ook worden bevochtigd, terwijl in de nog hogere 12 toestand van fig. 8 volledige verzadiging van het substraat (niet getoond) in de houder 3 kan worden bewerkstelligd.
In fig. 9 is schematisch weergegeven, hoe een houder 3 kan samenwerken met het drukluchtleidingstelsel 12. Daartoe 5 is op de houder 3 een deksel 19 aangebracht, met daarboven bijvoorbeeld een lichtbron voor het verschaffen van afdoende licht aan de plant in het binnenste van de houder 3. Onder het deksel 19 is een leiding 20 aangebracht, die in open verbinding staat met het drukluchtleidingstelsel 12. Aan de 10 druklucht, die met het drukluchtleidingstelsel wordt toegevoerd, kan bijvoorbeeld CO2 of een willekeurig bestrijdingsmiddel zijn toegevoegd om een voedingsstof voor het plantmateriaal in het binnenste van de houder 3 te verschaffen. Door CO2 of bestrijdingsmiddel vanaf 15 verschillende punten over de planten in de houder 3 uit te laten stromen, kunnen alle planten in het binnenste van de houder 3 optimaal voordeel genieten van deze voedingsstof of het bestrijdingsmiddel (het gebruik waarvan door een goede distributie juist kan worden geminimaliseerd). De leiding 20 20 kan aan de binnenzijde van de zijwanden 21 van de houder 3 zijn aangebracht of aan de onderzijde van het deksel 19. Het verdient wellicht de voorkeur om de leiding 20 aan de onderzijde van het deksel 19 aan te brengen, omdat daarmee de toegang tot het plantmateriaal in het binnenste van de 25 houder 3 optimaal blijft, wanneer het deksel van de houder 3 wordt afgenomen. Aangezien beide opties mogelijk zijn (leiding 20 tegen binnenwand houder 3 of onder deksel 19) is in het midden gelaten op welke wijze de snelkoppeling van de houder 3 een open verbinding tot stand brengt met het 30 drukluchtleidingstelsel 12, doch zulks ligt ruimschoots binnen het normale kunnen van de vakman op dit gebied, zodat verdere beschrijving van de snelkoppeling hier achterwege blijft.
13
In fig. 10 is de transporteur 4 in meer detail en op zichzelf getoond. De transporteur 4 omvat een raam 22, dat over rail 7 in fig. 10 in de richting van dubbele pijl A verplaatsbaar is. In het raam 22 is een grijper 23 5 aangebracht, die op en neer beweegbaar is in de richting van dubbele pijl B. De grijper 23 is op de in fig. 12 getoonde wijze op en neer beweegbaar in de richting van dubbele pijl B, te weten met een kabelgestel. Daarbij zijn twee kabels onderling aan elkaar bevestigd met een koppelstuk 24. Een 10 eerste uiteinde van de grijper 23 is bevestigd aan een eerste kabel 25, terwijl het andere uiteinde van de grijper 23 is bevestigd aan de tweede kabel 26. De kabels 25,26 zijn in afzonderlijke gesloten lussen om keerwielen 27 geslagen, waarbij ten minste één van de keerwielen 27 is verbonden met 15 een aandrijfmotor (niet getoond). Door het betreffende keerwiel 27 aan te drijven met behulp van de niet getoonde motor komen beide kabels 25,26 in beweging om de grijper 23 op en neer te bewegen in de richting van dubbele pijl B.
In fig. 11 is de grijper in meer detail getoond. De 20 grijper 23 omvat een aantal kettingen 28, welke in rondgaande lussen zijn geslagen om omkeerwielen. Aan de kettingen 28 zijn stangen 29 aangebracht, die met de kettingen 28 rond kunnen bewegen in de lus, die door elke van de kettingen 28 is gedefinieerd. Bij voorkeur is elke 25 ketting 28 afzonderlijk aan te drijven, wellicht met een enkelvoudige motor en een gepaste overbrenging naar elke van de afzonderlijke kettingen 28. De stangen 29 dienen om een houder aan te grijpen en uit een bak 13 te nemen op de hieronder nader te beschrijven wijze. De omgekeerde beweging 30 is vanzelfsprekend ook mogelijk.
In fig. 13 is de grijper 23 in zijaanzicht getoond, evenals een aantal houders 3. Vanuit de in fig. 13 getoonde positionering wordt de grijper 23 bewogen in de richting van 14 één van de houders 3 in de richting van pijl C, na op de gewenste hoogte hiertoe te zijn gebracht.
Elke houder 3 heeft een flens 30 en een omkanting 31 onder een hoek ten opzichte van de flens 30. De kettingen 28 5 van de grijper 23 worden zodanig aangedreven, dat stangen 29 terechtkomen in de door de flens 30 en de omkanting 31 gedefinieerde ruimte. Door verdere opgaande beweging van de stangen 29 kan de houder 3 worden opgetild en over de kanten 15 van de bakken 13 worden getrokken. Bij het bereiken van 10 een volledig opgenomen stand van de houder 3 in de grijper 23 bereikt een tweede stang een voelarm 32, die daardoor weggedrukt wordt. Daarmee wordt de motor buiten werking gesteld. Als alternatief kan een overbrenging tussen de motor en de kettingen 28 buiten werking worden gesteld, als 15 de voelarm 32 wordt aangeroerd door de tweede stang 29. Het terugzetten van een houder 3 in de opslag gebeurt in omgekeerde volgorde, hetgeen mogelijk is gemaakt door de ruimte, die is gedefinieerd door de flens 30 en de omkanting 31. Trekken of duwen met de stang 29 in deze ruimte maakt 20 namelijk geen verschil. De hierboven beschreven opeenvolging van aangrijpen van een houder 3 met een stang in de door de flens 30 en de omkanting 31 gedefinieerde ruimte, het uitnemen van een houder uit een bak 13 van de opslag en het opnemen van de bak 13 in de grijper 23 is weergegeven in de 25 opeenvolging van de figuren 15-17. Ook is hier in meer detail de voelarm 32 weergegeven, welke met een schakelaar in verbinding staat om de motor uit te schakelen of de overbrenging tussen de motor en de kettingen buiten werking te stellen.
30 In het voorgaande is een specifieke uitvoeringsvorm van een systeem volgens de onderhavige uitvinding beschreven, zoals ook getoond in de bijgevoegde figuren. De uitvinding is echter op zichzelf tot geen enkele van de specifieke 15 uitvoeringsvormen beperkt, aangezien de uitvinding is gedefinieerd in de bijgevoegde conclusie, in het bijzonder de enkelvoudige hoofdconclusie nr. 1.
In het voorgaande is telkens verwezen naar een eb- en 5 vloed systeem, dat met een toevoer en bestuurbare overlopen kan worden geregeld. Opgemerkt wordt hier, dat de als robot uit te voeren transporteur kan zijn of worden uitgerust met een slang of andere (water)leiding om naar behoefte als bakken vormgegeven dragers van de opslag te vullen. Er 10 kunnen dan bijvoorbeeld sensoren worden of zijn toegepast, om het waterniveau in de bak(ken) te meten en de robot aan te sturen om water in een betreffende bak toe te voegen. Daarmee kan de configuratie volgens Fig. 5 vervallen.
Daarmee samenhangend kan een besturing en andere 15 sensoren zijn of worden verschaft, bijvoorbeeld om C02 in een houder te meten en de toevoer daarvan middels het drukleidingstelsel naar behoefte te verhogen of the verlagen, en waterniveau-sensoren kunnen in de bak(ken) (dragers) of in de houder(s) zijn of worden aangebracht.
20 Temperatuur-sensoren kunnen een besturing voorzien van gemeten temperaturen, op basis waarvan het waterniveau geregeld kan worden, bijvoorbeeld om alleen de wortels te koele met een laag waterniveau in de bak(ken) of juist om de houder of althans substraat daarin geheel te doordrenken met 25 water, waartoe in de houder ook vochtigheidsmeters in samenhang met het substraat kan bevatten. Zo blijkt dat er uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding alle mogelijke en denkbare sensoren en besturingen kunnen bevatten zonder af te wijken van de beschermingsomvang voor 30 de onderhavige uitvinding, en dat geldt eveneens voor allerhande mogelijke en denkbare eigenschappen, elementen en componenten, voor zover deze niet zijn uitgesloten in de definitie van de beschermingsomvang volgens de bijgevoegde 16 conclusies en eigenlijk dan alleen de bijgevoegde hoofdconclusie.

Claims (21)

1. Een systeem voor het kweken van plantmateriaal, omvattende: 5. ten minste één houder met ten minste een bodem en zijwanden, welke een ruimte definiëren voor opname daarin van het plantmateriaal en eventueel een substraat; - een opslag met ten minste één drager voor het selectief accommoderen van de houder; en 10. ten minste één transporteur voor verplaatsing van de houder van en naar de drager van de opslag.
2. Het systeem volgens conclusie 1, waarbij de houder een deksel met een naar de ruimte gerichte zijde en een buitenwaarts gerichte zijde omvat.
3. Het systeem volgens conclusie 1 of 2, waarbij de opslag een drukluchtleidingstelsel met ten minste een aansluiting voor een snelkoppeling en de houder de snelkoppeling omvat.
4. Het systeem volgens conclusie 3, waarbij het 20 drukluchtleidingstelsel ten minste verbindbaar is met een bron van C02 gas.
5. Het systeem volgens conclusie 3 of 4, waarbij het drukluchtleidingstelsel ten minste verbindbaar is met een bron van bestrijdingsmiddelen.
6. Het systeem volgens ten minste conclusies 2 en 3, waarbij het deksel aan de naar de ruimte gerichte zijde een ten minste met de snelkoppeling te verbinden leiding met ten minste twee, langs de leiding verspreide uitstroomopeningen omvat.
7. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, waarbij de drager ten minste één bak omvat, de opslag ten minste een watertoevoer en een waterafvoer naar en van de bak omvat en de houder in of bij de bodem daarvan ten minste één doorgang omvat voor doorlating van water van of naar de bak.
8. Het systeem volgens conclusie 7, verder omvattende een niveauregeling voor instelling van een hoogte van een 5 waterniveau in de bak.
9. Het systeem volgens conclusie 8, waarbij de niveauregeling ten minste een in hoogte instelbare overloop naar de waterafvoer omvat.
10. Het systeem volgens conclusie 7, 8 of 9, waarbij de 10 bak staanders onder de houder omvat of de houder voeten omvat, om de doorgang vrij te houden voor doorlating van water van of naar de bak.
11. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, waarbij de drager langs ten minste een rand 15 daarvan een opstaande kant omvat en de houder langs of bij ten minste één tegenover de bodem gelegen rand van de zijwand een flens omvat.
12. Het systeem volgens conclusie 11, waarbij de transporteur een aangrijping omvat, welke is ingericht om 20 selectief in te werken op de flens en de houder over de kant te tillen.
13. Het systeem volgens conclusie 12, waarbij de flens een omkanting omvat en de aangrijping een onder de flens en achter de omkanting te bewegen stang, ten minste één vinger 25 of ten minste één tand omvat.
14. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, waarbij de opslag ten minste twee, tegenover elkaar opgestelde dragers omvat en de transporteur daartussen verplaatsbaar is.
15. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, waarbij de opslag ten minste twee boven elkaar opgesteld dragers in een kastopstelling omvat, waarbij de transporteur langs ten minste één zijde daarvan verplaatsbaar is.
16. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, waarbij de transporteur aansluit op ten minste 5 een van een aanvoer en een afvoer voor aanlevering, resp. afvoer van de houder naar, resp. van de opslag.
17. Het systeem volgens conclusie 16 met zowel de aanvoer als de afvoer, waarbij een samenstel van de transporteur, de aanvoer en de afvoer een in hoofdzaak 10 gesloten bewegingspad voor verplaatsing van de houder definieert.
18. Het systeem volgens conclusie 16 of 17, verder omvattende: een tegenover de ten minste ene van de aanvoer en de afvoer ten opzichte van de opslag gelegen 15 verwerkingsstation voor het met betrekking tot het plantmateriaal verwerken van de houder.
19. Het systeem volgens conclusies 17 en 18, waarbij het verwerkingsstation is gelegen langs het bewegingspad.
20. Het systeem volgens conclusie 19, waarbij het 20 verwerkingsstation een zijspoor ten opzichte van de aanvoer, resp. de afvoer definieert.
21. Het systeem volgens ten minste een voorgaande conclusie, verder omvattende een besturing voor ten minste de transporteur. 25
NL2008573A 2012-03-30 2012-03-30 Systeem voor kweken van plantmateriaal. NL2008573C2 (nl)

Priority Applications (9)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008573A NL2008573C2 (nl) 2012-03-30 2012-03-30 Systeem voor kweken van plantmateriaal.
NL2009632A NL2009632C2 (nl) 2012-03-30 2012-10-15 Systeem voor opslag en/of uitgifte van producten en/of verpakkingen.
CA2868963A CA2868963A1 (en) 2012-03-30 2013-03-26 System for storage and/or dispensing of products and/or packagings
JP2015503146A JP2015511568A (ja) 2012-03-30 2013-03-26 製品及び/又はパッケージを保管及び/又は分配するためのシステム
CN201380024146.3A CN104661515A (zh) 2012-03-30 2013-03-26 用于产品和/或包装的存储和/或分配的系统
EP13720097.8A EP2830410B1 (en) 2012-03-30 2013-03-26 System for storage and/or dispensing of products and/or packagings
PCT/NL2013/050222 WO2013147597A1 (en) 2012-03-30 2013-03-26 System for storage and/or dispensing of products and/or packagings
US14/389,118 US9914588B2 (en) 2012-03-30 2013-03-26 System for storage and/or dispensing of products and/or packagings
PCT/NL2013/050229 WO2013147603A1 (en) 2012-03-30 2013-03-27 System for cultivating plant material

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008573 2012-03-30
NL2008573A NL2008573C2 (nl) 2012-03-30 2012-03-30 Systeem voor kweken van plantmateriaal.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2008573C2 true NL2008573C2 (nl) 2013-10-01

Family

ID=47324336

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2008573A NL2008573C2 (nl) 2012-03-30 2012-03-30 Systeem voor kweken van plantmateriaal.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL2008573C2 (nl)
WO (1) WO2013147603A1 (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2018002B1 (en) * 2016-12-14 2018-06-26 Logiqs B V System for cultivating plants or vegetables
US12256682B2 (en) * 2016-12-22 2025-03-25 Inevitable Technology Inc. System and method for automating transfer of plants within an agricultural facility
CN107155683A (zh) * 2017-06-02 2017-09-15 深圳市正冠科技有限公司 一种高智能园林绿化自动浇灌系统
WO2019056057A1 (en) * 2017-09-19 2019-03-28 Vertical Farm Systems Pty Ltd APPARATUS AND METHODS FOR AUTOMATED VERTICAL AGRICULTURE
US11778956B2 (en) 2018-04-06 2023-10-10 Walmart Apollo, Llc Automated vertical farming system using mobile robots
DE102018128968B3 (de) * 2018-11-19 2020-03-19 Jungheinrich Aktiengesellschaft Gewächshausanlage
WO2020146944A1 (en) * 2019-01-15 2020-07-23 Advanced Intelligent Systems Inc. System and method for automated farming of potted plants
WO2021202827A1 (en) 2020-04-01 2021-10-07 Shamrock Greens, Inc. Multi-plane configurable grow system for controlled environment agriculture
IT202200022209A1 (it) * 2022-10-28 2024-04-28 Green Earth S R L Dispositivo per la coltura idroponica

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0142643A2 (de) * 1983-08-27 1985-05-29 Rollax Ingegneria SA Anordnung für die Lagerung, die Behandlung und den Umschlag von Pflanzen
CH697385B1 (de) * 2005-04-27 2008-09-15 Karl Annen Anlage zum Treiben und Ernten von Chicorée-Zapfen.
EP1975089A1 (en) * 2007-03-29 2008-10-01 Waterdrinker Aalsmeer B.V. Process for the treatment of a danish container

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0142643A2 (de) * 1983-08-27 1985-05-29 Rollax Ingegneria SA Anordnung für die Lagerung, die Behandlung und den Umschlag von Pflanzen
CH697385B1 (de) * 2005-04-27 2008-09-15 Karl Annen Anlage zum Treiben und Ernten von Chicorée-Zapfen.
EP1975089A1 (en) * 2007-03-29 2008-10-01 Waterdrinker Aalsmeer B.V. Process for the treatment of a danish container

Also Published As

Publication number Publication date
WO2013147603A1 (en) 2013-10-03

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2008573C2 (nl) Systeem voor kweken van plantmateriaal.
CN111492898B (zh) 用于生长蘑菇的系统
ES2908927T3 (es) Estantería de cultivo para productos hortícolas
KR20130133891A (ko) 식물 재배 장치
KR101022025B1 (ko) 식물 재배 장치
US11678616B2 (en) Plant cultivation system using trolley conveyor
CN108024508A (zh) 高密度园艺种植系统、方法和设备
US20110197981A1 (en) Processing System for Plant Containers
EP3837967B1 (en) Device for the aeroponic cultivation of plant products
JP2015037383A (ja) 植物栽培装置
JP2012010633A (ja) 育苗箱搬送装置及び温湯加温・冷却設備及び栽培施設
EP3826452B1 (en) Plant cultivation system and apparatuses therefor
JP2014036580A (ja) 植物処理装置及び植物栽培装置
JP6233755B2 (ja) 栽培システム
EP2319296A1 (en) Processing system for plant holders
CN115968617A (zh) 一种野生植物种植框移栽设备
JP6350701B2 (ja) 段積設備
JP5724297B2 (ja) 段積設備
JP3300568B2 (ja) 仮植装置
NL1031686C2 (nl) Kasinrichting en werkwijze voor gebruik van een robot daarin.
JP6107909B2 (ja) 段積設備
KR101822747B1 (ko) 포트 상토 충전장치
KR20230099699A (ko) 스마트 팜 시스템
JPH08322392A (ja) 仮植装置の穴開け機構
JP5812218B2 (ja) 段積設備

Legal Events

Date Code Title Description
HC Change of name(s) of proprietor(s)

Owner name: VISCON GROUP HOLDING B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: VISSER 'S-GRAVENDEEL HOLDING B.V.

Effective date: 20221125

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20250401