NL2009485C2 - Het bergen van verontreinigd materiaal. - Google Patents

Het bergen van verontreinigd materiaal. Download PDF

Info

Publication number
NL2009485C2
NL2009485C2 NL2009485A NL2009485A NL2009485C2 NL 2009485 C2 NL2009485 C2 NL 2009485C2 NL 2009485 A NL2009485 A NL 2009485A NL 2009485 A NL2009485 A NL 2009485A NL 2009485 C2 NL2009485 C2 NL 2009485C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
contaminated
mixture
contaminated material
layer
water
Prior art date
Application number
NL2009485A
Other languages
English (en)
Inventor
Dick Waning
Original Assignee
Grovawa B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Grovawa B V filed Critical Grovawa B V
Priority to NL2009485A priority Critical patent/NL2009485C2/nl
Priority to EP13184906.9A priority patent/EP2708293B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2009485C2 publication Critical patent/NL2009485C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09BDISPOSAL OF SOLID WASTE NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B09B1/00Dumping solid waste
    • B09B1/008Subterranean disposal, e.g. in boreholes or subsurface fractures
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09BDISPOSAL OF SOLID WASTE NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B09B1/00Dumping solid waste
    • B09B1/002Sea dumping

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Processing Of Solid Wastes (AREA)

Description

Het bergen van verontreinigd materiaal
De uitvinding betreft een werkwijze en inrichting voor het bergen van verontreinigd materiaal. In het bijzonder betreft de uitvinding het bergen van verontreinigd materiaal 5 onder natte condities. De uitvinding betreft verder een samenstelling geschikt voor het bergen van verontreinigd materiaal, in het bijzonder het bergen van bodemas onder natte condities.
Jaarlijks wordt er in Europa enkele tientallen miljoen ton verontreinigd materiaal 10 gegenereerd door afvalcentrales. Dit materiaal wordt veelal afgezet als bouwstof in de wegenbouw, bijvoorbeeld als vulmateriaal in hoofdzakelijk taluds voor en als ophoging onder snelwegen, of in de constructie van geluidsbarrières. Ook wordt dergelijk materiaal wel toegepast in stortplaatsafdekking.
15 De toepassing van verontreinigd vulmateriaal is echter beperkt door het gevaar van uitloging van zware metalen, sulfaten en chloriden, hetgeen tot verontreiniging van het grondwater kan leiden. Om deze reden is het op een stortplaats bergen van verontreinigde materialen aan strenge eisen onderhevig, zeker als deze materialen in contact kunnen komen met drink- of recreatiewaterbassins. Er is de industrie, overheden 20 en maatschappelijke organisaties veel aan gelegen de toepasbaarheid van verontreinigd materiaal verder te vergroten.
Een doel van onderhavige uitvinding is derhalve een verbeterde werkwijze en inrichting voor het bergen van verontreinigd materiaal te verschaffen.
25
De uitvinding verschaft hiertoe een werkwijze voor het bergen van een verontreinigd materiaal onder een waterlaag omvattende de bewerkingsstappen van: a) het toevoeren van het verontreinigde materiaal, b) het toevoeren van bodemmateriaal, c) het mengen van het verontreinigde materiaal met het bodemmateriaal en d) het aanbrengen van het 30 mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal in of onder een zich onder een waterlaag bevindende retentielaag, waarbij het mengsel in bewerkings stap d) niet in contact staat met de waterlaag, en de retentielaag bodemmateriaal omvat.
2
Een voordeel van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is dat door het aanbrengen van een mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal in of onder een, zich onder een wateroppervlak of grondwaterstand bevindende, retentielaag de uitloging van verontreiniging, waaronder zware metalen, zeer sterk wordt gereduceerd 5 vergeleken met een, in een zich boven het wateroppervlak of grondwaterstand bevindende retentielaag aangebracht verontreinigd materiaal. In de bekende huidige toepassing, wordt verontreinigd materiaal in een retentielaag aangebracht waarvan de retentielaag, bestaande uit klei of kunststoffolie, zich boven een wateroppervlak of grondwaterstand bevindt. Externe factoren, waaronder atmosferische invloeden zoals 10 regenwater, bevochtigen de retentielaag met als gevolg dat het water onder invloed van de zwaartekracht door het verontreinigde materiaal percoleert. Als gevolg van het percolerende water vindt er uitloging plaats van verontreinigingen, waaronder zware metalen, uit het geïsoleerde verontreinigd materiaal. De werkwijze volgens onderhavige uitvinding voorkomt het probleem van uitloging van verontreinigingen, waaronder 15 zware metalen, door een mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal in of onder een retentielaag te brengen waarbij de retentielaag zich onder een wateroppervlak en/of grondwaterstand bevindt. Als gevolg van het aanbrengen van het mengsel in of onder een retentielaag die zich onder een waterlaag bevindt, zal uitloging van verontreinigingen enkel kunnen plaatsvinden door middel van diffusie. De kracht die 20 door middel van diffusie op het mengsel wordt uitgeoefend is significant lager dan de zwaartekracht zoals deze in de huidige toepassing op het geïsoleerd verontreinigd materiaal wordt uitgeoefend.
Daarnaast voorkomt de werkwijze volgens onderhavige uitvinding verdere uitloging 25 door middel van het mengen van het verontreinigd materiaal met bodemmateriaal alvorens deze in of onder de retentielaag aan te brengen. Door menging van beide materialen ontstaat een sterke adhesie tussen de verontreinigingen, waaronder zware metalen, en het bodemmateriaal. Door deze adhesie wordt de diffusiekracht verder beperkt hetgeen de kans op uitloging van verontreinigingen verder reduceert. Om 30 uitloging naar het grondwater verder te voorkomen bevindt zich bij voorkeur onder de retentielaag een isolatielaag.
3
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens onderhavige uitvinding wordt het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel in de retentielaag boven de isolatielaag aangebracht.
5 Onder “verontreinigd materiaal” wordt materiaal verstaan waarvan het eluaat één of meerdere zware metalen bevat waarvan de concentratie boven de vastgestelde interventiewaarde ligt. Als referentie wordt hier een interventiewaarde voor koper van 75 pg/L aangehouden. Voor zware metalen als cadmium en lood geldt een interventiewaarde van respectievelijk 6 pg/L en 75 pg/L. Verontreinigd materiaal kan 10 bijvoorbeeld bodemas omvatten. De concentraties zware metalen in bijvoorbeeld bodemas liggen boven de interventiewaarden hetgeen verontreiniging van het grondwater kan veroorzaken. Voorbeelden van bodemas zijn AVI-bodemas en E-bodemas of poederkoolbodemas.
15 De term “bodemmateriaal” omvat materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam of uit niet waterhoudende bodemsoorten. Bodemmateriaal omvat zowel droog als nat bodemmateriaal. Droog bodemmateriaal kan bijvoorbeeld grond en/of zand omvatten. Nat bodemmateriaal kan bijvoorbeeld opgebaggerd bodemmateriaal omvatten, zoals baggerspecie, slib of natte klei. Bij 20 voorkeur is het bodemmateriaal volgens onderhavige uitvinding niet verontreinigd en vallen de concentraties zware metalen binnen de interventiewaarden zoals hierboven gedefinieerd. Het bodemmateriaal dat gemengd wordt met het verontreinigd materiaal kan verschillend zijn van het bodemmateriaal dat in de retentielaag is toegepast.
25 De isolatielaag volgens onderhavige uitvinding omvat materiaal, bij voorkeur niet- verontreinigd bodemmateriaal, zoals schone grond en/of schone bagger. De retentielaag kan bijvoorbeeld verontreinigde bagger omvatten.
De waterlaag kan volgens onderhavige uitvinding een oppervlaktewaterlaag omvatten.
30 In geval van een oppervlaktewaterlaag kan deze worden gevormd door een meer of waterbassin.
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens onderhavige uitvinding omvat deze verder het aanbrengen en/of het aanvullen van de retentielaag. In een voorkomend geval 4 bevat de locatie voor het bergen van het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel een natuurlijke retentielaag bestaande bodemmateriaal. De huidige uitvinding voorziet in het geval een dergelijke natuurlijke retentielaag ontbreekt in het aanbrengen van een retentielaag bestaande uit niet-verontreinigd bodemmateriaal alvorens de werkwijze 5 volgens onderhavige uitvinding uit te voeren. Indien nodig kan gedurende de uitvoering van de werkwijze de retentielaag worden aangevuld met bodemmateriaal. Bij verdere voorkeur wordt een isolatielaag aangebracht alvorens de retentielaag aan te brengen.
De isolatielaag volgens onderhavige uitvinding heeft in een voorkomend geval een 10 hoogte van ten minste (ongeveer) 1 meter, bij voorkeur is deze hoogte ten minste ongeveer 2 meter om een voldoende isolerende laag te realiseren.
De term “ongeveer” zoals hierin gebruikt is bedoeld om waarden te omvatten met een afwijking van 10% van de aangegeven waarden. Bij voorkeur omvat de term 15 “ongeveer” waarden die 5% afwijken van de aangegeven waarden.
In een verdere uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding bedraagt de afstand tussen het in of onder de retentielaag aangebrachte mengsel en de zich boven de retentielaag bevindende waterlaag ten minste ongeveer 1 meter, bij voorkeur bedraagt 20 deze afstand ten minste ongeveer 2 meter.
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens onderhavige uitvinding bevat het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel een gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal dat ten hoogste ongeveer 6 maal de gewichtshoeveelheid van het 25 bodemmateriaal is. Er is gebleken dat bij een overschrijding van de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal bij meer dan ongeveer 7 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal, de adhesie tussen de verontreinigingen en het bodemmateriaal dusdanig laag is, dat uitloging van verontreinigingen uit het mengsel niet voorkomen kan worden. Bij voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het 30 verontreinigd materiaal ongeveer 0,1 tot ongeveer 4 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal. Bij meer voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal ongeveer 0,5 tot ongeveer 2 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal. Bij meeste voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal ongeveer 1 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal. Er is 5 gebleken dat de verhouding 1 deel bodemmateriaal en 1 deel verontreinigd materiaal een optimaal resultaat geven met betrekking tot het verwerken van de verschillende toevoerstromen van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal, de verwerkbaarheid van het te storten mengsel en de verhouding verontreinigd materiaal ten opzichte van 5 het bodemmateriaal in combinatie met de gewenste adhesie van het mengsel.
In een andere uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens onderhavige uitvinding omvat de werkwijze verder het aanvoeren van water gedurende bewerkingsstap c). Zowel het aangeleverde verontreinigd materiaal en/of het aangeleverde bodemmateriaal bevat in 10 de praktijk een wisselende hoeveelheid water. Om de werkwijze volgens onderhavige uitvinding, namelijk de menging van beide materialen en verwerking van het mengsel, consistent te houden kan ervoor gekozen worden het watergehalte in het mengsel aan te passen. Bij voorkeur wordt door middel van het aanvoeren van water gedurende bewerkingsstap c) de viscositeit van het mengsel verhoogd, en wordt bij voorkeur de 15 viscositeit van het mengsel verlaagd door bijmenging van relatief droog (verontreinigd) materiaal. Daarnaast is het mogelijk om door middel van aanpassing van het watergehalte de adhesie van het mengsel te beïnvloeden.
Bij voorkeur wordt het watergehalte zo laag mogelijk gehouden en bedraagt het 20 watergehalte van het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel aanwezige water minder dan ongeveer 20 gew-% van de totale samenstelling. Bij meer voorkeur bedraagt het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel aanwezige water minder dan ongeveer 15 gew-% van de totale samenstelling. Een optimale verhouding tussen de adhesie van het mengsel en de viscositeit, zijnde de verpompbaarheid, van het mengsel wordt bereikt bij een 25 samenstelling waarin het watergehalte ongeveer 10 gew-% bedraagt van de totale samenstelling.
Het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel kan op verschillende manieren worden gemengd. In een uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding omvat de werkwijze 30 het homogeen mengen van het verontreinigd materiaal en het bodemmateriaal, hetgeen inhoudt dat er een gelijkmatige verdeling is van het verontreinigd materiaal in het bodemmateriaal. Een dergelijke matrix voorkomt dat verontreinigde componenten uitlogen uit het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel. In een alternatieve uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding omvat de werkwijze een 6 bewerkingsstap cl) waarin bodemmateriaal en verontreinigd materiaal wordt gemengd, gevolgd door bewerkingsstap c2) waarin het gevormde mengsel met aanvullend bodemmateriaal wordt gemengd. Een voordeel van het mengen omvattende twee of meerdere mengstappen is dat een substantieel deel van het bodemmateriaal zich in de 5 buitenste laag van het mengsel zal bevinden.
Het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel staat niet in contact met de waterlaag gedurende bewerkingsstap d) door het transporteren van het mengsel door een door de waterlaag verlopende leiding. In een uitvoeringsvorm is de leiding een hoofdzakelijk 10 verticaal geplaatste cilindervormige leiding. Bij voorkeur is de cilindervormige leiding ingericht om deze op- en neer te kunnen bewegen of ten opzichte van het bodemoppervlak te kunnen verplaatsen in het horizontale vlak.
In een alternatieve uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding wordt 15 bewerkingsstap c) uitgevoerd door een intelligent zelfregulerend systeem. Een dergelijke intelligent systeem kan bijvoorbeeld ingericht zijn voor het samenstellen van de juiste mengverhoudingen verontreinigd materiaal en bodemmateriaal. Daarnaast kan een intelligent systeem ingericht zijn voor het reguleren van de aanvoer van water zowel voor, tijdens als na het mengproces. In het onderhavige geval kan het intelligent 20 zelfregulerend systeem bestaan uit een computer die een analyse kan uitvoeren van resultaten zoals gegenereerd gedurende de bewerkingsstap c) en waarin de computer aan de hand van de analyse de mengverhouding en de middelen ingericht voor het aanvoeren van water kan aansturen. Bij voorkeur meet het intelligent zelfregulerend systeem de sterkte van de elektrische stroom die benodigd is om het mengsel door de, 25 door de waterlaag verlopende, leiding te transporteren.
In een verdere uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding bevat de werkwijze een bewerkingsstap e) waarin na het aanbrengen van het mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal, een mengsel bestaande uit hoofdzakelijk bodemmateriaal 30 door de leiding wordt getransporteerd alvorens de leiding uit de retentielaag te verwijderen.
De uitvinding verschaft verder een inrichting voor het bergen van een verontreinigd materiaal onder een waterlaag, omvattende ten minste één toevoerinrichting voor het 7 aanvoeren van het verontreinigde materiaal, ten minste één toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal, ten minste één menginrichting ingericht voor het mengen van het verontreinigde materiaal met het bodemmateriaal en ten minste één stortinrichting, waarbij de stortinrichting een waterlaag doorsnijdt en uitmondt in of 5 onder een zich onder een waterlaag bevindende retentielaag en waarbij de retentielaag bodemmateriaal omvat.
Om een goede menging van het verontreinigd materiaal en het bodemmateriaal te verkrijgen is bij voorkeur de menginrichting voorzien van één of meerdere schoepen. In 10 een alternatieve uitvoeringsvorm kan de menginrichting ook voorzien zijn van een transportschroef. Verder kan de menginrichting zijn voorzien van één of meerdere water aanvoermiddelen om de viscositeit en adhesie van het mengsel te kunnen beheersen.
In een uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding is de inrichting voorzien van 15 een intelligent zelfregulerend systeem, zoals een computer. Een dergelijk intelligent zelfregulerend systeem voorziet in de mogelijkheid om de mengverhoudingen van het verontreinigd materiaal en het bodemmateriaal in de menginrichting te regelen. Daarnaast kan de inrichting volgens onderhavige uitvinding voorzien zijn van meetsensoren die het watergehalte kunnen bepalen in het aangevoerde verontreinigd 20 materiaal, het aangevoerde bodemmateriaal en/of het in de menginrichting gevormde mengsel. Deze meetsensoren zijn bij voorkeur verbonden met het intelligent zelfregulerend systeem waar aan de hand van de gegenereerd resultaten de water aanvoermiddelen en het mengsysteem kunnen worden aangestuurd om zo het watergehalte van het mengsel te kunnen beheersen.
25
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de toevoerinrichting voor het aanvoeren van verontreinigd materiaal en/of de toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal ten minste één trechter voor het lossen van het verontreinigd materiaal en/of het bodemmateriaal. Een trechter maakt het mogelijk om verontreinigd materiaal 30 en/of bodemmateriaal dat wordt aangevoerd door schepen te lossen in de menginrichting. Bij voorkeur omvat de inrichting volgens onderhavige uitvinding ten minste twee gescheiden trechterdelen voor het separaat kunnen lossen van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal alvorens deze in de menginrichting te mengen. Een 8 dergelijke gescheiden trechterinrichting maakt het mogelijk om de mengverhouding van het verontreinigd materiaal en het bodemmateriaal te reguleren.
In een alternatieve uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding omvat de 5 toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal een drijvende leiding. Bij voorkeur is de drijvende leiding voor het aanvoeren van bodemmateriaal verbonden met een zand- of snijkopzuiger of is de drijvende leiding verbonden met een sleephopperzuiger.
10 In een verdere uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding omvat de stortinrichting een hoofdzakelijk verticaal geplaatste leiding. Omvat de leiding verder een transportschroef waarmee het mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal door de leiding in de richting van de retentielaag wordt getransporteerd. Een dergelijke transportschroef heeft als verder voordeel dat het mengsel van verontreinigd materiaal 15 en bodemmateriaal in de retentielaag kan worden geperst en daarmee een sterkere adhesie, zijnde een verdere beperking van de diffusiekracht, kan bewerkstelligen.
De uitvinding verschaft verder een samenstelling voor het bergen van verontreinigd materiaal onder een waterlaag, omvattende een mengsel van het verontreinigde 20 materiaal en bodemmateriaal waarbij het verontreinigde materiaal en het bodemmateriaal homogeen gemengd zijn en waarbij de gewichtshoeveelheid verontreinigd materiaal ten hoogste ongeveer 6 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal is.
25 Bij voorkeur omvat de samenstelling een gewichtshoeveelheid verontreinigd materiaal dat ongeveer 0,5 tot ongeveer 5 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal is. Bij voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal ongeveer 0,1 tot ongeveer 4 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal. Bij meer voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal ongeveer 0,5 tot 30 ongeveer 2 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal. Bij meeste voorkeur is de gewichtshoeveelheid van het verontreinigd materiaal ongeveer 1 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal.
9
In een verdere uitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding omvat de samenstelling een watergehalte van minder dan ongeveer 20 gew-% van de totale samenstelling. Bij meer voorkeur omvat de samenstelling een watergehalte minder dan ongeveer 15 gew-% van de totale samenstelling. Een optimale verhouding tussen de adhesie van het 5 mengsel en de viscositeit, zijnde de verpompbaarheid, van het mengsel wordt bereikt bij een samenstelling waarin het watergehalte ongeveer 10 gew-% bedraagt van de totale samenstelling.
In een andere uitvoeringsvorm omvat het verontreinigd materiaal van de samenstelling 10 bodemas, zoals AVI-bodemas, E-bodemas of poederkoolbodemas, en omvat het bodemmateriaal van de samenstelling opgebaggerd bodemmateriaal, zoals baggerspecie.
Vervolgens zal de onderhavige uitvinding verder worden toegelicht aan de hand van de 15 bijgaande tekeningen, waarin voorstellen:
Figuur 1: een laad- en losinrichting voor het toevoeren en mengen van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal;
Figuur 2: een menginrichting voor het mengen en storten van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal; 20 Figuur 3: een stortinrichting die uitmondt in een retentielaag; en
Figuur 4: een totaaloverzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens onderhavige uitvinding.
Figuur 1 geeft een uitvoeringsvorm weer van de inrichting volgens onderhavige 25 uitvinding waarin schepen 1 bevattende bodemmateriaal en/of verontreinigd materiaal zijn aangemeerd bij een drijfwerktuig 2, zoals een ponton of casco van een cutterzuiger of sleephopperzuiger, waarop grijpwerktuig 3, zoals een kraan voorzien van een sorteergrijper, is gestationeerd voor het uit de schepen 1 lossen van het aangevoerde verontreinigde materiaal en/of aangevoerde bodemmateriaal. Het drijfwerktuig 2 is 30 verder voorzien van stortkokers 4, bevattende transportbanden 5, voor het storten van bodemmateriaal, zoals baggerspecie, slib, zand of andere soortgelijke materialen, of schone bagger onder het wateroppervlak. Daarnaast omvat het drijfwerktuig 2 een tweetal van elkaar gescheiden trechters, ingericht voor het lossen van verontreinigd materiaal 6a en bodemmateriaal 6b alvorens deze twee ingangsmaterialen te mengen in 10 de menginrichting 7. De menginrichting 7 omvat een in hoofdzaak gesloten houder met een invoer en een uitvoer. In de houder is een aantal op een centrale as aangebrachte schoepen 8 opgenomen, die voorzien in een goede menging van de materialen. De menginrichting 7 kan verder meetmiddelen omvatten (hier niet afgebeeld) die het 5 watergehalte bepalen van de twee ingangsmaterialen in de verschillende trechters alsmede het watergehalte van het mengsel in de menginrichting. De menginrichting kan verder water aan- en afvoermiddelen omvatten (hier niet afgebeeld) die overtollig water kunnen afvoeren of waar nodig het mengsel kunnen voorzien van extra water om de viscositeit van het mengsel te reguleren. De inrichting kan verder een intelligent 10 zelfregulerend systeem, zoals een computer, omvatten (hier niet afgebeeld) die verbonden is met de meetmiddelen en de water aan- en afvoermiddelen om het watergehalte in het mengsel te reguleren. Daarnaast kan het intelligent zelfregulerend systeem verbonden zijn met een middel (hier niet afgebeeld) dat de mengverhouding verontreinigd materiaal en bodemmateriaal bepaalt.
15
Figuur 2 geeft een uitvoeringsvorm weer van de inrichting volgens onderhavige uitvinding, waarin op een drijfwerktuig 2, twee gescheiden trechters zijn geplaatst voor het toevoeren van verontreinigd materiaal 6a en bodemmateriaal 6b aan een menginrichting 7 bevattende schoepen 8. De menginrichting wordt geroteerd om de 20 lengteas door rotatiemiddelen 9, die aangrijpen op het manteloppervlak van de houder van de menginrichting 7. In een andere uitvoeringsvorm omvat de menginrichting 7 een schroef (hier niet afgebeeld) voor het mengen van beide ingangsmaterialen. Het in de menginrichting 7 gevormde mengsel 10 van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal wordt vervolgens gestort in een stortinrichting 11.
25
Figuur 3 geeft een stortinrichting 11 weer die hoofdzakelijk vertikaal gepositioneerd is en een waterlaag 12 doorsnijdt en uitmondt in een retentielaag 13, die in onderhavige uitvoeringsvorm bodemmateriaal omvat. De retentielaag 13 kan reeds aanwezig zijn of werd vanaf het drijfwerktuig 2 door de stortkokers 4 onder het wateroppervlak gebracht. 30 De stortinrichting omvat een doorvoerleiding 14, zoals een cilindervormige buis, omvattende een transportschroef 15 die het mengsel 10 van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal in de retentielaag 13 perst. De retentielaag 13 kan aan de onderkant zijn voorzien van een isolatielaag 16 omvattende schone bagger. De isolatielaag 16 is bij voorkeur aangebracht op een zandbodem 17. Figuur 3 geeft verder een reeds 11 aangebrachte hoeveelheid mengsel 18 van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal weer.
Figuur 4 geeft een totaaloverzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting weer 5 omvattende schepen 1 voor het aanvoeren van verontreinigd materiaal en/of bodemmateriaal en een op een drijfwerktuig 2 gepositioneerd grijpwerktuig 3 voor het lossen van materialen die worden gemengd in een menginrichting 7. Het mengsel 10 van verontreinigd materiaal en/of bodemmateriaal wordt door middel van een stortinrichting 11 in een retentielaag 13 gestort, waarbij de stortinrichting een waterlaag 10 12 doorsnijdt en uitmondt in de retentielaag 13. Een isolatielaag 16 kan onder de retentielaag 13 worden aangebracht waarbij de isolatielaag 16 op een zandbodem 17 rust.

Claims (25)

1. Werkwijze voor het bergen van verontreinigd materiaal onder een waterlaag, omvattende de bewerkingsstappen van: 5 a) het toevoeren van het verontreinigde materiaal; b) het toevoeren van bodemmateriaal; c) het mengen van het verontreinigde materiaal met het bodemmateriaal; en d) het aanbrengen van het mengsel van verontreinigd materiaal en bodemmateriaal in of onder een zich onder de waterlaag bevindende 10 retentielaag, waarbij het mengsel in bewerkings stap d) niet in contact staat met de waterlaag en de retentielaag bodemmateriaal omvat.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk dat deze verder het 15 aanbrengen en/of aanvullen van de retentielaag omvat.
3. Werkwijze volgens conclusies 1 of 2, met het kenmerk dat de zich onder de retentielaag een isolatielaag bevindt.
4. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de hoogte van de isolatielaag ten minste ongeveer 1 meter bedraagt.
5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het mengsel in de retentielaag boven de isolatielaag wordt aangebracht. 25
6. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de afstand tussen het in of onder de retentielaag aangebrachte mengsel en de zich boven de retentielaag bevindende waterlaag ten minste ongeveer 1 meter bedraagt.
7. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat in het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel de gewichtshoeveelheid van het verontreinigde materiaal ten hoogste ongeveer 6 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal is, bij voorkeur ongeveer 1 maal.
8. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat bewerkingsstap c) het aanvoeren van water omvat.
9. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het 5 in bewerkingsstap c) gevormde mengsel ten hoogste ongeveer 20 gew-% water omvat ten opzichte van het totale mengsel.
10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het in bewerkingsstap c) gevormde mengsel homogeen gemengd is. 10
11. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de bewerkingsstap c) wordt uitgevoerd door een intelligent zelfregulerend systeem.
12. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het 15 niet in contact komen van het mengsel met de waterlaag wordt gerealiseerd door het transporteren van het mengsel door een door de waterlaag verlopende leiding.
13. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het verontreinigd materiaal bodemas omvat. 20
14. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het bodemmateriaal opgebaggerd bodemmateriaal en/of droog bodemmateriaal omvat.
15. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de 25 isolatielaag niet-verontreinigde baggerspecie omvat.
16. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de waterlaag een waterbassin omvat.
17. Inrichting voor het bergen van een verontreinigd materiaal onder een waterlaag, omvattende: ten minste één toevoerinrichting voor het aanvoeren van het verontreinigde materiaal; ten minste één toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal; ten minste één menginrichting ingericht voor het mengen van het verontreinigde materiaal met het bodemmateriaal; en 5 - ten minste één stortinrichting, waarbij de stortinrichting een waterlaag doorsnijdt en uitmondt in of onder een zich onder een waterlaag bevindende retentielaag en waarbij de retentielaag bodemmateriaal omvat.
18. Inrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk dat de menginrichting is voorzien van één of meerdere schoepen.
19. Inrichting volgens conclusies 17 of 18, met het kenmerk dat de menginrichting is voorzien van één of meerdere water aanvoermiddelen. 15
20. Inrichting volgens één van de conclusies 17 tot en met 19, met het kenmerk dat de menginrichting is voorzien van een intelligent zelfregulerend systeem.
21. Inrichting volgens één van de conclusies 17 tot en met 20, met het kenmerk dat 20 de toevoerinrichting voor het aanvoeren van verontreinigd materiaal en/of de toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal ten minste één trechter voor het lossen van het verontreinigd materiaal en/of het bodemmateriaal omvat.
22. Inrichting volgens één van de conclusies 17 tot en met 21, met het kenmerk dat 25 de toevoerinrichting voor het aanvoeren van bodemmateriaal een drijvende leiding omvat.
23. Inrichting volgens één van de conclusies 17 tot en met 22, met het kenmerk dat de stortinrichting een hoofdzakelijk verticaal geplaatste leiding omvat en waarbij de 30 leiding een transportschroef omvat.
24. Samenstelling voor het bergen van verontreinigd materiaal onder een waterlaag, omvattende een mengsel van: a) het verontreinigde materiaal; en 5 b) bodemmateriaal, waarbij het verontreinigde materiaal en het bodemmateriaal homogeen gemengd zijn en waarbij de gewichtshoeveelheid verontreinigd materiaal ten hoogste ongeveer 6 maal de gewichtshoeveelheid van het bodemmateriaal is.
25. Samenstelling volgens conclusie 24, met het kenmerk dat het verontreinigd materiaal bodemas omvat en het bodemmateriaal opgebaggerd bodemmateriaal omvat.
NL2009485A 2012-09-18 2012-09-18 Het bergen van verontreinigd materiaal. NL2009485C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009485A NL2009485C2 (nl) 2012-09-18 2012-09-18 Het bergen van verontreinigd materiaal.
EP13184906.9A EP2708293B1 (en) 2012-09-18 2013-09-18 Method for the storage of contaminated material generated by waste processing plants

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009485 2012-09-18
NL2009485A NL2009485C2 (nl) 2012-09-18 2012-09-18 Het bergen van verontreinigd materiaal.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2009485C2 true NL2009485C2 (nl) 2014-03-19

Family

ID=47116201

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2009485A NL2009485C2 (nl) 2012-09-18 2012-09-18 Het bergen van verontreinigd materiaal.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2708293B1 (nl)
NL (1) NL2009485C2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2013179B1 (nl) * 2014-07-14 2016-09-13 Grovawa B V Het bergen van verontreinigd materiaal.
CN106153014A (zh) * 2015-04-23 2016-11-23 中交疏浚技术装备国家工程研究中心有限公司 耙吸挖泥船施工位置水下3d地形的制作系统
CN106153015A (zh) * 2015-04-23 2016-11-23 中交疏浚技术装备国家工程研究中心有限公司 绞吸挖泥船施工位置水下3d地形的制作系统

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3379013A (en) * 1964-12-29 1968-04-23 Halliburton Co Method of disposing of waste materials
JPS58139775A (ja) * 1982-02-13 1983-08-19 Shimizu Constr Co Ltd フライアツシユの廃棄方法
JPS6448922A (en) * 1987-08-13 1989-02-23 Penta Ocean Construction Artificial ground improving work for tunnel excavation by shield work
GB2237273A (en) * 1989-10-16 1991-05-01 Churchill Phillips Anthony Attenuated hazardous waste disposal system
JPH04290541A (ja) * 1991-03-19 1992-10-15 Hitachi Ltd 炭酸ガスの海洋への処理方法及びそのための処理システ           ム
US5915885A (en) * 1996-02-09 1999-06-29 Dredging International N.V. Method for vertical displacement of masses underneath the earth's surface

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3379013A (en) * 1964-12-29 1968-04-23 Halliburton Co Method of disposing of waste materials
JPS58139775A (ja) * 1982-02-13 1983-08-19 Shimizu Constr Co Ltd フライアツシユの廃棄方法
JPS6448922A (en) * 1987-08-13 1989-02-23 Penta Ocean Construction Artificial ground improving work for tunnel excavation by shield work
GB2237273A (en) * 1989-10-16 1991-05-01 Churchill Phillips Anthony Attenuated hazardous waste disposal system
JPH04290541A (ja) * 1991-03-19 1992-10-15 Hitachi Ltd 炭酸ガスの海洋への処理方法及びそのための処理システ           ム
US5915885A (en) * 1996-02-09 1999-06-29 Dredging International N.V. Method for vertical displacement of masses underneath the earth's surface

Also Published As

Publication number Publication date
EP2708293B1 (en) 2020-11-11
EP2708293A1 (en) 2014-03-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9737919B2 (en) Portable wet drilling waste treatment
NL2009485C2 (nl) Het bergen van verontreinigd materiaal.
AU2009300912B2 (en) Apparatus and method for reclaiming material
AU2013330776B2 (en) Method for unloading water-containing bulk material
Holmes Correct sampling and measurement—the foundation of accurate metallurgical accounting
US4359381A (en) Asphalt recycling apparatus
CN104114290A (zh) 干式分离方法及干式分离装置
KR100540516B1 (ko) 준설 퇴적물의 처리 방법 및 처리 장치
US9539625B2 (en) Storage of contaminated material
NL2015167B1 (nl) Werkwijze en inrichting voor het bergen van verontreinigd materiaal.
US8101068B2 (en) Constant specific gravity heat minimization
US10619324B1 (en) Placement area renewal systems and methods
RU2097565C1 (ru) Способ подводной разработки
CN204747052U (zh) 一种重金属废渣稳定化固化处理装置
EP1776485B1 (fr) Dispositif mobile de granulation de fines de laitier
EP1910620B1 (fr) Installation et procede de traitement de deblais limoneux
JP3540838B2 (ja) ジェットグラウトの余剰スライム処理方法及び装置
JP3352499B2 (ja) 建設残土の自動処理装置
JP2882993B2 (ja) 建設汚泥処理材の搬送方法とその装置
Zamorano Surface ore movement, storage, and recovery systems
DE3303746A1 (de) Verfahren und vorrichtung zur beseitigung von gewaesserablagerungen durch ausbaggern und mechanisches entwaessern des baggerguts
JP5207393B2 (ja) 排泥再生処理装置および再生処理方法
BE1032403B1 (nl) Drijvende inrichting voor het vervaardigen van beton op waterwegen
DE8303030U1 (de) Schlamm-entwaesserungsschiff
JP2002079207A (ja) 焼却底灰の分級海面埋立方法

Legal Events

Date Code Title Description
PD Change of ownership

Owner name: LNNOSOIL B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: GROVAWA B.V.

Effective date: 20180611

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20211001