NL2009603C2 - Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. - Google Patents
Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2009603C2 NL2009603C2 NL2009603A NL2009603A NL2009603C2 NL 2009603 C2 NL2009603 C2 NL 2009603C2 NL 2009603 A NL2009603 A NL 2009603A NL 2009603 A NL2009603 A NL 2009603A NL 2009603 C2 NL2009603 C2 NL 2009603C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- folding
- safety device
- leg
- legs
- folding support
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 16
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 12
- 239000011449 brick Substances 0.000 description 2
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 2
- 239000004570 mortar (masonry) Substances 0.000 description 2
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 239000004566 building material Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000010422 painting Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04G—SCAFFOLDING; FORMS; SHUTTERING; BUILDING IMPLEMENTS OR AIDS, OR THEIR USE; HANDLING BUILDING MATERIALS ON THE SITE; REPAIRING, BREAKING-UP OR OTHER WORK ON EXISTING BUILDINGS
- E04G1/00—Scaffolds primarily resting on the ground
- E04G1/28—Scaffolds primarily resting on the ground designed to provide support only at a low height
- E04G1/32—Other free-standing supports, e.g. using trestles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B25—HAND TOOLS; PORTABLE POWER-DRIVEN TOOLS; MANIPULATORS
- B25H—WORKSHOP EQUIPMENT, e.g. FOR MARKING-OUT WORK; STORAGE MEANS FOR WORKSHOPS
- B25H1/00—Work benches; Portable stands or supports for positioning portable tools or work to be operated on thereby
- B25H1/06—Work benches; Portable stands or supports for positioning portable tools or work to be operated on thereby of trestle type
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Ladders (AREA)
Description
100-951-60
Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer, waarbij 5 - ten minste twee klapschragen worden uitgeklapt en geplaatst, waarbij elk van de twee klapschragen een eerste en een tweede klapschraaghelft omvat welke scharnierend met elkaar zijn verbonden, en - ten minste een werkvloerelement op de twee klapschragen wordt geplaatst; 10 voor het vormen van de verhoogde werkvloer.
Een verhoogde werkvloer is in wezen een steiger die in een ruimte wordt geplaatst voor het uitvoeren van bouw- en onderhoudswerkzaamheden, zoals metselen van een binnenmuur, schilderen en behangen.
15 Een probleem is dat een dergelijke werkvloer onveilig is. Een verder probleem is dat om op een andere plaats in de ruimte verder te werken, de verhoogde werkvloer moet worden verplaatst door het afbreken en weer opbouwen ervan, hetgeen tijdrovend is.
De onderhavige uitvinding beoogt deze problemen ten minste deels 20 op te heffen.
Hiertoe wordt een werkwijze volgens de aanhef gekenmerkt doordat aan een langszijde van de verhoogde werkvloer ten minste twee klapschragen elk van een veiligheidsinrichting worden voorzien voor het borgen van de twee klapschraaghelften zodanig dat in geborgde toestand 25 het verkleinen van de hoek tussen de klapschraaghelften tot minder dan 15° onmogelijk is.
Aldus wordt de veiligheid verhoogd. Bijvoorbeeld wanneer een kruiwagen tegen een klapschraag botst zal deze niet inklappen en tot gevolg hebben dat de verhoogde werkvloer instort. Bij instorten zou een 30 persoon op de verhoogde werkvloer ten val komen. Bij de werkwijze volgens de uitvinding kunnen bestaande klapschragen worden gebruikt. Doordat de klapschragen niet in zullen klappen, kan de verhoogde werkvloer ook verschoven worden. Hierdoor is het niet langer nodig een verhoogde werkvloer af te breken en elders in de ruimte weer opnieuw op 35 te bouwen. Het werkvloerelement is in het algemeen een plank of een plaat.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de veiligheidsinrichting een staander omvat met een uiteinde dat in 2 geborgde toestand van de veiligheidsinrichting ten minste 50 cm boven de klapschragen uitsteekt en ten minste twee staanders van veiligheidsinrichtingen van een zich tussen de genoemde ten minste twee staanders uitstrekkend valbeveiligingselement worden voorzien.
5 Het valbeveilingselement kan een tussen de staanders gespannen koord, ketting of net of dergelijke zijn, maar is voor verhoogde veiligheid bij voorkeur een plank. Hiertoe bezitten de staanders bij voorkeur opwaarts gerichte armen die een gleuf definiëren waarin de plank kan worden ingebracht.
10 Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de veiligheidsinrichting op een plaats weg van het genoemde uiteinde een been omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie van een klapschraaghelft.
Bij gebruik van één been zal de staander integraal deel uitmaken 15 van de andere klapschraaghelft.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat op de plaats weg van het genoemde uiteinde van een tweede been is voorzien, waarbij het tweede been is ingericht voor het opnemen van een opstaande framesectie van de tweede klapschraaghelft.
20 Dit maakt het voor een gebruiker mogelijk om zijn bestaande klapschragen te blijven gebruiken. Ook wordt het transportvolume van klapschragen niet onnodig vergroot en het transporteren ervan niet onnodig bemoeiijkt door een uitstekende staander. De hoek tussen de twee benen is in het algemeen gelegen tussen 20 en 90°, bij voorkeur 25 tussen 25 en 45°, zoals 30°.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat twee benen zijn ingericht om van bovenaf op de klapschraaghelften van een uitgeklapte klapschraag te worden geplaatst.
Aldus is er zelfs zonder borging al een enigszins verhoogde mate 30 van veiligheid mogelijk, bijvoorbeeld wanneer een borgpen losraakt. Verder kan de veiligheidsinrichting snel en gemakkelijk worden geplaatst.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de veiligheidsinrichting op een deel ervan waar de twee benen bij elkaar 35 komen boven op de klapschraag afsteunt.
Aldus wordt een zeer stabiele en veilige werkvloer verkregen.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de benen zijn voorzien van gaten voor borgpennen waarmee de 3 veiligheidsinrichting aan de klapschraaghelften wordt vastgemaakt voor het borgen daarvan.
Aldus kan op eenvoudige wijze een borging worden bereikt.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat van een 5 been de gaten waar een borgpen doorheen wordt gestoken zich op verschillende hoogten bevinden en de borgpen eerst in bovenste en daarna in lager gelegen gat wordt gestoken.
Aldus draagt de zwaartekracht bij aan het op zijn plaats houden van de borgpen. Hierdoor wordt de kans verkleind dat deze uit de gaten 10 schiet, ook niet door trillingen bij het verplaatsen van de verhoogde werkvloer over een ongelijke ondergrond.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de staanders zijn voorzien van een beugel die zich dwars op de lengterichting van de verhoogde vloer uitstrekt, boven de klapschragen, 15 en een plank over twee beugels wordt gelegd.
Aldus wordt een plek verschaft om bouwmateriaal zoals stenen, specie enz. op te zetten. Dit werkt gemakkelijker en sneller omdat niet gebukt hoeft te worden. Dit is ook beter voor de gezondheid van de persoon die aan het werk is. Deze verhoogde werkvloer heeft ook 20 verhoogde stabiliteit, omdat deze niet zoals wel bekend los op de verhoogde werkvloer staat, welke werkvloer toch vaak ook wat ongelijk is. Als de veiligheidsinrichting twee benen omvat, strekt de beugel zich uit in een richting dwars op het vlak gedefinieerd door de twee benen.
25 Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat tussen twee staanders op een hoogte tussen 5 en 10 cm boven de verhoogde werkvloer een schopplaat wordt aangebracht.
Een dergelijke schopplaat, zoals een plank, kan verhinderen dat stenen van de verhoogde werkvloer vallen, hetgeen bijdraagt aan de 30 veiligheid. Ook helpt het te verhinderen dat een persoon op de verhoogde werkvloer buiten de verhoogde werkvloer stapt en ten val komt. De schopplaat mag zich vanzelfsprekend ook tot buiten het genoemde bereik uitstrekken, maar is in ieder geval binnen het genoemde bereik aanwezig. Voor het aanbrengen van de schopplaat bezitten de 35 staanders bij voorkeur opwaarts gerichte armen die een gleuf definiëren waarin de schopplaat kan worden ingebracht, overeenkomstig het valbeveiligingselement. Als de veiligheidsinrichting twee benen omvat, strekt de arm zich uit in een richting parallel aan de staander en in 4 een vlak dwars op het vlak gedefinieerd door de twee benen.
Tenslotte heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een veiligheidsinrichting voor het begrenzen van de uitslag van en klapschraag, waarbij de veiligheidsinrichting een basis omvat welke 5 basis - een eerste been omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie van een eerste klapschraaghelft; en - een tweede been omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie van de tweede klapschraaghelft, 10 waarbij de benen een hoek met elkaar maken tussen 15 en 90°, en de benen naar elkaar toe gekeerde uitsparingen bezitten voor het opnemen van de genoemde framesecties, en voor elk been een borgingsorgaan is voorzien.
Een dergelijke veiligheidsinrichting kan doelmatig worden 15 toegepast bij de werkwijze volgens de uitvinding. De hoek die de benen met elkaar maken is bij voorkeur gelegen tussen 20 en 90°, bij voorkeur tussen 25 en 45°, zoals 30°.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de basis is voorzien van een staander met een lengte van ten minste 50 cm.
20 Aldus kan een hoge mate van veiligheid voor personen op de verhoogde werkvloer worden verschaft.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de staander een zich van de basis wegstrekkende arm bezit.
Hierin kan een plank worden aangebracht.
25 Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de staander is voorzien van een zich dwars op de staander uitstrekkende beugel.
Op de beugel kan een plank worden gelegd waarop materiaal of dergelijke kan worden geplaatst.
30 De onderhavige uitvinding zal thans worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin
Fig. 1 toont een vooraanzicht op een uitgeklapte klapschraag voorzien van een veiligheidsinrichting volgens de uitvinding; en
Fig. 2 toont een zijaanzicht op een uitgeklapte klapschraag 35 voorzien van een veiligheidsinrichting volgens de uitvinding.
Fig. 1 toont een vooraanzicht op een opengeklapte klapschraag 100 welke een eerste klapschraaghelft 101 en een tweede klapschraaghelft 102 bezit, welke scharnierbaar met elkaar zijn verbonden middels een 5 scharnier 103 dat hier de vorm heeft van een oog. De klapschraaghelften bezitten opstaande framesecties 111, 112.
Teneinde ongewenst inklappen van de klapschraag 100 te voorkomen, is de klapschraag 100 voorzien van een veiligheidsinrichting 150 welke 5 een basis 153 omvat voorzien van een eerste been 151 en een tweede been 152. De basis 153 rust op de bovenzijde van de klapschraag 100. De benen zijn in de hier getoonde uitvoeringsvorm gemaakt van U-profielen die aan de basis zijn gelast. Hierin worden respectievelijk de framesecties 111, 112 opgenomen. De benen 151, 152 beperken de uitslag 10 van de klapschraaghelften 101, 102 tot 30°.
Aan de proximale uiteinden van de benen (daar waar zij bij elkaar komen), is een doorgang voorzien voor de bovenzijde (het horizontale deel) van de klapschraag 100. In het geval van de hier getoonde uitvoeringsvorm is deze gevormd doordat de benen een opwaartse knik 15 bezitten en de basis 153 relatief breed is waarbij de proximale uiteinden van de benen zich op afstand van elkaar bevinden.
De basis 153 is voorzien van een zich weg van de benen 151, 152 uitstrekkende staander 154, welke hieronder zal worden toegelicht.
De benen 151, 152 zijn voorzien van flenzen 155 met gaten 156 voor 20 het borgen van de framesecties 111, 112 en daarmee de klapschraag 100, zoals eveneens hieronder zal worden toegelicht.
Fig. 2 toont de klapschraag 100 voorzien van de veiligheidsinrichting 150 van Fig. 1 in een zijaanzicht. De benen 151, 152 zijn in Fig. 2 voorzien van borgpennen 201. De gaten 156 van 25 flenzen 155 van een been bevinden zich bij voorkeur op verschillende afstand tot de basis 153, waardoor de borgpen 201 die door de genoemde gaten gaat door de zwaartekracht op zijn plaats wordt gehouden.
Middels planken 202 kan op twee klapschragen een verhoogde werkvloer 203 worden gevormd.
30 De staander 154 is voorzien van een arm 210. Deze kan worden voorzien van een plank 211 welke zich tussen twee veiligheidsinrichtingen uitstrekt voor het vormen van een barrière waardoor de kans dat iemand van de verhoogde werkvloer 203 valt wordt verkleind. Er kan nog een tweede arm aanwezig zijn, dicht bij bij de 35 verhoogde werkvloer 203 voor het verschaffen van een schopplaat om te voorkomen dat iets van de verhoogde werkvloer 203 afvalt.
De staander 154 is bij de in Fig. 2 getoonde uitvoeringsvorm voorzien van een zich daar dwars op uitstrekkende beugel 220. Op 6 beugels van twee veiligheidsinrichtingen kunnen weer een of meer planken worden gelegd, die gebruikt kunnen worden als werkvlak, bijvoorbeeld voor behangen. In de hier getoonde uitvoeringsvorm is de beugel 220 voorzien van een steunbeen 221 dat af kan steunen op de 5 bovenzijde van de uitgeklapte klapschraag 100. Aldus kan de beugel 220 gemakkelijk grote lasten dragen, zoals een stapel bakstenen, een bak met specie enz.
De uitvinding kan binnen het kader van de bijgaande conclusies worden gevarieerd. Zo kan bijvoorbeeld de arm 210 aan de beugel 220 10 zijn bevestigd. Hierdoor kan doelmatig worden voorkomen dat voorwerpen die zich aldaar op het werkvlak bevinden naar beneden vallen.
Claims (14)
1. Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer (203), waarbij 5. ten minste twee klapschragen (100) worden uitgeklapt en geplaatst, waarbij elk van de twee klapschragen (100) een eerste en een tweede klapschraaghelft (101, 102) omvat welke scharnierend met elkaar zijn verbonden, en ten minste een werkvloerelement (202) op de twee klapschragen (100) 10 wordt geplaatst; voor het vormen van de verhoogde werkvloer (203), met het kenmerk, dat aan een langszijde van de verhoogde werkvloer (203) ten minste twee klapschragen (100) elk van een veiligheidsinrichting (150) worden voorzien voor het borgen van de twee klapschraaghelften (101, 102) 15 zodanig dat in geborgde toestand het verkleinen van de hoek tussen de klapschraaghelften (101, 102) tot minder dan 15° onmogelijk is.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de veiligheidsinrichting (150) een staander (154) omvat met een uiteinde dat in geborgde 20 toestand van de veiligheidsinrichting (150) ten minste 50 cm boven de klapschragen (100) uitsteekt en ten minste twee staanders (154) van veiligheidsinrichtingen (150) van een zich tussen de genoemde ten minste twee staanders (154) uitstrekkend valbeveiligingselement (211) worden voorzien. 25
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de veiligheidsinrichting (150) op een plaats weg van het genoemde uiteinde een been (151) omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie (111) van een klapschraaghelft (101). 30
4. Werkwijze volgens conclusie 3, waarbij op de plaats weg van het genoemde uiteinde van een tweede been (152) is voorzien, waarbij het tweede been (152) is ingericht voor het opnemen van een opstaande framesectie (111) van de tweede klapschraaghelft (102). 35
5. Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij twee benen (151, 152) zijn ingericht om van bovenaf op de klapschraaghelften (101, 102) van een uitgeklapte klapschraag (100) te worden geplaatst.
6. Werkwijze volgens een van de conclusies 4 of 5, waarbij de veiligheidsinrichting (100) op een deel ervan waar de twee benen (151, 152) bij elkaar komen boven op de klapschraag (100) afsteunt. 5
7. Werkwijze volgens een van de conclusies 3 tot 6, waarbij de benen (151, 152) zijn voorzien van gaten (156) voor borgpennen (201) waarmee de veiligheidsinrichting (150) aan de klapschraaghelften (101, 102) wordt vastgemaakt voor het borgen daarvan. 10
8. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij van een been (151, 152) de gaten (156) waar een borgpen (201) doorheen wordt gestoken zich op verschillende hoogten bevinden en de borgpen (201) eerst in bovenste en daarna in lager gelegen gat wordt gestoken. 15
9. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de staanders (154) zijn voorzien van een beugel (220) die zich dwars op de lengterichting van de verhoogde vloer uitstrekt, boven de klapschragen (100), en een plank (211) over twee beugels (220) wordt gelegd. 20
10. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij tussen twee staanders (154) op een hoogte tussen 5 en 10 cm boven de verhoogde werkvloer (203) een schopplaat wordt aangebracht.
11. Veiligheidsinrichting voor het begrenzen van de uitslag van en klapschraag (100), met het kenmerk, dat de veiligheidsinrichting (150) een basis (153) omvat welke basis (153) - een eerste been (151) omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie (111) van een eerste klapschraaghelft (101); en 30 - een tweede been (152) omvat voor het opnemen van een opstaande framesectie (111) van de tweede klapschraaghelft (102), waarbij de benen (151) een hoek met elkaar maken tussen 15 en 90°, en de benen (151) naar elkaar toe gekeerde uitsparingen bezitten voor het opnemen van de genoemde framesecties (111), en voor elk been (151, 152) 35 een borgingsorgaan (201) is voorzien.
12. Beveiligingsinrichting volgens conclusie 11, waarbij de basis (153) is voorzien van een staander (154) met een lengte van ten minste 50 cm.
13. Beveiligingsinrichting volgens conclusie 12, waarbij de staander (154) een zich van de basis (153) wegstrekkende arm (210) bezit.
14. Beveiligingsinrichting volgens een van de conclusies 11 tot 13, waarbij de staander (154) is voorzien van een zich dwars op de staander (154) uitstrekkende beugel (220).
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009603A NL2009603C2 (nl) | 2012-10-10 | 2012-10-10 | Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2009603A NL2009603C2 (nl) | 2012-10-10 | 2012-10-10 | Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. |
| NL2009603 | 2012-10-10 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2009603C2 true NL2009603C2 (nl) | 2014-04-14 |
Family
ID=47388671
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2009603A NL2009603C2 (nl) | 2012-10-10 | 2012-10-10 | Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2009603C2 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL9200681A (nl) * | 1992-04-13 | 1993-11-01 | Jozephus Everhardus Albertus K | Werkbok. |
| US20050045422A1 (en) * | 2003-08-26 | 2005-03-03 | Dennis Remmers | Collapsible support assembly |
| WO2007107669A2 (fr) * | 2006-03-20 | 2007-09-27 | Bois Industrie | Treteau repliable |
-
2012
- 2012-10-10 NL NL2009603A patent/NL2009603C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL9200681A (nl) * | 1992-04-13 | 1993-11-01 | Jozephus Everhardus Albertus K | Werkbok. |
| US20050045422A1 (en) * | 2003-08-26 | 2005-03-03 | Dennis Remmers | Collapsible support assembly |
| WO2007107669A2 (fr) * | 2006-03-20 | 2007-09-27 | Bois Industrie | Treteau repliable |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10428536B2 (en) | Scaffold system | |
| KR102241781B1 (ko) | 높이 조절형 이동식 작업대 | |
| NL2018515B1 (nl) | Zwenkligger en steigersysteem met een dergelijk zwenkligger en een werkwijze voor het opbouwen van het steigersysteem. | |
| GB2459181A (en) | Safety work platform | |
| US20050199441A1 (en) | Adjustable scaffold hanger | |
| KR200478605Y1 (ko) | 접이식 작업대 | |
| US9206618B2 (en) | Edge protection system using cantilevered counterweight | |
| US7210558B2 (en) | Scaffold having detachable ladder assembly | |
| US11649677B2 (en) | Movable ladder | |
| NL2009603C2 (nl) | Werkwijze voor het verschaffen van een verhoogde werkvloer. | |
| US20080000721A1 (en) | Ladder safety device | |
| US8360204B2 (en) | Self-adjusting ladder leveling device | |
| NL2006849C2 (nl) | Steigerwerk en voorloopleuning voor toepassing daarin. | |
| CN116265676B (zh) | 一种预防坍塌的建筑脚手架 | |
| US6640930B1 (en) | Locking-collapsible saw horse | |
| NL2005073C2 (nl) | Steiger en opgang. | |
| JP5476051B2 (ja) | 基台および昇降式移動足場 | |
| NL1012205C1 (nl) | Ladder. | |
| RU2186921C1 (ru) | Лестница-стремянка | |
| NL2006571C2 (nl) | Trapsteiger. | |
| JP6497835B2 (ja) | 作業足場台 | |
| BE1017686A6 (nl) | Stelling voor een trap. | |
| JP7121381B2 (ja) | 落下物飛散防止装置 | |
| NL1026655C2 (nl) | Steiger met beschermorgaan en beschermorgaan voor een steiger. | |
| GB2409491A (en) | Safety rails for trestle platform |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20151101 |