NL7909082A - Dubbel doorvoerinzetstuk. - Google Patents

Dubbel doorvoerinzetstuk. Download PDF

Info

Publication number
NL7909082A
NL7909082A NL7909082A NL7909082A NL7909082A NL 7909082 A NL7909082 A NL 7909082A NL 7909082 A NL7909082 A NL 7909082A NL 7909082 A NL7909082 A NL 7909082A NL 7909082 A NL7909082 A NL 7909082A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
insert
leg portion
feed
feedthrough
recess
Prior art date
Application number
NL7909082A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Amerace Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Amerace Corp filed Critical Amerace Corp
Publication of NL7909082A publication Critical patent/NL7909082A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R13/00Details of coupling devices of the kinds covered by groups H01R12/70 or H01R24/00 - H01R33/00
    • H01R13/46Bases; Cases
    • H01R13/53Bases or cases for heavy duty; Bases or cases for high voltage with means for preventing corona or arcing
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S439/00Electrical connectors
    • Y10S439/921Transformer bushing type or high voltage underground connector

Landscapes

  • Connector Housings Or Holding Contact Members (AREA)
  • Details Of Connecting Devices For Male And Female Coupling (AREA)
  • Cable Accessories (AREA)

Description

x T/tj/lh/4
Dubbel doorvoerinzetstuk.
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op elektrische koppelorganen voor elektriciteitsnetten en heeft meer in het bijzonder betrekking op een verbeterd dubbel doorvoerinzetstuk dat met schroefdraad past op een 5 doorvoeropneenistuk van een elektrische transformator.
De 'laatste 'jareri is het, in elektriciteitsnetten zoals' die welke ‘elektrisch vermogen leveren aan industriële gebouwen eh woningen, .gewenst om elektrische dubbele doorvoerinzetstukken .en daarop passende 'elektrische 'elleboog-io - koppelorganen te gebruiken om hbogspanningstoevoerkabels te koppelen met de invoerverbindingen van een aantal ver-l'agingstransformatoren.van hét' elektriciteitsnet. Het gebruik van dergelijk dubbele doorvoerinzetstukken, elimineert in het bijzonder op gunstige wijze de gebruikelijke prak-15 tijk voor het' gebruiken, van onbeschermde vrijliggsnde elektrische huselementen, die tussen de invoeraansluitingen van - k * de transformator en de .primaire windingen' in het huis van de transformator zijn aangebracht', evenals, het verschaffen van een meer compacte 'constructie van. de .transf o'rmator-'20 installaties en al de bijbehorende koppelorganen en kabel-koppe-iingan daarmee.
Wanneer echter de dubbele doorvoerinzetstukken in da- vaste werkzame- aangrij ping worden' gebracht met dë doorvoeropneemstukken'. van. de transformator.,. zijn vaak be-25 paalde oppervlakkige- 'gedeelten. van dé 'dubbele poten van dê dubbele doorvoer, niet op geschikte 'wijze op den lijn met complementaire cppervlakgehiederi van overeenkomende ëlle-boogkogpelorcare.fr, om een verbinding daartussen mogelijk te maken. Dit is zo daar elk van de dubbele poten, die naar 30 buiten uitsteken van het doorvoeropneemstuk. zodanig ten opzichte van elkaar gericht kunnen zijn, dat een eerste poot, bij het koppelen.daarmee 'van een eerste 'overeenkomend ellëboogkbppelorgaan eh de bijbehorende daaraan bevestigde kabel', de koppeling van een volgende elleboog 'met de bij- 7909082 y * -2- behorende kabel aan de overblijvende, tweede of andere poot kan hinderen. Hierdoor wordt het wijzigen van de positie van de dubbele doorvoer nodig door de dubbele doorvoer los te schroeven bij de schroefdraadpen van het opneemstuk van 5 de transformator waaraan het bevestigd is totdat elk. van de dubbele· poten in de juiste stand geroteerd is om met' het overeenkomende elleboogkoppelstuk verbonden, te worden. Het was· gebruikelijk, de 'dubbele 'doorvoer bij de schroefdraadpen over ongeveer een helft van een gehele slag te verdraai-10 en of terug te 'draaien'./ wanneer dit noodzakelijk, was. Een dergelijke conventionele, werkwijze voor het. instellen van een relatieve stand van. de dubbele- doorvoeren ten opzichte van de elieboogkbppel'organeri werd voor het genoemde doel aanvaard.maar heeft vele. 'nadelen. · 15 Vanwege, de hoge stromen die lopen tussen de schroef draadpen .van. de tranformator en de daarmee, gekoppelde dubbele doorvoer./ vergroot het terugbewegen .van de dubbele doorvoer ten opzichte .van de schroefdraadpen. de mogelijkheid dat de daartussen gevormde elektrische, verbinding niet 20 meer voldoet aan de normen zoals gesteld door de Amerikaanse National Electrical. Manufacturers Association, waarbij eveneens de mogelijkheid wordt.vergroot, dat.een slechte of losse elektrische verbinding daartussen wordt gevormd. Hierdoor kan weer een verscheidenheid .aan.extra storingen op-25 treden.zoals boogvorming, oververhitting, bet smelten of verbranden van de bij'de: 'schroefdraadpen' en de ..'dubbele doorvoer behorende daarop passende schroefdraden.. Een dergelijke losse verbinding, kan ook een gevaar vormen voor lijnmonteurs in de nabijheid daarvan, evenals een destructieve 'storing 30 van de. dubbele doorvoer, van het inzetstuk of' de. transformator veroorzaker..
Wanneer de schroefdraad van het koppel'opneemstuk beschadigd was, moest daarvoor nieuwe, schroefdraad worden gevormd. In het geval dat het opneemstuk 'ernstiger was 35 beschadigd, moest het gehele opneemstuk worden vervangen. Wanneer dit gebeurt wordt het noodzakelijk de gemonteerde transformator los' te koppelen en te verwijderen zodat deze naar een werkplaats vervoerd.kan worden waar het beschadig- 7909082 f * -3- de doorvoeropneemstuk verwijderd kan worden en een nieuwe op de plaats daarvan kon worden aangebracht.
Tegen deze achtergrond is het een algemeen doel van de huidige uitvinding middelen te verschaffen voor het· 5 instellen van de stand van een werkzaam gemonteerd dubbel doorvoerinzetstuk voor een transformator dat de vele tekortkomingen en nadelen overwint die kleven aan de vroegere inzets tukken.
Een ander algemeen doel van de huidige uitvinding 10 is middelen te 'verschaffen voor een dubbel döorvoerinzet-stuk voor een transformator dat het mogelijk maakt de stand van het inzets tuk te variëren wanneer deze- in de werkzame stand gemonteerd.is aan de transformator, zonder dat speciale vaardigheden of gereedschappen nodig zijn.
15 Weer een ander doel van de huidige uitvinding is goedkope, eenvoudige middelen te verschaffen voor het instellen van de stand van een werkzaam gemonteerd, dubbel doorvoerinzetstuk voor een transformator, dat eenvoudig te vervaardigen onderdelen omvat.
20 . Een meer specifiek doel van de huidige uitvinding is een dubbel doorvoerinzetstuk voor een transformator t'e verschaffen, .dat.middelen omvat die het mogelijk maken dat het inzetstuk vrij geroteerd wordt over een. bepaalde hoek. in tegengestelde .richtingen, nadat het inzetstuk in de 25 vaste werkzame schroefdraadaangrijping is gebracht met de aansluitpen. van het doorvoeropneemstuk van de 'transformator, zonder dat het hiervoor nodig is de schroefdraadaangrijping daartussen los te maken, waardoor oppervlakgedeelten, die behoren bij de dubbele poten van het inzetstuk op één lijn 3Q gebracht kunnen worden met complementaire'oppervlakgedeelten van overeenkomends, elektrische elleboogkoppelorganen, waardoor het mogelijk wordt de dubbele poten elektrisch te verbinden met de elleboogkoppelorganen, onafhankelijk van de hoekstand waaronder deze in de werkzame stand worden be-35 vestigd, nadat deze zijn verdraaid met het doel een' schroefdraadaangrijping daarvan te bewerkstelligen.
Bovengenoemde, doeleinden, evenals andere doeleinden en voordelen, worden met de huidige uitvinding bereikt, 7909082 r * ι -4- die in het kort een elektrisch koppel'orgaan doorvoerinzet-stuk omvat dat elektrisch hoogspanningskabels met een elektrische transformator kan koppelen en daarin middelen heeft voor het elektrisch en mechanisch, met schroefdraad verbinden 5 van het inzetstuk met de van schroefdraad voorziene, pen van een opneemstuk van een transformatordoorvoer, waarbij deze ver der middelen omvat om hét inzetstuk vrij te kunnen roteren over een. bepaalde, hoek in tegengestelde ‘richtingen nadat het inzetstuk: in de vaste ‘werkzame schroefdraadaan-10 grijping daarmee 'is gedraaid, waarbij die.middelen de noodzaak voor het terugdraaien van het inzetstuk in de doorvoer of het losdraaien van de schroe-fdraadaangrijping daartussen overbodig maakt.
De uitvinding zal hierna verder uiteengezet worden 15 en andere doeleinden en voordelen.daarvan zullen duidelijk worden uit de volgende gedetaileerde beschrijving van een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding weergegeven in de bijgevoegde .tekeningen..
Figuur 1 is een perspectivisch, aanzicht met uit-20 eengenomen*onderdelen., van een dubbel doorvoerinzetstuk- stelsel.volgens de uitvinding en van een.dubbel doorvoer-opneemstuk.van een elektrische verdeeltransformator.
Figuur 2 is een zijaanzicht in doorsnede, van het dubbele doorvoerinzetonderdeel van het stelsel volgens 25 lijn 2-2 in figuur 1.
Figuur 3 is een gedeeltelijke dwarsdoorsnede, van het doorvoerinzétstuk volgens lijn 3-3' in figuur 2.
Figuur 4 is een gedeelte, van. de- doorsnede van 30 figuur 2, waarin op grotere 'schaal een detail, van het onderste gedeelte van het dubbele doorvoerinzétstuk volgens de uitvinding wordt getoond.
Figuur 5 is een eindaanzicht, in doorsnede, van het dubbele doorvoerinzétstuk. volgens lijn 5-5 in figuur 4. 35 In figuur 1-3 wordt schematisch, een voorkeurs uitvoeringsvorm van een dubbel doorvoerinzétstuk. 10 getoond voor het elektrisch koppelen, van een paar hoogspannings, sterkstroom, verdeel- of voedingskabels met een doorvoer- 7909082 -5- * « opneemstuk 12 van een elektrische transformator, zoals typisch gebruikt wordt voor het verdelen van elektriciteit naar industriële en woonbebouwing. Daar de constructie-details van de kabels en de transformator algemeen bekend 5 zijn en geen onderdeel van de huidige uitvinding vormen, zijn deze onderdelen voor de duidelijkheid uit de tekening weggelaten. Het opneemstuk 12 is eveneens van een bekend type en kan bijvoorbeeld zijn het in hef Amerikaanse octrooi-schrift 3.539.972 beschreven, doorvoeropneémstuk.
10 De voorkeursuitvoeringsvorm van het dubbele door- voerinzetstuk 10 omvat een buitenmantel of huisorgaan 14 van halfgeleidend, elastomeermateriaèl, dat op bekende wijze aan het binnenmantel of huisdeel 16 van een isolerend elastomeermateriaal is gegoten. Het inzetstuk 10 omvat verder 15 een centraal gedeelte 18 met een imaginaire centrale hartlijn 20, en een eerste buisvormig, afgeknot, kegelvormig toelopend pootgedeelte 22, dat coaxiaal verloopt met de hartlijn 20, maar zich in. hoofdzaak benedenwaarts uitstrekt vanaf het centrale gedeelte 20, zoals het beste te zien in 20 zijn figuur 1 en 2. Het inzetstuk IQ.omvat ook zijdelings op een afstand van elkaar liggende tweede en derde afgeknot-kegelvormig toelopende pootgedeelten .24 en 26. Elk van de pootgedeelten 24 en 26 heeft een bijbehorende imaginaire centrale hartlijn 28 en 30, die in dwarsrichting verschoven 25 liggende ten opzichte van de centrale hartlijn 20, maar in het algemeen evenwijdig daaraan in hetzelfde vlak verlopen. Elk pootgedeelte- 24. en 26 strekt zich in hoofdzaak omhoog uit van het centrale gedeelte 18, dat zich uitstrekt tussen de pootgedeelten 24, 26, waardoor het inzetstuk IQ 30 dus een. gevorkte vorm heeft.
Binnenin is, met een naar beneden uitstekend pootgedeelte 22, coaxiaal met de hartlijn 20, een massieve elektrisch- geleidende staaf 32 aangebracht, bij voorkeur vervaardigd van metaal zoals aluminium. Het onderste einde 35 van de staaf 32 eindigt op een afstand van het uiteinde van het pootgedeelte 22 en heeft een cilindervormige uitsparing 34, die in verbinding staat met eeh tenminste nagenoeg cilindrische uitsparing 36 in het onderste einde van de poot 7909032 r * -6- 22. De staaf 32 strekt zich omhoog uit vanaf het pootgedeel-22 in het central gedeelte 18, waar deze aan het boveneinde verbonden is met een cilindervormige geleidende dwarsstaaf 38, die bij voorkeur ook van aluminium is. De dwarsstaaf 38 5 en staaf 32 worden stevig met elkaar verbonden pp gebruikelijke wijze, bijvoorbeeld lassen, indien gewenst, kunnen deze staven in een geheel worden vervaardigd bijvoorbeeld door gieten.
De einden aan weerszijnden van de dwarsstaaf 38 10 strekken zich uit tot in het onderste gedeelte van elk pootgedeelte 24,26r waar deze resp. verbonden zijn met identieke metalen (bijvoorbeel aluminium) mantelorganen 40,42, die elk een geleidend huis vormen voor een overeenkomende vrouwelijke Kbppelinrichting 44, die het kontakt-15 orgaan of de pen van een samenwerkend complementair mannelijke nelleboog"koppelorgaan op kan nemen wanneer het huid van deze laatste gekoppeld is met het kegelvormig toelopende buitenoppervlak van elk pootgedeelte.' Het zal dus duidelijk zijn dat het mannelijk kontaktorgaan of de pen opge-20 nomen kan worden in het holle inwendige van het vrouwelijke koppelorgaan 44 en elk bijbehorende 'mantelorgaan 40,42. Dergelijke in elkaargrijpende mannelijke (elleboog) en vrouwelijke koppelorganen zijn algemeen bekend uit de Amerikaanse octrooischriften no.3.539.972 'en 3.654.590.
25 Een alhoewel het vrouwelijke 'orgaan van êën van de genoemde octrooischriften gebruikt kan worden' voor het tèepassen van de huidige uitvinding, wordt bij voorkeur hét verbeterde vrouwelijke koppelorgaan gebruikt zoals beschreven in de Amerikaanse octrooiaanvrage 'no. 937.737. Dit vrouwelijké 30 koppelorgaan 44 dat de voorkeur heeft zal nu kort worden beschreven, waarbij het duidelijk zal zijn dat, daar elk van de twee pootgedeelten 24,26 een gelijk vrouwelijk koppelorgaan omvat, een beschrijving van slechts één zal voldoen voor de andere.
35 Zoals in figuur 2 wordt getoond, draagt in het pootgedeelte 24 de metalen mantel 40 een kunststofneusring 46 die met schroefdraad gekoppeld is aan het bovenste ooen einde van de mantel. De mantel 40 en de neusring 46 7?0 9 0 8 2 * 1 -7- bepalen de begrenzingen van een inwendige cilindrische ruimte waarin zich het vrouwelijke koppelorgaan 44 bevindt, dat daarin kan verschuiven tussen een eerste en een tweede stand, zoals hierna uitgebreider uiteengezet zal worden.
5 Het vrouwelijke koppelorgaan 44 omvat weer een cilindrisch zuigerorgaan 48 met een centrale opening 50 en een hol, cilindrisch vrouwelijk kontaktorgaan 52, welk met schroefdraad daaraan is bevestigd. Het vrouwelijke kontaktorgaan 52 eindigt aan het boveneinde in een aantal over de omtrek 10 verdeelde, veekrachte kontaktvingers 54. Het buitenste oppervlak van het zuigerorgaan 48 omvat een ringvormige uitsparing 46 waarin een ringvormig elektrisch kontakteie-ment 48 is opgenomen, van het algemeen bekende veerkrachtige jalouzietvpe om een verschuifbare verbinding tussen het 15 zuigerorgaan 48, dat geleidend is en hét binnehoppervlak van de wand van de metalen mantel 40 te vormen. Bij voorkeur wordt een ring 60 gebruikt can de diepte te bepalen waarover het vrouwelijke kontaktorgaan 52 en het zuigerorgaan 43 met elkaar in aangrijping zijn. Met een perspassing is ook 20 de buitenzijde van het vrouwelijke kontaktorgaan 52 een cilindrische buis of mantel 62 van isolerend materiaal als met glas gevuld nylon aangebracht, welke buis 62 zich uitstrekt tot het uiteinde of boveneinde van de neusring 46, wanneer het vrouwelijke koppelorgaan 44 zich in de in 25 figuur 2 weergegeven stand bevindt. Aan het binnehoppervlak van de buis 62 is, tussen het boveneinde van de neusring 46 en het boveneinde van de kontaktring 54, een geleidings-rirg 64 bevestigd van algemeen bekend vlamboogdovend materiaal.
30 Met de voorgaande constructie, kan de mannelijke kcntaktpen van een complementair koppelstuk de geleidings-rir.g 64 hinreudriugen en in kontakt komen met de veerkrachtige kontaktvingers 54 van het vrouwelijke koppelorgaan 44, wanneer het huis van het complementaire koppelorgaan 35 wordt verbonden met of aangebracht wordt op het buitenoppervlak van het bootgedeelte 24. wanneer het circuit dat door de complementaire mannelijke en vrouwelijke koepelorganen wordt verbonden onder spanning staat, zal een vlam- 7909082 pi. * -8- •w boog worden getrokken tussen de mannelijke kontaktpen en het vrouwelijke kontaktorgaan 52 voor dat metaal-op-metaal kontakt daartussen wordt gevormd en de boog zal tot gevolg hebben dat gas van de geleidingsring 64 ontsnapt welk 5 gas de boog zal af koelen en deze zal doven. T-ianneer het mannelijke koppelorgaan en het vrouwelijke kontaktorgaan 52 met elkaar worden verbonden of van elkaar worden gescheiden onder normale belastingsomstandigheden, zal een vlamboog met een' middelmatige intensiteit worden getrokken 10 en zal het vrijkomende gas door het holle inwendige van het vrouwelijke kontaktorgaan 52, de centrale uitsparing 50 van het zuigerorgaan 48 en daarna in de kamer 66 stromen die aangebracht is aan de onderzijde van de metalen mantel 40. Onder dergelijke omstandigheden zal een C-ring 68 die 15 opgenomen is in een ringvormige uitsparing in hét buiten-omtreksoppervlak 'van het zuigerorgaan 48 en in een daar-tegenoverliggende ringvormige uitsparing in het binnen-omtreksoppervlak van de wand van de mantel’ 48 voorkomen dat het zuigerorgaan 48 uit de in figuur 2 getoonde stand 20 verschuift.
Wanneer aan de 'andere kant hét mannelijke koppelorgaan in kontakt wordt gebracht met hét vrouwelijke kontaktorgaan 52 onder' omstandigheden waarin een fout zoals een kortsluiting in de 'leiding aanwezig, zal een vlamboog 25 met een relatief hoge 'ten'siteit worden getrokken, waardoor de druk van het vrijkomende gas zéér' snel toé 'zal nemen in de kamer 66. Wannéér' de 'gasdruk daardoor een bepaald niveau bereikt, zal hierdoor het zuigerorgaan 48 de grendelende aangrijping met C-ring 68 overwinnen en zal de op het 30 ondervlak van hét zuigerorgaan 48 werkende 'gasdruk het vrouwelijke koppelorgaan 44 snel omhoogdrijven tot het om-1· hoog gerichte dwarsoppervlak 70 van de zuigerorgaan 48 in kontakt komt met een aans lagring 7 in een ringvormige uitsparing in het binnenwandoppervlak van de mantel 40.
35 Een dergelijke snelle 'opwaartse beweging van het vrouwelijke koppelorgaan 44 vergemakkelijkt het metaal-op-metaal kontakt tussen het vrouwelijke kontakt 52 en de kontaktpen van het complementaire mannelijke koppelorgaan in minder tijd dan 7909082 " f -9- het geval zou zijn wanneer een dergelijke gasondersteunde zuigerverplaatsing van de inrichting 44 niet toegepast zou worden, waardoor de boog versneld gedoofd wordt en de opbouw van een overmatige gasdruk vermeden wordt, hetgeen 5 mogelijk zou kunnen leiden tot fysieke verwonding van de bedieningspersoon zelf.
Zoals hierboven werd opgemerkt, omvat het tweede pootgedeelte 26 van het dubbele doorvoerinzetstuk 10 bij voorkeur een identieke vrouwelijke koppelinrichting, die 10 op dezelfde wijze werkt als hierboven werd beschreven aan de hand van het pootgedeelte 24.
Elk van de vrouwelijke koppelorganen in de poot-gedeelten 24,26 is elektrisch verbonden met de geleidende staaf 32 door middel van metalen mantels 40,42 en de 15 dwarsstaaf 38, bij voorkeur op de in figuur 3 getoonde wijze. In het pootgedeelte 24 is het eindgedeelte van de dwarsstaaf 38 opgenomen in een complementaire halfcilindri-sche uitsparing 74, die gevormd is in het massieve bodem-gedeelte van de mantel 40, op tenminste nagenoeg dezelfde 20 wijze als wordt getoond. De staaf wordt bij voorkeur aan het maatelbodemgedeelte gelast zoals bij 76 en 78, om een stevige verbinding tussen deze delen te verkrijgen. Eet tegenoverliggende andere einde van de dwarsstaaf 38 wordt verbonden met het bodemgedeelte van de mantel 40 in het 25 pootgedeelte 26, op dezelfde wijze. Te zien is dus dat, wanneer de mannelijke kontaktpen van een complementair koppelorgaan in kontakt wordt gebracht met het vrouwelijke kontaktorgaan 52 van êén van de pootgedeëlten 24,26, en elektrisch geleidende kringloop gevormd zal worden door de 30 kontaktpen van het complementaire mannelijke koppelorgaan, het vrouwelijke kontaktorgaan 52, het zulgerorgaan 48, het ringvormige kenzakt 58, de mantel 40 of 42, de dwarsstaaf 33, en de geleidende staaf 32.
Overeenkomstig de huidige uitvinding worden midde-35 len 30 verschaft die een stevige elektrische en mechanische verbinding vormen tussen de geleidende staaf 32 en de pen 82 van het doorvoeropneemstuk 12, welke middelen 80 het mogelijke maken dat de dubbele doorvoer 10 roteerbaar ge- 7909082 r * -10- richt wordt in een gewenste positie ora de verbinding daarmee van een paar complementaire elleboog (mannelijke) koepelorganen te vergemakkelijken. Deze middelen 80 zijn opgenomen in de cilindrische uitsparing 34 in het onderste 5 gedeelte van de geleidende staaf, welke uitsparing 34 en middelen 80 hierna gedetaileerd zullen worden beschreven.
In figuur 2, 4 en 5 is te zien dat een uitsparing 34 in de staaf 32 binnenwaarts daarvan eindigt in het algemeen platte cirkelvormige eindwand 84.- In het oppervlak 10 van de eindwand 84 is een cilindervormige, zich axiaal uitstrekkende pen opnemende uitsparing 86 vervormd waarin een cilindrisch penorgaan 88 is opgenomen dat axiaal uitsteekt buiten de eindwand 84 in de uitsparing 34, tenminste nagenoeg zoals getoond wordt in figuur 4. De uitsparing 86 15 is in dwarsrichting verschoven ten opzichte van de centrale hartlijn 20, zodanig dat de imaginaire hartlijn 90 van het penorgaan 88 zich op een afstand bevindt van en evenwijdig verloopt aan de imaginaire hartlijn 20, op de radiale afstand aangegeven door de pijl 92 (figuur 5).
20 Set penorgaan 88 is los opgenomen in de penopne- mende uitsparing 86, waardoor hét uitstekende éindgedeélte daarvan op het naar boven gerichte 'oppervlak 94 van een cilindrische doorvoer 96 rust, die inwendig van de uitsparing 34 wordt ondersteund in de in figuur 4 getoonde 25 stand, door middel van een ó-veerring 98, in een ringvormige uitsparing 100 in hét wandbppervlak van de 'uitsparing 34. Het penorgaan is vervaardigd van eén geschikt sterk materiaal zoals bijvoorbeeld staal, zodat het rotatie van de doorvoer 96 in de uitsparing 34 kan weerstaan, wanneer het 30 daarmee in kontakt is, zoals hierna verder uiteengezet zal werden.
De in de uitsparing 34 aangebracht doorvoer 96 heeft de vorm van een langwerpig cilindrisch of buisvormig lichaam, vervaardigd van een sterk, elektrisch geleidend 35 materiaal bijvoorbeeld zoals koper of aluminiummateriaal.
De doorvoer 96 wordt gekenmerkt door een uitwendig zich over de omtrek uitstrekkend wandoppervlak 104 en twee tegen over elkaar liggende platte exndoppervlakken 94 en 108..
7909032 * 1 -11-
De buitendiameter van de doorvoer 96 is enigszins kleiner dan de binnendiameter van de uitsparing 34 om het verschuifbaar insteken van de doorvoer in de uitsparing, en rotatie daarvan in de uitsparing te vergemakkelijken.
5 De doorvoer 96 omvat een gedeelte 110 dat zich axiaal naar de eindwand 84 van de uitsparing 34 uitstrekt van het eindoppervlak 94 af, maar dat eindigt kort voor de eindwand 84, zodat de doorvoer vrij kan roteren in de uitsparing 34. Het zich axiaal uitstrekkende gedeelte 110 10 heeft de vorm van een segment, zoals in figuur 5 is te zien, en bepaald dus een vertikaal gericht wandoppervlak 112, waarvan de buitenste gedeelten aan weerszijden resp. in kontakt kunnen komen met het penorgaan 88 wanneer de doorvoer 96 in de uitsparing 34 wordt geroteerd ten opzichte 15 van het penorgaan 88, in tegengestelde richtingen, resp.
zoals aangegeven door de pijl 114. Bij afwezigheid van hét penorgaan 88 zou de doorvoer 96 over 360° kunnen roteren in de uitsparing 30. Het het penorgaan 88 echter in de getoonde stand, kan de doorvoer een relatieve rotatie uit-20 voeren in tegengestelde richting in de uitsparing 34, over een bepaalde rotatiehoek, kleiner dan 360°. In de voorkeursuitvoeringsvorm, is de 'afmeting van het segmentgedeelte 110 ongeveer zoals getoond ten opzichte van de afmeting en de plaats van de pen, waardoor een bepaalde rotatiehoek 25 van ongeveer 180° gevormd wordt, die ruim voldoende is voor de doeleinden van de huidige uitvinding. Wijzigingen in de bepaalde rotatiehoek kunnen, indien gewenst, worden bereikt door da afstand *D" tussen de het segment bepalende koorden en het wandoppervlak 112 aan de ene kant en de Imaginaire 30 hartlijn 20 van de uitsparing 34 en de doorvoer 96 aan de andere kant te vergroten of te verkleinen.
Het einde 108 aan de andere zijde van de doorvoer omvat een zich axiaal uitstrekkend, van binnen schroef-draadvoorzien gat 116, dat daarin aangebracht axiaal ge-35 centreerd om de hartlijn 20. De binnenschroef draad 116 in de doorvoer 96 kan de schroefdraadaangrijping daarvan met een van buiten schroefdraad voorziene pen in een conventioneel doorvoerópneemstuk vergemakkelijken, wanneer dé door- 7909082 -12- *· * voer 96 op geschikte wijze daarop xvordt geroteerd, zoals hierna verder uiteengezet zal worden. Zoals hierboven werd opgemerkt, is het penorgaan 88, om de vrije rotatie van de doorvoer 96 in de uitsparing 34 te vergemakkelijken, los 5 opgenomen in de uitsparing 86 en het uitstekende einde glijdt vrij over het omhooggerichte oppervlak 94, tijdens en dergelijke relatieve beweging. In dit opzicht worden de axiale afmeting van de uitsparing 86 en de lengte 'van het penorgaan 88 zodanig gekozen dat er voldoende tolerantie 10 wordt verkregen die een geringe beweging omhoog eh omlaag van het penorgaan mogelijk maakt, wanneer de 'doorvoer roteert. Om een dergelijke rotatiebeweging verder te vergemakkelijken, is de ringvormige 'uitsparing 100 op een voldoende axiale afstand aangebracht van de eindwand 84 van de 15 uitsparing om de eerdergenoemde voldoende 'tolerantie 'of speling tussen het bovenoppervlak 118 van het' segment 110 en de eindwand 84 te verkrijgen. Het penorgaan 88 kan dus in de uitsparing 86 daarvan worden gestoken, gevolgd door het insteken van de doorvoer 96 in de uitsparing 34, waar-20 na de C-veerring 98 in de uitsparing 100 kan vallen zodat middelen worden verkregen voor het in de getoonde 'stand houden van de pen 88 en de doorvoer 96, gedurende de vrije rotatie van de doorvoer ten opzichte van &ë pen in de 'uitsparing 34, in tegengestelde 'richtingen over de 'eérderge-25 noemde vrije fctatieh'oek' kleiner dan 360 .
In het buitenoppervlak van de doorvoer 96 is een . zich over de omtrek uitstrekkende, kontakt-opnemehde uitsparing 120 van een geschikte 'afmeting aangebr'acht voor het daarin opnemen van een algemeen bekend, ringvormig, 30 veerkracht "van jalouzieh voorien" kontaktelement 122 van een type dat normaal gebruikt wordt voor het overbrengen' van grote elektrische stromen tussen glijdende of roterende samenwerkende delen. In de huidige uitvinding maakt het ringvormige kontaktelemènt 122 een glijdende soort mecha-35 nische en elektrische geleidende aangrijping mogelijk tussen de doorvoer 96 en het binnenwandoppervlak van de uitsparing 34 van de geleide staaf 32 die het weer mogelijk maakt, dat het inzetstuk 10 vrij geroteerd wordt over de omtrek 7909082 -13- am het inzetstuk 96, zonder dat de elektrische verbinding tussen de mantels 40,42 en de doorvoer 95 wordt verbroken, zoals hierna uitgebreider uiteengezet zal worden. De constructieve details van een veerkracht elektrisch kontakt-5 element 122 met jalouzien, da.t gebruikt kan worden in de huidige uitvinding, zijn geheel beschreven in het Amerikaanse octrooischrift no. 4.050.149.
Het zal duidelijk zijn dat tengevolge van de eerdergenoemde tussenruimte tussen de doorvoer 96 en de pen 88, 10 de wand 84, het binneiioppervlak van de uitsparing 34 en de veerring 98, het doorvoerorgaan 96 vrij kan roteren in de uitsparing 34, terwijl een elektrische geleidende en mechanische schuifverbinding met het binnenwandoppervlak van de uitsparing 34 blijft bestaan via het kontaktelement 122.
15 Hierdoor kan het inzetstuk 10 vrij geroteerd worden in eerste en tweede richtingen over een hoek van ongeveer 180°, of ongeveer een halve slag, nadat het inzetstuk 10 in vaste werkzame aangrijping is gebracht met een doorvoer-pen zonder dat het inzetstuk 10 losgeschroefd behoeft te 20 worden van*de pen 82, zoals hierna verder zal worden beschreven.
Aangenomen dat het dubbele doorvoerinzetstuk 10 op een transformator aangebracht wordt door het' inzetstuk 10 met de hand op de pen van het transformatoropneemstuk 25 12 te schroeven. Het inzetstuk 10 wordt in de richting van de klok verdraaid om het inzetstuk 96 op de 'schroefdraadpen 82 te bewegen via het schroefdraad 116. Bij hét begin van het vastdraaien, verdraaid het inzetstuk 10 vrij om de hartlijn 20 en het inzetstuk 96 in de richting van de 30 klok over een hoek van maximaal 180°, doordat het doorvoerorgaan 96 vrij kar roteren in de uitsparing 34. Hierdoor kan het penorgaan 33 in de penopnemende opening 86 vrij roteren om de hartlijn 20, in dezelfde richting van de klok als het inzetstuk 10, totdat het penorgaan 88 in kontakt 35 komt met het vertikale wandoppervlak 112 van het segment-gedeelte 110. Dit aanslagkontakt tussen het penorgaan 88 en de wand 112 heeft tot gevolg dat een verdere beweging van het inzetstuk 10 in de richting van de klok, overge- 7909062 -14- bracht wordt via het penorgaan 88 of het segment 110 en de doorvoer 96, waardoor deze derde 'dus samen roteren.
Een dergelijke verdere rotatie heeft tot gevolg dat het van binnen schroefdraad voorziene gat in de doorvoer 96 5 de complementaire van schroefdraad voorziene pen van het doorvoeropneemstuk aangrijpt totdat het oppervlak 1Q8 in kontakt komt met een daartegenoverliggend oppervlak van het doorvoeropneeiriorgaan.
Dit voltooit de handeling van het mechanisch 10 en elektrisch verenigen’ van het inzétstuk '10 met het' door-voeropneemstuk 12, waarna het inzétstuk 10 door de middelen 80 instelbaar vrij kan roteren tegen de richting in, gezien in figuur 5, over een hoek dat maximaal 180° in teg'enge- · stelde richtingen zonder dat de doorvoer 96 losgeschroefd 15 behoeft te worden van de van schroefdraad voorziene pen 82 (figuur 1) waardoor hét inzétstuk 10 in een gewénste hoeks tand gericht kan worden' om het kontakt van het' mannelijke koepelorgaan met één van de pootgedeelten 24 of 26 te vergemakkelijken. D.w.z., de hoekstand van het inzétstuk 20 10 kan ingesteld worden' door hét’ inzétstuk vrij met' de hand te roteren om hét doorvoer'orgaan 96 (en de hartlijn 20) in de richting tegen de klok 'in over' eén höek. van maximaal 180°, of totdat het pehorgaan 88 in aanslagkontakt wordt, bewogen met de vartikale wand 112, welk aanslagkontakt 25 een verdere vrije beweging in de richting tegen de klok in verhindert totdat het gewenst is het' inzétstuk 10 uit het. opneemstuk 12 te 'verwijderen. Wanneer dit gewenst is, kan een verder koppel' tégen de ‘richting van de klok in worden uitgeoefend op het inzétstuk 10, totdat dit los 30 geschroefd wordt van de pen 82. Waneer het niet gewenst is het inzétstuk 11 te verwijderen en indien een verdere beweging in de richting tegen de klok in wordt verhinderd, maken de middelen 80 het mogelijk, dat het inzétstuk 10 anders ingesteld wordt door dit verder roteren in de rich-35 ting van de klok over' een hoek van maximaal 180°,. of totdat een kontakt optreedt tussen het penorgaan 88 en de wand 112. Het zal natuurlijk duidelijk zijn dat het inzétstuk in elke hoekstand geplaatst kan worden tussen de 'uiterste grenzen 7909032 -15- van de hierboven beschreven bewegingen in de richting van de klok en tegen de richting van de klok in, welke grenzen bepaald worden door de tegenover elkaar liggende gedeelten in dwarsrichting van het wandoppervlak 112, die in kontakt 5 zijn met penorgaan 88.
In figuur 1 is ook te zien, dat bij het instelbaar roteren van hét doorvoerinzetstuk 10 over een gewenste hoek, of in een gewenste hoekstand, kan deze, overeenkomstig een ander kenmerk' van de uitvinding in die stand vastgezet 10 worden met een borginrichting 132. In de voorkeursuitvoerings-vorm, omdat de borginrichting 132 een haltervorminge plaat 134 die bij voorkeur wordt vervaardigd is van metaal zoals roestvasts taal, die samen kan werken met een ringvormige plaat 116 die om de omtrek van het cilindervormige lichaams-15 gedeelte 138 van het opneemdoorvoerstuk 12 is bevestigd.
Met een paar stangen 140, die voorzien zijn van vleugelmoeren 142, kunnen de twee platen 134 en 136 aan elkaar worden verankerd, wanneer het inzetstuk 10 'op de juiste wijze in het opneemstuk 12 is aangebracht. De plaat 134 heeft een 20 in het algemeen langwerpige vorm met tegen over elkaar liggende platte zij oppervlakken 144 (waarvan slechts het bovenoppervlak in figuur 1 wordt getoond}, een paar in dwarsrichting op een afstand van elkaar liggende, bol-gekronde zijranden 146 en een paar in langsrichting op een 25 afstand van elkaar liggende, tegenover elkaar liggende bolgekrcmde eindranden 148. Elk boogvormige holle zijrand 146 is complementair met de cirkelvorm of de ontrek van de buitenoppervlakken van de insteëkpoten resp. 24 en 26, nauw in een overeenkomend hol randgedeelte 146 van de plaat 30 134 past wanneer de plaat 134 tussen de poten 24 wn 26 . wordt gepositioneerd, zoals uitgebreider hierna uiteengezet zal worden. Een randgedeelte nabij elke bolvormige eindrond 143 is voorzien van een aantal doorgaande gaten 150, die op een afstand van elkaar liggen en zich langs resp.
35 bogen uitstrekken tussen de tegenover elkaar liggende bolle zijranden 146, tenminste nagenoeg zoals weergegeven in figuur 1. In de voorkeursuitvoeringsvorm, liggen de oneningen 150 ongeveer 15° ten οόzichte van elkaar ver- 7909082 -16- schoven langs hun respectieve bogen.
Elke stang 140 heeft een langwerpige vorm en omvat een van schroefdraad voorzien eindgedeelte 152 waarop een vleugelmoer 142 opgenomen kan worden, en de stang 5' heeft bovendien een niet van schroefdraad voorzien haak-vormig eindgedeelte 155 aan de andere zijde,' ter bevestiging aan de ringvormige 'plaat 136, zoals uitgebreid hierna zal worden beschreven.
De ringvormige plaat 136 is als één geheel aan 10 het opneemlichaam 138 bevestigd, zoals in het vlak algemeen bekend is, en deze plaat omvat aan weerszijden liggende bovenste en onderste oppervlakken 154,156. De plaat 136 is voorzien van tenminste vier opstaande organen u of lippen 162, die gelijkmatig over de omtrek verdeeld aan het opper-15 vlak 154 zijn aangebracht. Elke lip 162 steekt vertikaal, omhoog uit van het oppervlak 154 en' is voorzien van een doorgaande opening 164 daarin, zodat het haarvormige einde 155 van één van de 'stangen 140 daarin ingestoken kan worden, waardoor dus elke stang aan de plaat 136 wordt verankerd 20 en daardoor aan het opneemstuk 12.
In de praktijk wordt hét inzetstuk 10 'op de pen 82 van het doorvoeropneémstuk aangebracht en in een gewenste hoekstand geroteerd op de bovenbeschreven wijze.' Hierna wordt de plaat. 134 tussen de doorvoérpoten' 24,''.26 aangebracht, 25 zodanig, dat het zijoppervlak 146 en het' centrale of versmalde gedeelte van de plaat 134 stevig'op het platte oppervlak 15 van het inzetstuk 10 rust, en een geprofileerd gedeelte van elke kegelvorm!ge poot 24, re'sp. 25, stevig in een overeenkomend geprofileerd gedeelte 'rust, bepaald 30 door de tweede boogvormige, holle zijranden van de plaat 134. De stangen 140 zijn in aangrijping met een paar tegenover elkaar liggende lippen 162 via de haakvormige einden 154, waarna de van schroefdraad voorziene 'einden 152 van de stangen 140 in een overeenkomend paar tegenover elkaar 35 liggende openingen 150 wordt gestoken, behorend bij resp. de randen 148 aan weerszijden, zodanig dat de 'gekozen openingen op êé'n lijn liggen met twee lippen. De borgin-richting 132 wordt dan mechanisch gefixeerd door tenslotte 7909082 -17- elke vleugelmoer 142 op een overeenkomend stangein.de 152 te schroeven. De borginrichting 132 voorkomt dus dat het inzetstuk 10 uit de gewenste hoekstand wordt verdraaid wanneer het blootgesteld wordt aan mechanische belastingen 5 en door de omgeving opgewekte belastingen, waarin deze inzetstukken gewoonlijk functioneren. Niet alleen verhindert de borginrichting 132 een 'roteerbare beweging van het inzetstuk 10 nadat dit in een gewenste hoekstand is vastgezet, maar bovendien vanwege de reeks op een afstand van 10 elkaar liggende openingen 150 in elk convex-einde 148, kan de plaat 134 ten opzichte van de plaat 136 worden vastgezet en de lippen 162 kunnen in veel verschillende gekozen hoekstanden vastgezet worden via de stangen 140 en de vleugelmoeren 142. De openingen 150 maken het dus mogelijk dat 15 de stangen 140 de twee platen 134, 136 met elkaar verbinden, zodanig, dat de poten 24 en 26 altijd goed passen in de twee holle zijranden 146, onafhankelijk van de hoekstand waarin het inzetstuk 10 is geplaatst.
De term "doorvoer" zoals gebruikt voor het element 20 96 moet onderscheiden worden van de termen "dubbele doorvoer" of "dubbel doorvcerinzetstuk" zoals wordt gebruikt voor de gehele constructie in het algemeen aangegeven met het referentienummer 10.
Alhoewel de voorgaande voorkeursuitvoeringvorm 25 in detail beschreven is, zijn vele variaties en modificaties mogelijk zonder dat de geest en het kader van de uitvinding werden verlaten.
7909082

Claims (15)

1. Dubbel doorvoerinzetstuk dat met schroefdraad aan kan grijpen in een doorvoeropneemstuk, waarbij het dubbele doorvoerinzetstuk een eerste pootgedeelte omvat met middelen voor het met schroefdraad aangrijpen van de 5 complementaire van schroefdraad voorziene pen van het doorvoeropneemstuk, en met tweede en derde pootgedeelten waaronder vrouwelijke koppelmiddelen voor het afzonderlijk aangrijpen van overeenkomende mannelijke elektrische koppelmiddelen, gekenmerkt door: 10 middelen voor het roteerbaar ondersteunen van de met schroefdraad aangrijpende middelen in het eerste pootgedeelte; en middelen voor het tegelijkertijd veroorzaken van de rotatie van het eerste pootgedeelte en de 'met schroef-15 draad aangrijpende middelen in een eerste 'richting.en voor toelaten, van een relatieve rotatie tussen het eerste pootgedeelte en de mat schroefdraad aangrijpende middelen in een tweede richting.
• 2. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 1, 20 met het kenmerk, dat het eerste' 'pootgedeelte geleidende middelen omvat die 'elektrische 'gekoppeld zijn met de vrouwelijke koppelmiddelen in elk van de 'tweede "en derde pootgedeelten en- dat het' eerste pootgedeelte middelen omvat voor het in standhouden van een elektrische 'verbinding 25 tussen de geleidende middelen en de met schroefdraad aangrijpende middelen.
3. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 'laatstgenoemde middelen middelen omvatten voor het beperken van de relatieve rotatie 'in 30 een. tweede richting, over een bepaalde rotatiehoek van minder dan 360w.
4. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie '1, met het kenmerk,' dat de laatstgenoemde middelen middelen omvatten voor het beperken van de relatieve rotatie in een 35 tweede richting over een bepaalde rotatiehoek van ongeveer 180°.
5. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 1, 7909082 -19- met het kenmerk, dat de schroefdraad aangrijpende middelen een roteerbare doorvoer omvatten met een van binnen schroefdraad voorziene opening in ëên einde daarvan en dat de ondersteuningsmiddelen een uitsparing omvatten in het eer-5 ste pootgedeelte en middelen voor het in die uitsparing houden van de roteerbare doorvoer.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de uitsparing aangebracht is in een geleidende staaf die ondersteund is in het eerste pootgedeelte en 10 dat geleidende middelen zijn aangebracht voor het in stand houden van een elektrische verbinding tussen de geleidende staaf en de roteerbare doorvoer.
7. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de geleidende middelen een veerkrachtig 15 ringvormig kontaktorgaan omvatten dat tussen de roteerbare doorvoer en het wandoppervlak van de uitsparing wordt onders teund.
8. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de middelen voor het veroorzaken van 2Q een gelijktijdige rotatie in een eerste richting en een relatieve rotatie in een tweede richting een aandrijforgaan omvatten dat door het eerste pootgedeelte wordt gedragen en door de met schroefdraad aangrijpende middelen gedragen middelen die samenwerkend aangegrepen kunnen worden door 25 het aandrijforgaan, wanneer het aandrijforgaan in de eerste of de tweede richting wordt geroteerd.
9. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de met schroefdraad aangegrepen middelen een roteerbaar in 'de eerste of de tweede richting 30 ondersteunde doorvoer in een uitsparing in het eerste pootgedeelte omvat, waarbij de doorvoer een van binnen schroefdraad voorzien, opening omvat die in ëën einde daarvan is aangebracht en in aangrijping gebracht kan worden met een complementaire, van buiten schroefdraad voorziene pen 35 op het doorvoer-opneeiristuk, dat het aandrijf orgaan een door het eerste pootgedeelte gedragen pen omvat, en dat de roteerbare doorvoer in aanslagkontakt kan komen met de pen, wanneer het eerste pootgedeelte in de eerste of de tweede 7909082 -20- rich ting roteert over een bepaalde rotatiehoek.
10. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 9, met het kenmerk/ dat de uitsparing een 'open einde 'en een wandoppervlak heeft dat een gesloten einde bepaald/ waarbij 5 de pen in een andere uitsparing in het wandoppervlak gemonteerd is en de pen een uitstekend einde heeft dat in aan-grijping is met een daartegen over liggend eindoppervlak op de doorvoer, zodat de hartlijn van de 'pen zich radiaal op een afstand bevindt ten opzichte 'van de hartlijn van de' 10 eerstgenoemde uitsparing, en dat de doorvoer een van hét tegenover liggende eindoppervlak van de doorvoer' naar het wandoppervlak uitstekend gedeelte omvat dat een' zich in dwarsrichting uitstrekken'd oppervlak bepaald 'op de doorvoer, radiaal op een afstand van de hartlijn van de eerste uit-15 sparing voor het als een aanslag in kontakt komen met de pen wanneer het eerste pootgedeelte ten 'opzichte van de doorvoer roteert waardoor tegenover elkaar liggende eind-gedeelten op het zich 'in dwarsrichting uitstrekkende 'oppervlak, de bepaalde rotatiehoek' bepalen.
11. Doorvoer'inzetstuk volgens conclusie"1, verder gekenmerkt door middelen' voor het handhaven van de stand van het in een bepaalde hoekstand gefixeerde ' inzet-stuk na de rotatie 'in de tweede richting, nadat het eerste pootgedeelte in aangrijping gebracht is met hét opneemstuk, 25 door het eerste pootgedeelte in de 'eerst richting te roteren.
12. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de 'middelen voor het handhaven van de stand een in het algemeen' platte langwerpige plaat en 30 bevestigingsmiddelen omvat, waarbij de bevestigingsmiddelen losmaakbaar tussen de 'plaat en het doorvoer'opneémstuk worden aangebracht, en de plaat tussen hét tweede 'pootgedeelte en het derde pootgedeelte 'van het inzetstuk geplaatst kan worden om rotatie te verhinderen, wanneer' de bevestigings-35 middelen losmaakbaar daartussen, worden aangeb'racht, waarbij de plaat middelen omvat om de bevestigingsmiddelen daarmee te kunnen verbinden', onafhankelijk van de hoekstand waaronder het inzetstuk gefixeerd is na hét' veroorzaken van de 7909082 -21- rotatie.
13. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de middelen aan de plaat voor het verbinden van de bevestigingsmiddelen twee aantallen in 5 dwarsrichting op een afstand van elkaar liggende openingen omvatten, waarbij elk aantal in dwarsrichting op een afstand van elkaar liggende openingen in langsrichting op een afstand van elkaar liggen.
14. Doorvoerkoppelstuk volgens conclusie 13, 10 met het kenmerk, dat de plaat verder een paar tegenover elkaar liggende zijranden omvat, dat elk zijrand een geprofileerde vorm heeft complementair aan een geprofileerde vorm van een overeenkomstig buitenoppervlak van het tweede pootgedeelte of het derde pootgedeelte, zodat dat de plaat 15 daar nauwkeurig tussen past.
15. Doorvoerinzetstuk volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de bevestigingsmiddelen een paar langwerpige stangen omvatten, waarbij elke stang één. einde heeft dat in een gewenste opening aan kan grijpen van één 20 van de twee aantallen op een afstand van elkaar liggende openingen en waarbij deze een einde aan. de andere zijde hebben, die het doorvoeropneemstuk borgend aangrijpen. 79 0 9 0 8 2
NL7909082A 1978-12-18 1979-12-17 Dubbel doorvoerinzetstuk. NL7909082A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05/970,314 US4203641A (en) 1978-12-18 1978-12-18 Double bushing insert
US97031478 1978-12-18

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7909082A true NL7909082A (nl) 1980-06-20

Family

ID=25516745

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7909082A NL7909082A (nl) 1978-12-18 1979-12-17 Dubbel doorvoerinzetstuk.

Country Status (12)

Country Link
US (1) US4203641A (nl)
JP (1) JPS5843971B2 (nl)
AU (1) AU5359279A (nl)
BE (1) BE880699A (nl)
BR (1) BR7908264A (nl)
CA (1) CA1143022A (nl)
DE (1) DE2951002A1 (nl)
FR (1) FR2445044A1 (nl)
GB (1) GB2039425B (nl)
IT (1) IT1120219B (nl)
NL (1) NL7909082A (nl)
SE (1) SE7910290L (nl)

Families Citing this family (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4293182A (en) * 1980-01-21 1981-10-06 International Telephone And Telegraph Corporation Electrical connector body and method of making same
JPS63158157A (ja) * 1986-12-23 1988-07-01 Asahi Okuma Ind Co Ltd 熱溶融接着剤の加熱吐出装置
US4891016A (en) * 1989-03-29 1990-01-02 Amerace Corporation 600-Amp hot stick-operable pin-and-socket assembled connector system
US5041004A (en) * 1990-02-13 1991-08-20 Cooper Power Systems, Inc. Electrical connector with means for limiting the torque applied during threaded engagement
DE4021411C2 (de) * 1990-07-06 1993-09-30 Oplaender Wilo Werk Gmbh Anschlußstecker für Doppel-Kreiselpumpe
US5427538A (en) * 1993-09-22 1995-06-27 Cooper Industries, Inc. Electrical connecting system
US5421750A (en) * 1994-05-24 1995-06-06 Amerace Corporation 200 AMP bolted elbow with a loadbreak tap
JPH09190853A (ja) * 1995-11-14 1997-07-22 Whitaker Corp:The 電気コネクタ
US6364216B1 (en) * 2001-02-20 2002-04-02 G&W Electric Co. Universal power connector for joining flexible cables to rigid devices in any of many configurations
US20050136733A1 (en) * 2003-12-22 2005-06-23 Gorrell Brian E. Remote high voltage splitter block
US7674122B2 (en) * 2006-07-27 2010-03-09 Jackson Iii Denton L Adjustable feed through bushing base with lifting means
US7427207B2 (en) * 2006-07-27 2008-09-23 Jackson Iii Denton L Adjustable feed through bushing base
TWI398684B (zh) * 2008-07-25 2013-06-11 瑞軒科技股份有限公司 光纖連接器與光纖連接器組
US8282410B2 (en) * 2009-10-20 2012-10-09 Thomas & Betts International, Inc. Adaptor assembly for electrical connector
US8641434B2 (en) 2010-07-21 2014-02-04 Thomas & Betts International, Inc Rotatable feedthru insert
US7972155B1 (en) * 2010-09-01 2011-07-05 Thomas & Betts International, Inc. Hotstick operable electrical connector with integral bushing well
AU2015252103B2 (en) * 2014-11-17 2017-05-25 Thomas & Betts International, Llc Grounding link for electrical connector mechanism
US10186799B2 (en) * 2017-02-21 2019-01-22 The Boeing Company Electrical connectors having field shaping rings
US10749294B2 (en) * 2018-10-09 2020-08-18 Abb Schweiz Ag Angle loadbreak bushing
US12087523B2 (en) 2020-12-07 2024-09-10 G & W Electric Company Solid dielectric insulated switchgear

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3073891A (en) * 1959-07-06 1963-01-15 Mc Graw Edison Co Rotatable insulating bushing
US3539972A (en) * 1968-05-21 1970-11-10 Amerace Esna Corp Electrical connector for high voltage electrical systems
US3662297A (en) * 1970-03-23 1972-05-09 Gen Electric Support means for pivotally mounting a power cable termination housing
US3909509A (en) * 1974-04-01 1975-09-30 Kuhlman Corp Bushing well assembly
US3930709A (en) * 1975-03-10 1976-01-06 Amerace Corporation Electrical connector
US4059329A (en) * 1976-01-13 1977-11-22 Kuhlman Corporation Double bushing well with cantilever load supporting legs
US4050149A (en) * 1976-05-06 1977-09-27 Amerace Corporation Methods and apparatus for electrical contact assembly

Also Published As

Publication number Publication date
GB2039425A (en) 1980-08-06
FR2445044A1 (fr) 1980-07-18
US4203641A (en) 1980-05-20
JPS5588512A (en) 1980-07-04
DE2951002A1 (de) 1980-07-03
JPS5843971B2 (ja) 1983-09-30
BE880699A (fr) 1980-04-16
SE7910290L (sv) 1980-06-19
BR7908264A (pt) 1980-09-16
IT1120219B (it) 1986-03-19
IT7951088A0 (it) 1979-12-14
AU5359279A (en) 1980-06-26
CA1143022A (en) 1983-03-15
FR2445044B1 (nl) 1984-01-06
GB2039425B (en) 1982-12-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR910007668B1 (ko) 고전압용의 스크류 조립식 접속시스템
US4865559A (en) High voltage connector
US4203641A (en) Double bushing insert
EP1034583B1 (de) Einrichtung zum anschliessen und verbinden einer leitung
US6520795B1 (en) Load reducing electrical device
US5041004A (en) Electrical connector with means for limiting the torque applied during threaded engagement
EP3188318B1 (en) Plug-in waterproof wire connector
JPS63148576A (ja) 高圧電気コネクタ
AU2008201786A1 (en) Separable insulated connector system
BRPI0614438A2 (pt) conector de interrupção de carga separável e sistema com batente para fechamento com defeito absorvedor de choque
EP3208812A1 (de) Überspannungsschutzelement
RU2087300C1 (ru) Шарнирное соединение для манипулятора робота
US4420202A (en) Plural phase cable couplers
GB2085672A (en) Wire clamping structure for electrical sockets and plugs
US20050230231A1 (en) Switching device
KR100988333B1 (ko) 상분리 버스 덕트 조인트 조립체
CN104577393A (zh) 用于通过插入式单元传输电力的系统和方法
US5823804A (en) Cable shield connector with spark gap
GB2330700A (en) Electrical sockets
EP0135380A2 (en) Loadbreak bushing and snuffer/contact assembly therefor
NL8601616A (nl) Aftakconnector voor coaxiale kabel.
WO2024047328A1 (en) Electrical connector
US20020137387A1 (en) Adjustable plug
DE102020209064B4 (de) Elektrischer Stecker mit einer kabelseitig einschiebbar ausgestalteten elektrischen Sicherung
DE60005713T2 (de) Sicherheitsvorrichtung zur temperaturüberwachung für elektrische anlage mit verbindungen

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed