NL8600524A - Vuurdoofinrichting voor een oliebrander. - Google Patents
Vuurdoofinrichting voor een oliebrander. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8600524A NL8600524A NL8600524A NL8600524A NL8600524A NL 8600524 A NL8600524 A NL 8600524A NL 8600524 A NL8600524 A NL 8600524A NL 8600524 A NL8600524 A NL 8600524A NL 8600524 A NL8600524 A NL 8600524A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fire
- oil burner
- combustion
- damper
- opening
- Prior art date
Links
- 239000003921 oil Substances 0.000 claims description 54
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 claims description 46
- 239000000567 combustion gas Substances 0.000 claims description 29
- 239000003054 catalyst Substances 0.000 claims description 27
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 26
- 239000007789 gas Substances 0.000 claims description 15
- 239000000295 fuel oil Substances 0.000 claims description 14
- 230000003647 oxidation Effects 0.000 claims description 7
- 238000007254 oxidation reaction Methods 0.000 claims description 7
- 238000000605 extraction Methods 0.000 claims 2
- 235000019645 odor Nutrition 0.000 description 20
- 230000008033 biological extinction Effects 0.000 description 4
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000008020 evaporation Effects 0.000 description 1
- 238000001704 evaporation Methods 0.000 description 1
- 238000002474 experimental method Methods 0.000 description 1
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 1
- 238000011086 high cleaning Methods 0.000 description 1
- 239000003350 kerosene Substances 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 1
- 230000035699 permeability Effects 0.000 description 1
- 230000003584 silencer Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F23—COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
- F23Q—IGNITION; EXTINGUISHING-DEVICES
- F23Q25/00—Extinguishing-devices, e.g. for blowing-out or snuffing candle flames
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F23—COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
- F23D—BURNERS
- F23D3/00—Burners using capillary action
- F23D3/02—Wick burners
- F23D3/18—Details of wick burners
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F24—HEATING; RANGES; VENTILATING
- F24C—DOMESTIC STOVES OR RANGES ; DETAILS OF DOMESTIC STOVES OR RANGES, OF GENERAL APPLICATION
- F24C5/00—Stoves or ranges for liquid fuels
- F24C5/16—Arrangement or mounting of control or safety devices
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Combustion Of Fluid Fuel (AREA)
Description
NL 33417-Vo/ik i *
Vuurdoofinrichting voor een oliebrander.
De uitvinding heeft betrekking op een vuurdoofinrichting voor een oliebrander, en meer in het bijzonder op een vuurdoofinrichting, die kan worden toegepast bij een oliebrander van het open type, die geschikt is om verbrandings-5 of uitlaatgassen af te geven aan het inwendige van een kamer.
Recentelijk werd een oliebrander van het open type zodanig verbeterd wat betreft de verbrandingswerking, dat op voldoende wijze het afgeven van een slechte geur aan het inwendige van een kamer gedurende de verbrandingswerking wordt 10 vermeden. Ondanks veel inspanningen kan de oliebrander echter nog steeds niet verhinderen, dat gedurende het doven van het vuur een slechte geur wordt veroorzaakt, omdat tijdens het doven van het vuur vanuit een verbrandingscilinderkonstruktie verbrandingsgassen worden afgegeven aan de kamer, die onver-15 brande brandstofoliegassen bevatten, die een slechte geur veroorzaken.
De onderhavige uitvinding beoogt de bovengenoemde nadelen op te heffen.
Dientengevolge beoogt de onderhavige uitvinding een 20 vuurdoofinrichting voor een oliebrander van het open type te verschaffen, die de afgifte van een slechte geur vanuit de oliebrander aan het inwendige van een kamer gedurende het doven van het vuur van de oliebrander nagenoeg kan verhinderen.
Daarnaast beoogt de onderhavige uitvinding een vuur-25 doofinrichting voor een oliebrander van het open type te verschaffen, die met behulp van een eenvoudige konstruktie kan bereiken, dat de afgifte van een slechte geur aan een kamer wordt vermeden.
Verder beoogt de onderhavige uitvinding een vuur-30 doofinrichting voor een oliebrander van het open type te verschaffen, die kan worden toegepast in kombinatie met een mechanisme voor het vermijden van de opwekking van een slechte geur, waarbij de afgifte van een slechte geur vanuit de oliebrander aan een kamer geheel wordt vermeden.
35 Daarnaast beoogt de onderhavige uitvinding een -- *\ : i ï. -Λ ‘j h J , . r · - 2 - vuurdoofinrichting voor een oliebrander van het open type te verschaffen, die verbrandingsgassen, die vrij zijn van onverbrande brandstofoliegassen, die een slechte geur veroorzaken, aan een ruimte kan afgeven tijdens het doven van het vuur van 5 de oliebrander.
Verder beoogt de onderhavige uitvinding een oliebrander van het open type te verschaffen, die de afgifte van slechte geur aan een kamer tijdens het doven van het vuur kan verhinderen.
10 Daarnaast beoogt de onderhavige uitvinding een olie brander van het open type te verschaffen, die geschikt is om verbrandingsgassen aan te zuigen, die onverbrande brandstof-oliegassen bevatten, welke achterblijven in een verbrandings-cilinderkonstruktie, en de resterende verbrandingsgassen van 15 een geur te ontdoen en af te geven tijdens het doven van het vuur, teneinde de afgifte van een slechte geur aan een kamer te verhinderen.
Kortom, een vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding wordt toegepast voor een oliebrander van het 20 open type, die geschikt is om verbrandingsgassen door een opening, die ter plaatse van een bovendeel van een verbran-dingscilinderkonstruktie is aangebracht, af te geven aan het inwendige van een kamer. De vuurdoofinrichting bevat een demper, die in de nabijheid van de opening van de verbrandings-25 cilinderkonstruktie is aangebracht, teneinde de opening tijdens het doven van het vuur van deze oliebrander af te sluiten.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding wordt een oxydatiekatalysatorplaat gedragen door 30 de demper, die hoven de genoemde opening moet worden geplaatst, welke oxydatiekatalysatorplaat deel uitmaakt van de demper.
Volgens een ander aspekt van de onderhavige uitvinding wordt tevens een oliebrander van het open type verschaft met een pitbedieningsmechanisme voor het in vertikale richting 35 bewegen van een pit, een verbrandingscilinderkonstruktie, die aan het bovenuiteinde daarvan een opening bezit voor het afgeven van verbrandingsgassen aan het inwendige van een kamer, - 3 - 4 met een demper, die vertikaal beweegbaar is ten opzichte van de bekrachtiging van het pitbedieningsmechanisme, teneinde de opening tijdens het doven van het vuur af te sluiten, en een oxydatiekatalysatorplaat, die door de demper wordt gedragen 5 en die dient voor het tijdens het doven van het vuur door deze aan de kamer afgeven van verbrandingsgassen.
Volgens de onderhavige uitvinding wordt tevens een oliebrander van het open type verschaft, met een pitbedie-ningsmechanisme voor het in vertikale richting bewegen van 10 een pit, een verbrandingscilinderkonstruktie, die aan het bovenuiteinde daarvan een opening bezit voor het afgeven van verbrandingsgassen aan het inwendige van een kamer, met een demper, die vertikaal beweegbaar is ten opzichte van de bekrachtiging van het pitbedieningsmechanisme, teneinde de 15 opening tijdens het doven van het vuur af te sluiten, en een oxydatiekatalysatorplaat, die door de demper wordt gedragen en die dient voor het tijdens het doven van het vuur door deze aan de kamer afgeven van verbrandingsgassen, en een aanzuig-systeem voor het opzuigen van ten minste een gedeelte van de 20 verbrandingsgassen, die onverbrande brandstofoliegassen bevatten, die achterblijven in de verbrandingscilinderkonstruk-tie tijdens het doven van het vuur, waarbij het aanzuigsysteem een luchtdicht afgedicht reservoir omvat, dat kan worden blootgesteld aan de verbrandingswarmte van de verbrandingsci-25 linderkonstruktie en dat in verbinding staat met de verbran-dingscilinderkonstruktie.
De uitvinding wordt hierna nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin overeenkomstige referentiecijfers overeenkomstige delen aanduiden.
30 Fig. 1 toont een schematisch vooraanzicht van een uitvoeringsvorm van een oliebrander van het open type, waarbij een vuurdoofinrichting volgens de uitvinding kan worden toegepast; fig. 2 toont gedeeltelijk in doorsnede een vooraan-35 zicht van een uitvoeringsvorm van een vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding, en fig. 3 toont een vooraanzicht van een andere uitvoe- ·*". — Λ Λ * t ' ' y - :* J - : . » i - 4 - ringsvorm van een vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding.
Een vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding is geschikt voor toepassing bij een oliebrander van 5 het open type, die verbrandings- of uitlaatgassen kan afgeven aan het inwendige van een kamer. Hiertoe bezit een oliebrander, die in fig. 1 met het referentiecijfer 10 is aangegeven, zoals getoond in fig. 2, een opening 12 voor het afgeven van verbrandingsgassen aan een kamer.
10 De oliebrander 10 is van het pitontstekingstype en bevat eën verbrandingscilinderkonstruktie 14 van het open type met meerdere cilinders. De in het voorgaande genoemde opening 12 is aangebracht ter plaatse van het boveneinde van. de verbrandingscilinderkonstruktie 14 teneinde verbrandings-15 gassen met een hoge temperatuur, die zijn gevormd in de kon-struktie 14, door deze naar een kamer te leiden teneinde behulpzaam te zijn bij het verwarmen van de kamer. Er wordt echter op gewezen, dat oliebranders,· bij welke een vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding kan worden toegepast, 20 niet beperkt zijn tot het oliebrandertype met een pitontste-king, maar de onderhavige uitvinding kan op effektieve wijze worden toegepast bij een oliebrander van het verdampingstype, een oliebrander van het pottype of dergelijke, zolang het maar een oliebrander van het open type betreft.
25 Een vuurdoofinrichting volgens de uitvoeringsvorm, die is getoond in fig. 2, omvat een schildvormig deksel of demper 16, die is aangebracht boven de dubbele verbrandings-cilinder 14 van de oliebrander 10, om te worden bediend ten opzichte van de opening 12 van de oliebrander 10 op een wijze, 30 dat de opening 12 tijdens het doven van het vuur van de oliebrander 10 wordt afgesloten. De demper 16 kan ter plaatse van een centraal gedeelte daarvan zijn voorzien van een katalysa-torplaat 18, die bij voorkeur is vervaardigd uit een oxydatie-katalysatormateriaal. Op alternatieve wijze kan de katalysator-35 plaat 18 zijn bevestigd aan een wand van de dubbele verbran-dingscilinder 14 van de oliebrander 10, namelijk zodanig dat deze een gedeelte van de wand vormt. De demper 16 wordt ' ' ‘ J, - i» * - 5 - . * gedragen door een demperaandrijfstang 20. De demperstang 20 is verbonden met een optilhefboom 22, die op zijn beurt di-rekt of indirekt is verbonden met een nokkenplaat 24, teneinde samen met de beweging van de nokkenplaat 24 te worden bewogen.
5 De nokkenplaat 24 is aangebracht op een as 26, voor het in vertikale richting bewegen van een (niet getoonde) pit, die een deel vormt van een (niet getoond) pitbedieningsmechanisme van de oliebrander 10. Een dergelijke konstruktie staat het toe, dat de demper 16 de opening 12 gedurende de verbrandings-10 werking van de oliebrander openlaat, zoals door stippellijnen in fig. 2 is weergegeven, terwijl de pit zich in zijn opgetilde of verbrandingsstand bevindt, zodat de afgifte van verbrandingsgassen aan het inwendige van een kamer gedurende de verbrandingswerking kan worden gegarandeerd. Daarnaast-maakt 15 dit het mogelijk, dat de demper 16 tijdens het doven van het vuur van de oliebrander door de demperaandrijfstang 20 naar zijn laagste stand wordt bewogen teneinde de opening 12 nagenoeg af te sluiten. Tijdens het doven van het vuur van de oliebrander is het niet noodzakelijkerwijs vereist om de 20 opening 12 geheel of afdichtend te sluiten met behulp van de demper 16. Een door de uitvinders uitgevoerde proefneming toonde duidelijk aan, dat de in het voorgaande genoemde doelstellingen van de onderhavige uitvinding op doelmatige wijze kunnen worden bereikt, wanneer de demper 16 de opening 12 25 zodanig afsluit, dat een smalle spleet overblijft. Een dergelijke konstruktie bezit bovendien als voordeel, dat wordt verhinderd, dat de demper 16 tegen de verbrandingscilinder-konstruktie 14 stoot en deze tijdens het doven van het vuur beschadigt.
30 Het referentiecijfer 28 duidt een oliereservoir aan, dat luchtdicht is vervaardigd en ter plaatse van een ondergedeelte van de oliebrander 10 is aangebracht voor het opnemen van brandstofolie, zoals kerosine of dergelijke, die vervolgens door de pit wordt opgezogen. Het oliereservoir staat bij 35 voorkeur ter plaatse van een bovengedeelte daarvan in verbinding met de verbrandingscilinderkonstruktie 14. Op het oliereservoir 28 is een opslagreservoir 30 van het patroontype ï = - 6 - aangebracht, dat in verbinding staat met het oliereservoir 28 teneinde brandstofolie daaraan toe te voeren.
Onder verwijzing naar de figuren zal vervolgens de werkingswijze van de vuurdoofinrichting volgens de getoonde 5 uitvoeringsvorm nader worden toegelicht.
Zoals in het voorgaande is beschreven kan de vuurdoof inrichting volgens de getoonde uitvoeringsvorm de opening 12 voor het afgeven van verbrandingsgassen aan een kamer tijdens het doven van het vuur afsluiten met de demper 16. Alhoe-10 wel dit ervoor zorgt, dat een grote hoeveelheid onverbrande brandstofoliegassen, die niet door de opening 12 konden ontsnappen, terugstromen door een luchtdoorlaat door welke verbrandingslucht vanaf het uitwendige van de oliebrander 10 naar de verbrandingscilinderkonstruktie 14 wordt geleid, koelt 15 de verbrandingslucht de luchtdoorlaat tot een lagere temperatuur, die voldoende is om ervoor te zorgen, dat de brandstof-oliegassen nagenoeg condenseren op een wand van de luchtdoorlaat, zodat het gedurende het doven van het vuur aan een kamer afgeven van een slechte geur tengevolge van onverbrande 20 brandstofoliegassen op effektieve wijze kan worden verhinderd.
Ook wanneer de luchtdoorlatende katalysatorplaat 18 wordt gedragen door de demper 16 of de wand van de verbran-dingscilinderkonstruktie 14 van de vuurdoofinrichting kan de afgifte van een slechte geur op effektieve wijze worden ver-25 meden. De katalysatorplaat 18 werkt als een verbrandingsgas-uitlaat of afgeefpoort nadat de opening 12 door de demper 16 is afgesloten.
In het algemeen geldt, dat hoe groter de reinigende werking van de katalysatorplaat is des te geringer de lucht-30 doorlatendheid daarvan is. Tevens wordt een katalysatorplaat, wanneer deze wordt blootgesteld aan een hoge temperatuur gedurende een lange tijd, snel beschadigd. In de getoonde uitvoeringsvorm wordt de katalysatorplaat 18 echter gedragen door de demper 16, die beweegbaar is aangebracht om de opening 12 35 te openen en te sluiten of die is aangebracht op de wand van de verbrandingscilinderkonstruktie 14, zodat het verbrandingsgas gedurende de verbrandingswerking van de oliebrander o -! 4 - 7 - -, nagenoeg niet passeert door de katalysatorplaat 18, omdat de opening 12 is geopend, zodat de katalysatorplaat 18 nagenoeg niet wordt blootgesteld aan een hoge temperatuur. Bovendien wórdt, zoals in het voorgaande is beschreven, gedurende de 5 verbrandingswerking het verbrandingsgas niet door de katalysatorplaat 18 afgegeven, maar vanuit de opening 12 door een spleet tussen de opening 12 en de demper 16, zodat de katalysatorplaat 18 gedurende de verbrandingswerking de afgifte van het verbrandingsgas niet belemmert.
10 Bovendien sluit de katalysatorplaat 18 van de.'demper 16 de opening 12 af, wanneer de vuurdoofbewerking wordt uitgevoerd, hetgeen resulteert in het door de katalysatorplaat 18 afgeven van een mengsel tussen verbrandingsgassen en onverbrande brandstofoliegassen. Onmiddellijk na het uitdoven 15 van het vuur van de oliebrander bezit de verbrandingscilinder-konstruktie 14 nog steeds een hoge temperatuur, zodat de verbrandingsgassen door de katalysatorplaat 18 kunnen passeren terwijl ze nog steeds een hoge temperatuur hebben. Dit maakt het mogelijk, dat de katalysatorplaat 18 een zodanige hoge 20 reinigende capaciteit bezit, dat de verbrandingsgassen van hun geur kunnen worden ontdaan, De aanwezigheid van de katalysatorplaat 18 verhindert tevens het terugstromen van de verbrandingsgassen door de in het voorgaande genoemde lucht-doorlaat, omdat de katalysatorplaat fungeert als een uitlaat 25 voor de verbrandingsgassen nadat de opening met de demper 16 is afgesloten.
Op konventionele wijze werd het verhinderen van het opwekken van een slechte geur tijdens het doven van het vuur uitgevoerd volgens diverse systemen. Men maakte gebruik van 30 een katalysatorplaat. Een ander systeem bestond uit het verschaffen van een luchtkamer rond een pit, teneinde tijdens het doven van het vuur opgewekte slechte geuren in de luchtkamer te verspreiden, waarbij werd verhinderd dat deze door een verbrandingscilinderkonstruktie aan het inwendige van een 35 kamer werden afgegeven. Een ander systeem wordt een afzuigsysteem genoemd, dat verbrandingsgassen in een verbrandings-cilinderkonstruktie naar een andere plaats kan overbrengen ï C - 8 - met behulp van een afzuigorgaan.
Een oliebrander, in welke de vuurdoofinrichting volgens de getoonde uitvoeringsvorm moet worden toegepast kan elk van dergelijke systemen voor het verhinderen van de opwekking 5 van een slechte geur toepassen, samen met de vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding.
De oliebrander 10, welke in fig. 1 is getoond, past bijvoorbeeld het afzuigsysteem , zoals getoond in fig. 2, toe. Meer in het bijzonder omvat het afzuigsysteem een op een 10 zodanige plaats aangebracht luchtdicht afgedicht reservoir 32, dat het reservoir 32 wordt blootgesteld aan de door de ver-brandingscilinderkonstruktie 14 opgewekte verbrandingswarmte. Het luchtdichte reservoir 32 staat via een verbindingspijp 34 in verbinding met een ruimte (niet getoond), die is aange-15 bracht ter plaatse van een bovenste gedeelte van het oliereservoir, boven een niveau van de olie die zich daarin bevindt en is vervolgens door de ruimte van het oliereservoir 28 verbonden met het inwendige van de verbrandingscilinderkonstruk-tie 14. Een dergelijk afzuigsysteem staat in ieder geval toe, 20 dat een gedeelte van de verbrandingsgassen, die onverbrande brandstofoliegassen bevatten, die in de verbrandingscilinder-konstruktie 14 tijdens het doven van het vuur zijn achtergebleven, door de verbindingspijp 34 naar het afgedichte reservoir 32 worden gezogen, wanneer het reservoir 32 tengevolge 25 van het doven van het vuur is afgekoeld. Het volume van het gas in het reservoir 32 is tengevolge van de temperatuursda-ling immers geringer geworden. Het resterende verbrandingsgas in de verbrandingscilinderkonstruktie 14 wordt door de kata-lysatorplaat 18 afgegeven.
30 Aldus kan, wanneer een oliebrander een dergelijk afzuigsysteem samen met de vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding toepast het afgeven van een slechte geur aan een kamer volledig worden vermeden.
Fig. 3 toont een andere uitvoeringsvorm van een 35 vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding. In de uitvoeringsvorm van fig. 3 omvat een demper een cilindrisch deel en een in dit cilindrische deel aangebrachte schildvormige .'ui - 9 - - plaat met een ringvormige vorm. Een katalysatorplaat is aangebracht in een centrale opening van de schildvormige plaat.
Het resterende gedeelte van de in fig. 3 getoonde uitvoeringsvorm is op nagenoeg overeenkomstige wijze als in fig. 2 ge-5 konstrueerd.
Zoals blijkt uit het voorgaande verhindert de vuurdoofinrichting volgens de ondérhavige uitvinding op effek-tieve wijze de afgifte van onverbrande brandstofoliegassen aan een kamer, waarbij de afgifte van een slechte geur tenge-10 volge van onverbrande brandstofoliegassen tijdens het doven van het vuur wordt vermeden. De vuurdoofinrichting volgens de onderhavige uitvinding kan tevens worden toegepast samen met een in het voorgaande beschreven mechanisme voor het verhinderen van het opwekken van een slechte geur, hetgeen 15 resulteert in het feit, dat de afgifte van een slechte geur nog effektiever wordt vermeden.
De uitvinding is niet beperkt tot de in het voorgaande beschreven uitvoeringsvormen, die binnen het kader van de uitvinding op velerlei manieren kunnen worden 20 gevarieerd.
. .i
Claims (8)
1. Vuurdoofinrichting voor een oliebrander van het open type, die verbrandingsgassen uit een opening, die is aangebracht aan het bovenuiteinde van een verbrandingscilinder-konstruktie, kan afgeven aan het inwendige van een kamer, 5gekenmerkt door een demper, die in de nabijheid van de opening van de verbrandingscilinderkonstruktie is aangebracht teneinde deze opening tijdens het doven van het vuur van de oliebrander af te sluiten.
2. Vuurdoofinrichting volgens conclusie 1, met 10. e t kenmerk, dat de demper vertikaal ten opzichte van de beweging van een pitbedieningsmechanisme van de oliebrander beweegbaar is.
3. Vuurdoofinrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de demper de opening tijdens 15 het doven van het vuur volledig afsluit.
4. Vuurdoofinrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de demper de opening tijdens het doven van het vuur zodanig afsluit, dat een smalle spleet tussen de demper en de opening resteert.
5. Vuurdoofinrichting volgens één der conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de demper althans gedeeltelijk bestaat uit een oxydatiekatalysatorplaat.
6. Vuurdoofinrichting volgens één der conclusies 1-4, met het kenmerk, dat deze een oxydatiekatalysa- 25 torplaat bezit, die een gedeelte van een wand van de verbran-dingscilinderkonstruktie vormt.
7. Oliebrander van het open type voorzien van een vuurdoofinrichting volgens één der conclusies 1-6.
8. Oliebrander volgens conclusie 7, geken- 30. e r k t door een afzuigsysteem voor het afzuigen van ten minste een gedeelte van de verbrandingsgassen, die onverbrande brandstofoliegassen bevatten, die in de verbrandingscilin-derkonstruktie tijdens het doven van het vuur zijn achtergebleven, welk afzuigsysteem een luchtdicht afgedicht reser- 35 voir omvat, dat kan worden blootgesteld aan de verbrandings-warmte van de verbrandingscilinderkonstruktie, en dat in verbinding staat met de verbrandingscilinderkonstruktie. • ) . * *’ -'«»
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP4161285 | 1985-03-01 | ||
| JP60041612A JPS61202015A (ja) | 1985-03-01 | 1985-03-01 | 石油燃焼器の消火装置 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8600524A true NL8600524A (nl) | 1986-10-01 |
| NL193912B NL193912B (nl) | 2000-10-02 |
| NL193912C NL193912C (nl) | 2001-02-05 |
Family
ID=12613162
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8600524A NL193912C (nl) | 1985-03-01 | 1986-02-28 | Oliebrander en vuurdoofinrichting. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (2) | US4810185A (nl) |
| JP (1) | JPS61202015A (nl) |
| KR (1) | KR900003540B1 (nl) |
| DE (1) | DE3606655C2 (nl) |
| NL (1) | NL193912C (nl) |
Families Citing this family (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH0619206B2 (ja) * | 1986-03-11 | 1994-03-16 | 株式会社トヨトミ | 燃焼器の防臭装置の触媒昇降構造 |
| JPS6438423U (nl) * | 1987-08-31 | 1989-03-08 | ||
| US5899685A (en) * | 1996-10-30 | 1999-05-04 | Thigpen; Harold D. | Remote lighted wick extinguisher |
| JPH10318539A (ja) * | 1997-05-20 | 1998-12-04 | Tokai:Kk | 液体燃料用燃焼器具 |
| US6190439B1 (en) | 1999-08-18 | 2001-02-20 | David Bresnahan | Method and device to eliminate or reduce décor damaging fragrant candle emissions |
| US6345978B1 (en) * | 2000-06-19 | 2002-02-12 | International Business Corporation | Torch |
| WO2007080471A2 (en) * | 2006-01-09 | 2007-07-19 | Promethea Corporation (Pty) Ltd | A combustion device |
| WO2009081236A1 (en) * | 2007-12-21 | 2009-07-02 | Hendson, Denise | Safety mechanism on a paraffin stove |
| KR101573989B1 (ko) * | 2013-12-26 | 2015-12-02 | 엘지전자 주식회사 | 조리기기 및 버너 유닛 |
| KR101617499B1 (ko) * | 2013-12-26 | 2016-05-02 | 엘지전자 주식회사 | 조리기기 및 버너 유닛 |
| USD799690S1 (en) * | 2014-12-22 | 2017-10-10 | Ebara Corporation | Inner cylinder for exhaust gas treatment apparatus |
Family Cites Families (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US564992A (en) * | 1896-08-04 | Thomas | ||
| GB189510681A (en) * | 1895-05-29 | 1896-05-29 | Walter Darby | Improvements in the Construction of Oil Burners. |
| US2646789A (en) * | 1950-10-17 | 1953-07-28 | Rheem Mfg Co | Flashback prevention in gas burners |
| US3381678A (en) * | 1965-10-08 | 1968-05-07 | Umco Corp | Alcohol heating and cooking stove |
| DE2063698A1 (de) * | 1970-12-24 | 1972-07-13 | Aladdin Industries Ltd., Greenford, Middlesex (Großbritannien) | Mit flüssigem Brennstoff betriebener Heizapparat |
| GB1370467A (en) * | 1971-09-14 | 1974-10-16 | Aladdin Ind Ltd | Liquid fuel burning heaters of the wick-fed type |
| US4285666A (en) * | 1977-11-10 | 1981-08-25 | Burton Chester G | Apparatus and method for increasing fuel efficiency |
| JPS5535891A (en) * | 1978-09-07 | 1980-03-13 | Sharp Corp | Combustion sleeve of kerosene combustor |
| JPS5616028A (en) * | 1979-07-17 | 1981-02-16 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | Liquid fuel combusting apparatus |
| JPS5616029A (en) * | 1979-07-20 | 1981-02-16 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | Combusting apparatus of petroleum |
| AU525670B2 (en) * | 1980-04-17 | 1982-11-18 | Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. | Liquid fuel combustion apparatus |
| JPS5828916A (ja) * | 1981-08-13 | 1983-02-21 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | 脱臭装置付石油スト−ブ |
| JPS5892711A (ja) * | 1981-11-28 | 1983-06-02 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | 燃焼器 |
| JPS5987518U (ja) * | 1982-11-27 | 1984-06-13 | 株式会社トヨトミ | 石油燃焼器の芯高調節装置 |
| JPS60220A (ja) * | 1984-05-18 | 1985-01-05 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | 液体燃料燃焼器具 |
-
1985
- 1985-03-01 JP JP60041612A patent/JPS61202015A/ja active Pending
-
1986
- 1986-02-25 KR KR1019860001292A patent/KR900003540B1/ko not_active Expired
- 1986-02-28 DE DE3606655A patent/DE3606655C2/de not_active Expired - Lifetime
- 1986-02-28 US US06/834,597 patent/US4810185A/en not_active Expired - Lifetime
- 1986-02-28 NL NL8600524A patent/NL193912C/nl not_active IP Right Cessation
-
1989
- 1989-02-06 US US07/306,183 patent/US4872829A/en not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US4810185A (en) | 1989-03-07 |
| NL193912B (nl) | 2000-10-02 |
| DE3606655A1 (de) | 1986-09-11 |
| KR860007506A (ko) | 1986-10-13 |
| KR900003540B1 (ko) | 1990-05-21 |
| DE3606655C2 (de) | 1995-06-14 |
| US4872829A (en) | 1989-10-10 |
| JPS61202015A (ja) | 1986-09-06 |
| NL193912C (nl) | 2001-02-05 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8600524A (nl) | Vuurdoofinrichting voor een oliebrander. | |
| US2010460A (en) | Incinerator | |
| US2044085A (en) | Incinerator | |
| US2748728A (en) | Domestic incinerator | |
| US1137232A (en) | Incinerator. | |
| NL194093C (nl) | Oliebrander. | |
| JPS62119323A (ja) | 石油燃焼器 | |
| JP2506177B2 (ja) | 石油燃焼器 | |
| JP3649849B2 (ja) | 廃油ストーブ | |
| JPH0740816Y2 (ja) | 石油燃焼器の防臭装置 | |
| JPH0518564Y2 (nl) | ||
| JP2696318B2 (ja) | 石油燃焼器の消火装置 | |
| JPH0712704U (ja) | 薪燃焼兼用流体燃料燃焼装置 | |
| JPS63318423A (ja) | 開放型燃焼装置 | |
| JP3036799U (ja) | 移動式廃棄物焼却車 | |
| EP4187156A1 (en) | Heat generator assembly with a combustion chamber and a brazier | |
| JPS6347684Y2 (nl) | ||
| JPS6231820Y2 (nl) | ||
| JP2609986B2 (ja) | 焼却炉 | |
| JPH064212Y2 (ja) | 液体燃料燃焼装置 | |
| JPH0129441Y2 (nl) | ||
| JPH10122532A (ja) | 移動式廃棄物焼却車 | |
| JPS6096837A (ja) | 灯芯式石油燃焼装置 | |
| JPS6238137Y2 (nl) | ||
| JPH08178275A (ja) | 石油燃焼器の消火制御装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20060228 |