NL8900519A - Documentopmaaksysteem. - Google Patents
Documentopmaaksysteem. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8900519A NL8900519A NL8900519A NL8900519A NL8900519A NL 8900519 A NL8900519 A NL 8900519A NL 8900519 A NL8900519 A NL 8900519A NL 8900519 A NL8900519 A NL 8900519A NL 8900519 A NL8900519 A NL 8900519A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- text
- line
- properties
- document
- component
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G06—COMPUTING OR CALCULATING; COUNTING
- G06T—IMAGE DATA PROCESSING OR GENERATION, IN GENERAL
- G06T11/00—Two-dimensional [2D] image generation
- G06T11/60—Creating or editing images; Combining images with text
-
- G—PHYSICS
- G06—COMPUTING OR CALCULATING; COUNTING
- G06F—ELECTRIC DIGITAL DATA PROCESSING
- G06F40/00—Handling natural language data
- G06F40/10—Text processing
- G06F40/103—Formatting, i.e. changing of presentation of documents
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Theoretical Computer Science (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Computational Linguistics (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Audiology, Speech & Language Pathology (AREA)
- Artificial Intelligence (AREA)
- Document Processing Apparatus (AREA)
- Saccharide Compounds (AREA)
- Medicines That Contain Protein Lipid Enzymes And Other Medicines (AREA)
- Medicines Containing Antibodies Or Antigens For Use As Internal Diagnostic Agents (AREA)
- Controls And Circuits For Display Device (AREA)
- Processing Or Creating Images (AREA)
Description
Documentopmaaksysteem
De uitvinding heeft betrekking op een documentopmaaksysteem voorzien van invoermiddelen voor het invoeren van, op grafische elementen betrekking hebbende, document!nformatie en commando's, alsmede van een proceseenheid welke ingericht is voor het aan de hand van genoemde documentinformatie en commando's opmaken en beheren van documenten volgens een door grafische eigenschappen gekarakteriseerd model.
Een dergelijk systeem is commercieel verkrijgbaar in de vorm van een computer en een software pakket, genaamd "Workstation Publishing System" van Interleaf, Inc., Cambridge, Massachusetts, U.S.A., en wordt bijvoorbeeld beschreven in "Is what you see enough to get?" door R.A. Morris (in: PROTEXT II: Proceedings of the Second International Conference on Text Processing Systems, Dublin, 1985, ISBN 0 906783 50X). In dit bekende systeem omvatten de invoermiddelen een toetsenbord en een zogenaamde muis. Met behulp van de muis kan de bedienaar een positie op het beeldscherm selekteren, waarna hij met het toetsenbord op die plaats op het scherm commando's of tekst kan inbrengen.
Ook wordt in dit systeem gebruik gemaakt van menu's, die na indrukken van een knop op de muis ter plaatse op het scherm verschijnen en die een verzameling commando's tonen, waaruit de bedienaar, weer met behulp van de muis, er een kan selekteren en doen uitvoeren.
Het bekende systeem stelt de bedienaar in staat een document te maken dat is opgebouwd uit verschillende onderdelen, zogenaamde componenten, zoals titels, tekstblokken, voetnoten, etc. Dit document wordt op het beeldscherm getoond in een tekstvenster, dat voorzien is van een kantlijn. In die kantlijn is bij het begin van elke component een label aangebracht met de naam van die component.
De ui terlijke kenmerken van elke component, zoals lettertype en -grootte, kantlijnposities, typografische functies, zijn vastgelegd in de eigenschappen, die voor elke component een verschillende instelling of waarde kunnen hebben. De verzameling eigenschappen van een component kan in een apart venster op het scherm zichtbaar gemaakt worden door haar met de muis ter plaatse van de label van die component via een menu op te roepen. In dit venster worden tevens de waarden van de eigenschappen weergegeven. Deze kunnen door de bedienaar veranderd worden. Doet hij dit niet, dan gelden de door de leverancier voorgeprogrammeerde waarden (zogenaamde default-waarden).
Ter verhoging van de leesbaarheid zal de bedienaar vaak het uiterlijk van bepaalde componenten afwijkend willen maken, bijvoorbeeld de titel vetgedrukt en gecentreerd op de regel. Dit kan hij bereiken door de eigenschappen van die component een dienovereenkomstige waarde te geven.
Het bekende systeem kent één basiscomponent, waaruit de bedienaar een aantal verschillende componenten kan vormen, door een of meer van de eigenschappen een andere waarde te geven. Op die manier kan hij een aantal, voor verschillende toepassingen in het document toegesneden componenten definiëren met onderling in waarde verschillende eigenschappen. Door deze componenten verschillende namen te geven (ook de naam van een component is een eigenschap), kan hij ze onderscheidbaar maken. Vervolgens kan een aldus gespecialiseerde component op verschillende plaatsen in een document worden toegepast.
Een wijziging van de waarde van eigenschappen van een component kan, naar keuze van de bedienaar, geldend gemaakt worden voor alle componenten met dezelfde naam als de gewijzigde.
Componenten zijn opgebouwd uit deelcomponenten, bijvoorbeeld letters. Ook een deelcomponent heeft eigenschappen, die zijn uiterlijk beschrijven. Deze zullen als regel waarden (sub-lokale waarden) hebben, die gelijk zijn aan die van de corresponderende eigenschappen van de component, waartoe de deelcomponent behoort (de lokale waarden), maar soms zullen ze afwijken, bijvoorbeeld wanneer een enkel woord in een alinea vetgedrukt of cursief is uitgevoerd.
Een documentopmaak systeem van het in de aanhef omschreven soort heeft het nadeel dat de positionering van de grafische elementen in het te produceren document niet afhangt van bijzondere eigenschappen van de ingevoerde documentinformatie, zoals de aanwezigheid van, als subscripts en/of superscripts te positioneren tekstelementen, van specifieke mathematische symbolen, van meerdere aan letterfonts toegekende formaten en van diverse, aan elementaire bestanddelen voor het creëren van tekeningen toegekende formaten. Het voorkomen van genoemde specifieke documentinformatie resulteert in een minder aantrekkelijk lay-out van het te produceren document. De uitvinding beoogt voor dit probleem een oplossing te geven.
Overeenkomstig de uitvinding is het, in genoemd documentatieop-maaksysteem te hanteren model gespecificeerd door een aantal stelsels van evenwijdige rasterlijnen voor het positioneren van de ingevoerde document!nformatie, waarbij aan tenminste een gedeelte van deze stelsels onderscheidenlijke oriëntatierichtingen zijn toegekend, en omvat de proceseenheid middelen voor het vastleggen van ingevoerde gegevens omtrent de per stelsel geldende rasterlijnafstand en oriëntatierichting, alsmede middelen voor het, uitgaande van de laatst als referentielijn gebruikte rasterlijn voor het positioneren van grafische elementen en rekening houdend met de formaatgegevens van de ten opzichte van die referentielijn gepositioneerde grafische elementen, met de formaatgegevens van de, ten opzichte van een volgende rasterlijn als referentie!ijn nog te positioneren grafische elementen, en met een zekere spatieafstand tussen de grafische elementen, uit de op eerstgenoemde referentie!ijn volgende rasterlijnen, selecteren van de eerstvolgende rasterlijn, welke als referentielijn voor de nog te positioneren grafische elementen in aanmerking komt.
Een zeer praktische uitvoeringsvorm van een documentopmaaksysteem overeenkomstig de uitvinding wordt verkregen bij gebruikmaking van een tweetal stelsels van evenwijdige rasterlijnen, waarbij de oriëntatierichtingen loodrecht op elkaar staan, hetgeen een documentmodel met een rechthoekig rasterstructuur oplevert.
Bij het opmaken van tekstdocumenten zijn bij ieder letterfont gegevens bekend omtrent de maximale waarde van de boven de referentielijn of basislijn uitstekende hoogte (ascender) van de in dat font voorkomende karakters alsmede die van de beneden die basislijn uitstekende hoogte (descender). Zijn bij de laatstgebruikte referentielijn of basislijn meerdere letterfonts toegepast, dan wordt de maximale waarde (dmax) van de respectievelijke descenderwaarden bepaald. Dit geschiedt eveneens (amax) ten aanzien van de desbetreffende ascenderwaarden van de bij een volgende tekstregel te hanteren letterfonts. De eerstvolgende rasterlijn, welke minimaal op een afstand gelijk aan de som van afzonderlijke maximale waarden am en dm van de laatstgebruikte referentielijn of basislijn vermeerderd met de spatieafstand verwijderd ligt, wordt benut als volgende referentielijn of basislijn ten behoeve van de daarop nog te positioneren karakters.
Andere kenmerken en voordelen van het systeem volgens de uit- vinding zullen duidelijk worden aan de hand van de bijgevoegde beschrijving en de daarbij behorende figuren. Hierbij verwijzen gelijke verwijzingscijfers naar overeenkomstige onderdelen.
Hierin is
Fig. la een weergave van een systeem volgens de uitvinding,
Fig. lb een schematische weergave van de opbouw van het systeem in Fig. la,
Fig. 2 een voorbeeld van een document,
Fig. 3 t/m Fig. 6 een weergave van het beeldscherm van een systeem volgens de uitvinding tijdens het gebruik,
Fig. 7a een aanschouwelijke weergave van een procedure voor het opvragen van eigenschappen van een component type,
Fig. 8a een aanschouwelijke weergave van een procedure voor het veranderen van de waarde van eigenschappen,
Fig. 9a een aanschouwelijke weergave van een procedure voor het veranderen van de waarde van eigenschappen van deelcomponenten,
Fig. 10a een alternatief voor de procedure in Fig. 9a,
Fig. 11a een aanschouwelijke weergave van een procedure voor het verwijderen van een ei genschappenvenster van het beeldscherm,
Fig. 12 een aanschouwelijke weergave van een pagina met tekst op een raster,
Fig. 7b, 7c, 7d, 8b, 9b, 9c, 10b, 10c en 11b een weergave van een bij een van de procedures op het beelscherm getoond keuzemenu.
Opbouw van het systeem
Fig. la en Fig. lb tonen een schematische weergave van een mogelijke uitvoeringsvorm van een systeemopbouw volgens de uitvinding. Dit systeem omvat een proceseenheid 1, een beeldscherm 2, een toetsenbord 3, een muis 4, een geheugenschijf 5 en een aansluiting 6 aan een netwerk 7 voor communicatie met een printer of met andere externe apparatuur.
In de proceseenheid 1 bevinden zich een centrale processor 10, een geheugen 11, besturingseenheden 12, 13, 14 en 15 voor respectievelijk het beeldscherm 2, het toetsenbord 3, de muis 4 en de geheugenschijf 5, benevens een communicatieeenheid 16, die de communicatie via het netwerk 7 met externe apparatuur verzorgt. De eenheden 10 t/m 16 in de proceseenheid 1 zijn onderling verbonden via een systeembus 17.
Met behulp van de muis 4 kan een aanwijselement of cursor over het beeldscherm 2 bewogen worden. De muis 4 is voorzien van ten minste twee drukknoppen MS en MM voor het geven van commando's aan het systeem. Met de eerste drukknop (MS) kan de bedienaar een door de cursor op het beeldscherm aangewezen element selecteren, dat wil zeggen aangeven dat een daarna op te dragen aktie moet worden uitgevoerd op de gegevens, die door het aangewezen element op het beeldscherm worden gerepresenteerd. In het algemeen geeft het systeem een terugkoppeling aan de bedienaar door het geselecteerde element op het beeldscherm van kleur te doen veranderen.
De tweede drukknop (MM) is de zogenaamde menuknop. Wanneer de bedienaar deze indrukt, vertoont het systeem op het beeldscherm ter plaatse van de cursor een keuzemenu met systeemcommando's, waarvan de bedienaar door bewegen van de muis/cursor er een kan aanwijzen. In het algemeen bestaat het menu uit een aantal velden, in elk waarvan een commando is geschreven. Wanneer de cursor in een veld komt, verkleurt dit ten teken dat het geselecteerd is. Op het loslaten van de knop MM voert het systeem het aangewezen commando uit en verwijdert het menu van het beeldscherm. Wanneer de bedienaar de cursor eerst geheel buiten het menu brengt en dan de knop MM loslaat, verdwijnt het menu van het scherm en volgt er geen aktie.
Een menu kan verschillende niveau's hebben, dat wil zeggen dat vanuit een of meer menuvelden vervolgmenu's (submenu's) kunnen worden opgeroepen, bijvoorbeeld door de cursor in dat menuveld in een door een teken aangegeven richting naar buiten te schuiven.
Overigens is het gebruik van een muis en van keuzemenu's bekend, bijvoorbeeld uit US-A 4 464 652, waarin een keuzemenu van het zogenaamde "pull-down"-type wordt beschreven in combinatie met een muis, en daarom zal hier niet worden ingegaan op de hiervoor benodigde techniek.
De hier beschreven funkties kunnen natuurlijk ook met andere middelen dan een muis worden verwezenlijkt, bijvoorbeeld met een stuurknuppel of met funktietoetsen op het toetsenbord.
Documentmodel
In Fig. 2 is een voorbeeld van een document weergegeven, aan de hand waarvan het model voor documenten, dat in het systeem volgens de uitvinding wordt gebruikt, zal worden uitgelegd.
Het document in Fig, 2 omvat vijf componenten, namelijk een pagina 19, een titel 20, een ondertitel 21, een tekstblok 22 en een tabel 23.
Componenten hebben een naam, een inhoud en eigenschappen. De inhoud wordt gevormd door tekst of een grafische voorstelling. De eigenschappen bepalen het uiterlijk van de component. De naam, de inhoud en de waarde van de eigenschappen van een component kunnen alle door de bedienaar ingevuld en gewijzigd worden.
Het documentmodel van het systeem volgens de uitvinding kent verschillende componentsoorten, die onderling verschillen in hun toepasbaarheid in een document, zoals "pagina", "titel", "tekstblok", enzovoort. De verschillende componentsoorten hebben op hun funktie afgestemde eigenschappen, bijvoorbeeld: - voor een "pagina": kantlijnen, opmaakparameters van vaste toevoegingen ("headers", "footers"), printerinstrukties; - voor een "titel": opmaakparameters, automatische nummering; - voor een "tekstblok”: opmaakparameters, plaats ten opzichte van de pagina-kantlijn; enzovoort.
Verschillende componentsoorten hebben door hun verschillende funkties dus ook verschillende eigenschappen. Sommige daarvan zijn geheel onafhankelijk en andere zijn juist ten opzichte van eigenschappen van andere componentsoorten gedefinieerd, zoals bijvoorbeeld de plaats van een "tekstblok" is gedefinieerd ten opzichte van de kantlijnen van de "pagina".
Door het invullen van waarden voor de naam en de eigenschappen ontstaan componenttypen. Zo kunnen bijvoorbeeld binnen de component-soort "pagina" de typen "voorpagina", "tekstpagina" en "achterpagina" gevormd worden door het op verschillende wijze invullen van de waarde van de eigenschappen. De naam van een componenttype dient daarbij om de aldus gecreëerde componenttypen van elkaar te onderscheiden.
In het voorbeeld van Fig. 2 behoren de componenten 20 en 21 beide tot de soort "titel", maar component 20 is van het type "hoofdtitel" en component 21 is van het type "ondertitel". Deze typen verschillen onderling door de verschillende waarde van de eigenschap "letterstijlvetgedrukt, respektievelijk normaal. Evenzo behoren de componenten 22 en 23 beide tot de soort "tekstblok", maar component 22 is van type "tekst" en component 23 van type "tabel", welke typen onderling verschillen in hun plaatsing ten opzichte van de kantlijnen 24 en 25 (waarvan de plaats is vastgelegd in de eigenschappen van de "pagina" 19).
In het systeem volgens de uitvinding zijn verschillende com-ponentsoorten en -typen standaard voorgeprogrammeerd. Deze geven voldoende mogelijkheden voor normale tekstverwerking. Het voordeel van voorprogrammeren van de verschillende componentsoorten en typen is, dat op deze wijze een zekere eenvormigheid in het geleverde pro-dukt ("huisstijl") bereikt kan worden.
Deelcomponenten, bijvoorbeeld individuele alfanumerieke tekens binnen een component, hebben ook weer eigenschappen. De waarde daarvan is in het algemeen gelijk aan die van de corresponderende eigenschappen van de component, waarin ze zich bevinden, maar ze kunnen er ook van afwijken.
Beheerssysteem
De inhoud en de eigenschappen van de paginacomponent en de overige componenten worden beheerd door een beheersprogramma, dat draait in de centrale processor en het geheugen van het systeem. Dit beheersprogramma beheert de eigenschappen van de componenttypen en van de deelcomponenten afzonderlijk. In het hier beschreven systeem wordt het beheer over de afwijkende eigenschappen van deelcomponenten gevoerd aan de hand van een amendementenlijst, die aangeeft welke afwijkingen er bestaan ten opzichte van de waarden van de eigenschappen van de componenttypen.
Met behulp van het beheersprogramma kan de bedienaar wijzigingen aanbrengen in de ingevulde waarde van deze eigenschappen.
Wanneer de bedienaar de waarde van een eigenschap E van een zeker com-ponenttype verandert, dan voert het beheersprogramma deze verandering voor alle componenten van dat type uit.
Wanneer de bedienaar een bepaalde component van het ene document naar het andere wil overbrengen, gaat het beheerssysteem na, of er in het bestemmingsdocument al een componenttype met dezelfde naam aanwezig is. Is dit niet het geval, dan definieert het beheerssysteem in het bestemmingsdocument een componenttype met naam en eigenschappen van de over te brengen component en plaatst de laatste in het document. Is er echter al een componenttype met de naam van de over te brengen component aanwezig, dan stelt het beheerssyteem de bedienaar voor om de over te brengen component aan de globale waarden van de eigenschappen van het reeds aanwezige componenttype aan te passen.
Een overzichtelijke manier van het invoeren of wijzigen van eigenschappen wordt verkregen door de invoering van een drietal niveaus waarop toegang wordt verkregen tot zekere, op dat niveau werkzame eigenschappen. Op het hoogste niveau ("paginaniveau") wordt met behulp van een paginaeigenschappenvenster 26, dat op het beeldscherm 2 zichtbaar kan worden gemaakt, eigenschappen nader omschreven of gewijzigd, welke dan voor de gehele pagina kunnen gelden. Op dit niveau kan bijvoorbeeld de plaatsing van kantlijnen, "headers", "footers" en tekstoriëntatie ten opzichte van de bladzijdespiegel worden vastgelegd.
Op het middelste niveau (componentniveau) worden met behulp van een componenteigenschappenvenster 27, dat eveneens zichtbaar gemaakt kan worden, eigenschappen, welke specifiek per component gelden, nader omschreven of gewijzigd. Op dit niveau kunnen bijvoorbeeld alle specificaties over het te gebruiken font en de offset- en de tabulatorwaar-den worden vastgelegd.
Op het laagste niveau (textniveau) kunnen in de tekstregels nog wijzigingen worden aangebracht zoals een ander fonttype en andere offset-en tabulatorwaarden. Zij worden met behulp van het zogenaamde teksteigenschappenvenster 28 vastgelegd.
Alle gegevens, welke met behulp van genoemde eigenschappenvensters 26,27 en 28 zijn gespecificeerd worden door het genoemde beheersprogramma beheerd.
Presentatie van een document
Fig. 3 toont het beeldscherm 2 van een systeem volgens de uitvinding met daarop de weergave van het document uit Fig. 2.
De tekst van het document of een gedeelte daarvan wordt afgebeeld in een tekstvenster 30, dat is omgeven door een omlijsting, die is opgebouwd uit een bovenlijst 31, een linkerlijst 32, een onderlijst 33 en een rechterlijst 34. Voorts bevindt zich op het scherm 2 de cursor 35. De bovenlijst 31 is verdeeld in een aantal vakken, die de identificatie van het document, het paginanummer en een of meer nevenvelden (bijvoorbeeld het standaardveld 40 en het commandoveld 41) bevatten.
De linkerlijst 32 bevat een aantal labels 36 tot en met 39, die geplaatst zijn bij het begin van elke component en die de typenaam van die component en/of een bijbehorend identificatiesymbool bevatten.
In deze figuur is een component weergegeven van het type "tabel" (23) en een van het type "tekst" (22) uit Fig. 2. Beide zijn van de soort "tekstblok" en hebben verschillend ingestelde eigenschappen betreffende de plaats ten opzichte van de kantlijn en breedte, hetgeen met behulp van het componenteigenschappenvenster is ingesteld.
Voorts zijn in deze figuur nog de onderlijst 33 en de rechterlijst 34 weergegeven. Deze bevatten zogenaamde scroll-bars, waarmee met behulp van de cursor 35 een ander gedeelte van het document in het tekstvenster 30 kan worden gebracht. Het gebruik van scroll-bars wordt bekend verondersteld.
Presentatie van de eigenschappen van de documentpagina Fig. 4 toont het beeldscherm 2 van een systeem volgens de uitvinding met daarop de weergave van de standaardeigenschappen van de pagina component. Bij wijziging van deze eigenschappen worden de gewijzigde eigenschappen in principe doorgevoerd bij alle componenten in het gehele document.
Het oproepen van deze standaardeigenschappen door de bedienaar zal in een later stadium worden besproken.
Genoemde standaardeigenschappen worden door het systeem getoond in het pagina-eigenschappenvenster 26, dat gedeeltelijk het tekstvenster 30 van het document, waarop het betrekking heeft, overlapt. Het pagina-ei genschappenvenster 26 is bovenaan voorzien van een naambalk 42, waarin de naam van het document vermeld is, bijvoorbeeld "docu". Het venster 26 is voorts verdeeld in een linkergedeelte 42, waarin de identificaties van de verschillende eigenschappen vermeld zijn in labels en een rechtergedeelte 43, waarin de ingestelde waarden van die eigenschappen zijn weergegeven. Zo is bijvoorbeeld de eigenschap "page" die, welke de oriëntatie van de tekst ten opzichte van de bladspiegel aangeeft. Bij keuzemogelijkheid "portrait" wordt de tekst over de korte zijde van de pagina weergegeven en wordt bij "landscape" dit over de lange zijde van de pagina weergegeven.
Met eigenschap "margins" kan men de diverse soorten marges langs de paginaranden selecteren en op een bepaalde waarde instellen.
Presentatie van de eigenschappen van een component Fig. 5 toont het beeldscherm 2 van een systeem volgens de uitvinding met daarop de weergave van de eigenschappen van een component, in dit geval die van de component "tabel" in het document uit Fig. 2. Het oproepen van de eigenschappen van een component door de bedienaar zal later besproken worden.
De eigenschappen worden door het systeem getoond in een component-eigenschappenvenster 27. Het overlapt gedeeltelijk het tekstvenster 30 van het document, waarop het betrekking heeft. Het componenteigenschappenvenster 27 is bovenaan voorzien van een naambalk 51, waarin de typenaam van de component is vermeld, in dit voorbeeld "tabel".
Het ei genschappenvenster 27 is verdeeld in een linkergedeelte 53, waarin de identificaties van de verschillende eigenschappen vermeld zijn in labels en een rechtergedeelte 54, waarin de ingestelde waarden van die eigenschappen zijn weergegeven. Zo is bijvoorbeeld de eigenschap "trailing space" die de ruimte aangeeft die vrij moet blijven onder deze component ingesteld op 0. Dit betekent, dat de component zonder tussenruimte moet worden gevolgd door de volgende. De eigenschap "horizontal offset" geeft de afstand aan tussen de kantlijnen van de component en de paginakantlijnen (gedefinieerd in de pagina-eigenschappen), zowel links als rechts. Deze eigenschap is ingesteld op 20 mm links en 20 mm rechts, hetgeen betekent, dat de componentregels 20 mm rechts van de linkerkantlijn van het document moeten beginnen en 20 mm links van de rechterkantlijn van het document moeten ophouden.
De eigenschap "font-size" geeft het formaat van de te gebruiken karakterfout aan. Deze heeft een vooringestelde waarde (default waarde) gelijk 10, welke zonodig kan worden gewijzigd.
Bij eigenschappen, waarvoor slechts een gering aantal keuzemogelijkheden bestaan, wordt de ingestelde waarde op andere wijze aangegeven: alle mogelijke instellingen zijn vermeld in het rechtergedeelte van het eigenschappenvenster 27 en de ingestelde waarde is aangegeven met een verzwaard kader.
Opgemerkt wordt, dat de in Fig. 5 getoonde vorm, de gekozen eigenschappen en hun mogelijke instellingen slechts als voorbeeld zijn bedoeld.
De presentatie in Fig. 5 correspondeert met de systeeminstelling zoals weergegeven in Fig. 3, waarbij er een componenttype "tabel" bestaat.
Presentatie van de eigenschappen van een deelcomponent Ook van deelcomponenten, zoals de individuele al fa-numerieke tekens in een component, kan een eigenschappenvenster, het zogenaamde teksteigenschappenvenster 28, getoond worden. De hierop vermelde eigenschappen vormen een deelverzameling van die van de component.
Het teksteigenschappenvenster 28, overlapt gedeeltelijk het tekst-venster 30 van het document, waarop het betrekking heeft.
Het teksteigenschappenvenster 28 is ook verdeeld in een linkergedeelte 56, waarin de identificaties van de verschillende teksteigenschappen vermeld zijn in labels en een rechtgedeelte 57, waarin de ingestelde waarden van die eigenschappen zijn weergegeven.
Zo is bijvoorbeeld de eigenschap "offsets" die, welke de verplaatsing definieert van de tekst ten opzichte van de voor de bladzijde gekozen kantlijn (zie "margins" in het pagina-eigenschappenvenster 26), terwijl de eigenschap "separation" betrekking heeft op de ruimte die aan het begin, respectievelijk het eind van het nu in te voeren tekstgedeelte in acht zal worden genomen.
Bedieningsprocedures
Hierna wordt de werking van het systeem beschreven aan de hand van bedieningsprocedures voor met de uitvinding samenhangende systeem-akties.
In de Figuren 7a, 8a, 9a, 10a en 11a zijn steeds aan de linkerkant de handelingen van de bedienaar weergegeven en aan de rechterkant de systeemakties die hierdoor worden geïnitieerd.
Opvragen van eigenschappen van een bepaald componenttype De procedure voor het op het beeldscherm vertonen van de eigenschappen van een bepaald componenttype en hun ingestelde waarde is weergegeven in Fig. 7a. Als voorbeeld is het vertonen van de eigenschappen van het componenttype "tabel" in het document van Fig. 2 gekozen.
De procedure begint met het plaatsen door de bedienaar van de cursor in het vak "standards" van de bovenlijst 31 van het tekstvenster 30 (zie Fig. 3). Vervolgens drukt de bedienaar op de menuknop MM van de muis, waarop het systeem een menuwindow (zie Fig. 7b) met de items "properties" en “remove" vertoont.
In dit menu is bij beide items een pijlvormig teken 71 aangebracht, dat aangeeft dat hier een vervolgmenu kan worden getoond. De bedienaar verplaatst nu de cursor, die in het menu de vorm van een kader 72 of een verkleuring van het menuveld heeft aangenomen, naar het item "properties" en beweegt de muis in de richting van het teken 71 naar buiten, waarop het systeem het vervolgmenu 72 (zie Fig. 7c) vertoont.
De bedienaar verplaatst vervolgens de cursor naar het menuveld "tekstblok" en beweegt de muis in de richting van het teken 71, waarop het systeem het vervolgmenu 73 vertoont (Fig. 7d).
In dit vervolgmenu verplaatst de bedienaar de cursor naar het veld "tabel". Op het loslaten van de menuknop op de muis haalt het systeem nu de eigenschappen van het componenttype "tabel" op en vertoont die in een componenteigenschappenvenster op het beeldscherm.
Opvragen van eigenschappen van een paginacomponent De procedure voor het op het beeldscherm vertonen van de eigenschappen van een paginacomponent en de ingestelde waarde gaat analoog aan die voor een bepaald componenttype als hiervoor is uiteengezet. In plaats van het verplaatsen van de cursor naar het menuveld "tekstblok" wordt nu de cursor geplaatst op het item "page". Dit resulteert tenslotte in de vertoning van een pagina-eigenschappenvenster 26 op het beeldscherm 2.
Veranderen van de waarde van eigenschappen De procedure voor het veranderen van de waarde van eigenschappen is weergegeven in Fig. 8a. Als voorbeeld geldt de omzetting van de letterstijl van de component "hoofdtitel" (20) in het document van Fig. 2 van vetgedrukt in cursief. De bedienaar vraagt volgens de hiervoor gegeven procedure de eigenschappen op van de component "hoofdtitel", brengt de cursor in het rechter gedeelte van het componentei genschappenvenster ter hoogte van het label "style" (letterstijl) en selecteert met de selectieknop MS van de muis het vak "italics" (cursief). Hierop reageert het systeem door dit veld met een verzwaard kader te omgeven en tegelijkertijd het verzwaarde kader, dat de oude instelling (“bold" = vetgedrukt) omgaf, te verwijderen.
Vervolgens drukt de bedienaar de menuknop MM van de muis in, waarop het systeem ter plaatse van de cursor het menu vertoont zoals weergegeven in Fig. 8b. Dit menu bevat de velden "apply" (toepassen) en "reset" (terugstellen naar een vorige waarde). Door nu met de cursor het veld "apply" aan te wijzen, geeft de bedienaar aan het systeem opdracht om de verandering van de 1 etterstij1 uit te voeren. Op het loslaten van de menuknop MM verandert het systeem de globale waarde van de eigenschap "letterstijl" in "cursief" en past deze verandering vervolgens toe op alle componenten van het type "hoofdtitel".
Veranderen van de eigenschappen van deelcomponenten Het veranderen van de waarde van eigenschappen van deelcomponenten, zoals alfanumerieke tekens binnen een component, is weergegeven in Fig. 9a. In het document van Fig. 2 is het woord "componenten" in het tekstblok 22 weergegeven in vetgedrukte letters. In het volgende voorbeeld zal worden aangegeven hoe dit is bewerkstelligd. Uitgegaan wordt van een tekst, waarin het betreffende woord nog in normale letters is weergegeven. De bedienaar brengt de cursor in de tekst naar de eerste letter van het woord en drukt de selectieknop MS van de muis in. Vervolgens beweegt hij de cursor naar de laatste letter van het woord, waarbij het systeem alle tussenliggende letters doet verkleuren of weergeeft in omgekeerd video. Bij de laatste letter aangekomen laat de bedienaar de selectieknop MS los waarop het systeem het woord "componenten" selecteert. Op het indrukken door de bedienaar van de menuknop MM op de muis vertoont het systeem ter plaatse van de cursor op het beeldscherm het menu, weergegeven in Fig. 9b. Dit bevat een aantal systeemcommando's (kopiëren, verwijderen) en selektievelden voor lettertype ("fonts") en de keuze hoofd-/kleine letter ("case").
In het menu kiest de gebruiker met de cursor het veld "fonts" en vervolgens het bijbehorende vervolgmenu. Dit is weergegeven in Fig. 9c met verwijzingscijfer 120. Het vervolgmenu bevat een veld "properties" waarmee het teksteigenschappenvenster van de geselecteerde tekens, dat nu nog slechts lettereigenschappen bevat, kan worden opgeroepen, en velden voor het rechtstreeks veranderen van de waarde van eigenschappen (deze procedure zal verderop besproken worden).
De bedienaar roept het teksteigenschappenvenster 28 van de geselecteerde tekens op, door met de cursor het veld "properties" aan te wijzen en de menuknop MM los te laten. Het systeem toont daarop het eigenschappenvenster met de eigenschappen van de geselecteerde tekens op het beeldscherm. Dit is uiteraard alleen mogelijk, indien alle geselecteerde tekens dezelfde eigenschappen hebben. Is dit niet het geval, dan antwoordt het systeem met een foutmelding op het beeldscherm.
In het teksteigenschappenvenster is bij de eigenschap "style" het veld "normal" (normaal) voorzien van een verzwaard kader om aan te geven, dat deze tekens in normale letterstijl worden weergegeven. Om nu de letterstijl van het woord "componenten" in de tekst vetgedrukt te maken, selecteert de bedienaar in het teksteigenschappenvenster bij de eigenschap "style" de waarde "bold" (vetgedrukt).
Het systeem verplaatst nu in het teksteigenschappenvenster het verzwaarde kader van het veld "normal" naar het veld "bold".
De bedienaar drukt vervolgens de menuknop MM van de muis in, waarop het systeem het menu als weergegeven in Fig. 8b toont, schuift de cursor in dat menu naar het veld "apply", en laat de menuknop MM los. Het systeem neemt nu de veranderde waarde van de letterstijl op in de sub-lokale amendementen!ijst van de geselecteerde tekens, verandert de letterstijl van deze tekens in het tekstvenster en verwijdert het eigenschappenvenster van het beeldscherm. Hiermee is de wijziging van letterstijl voltooid.
Omdat het veranderen van letterstijlei genschappen regelmatig zal voorkomen en de bovenbeschreven methode vrij veel handelingen vereist, is het systeem tevens voorzien van een snellere methode hiervoor. Deze methode zal worden beschreven aan de hand van Fig. 10a.
Na het selecteren van de gewenste tekens (dat op dezelfde manier gebeurt als in de eerste methode) drukt de bedienaar weer de menuknop MM van de muis in, kiest het menuveld "fonts" (Fig. 9b) en vervolgens in het vervolgmenu (120, Fig. 10b) het veld "style". Het hierbij behorende vervolgmenu (121, Fig. 10c) bevat de velden "normal" (normaal), "bold" (vetgedrukt) en "italics" (cursief).
De bedienaar kiest nu met de cursor het veld "bold" en laat de menuknop MM los. Daarop neemt het systeem de verandering op in de amendementenlijst van de geselecteerde tekens, verandert de letterstijl van deze tekens in het tekstvenster en verwijdert de menu's van het scherm.
Verwijderen van een eigenschappenvenster van het beeldscherm Om verder te kunnen gaan met het bewerken van een document, moet eerst het ei genschappenvenster weer van het scherm verwijderd worden. Dit kan bereikt worden, zoals weergegeven in Fig. 11a, door de cursor in een leeg gedeelte van het rechterdeel van het eigenschappenvenster te brengen en de menuknop MM van de muts in te drukken. Het systeem toont dan een menu, zoals weergegeven in Fig. 11b. Dit bevat de velden "close" voor het onmiddellijk verwijderen van het eigenschappenvenster en "cancel" voor het ongedaan maken van de veranderingen, die in het venster zijn uitgevoerd en het daarna verwijderen van het eigenschappenvenster. De bedienaar kan, door de cursor in het veld "close" te schuiven en de menuknop MM los te laten, het eigenschappenvenster weer laten verdwijnen van het beeldscherm en zich vervolgens weer wijden aan het bewerken van zijn document.
Hoewel de uitvinding is uitgelegd aan de hand van de voorgaande beschrijving met de bijbehorende figuren, is zij daartoe niet beperkt. Voor de vakman liggen tal van alternatieve uitvoeringen voor de hand binnen de draagwijdte van de conclusies.
Systeemcommando's zouden bijvoorbeeld ook rechtstreeks, zonder gebruik van muis en menu's, kunnen worden ingetoetst.
De commando's in de menu's zijn in deze beschrijving slechts als voorbeeld gegeven, evenals de beschreven componentsoorten en component-eigenschappen slechts een keuze zijn uit een grotere verzameling.
Ook de manier, waarop de uitvinding in de programmatuur van het systeem is verwerkt, kan op allerlei wijzen worden uitgevoerd.
Tenslotte is toepassing van de uitvinding ook mogelijk in systemen, gebaseerd op een hiërarchisch document-model van componenten op verschillende nivo's, elk voorzien van eigenschappen met globale en lokale waarden.
Document lay-out
Om een regelmatige lay-out van een document te verkrijgen, wordt door het systeem gebruik gemaakt van een rasterpatroon, dat is opgebouwd uit een stelsel van equidistante horizontale lijnen (basislijnenraster) en een stelsel van equidistante verticale lijnen (kolomlijnenraster). Het basislijnenraster wordt gebruikt om de tekst op die lijnen te kunnen positioneren.
Ieder karakter, dat ingevoerd wordt (met uitzondering van subscript-elementen en superscriptelementen), wordt altijd op een lijn van het basislijnenraster van de betreffende pagina geplaatst. Wanneer de afstand tussen twee opeenvolgende basislijnen te klein is om daartusen tekst te positioneren zonder de tekst op de voorafgaande basislijn te raken, zullen een of meerdere basislijnen overgeslagen worden totdat een basislijn gevonden wordt, waarbij de op die basislijn te plaatsen tekstregel de vorige tekstregel niet meer zal raken. Wanneer voor een volgende tekstregel een font van een ander formaat wordt gebruikt, zal het systeem opnieuw bepalen welke basislijn gekozen moet worden om te voorkomen dat de te positioneren tekstregel de vorige tekstregel zal raken.
Bij het selecteren van een volgende basislijn om daarop de nieuwe tekstregel te positioneren, wordt uitgegaan van de maximale afstand (descender dmax), waarover een karakter beneden de vorige basislijn kan uitstéken. Voorts wordt van de te positioneren tekstregel de maximale hoogte (ascender amax)3 vastgesteld waarover een karakter boven de te gebruiken basislijn kan uitsteken. Bij elk font zijn de ascender-waarde en de descender-waarde een vast gegeven. Voorts is er nog een kopruimte (leading space s) tussen de opeenvolgende tekstregels gewenst. Dit is de lege ruimte tussen de bovenzijde van de karakters in een regel en de onderzijde van de karakters uit de voorafgaande regel. Bij een basislijnenafstand b bepaalt het systeem in de ongelijkheidsrelatie amax + dmax + s <_n.b, de kleinst moge-lijke waarde van n, waarbij n het rangnummer aangeeft van de basislijn volgend op die basislijn, waarop de laatste tekstregel geplaatst is. Complicaties treden op wanneer in een, op éénzelfde basislijn te plaatsen tekstregel meerdere karakterfonts worden gebruikt, bijvoorbeeld om een bepaald gedeelte van de tekstregel te accentueren.
Moet voor die tekstregel de ascender-waarde worden bepaald, dan wordt van de ascender-waarden van de respectievelijke fonts de grootste waarde bepaald en als vervangende waarde amax gebezigd. Evenzo geschiedt het t.a.v. de descender-waarde dmax.
Ook bij wijziging van een tekstregel worden opnieuw de (vervangende) ascenderwaarde en de descenderwaarde vastgesteld, en vervolgens voor die tekstregel en de daaropvolgende tekstregels de bijbehorende basislijnen bepaald.
Het rasterpatroon is per bladzijde instelbaar. Hiertoe wordt het in Fig. 4 weergegeven eigenschappenvenster 50 op het beeldscherm 2 opgeroepen, waarin een tweetal eigenschappen met betrekking tot het rasterpatroon voorkomen, te weten de eigenschappen "basislijnenraster" (baselinegrid) en kolomraster" (column grid). Voor elk van de twee eigenschappen zijn een drietal keuzemogelijkheden, welke in de figuur met "typographic", "typewriter" en "metric" zijn aangeduid.
Bij de keuzemogelijkheid "typographic" is in het geval van een basislijnenraster voor iedere fontgrootte een gedefinieerde lijnspatie vereist. De afstand tussen twee opeenvolgende rasterlijnen wordt uitgedrukt in Didot punten. Daarom moet ook de gewenste fontgrootte in Didot punten opgegeven worden, en moet voorts informatie over de kopruimte of "leading space" (s) eveneens in Didot punten ingevoerd worden. Bij de keuzemogelijkheid "typographic" is het pagina-eigenschappenvenster 26 voor wat betreft het basis!ijnenraster nog additioneel voorzien van een eerste eigenschappenregel met diverse hokjes voor de fontgrootte met getalwaarden {6;7;8;.....;32) en verder van een tweede eigenschappenregel voor de leading space met de gekadreerde gegevens "compact", "normal" en "wide" alsmede voor wat betreft het kolommenraster voorzien van een vakje waarin naar keuze een waarde tussen 0 en 9 Didot punten ingevuld kan worden. Daarmee kunnen de gewenste keuzes vastgelegd worden.
De gekozen fontgrootte en leading space bepalen de basislijnafstand van het raster. Evenzo volgt uit de ingevoerde waarde bij het kolommenraster de afstand tussen de opeenvolgende kolommen.
Valt de keuze op de keuzemogelijkheid "typewriter", dan verschijnt op het beeldscherm 2 een aangepast pagina-eigenschappenvenster, het welke zich ten opzichte van het in Fig. 5 weergegeven eigenschappenvenster daarin verschilt, dat tussen de eigenschappenregel van het basislijnenraster en de eigenschappenregel van het kolommenraster een regel met indicaties over de te gebruiken "line-spacing"-waarden voorkomt: deze waarden komen overeen met die van een gewone typemachine, te weten: 1, H en 2, welke overeenkomen met 6 respectievelijk 4 en 2 roosterlijnen per inch. Ten aanzien van het kolommenraster kan gekozen worden voor een vaste karakterspatie zoals gebruikelijk is op een gewone typemachine. In dat geval moet ook de karakterspatie van het font in pitch gekozen worden, hetgeen dan het aantal kolomlijnen per inch definieert. Bij de keuze van "metric" komt op het beeldscherm een aangepast eigenschappenvenster, waarin de operator zelf in een hokje een metrische waarde voor de afstand tussen twee opeenvolgende roosterlijnen kan intypen.
Op soortgelijke wijze is de afstand tussen twee opeenvolgende kolommen instelbaar.
Het is niet de bedoeling, dat het rasterpatroon op een beeldscherm tijdens het opmaken van documenten zichtbaar wordt gemaakt en evenmin bij het uitprinten van een document. Zoals aan de hand van Fig. 12 zal worden uiteengezet is het echter mogelijk om het rasterpatroon voor demonstratiedoeleinden zichtbaar te maken. Hiertoe dient het veld "commands" in de bovenlijst 31 van het documentvenster in Fig. 3 met de menuknop van de muis (MM) te worden geselecteerd, en vervolgens onder nandhaving van druk op die knop, de cursor te worden verplaatst naar de optie "show" in het alsdan opgeroepen menuveld en vervolgens in het daarop zichtbaar geworden submenu de optie "grid" te worden geselecteerd.
Hiermede zijn de mogelijkheden voor het vastleggen van een pagi-naraster weergegeven.
Per component moet vervolgens de met het paginaraster verband houdende eigenschappen in het componenteigenschappenvenster 27 nader vastgelegd worden. Deze eigenschappen zijn weergegeven met de aanduidingen "fonteiass", "style" en "lining".
Ten aanzien van de eigenschap "fontclass" zijn er een aantal keuzemogelijkheden te weten "typographic" en "typewriter" met elk een eigen serie fonttype: "Times" en "Univers" respectievelijk "Courier", "Letter Gothic" en "Prestige", en voorts nog "size in didot" met bijbehorende eigenschapswaarden.
De eigenschap "style" kent de keuzes "normal", "italics" en "bold", terwijl de eigenschap "lining" de mogelijkheid geeft om de tekst al dan niet te onder!ijnen.
Ook het gebruik van "subscripts" en "superscripts" dient in het componenteigenschappenvenster gespecificeerd te worden.
Bij deze middels het componenteigenschappenvenster 27 ingevoerde gegevens liggen de ascender- en descenderwaarden a respectievelijk d van het font vast, welke immers berusten op, door de ontwerper van het font gespecificeerde waarden. Het systeem bepaalt vervolgens uit de ongelijkheidsrelatie a+d+s £n.l, waarbij a de ascender is van de nog te positioneren tekstregel, d de descender van de vorige tekstregel en 1 de lijnafstand tussen twee opeenvolgende basislijnen, de minimale waarde n, die hieraan voldoet. Deze waarde n geeft dan het rangnummer van een op de laatste tekstregel volgende basislijn, waarop de nieuwe tekstregel moet worden gepositioneerd.
Indien in een tekstcomponent plaatselijk een wijziging t.a.v. de gegevens over de eigenschap "fontclass", vastgelegd in het componenteigenschappenvenster, moet worden doorgevoerd, dan dient zulks d.m.v het teksteigenschappenvenster 28 te worden uitgevoerd. De hierbij uit te voeren wijzigingen kunnen tot gevolg hebben dat het tekstgedeelte een andere ascender- en descenderwaarde zal krijgen. Het systeem houdt voor die bewuste tekstregel de grootste waarde van de aldaar geldende ascenderwaarden en die van de descenderwaarden bij. Vervolgens wordt aan de hand van de beschreven ongelijkheidsrelatie opnieuw het rangnummer n bepaald, waarbij a en d nu vervangen worden door de grootste waarde van de in de bewuste tekstregel geldende ascenderwaarden, respectievelijk de grootste waarde van de in de vorige tekstregel gehanteerde descenderwaarden.
Het resultaat van een andere fontgrootte in een tekst is te zien in figuur 12, alwaar in het midden van de pagina het getal "24" met een groter font is geschreven. Het gevolg van de grotere ascender- en descenderwaarde van dat bewuste font is, dat de basislijn van die regel een rasterlijn heeft overgeslagen. Dit is eveneens het geval met de basislijn van de volgende tekstregel (ook al hebben de cijfers 2 en 4 zelf geen descenders, maar het font zelf wel).
Het is mogelijk om een bepaalde tekstcomponent een ander rasterpatroon te geven dan gedefinieerd was op paginaniveau middels het pagina-eigenschappenvenster. Een dergelijke wijziging dient middels het componenteigenschappenvenster 27 plaats te vinden. Laatstgenoemd venster bezit hiertoe een tweetal eigenschappen "baseline grid" en "column grid", waarvan elk de selecteerbare items "page", "typographic", "typewriter" en "metric" bezit.
Het item "page" is een voorafgeselecteerde instelling (default-waarde) en geeft daarmee aan, dat de ingegeven waarden bij het pagina-ei genschappenvenster van toepassing zijn (en derhalve niet leidt tot een ander raster). Echter een wijziging van het raster op component-niveau wordt bereikt door per eigenschapsaanduiding één der aangegeven drie items "typographic", "typewriter" en "metric" te selecteren, waarna uit de daarop volgende keuzemogelijkheden opnieuw een selectie dient plaats te vinden. Een dergelijke selectieprocedure is reeds uiteengezet bij het pagina-eigenschappenvenster.
Claims (3)
1. Documentopmaaksysteem voorzien van invoermiddelen voor het invoeren van, op grafische elementen betrekking hebbende, document!n-formatie en commando's, alsmede van een proceseenheid welke ingericht is voor het aan de hand van genoemde document!nformatie en commando's opmaken en beheren van documenten volgens een door grafische eigenschappen gekarakteriseerd model, met het kenmerk dat het, in genoemd documentatieopmaaksysteem te hanteren model gespecificeerd is door een aantal stelsels van, per stelsel equidistant georiënteerde raster!ijnen voor het positioneren van de ingevoerde document!nfor-matie, waarbij aan tenminste een gedeelte van deze stelsels onderscheiden!!jke oriëntatierichtingen zijn toegekend, en omvat de proceseenheid middelen voor het vastleggen van ingevoerde gegevens omtrent de per stelsel geldende raster!ijnafstand en oriëntatierichting, alsmede middelen voor het, uitgaande van de laatst als referentielijn gebruikte raster!ijn voor het positioneren van grafische elementen en rekening houdend met de formaatgegevens van de ten opzichte van die referentielijn gepositioneerde grafische elementen, met de formaatgegevens van de, ten opzichte van een volgende raster!ijn als referentielijn nog te positioneren grafische elementen, en met een zekere spatieafstand tussen de grafische elementen, uit de op eerstgenoemde referentielijn volgende raster!ijnen, selecteren van de eerstvolgende rasterlijn, welke als referentielijn voor de nog te positioneren grafische elementen in aanmerking komt.
2. Documentopmaaksysteem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat genoemd model gespecificeerd is door een tweetal orthogonaal georiënteerde stelsels van evenwijdige raster!ijnen.
3. Documentopmaaksysteem volgens conclusie 1 voorzien van karakter-weergeefmiddelen en daarop werkzame besturingsmiddelen voor het positioneren van tekstregels op een weergavemedium met het kenmerk, dat het documentopmaaksysteem is voorzien van: - eerste middelen voor het registereren van de raster!ijnafstand (d) behorende bij het, op het modelformulier betrekking hebbend stelsel van raster!ijnen met een, de leesrichting representerende oriëntatierichting, tweede middelen voor het, ten behoeven van een weer te geven tekstregel, bepalen en registreren van een standaardascenderhoogte onder gebruik making van iedere, op die tekstregel van toepassing zijnde ascenderhoogte, derde middelen voor het, ten behoeve van de aan genoemde tekstregel voorafgaande tekstregel, bepalen en registreren van een standaard-descenderhoogte onder gebruik making van iedere, op die voorafgaande tekstregel van toepassing zijnde descenderhoogte, vierde middelen voor het vastleggen van een, tussen twee opeenvolgende tekstregels aan te wenden spatiekopruimte, en rekenmiddelen voor het, ten behoeve van de besturingsmiddelen aan de hand van het in de eerste middelen geregistreerde gegeven en van de s’omwaarde van de, in de tweede, derde en vierde middelen geregistreerde gegevens, bepalen van een in rasterlijnafstanden uit te drukken tekstregel afstand ter positionering van de weer te geven tekstregel.
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8900519A NL8900519A (nl) | 1989-03-02 | 1989-03-02 | Documentopmaaksysteem. |
| EP90200441A EP0385545B1 (en) | 1989-03-02 | 1990-02-26 | Desktop publishing system |
| DE69028645T DE69028645T2 (de) | 1989-03-02 | 1990-02-26 | Desk-Top-Publishing-System |
| AT90200441T ATE143513T1 (de) | 1989-03-02 | 1990-02-26 | Desk-top-publishing-system |
| JP04710890A JP3292247B2 (ja) | 1989-03-02 | 1990-02-27 | デスクトップ文書作成システム |
| US07/486,800 US5068809A (en) | 1989-03-02 | 1990-03-01 | Formatting system |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8900519A NL8900519A (nl) | 1989-03-02 | 1989-03-02 | Documentopmaaksysteem. |
| NL8900519 | 1989-03-02 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8900519A true NL8900519A (nl) | 1990-10-01 |
Family
ID=19854234
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8900519A NL8900519A (nl) | 1989-03-02 | 1989-03-02 | Documentopmaaksysteem. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5068809A (nl) |
| EP (1) | EP0385545B1 (nl) |
| JP (1) | JP3292247B2 (nl) |
| AT (1) | ATE143513T1 (nl) |
| DE (1) | DE69028645T2 (nl) |
| NL (1) | NL8900519A (nl) |
Families Citing this family (17)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5390354A (en) * | 1991-03-15 | 1995-02-14 | Itt Corporation | Computerized directory pagination system and method |
| CA2048039A1 (en) * | 1991-07-19 | 1993-01-20 | Steven Derose | Data processing system and method for generating a representation for and random access rendering of electronic documents |
| JPH05101052A (ja) * | 1991-10-04 | 1993-04-23 | Fuji Xerox Co Ltd | 文書作成支援装置 |
| US5384863A (en) * | 1991-11-19 | 1995-01-24 | Xerox Corporation | Methods and apparatus for automatic modification of semantically significant portions of a document without document image decoding |
| EP0579873B1 (en) * | 1992-07-20 | 1999-05-06 | Océ-Technologies B.V. | Method of reproducing text on a raster output device |
| US5732227A (en) * | 1994-07-05 | 1998-03-24 | Hitachi, Ltd. | Interactive information processing system responsive to user manipulation of physical objects and displayed images |
| US6266057B1 (en) * | 1995-07-05 | 2001-07-24 | Hitachi, Ltd. | Information processing system |
| US6546406B1 (en) | 1995-11-03 | 2003-04-08 | Enigma Information Systems Ltd. | Client-server computer system for large document retrieval on networked computer system |
| US6167409A (en) * | 1996-03-01 | 2000-12-26 | Enigma Information Systems Ltd. | Computer system and method for customizing context information sent with document fragments across a computer network |
| US5893109A (en) * | 1996-03-15 | 1999-04-06 | Inso Providence Corporation | Generation of chunks of a long document for an electronic book system |
| US5761060A (en) * | 1996-06-25 | 1998-06-02 | University Of Utah | System and method for evaluating sign legibility |
| US6038567A (en) * | 1998-02-19 | 2000-03-14 | Microsoft Corporation | Method and system for propagating object properties in a desktop publishing program |
| US6547830B1 (en) * | 1999-08-13 | 2003-04-15 | Pixo, Inc. | Methods and apparatuses for display and traversing of links in page character array |
| US7305617B2 (en) * | 2000-02-12 | 2007-12-04 | Adobe Systems Incorporated | Method for aligning text to baseline grids and to CJK character grids |
| US7320104B2 (en) * | 2000-02-12 | 2008-01-15 | Adobe Systems Incorporated | Text grid creation tools |
| US9817794B2 (en) * | 2013-06-13 | 2017-11-14 | Sap Se | Responsive rendering of data sets |
| KR20150009036A (ko) * | 2013-07-10 | 2015-01-26 | 삼성전자주식회사 | 휴대단말기의 메모 처리 방법 및 장치 |
Family Cites Families (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS57123441A (en) * | 1981-01-23 | 1982-07-31 | Canon Inc | Character processor |
| JPS59146333A (ja) * | 1983-02-10 | 1984-08-22 | Sharp Corp | 文章処理装置 |
| US4608664A (en) * | 1983-02-23 | 1986-08-26 | International Business Machines Corporation | Automatically balancing and vertically justifying a plurality of text/graphics-columns |
| JPS6014292A (ja) * | 1983-07-06 | 1985-01-24 | 株式会社東芝 | 文書作成装置 |
| US4723209A (en) * | 1984-08-30 | 1988-02-02 | International Business Machines Corp. | Flow attribute for text objects |
| DE3588192T2 (de) * | 1984-11-14 | 1999-01-21 | Canon K.K., Tokio/Tokyo | Bildverarbeitungssystem |
| US4698624A (en) * | 1985-04-16 | 1987-10-06 | International Business Machines Corp. | Definition of line unit size |
| GB8618664D0 (en) * | 1986-07-31 | 1986-09-10 | British Telecomm | Computer aided design system |
| US4974174A (en) * | 1987-08-24 | 1990-11-27 | Wang Laboratories, Inc. | Alignment method for positioning textual and graphic objects |
-
1989
- 1989-03-02 NL NL8900519A patent/NL8900519A/nl not_active Application Discontinuation
-
1990
- 1990-02-26 EP EP90200441A patent/EP0385545B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1990-02-26 AT AT90200441T patent/ATE143513T1/de not_active IP Right Cessation
- 1990-02-26 DE DE69028645T patent/DE69028645T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1990-02-27 JP JP04710890A patent/JP3292247B2/ja not_active Expired - Fee Related
- 1990-03-01 US US07/486,800 patent/US5068809A/en not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JP3292247B2 (ja) | 2002-06-17 |
| EP0385545B1 (en) | 1996-09-25 |
| ATE143513T1 (de) | 1996-10-15 |
| DE69028645T2 (de) | 1997-02-27 |
| DE69028645D1 (de) | 1996-10-31 |
| EP0385545A1 (en) | 1990-09-05 |
| JPH02272673A (ja) | 1990-11-07 |
| US5068809A (en) | 1991-11-26 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8900519A (nl) | Documentopmaaksysteem. | |
| CN1607524B (zh) | 校对多个可变数据文档的方法及计算机装置 | |
| US8713430B2 (en) | Document layout method | |
| US7548334B2 (en) | User interface for creation and editing of variable data documents | |
| US6178431B1 (en) | Method and system for providing side notes in word processing | |
| EP0325316B1 (en) | A publishing system and method of use therein | |
| NL8901151A (nl) | Documentopmaaksysteem en werkwijze voor het samenstellen van documenten. | |
| WO1997041523A1 (en) | Document output apparatus | |
| US20090313538A1 (en) | Design generating apparatus, design generation method, and storage medium storing design generation program | |
| JPH0675952A (ja) | 文書作成装置 | |
| AU2004203112B2 (en) | User Interface for Creation and Editing of Variable Data Documents | |
| JP3275629B2 (ja) | レイアウト修正装置 | |
| JP3235404B2 (ja) | レイアウト修正装置 | |
| AU2004203130B2 (en) | Selective Preview and Proofing of Documents or Layouts Containing Variable Data | |
| JP3860354B2 (ja) | 表計算処理装置 | |
| JP3275628B2 (ja) | レイアウト修正装置 | |
| Kvern et al. | Real World Adobe InDesign CS2 | |
| CN117933187A (zh) | 网上自动编辑排版设计方法及其系统 | |
| JP2005165691A (ja) | 文書作成装置、文書作成方法、および文書作成プログラム | |
| Avison | Business Graphics | |
| JPH09123381A (ja) | 組版スタイル決定支援方法 | |
| JPH04120657A (ja) | 文書書式指定方式 | |
| AU2004203109A1 (en) | Document Layout Method | |
| JPH08314925A (ja) | レイアウト修正装置 | |
| JPH0470957A (ja) | 文書処理装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |