NL9201413A - Inrichting voor het melken van dieren. - Google Patents

Inrichting voor het melken van dieren. Download PDF

Info

Publication number
NL9201413A
NL9201413A NL9201413A NL9201413A NL9201413A NL 9201413 A NL9201413 A NL 9201413A NL 9201413 A NL9201413 A NL 9201413A NL 9201413 A NL9201413 A NL 9201413A NL 9201413 A NL9201413 A NL 9201413A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
milking
animals
box
stable
milk box
Prior art date
Application number
NL9201413A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=19861152&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL9201413(A) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL9201413A priority Critical patent/NL9201413A/nl
Priority to DE1993619286 priority patent/DE69319286T3/de
Priority to DK97203841T priority patent/DK0832558T3/da
Priority to DE1993633983 priority patent/DE69333983T2/de
Priority to EP93202279A priority patent/EP0582350B2/en
Priority to EP97203841A priority patent/EP0832558B1/en
Publication of NL9201413A publication Critical patent/NL9201413A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/12Milking stations
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/0005Stable partitions
    • A01K1/0017Gates, doors
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/0005Stable partitions
    • A01K1/0017Gates, doors
    • A01K1/0023Sorting gates

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Housing For Livestock And Birds (AREA)
  • Feed For Specific Animals (AREA)

Description

INRICHTING VOOR HET MELKEN VAN DIEREN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op eeninrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, met eenstal, waarin ten minste één melkbox met een melkrobot isaangebracht.
Dergelijke inrichtingen zijn bekend. Het nadeelvan deze bekende inrichtingen is dat ze niet voldoendegeschikt zijn om op efficiënte manier gedurende verschillendejaartgetijden een aantal dieren automatisch te melken. Hetdoel van de uitvinding is zulke nadelen te voorkomen. Hiertoeis, overeenkomstig de uitvinding, de stal uitgevoerd alsloopstal en is deze voorzien van middelen die bewerkstelligendat de dieren in opeenvolgende groepen vanuit een weide doorde loopstal de melkbox kunnen bereiken. Volgens een bijzonderkenmerk van de uitvinding, kan de stal zijn voorzien vanmiddelen die bewerkstelligen dat een dier, afhankelijk vanhet jaargetijde, de melkbox of vanuit een deel van de stal,of vanuit een weide kan bereiken.
De uitvinding heeft voorts betrekking op eeninrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, met eenstal, waarin ten minste één melkbox met een melkrobot isaangebracht, welke inrichting dan het kenmerk heeft, dat destal is voorzien van middelen die bewerkstelligen dat eendier, afhankelijk van het jaargetijde, de melkbox of vanuiteen deel van de stal, of vanuit een weide kan bereiken. In destal kunnen de dieren zich vrij bewegen. Door de opstellingvan een melkbox met een melkrobot in een loopstal kunnen dedieren in de zomermaanden, wanneer zij in een weide ver¬blijven, via de loopstal de melkrobot bereiken, terwijl zijin de wintermaanden, wanneer zij in de stal zijn,rechtstreeks naar de melkrobot kunnen gaan.
In een bijzondere uitvoering is de stal, overeen¬komstig de uitvinding, voorzien van scheidingsmiddelen, zoalsbijvoorbeeld hekken of scheidingswanden, die de stalruimte ineen aantal, bijvoorbeeld vier, deelruimten opdelen, waarbijelke deelruimte in verbinding kan worden gebracht met demelkbox. Daarbij kan dan tevens de weide zijn voorzien van scheidingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld hekken of schrikdraad,die deze in een aantal weidepercelen opdelen, waarbij elkweideperceel met slechts één deelruimte in verbinding staaten elk weideperceel via een desbetreffende deelruimte inverbinding kan worden gebracht met de melkbox. Hierdoor wordthet mogelijk de te melken dieren in groepen te verdelen enelk van deze groepen te laten grazen in een afzonderlijkweideperceel, waarbij de dieren dan de mogelijkheid hebbenzich vrij naar een desbetreffende deelruimte in de stal tebegeven. Waar zij zich echter ook bevinden, zowel vanaf eenweideperceel via de desbetreffende deelruimte in de loopstal,of rechtstreeks vanuit een deelruimte kunnen zij te allentijde de melkbox bereiken. Door de verdeling in groepen wordthet mogelijk de tijd op een zodanige wijze in te delen datvoor elke groep dieren een bepaald tijdsinterval beschikbaaris, waarbinnen zij vanuit een.desbetreffend weideperceel ofvanuit een desbetreffende deelruimte de melkbox kunnen•bereiken. In het bijzonder in de wintermaanden is het vanbelang dat de verbinding tussen een weideperceel en eendesbetreffende deelruimte kan worden afgesloten,
In een gunstige uitvoering wordt de verbindingtussen twee deelruimten gevormd door de melkbox zelf. Deuitvinding heeft daarom ook tevens betrekking op eeninrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, met eenstal, waarin ten minste één melkbox met een melkrobot isaangebracht, welke inrichting dan het kenmerk heeft, dat destal is uitgevoerd als loopstal en middelen omvat diebewerkstelligen dat de dieren vanuit een weideperceel dooreen in de loopstal aangebrachte melkbox naar een ander weide¬perceel kunnen gaan. Hierdoor wordt het voordeel verkregendat de dieren zich op een voor het melken gunstige wijze vaneen eerste naar een tweede weideperceel kunnen begeven. Meerin het bijzonder heeft de uitvinding nog betrekking op eeninrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, met eenstal, waarin ten minste één melkbox met een melkrobot isaangebracht, welke inrichting het kenmerk heeft, dat de stal-ruimte is opgedeeld in een aantal deelruimten, waarvan ersteeds twee via de melkbox met elkaar in verbinding kunnen worden gebracht, zodat tot één groep behorende, nog te melkendieren vanuit een deelruimte achtereenvolgens de melkboxkunnen betreden en deze na het melken kunnen verlaten endaarbij naar een andere deelruimte kunnen gaan. Het is hier¬bij niet alleen mogelijk ten behoeve van het melken tijds¬intervallen voor elke groep te melken dieren vast te stellen,doch bij het indelen van de tijd tevens rekening te houdenmet een rustpauze tussen opeenvolgende melkbeurten.
Behalve op een inrichting voor het melken vandieren, heeft de uitvinding tevens betrekking op een melkboxmet een melkrobot voor het automatisch melken van dieren,zoals koeien, aan te brengen in een stal. Overeenkomstig deuitvinding kunnen, wanneer de stalruimte is opgedeeld in eenaantal deelruimten, via de melkbox steeds twee van dezedeelruimten met elkaar in verbinding worden gebracht, zodattot één groep behorende, nog te melken dieren vanuit eendeelruimte achtereenvolgens de melkbox kunnen betreden endeze na het melken kunnen verlaten en daarbij naar een anderedeelruimte kunnen gaan. Overeenkomstig de uitvinding kan demelkbox voorts zijn voorzien van een wisselende, of een vanplaats verwisselbare in- en uitgang. De in- en uitgang van demelkbox zijn bij voorkeur zodanig aangebracht dat de dierende melkbox op slechts één wijze kunnen doorlopen.
In een eerste concrete uitvoeringsvorm is demelkbox verdraaibaar om een opwaarts gerichte as. Een prak¬tische uitvoering wordt daarbij verkregen, wanneer de melkboxis aangebracht op een om een opwaarts gerichte as verdraai¬baar plateau. Daarbij kan dan een automatisch bestuurbaarbedieningsorgaan aanwezig zijn, met behulp waarvan de melkboxover een instelbare hoek om de opwaarts gerichte as verdraai¬baar is. Door deze constructie wordt het mogelijk gemaakt datde melkbox telkens in een zodanige stand kan worden ver¬draaid, dat altijd een deelruimte van de stal in verbindingstaat met de ingang van de melkbox, en een andere deelruimtevan de stal in verbinding staat met de uitgang van demelkbox, zodat de dieren zich, in welke deelruimte zij zichook bevinden, altijd door de melkbox naar een andere deel¬ruimte kunnen begeven. Alhoewel de ingang en de uitgang van de melkbox kunnen worden gevormd door slechts één enkeleopening, in bijvoorbeeld de langszijwand van de melkbox, ishet gunstig wanneer de ingang en de uitgang van de melkboxworden gevormd door twee naast elkaar in een langszijwand vande melkbox aangebrachte openingen. Uiteraard is het ook moge¬lijk de in- en uitgang aan te brengen aan de beide kortezijden van de melkbox of in verschillende langszijden hier¬van; in dit laatste geval de ingang in het achterste gedeeltevan de ene langszijwand en de uitgang in het voorste gedeeltevan de andere langszijwand. De ingang en de uitgang van demelkbox kunnen door automatisch bedienbare deuren wordenafgesloten.
Om te voorkomen dat de dieren zich door de bewe¬ging van de deuren zouden inklemmen, kan de melkbox, overeen¬komstig de uitvinding, zijn voorzien van een boogvormigeafscherming die tezamen met de melkbox verdraait. Verder ishet in het bijzonder van voordeel dat rondom de melkbox eencirkelvormig verlopende afscherming aanwezig is, dieuiteraard de openingen voor de in- en uitgang vrij laat, daaranders de dieren vlak langs de melkbox van de ene in deandere deelruimte kunnen komen. Een gunstige constructie vande afscherming wordt voorts verkregen, wanneer de in- enuitgang van de melkbox afsluitbaar zijn door naar buitenverzwenkbare deuren die zijn voorzien van een boogvormigI afschermingselement dat, wanneer de in- en/of uitgang door dedeuren zijn afgesloten, cirkelvormig aansluit op althans eendeel van de boogvormige afscherming en dat, wanneer de in-en/of uitgang worden vrijgegeven, ongeveer onder- of boven¬langs een deel van de boogvormige afscherming beweegt. Met/ ) betrekking tot deze uitvoeringsvorm heeft de uitvinding niet alleen betrekking op een verdraaibare melkbox, doch tevens opeen inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, meteen stal, waarin ten minste één melkbox met een melkrobot isaangebracht, welke inrichting dan het kenmerk heeft, dat de) melkrobot in een verdraaibare melkbox is aangebracht.
Volgens een verder aspect van de uitvinding heeftde inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, meteen stal, waarin ten minste één melkbox en een melkrobot zijn aangebracht, het kenmerk, dat de stal deuren omvat, waardoorde dieren bij een bepaalde stand van één of meer deuren doorde melkbox naar een ander deel van de stal kunnen gaan, vanwaaruit de dieren, na bijvoorbeeld acht uur, opnieuw door demelkbox naar weer een ander deel van de stal kunnen gaan. Inhet bijzonder heeft de inrichting dan het kenmerk dat destalruimte is opgedeeld in deelruimten en de stal is voorzienvan een nabij de melkbox aangebracht gangenstelsel met loop-paden, waarin computergestuurde deuren zijn aangebracht, diezodanig kunnen worden bestuurd dat een dier vanuit eenbepaalde deelruimte via de melkbox naar een andere deelruimtekan gaan. In plaats van een verdraaibare melkbox kan derhalveook gebruik worden gemaakt van een specifiek gangenstelselmet looppaden en computergestuurde deuren, zodat de dierenbij een bepaalde stand van één of meer van deze deuren, doorde melkbox van een bepaalde deelruimte naar de anderebepaalde deelruimte van de stal kunnen gaan, van waaruit dedieren, na bijvoorbeeld acht uur, opnieuw door de melkboxweer naar een andere deelruimte van de stal kunnen gaan.
De uitvinding heeft voorts betrekking op eenwerkwijze voor het melken van dieren, zoals koeien, die vrijrondlopen in een weide of in een stal en die in groepen vandieren zijn opgedeeld. De werkwijze heeft dan het kenmerk,dat de dieren van een bepaalde groep vanuit een weideperceelof een deelruimte van de stal achtereenvolgens in een melkboxkunnen gaan, aldaar worden gemolken en vervolgens naar eenander weideperceel of deelruimte van de stal kunnen gaan danwaar de dieren van een volgende groep, die daarna wordtgemolken, naar toe kunnen gaan. Deze werkwijze kan in hetbijzonder op gunstige wijze worden gerealiseerd, wanneer destal, uitgevoerd als loopstal, ongeveer in het midden van hettot het bedrijf behorende weidegebied is opgesteld. Een der¬gelijke centrale opstelling beperkt de loopafstand van dedieren en maakt een gunstige verdeling van het beschikbareweidegebied in weidepercelen die aansluiten op de deelruimtenin de stal mogelijk. De voornoemde werkwijze kan in hetbijzonder gunstig verlopen, wanneer een groep te melkendit' ren vanuit een deelruimte van de stal via de melkbox naar een andere deelruimte is gegaan, de in- en uitgang van demelkbox worden verplaatst, o£ een andere in- en uitgang vande melkbox worden vrijgegeven, zodat een volgende groepdieren vanuit de deelruimte waar deze zich voor het melkenbevindt, via de melkbox naar de laatst vrijgekomen deelruimtekan gaan.
In een bepaald geval is de melkbox verdraaibaaropgesteld, is de stalruimte in vier deelruimten opgedeeld enkan de melkbox, na het melken van een eerste groep dieren,over een hoek van 90° in een eerste draairichting wordenverdraaid, De melkbox kan na het melken van een tweede groepdieren wederom over een hoek van 90° in dezelfde draai¬richting worden verdraaid. De melkbox kan na het melken vaneen derde groep dieren over een hoek van 270° in een tegen¬gestelde draairichting worden verdraaid. De melkbox kan, nahet melken van een vierde groep dieren, weer over een hoekvan 90® in de eerste draairichting worden verdraaid. Demelkbox bevindt zich dan weer in de uitgangspositie. Dezewijze van verdraaien voorkomt dat de melkbox steeds in éénrichting wordt verdraaid, hetgeen de aansluiting van slangenen kabels naar de melkbox zou bemoeilijken. Alhoewel hetaantal deelruimten uiteraard niet beperkt is tot vier, en inandere praktische gevallen een verdeling in bijvoorbeeld drieof vijf deelruimten ook mogelijk zal zijn, is de stal bijvoorkeur in vier deelruimten verdeeld.
De uitvinding zal nu nader worden toegelicht aande hand van het in de figuren weergegeven uitvoeringsvoor-beeld.
De Figuren 1 en 2 tonen elk een in vier weide-percelen verdeeld weidegebied, met in het midden daarvan eenloopstal geplaatst;
Figuur 3 toont een in het in vier weidepercelenverdeelde weidegebied geplaatste loopstal met daarin eenverdraaibare melkbox; de Figuren 4 tot en met 9 tonen de in Figuur 3weergegeven loopstal, waarbij de melkbox telkens in eenandere stand is verdraaid?
Figuur 10 toont een bovenaanzicht van een ver¬ draaibare melkbox;
Figuur 11 toont een zijaanzicht van de in Figuur10 weergegeven melkbox; de in Figuur 12 afgebeelde diagrammen A tot en metI tonen de wijze van verdraaien van de melkbox; de Figuren 13 tot en met 16 tonen een melkbox ineen loopstal met een gangenstelsel met computergestuurdedeuren, waarbij de stand van de deuren telkens zodanig isaangegeven dat de dieren vanuit een bepaalde deelruimte naareen andere deelruimte kunnen gaan.
In Figuur 1 is een weidegebied aangegeven vanbijvoorbeeld 500 x 500 m, dat is verdeeld in een viertalweidepercelen 1, 2, 3 en 4 met daarbij in het midden aange¬bracht een loopstal 5. Door de loopstal in het midden van hetweidegebied te plaatsen, wordt bereikt dat de zich in deweidepercelen bevindende dieren altijd binnen de kortst moge¬lijke tijd de loopstal met de melkbox kunnen bereiken.
Figuur 2 toont een meer uitgestrekt weidegebied,eveneens opgedeeld in vier weidepercelen 1', 2', 3' en 4' metwederom in het midden een loopstal 5 met een melkbox. Indiendit weidegebied een lengte zou hebben van 2500 m, dan kan hethet verst van de stal verwijderde dier de loopstal nog in eenbeperkt aantal minuten, bijvoorbeeld 15 min, bereiken. Inhet bijzonder in de zomermaanden zal het gunstig zijn dat dein de afzonderlijke weidepercelen aanwezige dieren vanuit eendesbetreffend weideperceel in de loopstal kunnen komen, ter¬wijl in de wintermaanden, wanneer de dieren in de stal zijn,de verbinding tussen de weidepercelen en de loopstal afge¬sloten kan Zijn. De loopstal 5, zoals aangegeven in Figuur 3,is in dit uitvoeringsvoorbeeld eveneens verdeeld in een vier¬tal deelruimten 6, 7, 8 en 9. Elk van deze deelruimten staatvia deuren in verbinding met een desbetreffend weideperceel.Zo staat de deelruimte 6 via de deuren 10 in verbinding methet weideperceel 1, de deelruimte 7 via de deuren 11 met hetweideperceel 2, de deelruimte 8 via de deuren 12 met hetweideperceel 3 en de deelruimte 9 via de deuren 13 met hetweideperceel 4. Gedurende de zomermaanden zullen de deuren 10tot en met 13 open staan, terwijl in de wintermaanden, wanneer de dieren in de deelruimten 6, 7, 8 en/of 9 aanwezigzijn, de deuren 10 tot en met 13 gesloten zullen zijn. InFiguur 3 is voorts rond een deel van de loopstal 5 een pad 14aangegeven. Over dit pad 14 en via deuren 15 kan, eventueelmet een trekker of silagewagen, toegang worden verkregen toteen tweetal voergangen 16 in de loopstal 5, welke voergangendwars door de loopstal heen lopen tot aan een in het middenvan de loopstal opgestelde melkbox 17. De voergangen 16 zijnaan weerszijden voorzien van voedertroggen of -goten, waarinruwvoeder voor de in de loopstal aanwezige dieren kan wordengebracht.
Wanneer, zoals in het onderhavige uitvoeringsvoor-beeld, het weidegebied en de loopstal zijn opgedeeld in vierweidepercelen, respectievelijk vier deelruimten, dan wordende dieren opgedeeld in drie groepen. Is de capaciteit van demelkbox afgestemd op bijvoorbeeld 50 dieren, dan zal elkegroep ongeveer 17 dieren omvatten. Elke groep dieren kanvanuit het weideperceel of vanuit de deelruimte van de loop¬stal waarin zij zich bevinden, via de melkbox 17 naar eenandere deelruimte van de loopstal en van daar naar een anderweideperceel worden geleid. In Figuur 4 bevindt zich eeneerste groep dieren op het weideperceel 2 of in de deel¬ruimte 7, een tweede groep dieren op het weideperceel 1 of inde deelruimte 6, en een derde groep dieren op het weide¬perceel 4 of in de deelruimte 9. Op het weideperceel 3 en inde deelruimte 8 zijn dan geen dieren aanwezig. De melkbox 17,die verdraaibaar is opgesteld, verbindt in Figuur 4 de deel¬ruimten 7 en 8. Indien het melken van de dieren om 04.00 uur's morgens begint, kunnen, in het uitvoeringsvoorbeeld, ineen melkperiode van 04.00 uur tot 06.15 uur de dieren automa¬tisch zijn gemolken en bevinden deze zich op het weideperceel2 of in de deelruimte 7. In deze melkperiode kan bijvoorbeeldeen groep van 17 dieren vanuit de deelruimte 7 één voor éénde melkbox 17 betreden, waar zij automatisch worden gemolken,waarna zij vanuit de melkbox 17 naar de deelruimte 8 eneventueel naar het weideperceel 3 kunnen gaan. In dezemelkperiode van 04.00 uur tot 06.15 uur blijven de dieren ophet weideperceel 1 en in de deelruimte 6, evenals de dieren op het weideperceel 4 en in de deelruimte 9, rustig in de henop dat moment ter beschikking staande ruimte. Om 06.15 uurkunnen de dieren die zich op het weideperceel 2 of in dedeelruimte 7 bevonden, zijn gemolken en via de melkbox naarde deelruimte 8 of eventueel het weideperceel 3 zijn gegaan.De melkbox 17 wordt dan op zodanige wijze verdraaid dat dezenu een verbinding vormt tussen de deelruimten 6 en 7. In demelkperiode van 06.15 uur tot 08.30 uur worden de dieren ophet weideperceel 1 of in de deelruimte 6 gemolken. Dezedieren kunnen via de melkbox 17 naar de deelruimte 7 eneventueel het weideperceel 2 gaan. De groepen van dieren diezich op het weideperceel 3 of in de deelruimte 8, of op hetweideperceel 4 en in de deelruimte 9 bevinden, blijven .rustig in de hen ter beschikking staande ruimte. Om 08.30 uurzijn de dieren vanuit het weideperceel 1 en de deelruimte 6via de melkbox 17 naar de deelruimte 7 en eventueel naar hetweideperceel 2 gegaan en kan de melkbox 17 in de in Figuur 6afgebeelde stand worden gebracht, in welke stand de melkboxeen verbinding vormt tussen de deelruimten 9 en 6. in demelkperiode van 08.30 uur tot 10.45 uur worden de dieren ophet weideperceel 4 of in de deelruimte 9 gemolken en gaandeze via de melkbox naar de deelruimte 6 of het weideperceel1. Op de hier aangegeven wijze zijn alle drie de groepenkoeien in de melkperiode van 04.00 uur tot 10.45 uur in demorgen voor de eerste keer gemolken. Na bijvoorbeeld eenrustpauze van 35 minuten kan de tweede melkronde beginnen. Demelkbox 17 wordt in een zodanige positie gebracht dat dezeeen verbinding vormt tussen de deelruimten 8 en 9. In demelkperiode van 11.20 uur tot 13.35 uur kunnen dan de dieren,die bij de eerste melkronde ook als eerste werden gemolken,weer achtereenvolgens de melkbox 17 betreden, ten einde daarte worden gemolken en kunnen zij van daar naar de deelruimte9 en eventueel het weideperceel 4 gaan. Om 13.35 uur wordtdan de melkbox in een stand gebracht, waarin deze weer eenverbinding vormt tussen de deelruimten 7 en 8, zodat dedieren op het weideperceel 2 of in de deelruimte 7 kunnenworden gemolken en naar de deelruimte 8 en eventueel hetweideperceel 3 kunnen gaan. Om 15.50 uur wordt de melkbox 17 in een zodanige stand gebracht dat deze een verbinding tussende deelruimten 6 en 7 vormt, zodat de dieren op het weide-perceel 1 of in de deelruimte 6 kunnen worden gemolken ennaar de deelruimte 7 en eventueel het weideperceel 2 kunnengaan. Na deze tweede melkronde van 11.20 uur tot 18.05 uurkan een derde melkronde voor alle drie de groepen van dieren,na een rustperiode van bijvoorbeeld 35 minuten, beginnen. Naverloop van deze derde melkronde wordt een rustpauze gehoudenvan 01.25 uur tot 04.00 uur, waarna de hiervoor beschrevencyclus opnieuw begint. Door de groep van ongeveer 50 dierente verdelen in drie groepen van ongeveer 17 dieren, ontstaanregelmatige melktijden. Het is voor de gezondheid en de rustvan de dieren van voordeel als steeds ten minste twee groepenvan dieren tijdens het melken van een andere groep dierenkunnen grazen, rusten of herkauwen. Ook zijn in dit verbandde ingebouwde rusttijden gunstig. Het zal echter duidelijkzijn dat de uitvinding niet beperkt is tot het hier bij wijzevan voorbeeld gekozen aantal dieren, het aantal groepen enhet aantal dieren per groep, alsmede tot de vermelde indelingvan de melkperioden en de rustperioden. Hierop zijn uiteraardallerlei modificaties mogelijk.
De melkbox 17 is meer in detail afgebeeld in deFiguren 10 en 11. De melkbox is verdraaibaar om een opwaartsgerichte as 18 en aangebracht op een om deze as verdraaibaarplateau 19. De melkbox is in Figuur 10 zodanig afgebeeld datdeze een verbinding vormt tussen de deelruimten 7 en 8.
De melkbox kan met behulp van een bedieningsorgaan20, zoals bijvoorbeeld een stappenmotor, over een instelbarehoek om de opwaarts gerichte as 18 worden verdraaid. Metbehulp van een computer, bij voorkeur de computer die voorhet automatisch melken van de dieren wordt gebruikt, of metbehulp van een electro-mechanische schakeling, kan opbepaalde tijdsmomenten een stuursignaal worden afgegeven aanhet bedieningsorgaan 20, dat daarop de melkbox 17 verdraaiten wel over een hoek die tevoren hetzij in de computer isgebracht, hetzij is ingesteld in de electro-mechanischeschakeling. Op het plateau 19 is een frame 21 aangebracht.Dit frame is een scheidingswand van de melkbox, waarin het dier plaatsneemt tijdens het melken. Het frame 21 omvat eenframewerk 22 dat een langszijde van de melkbox vormt en eentweetal framedelen 23 en 24 die de korte zijden van demelkbox vormen. Aan het framedeel 23 is een voerbak 25 aange¬bracht, welke voerbak in verbinding staat met een automatischvoersysteem. De melkbox 17 heeft een ingang 26 en een uitgang27, welke in- en uitgang kunnen worden afgesloten met behulpvan deuren 28, respectievelijk 29. De deuren 28 en 29 zijnverzwenkbaar rond een opwaarts gerichte as 30 en kunnen metbehulp van een computergestuurde motor rond de as 30 wordenverzwenkt ten einde de ingang en/of de uitgang 26, respectie¬velijk 27 te openen of te sluiten. Wanneer de deuren 28 en 29de ingang 26, respectievelijk de uitgang 27 afsluiten, danvormen de deuren 28 en 29 een gesloten langszijde van demelkplaats en sluiten daarbij aan op het omgebogen gedeelte31 van de de korte zijden van de melkplaats vormende frame¬delen 23 en 24.
Om te voorkomen dat dieren tussen de deuren 28 en29 klem kunnen raken of eventueel van de deelruimte 6 in dedeelruimte 9 kunnen komen langs de melkbox heen, of bijvoor¬beeld van de deelruimte 7 naar de deelruimte 8 aan de anderekant langs de melkbox heen, is deze laatste voorzien van eenboogvormige afscherming 32 die tezamen met de melkbox 17verdraait en slechts de in- en uitgang 26, 27 vrijlaat. Dezeboogvormige afscherming 32 omvat een eerste deel 33, aange¬bracht aan en achter het een langszijde van de melkplaatsvormende framedeel 22, en een deel 34 dat een gedeeltelijkeafscherming vormt voor de andere langszijde van demelkplaats. De naar buiten verzwenkbare deuren 28 en 29 zijnelk voorzien van een boogvormig beschermingselement 35, res¬pectievelijk 36, welke boogvormige afschermingselementencirkelvormig aansluiten op het deel 34 van de boogvormigeafscherming 32 en welke, wanneer de in- en/of uitgang van demelkplaats worden vrijgegeven, ongeveer onder- of bovenlangshet deel 34 van de boogvormige afscherming 32 beweegt.
De melkplaats is voorts voorzien van een melkrobot37 met automatisch aansluitbare melkbekers 37a, 37b, 37c en37d. Deze robot 37 is achter de door het framedeel 22 gevormde langszijde opgesteld. De arm van de robot 37 kan,wanneer een dier in de melkbox is gekomen, onder het dierworden gezwenkt, zodat de zich op het uiteinde van derobotarm bevindende melkbekers kunnen worden aangesloten opde spenen van het dier en het melken kan worden begonnen. Hetbesturen van de melkrobot 37 en het aanbrengen van de melk¬bekers aan de spenen van het dier, alsmede het hieropvolgende melkproces kunnen volledig automatisch, ondercomputerbesturing worden gerealiseerd. De hiervoor gebruiktecomputer kan tevens worden gebruikt voor het aandrijven vande motor 20 waarmee de gehele melkbox 17 kan worden ver¬draaid, alsmede voor het aandrijven van de motor met behulpwaarvan de'deuren 28 en 29, onafhankelijk van elkaar, kunnenworden bediend.
In de diagrammen A tot en met I van Figuur 12 isbij wijze van voorbeeld aangegeven hoe, indien de loopstal isverdeeld in vier deelruimten, de melkbox 17 kan worden ver¬draaid gedurende een cyclus van 24 uur. Uitgaande van de indiagram A weergegeven stand van de melkbox, wordt de melkboxtijdens de eerste melkbeurt tweemaal over 90° tegen derichting van de wijzers klok in verdraaid en is de indiagram C weergegeven positie bereikt. Vanuit deze laatstepositie wordt, bij het ingaan van de tweede melkbeurt, demelkbox over 270® verdraaid in de richting van de wijzers vande klok en vervolgens tweemaal over 90° tegen de richting vande wijzers van de klok in, totdat de in het diagram F aange¬geven positie is bereikt, in welke positie de laatste groepdieren tijdens de tweede melkbeurt wordt gemolken. Na detweede melkbeurt wordt de melkbox nogmaals over 90® verdraaidtegen de richting van de wijzers van de klok in en wordt dein diagram G aangegeven positie bereikt, waarin de eerstegroep dieren in de derde melkbeurt wordt gemolken. Vervolgenswordt de melkbox over 90® tegen de richting van de wijzersvan de klok in en 270° in de richting van de wijzers van deklok verdraaid, totdat de melkbox de in diagram I aangegevenpositie heeft bereikt, in welke laatste positie de laatstegroep dieren de derde melkbeurt ondergaat. De melkbox bevindtzich dan in een positie gelijk aan die in diagram A, waarmede dan ook de volgende 24-uurs cyclus van drie melkbeurten kanaanvangen. Deze wijze van verdraaien van de melkbox is eropgericht te voorkomen dat de melkbox een volledige draai-beweging over 360° of meer maakt, waardoor problemen metbetrekking tot de aansluiting van slangen en kabels naar demelkbox worden voorkomen.
In de Figuren 13 tot en met 16 is een vasteopstelling van de melkbox 17 in de loopstal 5 aangegeven,waarbij rond de melkbox een gangenstelsel met looppaden enautomatisch bestuurde deuren is aangegeven. De melkbox 17 is,op dezelfde wijze als in Figuur 10 aangegeven, opgebouwd uiteen frame 21 dat is voorzien van framedelen 22, 23 en 24,waarbij aan het framedeel 24 een voerbak 25 is aangebracht,terwijl evenzo deuren 28 en 29 aanwezig zijn en de melkboxeveneens is voorzien van een melkrobot 37. Het in de Figuren13 tot en met 16 aangegeven gangenstelsel met looppaden isvoorzien van computergestuurde deuren 38 tot en met 50. InFiguur 13 is aangegeven, hoe de dieren vanuit de deelruimte 7via de melkbox de deelruimte 8 kunnen bereiken. Om de melkboxte bereiken, worden de deuren 38, 39 en 28 geopend, terwijlde andere deuren gesloten blijven. Na het melken van hetdier, kan het vanuit de melkbox naar de deelruimte 8 gaan.Daarbij zijn dan de deuren 29, 40 en 41 geopend, terwijl deandere deuren gesloten blijven. In Figuur 14 is aangegeven,hoe de dieren vanuit de deelruimte 6 via de melkbox naar dedeelruimte 7 kunnen gaan. In dat geval worden om de melkboxte bereiken de deuren 42, 43 en 28 geopend, terwijl alleandere deuren gesloten blijven. Daarna worden, nadat het dieris gemolken, de deuren 29, 40, 44 en 38 geopend, terwijl deoverige deuren gesloten blijven. In Figuur 15 is aangegevenhoe de dieren vanuit de deelruimte 9 via de melkbox naar dedeelruimte 6 kunnen gaan. Vanuit de deelruimte 9 bereiken dedieren de melkbox via de deuren 45, 46, 44, 39 en 28, terwijlde overige deuren gesloten worden gehouden; de dieren kunnenvanuit de melkbox de deelruimte 6 bereiken via de deuren 29,47, 48, 49 en 42, terwijl dan de overige deuren geslotenworden gehouden. In Figuur 16 is aangegeven hoe de dierenvanuit de deelruimte 8 via de melkbox de deelruimte 9 kunnen bereiken. Vanuit de deelruimte 8 wordt toegang tot de melkboxverkregen via de deuren 41, 44, 39 en 28, terwijl de overigedeuren gesloten blijven; vanuit de melkbox kunnen de dierenvia de deuren 29, 47, 50 en 45 naar de deelruimte 9 gaan,terwijl de overige deuren gesloten blijven. Dit systeem vancomputergestuurde deuren is een variant, die aangeeft hoedieren in groepen vanuit een weide of vanuit een loopstal opgunstige wijze automatisch kunnen worden gemolken.
Tot slot zij opgemerkt dat de uitvinding niet isbeperkt tot de hier weergegeven en beschreven uitvoerings-voorbeelden. Modificaties zijn mogelijk, voor zover dezebinnen de uitvindingsgedachte vallen.

Claims (28)

1. Inrichting voor het melken van dieren, zoalskoeien, met een stal, waarin ten minste één melkbox met eenmelkrobot is aangebracht, met het kenmerk, dat de stal isuitgevoerd als loopstal en is voorzien van middelen die bewerkstelligen dat de dieren in opeenvolgende groepen vanuiteen weide door de loopstal de melkbox kunnen bereiken.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk,dat de stal is voorzien van middelen die bewerkstelligen dateen dier, afhankelijk van het jaargetijde, de melkbox öfvanuit een deel van de stal, óf vanuit een weide kanbereiken. .
3. Inrichting voor het melken van dieren, zoalskoeien, met een stal, waarin ten minste één melkbox met eenmelkrobot is aangebracht, met het kenmerk, dat de stal isvoorzien van middelen die bewerkstelligen dat een dier,afhankelijk van het jaargetijde, de melkbox öf vanuit eendeel van de stal, of vanuit een weide kan bereiken.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, dat de stal wordt gevormd door een gebouw,waarin de dieren zich vrij kunnen bewegen.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, dat de stal is voorzien van scheidings-middelen, zoals bijvoorbeeld hekken of scheidingswanden, diede stalruimte in een aantal, bijvoorbeeld vier, deelruimtenopdelen, waarbij elke deelruimte in verbinding kan wordengebracht met de melkbox.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, dat de stal een voergang omvat.
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, dat zowel de weide als de daarin opgesteldestal zijn voorzien van scheidingsmiddelen, zoals bijvoorbeeldhekken, schrikdraad of scheidingswanden, die de weide in eenaantal weidepercelen en de stalruimte in een aantal deel¬ruimten opdelen, waarbij elk weideperceel met slechts ééndeelruimte in verbinding staat en elk weideperceel via eendesbetreffende deelruimte in verbinding kan worden gebracht met de melkbox.
8. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk,dat de verbinding tussen een weideperceel en een desbetref¬fende deelruimte afsluitbaar is.
9. Inrichting volgens een der conclusies 5-8, methet kenmerk, dat de verbinding tussen twee deelruimten wordtgevormd door de melkbox.
10. Inrichting voor het melken van dieren, zoalskoeien, met een stal, waarin ten minste één melkbox met een'melkrobot is aangebracht, met het kenmerk, dat de stalruimteis opgedeeld in een aantal, bijvoorbeeld vier, deelruimten,waarvan er steeds twee via de melkbox met elkaar in verbin¬ding kunnen worden gebracht.
11. Melkbox met een melkrobot voor het automatischmelken van dieren, zoals koeien, aan te brengen in een stal,met het kenmerk, dat, wanneer de stalruimte is opgedeeld ineen aantal, bijvoorbeeld vier, deelruimten, via de melkboxsteeds twee van deze deelruimten met elkaar in verbindingkunnen worden gebracht, zodat tot één groep behorende, nog temelken dieren vanuit een deelruimte achtereenvolgens demelkbox kunnen betreden en deze na het melken kunnen verlatenen daarbij in een andere deelruimte kunnen worden geleid.
12. Melkbox volgens conclusie 11, met het kenmerk, datdeze is voorzien van een wisselende of een van plaats verwis¬selbare in- en uitgang.
13. Melkbox volgens conclusie 11 of 12, met het ken¬merk, dat deze door de dieren op slechts één wijze kan wordendoorlopen.
14. Melkbox volgens een der conclusies 11 - 13, methet kenmerk, dat deze verdraaibaar is om een opwaartsgerichte as.
15. Melkbox volgens conclusie 14, met het kenmerk, datdeze is aangebracht op een om een opwaarts gerichte as ver¬draaibaar plateau,
16. Melkbox volgens conclusie 14 of 15, met het ken¬merk, dat een· automatisch bestuurbaar bedieningsorgaan aan¬wezig is, met behulp waarvan de melkbox over een instelbarehoek om de opwaarts gerichte as verdraaibaar is.
17. Melkbox volgens conclusie 16, met het kenmerk, dathet bedieningsorgaan een stappenmotor omvat.
18. Melkbox volgens een der conclusies 11 - 16, methet Kenmerk, dat de ingang en de uitgang van de melkboxworden gevormd door twee naast elkaar in een langszijwand vande melkbox aangebrachte openingen.
19. Melkbox volgens conclusie 18, met het kenmerk, datde ingang en de uitgang van de melkbox door automatischbedienbare deuren kunnen worden afgesloten.
20. Melkbox volgens een der conclusies 11 - 19, methet kenmerk, dat deze is voorzien van een boogvormigeafscherming die tezamen met de melkbox verdraait.
21. Melkbox volgens conclusie 20, met het kenmerk, datde in- en uitgang van de melkbox afsluitbaar zijn door naarbuiten verzwenkbare deuren die zijn voorzien van een boog¬vormig afschermingselement dat, wanneer de in- en/of uitgangdoor de deuren zijn afgesloten, cirkelvormig aansluit opalthans een deel van de boogvormige afscherming en dat,wanneer de in- en/of uitgang worden vrijgegeven, ongeveeronder- of bovenlangs een deel van de boogvormige afschermingbeweegt.
22. Inrichting voor het melken van dieren, zoalskoeien, met een stal, waarin een melkbox met een melkrobotovereenkomstig conclusie 11 of 12 is aangebracht, met hetkenmerk, dat de stalruimte is opgedeeld in deelruimten en destal is voorzien van een nabij de melkbox aangebracht gangen¬stelsel met looppaden, waarin computergestuurde deuren zijnaangebracht, die zodanig kunnen worden bestuurd dat een diervanuit een vooraf bepaalde deelruimte via de melkbox naar eenandere deelruimte kan gaan.
23. Werkwijze voor het melken van dieren, zoalskoeien, die vrij rondlopen in een weide of in een stal en diein, bijvoorbeeld drie, groepen van bijvoorbeeld ongeveer 17dieren zijn opgedeeld, met het kenmerk, dat de dieren van eenbepaalde groep vanuit een weideperceel of een deelruimte inde stal achtereenvolgens in een melkbox kunnen gaan, aldaarworden gemolken en vervolgens naar een ander weideperceel ofdeelruimte van de stal kunnen gaan dan waar de dieren van een volgende groep, die daarna wordt gemolken, naar toe kunnengaan.
24. Werkwijze volgens conclusie 23, met het kenmerk,dat een groep te melken dieren vanuit een deelruimte van destal via de melkbox naar een andere deelruimte kan gaan, dein- en uitgang van de melkbox kan worden verplaatst of eenandere in- en uitgang van de melkbox kan worden vrijgegeven,zodat een volgende groep dieren vanuit de deelruimte waardeze zich voor het melken bevindt, via de melkbox, naar delaatst vrijgekomen deelruimte kan gaan.
25. Werkwijze volgens conclusie 24, met het kenmerk,dat de melkbox verdraaibaar is opgesteld en de stalruimte indeelruimten is opgedeeld en de melkbox na het melken van eeneerste groep dieren in een eerste draairichting wordt ver¬draaid, en de melkbox na het melken van een andere groepdieren in een tegengestelde draairichting wordt verdraaid.
26. Werkwijze voor het automatisch melken van dieren,zoals koeien, met het kenmerk, dat de dieren in ten minstedrie groepen zijn opgedeeld, waarbij de dieren ten minstedrie maal per dag worden gemolken en waarbij steeds tenminste twee groepen dieren tijdens het melken van een anderegroep dieren voedsel tot zich kunnen nemen of het opgenomenvoedsel kunnen herkauwen.
27. Werkwijze volgens conclusie 23, met het kenmerk,dat tussen de perioden van automatisch melken, rustpauzeszijn ingebouwd.
28. Inrichting voor het melken van dieren, melkbox ineen dergelijke inrichting en werkwijze volgens een of meerder voorgaande conclusies en/of zoals weergegeven in de bij¬gaande beschrijving met tekeningen.
NL9201413A 1992-08-05 1992-08-05 Inrichting voor het melken van dieren. NL9201413A (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9201413A NL9201413A (nl) 1992-08-05 1992-08-05 Inrichting voor het melken van dieren.
DE1993619286 DE69319286T3 (de) 1992-08-05 1993-08-02 Konstruktion zum Melken von Tieren
DK97203841T DK0832558T3 (da) 1992-08-05 1993-08-02 Konstruktion til malkning af dyr
DE1993633983 DE69333983T2 (de) 1992-08-05 1993-08-02 Melkbox und Vorrichtung zum Melken von Tieren
EP93202279A EP0582350B2 (en) 1992-08-05 1993-08-02 A construction for milking animals
EP97203841A EP0832558B1 (en) 1992-08-05 1993-08-02 A construction for milking animals

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9201413 1992-08-05
NL9201413A NL9201413A (nl) 1992-08-05 1992-08-05 Inrichting voor het melken van dieren.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9201413A true NL9201413A (nl) 1994-03-01

Family

ID=19861152

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9201413A NL9201413A (nl) 1992-08-05 1992-08-05 Inrichting voor het melken van dieren.

Country Status (4)

Country Link
EP (2) EP0832558B1 (nl)
DE (2) DE69333983T2 (nl)
DK (1) DK0832558T3 (nl)
NL (1) NL9201413A (nl)

Families Citing this family (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE69334268D1 (de) * 1992-11-02 2009-04-23 Maasland Nv Konstruktion zum Melken von Tieren
NL9401238A (nl) 1994-07-28 1996-03-01 Prolion Bv Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
JP3773529B2 (ja) 1994-12-28 2006-05-10 デラヴァール ホルディング アクチボラゲット 家畜管理用装置および管理方法
NL1006869C2 (nl) * 1997-08-28 1999-03-02 Maasland Nv Inrichting voor het in tevoren bepaalde richtingen doorlaten van gescheiden groepen dieren van het ene gebied naar een ander gebied.
NZ512521A (en) * 2001-06-21 2004-03-26 Dexcel Ltd Selection system and method for animals for milking and for managing their movement around grazing area
EP1557076A4 (en) 2002-10-22 2010-01-13 Jason Sullivan SYSTEMS AND METHODS FOR DEVELOPING A DYNAMICALLY MODULAR PROCESSING UNIT
BR0315570A (pt) 2002-10-22 2005-08-23 Jason A Sullivan Módulo de controle de processamento não-periféricos possuindo propriedades aperfeiçoadas de dissipação de calor
CA2504222C (en) 2002-10-22 2012-05-22 Jason A. Sullivan Robust customizable computer processing system
SE524732C2 (sv) * 2003-02-04 2004-09-21 Delaval Holding Ab Arrangemang för att inrymma mjölkdjur
DE10345908A1 (de) * 2003-10-02 2005-04-21 Westfaliasurge Gmbh Verfahren und Vorrichtung zur Milchviehhaltung
SE528623C2 (sv) 2005-03-14 2007-01-09 Delaval Holding Ab Arrangemang och förfarande för mjölkning av ett flertal mjölkdjur
DE202007016519U1 (de) 2007-11-23 2008-06-12 Fisch, Wolfgang Vorrichtung für die Haltung von Tieren
AU2009286871B2 (en) 2008-08-29 2013-10-03 Delaval Holding Ab Method and arrangement for animal management
NL1037159C2 (nl) 2009-07-29 2011-02-02 Lely Patent Nv Werkwijze en systeem voor het beheren van een groep melkdieren.
WO2014146050A1 (en) * 2013-03-15 2014-09-18 Eric Brandt Pasture management system and method
DE102014107233A1 (de) 2014-05-22 2015-11-26 Gea Farm Technologies Gmbh Vorrichtung zum gelenkten Tierverkehr

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB227591A (en) 1923-12-06 1925-01-22 Jacob Wieler Improvements in and relating to pens and enclosures for cattle
US3246631A (en) * 1963-10-17 1966-04-19 William Z Holm Automatic milking barn
US3709196A (en) * 1971-01-29 1973-01-09 Turn Styles Ltd Animal milking and/or treatment apparatus
GB1468676A (en) 1973-10-19 1977-03-30 Jowett P Stock handling installation
DE2441696A1 (de) * 1974-08-30 1976-03-11 Knuth Boedecker Melkanlage
DD118504A1 (nl) 1975-05-05 1976-03-12
NL181546C (nl) 1975-11-06 1987-09-16 Albert Harkema Draaibare melkstand.
SU904608A1 (ru) 1980-06-23 1982-02-15 Херсонский Ордена Трудового Красного Знамени Сельскохозяйственный Институт Им.А.Д.Цюрупы Доильна установка
SU1042704A1 (ru) 1981-11-04 1983-09-23 Fomin Leonid U Животноводческое помещение
SE430559B (sv) 1982-04-08 1983-11-28 Alfa Laval Ab Sett att mjolka och anordning herfor
NL8602942A (nl) 1986-11-19 1988-06-16 Multinorm Bv Verplaatsbare ruimte waarin een inrichting voor het automatisch melken van een beest is opgesteld.
DE3702465A1 (de) 1987-01-28 1988-08-11 Duevelsdorf & Sohn Gmbh & Co K Verfahren und vorrichtung zum melken und ggfs. fuettern von freilaufenden, identifizierungsmittel tragenden kuehen
NL8900415A (nl) * 1989-02-21 1990-09-17 Lely Nv C Van Der Verblijfplaats voor een aantal dieren, in het bijzonder melkdieren.
NL9200677A (nl) * 1992-04-13 1993-11-01 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien.

Also Published As

Publication number Publication date
EP0832558A3 (en) 1998-04-08
EP0582350A1 (en) 1994-02-09
DE69319286T2 (de) 1999-02-18
DK0832558T3 (da) 2006-06-19
EP0832558A2 (en) 1998-04-01
DE69333983T2 (de) 2006-12-07
DE69319286T3 (de) 2008-02-07
DE69319286D1 (de) 1998-07-30
EP0832558B1 (en) 2006-02-15
EP0582350B1 (en) 1998-06-24
DE69333983D1 (de) 2006-04-20
EP0582350B2 (en) 2007-07-25

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL9201413A (nl) Inrichting voor het melken van dieren.
EP0853875B2 (en) Device and method for automatically milking animals
US5000119A (en) Wedge-shaped milking stall and parlor
US8402919B2 (en) Arrangement for housing milking animals
NL9401069A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
Stefanowska et al. The behaviour of dairy cows in an automatic milking system where selection for milking takes place in the milking stalls
EP0566201B2 (en) A construction for automatically milking animals, such as cows
EP1729565A1 (de) Stallanordnung und stallanlage für milchviehhaltung
EP0622019B1 (en) A construction for automatically milking animals
AU676699B2 (en) A construction for automatically milking animals
NL9401070A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
NL9200714A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
CA2143056A1 (en) Walk-Through Flat Barn Parlor
EP0608941B1 (en) A construction for automatically milking animals
EP0608943B1 (en) A construction for automatically milking animals
NL1008334C2 (nl) Inrichting voor het melken van dieren.
EP1733615B1 (en) Rotary milking parlour
NL9300307A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
NZ700574A (en) System and method for using robots in conjunction with a rotary milking platform

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed