BE1005980A6 - Werkwijze en inrichting voor het telen van planten. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het telen van planten. Download PDF

Info

Publication number
BE1005980A6
BE1005980A6 BE9200593A BE9200593A BE1005980A6 BE 1005980 A6 BE1005980 A6 BE 1005980A6 BE 9200593 A BE9200593 A BE 9200593A BE 9200593 A BE9200593 A BE 9200593A BE 1005980 A6 BE1005980 A6 BE 1005980A6
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
shaped
block
substrate
gutter
shaped element
Prior art date
Application number
BE9200593A
Other languages
English (en)
Inventor
Gorkom Johannes Cornelis P Van
Ruijter Johannes Henricus F De
Original Assignee
Substra Nederland B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Substra Nederland B V filed Critical Substra Nederland B V
Priority to BE9200593A priority Critical patent/BE1005980A6/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1005980A6 publication Critical patent/BE1005980A6/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G31/00Soilless cultivation, e.g. hydroponics
    • A01G31/02Special apparatus therefor
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C1/00Apparatus, or methods of use thereof, for testing or treating seed, roots, or the like, prior to sowing or planting
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02PCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
    • Y02P60/00Technologies relating to agriculture, livestock or agroalimentary industries
    • Y02P60/20Reduction of greenhouse gas [GHG] emissions in agriculture, e.g. CO2
    • Y02P60/21Dinitrogen oxide [N2O], e.g. using aquaponics, hydroponics or efficiency measures

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Hydroponics (AREA)

Abstract

Een werkwijze en inrichting voor het telen van planten, waarbij een of meer planten telkens in een teeltblok wordt voorgetrokken en het of elk blok op een met een gootvormig element samenwerkend blokvormig substraat wordt geplaatst, waarbij volgens de uitvinding elk teeltblok van bovenaf via een injectiepunt wordt voorzien van een gedoseerde hoeveelheid groeivloeistof, waarbij het substraat op afstand boven het gootvormig element wordt gehouden ter verkrijging van een in dwarsdoorsnede kegel- of piramideachtige vloeistofkolom, waardoor de groeimat zwevend boven de grond respectievelijk bodem kan worden gehouden, het substraatmateriaal nooit overzadigd van de bewuste vloeistof voor het toevoeren van groeistoffen en dergelijke kan raken en het substraatmateriaal kan uitdraineren.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Werkwijze en inrichting voor het telen van planten 
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het telen van planten, waarbij een of meer planten telkens in een teeltblok wordt voorgetrokken en het of elk blok op een met een gootvormig element samenwerkend blokvormig substraat wordt geplaatst. 



   Het is algemeen bekend om planten te telen op substraten van bijvoorbeeld steenwol en dergelijk materiaal, waarbij de blokken respectievelijk substraten op elkaar worden geplaatst en worden gerangschikt in een kas of dergelijke teneinde de planten voldoende ruimte te geven voor verdere groei en vruchtvorming. Hierbij wordt het substraatmateriaal gewoonlijk door bevloeiing nat gehouden, in welke vloeistof een groeibevorderend middel kan worden opgenomen. 



   De uitvinding beoogt bovengenoemde werkwijze voor het telen van planten te verbeteren en verschaft daartoe een werkwijze, die zieh onderscheidt doordat elk teeltblok van bovenaf via een injectiepunt wordt voorzien van een gedoseerde hoeveelheid groeivloeistof, waarbij het substraat op afstand boven het gootvormig element wordt gehouden ter verkrijging van een in dwarsdoorsnede kegelof piramideachtige vloeistofkolom. 



   Door de   groeimat"zwevend"boven   de grond respectievelijk bodem op te stellen, kan het substraatmateriaal nooit oververzadigd raken van de bewuste vloeistof voor het toevoeren van groeistoffen en dergelijke, maar kan het substraatmateriaal uitdraineren, hetgeen de volgende voordelen met zieh meebrengt : - De plant kan snel worden doorgespoeld, als bijvoorbeeld een verkeerde pH of   Ec-oplossing   werd toegevoerd. 



   - De capillaire werking van het substraatmateriaal 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 wordt optimaal benut, waardoor een goede water/zuurstofverhouding ontstaat. 



   - De plant staat nooit te nat. 



   - Het overtollige voedingswater wordt opgevangen in het gootvormig element, en kan derhalve centraal worden verzameld, waarna het kan worden ontsmet en voor hergebruik worden gebruikt. Dit bespaart voedingsstoffen en is derhalve milieuvriendelijk. 



   - Door de lichtinval in het gootvormig element groeien de wortels niet uit de onderzijde van de mat, waardoor de goot niet kan verstoppen. 



   - De plant is vrij van het drainagewater, waardoor eventueel besmet drainagewater ten gevolge van een zieke plant niet wordt doorgespeeld op naburige planten. 



   De uitvinding heeft voorts betrekking op een inrichting voor het uitvoeren van bovengenoemde werkwijze, welke inrichting zich onderscheidt doordat een met het gootvormig element samenwerkend steunorgaan voor het blokvormig substraat is aangebracht, bestaande uit een zich horizontaal uitstrekkend steunvlak met openingen, waarbij de langsrand of randstrook daarvan is ondersteund door een of meer afstandshouders tot de gootbodem ter verkrijging van de gewenste vrije ruimte tussen het steunvlak en de gootbodem. 



   Onder het begrip afstandshouder zijn velerlei uitvoeringsvormen gevat, waarbij ook kan worden gedacht aan de opstaande wanden van een in de bodem uitgespaard voor of dergelijke. 



   In een voorkeursuitvoeringsvorm echter is de afstandshouder integraal met het steunorgaan verbonden, waardoor standaardeenheden van het steunorgaan met afstandshouders kan worden toegepast, die in langsrichting achter elkaar kunnen worden geplaatst. 



   Met een dergelijke uitvoering is het eenvoudig om gootvormige elementen aan te brengen, die door de betreffende afstandshouders in de juiste vorm kan worden gehouden, waarbij de afstand tussen de afstandshouders zodanig 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 groot is dat het gootvormig element daar tussen past. Dit is vooral van belang, indien de goten worden vervaardigd uit een U-vormig te buigen strook materiaal, zodat de opstaande wanden daarvan tegen de afstandshouders kunnen rusten. 



   Bovengenoemde en andere kenmerken van de uitvinding zullen hieronder nader worden toegelicht in een figuurbeschrijving van een aantal uitvoeringsvoorbeelden. 



  In de tekening toont :
Fig. 1 een perspectivisch aanzicht van een deel van het gootvormige element met daarop geplaatst substraatmateriaal met teeltblokken voor planten, fig. 2 een met fig. 1 overeenkomend aanzicht van een alternatieve uitvoeringsvorm van de daarbij gebruikte afstandshouders, fig. 3 een perspectivisch aanzicht van een inrichting volgens de uitvinding voorzien van een variant van het gootvormig element, fig. 4 een met fig. 3 overeenkomend perspectivisch aanzicht van een derde variant van het gootvormig element met afstandshouder, fig. 5 en 6 elk een dwarsdoorsnede van een vierde en vijfde variant van een gootvormig element met daarop geplaatst substraat. 



   In de figuren zijn overeenkomstige onderdelen met hetzelfde verwijzingscijfer aangegeven. 



   Zo is met het cijfer 1 het teeltblok aangegeven, waarin de plant P wordt voorgetrokken respectievelijk verder geteeld. 



   Het cijfer 2 geeft het daaronder liggende blokvormige substraat aan, en het cijfer 3 het gootvormig element, dat hieronder nader wordt toegelicht. 



   Volgens het hoofdkenmerk van de uitvinding wordt het ondervlak 4 van het substraat 2 op afstand A tot de bodem 5 van het gootvormig element gehouden. Daarmee wordt een   zogenaamde "zwevende mat" verkregen,   die de inleiding beschreven voordelen bereikt. Het op afstand A houden van 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 de onderzijde 4 van het blokvormig substraat 2 kan plaatsvinden door het blokvormig element 2 op een draagvlak 6 te plaatsen, dat is verbonden met afstandshouders 7. 



   In de in fig. 1 getoonde uitvoeringsvorm wordt het draagvlak 6 gevormd door een aantal langs- en dwarsdraden 8 respectievelijk 9, welke onderling op bekende wijze worden vastgelast en tot een rooster verenigd. De afstandshouders 7 zijn hier verlengstukken van de dwarsdraden 8, welke in omgekeerd U-vormige zin zijn gebogen, waarbij de benen van de U ongelijk zijn. De afstandshouders 7, welke de langste benen van de U zijn, worden onderling verbonden door met langsdraden 9 overeenkomende langsdraden 9'. Daardoor ontstaat een integrale constructie van draagvlak 6 en afstandshouders 7 door middel van de langs- en dwarsdraden 8,9. 



   Het verschil tussen de lengten van het korte respectievelijk lange been van de omgekeerde U van de afstandshouders 7 bepaalt de afstand A, zoals hierboven genoemd, waarbij ervan wordt uitgegaan, dat de afstandshouders 7 direct op de bodem B afsteunen. 



   Het gootvormige element kan hier bestaan uit plaatvormig materiaal, dat wordt geleverd als een platte strook en op de teeltplaat tot en open kanaalvorm wordt gebogen, waarbij de zijwanden zieh binnen de afstandshouders 7 bevinden. Daartoe zal de afstand tussen de tegenoverliggende afstandshouders 7 groter dienen te zijn dan de breedte van de bodem van de goot 3. Dankzij de gekozen vorm van het rooster staande met langsdraden 8,9 vinden de zijwanden van het gootvormig element 3 steun tegen de afstandshouders 7, waardoor de gootvorm gedurende lange tijd in stand wordt gehouden. De bodem B kan elke bodem zijn, bijvoorbeeld grond dat is afgedekt door een folie, beton of andere bodembedekking. 



   Langs de gootvormige elementen 3 kan een voedingsleiding 10 zijn aangebracht, welke is voorzien van aftakleidingen 11, die leiden naar een injectiepunt 12. De injectiepunt wordt gestoken in het bovenvlak van het 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 teeltblok 1. Door de voedingsleiding 10 kan vloeistof met voedingsstoffen of andere stoffen, bijvoorbeeld schimmelremmende stoffen, worden toegevoerd. 



   De hierboven beschreven inrichting werkt als volgt. 



   Na het vormen van het gootvormig element 3 en het daaroverheen plaatsen van het draadrooster 8,9 kunnen de substraatblokken 2 worden geplaatst op het steunvlak 6 tussen de afstandshouders 7. Het substraatblok kan daarop worden voorzien van een of meer teeltblokken   1,   waarin reeds een plant is voorgetrokken. Vervolgens wordt het injectiepunt 12 in het teeltblok 1 gestoken en kan vloeistof door de leiding 10 heen worden aangevoerd. Door het bevloeien ontstaat een   kegel-of piramideachtige vloei-   stofkolom in het teeltblok 1 en het substraat 2, zie de lijn K. De   wortels   van de plant P, die zieh reeds hadden ontwikkeld in het teeltblok   1,   kunnen zieh verder voortzetten in het substraatblok 2 en maken gebruik van de groei dankzij de kegelvormige waterkolom K. 



   Wordt meer vloeistof via leiding 10 in het teeltblok 1 toegevoerd, dan kan deze vloeistof vrij naar beneden stromen en wordt opgevangen in het gootvormig element 3. Het gootvormig element 3 dient voor de afvoer van het overtollige water en kan voor recirculatie, eventueel na ontsmetting, worden hergebruikt. 



   Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat er nooit teveel water in het teeltblok 1 en het substraat 2 aanwezig kan zijn, omdat het direct aan de onderzijde 4 van het substraat 2 wegdruipt en vrij blijft van het substraat. Op deze wijze ontstaat een optimale 
 EMI5.1 
 lucht/vloeistof-verhouding in de op elkaar geplaatste substraatblokken 1, 2 hetgeen een optimale teelt bevor- dert. Het zal eveneens duidelijk zijn, dat uit een blok 2 gedropen vloeistof niet meer in aanraking kamt met het ernaast liggend blok 2, zodat onderlinge besmetting niet kan plaatsvinden. 



   Fig. 2 laat een andere   uitvoeringsvcrm   zien van 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 het draagvlak 6 en de constructie van de afstandshouder, die wordt gevormd door de opstaande wand 15 van de goot 3 en het korte been van de U-vormig gebogen zijde van het draagrooster. 



   Het draagrooster is hier gevormd door stroken 16, welke onderling zijn verbonden door langsdraden 9. De stroken 16 zijn op overeenkomstige wijze als de draden 8 in fig. 1 gebogen, waarbij echter het lange been van de omgekeerd U-vormige zijde korter is dan de hoogte van de zijwand van de goot 3. De betreffende afstand A van het draagvlak 6 boven de gootbodem 3 wordt hier gevormd door het verschil van lengte van het korte been van de U en de hoogte van de zijwand 15. Er wordt hierbij vanuit gegaan dat het materiaal van de goot voldoende stijf is om het gewicht van het draagrooster 16,9, het blokvormig substraat 2 en de blokken 1 te dragen. 



   Fig. 3 toont een uitvoeringsvorm, waarbij het gootvormig element is gevormd uit een in dwarsdoorsnede W-vormig profiel 20 van willekeurig materiaal, bijvoorbeeld beton, schuimstof. Er worden naast elkaar twee langwerpige goten 3 gevormd, waarvan de opstaande wand getrapt is uitgevoerd, zodanig dat een met fig. 1 overeenkomend draagprofiel 6 op het getrapte gedeelte kan worden geplaatst. De blokken 1 kunnen op een substraatblok 21, dat is gehuld in een folie van vloeistofdicht materiaal, worden geplaatst, welke op de betreffende afstand A boven de gootbodem 3 kan worden gehouden. De folie wordt aan de boven-en onderzijde voorzien van gaten voor het enerzijds plaatsen van een teeltblok en anderzijds voor de afvoer van water. 



   De werkwijze voor het telen is hetzelfde als die aan de hand van de fig. 1 en 2. 



   Fig. 4 toont een uitvoeringsvorm, waarbij de afstandshouder is gevormd door staande platen 25 van willekeurig materiaal, bijvoorbeeld schuimstof, beton en dergelijke, cp de bovenrand 26 waarvan telkens een draagrooster 6 wordt geplaatst, dat hier slechts de vorm van 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 een naar boven openend U-vormig gestalte heeft, welke kan worden gevormd door een draadrooster uit dwarsdraden 8 en langsdraden 9 in die vorm te buigen. In het draagrooster vinden teeltblokken 1 een plaats, welke gelijktijdig als substraat kunnen dienen. Het gootvormig element 3 kan hierbij in dwarsdoorsnede V-vormig zijn en onder de draagroosters 6 worden gebracht. Eventueel kunnen extra hangelementen 27 dienen voor het ondersteunen van het in V-vorm gebogen plaatmateriaal voor de goot 3.

   Ook in deze uitvoeringsvorm is een toevoerleiding 10 met aftakleiding 11 en injectiepunt 12 aangebracht, voor het bevloeien van de plant. De gewenste afstand A van onderzijde van het substraat 1 naar de gootbodem wordt hier bepaald door de betreffende uitsparing in de afstandshouder 25 voor de V-vormige goot 3 tot aan de bovenrand 26 daarvan. 



   Fig. 5 en 6 tonen elk een uitvoeringsvorm, die in dwarsdoorsnede is getoond, waarbij in fig. 5 gebruik wordt gemaakt van een zelfdragend U-vormig gootprofiel 3, dat bijvoorbeeld uit isolatiemateriaal kan bestaan, bijvoorbeeld polypropyleen. 



   Op de bovenrand van de opstaande wand 15 van het gootvormig profiel wordt een draadrooster 6 aangebracht, waarvan de buitenste langsdraad buiten de opstaande wand 15 loopt, en waarbij de binnenste langsdraad 9 dient voor het zijdelings richten van het substraat 2 met daarop geplaatste blokken 1. Het draagrooster 6 is hier dus niet gebogen en strekt zich slechts in het horizontale vlak uit. 



   In fig. 6 wordt gebruik gemaakt van een omgekeerd U-vormig draagrooster 6, waarvan de benen 7 van de omlaaggerichte U ofwel op de bodem B afsteunen of op enige afstand daarboven eindigen, in welk laatste geval de zijwand 15 van het gootvormig element 3 voldoende draagkrachtig moest zijn om de daarboven gelegen constructie te kunnen ondersteunen. 



   Het gebruik en de werkwijze met de inrichtingen uit de fig. 2 t/m 6 komen geheel overeen met die, welke 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 aan de hand van fig. 1 zijn beschreven. 



   De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm.

Claims (10)

  1. Conclusies 1. Werkwijze voor het telen van planten, waarbij een of meer planten telkens in een teeltblok wordt voorgetrokken en het of elk blok op een met een gootvormig element samenwerkend blokvormig substraat wordt geplaatst, met het k e n m e r k, dat elk teeltblok van bovenaf via een injectiepunt wordt voorzien van een gedoseerde hoeveelheid groeivloeistof, waarbij het substraat op afstand boven het gootvormig element wordt gehouden ter verkrijging van een in dwarsdoorsnede kegel-of piramideachtige vloeistofkolom.
  2. 2. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens conclusie, met het k e n m e r k, dat een met het gootvormig element samenwerkend steunorgaan voor het blokvormig substraat is aangebracht, bestaande uit een zieh horizontaal uitstrekkend steunvlak met openingen, waarbij de langsrand of randstrook daarvan is ondersteund door een of meer afstandshouders tot de gootbodem ter verkrijging van de gewenste vrije ruimte tussen het steunvlak en de gootbodem.
  3. 3. Inrichting volgens conclusie 2, met het k e n - m e r k, dat de afstandshouder integraal met het steunorgaan is verbonden.
  4. 4. Inrichting volgens conclusie 3, met het k e n - m e r k, dat het gootvormig element is gevormd uit een U-vormig gebogen strook materiaal en de breedte van de gootbodem kleiner is dan de afstand tussen de tegenover elkaar liggende afstandshouders.
  5. 5. Inrichting volgens conclusie 2-4, met het k e n m e r k, dat de of elke afstandshouder in dwarsdoorsnede een omgekeerd ongelijkbenig U-vormige gestalte vertoont.
  6. 6. Inrichting volgens ccnclusie 2-5, met het k e n m e r k, dat het steunorgaan en/cf elke afstands- houder is gevormd uit een rooster van dwars-en langsdraden. <Desc/Clms Page number 10>
  7. 7. Inrichting volgens conclusie 6, met het k e n - m e r k, dat in het steunvlak van het steunorgaan de langsdraden aan de van de goot afgekeerde zijde van de dwarsdraden liggen.
  8. 8. Inrichting volgens conclusie 5 of 6, met het k e n m e r k, dat de afstand van de langsdraden in het steunvlak groter is dan de breedte van het substraatlichaam.
  9. 9. Inrichting volgens conclusie 7-8, met het k e n m e r k, dat het met het substraatlichaam in aanraking verkerende ondervlak van het teeltblok is voorzien van groefvormige uitsparingen.
  10. 10. Inrichting volgens conclusie 2-8, met het k e n m e r k, dat het substraatlichaam is omhuld met een vloeistofdichte folie.
BE9200593A 1992-06-24 1992-06-24 Werkwijze en inrichting voor het telen van planten. BE1005980A6 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9200593A BE1005980A6 (nl) 1992-06-24 1992-06-24 Werkwijze en inrichting voor het telen van planten.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9200593A BE1005980A6 (nl) 1992-06-24 1992-06-24 Werkwijze en inrichting voor het telen van planten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1005980A6 true BE1005980A6 (nl) 1994-04-12

Family

ID=3886337

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9200593A BE1005980A6 (nl) 1992-06-24 1992-06-24 Werkwijze en inrichting voor het telen van planten.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1005980A6 (nl)

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US10342182B2 (en) * 2011-12-22 2019-07-09 Rockwool International A/S Plant growth system
CN110139554A (zh) * 2016-10-21 2019-08-16 圣戈班卡尔提勒尼公司 具有根屏障的植物种植系统
NL2028013B1 (nl) * 2021-03-19 2022-09-29 Flordev B V Stabilisatieinrichting voor een kweekblokstabilisator of voor een kweekblok

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US10342182B2 (en) * 2011-12-22 2019-07-09 Rockwool International A/S Plant growth system
CN110139554A (zh) * 2016-10-21 2019-08-16 圣戈班卡尔提勒尼公司 具有根屏障的植物种植系统
NL2028013B1 (nl) * 2021-03-19 2022-09-29 Flordev B V Stabilisatieinrichting voor een kweekblokstabilisator of voor een kweekblok

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5409510A (en) Watering gutter
US4837973A (en) Watering system for areas for the growth of plants
RU2163755C1 (ru) Устройство для выращивания растений без земли на вертикальной поверхности
US5189834A (en) Apparatus for irrigating container grown plants in a closed system
RU2479985C2 (ru) Теплица с лотком для выращивания растений
US7082718B2 (en) Culture tray for the rooting of young plants
EP0301619A1 (en) Culture system and a holder intended for use in said system
WO1989004600A1 (en) Plant-growth trough for earthless growing of plants
NL9100112A (nl) Werkwijze en inrichting voor het telen van planten.
EP0846413B1 (de) Pflanzvorrichtung
JPH0614665A (ja) 植物栽培ベッドおよび植物栽培装置
KR100203620B1 (ko) 식물 재배용 베드
JP3050745U (ja) 高設栽培装置
KR200177795Y1 (ko) 배지 재배용 베드 조립체
JP2546563Y2 (ja) 人工植物栽培床
PL190478B1 (pl) Płyta uprawowa do ukorzeniania rozsad i rząd płytuprawowych
JP2004166571A (ja) 高畝隔離ベッド
JPH0827751A (ja) ガードフェンス
JPH0216619Y2 (nl)
JP2004049226A (ja) プランタ及び緑化システム
JP2005323589A (ja) 緑化設備
JP2003033119A (ja) 養液栽培用装置
JPH058825Y2 (nl)
JPH086815Y2 (ja) 花壇兼用防護柵
JPH06327367A (ja) 植物の栽培装置

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: SUBSTRA NEDERLAND B.V.

Effective date: 19970630