NL1003294C2 - Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel. - Google Patents

Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel. Download PDF

Info

Publication number
NL1003294C2
NL1003294C2 NL1003294A NL1003294A NL1003294C2 NL 1003294 C2 NL1003294 C2 NL 1003294C2 NL 1003294 A NL1003294 A NL 1003294A NL 1003294 A NL1003294 A NL 1003294A NL 1003294 C2 NL1003294 C2 NL 1003294C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
tin
glazing panel
panel according
coating
antimony
Prior art date
Application number
NL1003294A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1003294A1 (nl
Inventor
Robert Terneu
Michel Hannotiau
Philippe Legrand
Alain Schutz
Original Assignee
Glaverbel
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=26307189&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL1003294(C2) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Priority claimed from GBGB9511691.9A external-priority patent/GB9511691D0/en
Priority claimed from GBGB9514190.9A external-priority patent/GB9514190D0/en
Application filed by Glaverbel filed Critical Glaverbel
Publication of NL1003294A1 publication Critical patent/NL1003294A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1003294C2 publication Critical patent/NL1003294C2/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C17/00Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating
    • C03C17/22Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with other inorganic material
    • C03C17/23Oxides
    • C03C17/25Oxides by deposition from the liquid phase
    • C03C17/253Coating containing SnO2
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C17/00Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating
    • C03C17/34Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions
    • C03C17/3411Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions with at least two coatings of inorganic materials
    • C03C17/3417Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions with at least two coatings of inorganic materials all coatings being oxide coatings
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C17/00Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating
    • C03C17/34Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions
    • C03C17/3411Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions with at least two coatings of inorganic materials
    • C03C17/3423Surface treatment of glass, not in the form of fibres or filaments, by coating with at least two coatings having different compositions with at least two coatings of inorganic materials at least one of the coatings comprising a suboxide
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C2217/00Coatings on glass
    • C03C2217/20Materials for coating a single layer on glass
    • C03C2217/21Oxides
    • C03C2217/211SnO2
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C2217/00Coatings on glass
    • C03C2217/20Materials for coating a single layer on glass
    • C03C2217/21Oxides
    • C03C2217/24Doped oxides
    • C03C2217/244Doped oxides with Sb
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C2218/00Methods for coating glass
    • C03C2218/10Deposition methods
    • C03C2218/11Deposition methods from solutions or suspensions
    • C03C2218/112Deposition methods from solutions or suspensions by spraying
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C03GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
    • C03CCHEMICAL COMPOSITION OF GLASSES, GLAZES OR VITREOUS ENAMELS; SURFACE TREATMENT OF GLASS; SURFACE TREATMENT OF FIBRES OR FILAMENTS MADE FROM GLASS, MINERALS OR SLAGS; JOINING GLASS TO GLASS OR OTHER MATERIALS
    • C03C2218/00Methods for coating glass
    • C03C2218/10Deposition methods
    • C03C2218/15Deposition methods from the vapour phase
    • C03C2218/152Deposition methods from the vapour phase by cvd

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Materials Engineering (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Geochemistry & Mineralogy (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Surface Treatment Of Glass (AREA)
  • Laminated Bodies (AREA)
  • Physical Vapour Deposition (AREA)
  • Joining Of Glass To Other Materials (AREA)
  • Special Wing (AREA)
  • Glass Compositions (AREA)

Description

Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en op een werkwijze voor het vervaardigen van een dergelijk paneel.
Reflecterende transparante beglazingspanelen voor 5 zonlichtbeheersing zijn een nuttig materiaal geworden voor architecten voor gebruik als de buitengevel van gebouwen. Dergelijke panelen hebben esthetische kwaliteiten door het reflecteren van de onmiddellijke omgeving en, vanwege de beschikbaarheid in een aantal kleuren, het bieden van ont-10 werpmogelijkheden. Dergelijke panelen hebben ook technische voordelen door het aan de in een gebouw aanwezigen verschaffen van bescherming tegen zonnestraling door reflectie en/cf absorptie en het elimineren van de verblindende effecten van intens zonlicht, hetgeen het zichtcomfort verhoogt en oog-15 vermoeidheid vermindert.
Vanuit technisch oogpunt is het wenselijk dat het beglazingspaneel een niet te groot gedeelte van de totale invallende zonnestraling zal doorlaten, opdat het inwendige van het gebouw tijdens zonnig weer niet oververhit zal raken. 20 De transmissie van de totale invallende zonnestraling kan worden uitgedrukt in termen van de "zonnefactor". Zoals hierin gebruikt staat de term "zonnefactor" voor de som van de totale direct doorgelaten energie en de energie die wordt geabsorbeerd en weer uitgestraald aan de van de energiebron 25 afgekeerde zijde, als een gedeelte van de totale hoeveelheid stralingsenergie die op het beklede glas valt.
Een andere belangrijke toepassing van reflecterende transparante beglazingspanelen voor zonlichtbeheersing is in voertuigruiten, met name voor auto's of treinrijtuigen, waar-30 bij het doel is de inzittenden te beschermen tegen zonnestraling. In dit geval is de belangrijkste energiefactor die moet worden beschouwd de totale direct doorgelaten energie (TE), aangezien de energie die in het inwendige wordt geabsorbeerd en weer uitgestraald (AE) door de beweging van het voertuig 1 0 0 3 2 9 4 2 wordt gedissipeerd. Het essentiële doel voor het voertuig-paneel is derhalve een lage TE-factor.
De eigenschappen van het hierin beschreven beklede substraat zijn gebaseerd op de standaarddefinitie van de 5 International Commission on Illumination Commission Internationale de l'Eclairage ("CIE").
De hierin genoemde standaardlichtbronnen zijn CIE lichtbron C en lichtbron A. Lichtbron C stelt gemiddeld daglicht voor met een kleurtemperatuur van 6700 K. Lichtbron A 10 stelt de straling voor van een Planck-straler bij een temperatuur van ongeveer 2856 K.
De "lichttransmissie" (TL) is de door een substraat doorgelaten lichtstroom uitgedrukt als percentage van de invallende lichtstroom.
15 De "lichtreflectie" (RL) is de door een substraat gereflecteerde lichtstroom uitgedrukt als percentage van de invallende lichtstroom.
De· "selectiviteit" van een bekleed substraat voor gebruik in een beglazingspaneel voor een gebouw is de ver-20 houding van de lichttransmissie en de zonnefactor (TL/FS).
De "zuiverheid" (p) van de kleur van het substraat verwijst naar de excitatiezuiverheid gemeten met lichtbron C. Deze is gespecificeerd volgens een lineaire schaal waarop een gedefinieerde witlichtbron een zuiverheid van nul heeft en de 25 zuivere kleur een zuiverheid van 100% heeft. De zuiverheid van het beklede substraat wordt gemeten aan de zijde tegenover de beklede zijde.
De term "brekingsindex" (n) is gedefinieerd in de CIE International Lighting Vocabulary, 1987, biz. 138.
30 De "dominante golflengte" (XD) is de piekgolflengte in het door het beklede substraat doorgelaten of gereflecteerde bereik.
Het "uitstralend vermogen" U) is de verhouding van de door een gegeven oppervlak bij een gegeven temperatuur 35 uitgezonden energie tot die van een perfecte straler (zwart lichaam met een uitstralend vermogen van 1,0) met dezelfde temperatuur.
Er is een aantal technieken bekend voor het vormen van bekledingen op een glasachtig substraat, waaronder pyro- 1003284 3 lyse. Pyrolyse heeft over het algemeen het voordeel dat het een harde bekleding oplevert, hetgeen de noodzaak voor een beschermende laag opheft. De door pyrolyse gevormde bekledingen hebben duurzame slijtvaste en corrosiebestendige eigen-5 schappen. Er wordt aangenomen dat dit in het bijzonder het gevolg is van het feit dat de werkwijze het deponeren van bekledingsmateriaal omvat op een substraat dat heet is. Pyrolyse is over het algemeen ook goedkoper dan alternatieve bekledingsprocessen zoals verstuiven, in het bijzonder in 10 termen van fabricagekosten. Het aanbrengen van bekledingen met behulp van andere processen, bijvoorbeeld door middel van verstuiven, heeft geleid tot produkten met heel andere eigenschappen, in het bijzonder een lagere slijtvastheid en soms een afwijkende brekingsindex.
15 Er is een grote verscheidenheid aan bekledingsmate- rialen voorgesteld voor beglazingspanelen, en voor verschillende andere gewenste eigenschappen van de beglazing. Tin-oxide, Sn02, wordt wijd en zijd toegepast, vaak in combinatie met andere materialen zoals andere metaaloxiden.
20 Het Britse octrooischrift 1.455.148 beschrijft een werkwijze voor het pyrolytisch vormen van een bekleding van één of meer oxiden op een substraat, in de eerste plaats door het sproeien van verbindingen op een metaal of silicium, teneinde de lichttransmissie en/of lichtreflectie van het sub-25 straat te modificeren, of om antistatische of elektrisch geleidende eigenschappen te verlenen. De voorbeelden erin van gespecificeerde oxiden omvatten Zr02, Sn02, Sb203, Ti02, Co304, Cr203, Si02 en mengsels daarvan. Tinoxide (Sn02) wordt als gunstig gezien vanwege de hardheid ervan en het vermogen ervan 30 om antistatische of elektrisch geleidende eigenschappen te hebben. Het Britse octrooischrift 2.078.213 heeft betrekking op een sequentiële sproeiwerkwijze voor het pyrolytisch vormen van een bekleding op een glasachtige drager en heeft in het bijzonder betrekking op tinoxide of indiumoxide als de 35 belangrijkste bekledingsbestanddelen. Wanneer de metaalbekle-dingsuitgangsstof ervan tinchloride is, is dit met voordeel gedoteerd met een uitgangsstof gekozen uit ammoniumbifluoride en antimoonchloride teneinde de elektrische geleidbaarheid van de bekleding te verhogen.
1003294 4
Het is ook bekend dat, wanneer een bekleding van tinoxide wordt gevormd door pyrolyse van SnCl4, de aanwezigheid van een doteringsstof zoals antimoonchloride SbCl5, direct gemengd met het tinchloride SnCl4, de absorptie en 5 reflectie van enige nabij infrarood-zonnestraling verbetert.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding een pyrolytisch gevormd beglazingspaneel te verschaffen met zonlicht filterende eigenschappen.
Wij hebben gevonden dat dit en andere bruikbare doe-10 len kunnen worden bereikt door gebruik te maken van chemisch opdampen (CVD) om een pyrolytische bekleding aan te brengen die tin- en antimoonoxiden in een specifieke onderlinge verhouding omvat.
Derhalve wordt, volgens een eerste aspect van de 15 onderhavige uitvinding, een beglazingspaneel verschaft dat een glasachtig substraat omvat dat een tin/antimoonoxide-bekledingslaag draagt welke tin en antimoon in een Sb/Sn-mol-verhouding van 0,01 tot 0,5 bevat, waarbij de genoemde bekle-dingslaag pyrolytisch is gevormd door chemisch opdampen, 20 waardoor het aldus beklede substraat een zonnefactor FS heeft van minder dan 70%.
Het substraat heeft bij voorkeur de vorm van een lint van glasachtig materiaal, zoals glas of een ander transparant stijf materiaal. In het licht van het gedeelte van de 25 invallende zonnestraling dat door het beglazingspaneel wordt geabsorbeerd, met name in omgevingen waarin het paneel aan sterke of langdurige zonnestraling is blootgesteld, bestaat er een verwarmingseffect op het glaspaneel dat het nodig kan maken het glassubstraat vervolgens aan een hardingsproces te 30 onderwerpen. Echter, de duurzaamheid van de bekleding maakt het mogelijk het beglazingspaneel met de beklede zijde naar buiten aan te brengen, waardoor het verwarmingseffect wordt verkleind.
Bij voorkeur is het substraat helder glas, ofschoon 35 de uitvinding zich ook uitstrekt tot het gebruik van gekleurd glas als het substraat.
De Sb/Sn-molverhouding en de bekledingslaag is bij voorkeur ten minste 0,03, met de meeste voorkeur ten minste 0,05. Dit helpt bij het verzekeren van een hoge mate van • V 3 2 9 4 5 absorptie. Anderzijds is de genoemde verhouding bij voorkeur kleiner dan 0,21, met het oog op het bereiken van een hoge mate van lichttransmissie (TL). Met de meeste voorkeur is de verhouding minder dan 0,15, aangezien de bekledingslaag boven 5 dit niveau een overmatige absorptie gekoppeld aan een slechte selectiviteit vertoont.
Beklede substraten volgens de uitvinding bieden het voordeel van een lichtreflectie (RL) van minder dan 11%. Aan deze geringe mate van reflectie in een beglazingspaneel voor 10 gebouwen wordt door architecten sterk de voorkeur gegeven.
Het vermijdt dat de panelen in de omgeving van het gebouw schitteren.
Het kan nuttig zijn om interactie tussen het glas van het substraat en de tin/antimoonoxidebekledingslaag te 15 voorkomen. Zo is, bij wijze van voorbeeld, gevonden dat bij de pyrolytische vorming van een tinoxidebekleding van tin-chloride op een natronkalkglassubstraat, natriumchloride de neiging heeft in de bekleding te worden opgenomen als gevolg van de reactie van het glas met het uitgangsmateriaal van de 20 bekleding of de reactieprodukten ervan, en dit leidt tot een waas in de bekleding.
Derhalve wordt bij voorkeur een tussenliggende waas-beperkende bekledingslaag tussen het substraat en de tin/an-timoonoxidebekledingslaag aangebracht. De waasbeperkende laag 25 kan pyrolytisch in een onvolledig geoxydeerde toestand worden gevormd door het substraat in een onderbekledingskamer in contact te brengen met het onderbekledingsuitgangsmateriaal in aanwezigheid van zuurstof in een hoeveelheid die onvoldoende is voor volledige oxydatie van het onderbekledings-30 materiaal op het substraat. De uitdrukking "onvolledig geoxy-deerd materiaal" wordt hierin gebruikt om een echt suboxide aan te duiden, dat wil zeggen een oxide met een lagere valen-tietoestand van een meerwaardig element (bijvoorbeeld V02 of TiO), en ook om een oxidemateriaal aan te duiden dat zuur-35 stofgaten in de structuur ervan bezit: een voorbeeld van het laatste materiaal is SiOx waarbij x kleiner is dan 2, dat de algemene structuur van Si02 kan hebben maar een zeker aandeel aan gaten bezit die in het dioxide met de zuurstof zouden zijn gevuld.
1003294 6
Wij geven er de voorkeur aan dat de waasbeperkende bekledingslaag een siliciumoxide omvat met een geometrische dikte van bijvoorbeeld ca. 100 nm. De aanwezigheid van een siliciumoxide-onderbekleding op natronkalkglas heeft het bij-5 zondere voordeel dat het de migratie van natriumionen uit het glas, hetzij door diffusie of anderszins, in de tin/antimoon-oxidebekledingslaag hetzij tijdens de vorming van die bovenste laag of een daaropvolgende behandeling bij hoge temperatuur remt.
10 In plaats daarvan kan de onderbekleding bestaan uit een "anti-reflectie"-onderbekleding zoals bijvoorbeeld een geoxydeerde aluminium/vanadiumlaag zoals beschreven in de Britse octrooipublikatie 2.248.243.
De beglazingspanelen volgens de uitvinding hebben 15 een zonnefactor van minder dan 70%, bij voorkeur minder dan 60% en in sommige gevallen bij voorkeur minder dan 50%. De voorkeur voor een zonnefactor van minder dan 60% ontstaat wanneer de panelen volgens de uitvinding met de beklede zijde naar buiten worden geplaatst, d.w.z. naar de energiebron toe-20 gekeerd. In het algemeen leidt deze positionering tot een verbeterde zonnefactor in vergelijking met de positionering van het paneel met de beklede zijde van de energiebron afge-keerd. De noodzaak van een zonnefactor van minder dan 50% ontstaat voor gebouwen in delen van de wereld met veel zon.
25 Voor schuifdaken van voertuigen kan een zelfs nog lagere zonnefactor wenselijk zijn.
Het gebruik van gekleurd glas is één manier om een lagere zonnefactor te verschaffen, en wordt gebruikelijk zowel bij glas voor gebouwen als glas voor voertuigen toe-30 gepast. Bij het vergelijken van de doelmatigheid van de bekledingslagen is het derhalve noodzakelijk met alle verschillen tussen de glassoorten waarop de respectievelijke bekledingen worden aangebracht rekening te houden. Zo gaf één voorbeeld van een bekleding volgens de uitvinding op helder 35 glas een zonnefactor van 63%, terwijl een equivalente bekleding op een groen gekleurd glas een zonnefactor van 44,5% gaf.
Het is ook wenselijk dat het beglazingspaneel ook een redelijk gedeelte zichtbaar licht zal doorlaten teneinde 1 p 0 of. 3 4 7 natuurlijke verlichting van het inwendige van het gebouw of voertuig mogelijk te maken en om de daarin aanwezigen naar buiten te kunnen laten kijken. Het is derhalve wenselijk om de selectiviteit van de bekleding te verhogen, dat wil zeggen 5 de verhouding van de doorlating tot de zonnefactor te vergroten. Het geniet inderdaad de voorkeur dat de selectiviteit zo hoog mogelijk is.
In het algemeen geniet het de voorkeur dat de lichttransmissie (TL) van het paneel volgens de uitvinding tussen 10 40 en 65% ligt. Niettemin kan een paneel met een lichttrans missie van minder dan 40% als een dakpaneel worden gebruikt, bijvoorbeeld als een schuifdak voor een voertuig.
Bij voorkeur heeft de tin/antimoonoxidebekleding een dikte van 100 tot 500 nm. Dikke lagen tin/antimoonoxide, in 15 het bijzonder lagen met een lage Sb/Sn-molverhouding, kunnen een beglazingspaneel verschaffen met de gunstige combinatie van een geringe zonnefactor (FS) en een laag uitstralend vermogen. Een andere wijze om deze combinatie te verkrijgen is om op de tin/antimoonoxidelaag volgens de uitvinding een laag 20 van gedoteerd tinoxide, bijvoorbeeld met fluor gedoteerd tin-oxide, met laag uitstralend vermogen aan te brengen. Echter, dit is ongunstig in die zin dat dit het aanbrengen van een aanvullende laag nodig maakt, hetgeen tijdrovend en duur is.
In principe zou een andere manier om een combinatie 25 van een lage zonnefactor en laag uitstralend vermogen te verschaffen het vormen van een tin/antimoonoxidelaag die een doteringsstof zoals fluor bevat kunnen zijn. Zo beschrijft bijvoorbeeld het Britse octrooischrift 2.200.139 een werkwijze voor het vormen van een pyrolytische tinoxidebekleding 30 door het sproeien van een oplossing die naast het tinuit- gangsmateriaal verbindingen bevat die erin zullen resulteren dat de bekleding fluor en ten minste één gekozen uit antimoon, arseen, vanadium, kobalt, zink, cadmium, wolfram, tel-luur en mangaan bevat.
35 Zo kon men bijvoorbeeld een bekleding vormen van reactanten die tin, antimoon en fluor bevatten in de verhoudingen Sb/Sn = 0,028, F/Sn = 0,04. Wij hebben echter gevonden dat de aanwezigheid van fluor het duidelijke nadeel heeft dat het de opname van antimoon in de bekleding hindert in plaats '· :-294 8 van het uitstralend vermogen effectief te verminderen. Zo gaven bijvoorbeeld reactanten die antimoon en tin in verhouding Sb/Sn = 0,028 bevatten een bekleding met een Sb/Sn-ver-houding van ca. 0,057, terwijl dezelfde reactanten met een 5 fluorbevattende reactant in een hoeveelheid zodanig dat F/Sn = 0,04 was een bekleding gaf met een Sb/Sn-verhouding van ca. 0,038.
In overeenstemming hiermee biedt de uitvinding het voordeel gelijktijdig een zonnefactor (FS) beneden 60%, een 10 uitstralend vermogen van minder dan 0,4 (bij voorkeur minder dan 0,3) en een lichttransmissie (TL) van meer dan 60% te verschaffen. Derhalve vervult het beklede produkt twee belangrijke functies. In de winter houdt het de warmte in het gebouw, vanwege het lage uitstralende vermogen ervan. In de 15 zomer werkt het het binnendringen van zonnewarmte in het gebouw tegen en vermijdt aldus oververhitting binnen het gebouw, dankzij de lage zonnefactor ervan. Dit wordt met name bereikt voor bekledingen met een Sb/Sn-verhouding tussen 0,01 en 0,12, met name 0,03 tot 0,07 en een dikte tussen 100 en 20 500 nm, bij voorkeur tussen 250 en 450 nm.
Bij voorkeur is de tin/antimoonoxidebekledingslaag een blootgestelde bekledingslaag en omvat het beglazings-paneel slechts één zo'n tin/antimoonoxidebekledingslaag.
Echter, het is mogelijk om één of meer verdere 25 bekledingslagen te verschaffen, hetzij door pyrolyse of met behulp van andere bekledingswerkwijzen, om bepaalde gewenste optische kwaliteiten te bereiken. Er moet echter worden opgemerkt, dat de tin/antimoonoxidelaag bij opbrengen door pyrolyse voldoende mechanische duurzaamheid en chemische 30 bestendigheid heeft om geschikt als de blootgestelde laag te dienen.
De panelen volgens de uitvinding kunnen als enkelvoudige of meervoudige beglazingssamenstellen worden geïnstalleerd. Ofschoon het beklede oppervlak van het paneel het 35 binnenoppervlak van het buitenste beglazingspaneel kan zijn zodat het beklede oppervlak niet aan de heersende weersomstandigheden, welke anders mogelijk de levensduur ervan door vervuiling, fysische schaden en/of oxydatie terug zouden kunnen brengen, wordt blootgesteld, hebben de met behulp van . r ? 4 9 pyrolyse vervaardigde bekledingen een grotere mechanische bestendigheid dan bekledingen die langs andere weg zijn geproduceerd en zij kunnen derhalve aan de atmosfeer worden blootgesteld. De panelen volgens de uitvinding kunnen 5 geschikt worden toegepast in gelaagd-glasstructuren, bijvoorbeeld dergelijke waarbij het beklede oppervlak het binnenop-pervlak van het buitenste laminaat is.
Volgens een tweede aspect van de uitvinding wordt een werkwijze verschaft voor het vormen van een beglazings-10 paneel welke omvat het chemisch opdampen van een tin/anti-moonoxidelaag uit een reactantenmengsel op een glasachtig substraat, waarbij het reactantenmengsel een tinbron en een antimoonbron omvat, en de Sb/Sn-molverhouding in het genoemde mengsel 0,01 tot 0,5 is, waardoor het aldus beklede substraat 15 een zonnefactor FS van minder dan 70% heeft.
Wanneer wordt gewenst om pyrolytisch bekleed vlak-glas te vervaardigen, is het het beste om dat te doen wanneer het glas pas is gevormd. Dit heeft economische voordelen doordat het niet noodzakelijk is het glas opnieuw te verhit-20 ten om de pyrolytische reacties plaats te doen vinden, en het heeft ook voordelen voor wat betreft de kwaliteit van de bekleding, aangezien wordt verzekerd dat het oppervlak van het glas in een maagdelijke toestand is. Derhalve wordt het genoemde onderbekledingsuitgangsmateriaal bij voorkeur met 25 een bovenvlak van een heet glassubstraat bestaande uit pas gevormd vlakglas in contact gebracht.
Derhalve kunnen de beglazingspanelen volgens de uitvinding als volgt worden vervaardigd. Elke pyrolytische bekledingsstap kan bij een temperatuur van ten minste 400°C, 30 idealiter tussen 550°C tot 750°C, worden uitgevoerd. De bekledingen kunnen worden gevormd op een glasplaat die in een tunneloven beweegt of op een glaslint tijdens de vorming ervan en het nog heet is. De bekledingen kunnen binnen de koeloven die op de glaslintvormende inrichting volgt of bin-35 nen de floattank op de bovenzijde van het glaslint, terwijl dit laatste op een bad gesmolten tin drijft, worden gevormd.
De bekledingslagen worden door middel van chemisch opdampen (CVD) op het substraat aangebracht. Dit is een bijzonder gunstige werkwijze omdat deze bekledingen verschaft 1003294 10 met een regelmatige dikte en samenstelling, waarbij een dergelijke uniformiteit van de bekleding in het bijzonder belangrijk is wanneer het produkt een groot oppervlak moet beslaan. CVD biedt veel voordelen boven pyrolysewerkwwijzen 5 waarbij vloeistoffen als de reactantmaterialen worden gesproeid. Met dergelijke sproeiwerkwijze is het moeilijk om zowel het verdampingsproces te controleren als om een goede uniformiteit van de bekledingsdikte te verkrijgen. Bovendien is de pyrolyse van gesproeide vloeistoffen in wezen beperkt 10 tot de vervaardiging van oxidebekledingen, zoals Sn02 en Ti02. Het is ook moeilijk om onder gebruikmaking van gesproeide vloeistoffen meerlaagsbekledingen te maken omdat elke vastzetting van bekleding een wezenlijke afkoeling van het substraat veroorzaakt. Verder is chemisch opdampen meer econo-15 misch in termen van grondstoffen, hetgeen leidt tot minder afval.
Het produkt met een CVD-bekleding is fysiek verschillend van die waarbij de bekledingen door sproeien zijn verkregen. Met name behoudt een door sproeien opgebrachte 20 bekleding sporen van de gesproeide druppels en van het door de sproeier afgelegde pad, hetgeen bij CVD niet het geval is.
Om elke bekleding te vormen wordt het substraat, in een bekledingskamer, in contact gebracht met een gasvormig medium dat het reactantenmengsel in de gasfase omvat. De 25 bekledingskamer wordt via één of meer mondstukken, met een lengte die ten minste gelijk is aan de te bekleden breedte, van het reactiegas voorzien.
Werkwijzen en inrichtingen voor het vormen van een dergelijke bekleding zijn beschreven in bijvoorbeeld het 30 Franse octrooischrift nr. 2.348.166 (BFG Glassgroup) of de Franse octrooiaanvrage nr. 2.648.453 Al (Glaverbel). Deze werkwijzen en inrichtingen leiden tot de vorming van bijzonder sterke bekledingen met gunstige optische eigenschappen.
35 Om de bekledingen van tin/antimoonoxide te vormen, worden twee opeenvolgende mondstukken gebruikt. Het reactantenmengsel dat de tin- en antimoonbronnen omvat wordt aan het eerste mondstuk toegevoerd. Wanneer dit mengsel chloriden omvat die bij omgevingstemperatuur vloeibaar zijn, wordt het ' r: 2 9 4 11 in een stroom watervrij dragergas bij verhoogde temperatuur verdampt. Verdamping wordt vergemakkelijkt door atomisering van deze reagentia in het dragergas. Om de oxiden te maken worden de chloriden in aanwezigheid van door een tweede mond-5 stuk toegevoerde waterdamp gebracht. De waterdamp is oververhit en wordt eveneens in een dragergas geïnjecteerd.
Met voordeel wordt stikstof als het in hoofdzaak inerte dragergas gebruikt. Stikstof is voor dit oogmerk voldoende inert, en goedkoop in vergelijking met edelgassen.
10 Onderbekledingen van siliciumoxide (Si02 of SiOx} kunnen worden aangebracht uitgaande van silaan SiH4 en zuurstof volgens de beschrijvingen in de Britse octrooipublika-ties GB 2.234.264 en GB 2.247.691.
Indien een glassubstraat dat een onvolledig geoxy-15 deerde bekleding draagt gedurende een voldoende lange tijd aan een oxyderende atmosfeer wordt blootgesteld, kan worden verwacht dat de bekleding tendeert naar een volledig geoxy-deerde toestand zodat de gewenste eigenschappen ervan verloren gaan. Derhalve wordt een dergelijke onderbekleding 20 overdekt met de tin/antimoonoxidebekledingslaag terwijl deze zich nog in een onvolledig geoxydeerde toestand bevindt en terwijl het substraat nog heet is, waardoor een dergelijke onderbekleding in een onvolledig geoxydeerde toestand blijft. De tijd gedurende welke het net van een onderbekleding voor-25 zien glassubstraat kan worden blootgesteld aan een oxyderende atmosfeer zoals lucht en voordat de onderbekleding wordt bedekt zonder de eigenschappen van de onderbekleding te schaden, zal afhangen van de temperatuur van het glas tijdens een dergelijke blootstelling en van de aard van de onderbekle-30 ding.
Met voordeel wordt de genoemde onderbekledingskamer omringd door een reducerende atmosfeer. Het toepassen van dit kenmerk helpt bij het voorkomen dat zuurstof uit de omgeving in de onderbekledingskamer dringt en maakt in overeenstemming 35 daarmee betere controle van de oxydatie-omstandigheden in die onderbekledingskamer mogelijk.
De voor de onderbekledingsreacties vereiste zuurstof kan als zuivere zuurstof worden toegevoerd, maar dit verhoogt de kosten onnodig, en in overeenstemming daarmee geniet het ' ~ 9 Q 4 V- V * 12 de voorkeur dat lucht aan de onderbekledingskamer wordt toe-gevoerd teneinde een zuurstof daarin in te brengen.
Er wordt opgemerkt dat de Sb/Sn-molverhouding die in het reactantenmengsel wenselijk is niet altijd correspondeert 5 met de verhouding die voor de tin/antimoonbekledingslaag wenselijk is.
Bij voorkeur wordt de tinbron gekozen uit SnCl4/ monobutyltrichloortin ("MBTC") en mengsels daarvan. De anti-moonbron kan worden gekozen uit SbCls/ SbCl3, organo-anti-10 moonverbindingen en mengsels daarvan. Voorbeelden van geschikte bronmaterialen zijn Sb (OCH2CH3) 3, Cl17Sb (OCH2CH3) 1>3, Cl2SbOCHClCH3, Cl2SbOCH2CHCH3Cl en Cl2SbOCH2C (CH3) 2C1.
De uitvinding zal thans in nader detail worden beschreven onder verwijzing naar de volgende niet-beperkende 15 voorbeelden.
In de voorbeelden werd de Sb/Sn-molverhouding in de bekledinglagen bepaald met behulp van een röntgenanalyse-techniek, waarbij het aantal röntgenpulsen van de respectievelijke elementen werd vergeleken. Ofschoon deze techniek 20 niet zo precies is als een ijking met behulp van chemisch titreren, betekent de gelijkenis van antimoon en tin dat zij op vergelijkbare wijze op röntgenstralen reageren. De verhouding van het gemeten aantal waargenomen pulsen van respectievelijke elementen verschaft aldus een goede benadering van 25 de molverhouding ervan.
Bij sommige voorbeelden werd gekleurd in plaats van helder glas toegepast. De eigenschappen van de respectievelijke typen gekleurd glas zijn weergegeven in tabel 1 hieronder. In alle gevallen werden de eigenschappen gemeten aan 30 glasmonsters met een dikte van 4 mm, dit is de glasdikte die bij alle voorbeelden werd toegepast uitgezonderd de voorbeelden I tot VII (waarvoor de dikten in tabel 2 zijn weergegeven) . De aanduidingen in de koppen in deze en de volgende tabellen (TL, TE enz.) hebben de hierboven beschreven beteke-35 nissen.
Met betrekking tot de berekening van de zonnefactor moet worden opgemerkt dat voor de lichttransmissie TL beneden 60% het effect van een gering uitstralend vermogen niet verwaarloosbaar is en moet worden meegenomen: naarmate het uit- '< Λ O) ► *; f W? |M.
’·. tw» “V
13 stralend vermogen afneemt doet de zonnefactor dat gelijkelijk ook.
Tabel 1 5 --———-
Glassoort Green A Green B Grey Medium Dark Grey _____Grey _ λ0 in" transmissie (n.) 505.4/508.5 504.9/508.4 470.1/493.9 493.2/502.7 478.9/502.7 [Lichtbron: C/A)_ ___ zuiverheid (%)__2.9/3.4 2.1/2.5 1.5/0.8 5.6/5.1 2.6/1.8 10 TL (%) 72.66/71.12 78.44/77.20 55.65/55.56 36.80/35.76 22.41/22.30 [Bluminant: C/A]_______ TE (%) (CIE)__44J)__523__56J>__25,9__31.11 FS (V) beklede zijde 56.8 62.9 66.3 43.4 47.3 _(OE)______ 5 TL/FS 1.28 1.25 0.84 0.85 0.47 [Lichtbron C]
Voorbeeld I
Met 7 meter per minuut in een floatkamer voortbewe-20 gend helder natronkalk-floatglas werd van een onderbekleding voorzien in een bekledingsstation dat zich op een plaats langs de floatkamer bevond waarbij het glas een temperatuur had van ca. 700°C. De toevoerleiding werd gevoed met stikstof, daarin werd silaan met een partieeldruk van 0,25% 25 ingebracht en zuurstof werd ingebracht met een partieeldruk van 0,5%. Verhouding 0,5. Er werd een bekleding van silicium-oxide, Si02, verkregen met een dikte van 100 nm.
Het van een onderbekleding voorziene substraat, met een dikte van 6 mm, werd vervolgens onmiddellijk door middel 30 van CVD-pyrolyse bekleed onder gebruikmaking van een bekle-dingsinrichting die twee opeenvolgende mondstukken omvatte.
Er werd een reagens gebruikt dat een mengsel omvat van SnCl4 als de tinbron en SbCl5 als antimoonbron. De Sb/Sn-molverhou-ding in het mengsel was ca. 0,2. Het reactantenmengsel werd 35 in een stroom watervrij stikstofgas bij ca. 600°C verdampt en aan het eerste mondstuk toegevoerd. De verdamping werd vergemakkelijkt door de atomisering van deze reagentia in het dragergas. Oververhitte waterdamp werd aan het tweede mondstuk toegevoerd. De waterdamp werd tot ca. 600°C verhit, en 1003294 14 (dragergas + reagens) in elk mondstuk was 1 m3/cm substraat-breedte per uur, bij de werktemperatuur.
De bekledingswerkwijze werd voortgezet tot de geometrische dikte van de op het van een onderbekleding voor-5 ziene substraat aangebrachte tin/antimoonoxidebekleding 185 nm was.
Voorbeelden II tot VII
Voor de voorbeelden II tot VII werd de werkwijze 10 volgens voorbeeld I gevolgd, maar met variaties in parameters zoals het reactantenmengsel, de aan- of afwezigheid van een onderbekledingsoxide, de verhouding Sb/Sn in de bekleding en in het reactantenmengsel en de dikte van het glassubstraat.
Zo werd bijvoorbeeld, in vergelijking met voorbeeld II, voor 15 voorbeeld II geen onderbekleding aangebracht en had de tin/-antimoonoxidebekledingslaag een dikte van 210 nm. De reactan-tenmengsels waren als volgt:
Voorbeelden II en III: hetzelfde als voor voorbeeld I (maar met een lagere concentratie reactantenmengsel in het 20 dragergas in voorbeeld III):
Voorbeeld IV: MBTC en Cl17Sb (OCH2CH2) 1>3;
Voorbeeld V: MBTC en Cl2SbOCH2CHCH3Cl ;
Voorbeeld VI: MBTC en Cl2SbOCH2C (CH3) 2C1 ;
Voorbeeld VII: MBTC en SbCl3.
25 De variaties in de werkparameters voor voorbeelden I
tot II en de verkregen resultaten zijn weergegeven in de bijgaande tabel 2.
De beglazingspanelen volgens de voorbeelden III tot VII hadden bij doorkijk een aangename blauwe kleur: de over-30 heersende golflengte bij transmissie in het zichtbare golf-lengtegebied lag in het bereik van 470 tot 490 nm.
Voorbeeld VI verschafte een beglazingspaneel met de combinatie van een lage zonnefactor FS en een laag uitstralend vermogen.
35 Bij een variant van voorbeeld VI werd de Si02 onder bekleding vervangen door een anti-reflectie-onderbekleding van siliciumoxide SiOx, volgens de werkwijze van het Britse octrooischrift 2.247.691. Volgens een andere variant werd de Si02-onderbekleding vervangen door een geoxydeerde alumini 1003294 15 um/vanadiumlaag volgens het Britse octrooischrift 2.248.243. Bij deze varianten had het beglazingspaneel geen paarse tint bij reflectie vanaf de niet-beklede zijde.
5 Voorbeeld VIII
Gekleurd floatglas "Green A" dat met een snelheid van 7 meter per minuut in een floatkamer bewoog werd van een onderbekleding voorzien bij een bekledingsstation dat op een plaats langs de bekledingskamer was geplaatst waarbij het 10 glas een temperatuur van ca. 700°C had. De aanvoerleiding werd gevoed met stikstof, daarin werd silaan ingebracht met een partieeldruk van 0,2%, en zuurstof werd ingebracht met een partieeldruk van 0,5% (verhouding 0,55). Een bekleding van siliciumoxide SiOx, met x ongeveer gelijk aan 1,8, werd 15 verkregen met een brekingsindex van ca. 1,7. De dikte van de bekleding was 40 nm.
Het van een onderbekleding voorziene substraat, met een dikte van 4 mm, werd vervolgens bekleed door middel van CVD-pyrolyse. Er werd een reagens gebruikt omvattende een 20 mengsel van MBTC als tinbron en Cl17Sb (OCH2CH3) 13. De Sb/Sn- molverhouding in het mengsel was ongeveer 0,195 (massaverhouding 0,2). Het reactantenmengsel werd in een stroom water-vrije lucht bij ca. 400°C verdampt en aan het mondstuk toegevoerd. Verdamping werd vergemakkelijkt door atomiseren van 25 deze reagentia in het dragergas. Vervolgens werd oververhitte waterdamp, verhit tot ca. 200°C, ingebracht.
De bekledingswerkwijze werd voortgezet totdat de geometrische dikte van de op het van een onderbekleding voorziene substraat aangebrachte tin/antimoonoxidebekleding 30 120 nm was.
Voorbeelden IX tot XIV
Voor de voorbeelden IX tot XIV werd de werkwijze volgens voorbeeld VIII gevolgd, maar met de in de bijgaande 35 tabel II weergegeven variaties van parameters zoals de dikte van de onderbekleding, de verhouding Sb/Sn in de bekleding en in het reactantenmengsel, de dikte van de tin/antimoonoxide-bekledingslaag en de kleur van het glas. De resultaten van de voorbeelden VIII tot XIV zijn in tabel 3 weergegeven.
' ' : § 4 16
De beglazingspanelen volgens de voorbeelden IX tot XIV hadden bij doorzicht een aangename blauwe kleur, waarbij de overheersende golflengte bij transmissie in het zichtbaar golflengtegebied in het bereik lag van 470 tot 490 nm (licht-5 bron C).
Bij een variant van voorbeeld IX, waarbij Green A-glas werd vervangen door Medium Grey-glas, was de resulterende lichttransmissie (TL) 20%, de lichtreflectie (RL) was 10% en de energietransmissie (TE) was 15%.
10
Voorbeelden XV tot XXX
De werkwijze volgens voorbeeld I werd gevolgd voor de verdere voorbeelden XV tot XXX met variaties in het reac-tantenmengsel, de kleur en de dikte van het glassubstraat, de 15 dikte van het onderbekledingsoxide, en de verhouding van
Sb/Sn in het reactantenmengsel en in de bekleding en in het reactiemengsel. Voor de voorbeelden XV tot XXII bevatte het reactantenmengsel MBTC en 7Sb (OCH2CH3) li3 geen trifluor-azijnzuur, terwijl voor de voorbeelden XXIII tot XXX het 20 reactantenmengsel MBTC en Cl1>7Sb (OCH2CH3) 1>3 wel trifluorazijn-zuur bevatte. De F/Sn-verhouding in het reactantenmengsel voor deze voorbeelden was 0,04.
De variaties in de werkparameters, en de verkregen resultaten, zijn weergegeven in de bijgaande tabel 4 voor de 25 voorbeelden XV tot XXII en in de bijgaande tabel 5 voor de voorbeelden XXIII tot XXX. Het voor de voorbeelden XV tot XXX gebruikte siliciumoxide SiOx, had een waarde voor x van ongeveer gelijk aan 1,8.
i o ?. 2 9 4 > Ξ 9 £ ^ ^ 3 d d - d Ρ £ d £ d ^ ^ 1-1 CO OOr-siO-icOO^-i^000
MlO^r-,^0 m^vO^ ^SoSo ^ > 'T Ο S ^ St^-r^OfOHc^CJu-) ^rió^od d ^lO-^r^^O tnOC^C'JOPr^^CM — >cQ^-:<^ «Ρ-'σόΡΡ^^ΐο ^ ^ — (O ΟΟ^νΟ-ινΟΟ^^^ΟΟΟ
> o P1 ,-> ο c σι o o 'S' r-- P 10 P o TT
m^Qc--cm g^cviooWSO-Siirioo^ ~co o o £ 10 — 10 c ξ: - £ co o
σι P
mio’n νοο^ΓιηοοοοΡ,-,Ρ — ^ (N mC ajO'^es^ioccdPO.LO^oo M ~ £ OO^VO — - Λ (-— —* (0 00 P <u -:
H Λ ^ I
m--:--
Eh σι c N OOOCiCOOOOCO^P^d £ - «c^CNlP^cNivd^^SsiS co N «i OOCm5—'VOoP^E:^ Λ (0 ™ ιο Ο'οοοοΓ'σ'^σοοοΡ^.Ρο d
MOoCb^rcsiq^^^cqr^^csj^ OO
— 'Si ~ οοο-σ-^ίοο^^^ο λ
σι c O
! c o) z, v v
•H jJ M Ό *H
C -T Ό C ïï Λ, OJ-jJ
i 1 « ie — u £ ·-< u 3 £ 3 ij « - _ S -¾ «-Sc ai OJm 73 E 0 Ü <M ’’’l ü.
0) Ό a> J) 2 ~ G *H “ β ·Η 01 iJ-Hjj^g -H D — · 6 u S N 0 X * X t) U N Ό « ·§ „ g Λ _ -h 0 ·η .X .. 1-1 aiC ^e^^e 2 ό®τ)ό« 4{·η ^«•iwe-H’OSic e P ~ ^ N β^βδ β>£
e>OGm -> ,* ·** ^ 1> fft tt XJ ~ w_ rH
S ‘H-Hc 5''i,d « 2 -π S ^ jc ό ? χό·η en „ ·* 'ö-q E c5a)i-aic« o2£7, coirtJ^ £ J 2·Η £,Λ£ί | § x ü i .5 5 H ~ 3 g Ό «3 3 ·> g s >gS-X3'03 _ 8 *^·ϊ!ΐ3Να)Ό]ΐ^ 5 -8 .S jj g * £ w J= £ -5 « « £ g ? « a) t jP ‘H 8 «-< > £ ^ i> c Ό > a> «£. » ί a> ·η 3: 3 >°c,> a- ο·η“;3>
5 o c , tn < 2 N
‘i co c V1 Γ* c ^ *" -i w b -η 3 Λ -v. ?. ai co xt ® J r· I °» 5 < * • ' v.' # _ __ *°Q§PpP“^L fs 2 “ ^ “ £ S c
^tn^oo’-'g^ ^ ^ co "? m P d'cS
lO CS 10 u ^7 P « rt ^ c ί o q I LO ^ (>n LO ^- I »—I ,—. cm r?\ r-*^ *—* ^ C\ '‘"P T ^ .
jPH°OOooPSlC;r^'-‘C'qdSOp:r 5 s i v S 5 κ ΰ ί α I_______III1» P ” q q όο § P S ® ^cn^oo”0'^ ^ d P d ^ ~ d“ ο ο ^ p d
Tf in cm co N CSJ § & P £ CM - ►H^cogBccoor- oc^p^iSpq £ =
*^iö^do~£^ ö S
d on ^ ^ ^ £ ______________I__
I CO i CM
00 d I csi P
xS-cSoP^C:oL0-p§0C^q 5® m w' « P ^7 d - Κ ^ ^ ® φ ! ^ ^ η Λ --:--r—------- (0 j 0 q £h 2? r-s! \£} <** * 1 ~ _ O'* C\ CN v?* 3\ ^-
o S
I ο ί 0 ^ C
__J_[_J_~ L? _ q — u Λ CO 00 "Ό >- iö^ddd£d°°~^P^d^^ cl
- £ ^ £ q C
____I_K _ — _ — v ~ S’ £ υ > * . ®
~ 5 Z> -<S — 0) -H
i I'SS 0 g £ - υ 1' υ c .. £ £ .2 £ £ Λ ω -Η PH 0) ^ 5t) Λ tj JJ PH _ Ο J< rH ., _ s ί t ! s ! H Ί I « £ 5 ! 2 1 ! i : « ^ Ié 1 g i i 2 :i -» 1 8 2ï|5cie,gSSiM£g^g j>s •g g £ -o tn “S'-SN'-'ti'^E.gS'O-'fc.g 8 § I ί -I ! i fl - « - i * g . :? 2 * £ ? >8Ïlll ««2lï3 S ΐ Ï Si B 5 £ H S £ £ d 3 ·£ £ s S £ § ^ " ®°1^S * ·§ -H > >* £ 2 d
^ êi? ϊ β I = <° '3 £ 3 2 D
s Is : 5 ί ; b c s 1«_g g a «? I * I_ Q 5 o S % Π » d ® ^ " S ° £ 5
o ~ ' O
_00 > s g Q" 3 g £ * __8____________1' 1 s ss s q" j § § «; j! q « 5 g * s 5 ts S ^ & §
o ' C
_ oo s ? C S g I N P q » ° H q ^ ^ c £2 o _00 _ > f- -[ Λ
» N Q ooo^ooXjxd^^OO^^^od CM
• gec^ ί ° ^ o S ^ Λ 2 S H d ? « ® Ï C -g o y Ό ^ : -------j- f) *0) ςο^’^Κ'Λ'-^.-ο — cmcmooPmPoo cv = H n δ cm ^ Sfeo'^dSSjdtdOCCMO^vr·,-; (Mo
H o O
jo I ; >Cd «i?N15r'Nnn':!0r'^H^N CV = xcviQgSgOd^ ^oddP'SiS^Svd Na> ~ ^ “ c o c L ^ ^ d o « & d d £ I o ^ __j vO _ c !- ; S Sfi L" ® a ft cc η λ λ ° .„ °ΐ ο σν £ > cm !:~ ooov:<odSS;ddcv:^';rirvi'cr cm 5 xcoi^üggdScoWuóSddCMOaS: d ö o __! o__ σι c o CO ^ O ..
•H JJ - Ό ï i I 2 5 ï g . s 51«« ,£= J* U — T3 ~ ^ © 4) ^ Ξ, ~ o o, £ re 77 0) t-ι ε © *° ο) \m -π' ii
« s | Λ s ^ - n -o ~ 1 A s N I
-* 0 £ ^ g N ü Μ |β * S M c ·β Ê *o — m ;r Ό ^ Ό w 7? .h *0 μ-» N ~ iri *-» 2 .f, σ ! c ;~ xi o o u ·£ a * « ‘H £ a> O!1 2 -H .5 _ Ή £« ® Ji «iHUidr-^J»!)— 3 _n 'd τι Ξ3 tn _u,h»>·— ijilCrE C ;> ** Si Ό o ΐ * o 2 e 01 2 -Η * JS * 2 J j ® -H - Λ c r-< 0 0 £ 2 d C 2 J βι c ~ ,2 Η H c _ i) ._, w « J< o £ x * Έ -η £ — λ o ί « 2 * 2 « ' d ® >0jj-*5*c* '-'-ω·* n d " ?, «m ,oiiu-c — λ»λ· c ii ^ :«! e ®
^ ë ë ^ > h j g £ «f -3 h g' D
I “5 £ S -5 § Η Λ vi «“ 3 3 M J3 « «? ,! 5 W * - * ____^ . _ _ _0 __ 1 p o: ? $ 4 ' ——-—— E§s"is§2583S5»s5gS° si
o G
C\ ^ > S2d,eQ§Nc^cgoovPsPi°i0^voSM S3 C5
X £ ~ uOO^vOt^-J^OO^^rSiZ· — · C'J
x ^ co — 0 q cM^^T-co'-oS^g;"' o~ 0 ^ ^ _ 0_ 2- ! M — < 'Bs o' rtfoScM'^-vo^PSS^-r»^- x = ‘S^X'-'dd x^^S^^-S00^- d s
c G
-__σ'_ S ; 2* j 8 8 23 S ^ ^ ° 5 “i S 2 S s x ^ co ~ do co 00 m — — 1¾00¾°7 d η „ >
Sco^ooSxd^0'00'»^^- N w: * ^ X -ööoSxx^£~dgxo:i d *= __cc ! ^ in Λ r·*'
S^xS^-Soo®?»-—•G^re^c^C'^oo'-. cm S
(N _Q ><^^üd0-0^ OC0^^_-„^00CC' o I
H _Jg^_____’ C
x°ln co X O' ! G gooXdSSd^^^x^x- <n ! i
j ! O W
_1 !0C_ I
H c U" "rorS'MCNO.^fOOC — X _ X C«!s x σ' ^ -H o o °°. d d ,< >? d x — —1 o cm i £
d jC
_1 |g______ I
! g1 5 I Ξ · „ i ! ! £ c ~ S „ -S 3 £ „ ï · 5 - « G -2-¾¾ j, Ό J ·* £ 77 ^ 'h ~ B £ « £ .5 c •ion c n α> ω ό •π'π^ΰίίη P ό μ ·γί o Ξ ό e g N § 2 H θ' ·χ Ό T3 Ji *) 0) ϋ -Η -Η 2 S £ „ f 5i^.HOCe''i)®M S CO 10 " Ιβ Ό OJ ^ .8 3 Ό 8. ·Η -5 •£-n~ni:^“cc«i.G£> 3 ·£ η η®1 ._ 2ϋ·ϊ:·Ω^'0^>Ε.Η'Β’θί·'2τι η 00-iS 5 csd-Qo -Hh = t3 ^-oS£ 3
So # ^ i ·π * “ - h Ji re 2 α> n £ Λ £ ic * i ΐ 3 1 ·§ ~ ~ ~ U « 3' fi ® « 2 3 « ΐ I I iGt ~
C C ^ ΐ ^ .5 11 rH J1 u-l CO
.* 0 £ n Ü Jjo * C ·§ =T > H “ * - g s 1 5 s
'-owl 2 s e. S
03 5 3^3 ' ;’ if

Claims (17)

  1. 2. Beglazingspaneel volgens conclusie 1, waarbij de Sb/Sn-molverhouding ten minste 0,03 is.
  2. 3. Beglazingspaneel volgens conclusie 2, waarbij de Sb/Sn-molverhouding ten minste 0,05 is.
  3. 4. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande 15 conclusies, waarbij de Sb/Sn-molverhouding minder dan 0,21 is.
  4. 5. Beglazingspaneel volgens conclusie 1 of 4, waarbij de Sb/Sn-molverhouding tussen 0,01 en 0,12 ligt.
  5. 6. Beglazingspaneel volgens conclusie 5, waarbij de
  6. 20 Sb/Sn-molverhouding tussen 0,03 en 0,07 ligt.
  7. 7. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande conclusies, waarbij tussen het substraat en de tin/antimoon-oxidebekledingslaag een waasverminderende bekledingstussen-laag is geplaatst.
  8. 8. Beglazingspaneel volgens conclusie 7, waarbij de genoemde waasbeperkende bekledingslaag siliciumoxide omvat.
  9. 9. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande conclusies, met een zonnefactor van minder dan 60%.
  10. 10. Beglazingspaneel volgens conclusie 9, met een 30 zonnefactor van minder dan 50%. II. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande conclusies, met een lichttransmissie (TL) tussen 40 en 65%.
  11. 12. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de genoemde tin/antimoonoxidebekleding 35 een dikte van 100 tot 500 nm heeft.
  12. 13. Beglazingspaneel volgens conclusie 12, waarbij de tin/antimoonoxidebekleding een dikte van 250 tot 450 nm heeft. 1003294
  13. 14. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de tin/antimoonoxidebekledingslaag een blootgestelde bekledingslaag is.
  14. 15. Beglazingspaneel volgens één der voorgaande 5 conclusies, welke slechts één genoemde tin/antimoonoxidebe-kledingslaag omvat.
  15. 16. Werkwijze voor het vormen van een beglazingspaneel, welke omvat het door middel van chemisch opdampen aanbrengen van een tin/antimoonoxidelaag vanuit een reactan- 10 tenmengsel op een glasachtig substraat, waarbij het genoemde reactantenmengsel een tinbron en een antimoonbron omvat, de molverhouding antimoon op tin in het genoemde mengsel 0,01 tot 0,5 is, en het aldus beklede substraat een zonnefactor (FS) van minder dan 70% heeft.
  16. 17. Werkwijze volgens conclusie 16, waarbij de genoemde tinbron is gekozen uit SnCl4, monobutyltrichloortin en mengsels daarvan.
  17. 18. Werkwijze volgens conclusie 16 of 17, waarbij de antimoonbron is gekozen uit antimoonchloriden, organo-anti- 20 moonverbindingen en mengsels daarvan. ï C? £ 3 ? 9 4
NL1003294A 1995-06-09 1996-06-07 Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel. NL1003294C2 (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
GBGB9511691.9A GB9511691D0 (en) 1995-06-09 1995-06-09 A glazing panel having solar screening properties and a process for making such a panel
GB9511691 1995-06-09
GBGB9514190.9A GB9514190D0 (en) 1995-07-12 1995-07-12 A glazing panel having solar screening properties and a process for making such a panel
GB9514190 1995-07-12

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1003294A1 NL1003294A1 (nl) 1996-12-10
NL1003294C2 true NL1003294C2 (nl) 1997-04-03

Family

ID=26307189

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1003294A NL1003294C2 (nl) 1995-06-09 1996-06-07 Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel.

Country Status (17)

Country Link
JP (1) JPH08337437A (nl)
AT (1) AT408978B (nl)
BE (2) BE1010321A5 (nl)
CA (2) CA2178033C (nl)
CZ (2) CZ295505B6 (nl)
DE (2) DE19622899B4 (nl)
ES (2) ES2126486B1 (nl)
FR (2) FR2735124B1 (nl)
HU (1) HU221059B1 (nl)
IL (1) IL118558A (nl)
IT (2) IT1285388B1 (nl)
LU (1) LU88767A1 (nl)
NL (1) NL1003294C2 (nl)
PL (2) PL179769B1 (nl)
PT (1) PT101879B (nl)
SE (2) SE514055C2 (nl)
TR (1) TR199600490A2 (nl)

Families Citing this family (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH09169545A (ja) * 1995-12-21 1997-06-30 Th Goldschmidt Ag 酸化アンチモンドープした酸化スズからなる透過率を低下する層をガラスおよびガラスセラミックに熱分解的に製造する方法、およびそのための配合物
US6124026A (en) * 1997-07-07 2000-09-26 Libbey-Owens-Ford Co. Anti-reflective, reduced visible light transmitting coated glass article
US6218018B1 (en) * 1998-08-21 2001-04-17 Atofina Chemicals, Inc. Solar control coated glass
US6858306B1 (en) * 1999-08-10 2005-02-22 Pilkington North America Inc. Glass article having a solar control coating
LU90432B1 (fr) 1999-09-01 2001-03-02 Glaverbel Couche pyrolytique phosphostannate ou borostannate et vitrage comportant cette couche
US6869644B2 (en) * 2000-10-24 2005-03-22 Ppg Industries Ohio, Inc. Method of making coated articles and coated articles made thereby
FR2899978A1 (fr) * 2006-04-14 2007-10-19 Jacob Dahan Dispositif de masquage pour au moins l'ecran d'un dispositif a ecran plat
KR101137370B1 (ko) * 2009-11-18 2012-04-20 삼성에스디아이 주식회사 복층 창호
KR101820219B1 (ko) * 2013-02-20 2018-01-18 쌩-고벵 글래스 프랑스 열 복사선 반사 코팅을 갖는 패널
JP7283530B1 (ja) * 2021-12-28 2023-05-30 Agc株式会社 積層膜付き基材

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3531313A (en) * 1966-09-22 1970-09-29 Corning Glass Works Radiation-reflecting medium
DE3005797A1 (de) * 1979-02-14 1980-08-28 Siv Soc Italiana Vetro Verfahren zum kontinuierlichen ablagern einer schicht eines feststoffs auf der oberflaeche eines auf hohe temperatur gebrachten substrats und vorrichtung zur durchfuehrung des verfahrens
EP0158318A2 (de) * 1984-04-11 1985-10-16 Flachglas Aktiengesellschaft Verfahren zum Herstellen der Zinndioxid-Interferenzschicht(en) insbesondere von wärmereflektierend beschichteten Glasscheiben durch reaktive MAGNETRON-Zerstäubung sowie mit einer danach hergestellten Zinndioxidschicht versehene wärmereflektierende Glasscheibe
EP0518755A1 (fr) * 1991-06-14 1992-12-16 Saint-Gobain Vitrage International Technique de formation par pyrolyse en voie gazeuse d'un revêtement essentiellement à base d'oxygène et de silicium
JPH05294673A (ja) * 1992-04-17 1993-11-09 Asahi Glass Co Ltd 透明導電膜被覆ガラスの製造方法

Family Cites Families (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB639561A (en) * 1946-05-02 1950-06-28 Corning Glass Works Improvements in and relating to glass with electrically heated coatings
US2564707A (en) * 1947-09-03 1951-08-21 Corning Glass Works Electrically conducting coatings on glass and other ceramic bodies
BE559218A (nl) * 1956-08-27
IT996924B (it) * 1972-12-21 1975-12-10 Glaverbel Procedimento per formare uno strato di ossido metallico
GB1517341A (en) * 1975-01-02 1978-07-12 Day Specialties Coating solutions for dielectric materials
GB1524326A (en) * 1976-04-13 1978-09-13 Bfg Glassgroup Coating of glass
BE889217A (fr) * 1980-06-19 1981-12-15 Bfg Glassgroup Procede et dispositif de formation d'un revetement uniforme a plusieurs constituants
GB2078213B (en) * 1980-06-19 1983-10-26 Bfg Glassgroup Forming uniform multiconstituent coatings on glass
JPS60141648A (ja) * 1983-12-29 1985-07-26 Nippon Soda Co Ltd 曇防止ガラス
KR900000082B1 (ko) * 1986-02-08 1990-01-19 니혼 엑스란 고오교오 가부시끼가이샤 주석화합물 투명 수성용액 및 투명 도전성 산화주석의 제조법
US4859496A (en) * 1986-09-02 1989-08-22 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Method of producing an electrically-conductive transparent film
GB8630791D0 (en) * 1986-12-23 1987-02-04 Glaverbel Coating glass
KR950013731B1 (ko) * 1988-08-24 1995-11-15 쇼쿠바이 가세이 고교 가부시끼가이샤 투명도전성 세라믹 피막 형성용 도포액, 투명도전성 세라믹 피막을 부착한 기재 및 이것의 제조방법 및 투명도전성 세라믹 피막을 부착한 기재를 사용하는 방법
GB8914047D0 (en) * 1989-06-19 1989-08-09 Glaverbel Method of and apparatus for pyrolytically forming an oxide coating on a hot glass substrate
JP2762608B2 (ja) * 1989-09-14 1998-06-04 日本板硝子株式会社 近赤外光カットガラス及びその製造方法
GB2247691B (en) * 1990-08-31 1994-11-23 Glaverbel Method of coating glass

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3531313A (en) * 1966-09-22 1970-09-29 Corning Glass Works Radiation-reflecting medium
DE3005797A1 (de) * 1979-02-14 1980-08-28 Siv Soc Italiana Vetro Verfahren zum kontinuierlichen ablagern einer schicht eines feststoffs auf der oberflaeche eines auf hohe temperatur gebrachten substrats und vorrichtung zur durchfuehrung des verfahrens
EP0158318A2 (de) * 1984-04-11 1985-10-16 Flachglas Aktiengesellschaft Verfahren zum Herstellen der Zinndioxid-Interferenzschicht(en) insbesondere von wärmereflektierend beschichteten Glasscheiben durch reaktive MAGNETRON-Zerstäubung sowie mit einer danach hergestellten Zinndioxidschicht versehene wärmereflektierende Glasscheibe
EP0518755A1 (fr) * 1991-06-14 1992-12-16 Saint-Gobain Vitrage International Technique de formation par pyrolyse en voie gazeuse d'un revêtement essentiellement à base d'oxygène et de silicium
JPH05294673A (ja) * 1992-04-17 1993-11-09 Asahi Glass Co Ltd 透明導電膜被覆ガラスの製造方法

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
DATABASE WPI Week 49, Derwent World Patents Index; AN 93-392425, XP002021014 *

Also Published As

Publication number Publication date
SE514055C2 (sv) 2000-12-18
SE9602269L (sv) 1996-12-10
PL314664A1 (en) 1996-12-23
PL179768B1 (pl) 2000-10-31
ITTO960478A1 (it) 1997-12-04
PT101879A (pt) 1997-02-28
ES2126486B1 (es) 1999-11-16
DE19622898A1 (de) 1996-12-12
FR2735123B1 (fr) 1998-01-16
NL1003294A1 (nl) 1996-12-10
JPH08337437A (ja) 1996-12-24
ATA97796A (de) 2001-09-15
LU88767A1 (fr) 1996-11-05
HUP9601586A3 (en) 1999-08-30
IT1285388B1 (it) 1998-06-03
CZ167996A3 (en) 1997-04-16
BE1010321A5 (fr) 1998-06-02
ES2126486A1 (es) 1999-03-16
ITTO960479A0 (it) 1996-06-04
CA2178033C (en) 2007-11-13
IL118558A (en) 2001-01-11
HU221059B1 (hu) 2002-07-29
FR2735124B1 (fr) 1998-01-16
CZ167896A3 (en) 1997-04-16
HU9601586D0 (en) 1996-08-28
ITTO960479A1 (it) 1997-12-04
SE9602268L (sv) 1996-12-10
CZ295505B6 (cs) 2005-08-17
TR199600490A2 (tr) 1997-03-21
PL179769B1 (pl) 2000-10-31
BE1010322A5 (fr) 1998-06-02
SE513945C2 (sv) 2000-11-27
AT408978B (de) 2002-04-25
FR2735124A1 (fr) 1996-12-13
DE19622899A1 (de) 1996-12-12
CA2178032A1 (en) 1996-12-10
IL118558A0 (en) 1996-10-16
CA2178033A1 (en) 1996-12-10
PL314663A1 (en) 1996-12-23
PT101879B (pt) 1998-04-30
CZ290187B6 (cs) 2002-06-12
SE9602269D0 (sv) 1996-06-07
ES2126487B1 (es) 1999-11-16
SE9602268D0 (sv) 1996-06-07
IT1285389B1 (it) 1998-06-03
ES2126487A1 (es) 1999-03-16
ITTO960478A0 (it) 1996-06-04
DE19622899B4 (de) 2010-10-28
FR2735123A1 (fr) 1996-12-13
HUP9601586A2 (en) 1997-06-30
DE19622898B4 (de) 2008-06-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7803463B2 (en) Glazing panel having solar screening properties
GB2302102A (en) Glazing panel having solar screening properties
ES2205665T3 (es) Hojas de vidrio para control solar.
US6881505B2 (en) Coated substrate with high reflectance
NL1003294C2 (nl) Beglazingspaneel met zonlichtfilterende eigenschappen en een werkwijze voor de vervaardiging van een dergelijk paneel.
NL194987C (nl) Bekleed glassubstraat.
GB2302101A (en) Aglazing panel having solar screening properties
US5721054A (en) Glazing panel and process for forming the same
EP0986521B1 (en) Solar control coated substrate with high reflectance
GB2288818A (en) Glazing panel
CA2607846A1 (en) Glazing panel having solar screening properties and a process for making such a panel
MXPA99010635A (en) Solar control coated substrate with high reflectance
CZ363199A3 (cs) Protisluneční povlečené sklo

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 19970129

PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140101