NL1003519C2 - Inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedselprodukten. - Google Patents

Inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedselprodukten. Download PDF

Info

Publication number
NL1003519C2
NL1003519C2 NL1003519A NL1003519A NL1003519C2 NL 1003519 C2 NL1003519 C2 NL 1003519C2 NL 1003519 A NL1003519 A NL 1003519A NL 1003519 A NL1003519 A NL 1003519A NL 1003519 C2 NL1003519 C2 NL 1003519C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
plate
manifold
deformable material
mold
molding
Prior art date
Application number
NL1003519A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1003519A1 (nl
Inventor
Eugene J London
Winje Green
Gary Dare
Original Assignee
Stein Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Stein Inc filed Critical Stein Inc
Publication of NL1003519A1 publication Critical patent/NL1003519A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1003519C2 publication Critical patent/NL1003519C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A21BAKING; EDIBLE DOUGHS
    • A21CMACHINES OR EQUIPMENT FOR MAKING OR PROCESSING DOUGHS; HANDLING BAKED ARTICLES MADE FROM DOUGH
    • A21C11/00Other machines for forming the dough into its final shape before cooking or baking
    • A21C11/16Extruding machines
    • A21C11/18Extruding machines with pistons
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A21BAKING; EDIBLE DOUGHS
    • A21CMACHINES OR EQUIPMENT FOR MAKING OR PROCESSING DOUGHS; HANDLING BAKED ARTICLES MADE FROM DOUGH
    • A21C11/00Other machines for forming the dough into its final shape before cooking or baking
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22CPROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
    • A22C7/00Apparatus for pounding, forming, or pressing meat, sausage-meat, or meat products
    • A22C7/0023Pressing means
    • A22C7/003Meat-moulds
    • A22C7/0076Devices for making meat patties
    • A22C7/0084Devices for making meat patties comprising a reciprocating plate
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23PSHAPING OR WORKING OF FOODSTUFFS, NOT FULLY COVERED BY A SINGLE OTHER SUBCLASS
    • A23P30/00Shaping or working of foodstuffs characterised by the process or apparatus
    • A23P30/10Moulding

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Formation And Processing Of Food Products (AREA)
  • Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)
  • Bakery Products And Manufacturing Methods Therefor (AREA)
  • Casting Or Compression Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)

Description

Korte aanduiding : Inrichting voor het vormen van voedsel en werk wijze voor het vormen van voedselprodukten.
Deze uitvinding heeft algemeen betrekking op een inrichting 5 voor het vormen van vervormbare materialen en zijn wijze van werking. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedsel -produkten waarin nauwkeurige porties van een vervormbaar materiaal worden geproduceerd in een gewenste vorm, waarbij vergrote capaciteit 10 van de machine wordt toegestaan door het mogelijk te maken om de breedte van de machine aanzienlijk te vergroten.
In het gebied van behandelen van voedsel op grote schaal is het vormen van voedselprodukten uit vervormbare materialen, zoals gemalen rundvlees, produkten uit volledig spierweefsel van kippen, 15 deeg of andere voedselmengsels kritisch voor verdere bewerkings- procedures, zoals koken of bakken van grote volumes voedselprodukten. Fastfood-ketens zijn algemeen bekend voor het gebruik van dit type produkten, die ook worden gebruikt door restaurants en individuele verbruikers. In de geautomatiseerde produktie van gevormde en ge-20 portioneerde voedselprodukten worden hoge snelheid machines gebruikt voor het vormen van pasteitje of soortgelijke produkten. Speciale problemen in dergelijke machines zijn gevonden bij het pogen produktiedoelmatigheid te vergroten onder het verschaffen van gelijkmatige produktvormen en gewichten.
25 In bekende machines voor het vormen van voedsel wordt een voorraadbunker voor voedsel beladen met een hoeveelheid gemalen rundvlees of dergelijke, dat onder hoge druk door een of meer in de voorraadbunker gevormde afvoeropeningen of sleuven wordt gedrongen. Een vormplaat, die met de afvoeropeningen in de voorraadbunker over-30 eenkomende vormholtes heeft, wordt bewogen tussen een vul stand, waar het vervormbare voedselprodukt onder druk in de holtes wordt gedrongen en een uitstootstand, waar de inhoud van de holtes wordt verwijderd of uitgestoten. Deze kringloop wordt zo snel mogelijk herhaald om de capaciteit van de machine te vergroten. In vele van dergelijke 35 machines is een transportsysteem opgesteld ten opzichte van de uit- 1003519 2 stootstand van de vormplaat om de gevormde voedselprodukten op te nemen en ze voor verdere verwerking te transporteren.
Aanzienlijke beperkingen in de bekende vormmachines bleken gebaseerd te zijn op de constructieve integriteit van de vormplaat en 5 voorraadbunker, die kritisch zijn tengevolge van de hoge drukken, die worden gebruikt om de vormholtes in de vormplaat te vullen. Door-buiging van de vormplaat, de steunconstructie voor de vormplaat en/of de voorraadbunker kan lekkage van het vervormbare materiaal tot stand brengen, hetgeen aanzienlijke problemen zal veroorzaken bij het 10 produceren van gelijkmatig gevormde produkten van nauwkeurig gewicht en vorm. Dergelijke lekkage van het vervormbare materiaal resulteert ook in aanzienlijke operationele problemen bij gebruik van de machine. Voorkomen van doorbuigen van de organen heeft een zware constructie vereist en heeft de breedtes van deze organen in de machine beperkt. 15 Bovendien is de dikte van de organen beperkt tengevolge van be perkingen met betrekking tot bijvoorbeeld hoe ver men een produkt kan laten vallen vanuit de holte van de vormplaat op een transporting chting. Ook moet worden onderkend, dat een transportsysteem op een zodanige afstand van de machine moet zijn gelegen, dat ieder daardoor 20 te transporteren voedselprodukt kan worden opgenomen, hetgeen de totale dikte van de vormplaat beperkt en daardoor beperkingen stelt aan de breedte om buiging van deze organen te verhinderen. Bekende met hoge snelheid werkende vormmachines zijn dan ook beperkt tot een transportband van 26 inch breedte overeenkomend met de breedte van de 25 vormplaat en steunconstructie. Dezelfde aspecten begrenzen daardoor het aantal holtes, dat in de vormplaat over zijn breedte kan worden gevormd en beperkt daardoor de capaciteit van dergelijke machines.
Een ander belangrijk probleem bij gebruikelijke inrichtingen voor het vormen van voedsel is gelegen in het feit, dat 30 de druk, die op het voedselprodukt wordt aangebracht om de vormholtes van de vormplaat te vullen, normaal wordt aangebracht terwijl de vormplaat vanuit de vul stand naar de uitstootstand beweegt. Om de werkingssnelheid te vergroten is doorlopende beweging van de vormplaat of slechts stopzetten gedurende korte tijd voor het vullen van de 35 vormholtes gebruikelijk. Beweging van de vormplaat onder vuldruk veroorzaakt aanzienlijke schade aan het voedselprodukt. Indien tijdens 1 0 0 3 5 19 3 vullen van de vormholtes gebruikte druk blijft aangebracht zelfs nadat beweging van de vormplaat de holte van blootstelling aan het voedsel-materiaal terugtrekt wordt aanvullend veroorzaakt, dat voedselprodukt tegen de aangebrachte drukkracht wordt teruggedrongen waardoor het 5 materiaal verder wordt beschadigd. Met voedselprodukten, zoals produkten uit volledig spierweefsel van kuikens of dergelijke, veroorzaken deze krachten op het vleesprodukt binnen de voorraadbunker en ten opzichte van de vormplaat aanzienlijke achteruitgang van het voedselprodukt, in het bijzonder met kipprodukten, waar de volledige 10 spierweefsel kwaliteit van het vlees moet worden gehandhaafd.
In aanvulling op de bovenbeschreven beperkingen hebben bekende vormmachines in het algemeen niet de mogelijkheid om een doorstroomtype transportsysteem te gebruiken, waardoor hun gebruik ten opzichte van andere bewerkingsuitrusting evenals hun gebruik als 15 vormmachine wordt beperkt. Het zal daarom gewenst zijn een vormmachine voor het overwinnen van deze beperkingen te verschaffen ten einde de capaciteit van de machine te vergroten, terwijl het vervormbare materiaal zachtaardig wordt bewerkt ten einde de integriteit van het materiaal te handhaven.
20 De vorminrichting en de werkwijze voor het vormen van vervormbare materialen in overeenstemming met de uitvinding overwinnen de gebreken van de stand van de techniek en hebben als een oogmerk het aanzienlijk vergroten van de outputcapaciteit van de machine voor bewerking van voedsel in groot volume.
25 Een verder oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van een inrichting voor het vormen van voedsel en een werkwijze voor het vormen van voedselprodukten, welke schade aan het vervormbare materiaal tijdens het vormen aanzienlijk vermindert.
Een ander oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van 30 een vorminrichting welke het mogelijk maakt de breedte van de vormplaat en dienovereenkomstig van een transportsysteem aanzienlijk te vergroten onder het daarbij vergroten van de capaciteit en om verenigbaarheid met andere verwerkingsuitrusting toe te staan.
Deze en andere oogmerken van de uitvinding worden verkregen 35 door middel van een vorminrichting voor het verwerken van vervormbare materialen, welke een toevoerverdeelstuk omvat voor het opnemen van 1 o o 3 519 4 een vervormbaar materiaal en middelen voor het aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal binnen het verdeel stuk. Een vormplaat met tegenover elkaar gelegen eerste en tweede oppervlakken en voorzien van ten minste een vormholte is aangebracht en een vormplaataandrijving 5 beweegt de vormplaat tussen vul- en afvoerstanden. Het eerste oppervlak van de vormplaat is opgesteld nabij het verdeelstuk indien in de vulstand, zodanig, dat de ten minste ene holte selectief wordt blootgesteld aan het vervormbare materiaal in het verdeelstuk voor het vullen. Een klemorgaan is opgesteld nabij het tweede oppervlak van de 10 vormplaat indien in de vulstand, en middelen zijn aangebracht voor het aanbrengen van druk op het klemorgaan over het tweede oppervlak om de vormplaat tegen het toevoerverdeelstuk aan te drukken. Een pomp-mechanisme wordt gebruikt voor het selectief aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het verdeelstuk om de ten minste ene 15 vormholte gelijkmatig te vullen. Een uitstootmechanisme verwijdert selectief het materiaal uit de gevulde vormholte van de vormplaat indien deze in de afvoerstand is.
De uitvinding voorziet ook in een werkwijze voor het vormen van gevormde voedselprodukten, welke de stappen omvat van het toe-20 voeren van een vervormbaar materiaal in een toevoerverdeelstuk van een vorminrichting. Een vormplaat met ten minste een vormholte wordt selectief zo opgesteld, dat de ten minste ene vormholte selectief wordt blootgegeven voor het vervormbare materiaal in het toevoerverdeelstuk. Een klemorgaan wordt opgesteld nabij de vormplaat en druk 25 wordt aangebracht op het klemorgaan voor het ten minste nagenoeg verhinderen van doorbuiging van de vormplaat uit een vastgeklemde stand ten opzichte van het toevoerverdeelstuk. Dan wordt druk aangebracht op het vervormbare materiaal in het toevoerverdeelstuk om het materiaal in de ten minste ene vormholte te dringen terwijl de vorm-30 plaat in de vulstand is. Volgend op het vullen van de ten minste ene vormholte wordt de ' druk van het klemorgaan afgenomen en wordt de vormplaat selectief bewogen naar een afvoerstand voor het verwijderen van het vervormbare materiaal uit de ten minste ene holte.
De oogmerken en voordelen van de uitvinding zullen beter 35 worden begrepen bij het lezen van de volgende gedetailleerde be- 1003519 5 schrijving van een de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm in samenhang met de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 toont een vooraanzicht van de vorminrichting in een eerste de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm van de uitvinding.
5 Figuur 2 is een bovenaanzicht van de vorminrichting van figuur 1.
Figuur 3 is een eindaanzicht van de in figuur 1 weergegeven vorminrichting.
Figuur 4 is een zijaanzicht van de vorminrichting van de 10 uitvoeringsvorm van figuur 1, weergegeven in een stand voor reinigen van de machine.
Figuur 5 is een enigszins schematisch geëxplodeerd aanzicht van een gedeelte van de in figuur 1 afgebeelde vorminrichting.
Figuur 6 is een aanzicht van een vulcyclus van de vorm-15 inrichting onder het schematisch tonen van een dwarsdoorsnede volgens lijn A-A van figuur 2.
Figuur 7 is een schema van de vorminrichting tijdens cycli van herlading van produkt en uitstoten in bedrijf van de inrichting, waarbij schematisch een langs lijn A-A van figuur 2 genomen doorsnede 20 is getoond.
Figuur 8 toont een schematisch aanzicht van de vulcyclus van de vorminrichting, waarbij algemeen een langs lijn B-B van figuur 2 genomen dwarsdoorsnede is getoond.
Figuur 9 toont een bovenaanzicht van een klemplaat in de 25 uitvoeringsvorm van figuur 1.
Figuur 10 is een gedeeltelijk dwarsdoorsnede-aanzicht van de in figuur 9 weergegeven klemplaat, waarbij een daarmee samenhangend ventilatiegat is weergegeven.
Figuur 11 is een schematisch perspectivisch aanzicht van 30 een alternatieve uitvoeringsvorm van een vorminrichting volgens de uitvinding.
Figuur 12 is een gedeeltelijk doorsnede-aanzicht van de vorminrichting, zoals weergegeven in figuur 11, genomen langs lijn 12-12 en de operationele aspecten daarvan weergevend.
35 Figuur 13 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting tijdens een vulcyclus.
1003519 6
Figuur 14 toont operationele parameters van de in figuur 13 weergegeven uitvoeringsvorm betrekking hebbend op een bepaald onderdeel daarvan.
Figuur 15 toont een andere alternatieve uitvoeringsvorm van 5 de inrichting.
Figuren 16 en 17 tonen werkingsparameters van de in figuur 15 weergegeven uitvoeringsvorm betrekking hebbend op bepaalde onderdelen daarvan.
De vorminrichting van de huidige uitvinding en de werkwijze 10 voor het vormen van vervormbare materialen van de uitvinding zullen worden beschreven met verwijzing naar een de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm daarvan waarbij het duidelijk zal zijn, dat de uitvinding niet op deze de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm zal zijn beperkt.
Zoals weergegeven in figuren 1-3 omvat de vorminrichting 10 15 algemeen een huis 12, dat kan zijn aangebracht op vloersteunen 14 voor het opstellen van de inrichting 10 op een of ander geschikt oppervlak. Alternatief kan een aantal zelf-instellende wielen of dergelijke aan het huis 12 zijn bevestigd ter vereenvoudiging van de draagbaarheid van de inrichting 10.
20 De vormmachine 10 kan worden gebruikt voor het produceren van nauwkeurige voedsel porties uit een vervormbaar voedselprodukt in iedere gewenste vorm waarbij de porties van gelijkmatige afmeting en gewicht zijn. De inrichting 10 kan worden gebruikt voor het vervaardigen van hamburgers of kippasteitjes, brooddeeg, vleespasteitjes 25 of een aantal andere voedselprodukten evenals voor het vormen van andere vervormbare materialen.
Zoals in figuur 3 weergegeven kan een transportband 16 zich uitstrekken door een in huis 12 aan een of beide zijden van de inrichting 10 gevormde toegangspoort 18. De transporteur 16 kan 30 daartoe van een doorstroomtype zijn, zoals een eindloos transport systeem, dat zich vanaf een zijde naar de andere zijde van het ingangs-en uitgangspoorten 18 bezittende huis 12 uitstrekt. De transportband 16 van het doorstroomtype maakt het mogelijk, dat de machine 10 in lijn met andere ervoor of erna opgestelde verwerkingsuitrusting wordt 35 gebruikt ten einde een grote mate van flexibiliteit bij zijn gebruik toe te staan. Een volgende stap in een voedselverwerkingshandeling kan 1 0 0 3 5 19 7 bijvoorbeeld paneren, koken, bakken, verpakken of bevriezen van de gevormde voedselprodukten onmiddellijk na het bewerken in de vormmachine 10, omvatten. Aanvullend zal de transporteur 16 van het doorstroomtype ook flexibiliteit mogelijk maken in het type gevormde 5 voedselprodukt, met de mogelijkheid om de vorminrichting te gebruiken om een type voedselprodukt op een ander type voedselprodukt te plaatsen of in een andere plaatsingswerking. Als een alternatief op de transporteur 16 van het doorstroomtype kan een eindtransporteur worden gebruikt, waarin het transportsysteem eenvoudig gevormde produkten uit 10 de machine 10 verwijdert tijdens de werking.
Boven het transportsysteem 16 is een eerste plaat 20 aangebracht op een steunconstructie, welke hierna meer gedetailleerd zal worden beschreven. Een tweede plaat 22 is rechtstreeks opgesteld boven de eerste plaat 20 en weer aangebracht op de steunconstructie en 15 wel zo als te zijn uitgelijnd met de eerste plaat 20. Een vormplaat 24, die bij het bovenste gedeelte van plaat 20 is opgesteld, hangt samen met de eerste plaat 20. De vormplaat 24 is gevormd met ten minste een vormholte en bij voorkeur een groot aantal vormholtes in een of meer stellen. De vormplaat 24 is heen en weer gaand aan te 20 drijven door een vormplaataandrijforgaan 28. Het aandrijforgaan 28 kan van ieder geschikt type zijn. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm wordt de vormplaataandrijving hydraulisch aangedreven door middel van een in plaat 20 gevormde hydraulische cilinder in samenhang met een stang 30, welke deel uitmaakt van de hydraulische cilinder. De 25 stang 30 is vast bevestigd aan vormplaat 24 door een koppel orgaan 32 bij een rand daarvan. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm wordt de vormplaat 24 met hoge snelheid heen en weer bewogen tussen bepaalde standen voor het uitvoeren van vul- en uitstootwerkingen ten opzichte van de vormholte 26. Middelen kunnen zijn aangebracht in samenhang met 30 de vormplaat 24 om tijdens heen en weer gaande beweging van de vormplaat produkt te houden in de in de vormplaat gevormde holtes en binnen de hierna te beschrijven vul koppen 40 en 42. Dergelijke middelen kunnen zijn voorzien van een (niet weergegeven) vormplaatmes, dat ook heen en weer beweegt ten opzichte van de vormplaat en vul-35 koppen 40 en 42. Een dergelijk vormplaatmes kan worden gebruikt voor het selectief afschuiven van het vervormbare materiaal op een plaats 1 0 0 3 5 19 8 boven het vormplaatmes na het vullen van de vormholtes om het vervormbare materiaal binnen de vormholtes evenals in de vul koppen 40 en 42 te houden.
Met de bovenplaat 22 hangen eerste en tweede vul koppen 40 5 en 42 samen, welke het mogelijk maken om de capaciteit van de machine 10 te verdubbelen. Ieder van de vul koppen 40 en 42 kan overeenkomend zijn vervaardigd en iedere vul kop omvat een toevoerverdeelstuk 44 voor het opnemen van een vervormbaar materiaal vanaf een inbrengtoevoer 46. De inbrengtoevoer 46 kan een toevoerbuis zijn met ui tlaatopeningen 48 10 en 50 voor het toevoeren van het vervormbare materiaal aan het toevoerverdeelstuk 44 van ieder van de vul koppen 40 en 42. Vervormbaar materiaal kan onder druk worden toegevoerd via buis 46 door ieder geschikt orgaan, zoals een vijzeltoevoersysteem of ander pomp-mechanisme, zoals een zuiger of schoepenpomp. Met ieder van de toe-15 voerverdeelstukken 44 hangen een of meer produktplunjers 52 samen, die middelen vormen voor het selectief aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het toevoerverdeelstuk 44. In een de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm kunnen de plunjers 52 hydraulisch in werking gestelde cilinders zijn, die selectief in het toevoerverdeelstuk 44 20 worden bewogen voor het uitoefenen van druk op het daarin aanwezige materiaal. Het is gewenst, dat de plunjers 52 een in hoofdzaak gelijkmatige kracht uitoefenen op het vervormbare materiaal binnen het verdeelstuk 44 bij de plaats van de vormholtes, die tijdens een vul handeling zullen worden blootgegeven voor het vervormbare 25 materiaal. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm wordt ieder van het in samenhang met het verdeelstuk 44 gebruikte aantal plunjers 52 afzonderlijk aangedreven door geschikte aandrijfmiddelen om op karakteristieken van het vervormbare materiaal binnen de toevoerbunker 44 gebaseerde zelf-instelling toe te staan. Ieder van de plunjers 52 30 kan bijvoorbeeld worden aangedreven door een onafhankelijke hydrau lische cilinder om de plunjers in staat te stellen zich in te stellen voor mogelijke variaties in de vervormbare materialen, zoals koude plaatsen of soortgelijke variaties in de aan het verdeelstuk 44 toegevoerde voedselprodukten. Het zal duidelijk zijn, dat de verdeel-35 stukken 44 van iedere gewenste vorm of afmeting kunnen zijn en dat het 1 o o 3 5 19 9 in samenhang daarmede gebruikte aantal plunjers 52 dienovereenkomstig kan variëren.
Bij de plaats van de invoer van het produkt aan ieder van de vul koppen 40 en 42 is een toevoerpoort 54 aangebracht, die 5 selectief kan worden opgesteld om de stroming van het vervormbare materiaal in het toevoerverdeelstuk 44 stop te zetten en het vervormbare materiaal binnen het verdeelstuk op te sluiten. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm is ieder van de poorten 54 aangebracht op een enkele stang 56, die met behulp van geschikte aandrijfmiddelen heen en 10 weer wordt bewogen voor het afzonderlijk sluiten van ieder van de toevoerverdeelstukken 44 in een cyclische werking. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm wordt de stang 56 hydraulisch aangedreven met rechtstreeks in het gietstuk van het verdeelstuk 44 gevormde hydraulische cilinders. Hydraulische vloeistof wordt toegevoerd naar een 15 zijde van stang 56 of de andere om hem heen en weer gaand te bewegen ten opzichte van vul koppen 40 en 42. Indien beide poorten 54 op dezelfde stang 56 zijn zal beweging van de stang 56 voor het openen van een poort 54 dienovereenkomstig de andere poort 54 van het andere verdeelstuk 44 sluiten.
20 De inrichting 10 omvat ook beweegbaar in plaat 22 aange brachte uitstootplunjer 60 voor het uitwerpen van de afzonderlijke porties van het vervormbare materiaal uit de vormholtes 26 tijdens bedrijf van de inrichting 10. De uitstootplunjer 60 kan daarvoor zijn voorzien van een aantal uitstootkommen 62, die een diameter hebben, 25 die een weinig kleiner is dan de inwendige diameter van de vormholte voor uitdrukken van het gevormde materiaal uit de holtes 26.
Zoals weergegeven in figuur 4 zijn zowel de onderste plaat 20 als de bovenste plaat 22 aangebracht op een steunconstructie, die is voorzien van een aantal steunkolommen 70 waarop de platen 20 en 22 30 zijn uitgelijnd via daarin gevormde bevestigingsgaten. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm zijn de platen 20 en 22 afzonderlijk op de steunkolommen 70 aangebracht en worden de kolommen 70 gebruikt om ieder van de platen 20 en 22 naar de in figuur 4 weergegeven stand omhoog te bewegen. Deze stand van de inrichting 10 vergemakkelijkt 35 reiniging van alle inwendige oppervlakken van de inrichting waardoor gebruik en onderhoud wordt vereenvoudigd. De onderste plaat 20 kan ook 1 0 0 3 5 19 10 zijn voorzien van een aantal geleidingskolommen 72, die zijn ontworpen om zich uit te strekken door overeenkomstig in de bovenste plaat 22 gevormde gaten. Zoals weergegeven in figuren 1-3 kan de bovenste plaat 22 dan stevig worden bevestigd en vastgeklemd op de onderste plaat 20 5 door middel van tegenhoudmoeren of dergelijke. Indien de platen 20 en 22 op deze wijze aan elkaar zijn bevestigd kan werking van de machine 10 voor het vormen van vervormbare materialen worden uitgevoerd.
Het zal duidelijk zijn, dat ofschoon de de voorkeur gegeven en in de boven besproken figuren weergegeven inrichting 10 een ontwerp 10 met dubbele kop heeft voor het aanzienlijk vergroten van de capaciteit ten opzichte van een ontwerp met enkele kop het aantal vul koppen voor een bepaalde toepassing kan worden gewijzigd.
Ofschoon twee plunjers 52 zijn weergegeven in gebruik met ieder van de verdeel stukken 44 kan op soortgelijke wijze, indien 15 gewenst, een andere vormgeving worden gebruikt.
Werking van de vorminrichting 10 zal nader worden uiteengezet met verwijzing naar figuren 5-8, waarbij de aandacht eerst wordt gericht op figuur 5, welke verdere onderdelen toont van ieder van de eerste en tweede platen 20 en 22. In figuur 5 is meer gedetailleerd 20 een van de vul koppen 40 of 42 weergegeven tezamen met de daarmee samenwerkende overeenkomstige onderdelen van de eerste plaat 20. In figuur 5 strekken de plunjers 52 zich uit in in toevoerverdeelstuk 44 aangebrachte openingen 74. De plunjers 52 zullen heen en weer gaand worden aangedreven in en uit het toevoerverdeelstuk 44 voor het 25 selectief aanbrengen van druk op een in het toevoerverdeelstuk 44 door de produkttoevoeropening 76 opgenomen vervormbaar materiaal. Een produkttoevoerpoort 54 wordt selectief bewogen voor het afsluiten van de produktopening 76 ten einde het vervormbare materiaal binnen toevoerverdeelstuk 44 op te sluiten. In de de voorkeur gegeven uit-30 voeringsvorm omvat het toevoerverdeelstuk 44 een huis, dat een bepaald volume heeft voor hét via de produkttoevoeropening 76 opnemen van een hoeveelheid van een vervormbaar materiaal. Het verdeelstuk 44 omvat ook een bevestigingsgedeelte 78, dat bij voorkeur gevormd is om een constructieve integriteit te hebben ten einde weerstand te kunnen 35 bieden aan krachten, die tijdens bedrijf van de machine op het ver vormbare materiaal binnen het verdeelstuk 44 worden aangebracht, 1 o o 3 5 19 11 zodanig, dat doorbuiging van het bevestigingsgedeelte 78 of andere gedeelten van verdeelstuk 44 minimaal zal zijn. Het bevestigingsgedeelte 78 bevat uitlijngaten 80, welke het mogelijk maken, dat verdeelstuk 44 wordt uitgelijnd en in positie vastgezet ten opzichte 5 van andere onderdelen van de machine. Omdat het toevoerverdeelstuk 44 bij een bovenste gedeelte van de machine is kan de sterkte van het orgaan worden vergroot om buiging minimaal te maken zonder kritische afstand tussen andere onderdelen van de machine nadelig te beïnvloeden. Ofschoon het toevoerverdeelstuk 44 kan zijn uitgevoerd om 10 buiging minimaal te maken is het verder niet noodzakelijk buiging van dit orgaan beslist te verhinderen, zoals uit de verdere beschrijving duidelijk zal worden.
Het zal duidelijk zijn, dat aan de onderzijde van het toevoerverdeelstuk 44 ten minste een uitlaat of afvoeropening samen-15 werkt met de vormplaat 24 en het aantal daarin gevormde vormholtes 26. De vormplaat 24 is in de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm een plaat met een verhoudingsgewijs dunne doorsnede, welke niet ontworpen is om de drukken te weerstaan, die daarop zullen worden aangebracht tijdens de vulhandeling. Tijdens bedrijf wordt de vormplaat 24 cyclisch en 20 heen en weer gaand bewogen tussen vul- en afvoer- of uitstootstanden in een richting zoals weergegeven door de pijl. De vormplaat 24 schuift tussen een paar afstandsorganen 82, welke op hun beurt zijn uitgelijnd en vastgeklemd ten opzichte van andere gedeelten van de machine door middel van uitlijngaten 84. Vormplaat 24 wordt heen en 25 weer gaand aangedreven door een aandrijfmechanisme voor de vormplaat, zoals dat beschreven met verwijzing naar de figuren 1-3, waarin een een klemstaaf 86 en een duwstaaf 88 omvattende duwstaaf de vormplaat 24 aan het aandrijfmechanisme kan koppelen. In een de voorkeur gegeven voorbeeld omvat de vormplaat 24 een wigrand, die ontworpen is om te 30 passen in een overeenkomstige in de klemstaaf 86 gevormde sleuf 92. De duwstaaf 88 kan dan aan de klemstaaf 86 worden bevestigd om de gehele rand van de vormplaat 24 daartussen vast te klemmen ten einde de belasting te verdelen over de uitstrekking van de duwstaaf, terwijl de vormplaat 24 via het aandrijfmechanisme wordt bewogen. Andere ge-35 schikte middelen om de vormplaat 24 met het aandrijfmechanisme te koppelen kunnen hier ook worden overwogen.
1 0 0 3 5 19 12
In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm is een venti-latieplaat 94 met een aantal over ten minste een gedeelte daarvan gevormde ventilatie-openingen 96 onmiddellijk onder de vormplaat 24 opgesteld en gevormd als deel van de onderste plaat 20 (zie figuren 5 1-3). De ventilatie-openingen 96 zijn bij voorkeur opgesteld om overeen te komen met de positie van het aantal vormholtes 26 van de vormplaat 24 tijdens een vulhandeling. De ventilatiegaten 96 kunnen daartoe in iedere vormgeving zijn gevormd, zoals geclusterd in het gebied van de vormholte 26, gevormd in een patroon overeenkomend met 10 de omtrek van iedere vormholte 26 of in iedere andere gewenste vormgeving. De ventilatieplaat 94 kan ook zijn voorzien van uitlijninkepingen 98, welke het mogelijk maken, dat de plaat 94 in een gewenste stand ten opzichte van de andere onderdelen van de machine wordt uitgelijnd en vastgezet. De ventilatieplaat 94 verschaft een 15 vlak ondervlak tegen de vormholtes 26 en scheidt ook de vormholtes 26 van andere onderdelen van de machine. Ofschoon misschien gewenst voor een aantal vervormbare materialen is de ventilatieplaat 94 niet een kritisch onderdeel van de vormmachine en geschikt ventileren van de vormholtes kan op andere manieren worden verkregen, zoals door het 20 aanbrengen van ventilatiekanalen of dergelijke in de vormplaat 24 zei f.
Het toevoerverdeelstuk 44, vormplaat 24 en samenhangende afstandsorganen 82 en de ventilatieplaat 94 zijn ieder uitgelijnd met een drukplaat 100 en meer in het bijzonder met een aantal zich omhoog 25 uitstrekkende uitlijnkolommen 102, zoals weergegeven in figuur 5. Tijdens werking van de machine kan ieder van deze organen op kolommen 102 worden gestapeld en geschikte bevestigingsorganen gebruikt om hun relatieve standen vast te leggen. In de gestapelde vormgeving bestaat er speling om vormplaat 24 in staat te stellen heen en weer te bewegen 30 tussen vul- en afvoerstanden ten opzichte van de andere onderdelen. De drukplaat 100 kan verder gaten 104 omvatten, die tezamen met duwstaven 106 in de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm het aandrijfmechanisme voor de vormplaat vormen. Iedere duwstang 106 vormt deel van een hydraulisch bedieningsorgaan om stang 106 ten opzichte van de druk-35 plaat 100 heen en weer te bewegen. Een bevestigingskop 108 is bevestigd aan de met de vormplaat 24 verbonden duwstaaf 88 voor aan- 1 0 0 3 5 19 13 drijving daarvan. Een zwevende klemplaat 110 is opgesteld binnen een holte 112. Een afdichting is gevormd om de omtrek van klemplaat 110 binnen holte 112 door middel van geschikte middelen, zoals een 0-ring-afdichting. De klemplaat 110 dicht daardoor de holte 112 af, maar kan 5 binnen holte 112 zweven onder het handhaven van de afdichtende ver houding binnen holte 112. De klemplaat 110 omvat bij voorkeur een aantal op zijn bovenzijde nabij ventilatieplaat 94 gevormde ventilatiekanalen 114 om de ontsnapping van lucht of vocht tijdens een vulhandeling toe te staan. De drukplaat 100 omvat ook een aantal 10 overeenkomstige ventilatiekanalen 116, die samenwerken met in de klemplaat 110 gevormde ventilatiekanalen 114 voor het vergemakkelijken van verwijdering van lucht of vocht naar een met ventilatiekanalen 116 in verbinding staande ventilatiedoortocht 118.
Werking van de in figuur 5 weergegeven onderdelen voor het 15 vormen van een vervormbaar materiaal binnen vormholtes 26 zal beter begrepen worden met verwijzing naar figuren 6-8. De werkwijze of proces voor het vormen van vervormbare materialen zal ook duidelijk worden in samenhang met de werking van de machine. In het algemeen wordt het eerst opgemerkt, dat de constructie van de vormmachine 10 20 evenals zijn werking aanzienlijk afwijkt van in dergelijke vorm machines gebruikte gebruikelijke technieken. Bij conventioneel denken omvat de werking van de vormmachine het aanbrengen van een doorlopende druk op platen of materiaal om het voedselprodukt in de vormholtes van de vormplaat te dringen. Omdat tijdens bedrijf van de machine 25 constante druk werd aangebracht was de constructie van de machine bestemd om buiging van de verschillende organen te verhinderen ten einde het volume van het voedselprodukt, dat moest worden gevormd, stevig te omsluiten en daarbij het gewicht en de afmeting van het resulterende produkt te regelen. In grootschalige voedsel behandelings-30 systemen, die met hoge snelheid werken, vereist het verhinderen van buiging van de structurele organen van de machine dat de breedte of dikte van de verschillende onderdelen voldoende zal zijn om de aangebrachte druk te weerstaan. De beperkingen op breedte of dikte van de structurele organen, in het bijzonder toegepast bij de vormplaat en 35 ondersteunende constructies schept op zijn beurt een beperking wat betreft breedte van machine en totale capaciteit van de machine.
1 0 0 3 5 19 14
Afwijkend van het concept van geen buiging wordt in de huidige uitvinding buiging, die tijdens de aanbrenging van deze aanzienlijke drukken in een vulhandeling zullen optreden, gecompenseerd door de drukplaatopstelling 100 en zwevende klemplaat 110 5 in de huidige uitvinding. Om juiste tussenruimte van de vormplaat 24 tot het transportsysteem van de machine 10 te handhaven is het gewenst, dat de dikte van de drukplaat 100 en overeenkomstige constructie minimaal wordt gemaakt. De drukplaat 100 en de klemplaat 110 zijn daardoor constructieve organen met verhoudingsgewijs dunne 10 doorsnede. De drukplaat 100 omvat middelen voor het aanbrengen van druk op de klemplaat binnen de holte 112 van drukplaat 100. Daar zowel de drukplaat 100 en de klemplaat 110 in het algemeen niet de structurele integriteit zullen hebben om de tijdens een vulhandeling in de machine aangebrachte drukken te weerstaan wordt doorbuiging van 15 deze organen gecompenseerd door de middelen voor het aanbrengen van druk op de klemplaat 110 onder het daarbij elimineren van de noodzaak van constructieve organen, die de vereiste sterkte hebben om buiging daarvan te verhinderen. De drukplaat 100 kan daardoor aanzienlijk doorbuigen onder belasting maar iedere buiging zal worden ge-20 compenseerd door op de klemplaat 110 aangebrachte fluïdumdruk. De zwevende aard van klemplaat 110 maakt het mogelijk, dat hij positief wordt geklemd tegen de onderzijde van de vormplaat 24 tezamen met de ventilatieplaat 94, indien deze wordt gebruikt. Positief klemmen van de klemplaat 110 tegen de onderzijde van de vormplaat 24 resulteert in 25 het handhaven van de dikte van de vormholte 26 ten opzichte van de afvoeropening van het toevoerverdeelstuk 44 om nauwkeurig produkten met een gelijkmatig gewicht en afmeting te produceren. De opstelling van de zwevende klemplaat 110 in samenhang met drukplaat 100 staat het daardoor toe de breedte van de klemplaat te vergroten zonder een 30 overeenkomstige toename in zijn structurele integriteit daar buiging van de een dunne doorsnede bezittende organen wordt gecompenseerd door het druk aanbrengend systeem, dat samenhang met de drukplaat 100. Dit op zijn beurt maakt het mogelijk, dat de breedte van de vormplaat 24 aanzienlijk wordt vergroot, waardoor het mogelijk wordt veel bredere 35 vormmachines te vervaardigen, hetgeen de capaciteit van dergelijke machines aanzienlijk kan vergroten. De vergrote breedte van de vorm- 1 0 0 3 5 19 15 machine, welke door de huidige uitvinding mogelijk wordt gemaakt, neemt ook een dubbele verdeelstukopstelling op, zoals deze is weergegeven in de uitvoeringsvorm van de figuren 1-3, hetgeen ook de capaciteit van de machine aanzienlijk kan vergroten.
5 De werking van de drukplaat 100 en klemplaat 110 in samenhang met de vormplaat 24 en toevoerverdeelstuk 44 wordt beschreven met verwijzing naar figuren 6-8, waarbij figuur 6 de machine toont in een klemstand voor het uitvoeren van een handeling van het vullen van de holtes. In figuur 6 is het algemeen met 120 aangeduide 10 druk aanbrengende orgaan bij voorkeur een fluïdumdrukversterker 122 met een fluïdumtoevoerleiding 124 en een fluïdumafvoerleiding 126. Een zuiger 128 of ander geschikt mechanisme brengt druk aan op het door de toevoerleiding 124 naar een inwendige holte 130 toegevoerde fluïdum, zodat dit onder grotere druk uit leiding 126 wordt gedrongen. De 15 zuiger 128 kan in de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm hydraulisch worden aangegeven, maar het zal duidelijk zijn, dat de versterker 120 verschillende vormgevingen kan hebben, die fluïdum op een gewenste druk door de afvoerleiding 126 zullen dringen. Fluïdum in leiding 126 kan dan worden omgeleid naar tegenover elkaar liggende zijden van de 20 drukplaat 100 en door toegangspoorten 132 worden ingebracht om te worden ingespoten in de holte 112 en tegen de onderzijde van de klemplaat 110. Indien onder druk staand fluïdum wordt ingebracht in de holte 112, welke door middel van de klemplaat 110 is afgedicht, zweeft de klemplaat 110 binnen holte 112 omhoog totdat hij tegen de vormplaat 25 24 of, indien een ventil atiepl aat 94 wordt gebruikt, tegen een ventilatieplaat 94 en vormplaat 24 is gedrongen. In figuur 6 is geen ventilatieplaat 94 weergegeven, ofschoon het duidelijk zal zijn, dat voor een aantal verschillende vervormbare materialen de ventilatieplaat kan worden gebruikt voor het verkrijgen van bepaalde voordelen, 30 zoals hierna nog zal worden beschreven. Onder druk brengen van de ruimte onder de klemplaat 110 dicht de klemplaat 110 stevig af tegen de onderzijde van de vormplaat 24 en daardoor tegen de onderzijde van het toevoerverdeelstuk 44. In de in figuur 6 weergegeven klemwijze zijn dus de klemplaat 110, vormplaat 24 en verdeelstuk 44 stevig tegen 35 elkaar geklemd voor het vullen van de vormholtes in de vormplaat 24.
1 0 0 3 5 19 16
Zoals gezien in figuur 6 zal door het druk aanbrengend orgaan 120 op de bodem van de klemplaat 110 aangebrachte fluïdumdruk compenseren van de buiging in de drukplaat 100 veroorzaken, hetgeen klemplaat 110 in stevige klemmende verhouding ten opzichte van ver-5 deel stuk 44 houdt om de stand van de vormplaat en daardoor van de vormholtes ten opzichte van het verdeel stuk 44 te handhaven. Zelfs indien het verdeelstuk 44 een weinig zou doorbuigen zal dus de vormplaat 24 hiermee overeenkomen om het vervormbare materiaal nauwkeurig in de holte 26 te vullen en te vormen. In deze opstelling werkt de 10 klemplaat 110 niet in buiging, zoals een balk zou moeten, en elimineert daardoor de noodzaak de klemplaat een zeer dikke dwarsdoorsnede of massa te geven, welke de tijdens een vul handeling ontmoette krachten zou opnemen. De mate van buiging in de drukplaat 100 zal afhangen van de tijdens een vulhandeling aangebrachte krachten, maar 15 dergelijke buiging is niet van van betekenis zijnde zorg daar de klemplaat 110 ten alle tijden de vormplaat 24 stevig tegen verdeelstuk 44 klemt om in samenhang daarmede op de gewenste wijze te werken.
Vullen van de vormholtes 26 wordt uitgevoerd indien de klemplaat 110 op de in figuur 6 weergegeven wijze onder druk is 20 gebracht. Verdere aspecten van een vulcyclus zullen worden beschreven met verwijzing naar figuur 6, waarbij het wordt opgemerkt, dat het toevoerverdeelstuk 44 met een vervormbaar materiaal is geladen, zoals weergegeven bij 136. Na laden van het toevoerverdeelstuk 44 met het vervormbare materiaal wordt de toevoerpoort 54 gesloten om het ver-25 vormbare materiaal 136 in verdeelstuk 44 op te sluiten. Sluiten van de toevoerpoort 54 dicht ook het verdeelstuk 44 af ten opzichte van de toevoerdruk van het produkt en staat materiaal binnen het verdeelstuk 44 niet toe terug te stromen naar de produktingang onder het daarbij sparender verwerken van het vervormbare materiaal om beschadiging 30 ervan te voorkomen. Gelijktijdig met de sluiting van de toevoerpoort 54 of nadat de toevoerpoort 54 eenmaal is gesloten en de drukplaat 100 geactiveerd is om klemplaat 110 onder druk te brengen worden de produktplunjers 52 in werking gesteld om het vervormbare materiaal 136 binnen verdeelstuk 144 onder druk te brengen ten einde het in de 35 vormholte 26 te dringen. In dit proces wordt het vervormbare materiaal eenvoudig vanuit een plaats rechtstreeks boven de vormholtes 26 voor 1 0 0 3 5 19 17 het vullen in de holtes geduwd. Daar het vervormbare materiaal 136 binnen verdeel stuk 44 over het gehele oppervlak in ieder van de vormholtes 26 wordt gedrongen zonder dat enig vervormbaar materiaal door een vul spleet of dergelijke moet worden gedrongen wordt weer 5 weinig of geen schade aan het vervormbare materiaal veroorzaakt.
Het zal duidelijk zijn, dat daar in de vulhandeling klemplaat 110 onder druk is aangebracht tegen vormplaat 24 de vormplaat 24 in de geklemde stand ten opzichte van verdeelstuk 44 is vastgezet en de vormplaat 24 tijdens de vulhandeling niet beweegt. Dit 10 resulteert eveneens in mindere schade aan het vervormbare materiaal dat door beweging van de vormplaat 24 tijdens de vulhandeling zou kunnen worden veroorzaakt. Daar de toevoerpoort 54 voor het produkt gesloten is en het materiaal binnen verdeelstuk 44 is afgesloten van de toevoer kan aanvullend in werking stellen van de produktplunjers 52 15 zeer hoge drukken aanbrengen op het materiaal binnen verdeelstuk 44 terwijl geen hoge drukken voor de invoer van het produkt worden vereist. De druk, die wordt aangebracht om het materiaal door de in de uitvoeringsvorm van figuur 1 weergegeven toevoerbuis 46 toe te voeren kan dus een lage druk zijn, hetgeen ook een voorzichtiger behandelen 20 van het vervormbare materiaal bij het gebruik van de inrichting 10 oplevert. De in de inrichting bereikbare lage toevoerdruk maakt ook het gebruik van minder kostbare systemen voor het toevoeren van produkt aan de toevoerverdeelstukken 44, zoals een schroefvijzel-systeem of ander lage druk pompmechanisme mogelijk.
25 Direct na het vullen van de vormholtes, zoals beschreven met verwijzing naar figuur 6, wordt de druk op de versterker 120 opgeheven, zoals door terugtrekken van zuiger 128 uit holte 130. Op deze wijze wordt het onder druk brengen van de klemplaat 110 opgeheven, terwijl gelijktijdig door de produktplunjers 52 aangebrachte 30 druk wordt opgeheven. Dit zal op zijn beurt resulteren in het opheffen van de klemming van klemplaat 110 ten opzichte van vormplaat 24 om de vormplaat 24 vrij te geven uit zijn ten opzichte van het toevoer verdeel stuk 44 vergrendelde stand. Op dit tijdstip wordt de vormplaat 24 uit de in figuur 6 weergegeven vul stand bewogen naar een uitstoot 35 of afvoerstand, waarin geen holtes zijn blootgesteld aan het vervormbare materiaal in het verdeelstuk 44. Nagenoeg gelijktijdig met het 1 o o 3 519 18 opheffen van de druk op de klemplaat 110 en op de produktplunjers 52 wordt de toevoerpoort 54 voor het produkt geopend om het toevoer-verdeelstuk 44 opnieuw te laden met aanvullend vervormbaar materiaal ter vervanging van het materiaal, dat daaruit verwijderd is en in de 5 vormholtes is gebracht. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm zal opheffen van druk in de versterker 120 een enigszins negatieve druk op de klemplaat 110 veroorzaken, waardoor deze een weinig van de vormplaat 24 wordt weggetrokken waardoor onbeperkte beweging van de vormplaat naar de afvoer of uitstootstand wordt toegestaan en toevoer 10 onder lage druk van produkt om het verdeel stuk 44 te vullen zonder achteruitgang van het materiaal wordt toegestaan. Tegelijkertijd blijft er genoeg druk op de klemplaat 110 om lekkage van materiaal uit het verdeel stuk tengevolge van het toevoeren onder druk, indien de toevoerpoort 54 geopend is, te verhinderen. Restdruk op de klemplaat 15 is daartoe gelijk of een weinig groter dan de toevoerdrukken, die worden uitgeoefend bij het opnieuw laden van het verdeelstuk 44 ten einde de vervormbare materialen binnen het verdeelstuk te houden. Een enigszins negatieve druk op de klemplaat zelf aangebracht via de versterker 120 staat beweging van de vormplaat 44, onmiddellijk nadat 20 een vulcyclus voltooid is, toe ten einde cyclustijden minimaal te maken. In de de voorkeur gegeven werking kan het bedieningsorgaan van de versterker 120 zijn opgenomen in de met ieder van de produktplunjers 52 samenhangende bedieningsorganen, zodat ieder gelijktijdig in werking zal worden gesteld of buiten werking zal worden gesteld met 25 de ander. In aanvulling kan in de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm het met de toevoerpoort 54 voor het produkt samenhangend bedieningsorgaan zijn opgenomen in het bedieningsorgaan voor beweging van de vormplaat 24, zodanig, dat beweging van de vormplaat 24 naar de vul stand overeenkomstig sluiten van de toevoerpoort 54 voor het 30 produkt zal veroorzaken, zoals weergegeven in figuur 6, en beweging van de vormplaat 24 naar een uitstootstand overeenkomstige opening van de toevoerpoort 54 zal veroorzaken, zoals weergegeven in figuur 7. De vormmachine van de huidige uitvinding verschaft bijzonder snelle cyclustijden waarbij beweging van de vormplaat vanuit de vul stand naar 35 de uitstootstand met bijzonder hoge snelheid wordt verkregen. Een volledige vul- en uitstootkringloop kan dus bijzonder snel worden 1 o o 3 519 19 uitgevoerd, terwijl de vormplaat in vaste stand wordt gehouden voor het vullen ten einde de vermelde voordelen te verkrijgen.
Volgens een ander belangrijk aspect van de uitvinding moet tijdens de vulhandeling, waar een klemplaat 110 onder druk wordt 5 geplaatst tegen de onderzijde van de vormplaat 24 en tegen het ver-deelstuk 44, in de vormholte 26 opgesloten lucht worden uitgelaten indien het vervormbare materiaal bij in werking stellen van de produktplunjers 52 in de vormholtes wordt gedrongen. Daarvoor zijn ventilatiemiddelen aangebracht om de ontsnapping van opgesloten lucht 10 uit de vormholtes 26 toe te staan. In de de voorkeur gegeven uit voeringsvorm is het ventilatie-orgaan aangebracht in samenhang met de klemplaat 110. De klemplaat 110, die hetzij rechtstreeks nabij de vormplaat 24 is opgesteld of een met ventilatiegaten 96 uitgeruste ventilatieplaat 94 daartussen heeft opgesteld, zal het bovenvlak van 15 de klemplaat 110 blootgeven voor ontsnapping van lucht uit de vorm holtes 26 tijdens het vullen. Zoals meer in het bijzonder in figuur 9 weergegeven kan de klemplaat 110 zijn voorzien van een aantal ventilatiekanalen 114, die zijn opgesteld om uit de vormholtes uitgelaten lucht op te nemen ten einde de ontsnapping daarvan toe te staan. Zoals 20 weergegeven in figuur 5 staan de ventilatiekanalen 114 van de klemplaat 110 in verbinding met overeenkomstige in drukplaat 100 gevormde ventilatiekanalen 116 om ontsnapping van lucht naar een ventilatie-doortocht 118, die met de uitwendige atmosfeer in verbinding staat, toe te staan. In figuur 8 is de afvoer van lucht of gassen weer- 25 gegeven. Zoals hiervoor aangeduid wordt tijdens een vulhandeling de klemplaat 110 onder druk geplaatst om te worden geklemd tegen vormplaat 24 en eventuele in de vormholtes 26 opgesloten lucht zal worden uitgelaten door de ventilatie-openingen 96 in een ventilatieplaat 94, indien gebruikt, en in een ventilatiekanaal 114. In het ventilatie-30 kanaal 114 opgenomen gassen worden dan gedrongen in een met de drukplaat 100 samenhangend ventilatiekanaal 116 en naar de ventilatiedoor-tocht 118. De ventilatiedoortocht 118 kan naar gewenst zijn gekoppeld met een geschikte opvangtank of uitlaat. Het uitlaten van opgesloten lucht uit de vormholtes 26 maakt het mogelijk onder druk houden van de 35 klemplaat 110 tegen de vormplaat 124 naar gewenst te handhaven tijdens het vullen van de holtes. De ventilatiemiddelen zijn daarom zeer 1 o o 3 519 20 belangrijk voor het juist uitvoeren van een vulcyclus indien de machine 10 in de klemstand is.
In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm kan er ook een reinigingssysteem zijn aangebracht voor het reinigen van de 5 ventilatiekanalen 114, 116 en de ventilatiedoortocht 118. Het is gebleken, dat met verschillende types voedselprodukten tijdens het vullen van de vormholtes uit de holtes door de ventilatieplaat 94 en/of ventilatiekanalen 114 van de klemplaat 110 gedrongen lucht proteïne-moleculen, vleesvetmoleculen of andere materialen kan be-10 vatten. De proteïne- en vleesvetmoleculen kunnen er bijvoorbeeld toe neigen de ventilatiekanalen 114 te bedekken en het zal het gewenst zijn deze bedekkingswerking te verhinderen. Zoals weergegeven in figuur 8 en meer gedetailleerd in figuur 10 kan de klemplaat 110 ook zijn uitgerust met een aantal in de onderzijde van de klemplaat 110 15 gevormde openingen 140, welke tijdens de vastklemming zullen zijn blootgesteld aan het onder druk staande fluïdum, dat door het druk aanbrengend orgaan of versterker 120 in de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm zal worden toegevoerd. De openingen 140 strekken zich niet uit door de klemplaat 110, maar zijn uitgerust met een zeer 20 kleine doortocht 142, welke in verbinding staat met een samenhangend ventilatiekanaal 114 tijdens het klemmen, waarbij de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm onder druk staand water gebruikt, dat in drukplaat 100 wordt ingespoten voor het onder druk brengen van de klemplaat 110, zoals hierboven beschreven. Het onder druk staande 25 water wordt in de openingen 140 gedrongen en een kleine hoeveelheid wordt door de met ieder van de ventilatiekanalen 114 samenhangende doortocht 142 ingespoten. Op deze wijze wordt een kleine hoeveelheid water in ieder van de ventilatiekanalen 114 ingespoten tijdens afvoer van eventueel in de vormholtes opgesloten lucht tijdens het vullen. 30 Het inspuiten van water in de ventilatiekanalen 114 en overeenkomstige in drukplaat 100 gevormde ventilatiekanalen 116 houden de ventilatiekanalen en doortochten 142 schoon door de oppervlakken daarvan vochtig te houden ten einde bedekking of verstopping door enig proteïne, vleesvet of andere in de afgevoerde lucht meegesleurde moleculen te 35 verhinderen. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvorm zijn de doortochten 142 opgesteld onder een hoek om aan te sluiten op het 1 o o 3 5 19 21 ventilatiekanaal 114, zoals een 45° hoek ten opzichte van het ventilatiekanaal 114, om fluïdum neerwaarts in het kanaal te injecteren voor bevochtiging van de oppervlakken. Indien de doortochten 142 van zeer kleine afmeting zijn wordt slechts een zeer 5 kleine hoeveelheid water daardoorheen ingespoten en zal geen water op een of andere wijze met het vervormbare materiaal in aanraking komen tijdens een vulcyclus. De toepassing van straalsproeireinigen op deze wijze is gebleken bijzonder belangrijk te zijn bij het bijvoorbeeld vormen van gevogelteprodukten. Ofschoon het straalsproeireinigings-10 systeem voor een aantal vervormbare materialen bruikbaar kan zijn is de straalsproeireinigingsopstelling facultatief en behoeft niet noodzakelijk te zijn. In aanvulling kan, zoals weergegeven in figuur 5, een aantal verdere straalsproeireinigingsdoortochten zijn aangebracht in een in de ventil atiedoortocht 118 aangebracht centraal 15 verdeel stuk 144 om ook de oppervlakken van doortocht 118 voor een soortgelijk doel nat te houden. Ofschoon slechts een kleine hoeveelheid water zal worden gebruikt in een dergelijk systeem zal iedere overmaat water ook worden uitgelaten naar een uitwendige opvangtank of dergelijke, zoals afgebeeld in de stroom van uitgelaten fluïda in 20 figuur 8.
In figuur 11 is een alternatieve uitvoeringsvorm van de vormmachine volgens de uitvinding weergegeven. De vormmachine 150 heeft een huis 152, dat, zoals weergegeven, op ieder geschikt oppervlak kan worden opgesteld. Bij een bovenste gedeelte van het huis 152 25 is een toevoerbunker 154 opgesteld, waar een vervormbaar materiaal wordt gebracht voor de werking van machine 150. Met voorraadbunker 154 hangt een toevoerverdeelstuk 156 bij een onderste gedeelte van bunker 154 samen, waarbij het verdeelstuk een aantal uitlaatgaten 158 heeft. De uitlaatgaten 158 voeren vervormbaar materiaal vanuit de bunker 154 30 toe tijdens een vulcyclus door middel van een plunjer of schroef-mechanisme 160, dat samenhangt met ieder van de uitlaatgaten 158. Een ander geschikt orgaan voor het onder druk toevoeren van het vervormbare materiaal vanuit het toevoerverdeelstuk 156 kan ook worden gebruikt. Een zwenkbaar vul verdeel stuk 162 wordt ondersteund op zich 35 omhoog uitstrekkende steunbalken 164. Het vul verdeel stuk 162 is in figuur 11 weergegeven in een inspectie- en reinigingsstand waarin het 1 0 0 3 5 1ö 22 omhoog gezwenkt is uit zijn werkstand op zijn steun via een van de balken 164. Zoals ook in figuur 11 is weergegeven kan het vulverdeel-stuk 162 worden gedraaid om een as 163 om het mogelijk te maken gemakkelijk toegang te krijgen tot de binnenzijde van het verdeel stuk 5 met het oog op reiniging, waarbij de holte 170 kan zijn opgesteld om in reinigingsstand naar beneden open te zijn. Het vul verdeel stuk 162 kan in een vul stand worden gezwenkt in samenhang met toevoerverdeel-stuk 156 voor werking van machine 150. De vulstand van het verdeelstuk 162 brengt de gaten 168 in een stand onder een aantal vulzuigers 166. 10 De vulzuigers 166 hangen samen met de steunbalken 164 en zijn aangepast om in verticale richting ten opzichte van de steunbalken 164 heen en weer te bewegen. Het aantal vulzuigers 166 werkt samen met gaten 168, zodanig, dat indien in de vulstand de zuigers 166 zullen bewegen door gaten 168 en in de holte 170 in het vul verdeelstuk 162. Met de 15 holte 170 staan ook een aantal uitlaatgaten 172 in verbinding, die bij de onderzijde van holte 170 in lijn met de vulzuigers 166 zijn opgesteld. Onder het vul verdeel stuk 162 in zijn werkzame stand is een steunplaat 174 opgesteld en een in stippellijnen weergegeven vormplaat 176. Ofschoon in figuur 11 niet weergegeven zal de vormplaat een 20 aantal vormholtes bezitten en kan plaat 176 heen en weer worden aangedreven tussen vul- en uitstootstanden met behulp van een algemeen bij 178 aangeduid aandrijfmechanisme voor de vulplaat. Een geschikt transportmechanisme 179 kan door machine 150 bewegen nabij de uit-stootstand van de vormplaat 176 om de produkten uit gevormd voedsel of 25 ander materiaal op te nemen en het van de machine 150 weg te voeren. De steunplaat 174 wordt gedragen door een aantal bedieningsorganen 180, welke de steunplaat 174 tijdens de vul- en uitstootcycli van de machine 150 in een verticale richting aandrijven.
De werking van de machine 150 is in het algemeen als volgt. 30 Het vul verdeel stuk 162 wordt ten opzichte van het toevoerverdeelstuk 156 in zijn werkzamé stand gezwenkt en de vulzuigers 166 zijn in een bovenste stand overeenkomend met die weergegeven in figuur 11. In deze stand wordt vervormbaar materiaal vanuit voorraadbunker 154 toegevoerd in holte 170 van het vul verdeel stuk 162 met behulp van het schroef-35 mechanisme 160 of andere geschikte middelen. De steunplaat 174 wordt omhoog bewogen om de vormplaat 176 tegen de onderzijde van vul verdeel- 1 o o 3 5 19 23 stuk 162 te klemmen en de vul zuigers 166 worden dan naar beneden bewogen om druk aan te brengen op het vervormbare materiaal binnen holte 170 van het vul verdeel stuk 162. Het vervormbare materiaal wordt vanuit holte 170 door de onderste openingen 172 in het verdeelstuk 162 5 naar de vormholtes in de vormplaat 176 gedrukt totdat deze holtes zijn gevuld. De vormplaat 176 wordt heen en weer bewogen tussen een vul-stand waarin de steunplaat 174 de vormplaat 176 tegen het ondervlak van het verdeelstuk 162 drukt, en een uitstootstand, waarbij door de plaat 174 aangebrachte druk is verminderd en de vormplaat 176 naar een 10 uitstootstand is bewogen waarin het vervormbare materiaal uit de gevulde vormholtes wordt verwijderd. Deze werking kan duidelijker worden gezien in figuur 12 aan de hand waarvan verdere details van de machine zullen worden beschreven.
Zoals weergegeven in figuur 12 wordt het aantal vul zuigers 15 166 gedragen op een gestel 182, dat is voorzien van zich naar beneden uitstrekkende steunstangen 184, die op hun beurt zijn gekoppeld met een paar gestelcilinders 186, die deel uitmaken van een algemeen bij 188 aangeduid krukmechanisme. Het krukmechanisme omvat een aandrijfas 190, welke een door middel van een kettingaandrijving of dergelijke 20 vanaf een aandrijfmotor 194 aangedreven kettingwiel 192 draagt. De met ieder van de gestelcilinders 186 samenhangende zuigers 196 omvatten naar buiten verlopende stangen, die draaibaar zijn bevestigd aan koppelingsorganen 198, die samenhangen met de aandrijfas 190 in een ten opzichte van as 190 versprongen stand. Het zal duidelijk zijn, dat 25 bij draaiing van aandrijfas 190 het gehele samenstel van gestel cil inders 186, gestelstangen 184 en vulzuigergestel 182 tezamen met de vul zuigers 166 heen en weer beweegt om vervormbaar materiaal vanuit holte 170 door de uitlaatopeningen 168 en in de vormholtes 177 te dringen. De twee gestelcil inders 186 worden ook gevoed met een onder 30 druk staand fluïdum, zoals vanaf een bron van gecomprimeerde lucht 200. Indien de druk in bron 200 constant is werken de twee gestelcil inders 186 als een veer gedurende het laatste deel van een vul slag van de vulzuigers 166, zoals weergegeven in figuur 12, onder het daarbij toestaan van verhoudingsgewijs gelijkmatige druk, die wordt 35 aangebracht op het vervormbare materiaal binnen holte 170.
1003519 24
Gedurende een vul slag van de machine 150 wordt de steun-plaat 174 ook gedragen door de naar buiten verlopende cilinders 202 van een aantal plaatbedieningsorganen 180, zoals drie cilinder-bedieningsorganen weergegeven in figuur 12. De cilinderbedienings-5 organen 180 kunnen pneumatisch in werking worden gesteld vanaf een bron van gecomprimeerde lucht 204. Bij het onder druk brengen van de cilinderbedieningsorganen 180 wordt de steunplaat 174 omhoog bewogen om de plaat 174 en vormplaat 176 stevig tegen het ondervlak van het verdeelstuk 162 te klemmen, zoals weergegeven in figuur 12. Dit maakt 10 weer het gebruik mogelijk van de verhoudingsgewijs dunne steunplaat 174 in samenhang met de vormplaat 176, hetgeen afwijkt van het concept van geen doorbuiging en in plaats daarvan compenseert voor doorbuiging van deze constructie. Doorbuiging van de steunplaat 174 wordt gecompenseerd door de middelen voor het aanbrengen van druk op de 15 steunplaat, welke worden gevormd door een aantal plaatbedienings- organen 180, onder het daarbij elimineren van de noodzaak van constructieve organen, die de vereiste sterkte hebben om buiging daarvan te verhinderen. Op deze wijze wordt de vormplaat 176 stevig geklemd tegen de steunplaat 174 en regelt daardoor nauwkeurig het 20 gewicht en afmeting van het binnen het aantal vormholtes 177 gevormde resulterende produkten. Om ventilatie uit de vormholtes 177 gedurende een vul cyclus toe te staan kunnen ventilatiedoortochten zijn aangebracht op de onderzijde van de vormplaat 176, welke in verbinding staat met de vormholtes 177.
25 Volgend op een vulcyclus zoals weergegeven in figuur 12 wordt druk op de plaatbedieningsorganen 180 verminderd door toevoeren van onder druk staande lucht naar de tegenover liggende zijde van de zuigers 202, waardoor wordt toegestaan, dat de vormplaat 176 met de met vervormbaar materiaal gevulde vormholtes 177 wordt bewogen naar 30 een uitstootstand door middel van de hiervoor beschreven vormplaat- aandrijving 178. Tegelijkertijd kan door de vulzuigers 166 aangebrachte druk door verdere draaiing van aandrijfas 190 althans worden verminderd onder het daarbij toestaan dat aanvullend vervormbaar materiaal wordt ingebracht in de holte 170 in het verdeelstuk 162. 35 Deze cyclus kan dan met hoge snelheid worden herhaald voor het opeen- 1003519 25 volgend vullen en verwijderen van vervormbaar materiaal in en uit de vormholtes 177.
Als een wijziging op de in figuur 12 weergegeven machine 150 omvat de uitvoeringsvorm van figuur 13 een met de bron van ge-5 comprimeerde lucht 200 samenhangende klep 206. Klep 206 wordt ge durende een later deel van een vulcyclus of nabij het einde van de neerwaartse slag van de vulzuigers 166 gesloten, zodanig, dat de gestelcilinders 186 werken als veren, die een progressieve karakteristiek hebben. Met andere woorden zullen vulzuigers 166 het 10 vervormbare materiaal vanuit holte 170 in de vormholtes 177 dringen met minder veerkracht gedurende het laatste gedeelte van hun neerwaartse slag om juiste vulling van de vormholtes 177 te waarborgen. De klep 206 kan geschikt worden geopend en gesloten door middel van een geschikt regelsysteem, zoals een elektronisch regelsysteem, of door 15 een nokvolger 208 in samenhang met een nokschijf 210, die ten opzichte van werking van de aandrijfas 190 wordt gedraaid. Zoals weergegeven in figuur 14 heeft de door de gestelcilinders aangebrachte druk een progressieve karakteristiek gedurende een werkcyclus.
Als een verder alternatief op deze uitvoeringsvorm van de 20 uitvinding kunnen de platen of cilinderbedieningsorganen 180 tezamen met de gestelcilinders 186 hydraulisch in werking worden gesteld waarbij het bovenste gedeelte van de twee bronnen van onder druk staand fluïdum 200 en 204 boven een hydraulisch fluïdum zijn gevuld met gecomprimeerde lucht op een vooraf bepaalde constante druk. In de 25 toevoerleiding van ieder van de tanks 202 en 204 wordt een klep 212 respectievelijk 214 gevolgd door een aftapleiding naar een druk vergrotende cilinder 216 respectievelijk 218. De druk vergrotende cilinders 216 en 218 maken het mogelijk, dat de door ieder van de plaatbedieningsorganen 180 en gestelcilinders 186 geleverde druk op 30 een bepaalde en selectieve wijze wordt gevarieerd. In de de voorkeur gegeven uitvoeringsvormen worden de druk vergrotende cilinders 216 en 218 gebruikt voor het opwekken van een korte druktoename gedurende het laatste gedeelte van een vulcyclus, hetgeen resulteert in een efficiënt vullen van de vormholtes 177. Werking van de druk ver-35 grotende cilinders 216 en 218 en openen/sluiten van de kleppen 212 en 214 kan worden uitgevoerd door een geschikt regelsysteem, zoals door 1 0 0 3 5 19 26 middel van nokvolgers 208 in samenhang met ten opzichte van aandrijfas 190 gedraaide nokschijven 210. Andere geschikte regeling van deze mechanismes kunnen binnen de beschermingsomvang van deze uitvinding worden overwogen. In deze uitvoeringsvorm is door de plaatbedienings-5 organen 180 aangebrachte druk weergegeven in figuur 15 met een druk-piek optredend bij het laatste gedeelte van de neerwaartse slag van de vulzuigers 166. Dienovereenkomstig neemt, zoals weergegeven in figuur 16, door de gestelcilinders 186 aangebrachte druk geleidelijk toe met een hoge drukpiek aangebracht door de druk vergrotende cilinder bij 10 weer het laatste gedeelte van de neerwaartse slag van de vulzuigers 166. Andere variabele drukbediening van de plaatbedieningsorganen 180 en/of gestelcilinders 186 zijn binnen de beschermingsomvang van de uitvinding te overwegen voor het bereiken van een efficiënt vullen van de vormholte en werking van de machine, al naar gewenst wordt.
15 Gebaseerd op het voorgaande zal het worden begrepen, dat de vormmachine van de uitvinding een unieke opstelling verschaft van onderdelen om het gebruik van onderdelen met verhoudingsgewijs dunne doorsnede toe te staan, terwijl een gewenste verhouding wordt gehandhaafd tussen de vormplaat en een toevoerverdeelstuk waaruit vervorm-20 bare materialen aan de vormholtes worden toegevoerd. De uitvinding overwint beperkingen met betrekking tot de breedtes waarmede dergelijke organen kunnen worden uitgevoerd onder het compenseren van buiging van dergelijke organen. De mogelijkheid de breedte van de machine te vergroten vergemakkelijkt ook het gebruik van dubbele 25 verdeel stukken of andere vul opstel 1ingen en staat ook in samenhang daarmede een doorvoertransportsysteem toe. De opstelling en werkwijze van werking voorziet ook in een voorzichtig behandelen van de vervormbare materialen om hun integriteit te handhaven. Deze en de andere voordelen en unieke kenmerken van de vorminrichting en werkwijze voor 30 het vormen van voedingsmaterialen, zoals beschreven met verwijzing naar de de voorkeur gegeven uitvoeringsvormen, voorzien in een efficiënt en veelzijdig systeem met hoge capaciteit, waarmede nauwkeurig vormen van materialen met gelijke afmeting en gewicht bij hoge capaciteit te bereiken is. De inrichting is veelzijdig genoeg om in 35 lijn te worden gebruikt met andere behandelingsuitrusting en als een vormmachine of als een plaatsingsmachine als voorbeeld. De inrichting 1 0 0 3 5 19 27 kan naar gewenst worden gebruikt met vormbare voedselprodukten of andere vormbare materialen. De bovenstaande beschrijving van de voorkeur gegeven uitvoeringsvormen van de uitvinding geeft slechts mogelijke voorbeelden en de uitvinding is niet beperkt op deze de 5 voorkeur gegeven uitvoeringsvormen, daar vele variaties of modificaties, gebaseerd op de principes van de uitvinding zoals hierin uiteengezet voor de vakman voor de hand liggend zullen zijn. Dergelijke variaties of wijzigingen zijn beoogd binnen de beschermings-omvang van de uitvinding te vallen.
1 0 0 3 5 19

Claims (20)

1. Vorminrichting voor het verwerken van vervormbare materialen voorzien van: 5 tenminste een toevoerverdeelstuk voor het daarin opnemen van een vervormbaar materiaal, een vormplaat met tegenover elkaar gelegen eerste en tweede oppervlakken en voorzien van tenminste een vormholte, welke een bepaalde vorm heeft en een gebied tussen de eerste en tweede opper-10 vlakken begrenst, een aandrijforgaan voor de vormplaat om de vormplaat aan te drijven tussen tenminste een vul- en afvoerstand, waarbij het eerste oppervlak is opgesteld nabij het verdeel stuk om het toe te staan, dat de tenminste ene holte selectief wordt blootgegeven voor het vervorm-15 bare materiaal in het verdeel stuk, indien de vormplaat in de vul stand is, tenminste een plunjer voor het selectief aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het verdeel stuk om de tenminste ene vormholte selectief te vullen, 20 een klemorgaan, dat selectief nabij het tweede oppervlak van de vormplaat wordt opgesteld, en een mechanisme voor het op de klemplaat tenminste nagenoeg gelijkmatig over het tweede oppervlak aanbrengen van kracht om de vormplaat tegen het toevoerverdeelstuk te klemmen tegenover de door de plunjer op het vervormbare materiaal 25 aangebrachte druk.
2. Vorminrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het klemorgaan is voorzien van een nabij het tweede oppervlak van de vormplaat opgestelde drukplaat, welke drukplaat is voorzien van een beweegbare klemplaat en kracht aanbrengend mechanisme voor het 30 positief klemmen van de klemplaat tegen de tweede zijde van de vormplaat.
3. Vorminrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het klemorgaan is voorzien van een nabij de tweede zijde van de vormplaat opgestelde steunplaat, op welke steunplaat druk kan worden 35 aangebracht door middel van tenminste een plaatbedieningsorgaan om de 1003519 steunplaat tegen de vormplaat te klemmen en dienovereenkomstig de vormplaat tegen het toevoerverdeelstuk te klemmen.
4. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de vorminrichting is voorzien van een vormplaat- 5 aandrijving om de vormplaat tenminste tussen vul- en afvoerposities te bewegen en van een uitstootmechanisme voor het selectief verwijderen van het vervormbare materiaal uit de tenminste ene vormholte, waarbij de tenminste een holte wordt blootgegeven aan het vormbare materiaal binnen het tenminste ene verdeel stuk in de vul stand en het vormbare 10 materiaal door middel van het uitstootmechanisme uit de tenminste ene holte wordt verwijderd indien de vormplaat naar de afvoerpositie is bewogen.
5. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de vorminrichting is voorzien van tenminste een 15 ventilatie-orgaan in samenhang met de vormplaat om ventilatie van de tenminste ene vormholte toe te staan tijdens vullen van de tenminste ene vormholte met het vervormbare materiaal.
6. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het tenminste ene toevoerverdeelstuk is voorzien van 20 een poort, die selectief op te stellen is om de stroming van vervormbaar materiaal in het toevoerverdeelstuk stop te zetten, en om het vervormbare materiaal binnen het toevoermondstuk op te sluiten.
7. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tenminste twee toevoerverdeelstukken voor het opnemen 25 van vervormbaar materiaal zijn aangebracht, waarbij ieder van de toevoerverdeelstukken is voorzien van een plunjerorgaan voor het selectief aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het verdeelstuk en geschikt voor het opvolgend vullen van de tenminste ene vormholte van de vormplaat.
8. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat aan de drukplaat een onder druk staand fluïdum kan worden toegevoerd, dat inwerkt op de klemplaat om de klemplaat tegen de vormplaat te dringen, terwijl een fluïdumdrukversterker is aangebracht voor het vergroten van tijdens een vul cyclus op de klemplaat 35 aangebrachte druk. 1003519
9. Vorminrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het onder druk staand fluïdum water is, dat in de holte van de drukplaat tussen de holte en de klemplaat wordt ingevoerd voor het uitoefenen van in hoofdzaak gelijkmatige druk op de klemplaat over zijn 5 breedte.
10. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een aantal plaatbedieningsorganen zijn aangebracht voor het tenminste nagenoeg gelijkmatig aanbrengen van druk op de steunplaat teneinde klemming van de steunplaat tegen de vormplaat te 10 handhaven.
11. Vorminrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de plaatbedieningsorganen cilinderbedieningsorganen zijn, die zich naar buiten uitstrekkende zuigers hebben, die druk aanbrengen op de steunplaat over zijn breedte indien de cilinderbedieningsorganen 15 worden gevoed met een op de zuigers daarin werkend onder druk staand fluïdum.
12. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het onder druk staand fluïdum wordt toegevoerd vanaf een bron en een drukvergrotingscilinder is aangebracht voor het 20 selectief variëren van door de zuigers op de twee steunplaten aangebrachte druk.
13. Vorminrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tenminste ene plunjer een aantal op een gestel ondersteunde vulzuigers omvat en middelen zijn aangebracht om het 25 gestel heen en weer gaand ten opzichte van het verdeel stuk te bewegen, waarbij de middelen voor het bewegen van het gestel zijn voorzien van een paar het gestel ondersteunende gestelcilinders.
14. Werkwijze voor het vormen van vervormbare materialen, welke werkwijze de stappen omvat van: 30 toevoeren van een vervormbaar materiaal in tenminste een toevoerverdeelstuk van een vorminrichting, aanbrengen van een vormplaat met tenminste een vormholte, welke vormholte selectief zo wordt opgesteld, dat de tenminste ene vormholte wordt blootgegeven voor het vervormbare materiaal binnen het 35 toevoerverdeelstuk, 1003519 opstellen van een klemorgaan nabij de vormplaat en aanbrengen van druk op het klemorgaan om de vormplaat positief tegen het toevoerverdeelstuk te klemmen, aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het 5 verdeel stuk om de tenminste ene daaraan blootgestelde vormholte te vullen, opheffen van op het klemorgaan aangebrachte druk om de vormplaat vanaf het toevoerverdeelstuk vrij te maken, en verwijderen van het vervormbare materiaal uit de tenminste 10 ene vormholte.
15. Werkwijze volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de stap van het toevoeren van een vervormbaar materiaal in het toevoer-verdeelstuk het selectief sluiten van het toevoerverdeelstuk voor de toevoer van vervormbaar materiaal omvat.
16. Werkwijze volgens conclusie 14 of 15, met het kenmerk, dat de vormplaat heen en weer wordt bewogen tussen een vul stand en een uitstootstand, waarin in de vulstand de tenminste ene vormholte is blootgegeven voor het vervormbare materiaal binnen het toevoerverdeel-stuk en de stap van het verwijderen van het vervormbare materiaal uit 20 de tenminste ene vormholte wordt uitgevoerd bij de uitstootstand.
17. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 14-16, met het kenmerk, dat de stap van het aanbrengen van druk op het klemorgaan het aanbrengen van een klemplaat en een kracht aanbrengend mechanisme, dat inwerkt op de klemplaat teneinde de klemplaat tegen de vormplaat 25 te drukken, omvat.
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 14-17, met het kenmerk, dat de stap van het aanbrengen van druk op het klemorgaan het aanbrengen omvat van een aantal cilinderbedieningsorganen voor het aanbrengen van druk op een klemplaat teneinde de klemplaat tegen de 30 vormplaat te dringen.
19. Werkwijze volgens een der conclusies 14-18, met het kenmerk, dat de stap van het aanbrengen van druk op het vervormbare materiaal in het verdeel stuk het heen en weer bewegen van tenminste een plunjer in en uit het verdeelstuk omvat.
20. Werkwijze volgens een der conclusies 14-20, met het kenmerk, dat het vervormbare materiaal binnen het tenminste ene 1003519 toevoerverdeelstuk wordt opgesloten volgend op vullen van de tenminste ene vormholte en dan de vormplaat vanaf een vulstand waarin de tenminste ene vormholte is blootgegeven aan het tenminste ene toevoer-mondstuk weg te bewegen om het vervormbare materiaal vanuit de 5 tenminste ene vormholte te verwijderen. 1003519
NL1003519A 1995-07-10 1996-07-05 Inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedselprodukten. NL1003519C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US08/500,305 US5618571A (en) 1995-07-10 1995-07-10 Food molding apparatus and method of forming food products
US50030595 1995-07-10

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1003519A1 NL1003519A1 (nl) 1997-01-13
NL1003519C2 true NL1003519C2 (nl) 1998-10-19

Family

ID=23988837

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1003519A NL1003519C2 (nl) 1995-07-10 1996-07-05 Inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedselprodukten.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US5618571A (nl)
JP (1) JPH0998758A (nl)
CA (1) CA2180713A1 (nl)
DE (1) DE19627661A1 (nl)
FR (1) FR2736510B1 (nl)
GB (1) GB2303098B (nl)
NL (1) NL1003519C2 (nl)

Families Citing this family (21)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1003568C2 (nl) * 1996-07-11 1998-01-15 Tetra Laval Food Koppens Bv Vormsysteem voor het vormen van een massa zoals een vleesmassa.
SE506799C2 (sv) * 1997-04-24 1998-02-16 Frigoscandia Equipment Ab Maskin för formning av livsmedlesprodukter av ett formbart livsmedelsmaterial
DE19740737C2 (de) * 1997-09-16 1999-09-09 Meggle Gmbh Verfahren zur Herstellung von flachen Formstücken aus Butter oder Lebensmittelmassen ähnlicher Konsistenz und flache Formstücke aus Lebensmittelmasse
DE19959432B4 (de) * 1999-12-09 2004-02-26 Osi International Foods Gmbh Vorrichtung zur Herstellung von Hackfleischscheibenprodukten aus Rind- und/oder Schweinefleisch
US6572360B1 (en) 2000-04-28 2003-06-03 Golden State Foods Corporation Food patty molding apparatus
US20020160089A1 (en) * 2000-04-28 2002-10-31 Gary Cowart Food patty molding apparatus with enlarged fill area
US20020182297A1 (en) * 2000-04-28 2002-12-05 Golden State Foods Corp. Food patty molding apparatus
US6592359B2 (en) * 2001-06-14 2003-07-15 Osi Industries, Inc. Multiple row meat patty forming apparatus
JP4734254B2 (ja) * 2003-10-28 2011-07-27 パトリオット ユニバーサル ホールディングス,エルエルシー. 食品成形機
AT7041U1 (de) * 2004-04-16 2004-09-27 Christian Egger Hippenschablonen zur raschen erzeugung von hippendekor
NL1026171C2 (nl) 2004-05-11 2005-11-14 Stork Titan Bv Vormen.
EP1773165B1 (en) 2004-07-15 2016-04-13 James D. Azzar Food portioning system
US20170311757A1 (en) * 2016-04-29 2017-11-02 Alan Backus Devices and methods for supporting and preparing foods
US8801427B2 (en) 2010-07-20 2014-08-12 Formax, Inc. Patty-forming apparatus with top feed and rotary pump
US8613615B2 (en) 2010-07-20 2013-12-24 Formax, Inc. Patty-forming apparatus with bottom feed and rotary pump
EP3704945B1 (en) * 2010-07-20 2026-03-18 Formax, Inc. Food product forming machine
EP2449893B1 (en) * 2010-11-04 2016-08-17 GEA Food Solutions Bakel B.V. Mass distribution device and molding device
WO2015082254A1 (en) 2013-12-04 2015-06-11 Gea Food Solutions Bakel B.V. Feed channel with a customized exit
DK3558010T3 (da) 2016-12-21 2021-08-30 Marel Further Proc Bv Indretning og fremgangsmåde til støbning af levnedsmiddeleprodukter ud fra en levnedsmiddelmasse der kan pumpes
IT201900002537A1 (it) * 2019-02-21 2020-08-21 La Felsinea S R L Dispositivo per la produzione di hamburger
CN114868946B (zh) * 2022-04-13 2023-01-03 东台市汉源食品机械制造有限公司 一种分离退料式块状食品成型模具

Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3177524A (en) * 1963-03-25 1965-04-13 Claude M Snyder Meat molding machine
US3416187A (en) * 1966-04-18 1968-12-17 Rene A. Chartier Patty molding machine
US4054967A (en) * 1975-10-20 1977-10-25 Formax, Inc. Food patty molding machine
US4153974A (en) * 1977-09-16 1979-05-15 Hollymatic Corporation Molding device
US4272864A (en) * 1979-03-29 1981-06-16 Holly Harry H Method for making food patty
FR2571596A2 (fr) * 1984-04-25 1986-04-18 Hely Joly Michel Perfectionnements apportes aux dispositifs pour la confection semi-automatique de biftecks a partir de viande hachee
EP0366877A1 (en) * 1988-10-31 1990-05-09 Formax, Inc. Patty molding mechanism for fibrous food product
US4975039A (en) * 1989-09-18 1990-12-04 Dare Gary L Food molding and portioning apparatus
WO1991001644A1 (en) * 1989-08-10 1991-02-21 Marlen Research Corporation Slide plate patty forming apparatus

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2852809A (en) * 1956-04-03 1958-09-23 Stephen T Miles Device for molding plastic material
US2820247A (en) * 1956-07-19 1958-01-21 Michaud Abner Multiple patty forming machine
US3535735A (en) * 1968-02-16 1970-10-27 Campbell Soup Co Extruding apparatus and system
US3800362A (en) * 1971-10-12 1974-04-02 Hobart Mfg Co Patty machine
US4118169A (en) * 1977-01-17 1978-10-03 Haluska Jerald R Molding apparatus
US4276318A (en) * 1978-11-09 1981-06-30 Armour And Company Apparatus and method for molding meat patties
US4541143A (en) * 1982-11-23 1985-09-17 Holly Systems, Inc. Method and apparatus for forming a patty to accommodate tissue fiber flow
US4516291A (en) * 1983-05-31 1985-05-14 Goldberger Foods Inc. Apparatus and process for forming meat patties
ES2032248B1 (es) * 1990-07-27 1994-07-16 Gaser Ind Perfeccionamientos en las maquinas productoras de hamburguesas.

Patent Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3177524A (en) * 1963-03-25 1965-04-13 Claude M Snyder Meat molding machine
US3416187A (en) * 1966-04-18 1968-12-17 Rene A. Chartier Patty molding machine
US4054967A (en) * 1975-10-20 1977-10-25 Formax, Inc. Food patty molding machine
US4153974A (en) * 1977-09-16 1979-05-15 Hollymatic Corporation Molding device
US4272864A (en) * 1979-03-29 1981-06-16 Holly Harry H Method for making food patty
FR2571596A2 (fr) * 1984-04-25 1986-04-18 Hely Joly Michel Perfectionnements apportes aux dispositifs pour la confection semi-automatique de biftecks a partir de viande hachee
EP0366877A1 (en) * 1988-10-31 1990-05-09 Formax, Inc. Patty molding mechanism for fibrous food product
WO1991001644A1 (en) * 1989-08-10 1991-02-21 Marlen Research Corporation Slide plate patty forming apparatus
US4975039A (en) * 1989-09-18 1990-12-04 Dare Gary L Food molding and portioning apparatus

Also Published As

Publication number Publication date
FR2736510A1 (fr) 1997-01-17
GB9613910D0 (en) 1996-09-04
GB2303098A (en) 1997-02-12
US5618571A (en) 1997-04-08
DE19627661A1 (de) 1997-01-16
FR2736510B1 (fr) 1999-10-29
CA2180713A1 (en) 1997-01-11
JPH0998758A (ja) 1997-04-15
GB2303098A8 (en) 1997-03-03
GB2303098B (en) 1998-11-04
NL1003519A1 (nl) 1997-01-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1003519C2 (nl) Inrichting voor het vormen van voedsel en werkwijze voor het vormen van voedselprodukten.
NL1005902C1 (nl) Inrichting en werkwijze voor het vormen van voedselproducten.
CA1075964A (en) Food patty molding machine
US7591644B2 (en) Counter-balanced mold plate for food patty molding machine
US4356595A (en) Method and apparatus for molding food patties
EP0496768B1 (en) Food molding and portioning apparatus
US20050072314A1 (en) Breather system for a reciprocating mold plate patty-forming machine
US6517340B2 (en) Mold plate having multiple rows of cavities for food patty-molding apparatus
EP2901863A2 (en) 3D-food product forming apparatus and process
PL189173B1 (pl) Krajalnica kalibrowana
US6645063B1 (en) Cutting and calibrating device
US20020114861A1 (en) Food patty-molding apparatus having mold plate with multiple rows of cavities
US3901140A (en) Bacon press with slab ejector
CA2475422C (en) Patty-forming apparatus
JPH08506968A (ja) 成形機
CA2544179C (en) A method and system for controlling product flow on a food product molding machine
US9282753B2 (en) Venting window
DK176431B1 (da) Anlæg for formning af köd samt en fremgangsmåde for flytning af en form
UA68923A (en) Device for injecting a meat raw material
WO2002068172A1 (en) Multi-row food patty-molding apparatus
JPS5853906B2 (ja) 肉製品生地の連続成形装置
UA48723A (uk) Пристрій для ін'єктування м'ясної сировини
NO126552B (nl)

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 19980812

PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20060201