NL1035232C2 - Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. - Google Patents
Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1035232C2 NL1035232C2 NL1035232A NL1035232A NL1035232C2 NL 1035232 C2 NL1035232 C2 NL 1035232C2 NL 1035232 A NL1035232 A NL 1035232A NL 1035232 A NL1035232 A NL 1035232A NL 1035232 C2 NL1035232 C2 NL 1035232C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- animal
- interaction system
- light
- light unit
- illuminate
- Prior art date
Links
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 title claims description 262
- 230000003993 interaction Effects 0.000 title claims description 58
- 210000002445 nipple Anatomy 0.000 claims description 52
- 210000000481 breast Anatomy 0.000 claims description 30
- 241000233866 Fungi Species 0.000 claims description 25
- 241000894006 Bacteria Species 0.000 claims description 24
- 210000003323 beak Anatomy 0.000 claims description 4
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 2
- 230000003213 activating effect Effects 0.000 description 1
- 244000052616 bacterial pathogen Species 0.000 description 1
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 1
- 238000005286 illumination Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J7/00—Accessories for milking machines or devices
- A01J7/02—Accessories for milking machines or devices for cleaning or sanitising milking machines or devices
- A01J7/025—Teat cup cleaning, e.g. by rinse jetters or nozzles
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J7/00—Accessories for milking machines or devices
- A01J7/04—Accessories for milking machines or devices for treatment of udders or teats, e.g. for cleaning
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/12—Milking stations
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K11/00—Marking of animals
- A01K11/006—Automatic identification systems for animals, e.g. electronic devices, transponders for animals
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K13/00—Devices for grooming or caring of animals, e.g. curry-combs; Fetlock rings; Tail-holders; Devices for preventing crib-biting; Washing devices; Protection against weather conditions or insects
- A01K13/001—Washing, cleaning, or drying devices
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K5/00—Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
- A01K5/01—Feed troughs; Feed pails
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Birds (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Apparatus For Disinfection Or Sterilisation (AREA)
- Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
Description
Titel: Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid.
De uitvinding heeft betrekking op een dier-interactiesysteem voor het melken, voeren en/of selecteren van dieren.
Een dergelijk dier-interactiesysteem is op zich bekend. Het dier-interactiesysteem kan bijvoorbeeld zijn voorzien van, of bestaan uit, een 5 melkrobot, een voerautomaat, een selectiebox, een selectiehek, een dierdetectiepoortje etc.
Een dergelijk dier-interactiesysteem komt, in gebruik, in aanraking met het dier. Eén of meer van deze dieren kunnen zijn besmet met ziekteverwekkende bacteriën, sporen en/of schimmels. Een gevolg is dat 10 ook het dier-interactiesysteem kan worden vervuild met dergelijke bacteriën, sporen en/of schimmels. Dit heeft weer tot gevolg dat andere dieren die met het dier-interactiesysteem in aanraking komen, kunnen worden besmet met genoemde bacteriën, sporen en/of schimmels. De uitvinding beoogt het gevaar van besmetting van dieren te verminderen.
15 De uitvinding wordt dienovereenkomstig gekenmerkt in dat het systeem is voorzien van tenminste een UV-lichteenheid voor het opwekken van UV-licht waarbij het systeem dusdanig is ingericht dat wanneer de UV-lichteenheid het UV-licht opwekt, het UV-licht een deel van het systeem belicht dat, in gebruik, in contact komt met een dier voor het doden van 20 bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het deel van het systeem bevinden en/of dat het UV-licht een deel van een dier kan belichten dat zich in de nabijheid van het systeem bevindt voor het doden van bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het deel van het dier bevinden. Doordat overeenkomstig de uitvinding met behulp van de tenminste één UV-25 lichteenheid bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het systeem en/of op het dier bevinden worden gedood, wordt het risico van besmetting van 1035232 2 gezonde dieren verminderd. Immers, wanneer een dier is besmet met genoemde bacteriën, sporen en/of schimmels kunnen dergelijke bacteriën, sporen en/of schimmels bij het dier worden gedood waardoor het risico dat het dier andere dieren besmet wordt verkleind. Wanneer sporen, bacteriën 5 en/of schimmels zich op het dier-interactiesysteem bevinden, wordt het risico dat een dier wordt besmet eveneens verkleind wanneer deze bacteriën, sporen en/of schimmels worden gedood. Bovendien wordt, indien besmette delen van het dier zelf worden belicht, het dier zelf behandeld door het doden van sporen, bacteriën en/of schimmels die zich op of in de 10 besmette delen van het dier bevinden.
In het bijzonder geldt dat het systeem is voorzien van een inrichting voor het melken van dieren die is voorzien van tenminste één tepelbeker. Bij voorkeur geldt hierbij dat het systeem dusdanig is ingericht dat UV-licht de tenminste ene tepelbeker kan belichten wanneer deze niet 15 wordt gebruikt voor het melken van een dier. Bij het belichten van de tepelbeker worden eventuele bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op de tepelbeker bevinden, gedood. In het bijzonder geldt hierbij dat het systeem is voorzien van een veelvoud van tepelbekers waarbij het systeem is ingericht om elke tepelbeker wanneer deze niet wordt gebruikt voor het 20 melken, met het UV-licht te belichten. Meer in het bijzonder geldt hierbij dat het systeem is ingericht om een binnenzijde van de tenminste ene tepelbeker te belichten.
In het bijzonder geldt voorts dat het systeem is ingericht voor het voederen van het dier en hiertoe is voorzien van tenminste één voersysteem, 25 dat in het bijzonder is voorzien van een voerbak. In het bijzonder geldt hierbij dat het systeem is ingericht om tenminste een deel van het voersysteem, zoals een deel van de voerbak waarmee een dier in contact kan komen te belichten met het UV-licht. Een voordeel is dat bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het genoemde deel van het voersysteem 30 bevinden, worden gedood waardoor een dier dat met dit deel van het 3 voersysteem in aanraking komt wederom niet kan worden besmet. In het bijzonder geldt dat het systeem is voorzien van tenminste een selectiebox en/of een selectiehek voor het selecteren van dieren. Hierbij geldt bij voorkeur dat het systeem is ingericht om tenminste een deel van de 5 selectiebox en/of tenminste een deel van het selectiehek te belichten met het UV-licht. Net als bij de voerbak gaat het hier wederom om een deel van de selectiebox en/of het selectiehek dat, in gebruik, in aanraking komt met dieren en hierdoor kan worden besmet met genoemde bacteriën, sporen en/of schimmels. Doordat deze delen worden belicht met UV-licht zullen de 10 bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op deze delen bevinden, worden gedood.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm geldt dat het systeem is ingericht om, in gebruik, tenminste een uier en/of bek van een dier te belichten. De uier en de bek van het dier zijn immers juist de delen van het 15 dier die bacteriën, sporen en/of schimmels kunnen dragen. Ook zijn het delen van een dier die, in gebruik, in aanraking komen met het dier-interactiesysteem. Door juist deze delen van het dier te belichten, worden bacteriën, sporen en/of schimmels bij het dier gedood. Bij voorkeur geldt dat het systeem is ingericht om tenminste een uier en/of bek van het dier te 20 belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de plaats bevindt waar deze zal worden gemolken met behulp van de tenminste ene tepelbeker. Omdat het dier zich regelmatig naar de plaats bevindt waar deze zal worden gemolken, is dit een plaats die bij uitstek geschikt is om het dier met UV-licht te behandelen.
25 Bij voorkeur geldt dat het systeem is ingericht om tenminste een uier en een bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de plaats bevindt waar deze zal worden gevoederd met behulp . van het systeem. Ook deze plaats is een plaats die regelmatig door het dier zal worden bezocht waardoor deze plaats geschikt is om het dier met UV-30 licht te behandelen.
4
In het bijzonder geldt dat het systeem is ingericht om tenminste een uier en/of bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van een selectiebox en/of selectiehek van het systeem bevindt. Ook de selectiebox en/of het selectiehek markeert een positie van het systeem 5 waar het dier zich met enige regelmaat bevindt zodat ook deze positie geschikt is om het dier te belichten.
In het bijzonder geldt dat het systeem is voorzien van dieraanwezigheids-herkenningsmiddelen voor het herkennen van de aanwezigheid van een dier op een vooraf bepaalde plaats en voor het, 10 afhankelijk van de wel of niet herkende aanwezigheid van een dier op de vooraf bepaalde plaats, activeren van de tenminste ene UV-lichteenheid voor het belichten van het deel van het dier. De vooraf bepaalde plaats kan dan bijvoorbeeld de plaats zijn waar de tepelbeker zich bevindt (dat wil zeggen, de plaats waar het dier wordt gemolken), de plaats zijn waar zich de 15 voerbak bevindt, de plaats zijn waar zich de selectiebox bevindt en/of de plaats zijn waar het selectiehek zich bevindt. In het bijzonder geldt hierbij dat de dieraanwezigheids-herkenningsmiddelen een dieridentificatiesysteem voor het detecteren van een transponder van een dier.
20 De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening.
Hierin toont:
Fig. 1 een mogelijke uitvoeringsvorm van een dier-interactiesysteem volgens de uitvinding; 25 Fig. 2 een tweede uitvoeringsvorm van een dier-interactiesysteem volgens de uitvinding; en
Fig. 3 een tepelbeker van het systeem volgens figuur 2.
In figuur 1 is met referentienummer 1 een dier-interactiesysteem voor het melken, voeren en/of selecteren van dieren aangeduid. Het dier-30 interactiesysteem is voorzien van een eerste ruimte 2 waarin voerbakken 5 4,6 staan opgesteld. De eerste ruimte 2 heeft een ingang 8 en een uitgang 10. De uitgang 10 geeft toegang tot een selectiebox 12 met een eerste uitgang 14 en een tweede uitgang 16. De selectiebox 12 is voorzien van een hek 18 dat in een eerste stand de uitgang 16 kan afsluiten en daarmee de 5 uitgang 14 vrijgeven en in een tweede stand de uitgang 14 kan afsluiten en daarmee de uitgang 16 kan vrijgeven. De uitgang 14 geeft toegang tot een melkruimte 20. De uitgang 16 geeft toegang tot een stalruimte 22. In de melkruimte 20 staan twee op zich bekende inrichtingen 24, 26 opgesteld voor het melken van de dieren. Elke melkinrichting 24, 26 is voorzien van 10 een veelvoud van melkplaatsen 28 waar een dier kan worden gemolken. In de tekening zijn bij elke melkinrichting 24, 26 drie van deze melkplaatsen 28 in gebruik. Meestal zijn alle melkplaatsen in gebruik. De melkruimte is voorts nog voorzien van vier uitgangen 30, 31, 32, 34, elk voorzien van tenminste een hek dat de betreffende uitgang kan afsluiten of vrijgeven.
15 In dit voorbeeld geldt dat de voerbak 4 is voorzien van drie UV- lichteenheden 40.1, 40.2 en 40.3. Elke UV-lichteenheid 40.i (i=l,2,3) is verbonden met een besturingsinrichting 42.i. De besturingsinrichting 42.i is ingericht voor het activeren en deactiveren van de UV-lichteenheid 40.i. Nabij iedere UV-lichteenheid 40.i is in dit voorbeeld tevens een 20 dieraanwezigheids-herkenningsmiddel 44.i aangebracht voor het herkennen van de aanwezigheid van een dier wanneer deze zich bij de voerbak bevindt. In het bijzonder geldt in dit voorbeeld dat het dieraanwezigheids-herkenningsmiddel 44.i een dier herkent wanneer het dier zich nabij de UV-lichteenheid 40.i bevindt (i=l,2,3). Iedere dieraanwezigheids-25 herkenningsmiddel 44.i is verbonden met een in dit voorbeeld centrale computer 46. In dit voorbeeld betreft iedere dieraanwezigheids-herkenningsmiddel 44.i een op zich bekend dieridentificatiemiddel voor het detecteren van een transponder van een dier. Wanneer een dier zich bijvoorbeeld in de nabijheid het dieridentificatiemiddel 44.i bevindt, zal deze 30 een transponder van het dier detecteren en de aldus bepaalde identiteit van 6 het dier doorgeven aan de computer 46 middels een signaal S. De computer 46 zal vervolgens een controlesignaal C genereren dat wordt toegevoerd aan de besturingsinrichting 42.i. De besturingsinrichting 42.i activeert vervolgens in reactie op de ontvangst van het controlesignaal C de UV-5 lichteenheid 40.i. Het gevolg is dat de UV-lichteenheid 40.i, in dit voorbeeld, de bek van het dier belicht met UV-licht. Hierdoor zullen bacteriën, sporen enVof schimmels die zich op de bek van het dier bevinden, worden gedood. In dit voorbeeld wordt de bek van het dier dus belicht wanneer het dier aanwezig is. Het is echter ook mogelijk dat de computer 46 de 10 besturingsinrichting 42.i bestuurt in afhankelijkheid van de bepaalde identiteit van het dier. Zo kan de computer 46 afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier via de besturingsinrichting 42.i de UV-lichteenheid wel of niet activeren. Zo kan bijvoorbeeld een boer in de computer hebben opgeslagen dat bij bepaalde dieren wel de bek van het dier moet worden 15 belicht en bij andere bepaalde dieren de bek van het dier niet moet worden belicht. Deze keuze van de boer kan te maken hebben met een hem bekende gezondheidstoestand van het dier. Ook is het mogelijk dat afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier de computer de intensiteit of een maximale tijdsduur van het belichten van het betreffende deel van het dier 20 regelt. Ook kan de computer 46 het belichten staken, dat wü zeggen de UV-lichteenheid uitschakelen, wanneer vervolgens geen identiteit meer van het dier wordt gedetecteerd met het dieridentificatiemiddel. Het dier is dan kennelijk weggelopen zodat het niet zinvol is ook de UV-lichteenheid aan te laten staan. Wanneer zich geen dier bevindt nabij het 25 dieridentificatiemiddel 44.i, wordt dit in dit voorbeeld eveneens door het dieridentificatiemiddel 44.i aan de centrale computer 46 doorgegeven. In dit voorbeeld is de centrale computer 46 dusdanig ingericht dat deze op regelmatige tijdstippen, bijvoorbeeld tweemaal per etmaal, de besturingsinrichting 42.i activeert wanneer zich geen dier in het bereik van 30 het dieridentificatiemiddel 44.i bevindt. Het gevolg is dan dat een deel van 7 de voerbak wordt belicht met UV-licht dat wordt opgewekt door de UV-lichteenheid 44.i. Dit heeft weer tot gevolg dat genoemde bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op dit deel van de voerbak bevinden, worden gedood. Een dergelijke procedure wordt met elk van de UV-lichteenheden 5 40.i (i=l,2,3) op regelmatige tijdstippen uitgevoerd om verschillende delen van de voerbak te belichten wanneer er geen dieren in de nabijheid van deze delen van de voerbak aanwezig zijn.
De UV-lichteenheden 40.1-40.3 hebben bij deze uitvoeringsvorm derhalve als doel het belichten van delen van de voerbak en het belichten 10 van delen van een dier voor het doden van bacteriën, sporen en/of schimmels.
De voerbak 6 is in dit voorbeeld eveneens voorzien van dergelijke UV-lichteenheden 40.i (i=4,5), dieridentificatiemiddelen 44.i (i=4,5) alsmede besturingsinrichtingen 42.1 (i=4,5) die geheel analoog werken zoals 15 omschreven met betrekking tot de voerbak 4.
In de vloer bij de ingang 8 (in de figuur gestippeld weergegeven middels een rechthoek) is in dit voorbeeld eveneens een UV-lichteenheid 40.6 en 40.7 aangebracht. Tevens is een dieridentificatiemiddel 44.6 aangebracht die de aanwezigheid van een dier bij de ingang 8 detecteert.
20 Het dieridentificatiemiddel 44,6 is in dit voorbeeld rechtstreeks verbonden met een besturingsinrichting 42.6. Wanneer een dier bij de ingang 8 wordt gedetecteerd door het dieridentificatiemiddel 44.6 zal deze dit doorgeven aan de besturingsinrichting 42.6. De besturingsinrichting 42.6 zal vervolgens de UV-lichteenheden 40.6 en 40.7 activeren. Een gevolg hiervan 25 is dat de uier van het betreffende dier en daarmee elk van de spenen van de uier van het betreffende dier zullen worden belicht zodat eventuele bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op de spenen en/of de uier bevinden, zullen worden gedood.
In de selectiebox 12 is eveneens dieridentificatiemiddel 44.8 30 aangebracht voor het herkennen van de aanwezigheid van een dier in de 8 betreffende selectiebox. Wanneer het dier door het dieridentificatiemiddel 44.8 is geïdentificeerd wordt dit middels een signaal S aan de centrale computer 46 doorgegeven. De centrale computer 46 bepaald vervolgens welke uitgang 14, 16 met behulp van het hek 18 moet worden afgesloten en 5 genereert een dienovereenkomstig controlesignaal C dat aan de selectiebox wordt toegevoerd voor het bedienen van het hek 18. Aldus wordt, hetzij de uitgang 14, hetzij de uitgang 16, vrijgegeven. In dit voorbeeld is wederom in de vloer van de uitgang 14 een UV-lichteenheid 40.9 aangebracht en is voorts in de vloer van de uitgang 16 een UV-lichteenheid 40.10 aangebracht. 10 Andere plaatsen boven de vloer zijn echter ook denkbaar zoals bevestiging aan een hek. Wanneer de uitgang 14 wordt vrijgegeven, stuurt de centrale computer 46 middels het controlesignaal C tevens een besturingsinrichting 42.9 aan die bewerkstelligt dat de UV-lichteenheid 40.9 wordt geactiveerd met als gevolg dat de onderzijde van het dier met UV-licht wordt belicht 15 wanneer het dier de uitgang 14 passeert. Het gevolg hiervan is dat zowel de bek van het dier als de uier van het dier worden belicht. Geheel analoog bewerkstelligt de centrale computer 46 middels het controlesignaal C dat de besturingsinrichting 42.10 de UV-lichteenheid 40.10 activeert die zich in de vloer van de uitgang 16 bevindt wanneer een dier deze uitgang passeert.
20 Het gevolg hiervan is dat zowel de bek van het dier als de uier van het dier worden belicht
In dit voorbeeld geldt dat iedere melkplaats 28.i (i=ll,12,13,...) is voorzien van een UV-lichteenheid die ook hier zal worden aangeduid met 40.i (i=ll, 12 ,13 ..). Voorts is op iedere melkplaats 28 een 25 dieridentificatiemiddel 44.i (1=11,12,13,..) aangebracht die met de centrale computer 46 is verbonden. De centrale computer 46 is voorts verbonden met besturingsinrichtingen 42.i (i= 11,12, 13,...) die elk zijn verbonden met een UV-lichteenheid 40.i (i=ll,12, 13) die zich op de melkplaats 28.i bevindt. Geheel analoog zoals hiervoor besproken geldt dat, zodra een dier wordt 30 geïdentificeerd dat zich in één van de melkplaatsen 28.i bevindt, dit wordt 9 doorgegeven aan de centrale computer 46 die vervolgens bewerkstelligd dat de bij de betreffende melkplaats behorende besturingsinrichting 42.i wordt aangestuurd opdat deze de UV-lichteenheid 40.i van de betreffende melkplaats 28.i activeert. Hierdoor wordt in dit voorbeeld wederom de uier 5 van het dier belicht.
In figuur 2 wordt een tweede uitvoeringsvorm van een dier-interactiesysteem 1 volgens de uitvinding getoond. Het dier-interactiesysteem 1 is voorzien van een voerbak 4 die op automatische wijze met behulp van een vulinrichting 50 kan worden gevuld met voer. De 10 vulinrichting 50 is in dit voorbeeld voorzien van een schep die kan worden gevuld met voer 54 en die kan worden geopend om het voer te storten op een geleidingsvlak 52 zodat het voer 54 in de voerbak 4 terecht komt. Het dier-interactiesysteem 1 is voorts voorzien van een melkplaats 70 en een bij de melkplaats 70 opgestelde melkinrichting 56 voor het melken van een dier 15 dat zich op de melkplaats 70 bevindt. De inrichting is in dit voorbeeld voorzien van vier tepelbekers 58.j (j=l,2,3,4). In de tekening zijn twee van deze tepelbekers getoond. Het systeem is voorts voorzien van een dieridentificatiemiddel 60 van een soort zoals aan de hand van figuur 1 besproken voor het herkennen van een aanwezigheid van een dier op een 20 vooraf bepaalde plaats. In dit voorbeeld is het dieridentificatiemiddel aangebracht bij de voerbak 4. Het dieridentificatiemiddel 60 is in dit voorbeeld ingericht voor het detecteren van een transponder 62 van het dier dat rond de nek van het dier wordt gedragen. Het is ook mogelijk dat de transponder aan een oor of poot van het dier is bevestigd of zich in het dier 25 bevindt. Het dier-interactiesysteem 1 is verder voorzien van een eerste UV-lichteenheid 64.1 en een tweede UV-lichteenheid 64.2 die elk van een soort zijn zoals aan de hand van figuur 1 is besproken. Voorts is het dier-. interactiesysteem 1 voorzien van een besturingsinrichting 66.1 die enerzijds met het dieridentificatiemiddel 60 is verbonden en anderzijds met de UV-30 lichteenheid 64.1 is verbonden. Voorts is het systeem voorzien van een 10 besturingsinrichting 66.2 die enerzijds met het dieridentificatiemiddel 60 is verbonden en die anderzijds met de UV-lichteenheid 64.2 is verbonden. De tot op dit punt omschreven inrichting werkt als volgt.
Wanneer het dier zich naar de voerbak 4 begeeft, zal het 5 dieridentificatiemiddel 60 het dier identificeren. Aldus wordt het dier geïdentificeerd en wordt de aanwezigheid van het dier op de melkplaats 70 herkend. Wanneer de aanwezigheid van het dier op de melkplaats 70 is herkend, geeft het dieridentificatiemiddel dit via een signaalleiding 72 door aan de besturingsinrichting 66.1 die in reactie hierop via een signaalleiding 10 74 bewerkstelligt dat de UV-lichteenheid 64.1 wordt geactiveerd. Het gevolg is dat de bek van het dier zal worden belicht met UV-licht. Wanneer de aanwezigheid van het dier op de melkplaats 70 is herkend, geeft het dieridentificatiemiddel dit tevens via een signaalleiding 76 door aan de besturingsinrichting 66.2 die in reactie hierop via een signaalleiding 78 15 bewerkstelligt dat de UV-lichteenheid 64.2 wordt geactiveerd. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat tenminste één speen van het dier wordt belicht. Meer in het bijzonder geldt in dit voorbeeld dat alle spenen van de uier van het dier worden belicht. Immers, wanneer het dier zich met zijn hoofd bij de voerbak bevindt, zullen alle spenen van het dier worden belicht wanneer de 20 UV-lichteenheid 64.2 wordt geactiveerd. Er geldt dan tevens dat het uier en/of de bek van het dier wordt belicht wanneer het dier zich in de nabijheid van de plaats bevindt waar deze zal worden gemolken met behulp van tenminste één van de tepelbekers 58.j. Er geldt dus tevens bij dit voorbeeld dat een systeem is ingericht om een uier en/of de bek van het dier te 25 belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de plaats bevindt waar deze zal worden gevoederd met behulp van het systeem.
Het systeem is in dit voorbeeld tevens dusdanig ingericht dat de UV-lichteenheid 64.1 een binnenzijde van de voerbak kan belichten wanneer geen dier aanwezig is. De besturingsinrichting 66.1 kan 30 bijvoorbeeld dusdanig zijn ingericht dat deze op gezette tijden de voerbak 11 belicht wanneer geen dier aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld tweemaal per etmaal gebeuren. Ook is het mogelijk dat weer gebruik wordt gemaakt van de computer 46. In dat geval wordt de met het dieridentificatiemiddel 60 bepaalde identiteit aan de computer 46 toegevoerd (via gestippeld 5 weergegeven leiding 100). De computer 46 bestuurt vervolgens in afhankelijkheid van de bepaalde identiteit de besturingsinrichtingen 66.1 en 66.2 aan (via gestippeld weergegeven leidingen 102 en 104). Het dier-interactiesysteem is bijvoorbeeld ingericht om, in gebruik, de tenminste ene UV-lichteenheid afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier niet of 10 wel activeert voor het belichten van een deel van het dier. Zo kan de computer afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier bepalen of de bek en/of de uier van het dier moet worden belicht. Zo kan bij een bepaald dier bijvoorbeeld worden bepaald dat alleen de uier moet worden belicht en niet de bek, bij een ander dier alleen de bek, bij weer een ander dier zowel 15 de bek als de uier en bij weer een ander dier kan worden bepaald dat in het geheel geen belichting zal plaatsvinden. Er geldt dan dus dat het dier-interactiesysteem is ingericht om selectief tenminste een deel van een veelvoud van delen van het dier te belichten met behulp van de tenminste ene UV-lichteenheid (in dit voorbeeld de UV-lichteenheden 64.1 en 64.2) en 20 waarbij het dier-interactiesysteem verder is ingericht om, in gebruik, afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier tenminste een bepaald deel van het veelvoud van delen van het dier (in dit voorbeeld de uier en de bek) te selecteren voor belichting met de tenminste ene de UV-lichteenheid. In het bijzonder kan nog gelden dat het dier-interactiesysteem is ingericht 25 om, in gebruik, de intensiteit van het UV-licht dat door de tenminste ene UV-lichteenheid wordt gegenereerd afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier te regelen. Zo kan de computer 46 dusdanig regelen dat bij het ene bepaalde dier de uier relatief zwak worden belicht terwijl bij een ander bepaald dier de uier relatief sterk wordt belicht. Ook kan afhankelijk van de 30 bepaalde identiteit de maximale belichtingduur van de uier en/of de bek 12 wordt geregeld door de computer. Ook kan de computer 46 de UV-lichteenheden 64.1 en 64. 2 uitschakelen wanneer met behulp van het dieridentificatiemiddel 60 geen identiteit en daarmee geen aanwezigheid van een dier meer wordt gedetecteerd. Ook kan het nog zo zijn dat het 5 systeem dusdanig is ingericht dat met behulp van UV-licht tenminste één tepelbeker 58.j wordt belicht wanneer deze niet wordt gebruikt voor het melken van een dier. Een dergelijke variant is in figuur 3 getoond.
Figuur 3 toont een tepelbeker 58.j die bijvoorbeeld zou kunnen worden gebruikt bij systemen die in figuur 1 en/of 2 zijn omschreven. De 10 tepelbeker 58.j is aan zijn binnenzijde voorzien van een sensor 80 om te detecteren of een uier 82 van het dier in de tepelbeker 58.j aanwezig is. De sensor 80 is hiertoe verbonden met de besturingsinrichting 42.1 en 42.2. De besturingsinrichting 42.1 is op zijn beurt verbonden met een UV-lichteenheid 40.1 die zich in de tepelbeker bevindt. De besturingsinrichting 15 42.2 is verbonden met een UV-lichteenheid 40.2 die zich eveneens in de tepelbeker bevindt. De besturingsinrichtingen 42.1 en 42.2 zijn in dit voorbeeld dusdanig ingericht dat wanneer met behulp van de sensor 80 wordt gedetecteerd dat geen uier 82 in de tepelbeker aanwezig is, de UV-lichteenheden 40.1 en 40.2 worden geactiveerd voor het belichten van een 20 binnenzijde van de tepelbeker. Eventuele bacteriën die zich in de binnenzijde van de tepelbeker bevinden worden dan gedood. Dit geldt eveneens voor sporen en/of schimmels. Hierbij kan het systeem dusdanig zijn ingericht dat de betreffende tepelbeker aan zijn binnenzijde wordt bestraald met UV-licht nadat deze is gebruikt voor het melken van een dier. 25 Voor een dergelijke besturing kunnen de besturingsinrichtingen 42.1 en 42.2 bijvoorbeeld zijn verbonden met een centrale computer 46 van het dier-interactiesysteem volgens figuur 2 dat de voerinrichting 50 en de melkinrichting 56 voor het melken van de dieren bestuurd. De centrale computer 46 kan dan bijvoorbeeld bewerkstelligen dat, na het melken van 30 een dier, middels de besturingsinrichtingen 42.1 en 42.2 van figuur 3 de UV- 13 lichteenheden 40.1 en 40.2 van de tepelbeker 58.j van figuur 3 worden geactiveerd. Ook is het denkbaar dat de computer 46 bewerkstelligt dat UV-lichteenheden 40.1 en 40.2 van figuur 3 na het melken worden geactiveerd wanneer zich de speen 82 nog in de tepelbeker 58.j bevindt. Een gevolg 5 hiervan is dat de uier zelf wordt belicht met het UV-licht. Opgemerkt wordt dat de sensor 80 kan worden weggelaten wanneer het besturingsinrichtingen 42.1 en 42.2 en/of de centrale computer 46 op andere wijze reeds weten dat de tepelbeker bij de dier is aangesloten.
In het bijzonder geldt dat elke tepelbeker 58.j (j=l,2,3,4) van het dier-10 interactiesysteem volgens figuur 2 is uitgevoerd zoals besproken voor de tepelbeker volgens figuur 3. Er geldt dan in dit voorbeeld dat het systeem volgens figuur 2 is voorzien van een veelvoud van tepelbekers waarbij het systeem is ingericht om elke tepelbeker, wanneer deze niet wordt gebruikt voor het melken, met het UV-licht te belichten. Er geldt tevens dat het 15 systeem is voorzien van een veelvoud van UV-eenheden voor het belichten van een veelvoud van tepelbekers. Meer in het bijzonder geldt dat het systeem is voorzien van een UV-lichteenheid per tepelbeker voor het belichten van de betreffende tepelbeker. Tevens geldt in dit voorbeeld dat het systeem is ingericht om een binnenzijde van de tenminste ene 20 tepelbeker te belichten. Uiteraard is het eveneens denkbaar dat bijvoorbeeld met behulp van één UV-lichteenheid een buitenzijde van alle tepelbekers wordt belicht voor het doden van bacteriën, schimmels en dergelijke die zich op deze buitenzijde bevinden. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
25 t 03 5 23 2
Claims (28)
1. Dier-interactiesysteem voor het melken, voeren en/of selecteren van dieren, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van tenminste een UV-lichteenheid voor het opwekken van UV-licht waarbij het systeem dusdanig is ingericht dat wanneer de UV-lichteenheid het UV-licht opwekt, 5 het UV-licht een deel van het systeem belicht dat, in gebruik, in contact komt met een dier voor het doden van bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het deel van het systeem bevinden en/of dat het UV-licht een deel van een dier kan belichten dat zich in de nabijheid van het systeem bevindt voor het doden van bacteriën, sporen en/of schimmels die zich op het deel 10 van het dier bevinden.
2. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van een inrichting voor het melken van dieren en is voorzien van tenminste een tepelbeker. 15
3. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het systeem dusdanig is ingericht dat het UV-licht de tenminste ene tepelbeker kan belichten wanneer deze niet wordt gebruikt voor het melken van een dier. 20
4. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van een veelvoud van tepelbekers waarbij het systeem is ingericht om elke tepelbeker wanneer deze niet wordt gebruikt voor het melken met het UV-licht te belichten. 25
5. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat 1035232 het systeem is voorzien van een veelvoud van UV-eenheden voor het belichten van het veelvoud van tepelbekers.
6. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat 5 het systeem is voorzien van een UV-lichteenheid per tepelbeker voor het belichten van de betreffende tepelbeker.
7. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 3-6, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om een binnenzijde van de tenminste 10 ene tepelbeker te belichten.
8. Dier-interactiesysteem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht voor het voederen van een dier en hiertoe is voorzien van een voersysteem dat bijvoorbeeld is voorzien van 15 tenminste een voerbak.
9. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om tenminste een deel van het voersysteem, in het bijzonder tenminste een deel van de voerbak te belichten met het UV-licht. 20
10. Dier-interactiesysteem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van tenminste een selectiebox en/of selectiehek voor het selecteren van dieren.
11. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om tenminste een deel van de selectiebox en/of tenminste een deel het selectiehek te belichten met het UV-licht.
12. Dier-interactiesysteem volgens een der voorgaande conclusies, met 30 het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, tenminste een uier en/of bek en/of een ander deel van een dier te belichten.
13. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, alle spenen van de uier van het dier 5 te belichten.
14. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 2 en volgens conclusie 12 of 13 met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om tenminste een uier en/of bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van 10 de plaats bevindt waar deze zal worden gemolken met behulp van de tenminste ene tepelbeker.
15. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 8 en volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om tenminste een uier 15 en/of bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de plaats bevindt waar deze zal worden gevoederd met behulp van het systeem.
16. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat 20 het systeem is ingericht om tenminste een uier en/of bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de voerbak bevindt.
17. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 10 en volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om tenminste een uier 25 en/of bek van het dier te belichten wanneer het dier zich in de nabijheid van de selectiebox en/of het selectiehek bevindt.
18. Dier-interactiesysteem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van dieraanwezigheids- herkenningsmiddelen voor het herkennen van de aanwezigheid van een dier op een vooraf bepaalde plaats.
19. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat 5 het systeem is ingericht om afhankelijk van de wel of niet herkende aanwezigheid van een dier op de vooraf bepaalde plaats activeren van de tenminste ene UV-lichteenheid voor het belichten van het deel van het dier.
20. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat 10 de vooraf bepaalde plaats een plaats is waar het dier wordt gemolken, een plaats is waar zich een tepelbeker van het systeem bevindt, een plaats is waar zich een voerbak van het systeem bevindt, een plaats is waar zich een selectiebox van het systeem bevindt en/of een plaats is waar zich een selectiehek van het systeem bevindt. 15
21. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 18-20, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om een UV-lichteenheid weer uit te schakelen omdat de aanwezigheid van een dier niet langer wordt herkend terwijl daarvoor de aanwezigheid van het dier wel werd herkend en de UV- 20 lichteenheid was ingeschakeld.
22. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 18-21, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om de tenminste ene UV-lichteenheid uit te schakelen nadat deze een maximale tijd heeft aangestaan voor het 25 belichten van het deel van het dier.
23. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 18-22, met het kenmerk, dat de dieraanwezigheids-herkenningsmiddelen een dieridentificatiesysteem voor het detecteren van een transponder van een 30 dier omvatten.
24. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat het dier-interactiesysteem is ingericht om afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier de tenminste ene UV-lichteenheid te besturen. 5
25. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat het dier-interactiesysteem is ingericht om, in gebruik, de tenminste ene UV-lichteenheid afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier niet of wel activeert voor het belichten van een deel van het dier. 10
26. Dier-interactiesysteem volgens conclusie 24 of 25, met het kenmerk, dat het dier-interactiesysteem is ingericht om selectief tenminste een deel van een veelvoud van delen van het dier te belichten met behulp van de tenminste ene UV-lichteenheid en waarbij het dier-interactiesysteem 15 verder is ingericht om, in gebruik, afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier tenminste een bepaald deel van het veelvoud van delen van het dier te selecteren voor belichting met de tenminste ene de UV-lichteenheid.
27. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 24-26, met het 20 kenmerk, dat het dier-interactiesysteem is ingericht om, in gebruik, de intensiteit van het UV-licht dat door de tenminste ene UV-lichteenheid wordt gegenereerd afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier te regelen.
28. Dier-interactiesysteem volgens een der conclusies 24-27, met het kenmerk, dat het dier-interactiesysteem is ingericht om, in gebruik, de maximale tijdduur dat het UV-licht dat door de tenminste ene UV-lichteenheid wordt gegenereerd afhankelijk van de bepaalde identiteit van het dier te regelen. 1035232
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1035232A NL1035232C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. |
| PCT/NL2009/050150 WO2009123445A1 (en) | 2008-03-31 | 2009-03-26 | Animal interaction system provided with at least one uv-light unit |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1035232A NL1035232C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. |
| NL1035232 | 2008-03-31 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1035232C2 true NL1035232C2 (nl) | 2009-10-01 |
Family
ID=40019481
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1035232A NL1035232C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1035232C2 (nl) |
| WO (1) | WO2009123445A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108935158A (zh) * | 2017-05-19 | 2018-12-07 | 圆融医疗设备(深圳)有限公司 | 自动喂食装置 |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CZ307582B6 (cs) * | 2011-07-14 | 2018-12-27 | Výzkumný ústav zemědělské techniky, v.v.i. | Zařízení pro zlepšení welfare při dojení zvířat |
| WO2019243618A1 (en) | 2018-06-21 | 2019-12-26 | Led Livestock Aps | A uv lamp |
| EP3766340A1 (de) * | 2019-07-19 | 2021-01-20 | Urban Holding GmbH | Behandlungsstation und verfahren zur insbesondere automatisierten keimreduzierenden bestrahlung des integuments von landwirtschaftlichen nutztieren, insbesondere von jungtieren, z. b. kälbern, und als eine derartige behandlungsstation ausgebildete tränkestation sowie fütterungsautomat mit einer derartigen tränkestation |
| US20250169475A1 (en) * | 2022-03-31 | 2025-05-29 | Signify Holding B.V. | Feeding system with uv-b light source for a livestock animal |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2000001224A1 (en) * | 1998-07-06 | 2000-01-13 | Maasland N.V. | A method of and a device for disinfecting a milking machine and/or a cleaning device for the teats of an animal |
| WO2004004791A1 (en) * | 2002-07-05 | 2004-01-15 | Delaval Holding Ab | Method and device at a dairy farm |
| DE10350844A1 (de) * | 2003-10-31 | 2005-06-02 | Westfaliasurge Gmbh | Verfahren und Vorrichtung zur Durchführung einer tierbezogenen Behandlung |
-
2008
- 2008-03-31 NL NL1035232A patent/NL1035232C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2009
- 2009-03-26 WO PCT/NL2009/050150 patent/WO2009123445A1/en not_active Ceased
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2000001224A1 (en) * | 1998-07-06 | 2000-01-13 | Maasland N.V. | A method of and a device for disinfecting a milking machine and/or a cleaning device for the teats of an animal |
| WO2004004791A1 (en) * | 2002-07-05 | 2004-01-15 | Delaval Holding Ab | Method and device at a dairy farm |
| DE10350844A1 (de) * | 2003-10-31 | 2005-06-02 | Westfaliasurge Gmbh | Verfahren und Vorrichtung zur Durchführung einer tierbezogenen Behandlung |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108935158A (zh) * | 2017-05-19 | 2018-12-07 | 圆融医疗设备(深圳)有限公司 | 自动喂食装置 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2009123445A1 (en) | 2009-10-08 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1009711C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het automatisch melken van dieren. | |
| NL1035232C2 (nl) | Dier-interactiesysteem voorzien van tenminste één UV-lichteenheid. | |
| CA2737234C (en) | Gate system to grant an animal access to a space | |
| EP1070451B1 (en) | A method for automatically milking animals | |
| US5950562A (en) | Apparatus for and a method of managing animals | |
| US6622651B1 (en) | Device and method for the automatic milking and feeding of animals | |
| US7690327B2 (en) | Milking box expulsion system | |
| NL1019107C2 (nl) | Inrichting voor het detecteren van de bronsttoestand bij een dier, positioneerinrichting, stal met een positioneerinrichting en werkwijze voor het detecteren van een bronsttoestand. | |
| EP1230849B1 (en) | An arrangement for managing a herd of animals | |
| NL8602505A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL2013390B1 (nl) | Systeem en werkwijze voor het beheren van melkdieren. | |
| US11653623B2 (en) | Control system for a rotary milking parlor and method of controlling a rotary milking parlor | |
| NL1002968C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. | |
| NL2012303C2 (nl) | Systeem en werkwijze voor bewaken van een dier. | |
| NL1035848C (nl) | Constructie met een melkbox-bezet-indicator. | |
| NL1024997C2 (nl) | Samenstel en werkwijze voor het beheren van een kudde vrij rond lopende dieren. | |
| NL8601297A (nl) | Toepassing van een voor elk dier van een kudde uniek geluidssignaal voor het op een vooraf bepaald moment automatisch uitvoeren van een verzorgingsfunctie, zoals voeren of afzonderen van het betreffende individu. | |
| NL1043080B1 (nl) | Reinigende en/of desinfecterende behandelinrichting | |
| NL1022700C2 (nl) | Stal. | |
| WO2025136176A1 (en) | Milking arrangement and method | |
| NL1032150C1 (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van een dier. | |
| NL1024400C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het aanbrengen van een fluïdum op een speen van een melkdier. | |
| WO2013187820A1 (en) | Method and arrangement for automatically feeding milk producing animals | |
| KR20200033197A (ko) | 객체 식별 방법 및 장치 | |
| NL8500693A (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20230401 |