NL2000600C2 - Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. - Google Patents
Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000600C2 NL2000600C2 NL2000600A NL2000600A NL2000600C2 NL 2000600 C2 NL2000600 C2 NL 2000600C2 NL 2000600 A NL2000600 A NL 2000600A NL 2000600 A NL2000600 A NL 2000600A NL 2000600 C2 NL2000600 C2 NL 2000600C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- spout
- channel
- balloon
- inflation body
- shaped member
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 64
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 26
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 38
- 229920000126 latex Polymers 0.000 claims description 22
- 239000004816 latex Substances 0.000 claims description 22
- 229920003008 liquid latex Polymers 0.000 claims description 18
- 238000007598 dipping method Methods 0.000 claims description 17
- 230000008569 process Effects 0.000 claims description 16
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 9
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 8
- 238000001035 drying Methods 0.000 claims description 5
- 239000012790 adhesive layer Substances 0.000 claims description 3
- 230000000181 anti-adherent effect Effects 0.000 claims description 3
- 239000000314 lubricant Substances 0.000 claims description 3
- 230000001154 acute effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000006835 compression Effects 0.000 claims 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 claims 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 claims 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 5
- 230000009471 action Effects 0.000 description 4
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 3
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 3
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 3
- 239000000945 filler Substances 0.000 description 2
- 230000012447 hatching Effects 0.000 description 2
- 230000008719 thickening Effects 0.000 description 2
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 2
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A63—SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
- A63H—TOYS, e.g. TOPS, DOLLS, HOOPS OR BUILDING BLOCKS
- A63H27/00—Toy aircraft; Other flying toys
- A63H27/10—Balloons
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A63—SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
- A63H—TOYS, e.g. TOPS, DOLLS, HOOPS OR BUILDING BLOCKS
- A63H27/00—Toy aircraft; Other flying toys
- A63H27/10—Balloons
- A63H2027/1083—Valves or nozzles
Landscapes
- Toys (AREA)
- Media Introduction/Drainage Providing Device (AREA)
Description
Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon die in een eindtoestand is voorzien van een zelfafsluitend ventiel, waarbij in de ballon die in een begintoestand een 5 opblaaslichaam en een daarmee communicerende uit velvormig materiaal gemaakte tuit omvat die buitenwaarts van het opblaaslichaam uitsteekt, het zelfafsluitende ventiel wordt aangebracht.
Een dergelijke werkwijze wordt geopenbaard in de In-10 ternationale octrooiaanvrage WO 2006/081187. Bij de bekende werkwijze wordt een kleporgaan in de vulopening aan het uiteinde van de tuit van de ballon aangebracht. Het kleporgaan is zodanig uitgevoerd, dat via de ingang daarvan ingeblazen lucht in het opblaaslichaam kan stromen, maar niet in omgekeerde 15 richting. Hierdoor loopt de ballon niet vanzelf leeg na het opblazen. Het kleporgaan dat met de ballon geassembleerd moet worden is relatief complex, hetgeen deze oplossing voor het maken van een opblaasbare ballon met een zeifafsluitend ventiel relatief duur maakt.
20 Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een werkwijze, waarmee een ballon met een zelfafsluitend ventiel op een goedkopere wijze vervaardigd kan worden.
Dit doel wordt bereikt met de werkwijze volgens de uitvinding, die het kenmerk heeft, dat het ventiel wordt aan-25 gebracht door een zich in de begintoestand op afstand van het opblaaslichaam bevindend distaai gedeelte van de tuit in de richting van het opblaaslichaam te verplaatsten door een proximaal gedeelte van de tuit dat aan het opblaaslichaam grenst teneinde met het distale gedeelte een kanaal te vormen 30 via welk kanaal het opblaaslichaam met de omgeving van de ballon communiceert, totdat nog een gedeelte van de tuit buiten het opblaaslichaam resteert, zodat het resterende gedeelte van de tuit een vulhals voor het opblazen van de ballon vormt, en r. 6 o o 2 waarna het proximale en distale gedeelte in de axiale richting van de vulhals ten opzichte van elkaar worden gefixeerd om het buitenwaarts verplaatsen van het distale gedeelte ten opzichte van het opblaaslichaam in opgeblazen toestand daarvan te voor-5 komen.
Door dit kenmerk kan een ballon worden vervaardigd waarvan de oorspronkelijke tuit in de begintoestand van de ballon zodanig wordt vervormd, dat een zelfafsluitend ventiel in de eindtoestand van de ballon ontstaat. Het zelfafsluitende 10 ventiel wordt namelijk gevormd door het door de tuit verplaatste distale gedeelte van de tuit dat zich in de begintoestand op afstand van het opblaaslichaam bevindt. Het gevormde kanaal wordt omhuld door het velvormige tuitmateriaal en wordt dichtgedrukt op het moment dat de druk aan de zijde 15 van het opblaaslichaam hoger is dan aan de andere zijde van het kanaal. De werkwijze volgens de uitvinding voorkomt vanwege de fixatie in axiale richting van het proximale en distale gedeelte van de tuit ten opzichte van elkaar, dat het aldus gevormde zelfafsluitende ventiel naar buiten kan worden gebla-20 zen.
Omdat een gedeelte van de oorspronkelijke tuit ten opzichte van een ander gedeelte daarvan wordt verplaatst in de richting van het opblaaslichaam, zal het resterende gedeelte, dat de vulhals vormt, korter zijn dan de tuit in de begintoe-25 stand. Dit betekent, dat voor een voldoende lange vulhals de oorspronkelijke tuit bij voorkeur langer is dan van bijvoor beeld standaard speelgoedballonnen die op dit moment verkrijgbaar zijn.
Het voordeel van deze werkwijze is, dat op een een-30 voudige manier een ballon met een zelfafsluitend ventiel wordt verkregen. Ook biedt deze werkwijze de mogelijkheid om de gehele ballon uit hetzelfde materiaal te maken. Bovendien kan op een bestaand productieproces van ballonnen worden aangesloten, zodat een relatief goedkope productiewijze wordt verkregen.
35 Het velvormige materiaal is een dun elastisch materi aal, zoals latex of dergelijke. Omdat de gehele ballon, dus inclusief het ventiel, van een dergelijk materiaal is gemaakt, kunnen de ballonnen relatief compact verpakt worden. De begin- 3 toestand van de ballon is de toestand waarin de ballon nog niet is voorzien van een ventiel, bijvoorbeeld de toestand waarin de ballon zich bevindt bij standaard speelgoedballonnen die nog niet zijn opgeblazen. In de eindtoestand is de ballon 5 voorzien van een zelfafsluitend ventiel, waarbij de ballon, net als een huidige standaard latex ballon, via de vulhals opblaasbaar is. In de praktijk kan de ballon er aan de buitenzijde dus hetzelfde uitzien als een standaard latex ballon .
10 In een praktische uitvoeringsvorm is het distale ge deelte een los eindgedeelte van de tuit in de begintoestand van de ballon. Dit betekent bijvoorbeeld, dat het losse eindgedeelte binnenste buiten door het proximale gedeelte in de richting van het opblaaslichaam kan worden verplaatst, zodat 15 de gecreëerde vulhals in ieder geval voor een deel dubbelwandig is, omdat daar het distale gedeelte zich binnen het proximale gedeelte bevindt.
Op alternatieve wijze kan, voordat de verplaatsing van het losse eindgedeelte in de richting van het opblaasli-20 chaam wordt uitgevoerd, een buitenwand van ten minste een deel van het losse eindgedeelte op twee tegenover elkaar gelegen plaatsen in binnenwaartse richting van de tuit worden gebracht, waarna in ieder geval een kracht op de tuit wordt uitgeoefend in een richting althans ongeveer loodrecht op die 25 van de verplaatsing van de tegenover elkaar gelegen plaatsen, teneinde een scherpe vouw aan te brengen ter plaatse van de in binnenwaartse richting van de tuit gebrachte plaatsen. De aldus gevormde naar binnen gekeerde scherpe vouwen hebben als voordeel, dat wanneer het eindgedeelte in de richting van het 30 opblaaslichaam is verplaatst de dwarsdoorsnede van het kanaal een gunstige vorm heeft. In de uiteindelijke vorm in de eindtoestand heeft het distale gedeelte namelijk op twee tegenover elkaar gelegen plaatsen scherpe vouwen, zodat het tussen de vouwen gelegen velmateriaal de neiging heeft om in een rust-35 toestand dicht bij elkaar of op elkaar te liggen. Hierdoor zal de afsluitende werking van het ventiel gunstig zijn.
Volgens een andere alternatieve werkwijze resteert bij een ballon waarbij in de begintoestand het distale gedeel- 4 te tussen het proximale gedeelte en een eindgedeelte van de tuit in ligt, in de eindtoestand tenminste een deel van het eindgedeelte buiten het opblaaslichaam. Dit betekent, dat het distale gedeelte en het eindgedeelte niet binnenste buiten ke-5 ren wanneer deze in de richting van het opblaaslichaam worden verplaatst. Dit biedt de mogelijkheid om het vervaardigen van een uitvoeringsvorm, waarbij tenminste een deel van het distale gedeelte van scherpe vouwen is voorzien op twee tegenover elkaar gelegen zijranden van de tuit te vergemakkelijken, om-10 dat de vouwen eenvoudig vanaf de buitenzijde van de tuit door middel van bijvoorbeeld warmte of druk bij de tuit kunnen worden aangebracht.
Volgens een andere alternatieve werkwijze wordt de ballon in de begintoestand binnenste buiten gekeerd, waarna 15 tenminste een deel van het eindgedeelte van de tuit zodanig wordt bewerkt dat aan twee tegenover elkaar gelegen plaatsen van de tuit scherpe vouwen worden gevormd, waarna de ballon weer binnenste buiten wordt gekeerd, voordat het losse eindgedeelte van de tuit in de richting van het opblaaslichaam wordt 20 verplaatst. Op deze wijze kunnen de gewenste scherpe vouwen eenvoudig worden aangebracht, zonder relatief complexe verplaatsingen van tegenover elkaar gelegen plaatsen van de buitenwand van de tuit in binnenwaartse richting daarvan uit te voeren. Het is uiteraard ook mogelijk om de ballon niet 25 eerst binnenste buiten te vouwen voor het aanbrengen van de vouw, maar direct vanaf de buitenzijde van de tuit de scherpe vouwen bij de tuit aan te brengen en daarna de ballon binnenste buiten te vouwen, waardoor de oorspronkelijke binnenzijde van de ballon in de begintoestand de buitenzijde in de eind-30 toestand wordt. Dit kan echter ongewenst zijn indien de binnenzijde in de begintoestand een minder mooi oppervlak heeft dan de buitenzijde daarvan.
De scherpe vouwen kunnen worden gevormd door tenminste op de plaatsen waar de vouwen zijn beoogd, druk vanaf de 35 buitenzijde op de tuit uit te oefenen en de temperatuur te verhogen. Zeker bij ballonnen die uit latex zijn gemaakt, blijkt dit een effectieve maatregel voor het permanent vervormen van het materiaal.
5
Volgens nog een andere alternatieve werkwijze wordt een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan zodanig aan de tuit vastgemaakt, dat het kanaalvormige orgaan met de tuit communiceert, waarna een zich op afstand van de tuit 5 bevindend distaai gedeelte van het kanaalvormige orgaan in de richting van het opblaaslichaam wordt verplaatst door de tuit. In dit geval hoeft de ballon niet in zijn geheel binnenste buiten te worden gekeerd, maar kan het kanaalvormige orgaan voorzien zijn van naar binnen gekeerde scherpe vouwen, zoals 10 hierboven beschreven. Het kanaalvormige orgaan kan bijvoorbeeld aan de tuit worden vastgelijmd, gelast of op een andere manier daaraan worden vastgemaakt.
Vóór het vastmaken van het kanaalvormige orgaan aan de tuit kan een eindgedeelte van de tuit in een begintoestand 15 daarvan langs de buitenzijde van de tuit in de richting van het opblaaslichaam worden verplaatst, zodat een nieuw eindgedeelte van de tuit op afstand van het opblaaslichaam wordt gevormd. Aan het nieuwe eindgedeelte wordt het kanaalvormige orgaan vastgemaakt, waarna het distale gedeelte van het ka-20 naalvormige orgaan in de richting van het opblaaslichaam wordt verplaatst, en wordt het langs de buitenzijde van de tuit verplaatste eindgedeelte teruggebracht in de positie van de begintoestand. Door deze werkwijze wordt een ballon verkregen, waarbij de kans dat het kanaalvormige orgaan na het opblazen 25 van het opblaaslichaam in buitenwaartse richting van het opblaaslichaam wordt geduwd, klein is.
Bij voorkeur loopt de tuit in de begintoestand taps toe, gezien vanaf het opblaaslichaam, omdat dit het door het proximale gedeelte van de tuit doorvoeren van het eindgedeelte 30 vergemakkelijkt, en het eindgedeelte in een eindtoestand van de ballon niet door het omhullende proximale gedeelte onder spanning wordt gezet, waardoor de afsluitende werking van het distale gedeelte onvoldoende zou kunnen zijn.
Bij een andere alternatieve werkwijze wordt het ven-35 tiel, dat een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan is, door de tuit in de richting van het opblaaslichaam gebracht, waarna het aan de tuit wordt vastgemaakt. In dit geval wordt het losse voorgefabriceerde ventiel dus eerst door 6 de tuit verplaatst en dan vastgemaakt aan de tuit. Het voordeel hiervan is dat het ventiel van te voren van vouwen kan worden voorzien, los van de ballon waar het ventiel in dient te worden gebracht.
5 Deze werkwijze kan specifiek worden uitgevoerd door vóór het in de tuit inbrengen van het kanaalvormige orgaan het kanaalvormige orgaan klemmend om een montagepen aan te brengen, en daarna de tuit van de ballon in de begintoestand om het kanaalvormige orgaan aan te brengen, en vervolgens de tuit 10 en het kanaalvormige orgaan aan elkaar vast te maken en de aldus gevormde ballon van de montagepen te verwijderen. Dit blijkt een zeer eenvoudige maar effectieve manier van vervaardigen te zijn. De in het kanaalvormige orgaan aangebrachte vouwen blijken bij toepassing van latex als het elastische 15 velmateriaal niet te verdwijnen nadat deze over de montagepen is aangebracht.
De werkwijze wordt verder vergemakkelijkt door een glijmiddel aan de buitenzijde van het kanaalvormige orgaan aan te brengen voordat de tuit daaromheen wordt aangebracht.
20 Een verdere alternatieve werkwijze voor het vervaar digen van een opblaasbare ballon die is voorzien van een zelfafsluitend ventiel, dat een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan is, heeft het kenmerk, dat het kanaalvormige orgaan wordt losmaakbaar verbonden met een bal-25 lonvormige mal, waarna de mal met tenminste een gedeelte van het daarmee verbonden kanaalvormige orgaan door middel van een dipproces in vloeibare latex wordt gedompeld en gedroogd, waarna de aldus ontstane ballon met het ventiel van de mal wordt verwijderd, waarbij tenminste een deel van het meegedom-30 pelde gedeelte van het kanaalvormige orgaan zodanig is uitgevoerd, dat het met de vloeibare latex hecht. Bij deze werkwijze wordt het aanbrengen van het kanaalvormige orgaan in een bestaand productieproces voor latex ballonnen geïntegreerd. Latex ballonnen worden gefabriceerd door een mal die 35 de vorm heeft van een lege ballon via een dipproces te dompelen in vloeibare latex en daarna te drogen. Bij de werkwijze volgens de uitvinding wordt tenminste een gedeelte van het geprefabriceerde kanaalvormige orgaan meegedompeld. Hierdoor 7 wordt de uit de vloeibare latex gevormde ballon verbonden met het kanaalvormige orgaan. Indien het kanaalvormige orgaan uit latex is gemaakt, zal het automatisch aan de vloeibare latex hechten en zullen na droging het ventiel en de ballon geïnte-5 greerd zijn.
Meer specifiek kan het kanaalvormige orgaan om een gedeelte van de mal worden aangebracht, voordat de mal met het daaromheen aangebrachte kanaalvormige orgaan in vloeibare latex wordt gedompeld. Dit gedeelte van de mal is bijvoorbeeld 10 een deel dat correspondeert met de te vormen vulhals, zodat het kanaalvormige orgaan bij de ballon in een eindtoestand aan de vulhals vastgemaakt zal zijn.
Om te voorkomen, dat het kanaalvormige orgaan geheel aan het te vormen gedeelte van de ballon vast gaat zitten 15 wordt een gedeelte van de buitenzijde van het kanaalvormige orgaan voor het dipproces voorzien van een anti-hechtingslaag.
Het is ook mogelijk om een deel van het kanaalvormige orgaan in een holte van de mal aan te brengen voordat het kanaalvormige orgaan met de mal wordt verbonden teneinde het in 20 de holte aangebrachte deel af te schermen van de vloeibare la tex tijdens het dipproces. Hierdoor hecht dit deel niet aan de rest van de te vormen ballon.
Bij een de voorkeur genietende uitvoeringsvorm van de mal is de holte tenminste gedeeltelijk gevormd door een buis-25 vormig gedeelte van de mal, waarbij een eindgedeelte van het kanaalvormige orgaan om een uiteinde van het buisvormige gedeelte van de mal buitenwaarts wordt teruggevouwen op een buitenzijde van het buisvormige gedeelte van de mal teneinde het kanaalvormige orgaan met de mal te verbinden, waarbij ten- 30 minste het eindgedeelte tijdens het dipproces met de vloeibare latex in contact wordt gebracht. In de praktijk is door de elasticiteit van het velmateriaal deze verbinding van het kanaalvormige orgaan met de mal robuust.
De uitvinding heeft ook betrekking op een opblaasbare 35 ballon die een opblaaslichaam en een buitenwaarts van het op-blaaslichaam uitstekende vulhals met een zich op afstand van het opblaaslichaam bevindende vulopening omvat, welke uit latex zijn gemaakt, waarbij de ballon is voorzien van een 8 zelfafsluitend ventiel, en het ventiel is gevormd uit tenminste twee tegenover elkaar gelegen elastische velorganen die een in omtreksrichting gesloten kanaal vormen, via welk kanaal de vulopening met het opblaaslichaam communiceert, waarbij de 5 velorganen zodanig zijn gevormd, dat zij het kanaal ten minste afsluiten wanneer de druk aan de zijde van het ventiel waar het opblaaslichaam zich bevindt hoger is dan aan de zijde van het ventiel waar de vulopening zich bevindt. Met latex wordt hier bedoeld, dat het materiaal waaruit het opblaaslichaam en 10 de vulhals zijn gemaakt zowel latex als andere dergelijke dunne en rekbare materialen kunnen zijn. Het voordeel van de ballon volgens de uitvinding is, dat voor het in opgeblazen toestand houden van de ballon geen knoop in de vulhals hoeft te worden gelegd. Door het knopen blijkt namelijk het ballon-15 materiaal te kunnen beschadigen, zodat een opgeblazen ballon langzaam leegloopt. Bovendien biedt de ballon volgens de uitvinding de mogelijkheid om geheel uit één materiaal te worden gemaakt, dus waarbij ook de velorganen uit latex of een vergelijkbaar materiaal zijn gemaakt. Verder neemt het 20 zelfafsluitende ventiel weinig ruimte in, zodat een relatief groot aantal van dit type ballonnen in een kleine verpakking past.
De velorganen kunnen tussen de vulopening en het opblaaslichaam zijn verbonden met de vulhals. Dit is een 25 gunstiger locatie dan bijvoorbeeld in het opblaaslichaam, omdat de vervorming van de vulhals relatief gering is bij het opblazen van de ballon. Hierdoor ontstaat er geen grote spanning in het ventiel en/of tussen het ventiel en de vulhals.
De velorganen kunnen zich in de richting van het op-30 blaaslichaam voorbij een overgangsgedeelte van de vulhals naar het opblaaslichaam uitstrekken. Hierdoor wordt het risico dat het ventiel door de vulhals buitenwaarts wordt geblazen bij een opgeblazen opblaaslichaam geminimaliseerd. Het overgangsgedeelte kan gedefinieerd worden door een snijvlak tussen de 35 tuit en een denkbeeldige omhulling van het opblaaslichaam.
Bij voorkeur heeft tenminste een gedeelte van het kanaal twee tegenover elkaar gelegen zijranden waar de doorsnede van het kanaal een scherpe hoek vormt, zodat in een rusttoe- 9 stand de velorganen althans ongeveer op elkaar liggen. Hierdoor wordt een effectieve afsluitende werking van het ventiel verschaft.
De velorganen kunnen uit één vel zijn gevormd, waarin 5 ten minste één scherpe vouw is aangebracht teneinde één van de zijranden te vormen. De tegenover gelegen zijrand kan ook gevouwen zijn, maar zou ook een gelaste of een gelijmde verbinding kunnen zijn.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kunnen ter plaat-10 se van het kanaal de velorganen tenminste gedeeltelijk zodanig zijn voorzien van een elastische verstijving in omtreksrich-ting van het kanaal, dat bij het samendrukken daarvan de velorganen van elkaar wijken, teneinde een gevulde ballon gemakkelijk te kunnen laten leeglopen. Eventueel kan dit effect 15 ook bereikt worden door een geschikt voorwerp in de vulhals in de richting van het opblaaslichaam te brengen om de wanden van het kanaal ten opzichte van elkaar te laten wijken.
Bij een andere alternatieve uitvoeringsvorm van de opblaasbare ballon die een opblaaslichaam en een buitenwaarts 20 van het opblaaslichaam uitstekende vulhals met een zich op afstand van het opblaaslichaam bevindende vulopening omvat, waarbij de ballon is voorzien van een zelfafsluitend ventiel, is het ventiel gevormd uit een afsluitorgaan, dat zich vrij beweegbaar in het opblaaslichaam bevindt en een grotere omvang 25 heeft dan een kleinste doortocht van de vulhals in een opgeblazen toestand van de ballon. Het afsluitorgaan heeft een zodanige vorm dat deze in een opgeblazen toestand van het opblaaslichaam zodanig contact maakt met een gedeelte van een binnenwand van het opblaaslichaam ter plaatse van de vulhals, 30 dat het afsluitorgaan het opblaaslichaam afsluit van de omgeving van de ballon als gevolg van de druk in het opblaaslichaam op het afsluitorgaan dat daardoor tegen het gedeelte van de binnenwand van het opblaaslichaam wordt gedrukt wanneer het afsluitorgaan in de richting van de vulhals is 35 verplaatst. De gebruiker kan bij deze uitvoeringsvorm na het opblazen van de ballon het afsluitorgaan door het schudden van de ballon in de richting van de vulhals verplaatsen, zodat het 10 afsluitorgaan door de daarop uitgeoefende druk tegen de binnenwand van het opblaaslichaam wordt vastgehouden.
Bij voorkeur heeft het afsluitorgaan een bolvorm, omdat die gemakkelijk te verplaatsen is langs de binnenwand van 5 het opblaaslichaam en de kans op het aanrichten van schade aan de binnenwand van het opblaaslichaam minimaliseert. Bovendien bestaat er dan geen voorkeurszijde van het afsluitorgaan die in de richting van de vulhals zou moeten worden verplaatst.
Er wordt opgemerkt, dat zelfafsluitende kleppen be-10 staande uit tegenover elkaar gelegen velorganen op zichzelf bekend zijn, maar deze worden typisch toegepast voor ballonnen die zijn gemaakt uit folie met een zeer beperkte rekbaarheid en het vervaardigen van dergelijke ballonnen vergt een complex productieproces.
15 De uitvinding zal hierna verder worden toegelicht aan de hand van tekeningen, die uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding zeer schematisch weergeven.
Fig. la is een zijaanzicht van een uitvoeringsvoor-beeld van een opblaasbare ballon volgens de uitvinding in een 20 begintoestand en Fig. lb is een aanzicht volgens de lijn Ib-Ib in Fig. la.
Fig. 2a is een langsdoorsnede-aanzicht van de ballon volgens Fig. la in een eindtoestand en Fig. 2b is een aanzicht volgens de lijn Ilb-IIb in Fig. 2a.
25 Fig. 3a is een met Fig. la overeenkomend aanzicht van een alternatief uitvoeringsvoorbeeld en Fig. 3b is een aanzicht volgens de lijn IlIb-IIIb in Fig. 3a.
Fig. 4a is een langsdoorsnede-aanzicht van de ballon volgens Fig. 3a in een eindtoestand en Fig. 4b is een aanzicht 30 volgens de lijn IVb-IVb in Fig. 4a.
Fig. 5a is een met Fig. la overeenkomend aanzicht van een ander alternatief uitvoeringsvoorbeeld en Fig. 5b is een aanzicht volgens de lijn Vb-Vb in Fig. 5a.
Fig. 6a is een langsdoorsnede-aanzicht van de ballon 35 volgens Fig. 5a in een eindtoestand en Fig. 6b is een aanzicht volgens de lijn VIb-VIb in Fig. 6a.
11
Fig. 7 en 8 zijn met Fig. 2a overeenkomende aanzichten van alternatieve uitvoeringsvoorbeelden van de opblaasbare ballon.
Fig. 9a-9c zijn zijaanzichten en Fig. 9d is een 5 langsdoorsnede-aanzicht van een alternatief uitvoeringsvoor-beeld van een opblaasbare ballon volgens de uitvinding, waarbij verschillende stappen in de werkwijze voor het vervaardigen daarvan worden getoond.
Fig. 10a is een met Fig. 3a overeenkomend aanzicht 10 van een alternatief uitvoeringsvoorbeeld en Fig. 10b is een dwarsdoorsnede-aanzicht volgens de lijn Xb-Xb in Fig. 10a.
Fig. 11a is een langsdoorsnede-aanzicht van de ballon volgens Fig. 10a in een eindtoestand en Fig. 11b is een dwarsdoorsnede-aanzicht volgens de lijn Xlb-XIb in Fig. 11a.
15 Fig. 12a-12c zijn zijaanzichten en gedeeltelijk per spectivische en doorsnede-aanzichten van een uitvoeringsvoorbeeld van een ballon, een kanaalvormig orgaan en een montagepen, die verschillende stappen volgens een alternatieve vervaardigingswerkwijze tonen.
20 Fig. 13a-b zijn gedeeltelijke zij- en doorsnede- aanzichten van een mal en een ventiel, waarin een vervaardi-gingsproces van een uitvoeringsvoorbeeld van een ballon volgens de uitvinding wordt geïllustreerd.
Fig. 14a-b zijn met Fig. 13a-b overeenkomende aan-25 zichten, waarbij de mal in een gedeeltelijk doorsnede-aanzicht is weergegeven, en waarin een alternatief vervaardigingsproces wordt geïllustreerd, en Fig. 14c is een zijaanzicht van de ballon, waarin deze in de vervaardigde toestand losgemaakt van de mal wordt getoond.
30 Fig. 15 is een langsdoorsnede-aanzicht van een alter natieve uitvoeringsvorm van een opblaasbare ballon in opgeblazen toestand.
Fig. la toont een zijaanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld van een opblaasbare ballon 1 volgens de uitvinding 35 in een begintoestand. In deze toestand omvat de ballon 1 een opblaaslichaam 2 en een daarmee communicerende uit velvormig materiaal gemaakte tuit 3. De tuit 3 steekt buitenwaarts van het opblaaslichaam 2 uit. Tussen het opblaaslichaam 2 en de 12 tuit 3 is de ballon 1 voorzien van een overgangsgedeelte 4. In dit overgangsgedeelte 4 wordt de dwarsdoorsnede van de ballon 1, gezien vanuit de tuit 3, groter. In de praktijk vormt het overgangsgedeelte 4 de grens tussen het opblaaslichaam 2 en de 5 tuit 3, welke grens althans ongeveer het snijvlak is tussen de tuit 3 en een denkbeeldige omhulling van het opblaaslichaam 2.
In het in Fig. la getoonde uitvoeringsvoorbeeld is de ballon uit latex gemaakt. Met latex wordt hier bedoeld, dat het gebruikte materiaal latex of een ander materiaal is dat 10 vergelijkbaar gedrag vertoont, dus ook een dun en rekbaar vel-vormig materiaal is.
Fig. 2a toont een langsdoorsnede-aanzicht van de ballon 1 volgens het uitvoeringsvoorbeeld van Fig. la in een eindtoestand. In deze toestand is de ballon 1 voorzien van een 15 zelfafsluitend ventiel 5. Het ventiel 5 is gemaakt door een gedeelte van de tuit 3 te vervormen. Hiertoe wordt een distaai gedeelte van de tuit 3, dat in het uitvoeringsvoorbeeld van Fig. la een los eindgedeelte 6 is, in de richting van het opblaaslichaam 1 verplaatst. In de begintoestand bevindt het 20 losse eindgedeelte 6 zich op afstand van het opblaaslichaam 2.
Om de vorm volgens Fig. 2a te maken, wordt het eindgedeelte 6 door een proximaal gedeelte 7 van de tuit 3 dat aan het opblaaslichaam 2 grenst, verplaatst. Door deze verplaatsing wordt met het distale gedeelte 6 een kanaal 8 gevormd.
25 Via het kanaal 8 communiceert het opblaaslichaam 2 met de omgeving van de ballon 1. In de eindtoestand van de ballon 1 volgens Fig. 2a resteert nog een gedeelte van de tuit 3 buiten het opblaaslichaam 2. Dit resterende gedeelte van de tuit 3 vormt een vulhals 9 voor het opblazen van de ballon 1, zoals 30 deze bij conventionele ballonnen ook aanwezig is. Het opblaaslichaam 2 kan bijvoorbeeld worden opgeblazen door een gas via een vulopening 10 van de vulhals 9 door het kanaal 8 naar het opblaaslichaam 2 te brengen.
Het losse eindgedeelte 6 strekt zich in dit geval in 35 de richting van het opblaaslichaam 2 voorbij het overgangsgedeelte 4 naar het opblaaslichaam 2 uit. In de eindtoestand bevindt het overgangsgedeelte 4 zich tussen het opblaaslichaam 2 en de vulhals 9.
13
Verder zijn in het in Fig. 2a getoonde uitvoerings-voorbeeld het proximale gedeelte 7 en het eindgedeelte 6 in de axiale richting van de vulhals 9 ten opzichte van elkaar gefixeerd. Hierdoor wordt het zich buitenwaarts verplaatsen van 5 het distale gedeelte 6 ten opzichte van het opblaaslichaam 2 in opgeblazen toestand daarvan voorkomen. Het fixeren kan op diverse manieren worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door warmte-lassen of lijmen. De fixatie is schematisch geïllustreerd in Fig. 2a met verwijzingscijfer 12.
10 Fig. lb toont dat de dwarsdoorsnede van het losse eindgedeelte 6 een ronde vorm heeft. In werkelijkheid hangt deze vorm voornamelijk af van het gebruikte velvormige materiaal. In de praktijk kan dit zodanig zijn dat in een rusttoestand het velvormige materiaal op elkaar ligt. In Fig. 15 2b is te zien dat het door het proximale gedeelte 7 naar binnen gebrachte losse eindgedeelte 6 van de tuit 3 ook een ronde dwarsdoorsnede heeft. Evenals in de begintoestand kan deze vorm in de praktijk in de eindtoestand afwijkend zijn van de ronde vorm.
20 Wanneer de ballon 1 wordt opgeblazen, zal de druk in het opblaaslichaam 2 hoger worden dan aan de zijde van de vulopening 10. In deze situatie zal het kanaal 8 door de hogere druk op de buitenzijde van het vrij liggend deel van het eindgedeelte 6 in Fig. 2a worden dicht geduwd en pas worden 25 geopend wanneer de druk tijdens het opblazen aan de zijde van de vulopening 10 hoger wordt dan aan de zijde van het opblaaslichaam 2.
De afsluitende werking van het ventiel 5 kan worden verbeterd door het kanaal 8 zodanig te vormen, dat in een 30 rusttoestand tegenover elkaar gelegen wanden van tenminste een deel van het naar binnen verplaatste eindgedeelte 6 van de tuit 3 op elkaar liggen. Dit is geïllustreerd in het uitvoe-ringsvoorbeeld volgens Fig. 4a en 4b. In de daarin getoonde eindtoestand van de ballon 1 is de dwarsdoorsnede van het 35 eindgedeelte 6 voorzien van tegenover elkaar gelegen scherpe vouwen 11. Hierdoor worden de tussen de vouwen 11 gelegen gedeelten van het velmateriaal van de tuit 3 gedwongen om in een rusttoestand tegen elkaar of bijna tegen elkaar aan te liggen.
14
Zodra de druk in het opblaaslichaam 2 hoger is dan aan de zijde van de vulopening 10 zal het kanaal 8 hierdoor gemakkelijk worden dichtgeknepen.
Fig. 3a toont een zijaanzicht van dit uitvoerings-5 voorbeeld nadat het vanuit de begintoestand, zoals getoond in Fig. la, de volgende bewerking heeft ondergaan. Voordat de verplaatsing van het losse eindgedeelte 6 in de richting van het opblaaslichaam 2 wordt uitgevoerd, wordt een buitenwand van tenminste een deel van het losse eindgedeelte 6 op twee 10 tegenover elkaar gelegen plaatsen in binnenwaartse richting van de tuit 3 gebracht. Wanneer deze plaatsen op een vooraf bepaalde afstand van elkaar zijn gebracht, wordt in ieder geval een kracht op de tuit 3 uitgeoefend in een richting die althans ongeveer loodrecht op die van de verplaatsing van de 15 tegenover elkaar gelegen plaatsen loopt. Hierdoor wordt een binnenwaarts van de tuit 3 gerichte scherpe vouw 11 ter plaatse van de in binnenwaartse richting van de tuit 3 gebrachte plaatsen aangebracht. Het resultaat hiervan is te zien in Fig. 3b. Wanneer het losse eindgedeelte 6 naar binnen is ver-20 plaatst, draait het gedeelte met de vouwen 11 binnenste buiten en neemt de vorm aan zoals geïllustreerd in Fig. 4b.
Het in Fig. 4a getoonde uitvoeringsvoorbeeld van de ballon 1 kan ook op een andere alternatieve wijze worden verkregen, namelijk door de ballon 1 in een begintoestand, zoals 25 getoond in Fig. la, binnenste buiten te keren en daarna tenminste een deel van het eindgedeelte 6 van de tuit 3 zodanig te bewerken, dat aan twee tegenover elkaar gelegen plaatsen van de tuit 3 scherpe vouwen worden gevormd, bijvoorbeeld met behulp van warmte en druk op de buitenzijde van de tuit 3. Het 30 deel van het eindgedeelte 6 van de tuit 3 dat deze bewerking heeft ondergaan, heeft een dwarsdoorsnede die vergelijkbaar is met die van Fig. 4b. Vervolgens wordt de ballon 1 weer binnenste buiten naar de oorspronkelijke begintoestand gekeerd en ziet de ballon 1 eruit, zoals getoond in Fig. 3a. Wanneer ver-35 volgens het losse eindgedeelte 6 van de tuit 3 in de richting van het opblaaslichaam 2 door het proximale gedeelte 7 wordt verplaatst, wordt de ballon 1 volgens Fig. 4a en 4b verkregen. Het binnenste buiten keren van de ballon 1 kan bijvoorbeeld 15 worden vergemakkelijkt door het eindgedeelte 6 van de ballon 1 in de begintoestand zoals getoond in Fig. la, om een uiteinde van een buis (niet getoond) aan te brengen en aan de binnenzijde van de buis een onderdruk aan te brengen, zodat de 5 ballon 1 binnenste buiten naar de binnenzijde van de buis wordt getrokken.
Hoewel het niet is getoond in de uitvoeringsvoorbeel-den volgens de Figuren is het een voordeel wanneer de tuit 3 in de begintoestand taps toeloopt, gezien vanaf het opblaasli-10 chaam 2. Hierdoor kan in de eindtoestand het eindgedeelte 6, wanneer dit binnen het proximale gedeelte 7 blijft en dus niet voorbij het overgangsgedeelte 4 in de richting van het op-blaaslichaam 2 eindigt, minder gemakkelijk worden opengedrukt door elastische werking van het proximale gedeelte 7 op het 15 daarbinnen gelegen eindgedeelte 6.
Het is overigens niet noodzakelijk dat het kanaal 8 omsloten wordt door een uit één stuk gevormd velvormig materiaal. Het ventiel 5 kan bijvoorbeeld worden gevormd uit tenminste twee tegenover elkaar gelegen elastische velorganen 20 die het in omtreksrichting gesloten kanaal 8 vormen.
Fig. 5 en 6 tonen nog een alternatief uitvoerings-voorbeeld van de ballon 1, waarbij ter plaatse van het kanaal 8 de tuit 3 zodanig is voorzien van een elastische verstijving 13 in omtreksrichting van het kanaal 8, dat bij het samendruk-25 ken daarvan de tuit 3 wijkt en het kanaal 8 wordt geopend.
Hierdoor wordt het eenvoudiger om een opgeblazen ballon 1 leeg te laten lopen. Het leeg laten lopen van de ballon kan ook door een pen in de vulhals te steken, eventueel een holle pen.
Fig. 7 en 8 tonen alternatieve uitvoeringsvoorbeelden 30 van de ballon 1 volgens de uitvinding in de eindtoestand. Bij die volgens Fig. 7 is uitgegaan van een conventionele ballon 1 in de begintoestand waarbij het eindgedeelte 6 in de begintoestand is voorzien van een verdikking 14.
In Fig. 8 is een dergelijke verdikking 15 opnieuw 35 aangebracht ter plaatse van de vulopening 10. Dit is tevens een fixatie van het proximale gedeelte 7 ten opzichte van het losse eindgedeelte 6. Verder zijn in de uitvoeringsvoorbeelden volgens Fig. 7 en 8 scherpe vouwen 11 in een deel van het los- 16 se eindgedeelte 6 aangebracht om de afsluitende eigenschappen van het kanaal 8 te maximaliseren.
Fig. 10 en 11 tonen een alternatief uitvoeringsvoor-beeld van de opblaasbare ballon 1 volgens de uitvinding in de 5 begintoestand respectievelijk de eindtoestand daarvan. Het distale gedeelte 6 ligt in dit geval tussen het proximale gedeelte 7 en een eindgedeelte 16 van de tuit 3 in, zie Fig.
10a. Het distale gedeelte 6 is voorzien van scherpe vouwen 11, die in Fig. 10a zijn aangegeven met behulp van arcering.
10 Bij dit uitvoeringsvoorbeeld wordt het distale ge deelte 6 door het proximale gedeelte 7 in de richting van het opblaaslichaam 2 verplaatst totdat ook het gehele proximale gedeelte 7 in het opblaaslichaam 2 is verplaatst. Het resterende gedeelte van de tuit 3 dat buiten het opblaaslichaam 2 15 resteert is in dit geval het eindgedeelte 16. Dit eindgedeelte 16 vormt de vulhals 9 van de ballon 1 in de eindtoestand.
Het proximale gedeelte 7 en het distale gedeelte 6 zijn aan elkaar vastgemaakt op een plaats die is aangegeven met verwijzingscijfer 12 in Fig. 11a. Hoewel in Fig. 11a het 20 proximale en distale gedeelte 6, 7 even lang zijn afgebeeld, is dit in de praktijk niet noodzakelijk.
In dit geval kunnen de scherpe vouwen 11 eenvoudig in de begintoestand vanaf de buitenzijde van de tuit 3 bij de tuit 3 worden aangebracht, omdat in de eindtoestand het dista-25 le gedeelte 6 niet binnenste buiten is gekeerd. Hoewel in Fig. 11a het distale gedeelte 6 even lang als het gedeelte met de scherpe vouw 11 is, hoeft dit in de praktijk niet zo te zijn. Het deel met de scherpe vouw 11 kan bijvoorbeeld korter zijn dan het distale gedeelte 6. Verder is het mogelijk, dat een 30 deel van het proximale gedeelte 7 in de eindtoestand buiten het opblaaslichaam 2 resteert, zodat de vulhals 9 wordt gevormd door een deel van het proximale gedeelte 7 en het eindgedeelte 16.
Fig. 9a-d illustreren een alternatieve werkwijze voor 35 het vervaardigen van een ballon 1 volgens de uitvinding. Fig.
9a toont een zijaanzicht van een ballon 1 met een opblaaslichaam 2 en een daarmee communicerende tuit 3. De tuit 3 steekt buitenwaarts van het opblaaslichaam 2 uit. Fig. 9b toont een 17 volgende stap volgens de alternatieve werkwijze; hierbij wordt een eindgedeelte 17 van de tuit 3 langs de buitenzijde daarvan in de richting van het opblaaslichaam 2 verplaatst (de vouwlijn waarlangs het eindgedeelte is omgevouwen, is in Fig. 9a 5 met een streeplijn aangeduid). Hierdoor ontstaat een nieuw eindgedeelte 17' van de tuit 3 op afstand van het opblaaslichaam 2 .
Vervolgens wordt een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan 18 zodanig aan de tuit 3 ter plaatse van 10 het nieuwe eindgedeelte 17' vastgemaakt, dat het kanaalvormige orgaan 18 met de tuit 3 communiceert. Dit kan door middel van warmte, druk, verlijming of andere hechtingsmethoden plaatsvinden. In Fig. 9c is de hechting geïllustreerd met een lasnaad 19. Een deel van het kanaalvormige orgaan 18 is in het 15 in Fig. 9c getoonde uitvoeringsvoorbeeld voorzien van naar binnen toe gerichte scherpe vouwen 11, zoals ook in de toelichting bij Fig. 3a is beschreven. Bij het kanaalvormige orgaan 18 is dit gemakkelijk aan te brengen, omdat dit bijvoorbeeld een cilindervormig stuk ballonmateriaal is, waarin 20 vanaf de buitenzijde in langsrichting scherpe vouwen 11 worden aangebracht en dat vervolgens binnenste buiten wordt gekeerd.
In de volgende stap wordt een distaai gedeelte 6a van het kanaalvormige orgaan 18 door de tuit 3 in de richting van het opblaaslichaam 2 verplaatst, waardoor het gedeelte 6a bin-25 nenste buiten wordt gekeerd. Het langs de buitenzijde van de tuit 3 verplaatste eindgedeelte 17 wordt tenslotte teruggebracht in de positie van de begintoestand, zoals getoond in Fig. 9a. Fig. 9d toont de eindtoestand van de ballon 1, waarin tevens is te zien, dat ter plaatse van de lasnaad 19 het dis-30 tale gedeelte 6a verbonden is met de rest van de ballon 1.
In Fig. 12a-c wordt nog een alternatieve werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon 1 geïllustreerd. Fig. 12a toont de begintoestand van de ballon 1 met het opblaaslichaam 2 en de daarmee communicerende tuit 3, die 35 buitenwaarts van het opblaaslichaam 2 uitsteekt. Fig. 12a toont verder een los zelfafsluitend ventiel, dat een uit velvormig materiaal, zoals latex of dergelijke materialen, gemaakt kanaalvormig orgaan 18 is. Hierin is door middel van 18 arcering ook geïllustreerd dat het kanaalvormige orgaan voorzien is van scherpe vouwen 11, zodat het ventiel goede afsluiteigenschappen heeft, zoals hierboven is toegelicht.
Fig. 12a toont ook een montagepen 20 waaromheen het 5 kanaalvormige orgaan 18 klemmend wordt aangebracht. Deze situatie is in Fig. 12b getoond. De vouwen 11 zullen vanwege de materiaaleigenschappen van het velmateriaal door het op de montagepen aanbrengen van het kanaalvormige orgaan 18 overigens niet permanent verdwijnen. Vervolgens wordt de tuit 3 van 10 de ballon 1 om het kanaalvormige orgaan 18 aangebracht, zoals geïllustreerd in Fig. 12c. Daarna worden de tuit 3 en het kanaalvormige orgaan 18 aan elkaar vastgemaakt en kan de aldus gevormde ballon 1 van de montagepen 20 worden verwijderd.
Het over het kanaalvormige orgaan 18 trekken van de 15 tuit 3 kan worden vergemakkelijkt door glijmiddel aan de buitenzijde van het kanaalvormige orgaan 18 aan te brengen. Het aan elkaar vastmaken van de tuit 3 en het kanaalvormige orgaan 18 kan door verlijming, lassen of een andere hechtingsmethode plaatsvinden.
20 In de praktijk zal bij het van de montagepen 20 ver wijderen van de ballon 1 het kanaalvormige orgaan mogelijk aan de montagepen 20 blijven klemmen. Dit vormt echter geen probleem, omdat het in dat geval uit de tuit 3 stekende deel van het kanaalvormige orgaan 18 gemakkelijk door de tuit 3 in de 25 richting van het opblaaslichaam 2 kan worden teruggeduwd.
Een andere alternatieve werkwijze voor het vervaardigen van een ballon volgens de uitvinding wordt geïllustreerd in Fig. 13a-b. Hierbij wordt een afsluitend ventiel tijdens een standaard vervaardigingsproces van ballonen 1 uit latex of 30 dergelijke materialen in de ballon 1 geïntegreerd. Bij een zogenaamd dipproces voor het vervaardigen van latex-ballonnen wordt een mal 21 met de vorm van een lege ballon 1 ondergedompeld in vloeibare latex, waarna na droging de aldus gemaakte ballon 1 van de mal wordt verwijderd.
35 Bij de in Fig. 13a-b geïllustreerde werkwijze volgens de uitvinding wordt een kanaalvormig orgaan 18 verbonden met een ballonvormige mal 21 door het kanaalvormige orgaan 18 over het langwerpige gedeelte van de mal 21 te trekken, zoals aan- 19 gegeven met de pijlen Δ. Het langwerpige gedeelte van de mal 21 correspondeert met de te vormen vulhals 9 van de ballon 1. Het kanaalvormige orgaan 18 heeft dezelfde materiaaleigenschappen als bij de hierboven genoemde uitvoeringsvoorbeelden 5 en kan vanwege de elasticiteit daarvan eventueel gemakkelijk over mallen van verschillende diameters worden getrokken. In Fig. 13b is de mal 21 en het kanaalvormige orgaan 18 met het daarop aangebrachte kanaalvormige orgaan 18 getoond. Vervolgens wordt de mal 21 met tenminste een gedeelte van het 10 kanaalvormige orgaan 18 door middel van het hierboven genoemde dipproces in vloeibare latex 22 gedompeld, zoals geïllustreerd met de pijl B in Fig. 13b. Na het dipproces wordt het op de mal 21 aangebrachte latex gedroogd, waarna de aldus ontstane ballon 1 van de mal 21 wordt verwijderd.
15 Bij voorkeur hecht tenminste een deel van het uit velvormig materiaal gemaakte kanaalvormige orgaan 18 niet aan het tijdens het dipproces aangebrachte latex om in dit deel de afsluitende werking van het kanaal zo goed raogelijk te laten zijn. Daarom kan een gedeelte van de buitenzijde van het ka-20 naalvormige orgaan 18 vóór het dipproces worden voorzien van een anti-hechtingslaag, zodat dat gedeelte in de eindtoestand van de ballon 1 vrij is van de rest van de ballon 1.
Een nog andere alternatieve werkwijze voor het vervaardigen van een ballon volgens de uitvinding wordt 25 geïllustreerd in Fig. 14a-b. Hierbij wordt ook een kanaalvormig orgaan 18 tijdens een dipproces aan de ballon 1 vastgemaakt, maar nu is de mal 21 voorzien van een holte 23.
In dit geval is de holte 23 zodanig aangebracht dat in de mal 21 een buisvormig gedeelte 24 is gevormd. Een deel van het ka-30 naalvormige orgaan 18 wordt in de holte 23 van de mal 21 aangebracht, zoals aangegeven met pijlen C in Fig. 14a. In Fig. 14b is te zien, dat een eindgedeelte 25 van het kanaalvormige orgaan 18 met de mal 21 is verbonden door het eindgedeelte 25 om een uiteinde van het buisvormige gedeelte 35 24 van de mal 21 terug te vouwen op een buitenzijde van de mal 21. Door de elastische eigenschappen van het kanaalvormige orgaan 18 blijft dit eindgedeelte 25 op de mal 21 vastzitten.
20
De mal 21 wordt met het op hierboven beschreven wijze daarin aangebrachte kanaalvormige orgaan 18 in vloeibare latex 22 gedompeld, zoals geïllustreerd met de pijl D in Fig. 14b. Door de mal 21 bijvoorbeeld zo diep in de vloeibare latex 22 5 te dompelen dat het vloeibare latex 22 het omgevouwen eindge-deelte 25 bereikt, is na droging de ballon 1 voorzien van een daaraan vastgemaakt kanaalvormig orgaan 18. Omdat het kanaalvormige orgaan 18 zich in de holte 23 van de mal 21 bevindt, zal na het verwijderen van de ballon 1 van de mal 21 de ballon 10 de vorm hebben zoals getoond in Fig. 14c. Hierin is het op-blaaslichaam 2, de tuit 3 en het daaraan vastgemaakte kanaalvormige orgaan 18 te zien. Het distale gedeelte 6a van het kanaalvormige orgaan 18 kan nu binnenste buiten door de tuit 3 in de richting van het opblaaslichaam worden gebracht, 15 zoals ook bij de in Fig. 9 geïllustreerde werkwijze is toegelicht. In Fig. 14c is de verplaatsing aangegeven door middel van de pijl E.
Fig. 15 toont een alternatieve opblaasbare ballon 1 in opgeblazen toestand met een opblaaslichaam 2 en een buiten-20 waarts van het opblaaslichaam 2 uitstekende vulhals 9. In dit geval is de ballon 1 voorzien van een zelfafsluitend ventiel 5 in de vorm van een afsluitorgaan 26, dat zich vrij beweegbaar in het opblaaslichaam 2 bevindt. Het afsluitorgaan 26 heeft een bolvorm en kan bijvoorbeeld een licht balletje zijn, zoals 25 een tafeltennisballetje. De omvang van het afsluitorgaan is groter dan een kleinste doortocht van de vulhals 9 om te voorkomen, dat het afsluitorgaan 26 gemakkelijk uit de ballon 1 kan schieten. Het afsluitorgaan 26 heeft ook een relatief grote omvang, zodat wordt voorkomen, dat indien het afsluitorgaan 30 26 uit de ballon 1 verwijderd wordt, hetgeen met name bij kin deren gevaar zou kunnen opleveren.
Wanneer de ballon 1 is opgeblazen, kan het afsluitor-gaan 26 in de richting van het opblaaslichaam 2 worden verplaatst. Het afsluitorgaan 26 heeft een zodanige vorm dat 35 deze in de opgeblazen toestand zodanig correspondeert met een gedeelte van een binnenwand van het opblaaslichaam 2 ter plaatse van de vulhals 9, dat het afsluitorgaan 26 het opblaaslichaam 2 afsluit van de omgeving van de ballon 1 als 21 gevolg van de druk in het opblaaslichaam 2 op het afsluitor-gaan 26, dat daardoor tegen de binnenwand van het opblaaslichaam 2 wordt gedrukt.
Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat met de 5 werkwijze volgens de uitvinding op een relatief eenvoudige en goedkope wijze een ballon met een zelfafsluitend ventiel kan worden vervaardigd. Het zal ook duidelijk zijn dat de opblaasbare ballon volgens de uitvinding een eenvoudige oplossing vormt voor een ballon met een zelfafsluitend ventiel.
10 De uitvinding is niet beperkt tot de in de tekenin gen weergegeven en hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden die op verschillende manieren binnen het kader van de uitvinding kunnen worden gevarieerd.
. Ί 0 0 6 00
Claims (27)
1. Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon (1) die in een eindtoestand is voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5), waarbij in de ballon (1) die in een begintoestand een opblaaslichaam (2) en een daarmee coitimu- 5 nicerende uit velvormig materiaal gemaakte tuit (3) omvat die buitenwaarts van het opblaaslichaam (2) uitsteekt, het zelfaf-sluitende ventiel (5) wordt aangebracht, met het kenmerk, dat het ventiel (5) wordt aangebracht door een zich in de begintoestand op afstand van het opblaaslichaam (2) bevindend 10 distaai gedeelte (6) van de tuit (3) in de richting van het opblaaslichaam (2) te verplaatsten door een proximaal gedeelte (7) van de tuit (3) dat aan het opblaaslichaam (2) grenst teneinde met het distale gedeelte (6) een kanaal (8) te vormen via welk kanaal (8) het opblaaslichaam (2) met de omgeving van 15 de ballon (1) communiceert, totdat nog een gedeelte van de tuit (3) buiten het opblaaslichaam (2) resteert, zodat het resterende gedeelte van de tuit (3) een vulhals (9) voor het opblazen van de ballon (1) vormt, en waarna het proximale (7) en distale gedeelte (6) in de axiale richting van de vulhals 20 (9) ten opzichte van elkaar worden gefixeerd om het buiten waarts verplaatsen van het distale gedeelte (6) ten opzichte van het opblaaslichaam (2) in opgeblazen toestand daarvan te voorkomen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het distale 25 gedeelte een los eindgedeelte (6) van de tuit (3) in de begintoestand van de ballon (1) is.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, waarbij, voordat de verplaatsing van het losse eindgedeelte (6) in de richting van het opblaaslichaam (2) wordt uitgevoerd, een buitenwand van 30 ten minste een deel van het losse eindgedeelte (6) op twee tegenover elkaar gelegen plaatsen in binnenwaartse richting van de tuit (3) wordt gebracht, waarna in ieder geval een kracht op de tuit (3) wordt uitgeoefend in een richting althans ongeveer loodrecht op die van de verplaatsing van de tegenover 35 elkaar gelegen plaatsen, teneinde een scherpe vouw (11) aan te 2000600 brengen ter plaatse van de in binnenwaartse richting van de tuit (3) gebrachte plaatsen.
4. Werkwijze volgens conclusie 2, waarbij de ballon (1) in de begintoestand binnenste buiten wordt gekeerd, waarna 5 tenminste een deel van het eindgedeelte (6) van de tuit (3) zodanig wordt bewerkt dat aan twee tegenover elkaar gelegen plaatsen van de tuit (3) scherpe vouwen (11) worden gevormd, waarna de ballon (1) weer binnenste buiten wordt gekeerd, voordat het losse eindgedeelte (6) van de tuit (3) in de rich-10 ting van het opblaaslichaam (2) wordt verplaatst.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij de scherpe vouwen (11) worden gevormd door ten minste op de plaatsen waar de vouwen (11) zijn beoogd, druk vanaf de buitenzijde op de tuit (3) uit te oefenen en de temperatuur te verhogen.
6. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij in de be gintoestand het distale gedeelte (6) tussen het proximale gedeelte (7) en een eindgedeelte (16) van de tuit (3) in ligt, en het resterende gedeelte van de tuit (3) dat buiten het opblaaslichaam (2) resteert tenminste een deel van het 20 eindgedeelte (16) is.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, waarbij tenminste een deel van het distale gedeelte (6) van scherpe vouwen (11) wordt voorzien op twee tegenover elkaar gelegen zijranden van de tuit (3) .
8. Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasba re ballon (1) die in een eindtoestand is voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5), waarbij in de ballon (1) die in een begintoestand een opblaaslichaam (2) en een daarmee communicerende tuit (3) omvat die buitenwaarts van het 30 opblaaslichaam (2) uitsteekt, het zelfafsluitende ventiel (5) wordt aangebracht, met het kenmerk, dat het ventiel (5) een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan (18) is, dat zodanig aan de tuit (3) wordt vastgemaakt, dat het kanaalvormige orgaan (18) met de tuit (3) communiceert, waarna 35 tenminste een zich op afstand van de tuit (3) bevindend distaai gedeelte (6a) van het kanaalvormige orgaan (18) in de richting van het opblaaslichaam (2) wordt verplaatst door de tuit (3).
9. Werkwijze volgens conclusie 8, waarbij voor het vastmaken van het kanaalvormige orgaan (18) aan de tuit (3) een eindgedeelte (17) van de tuit (3) in een begintoestand daarvan langs de buitenzijde van de tuit (3) in de richting 5 van het opblaaslichaam (2) wordt verplaatst, zodat een nieuw eindgedeelte (17') van de tuit (3) op afstand van het opblaaslichaam (2) wordt gevormd, aan welk nieuwe eindgedeelte (17') het kanaalvormige orgaan (18) wordt vastgemaakt, waarna het distale gedeelte (6a) van het kanaalvormige orgaan (18) in de 10 richting van het opblaaslichaam (2) wordt verplaatst, en het langs de buitenzijde van de tuit (3) verplaatste eindgedeelte (17') wordt teruggebracht in de positie van de begintoestand.
10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de tuit (3) in de begintoestand taps toeloopt, 15 gezien vanaf het opblaaslichaam (2).
11. Opblaasbare ballon (1) die een opblaaslichaam (2) en een buitenwaarts van het opblaaslichaam (2) uitstekende vulhals (9) met een zich op afstand van het opblaaslichaam (2) bevindende vulopening (10) omvat, welke uit latex zijn ge- 20 maakt, waarbij de ballon (1) is voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5), met het kenmerk, dat het ventiel (5) is gevormd uit tenminste twee tegenover elkaar gelegen elastische velorganen (3) die een in omtreksrichting gesloten kanaal (8) vormen, via welk kanaal (8) de vulopening met het 25 opblaaslichaam (2) communiceert, waarbij de velorganen (3) zodanig zijn gevormd, dat zij het kanaal (8) ten minste afsluiten wanneer de druk aan de zijde van het ventiel (5) waar het opblaaslichaam (2) zich bevindt hoger is dan aan de zijde van het ventiel (5) waar de vulopening (10) zich be-30 vindt.
12. Opblaasbare ballon (1) volgens conclusie 11, waarbij de velorganen (3) uit latex zijn gemaakt.
13. Opblaasbare ballon (1) volgens conclusie 11 of 12, waarbij tussen de vulopening (10) en het opblaaslichaam 35 (2) de velorganen (3) zijn verbonden met de vulhals (9).
14. Opblaasbare ballon (1) volgens conclusie 13, waarbij de velorganen (3) zich in de richting van het opblaas- lichaam (2) voorbij een overgangsgedeelte (4) van de vulhals (9) naar het opblaaslichaam (2) uitstrekken.
15. Opblaasbare ballon (1) volgens één van de conclusies 11-14, waarbij de velorganen (3) zodanig zijn gevormd, 5 dat tenminste een gedeelte van het kanaal (8) twee tegenover elkaar gelegen zijranden heeft waar de doorsnede van het kanaal (8) een scherpe hoek vormt, zodat in een rusttoestand de velorganen (3) althans ongeveer op elkaar liggen.
16. Opblaasbare ballon (1) volgens conclusie 15, 10 waarbij de velorganen (3) uit één vel zijn gevormd, waarin ten minste één scherpe vouw (11) is aangebracht teneinde één van de zijranden te vormen.
17. Opblaasbare ballon (1) volgens één van de conclusies 11-16, waarbij ter plaatse van het kanaal (8) de 15 velorganen (3) tenminste gedeeltelijk zodanig zijn voorzien van een elastische verstijving in omtreksrichting van het kanaal (8), dat bij het samendrukken daarvan de velorganen (3) van elkaar wijken, teneinde een gevulde ballon (1) gemakkelijk te kunnen laten leeglopen.
18. Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaas bare ballon (1) die is voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5), waarbij in de ballon (1) die in een begintoestand een opblaaslichaam (2) en een daarmee communicerende tuit (3) omvat die buitenwaarts van het opblaaslichaam (2) uitsteekt, het 25 zelfafsluitende ventiel (5) wordt aangebracht, met het kenmerk, dat het ventiel (5) een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan (18) is, dat door de tuit (3) in de richting van het opblaaslichaam (2) wordt gebracht, waarna het aan de tuit (3) wordt vastgemaakt.
19. Werkwijze volgens conclusie 18, waarbij voor het in de tuit (3) inbrengen van het kanaalvormige orgaan (18) het kanaalvormige orgaan (18) klemmend om een montagepen (20) wordt aangebracht, waarna de tuit (3) van de ballon (1) in de begintoestand om het kanaalvormige orgaan (18) wordt aange- 35 bracht, waarna de tuit (3) en het kanaalvormige orgaan (18) aan elkaar worden vastgemaakt en de aldus gevormde ballon (1) van de montagepen (20) wordt verwijderd.
20. Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij een glijmiddel aan de buitenzijde van het kanaalvormige orgaan (18) wordt aangebracht voordat de tuit (3) daaromheen wordt aangebracht.
21. Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaas bare ballon (1) die is voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5), dat een uit velvormig materiaal gemaakt kanaalvormig orgaan (18) is, met het kenmerk, dat het kanaalvormige orgaan (18) losmaakbaar wordt verbonden met een ballonvormige mal 10 (21), waarna de mal (21) met tenminste een gedeelte van het daarmee verbonden kanaalvormige orgaan (18) door middel van een dipproces in vloeibare latex (22) wordt gedompeld en gedroogd, waarna de aldus ontstane ballon (1) met het ventiel (5) van de mal (21) wordt verwijderd, waarbij tenminste een 15 deel van het meegedompelde gedeelte van het kanaalvormige orgaan (18) zodanig is uitgevoerd, dat het met de vloeibare latex (22) hecht.
22. Werkwijze volgens conclusie 21, waarbij het kanaalvormige orgaan (18) om een gedeelte van de mal (21) wordt 20 aangebracht, voordat de mal (21) met het daaromheen aangebrachte kanaalvormige orgaan (18) in vloeibare latex (22) wordt gedompeld.
23. Werkwijze volgens conclusie 22, waarbij een gedeelte van de buitenzijde van het kanaalvormige orgaan (18) 25 voor het dipproces wordt voorzien van een anti-hechtingslaag teneinde dat gedeelte na droging vrij ten opzichte van de rest van de ballon (1) te laten zijn.
24. Werkwijze volgens conclusie 21, waarbij een deel van het kanaalvormige orgaan (18) in een holte (23) van de mal 30 (21) wordt aangebracht voordat het kanaalvormige orgaan (18) met de mal (21) wordt verbonden teneinde het in de holte aangebrachte deel tenminste gedeeltelijk af te schermen van de vloeibare latex (22) tijdens het dipproces.
25. Werkwijze volgens conclusie 24, waarbij de holte 35 (23) tenminste gedeeltelijk is gevormd door een buisvormig ge deelte (24) van de mal (21), waarbij een eindgedeelte (25) van het kanaalvormige orgaan (18) om een uiteinde van het buisvormige gedeelte (24) van de mal (21) buitenwaarts wordt teruggevouwen op een buitenzijde van het buisvormige gedeelte (24) van de mal (21) teneinde het kanaalvormige orgaan (18) met de mal (21) te verbinden, waarbij tenminste het eindge-deelte (25) tijdens het dipproces met de vloeibare latex (22) 5 in contact wordt gebracht.
26. Opblaasbare ballon (1) die een opblaaslichaam (2) en een buitenwaarts van het opblaaslichaam (2) uitstekende vulhals (9) met een zich op afstand van het opblaaslichaam (2) bevindende vulopening (10) omvat, waarbij de ballon (1) is 10 voorzien van een zelfafsluitend ventiel (5) , met het kenmerk, dat het ventiel (5) is gevormd uit een afsluitorgaan (26), dat zich vrij beweegbaar in het opblaaslichaam (2) bevindt en een grotere omvang heeft dan een kleinste doortocht van de vulhals (9) in een opgeblazen toestand van de ballon (1), waarbij het 15 afsluitorgaan (26) een zodanige vorm heeft dat deze in een opgeblazen toestand van het opblaaslichaam (2) zodanig contact maakt met een gedeelte van een binnenwand van het opblaaslichaam (2) ter plaatse van de vulhals (9), dat het afsluitorgaan (26) het opblaaslichaam (2) afsluit van de omge-20 ving van de ballon als gevolg van de druk in het opblaaslichaam (2) op het afsluitorgaan (26) dat daardoor tegen de binnenwand van het opblaaslichaam (2) wordt gedrukt wanneer het afsluitorgaan in de richting van de vulhals (9) is verplaatst.
27. Opblaasbare ballon (1) volgens conclusie 26, waarbij het afsluitorgaan (26) een bolvorm heeft. 2000600
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000600A NL2000600C2 (nl) | 2007-04-17 | 2007-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. |
| PCT/NL2008/050217 WO2008127108A1 (en) | 2007-04-17 | 2008-04-16 | Method of manufacturing an inflatable balloon and an inflatable balloon |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000600A NL2000600C2 (nl) | 2007-04-17 | 2007-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. |
| NL2000600 | 2007-04-17 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000600C2 true NL2000600C2 (nl) | 2008-10-20 |
Family
ID=38694909
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000600A NL2000600C2 (nl) | 2007-04-17 | 2007-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000600C2 (nl) |
| WO (1) | WO2008127108A1 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105443814A (zh) * | 2016-01-17 | 2016-03-30 | 罗洋洋 | 一种气球吹嘴 |
| US11092254B1 (en) | 2020-03-26 | 2021-08-17 | Jose Luis Rueda Calvet | Self-sealing valve for an inflatable body and method for manufacturing same |
| CN112402757B (zh) * | 2020-09-09 | 2024-04-05 | 宁波博雅医疗器械有限公司 | 麻醉储气囊的生产设备 |
| USD930119S1 (en) | 2021-01-29 | 2021-09-07 | Jose Luis Rueda Calvet | Self-sealing valve for an inflatable body |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL38842C (nl) * | ||||
| US1008641A (en) * | 1911-05-06 | 1911-11-14 | Thomas M Gregory | Toy balloon. |
| FR719244A (fr) * | 1930-07-02 | 1932-02-03 | Perfectionnements aux valves pour dispositifs pneumatiques | |
| GB947559A (en) * | 1962-06-12 | 1964-01-22 | Randall & Wood Ltd | Improvements in or relating to inflatable articles |
Family Cites Families (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2795425A (en) * | 1953-09-29 | 1957-06-11 | Serugo Rubber Co | Inflatable objects with self-sealing valves |
-
2007
- 2007-04-17 NL NL2000600A patent/NL2000600C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2008
- 2008-04-16 WO PCT/NL2008/050217 patent/WO2008127108A1/en not_active Ceased
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL38842C (nl) * | ||||
| US1008641A (en) * | 1911-05-06 | 1911-11-14 | Thomas M Gregory | Toy balloon. |
| FR719244A (fr) * | 1930-07-02 | 1932-02-03 | Perfectionnements aux valves pour dispositifs pneumatiques | |
| GB947559A (en) * | 1962-06-12 | 1964-01-22 | Randall & Wood Ltd | Improvements in or relating to inflatable articles |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2008127108A1 (en) | 2008-10-23 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2000600C2 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een opblaasbare ballon en een opblaasbare ballon. | |
| JP7097071B2 (ja) | 散乱した握持環境、高加速移動、食品操作、および自動貯蔵および回収システムのためのソフトロボットグリッパ | |
| JP5425215B2 (ja) | 眼内レンズ挿入器具 | |
| EP3024528B1 (en) | Balloon catheter systems | |
| ES2520344T3 (es) | Método para aplicar un manguito tubular retráctil en un recipiente, particularmente en una botella | |
| CN110279508B (zh) | 一种前凹式生产方法及工具 | |
| CH697705A2 (it) | Metodo di piegatura di un foglio di incarto rettangolare attorno ad un articolo parallelepipedo per formare un incarto tubolare avente una estremità aperta. | |
| US4516949A (en) | Self sealing valve assembly | |
| AU620128B2 (en) | Process and apparatus for the preparation of balloons | |
| BR102013019348A2 (pt) | Método para produzir um recipiente destinado a conter uma substância a ser distribuída por uma bomba sem ar, e um recipiente produzido pelo método | |
| US11092254B1 (en) | Self-sealing valve for an inflatable body and method for manufacturing same | |
| WO2019149973A9 (es) | Procedimiento y máquina para generar y sellar solapas de envases flexibles, y modelos varios de envases plus 3d flexibles | |
| AU2006255845B2 (en) | Device for filling of a container of collapsible type | |
| CN211583427U (zh) | 一种伞型异物管 | |
| JP5612766B2 (ja) | 熱可塑性プラスチック製容器の製造及び充填のための方法及び装置、並びにそのような方法で製造された容器 | |
| JPS6052934B2 (ja) | バツグインボツクスの組み立て方法および装置 | |
| US20230103373A1 (en) | Self-inflating member and protective wrapping material | |
| US2197617A (en) | Air stopper and holder for toy balloons | |
| ES2385660T3 (es) | Dispositivo para variar la capacidad de almacenaje de una bolsa de malla tubular | |
| US9603433B2 (en) | Internally supplied applicator with fingers and foil packet | |
| CN205548692U (zh) | 一种医用保护套 | |
| PT88766B (pt) | Processo para a fabricacao de corpos tubulares laminados | |
| US9498929B2 (en) | Bag-in-box assembly apparatus and method of coupling a bag and a box to form a bag-in-box assembly | |
| US20080017697A1 (en) | Inflatable funnel | |
| ES2656220T3 (es) | Procedimiento y dispositivo para fabricar una unidad de envasado |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20101101 |