NL7906362A - Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. - Google Patents
Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7906362A NL7906362A NL7906362A NL7906362A NL7906362A NL 7906362 A NL7906362 A NL 7906362A NL 7906362 A NL7906362 A NL 7906362A NL 7906362 A NL7906362 A NL 7906362A NL 7906362 A NL7906362 A NL 7906362A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- charge
- generating
- generating layer
- photoconductive element
- image
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G5/00—Recording-members for original recording by exposure, e.g. to light, to heat or to electrons; Manufacture thereof; Selection of materials therefor
- G03G5/02—Charge-receiving layers
- G03G5/04—Photoconductive layers; Charge-generation layers or charge-transporting layers; Additives therefor; Binders therefor
- G03G5/06—Photoconductive layers; Charge-generation layers or charge-transporting layers; Additives therefor; Binders therefor characterised by the photoconductive material being organic
- G03G5/0664—Dyes
- G03G5/0675—Azo dyes
- G03G5/0679—Disazo dyes
- G03G5/0683—Disazo dyes containing polymethine or anthraquinone groups
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G9/00—Developers
- G03G9/08—Developers with toner particles
- G03G9/0821—Developers with toner particles characterised by physical parameters
- G03G9/0823—Electric parameters
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Photoreceptors In Electrophotography (AREA)
Description
*' - t
Ocê-Nederland B.V. te Venlo
Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld waarbij een fotogeleidend element met een 1adingsgenererende laag en een gladde ladingstransporterende toplaag van een ladingsbeeld wordt voorzien en het ladingsbeeld wordt ontwik-5 keld met een ëëncomponent ontwikkelpoeder waarvan de deeltjes een specifieke weerstand groter dan 10** Ohm.m hebben.
Bij de in de praktijk toegepaste elektrofotografische processen worden ladingsbeelden in het algemeen ontwikkeld met een binair ontwikkel poeder bestaande uit een mengsel van twee componenten. De ene 10 component is een kleurpoeder dat op het ladingsbeeld wordt afgezet en dat in hoofdzaak bestaat uit een hars waarin een geschikte, meestal zwarte, kleurstof is opgenomen. De andere component is een drager bestaande uit een materiaal waartegen de eerste component triboëlektrisch oplaadbaar is, mede omdat het ontwikkelpoeder voortdurend in beweging 15 wordt gebracht. Als magneetborstelontwikkeling wordt toegepast, bestaat de drager uit fijne deeltjes van een magnetiseerbaar materiaal, zoals ijzer, magnetiet of een ferriet.
De binaire ontwikkelpoeders hebben het bezwaar dat door het verbruik van het kleurpoeder de verhouding tussen kleurpoeder en drager-20 poeder tijdens het gebruik verandert en bovendien de eigenschappen van het dragerpoeder, dat niet verbruikt wordt, veranderen. Hierdoor moet regelmatig kleurpoeder worden toegevoegd en van tijd tot tijd het dragerpoeder ververst worden. Het laatste betekent dat herhaaldelijk enkele kilogrammen van een zwart, de omgeving sterk vervuilend, poeder 25 weggegooid moet worden. Bovendien heeft een binair ontwikkelpoeder nog het bezwaar dat het een vrij sterk schurende werking op de drager van het ladingsbeeld, meestal een fotogeleidend element, heeft waardoor de levensduur van dit fotogeleidend element beperkt wordt.
Om bovengenoemde nadelen op te heffen, zijn meerdere elektrofoto-30 grafische werkwijzen voorgesteld waarbij een ladingsbeeld ontwikkeld 790 6 3 62 wordt met een ontwikkelpoeder dat slechts uit één component bestaat.
Als het ontwikkelpoeder met een magneetrol op het ladingsbeeld wordt aangebracht, bestaat het poeder bijvoorbeeld uit harsdeeltjes waarin uiterst fijn magnetiseerbaar materiaal is gedispergeerd. De, in de 5 literatuur voorgestelde, magnetiseerbare, ëëncomponent-ontwikkelpoeders kunnen in twee groepen worden verdeeld·. De ene groep bevat geen wezenlijke hoeveelheden elektrisch geleidend materiaal en heeft een specifieke weerstand die hoger is dan 10** Ohm.m. De andere groep is elektrisch geleidend gemaakt door toevoeging van een geleidend materiaal 10 zoals roet en heeft gewoonlijk een specifieke weerstand tussen + 10 en 10*° Ohm.m. Als een ladingsbeeld wordt ontwikkeld met een elektrisch geleidend ontwikkelpoeder wordt het ontwikkelpoeder door induktie opgeladen en afgezet op het ladingsbeeld. Hierbij wordt een potentiaal van nog omstreeks 10 Volt/ontwikkeld. Dit is nadelig voor de levensduur van het 15 fotogeleidend element, omdat zeer geringe beschadigingen en krassen zichtbaar worden op de gemaakte kopieën waardoor de levensduur van het fotogeleidend element weer beperkt wordt ondanks de relatief gering schurende werking van het ëéncomponent-ontwikkelpoeder. Toepassing van een elektrisch geleidend kleurpoeder levert bovendien beelden op met 20 een harde gradatie waardoor nauwelijks continu tonen gereproduceerd kunnen worden. Verder stuit het transfereren van het ontwikkelde beeld naar gewoon papier met behulp van een elektrisch veld op grote moeilijkheden.
Om de genoemde redenen wordt de voorkeur gegeven aan een werkwijze 25 waarbij een ladingsbeeld wordt ontwikkeld met een éëncomponent-ontwik-kelpoeder dat geen of vrijwel geen elektrisch geleidend materiaal bevat. Omdat het ontwikkelpoeder vooraf niet wordt opgeladen, dragen de poeder-deeltjes slechts een geringe hoeveelheid lading maar desondanks wordt het poeder beeldmatig op een ladingsbeeld gezet. Er zijn diverse 30 oplaad- en ontwikkelmechanismen geopperd maar in feite is niet bekend hoe de poederdeeltjes lading opnemen en waarom een isolerend ontwikkel-poeder dat weinig of zelfs geen lading draagt toch als ontwikkelaar werkzaam is.
Werkwijzen waarbij een ladingsbeeld op een fotogeleidend oppervlak 35 wordt ontwikkeld met behulp van een elektrisch isolerend ontwikkel- i - 2 - 790 6 3 62 v 4 poeder, dat uit één component bestaat, zijn bekend. Volgens Brits octrooischrift 1 481 332 wordt een ladingsbeeld op een fotogeleidende zinkoxyde-bindmiddellaag met een dergelijk ontwikkelpoeder ontwikkeld.
Met die werkwijze kunnen uitstekende kopieën worden vervaardigd maar 5 door de zeer beperkte gebruiksduur van een fotogeleidend element op basis van zinkoxyde moet het fotogeleidend element vaak worden verwisseld. In het zelfde Britse octrooischrift wordt eveneens beschreven dat een fotogeleidend element omvattende een geleidende drager, een opgedampte seleenlaag, die als ladingsgenererende laag dienst doet, en een 10 gladde ladingstransporterende laag op basis van polyvinylcarbazool, een polycarbonaat en een xyleenhars, kan worden ontwikkeld met een ont-wikkelpoeder bestaande uit harsdeeltjes waarin magnetiseerbaar ijzer-oxydepoeder en nigrosine is gedispergeerd. De harsdeeltjes bestaan hierbij uit een mengsel van een styreenhars en een maleïnezuur-hars die 15 met natuurlijke hars is gemodificeerd. Bij toepassing van deze werkwijze is een zeer lange levensduur van het fotogeleidend element mogelijk,mede door het gladde oppervlak van de toplaag die nauwelijks vervuilt in tegenstelling met een ruwe zinkoxyde-bindmiddellaag. Echter, de toepassing van het genoemde gladde fotogeleidend element heeft weer het na-20 deel dat randveldontwikkeling optreedt, dat wil zeggen dat beelden vrijwel uitsluitend aan de randen van de beeldde!en ontwikkeld worden.
De uitvinding voorziet in een elektrofotografische werkwijze die de in het voorgaande genoemde nadelen niet heeft en alle genoemde voordelen kombineert.
25 De werkwijze volgens de uitvinding is een werkwijze, zoals in de aanhef wordt beschreven, met het kenmerk, dat het beeld wordt gevormd op een fotogeleidend element waarvan de ladingsgenererende laag is voorzien van een onder invloed van licht ladingsgenererend pigment dat is gedispergeerd in een ladingstransporterend bindmiddel.
30 Het is gebleken dat toepassing van de werkwijze volgens de uit vinding enerzijds een lange levensduur van het fotogeleidend element tot gevolg heeft en anderzijds,ondanks het gladde oppervlak van het fotogeleidend element,een vlakvullende ontwikkeling van de beeld-delen plaatsvindt zonder randeffekten. Het pigmentgehalte van de ladings-35 genererende laag kan tussen 5 en 50 gew.X liggen, maar de grenzen zijn 790 6 3 62 - 3 - # s*’ niet kritisch. Bij lagere pigmentgehaltes dan 5% is een toenemend rand-effekt waarneembaar en bij hogere gehaltes dan 50% wordt het moeilijker een gelijkmatige dispersie te vormen. Een optimale beeldkwaliteit wordt bereikt als het gehalte aan ladingsgenererend pigment tussen 10 en 35 5 gew.% ligt.
Om het gewenste gladde oppervlak "Van het fotogeleidend element te verkrijgen, wordt bij voorkeur een ladingsgenererend pigment met een deeltjesgrootte tussen 0,1 en 3 ^um gekozen, maar om onder alle omstandigheden een glad oppervlak te waarborgen, heeft een deeltjes-10 grootte beneden 1 ^um de bijzondere voorkeur. De dikte van de ladings-genererende laag is eveneens niet kritisch en kan bijvoorbeeld gekozen worden tussen 0,2 en enkele tientallen ^um maar bij een dikte tussen ongeveer 0,5 en 3 jum zijn de resultaten, die met het fotogeleidend element bereikt worden, optimaal.
15 Onder de ladingsgenererende pigmenten blijken vooral de pigmenten, die in het donker onder invloed van een elektrisch veld een duidelijk ladingsgenererend vermogen hebben, bijzonder geschikt te zijn. Dit zijn in het algemeen blauwe fotogeleidende pigmenten, zoals ftalocyaninen en azopigmenten, waarvan de laatste groep de beste beeldkwaliteit 20 oplevert. Geschikte ladingsgenererende pigmenten zijn de bisazopigmenten die worden genoemd in Brits octrooischrift 1 370 197 waarvan Fenelac blue, ook bekend onder de naam Diane blue (Cl 21180), een goede vertegenwoordiger is. Deze kleurstof wordt ook wel aangeduid met de meer systematische naam 3,3' -dimethoxy-4,41 -bis(2"-hydroxy-3',-ani 1 inocarbo-25 nyl-naftylazo)-bifenyl. Beelden met nog gavere beeldde!en en dat bij gebruik gedurende langere tijd,worden verkregen met de stilbeenbisazo-pigmenten, die worden beschreven in Brits octrooischrift 1 520 590.
Zeer geschikte vertegenwoordigers uit deze groep zijn 3,3'-dichloor-4,41-bis(2"-hydroxy-3"-ani1inocarbonyl-naftylazo)-sti1 been en 4,41-bis 30 (2"-hydroxy-3"-isopropylaminocarbonyl-naftylazo)-stilbeen. Naast het blauwe fotogeleidend pigment, of eventueel mengsel van dergelijke blauwe pigmenten, kan een rood of oranje fotogeleidend pigment worden toegevoegd ter verbetering van de spectrale gevoeligheid. Zeer geschikt zijn de polyxyleendiylideen-kleurstoffen die worden beschreven in Oostduits 35 octrooischrift 75 233 en meer in het bijzonder het dimethoxy-gesubsti- 790 6 3 62 V * tueerd poly-a-cyanoxyleendiylideen dat verkregen wordt door poly-conden-satie van 1,4-fenyleendiacetonitril raet 2,5-dimethoxytereftalaataldehyde.
Dit poly-condensatie produkt levert samen met een van de beide hierboven genoemde stilbeenbisazopigmenten een bijzonder fraai beeld op in de 5 werkwijze volgens de uitvinding.
Het ladingstransportersnd bindmiddel is in het algemeen een foto-geleidend bindmiddel dat geen,of ten opzichte van het pigment,een relatief geringe gevoeligheid voor zichtbaar licht vertoont. In het algemeen hebben deze stoffen ook een ladingsgenererend vermogen,maar dit is ge-10 woon!ijk geringer dan dat van het ladingsgenererend pigment. Voorbeelden van geschikte ladingstransporterende bindmiddelen zijn: polyvinylnafta!een, poly-9-vinylanthraceen, polyvinylcarbazool (PVK), gesubstitueerd PVK zoals gechloreerd, gebromeerd of gejodeerd PVK, polyvinylpyreen of door halogenen gesubstitueerd polyvinylpyreen. Het ladingstransporterend 15 bindmiddel hoeft niet noodzakelijkerwijs uit een polymere fotogeleidende stof te bestaan. Elektrisch isolerende polymeren, waarin een niet polymere ladingstransporterende stof is opgenomen, kunnen ook worden toegepast. Voorbeelden van dergelijke niet polymere stoffen zijn N-alkyl-carbazolen zoals N-ethylcarbazool of N-isopropylcarbazool, 2,5-bis(4-20 aminofenyl)-l,3,4-oxadiazool, 2,5-bis(4-diethylaminofenyl)-l,3,4-oxadia-zool en trifenylmethaan diamines zoals bis(4-diethylamino-2-methyl-fenyl)(fenyl)methaan.
Ladingstransporterende bindmiddelen die overwegend negatieve of positieve ladingsdragers transporteren, zijn geschikt als bindmiddel 25 voor de ladingsgenererende laag,maar voor het bereiken van optimale resultaten wordt de voorkeur gegeven aan een ladingsoverdrachtscomplex van een elektronen donor en een elektronen acceptor, welke complexen zowel positieve als negatieve ladingsdragers in ongeveer dezelfde mate kunnen transporteren. Zeer geschikt zijn ladingsoverdrachtscomplexen 30 waarin een van de, in de vorige alinea, genoemde ladingstransporterende bindmiddelen als elektronen donor dienst doet en een genitreerd fluoreen derivaat als elektronen acceptor. Zeer geschikte kombinaties zijn onder andere PVK met een van de volgende elektronen acceptoren: 2,4,5,7-tetrani tro-fl uoren-9-on 35 2,4,7-trinitro-fl uoren-9-on - 5 - 790 63 62 9-OXO-4,5,7-tri ni trof!uoreen-2-carbonzuur,methyl ester 9-oxo-4,5,7-trinitrofluoreen-2-carbonzuur,n-butylester 2-broom-4,5,7-tri nitrofluoren-9-on α,α,α-trifluoro-N-2,4,7-trinitrofluoreen-9-ylideen-p-toluidine 5 N-2,4,7-trinitrofl uoreen-9-ylideen-aniline of één van de aniline deri vaten die in het Brits octrooischrift'1 462 687 worden beschreven.
De molverhouding tussen elektronendonor en -acceptor kan variëren van 20:1 tot 1:1 maar optimale resultaten worden bereikt bij verhoudingen tussen 10:1 en 3:1. (Als de donor een polymeer is, wordt de molverhouding 10 berekend op de monomere eenheden daarvan).
De gladde ladingstransporterende toplaag kan bestaan uit één van de ladingstransporterende bindmiddelen die in de ladingsgenererende laag worden toegepast. Om de licht-absorptie in de ladingstransporterende toplaag zo gering mogelijk te houden, wordt bij voorkeur een kleurloze, 15 transparante ladingstransporterende stof toegepast. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van de zelfde ladingstransporterende stof als in de ladingsgenererende laag,maar zonder de toevoeging van een elektronen-acceptor. Kleine hoeveelheden elektronenacceptor kunnen wel in de ladingstransporterende laag voorkomen, omdat bij het aanbrengen van deze 20 laag een gedeelte uit de ladingsgenererende laag kan oplossen in de oplossing die er bovenop wordt aangebracht. De dikte van de ladingstransporterende toplaag is niet kritisch. Bijvoorbeeld laagdiktes van 1 tot 50 ^urn zijn toepasbaar, maar in de gevallen dat het fotogeleidend element goed buigzaam moet blijven, wordt bij voorkeur een dikte van 1 tot 6 ^um 25 toegepast. Om de buigzaamheid te bevorderen, kan ook een geschikte weekmaker worden toegevoegd.
De ladingsgenererende laag kan zijn aangebracht op een voor foto-geleidende elementen gebruikelijke drager. Zeer geschikt zijn bijvoorbeeld de gladde met aluminium beklede kunststof dragers en de enigszins 30 ruwe,geleidende dragers bestaande uit elektrochemisch geruwd aluminium. Tussen de ladingsgenererende laag en de drager kan nog een dunne hecht-laag of sperlaag worden aangebracht.
Het fotogeleidend element kan op een in de elektrofotografie gebruikelijke wijze worden opgeladen met een corona óf een scorotron die 35 de oplaadstroom begrenst. Hierbij kan, om ongewenste verontreinigingen - 6 - 790 63 62 te vermijden, een warme luchtstroom langs het fotogeleidend element worden geleid met behulp van een blaas- of zuiginrichting en een geschikt verwarmingselement. Na beeldmatige belichting wordt het één-component-ontwikkelpoeder in kontakt gebracht met het fotogeleidend 5 element door middel van een donor-oppervlak dat bijvoorbeeld kan bestaan uit een roteerbare cylinder waarin stationaire magneten zijn opgesteld.
11
Het ontwikkelpoeder heeft een specifieke weerstand boven 10 Ohm.m. Een dergelijke hoge specifieke weerstand kan worden bereikt door geen elektrisch geleidende stoffen in het ontwikkelpoeder op te nemen. Bij 10 voorkeur bevat het ontwikkelpoeder ongeveer 40 tot 65 gewichtsdelen van een elektrisch isolerend magnetiseerbaar materiaal, zoals magnetiet of een ferriet. De rest van het ontwikkeïpoeder bestaat voor het overgrote deel uit een voor ontwikkelpoeders gebruikelijke kunsthars. Geschikte kunstharsen zijn onder andere epoxyharsen, gemodificeerde epoxyharsen, 15 polyesterharsen en styreen-acrylaat copolymeren.
Aan het ontwikkeïpoeder kan, indien gewenst, nog een ladingsregel-middel worden toegevoegd voor het onderdrukken van geringe randeffekten, maar de ontwikkel resultaten met en zonder ladingsregelmiddel en vertonen slechts geringe verschillen. Ook stoffen, zoals hydrofobe silica, 20 die het vloeigedrag verbeteren, kunnen worden toegevoegd. Zoals gewoonlijk in de elektrofotografie wordt de voorkeur gegeven aan ontwikkel-poeders met zo veel mogelijk ronde deeltjes met een geringe spreiding in diameter.
Het ontwikkelde poederbeeld kan op een in de elektrofotografie 25 gebruikelijke wijze worden overgedragen op een geschikt ontvangst-materiaal, zoals papier,en daarop worden gefixeerd. De overdracht op papier kan rechtstreeks plaatsvinden met behulp van een elektrisch veld,maar kan ook via een siliconenrubber tussenmedium plaatsvinden.
30 De uitvinding wordt met behulp van de volgende voorbeelden nader toegelicht.
Voorbeeld 1
Een polyethyleentereftalaat-folie, die was voorzien van een gladde opgedampte aluminium laag, werd achtereenvolgens voorzien van een 35 uiterst dunne hechtlaag, een ladingsgenererende laag met een dikte van - 7 - 790 63 62 1 yum en een ladings transportwaag met een dikte van 2 ^um.
De laagdikte werd gemeten met een capacitieve diktemeter die geijkt was voor een diëlektrische constante = 3 (Fisher C-Scope).
De hechtlaag werd aangebracht door dompel-coaten in een 1 gew.% oplos-5 sing van een vinylchloride-vinylacetaat-maleïnezuuranhydride terpolymeer in butyl acetaat. Het terpolymeer dat Onder de naam Bakelite VMCH in de handel wordt gebracht door Union Carbide Corp., USA, bevat de genoemde componenten in de gewichtsverhouding 86:13:1.
De ladingsgenererende laag werd gevormd uit een dispersie met de 10 volgende samenstelling: 1,56 g 3,3'-dichloor-4,4'-bis(2"-hydroxy-3"-anilinoearbonyl-naftyl- azo)-stilbeen 5,6 g polyvinylcarbazool (Luvican M170 van B.A.S.F., Duitsland) 36 ml chloorbenzeen 15 2,2 g 2,4,7-trinitrofluoren-9-on 17,5 ml tetrahydrofuran.
De dispersie werd vóór het vormen van de laag gemalen totdat de diameter van de pigmentdeeltjes kleiner was dan 1 ^um. De transparantie van de gevormde laag was 30¾.
20 Na droging werd de ladingstransportlaag opgebracht met een oplos sing van 5 g polyvinylcarbazool (Luvican M170) in 100 ml chloorbenzeen. Ter verwijdering van restanten oplosmiddel werd het produkt tot konstant gewicht gedroogd bij 105°C. Het verkregen fotogeleidend element had een glad hoogglanzend oppervlak.
25 Het fotogeleidend element werd met een negatieve corona opgeladen tot -360 V en beeldmatig belicht met een lichthoeveelheid van 4 ,uJ per 2 ' cm van een halogeenlamp, waarbij de potentiaal van de volledig belichte delen daalde tot -80 V. De potentiaal van de niet-belichte delen, gemeten 1 seconde na oplading, was -300 V.
30 Het ladingsbeeld werd ontwikkeld met een magneetborstelontwikkel- inrichting die geen middelen voor het opladen van het ontwikkel poeder omvatte en die was voorzien van een ëëncomponent-ontwikkelpoeder dat als volgt werd verkregen:
Een mengsel van 50 g epoxyhars (Epikote 1004 van Shell, Nederland) en 35 50 g magnetietpoeder werd via extrusie gehomogeniseerd en daarna gemalen.
7906362
De deeltjes werden door warmtebehandeling afgerond in aanwezigheid van een kleine hoeveelheid hydrofobe silica (Aerosil 972) en de deeltjes met een diameter kleiner dan 8^um en groter dan 30 jum werden verwijderd door middel van zeven. De specifieke weerstand van het poeder was 5 2 x 10“ Ohm.m.
Het door ontwikkeling verkregen poederbeeld werd overgedragen op papier via een siliconenrubberen tussenmedium. De ondergrond van het beeld op het papier was geheel vrij van ontwikkel poeder en de zwarte beelddelen van het origineel werden gelijkmatig zwart en scherp afge-10 beeld zonder randeffekten. Het fotogeleidend element vertoonde bij herhaald opladen en belichten met een cyclustijd van 6 seconden geen memory verschijnselen. De weerstand tegen slijtage en andere mechanische defekten waren uitstekend. Een eindloze band, gevormd uit het fotogeleidend element, was nog goed bruikbaar nadat deze in een kopieerapparaat 15 100.000 keer langs het ontwikkelstation en het siliconenrubberen tussenmedium was getransporteerd.
Voorbeeld 2
De werkwijze volgens voorbeeld 1 werd herhaald,maar in plaats van het ontwikkel poeder volgens voorbeeld 1 werd bij het ontwikkelen gebruik 20 gemaakt van een ontwikkelpoeder dat ten opzichte van het ontwikkel poeder van voorbeeld 1 triboëlektrisch positief oplaadbaar is.
Dit ontwikkelpoeder dat eveneens was samengesteld uit 50 gew.% magnetiet en 50 gew.% hars bevatte als hars een mengsel van een met 4-a,a-dimethyl-benzylfenol gestabiliseerde epoxyhars (Epikote 828), een epoxyhars 25 (Epikote 1004 van Shell) en het reaktieprodukt van een epoxyhars (Epikote 1001 van Shell) met 2-methylaminoethanol. De kopieën verkregen volgens deze werkwijze waren gelijk aan die verkregen volgens voorbeeld 1.
Voorbeeld 3
De werkwijze volgens voorbeeld 1 werd nog eens herhaald,maar nu met 30 een ontwikkelpoeder dat ten opzichte van het ontwikkelpoeder volgens voorbeeld 1 triboëlektrisch negatief opladende eigenschappen heeft. Dit ontwikkelpoeder bevatte aTs hars een polyester met zuurgetal = 12 (Atlac 382 E van Atlas, USA). Het magnetiet gehalte van het ontwikkelpoeder was evenals in voorbeeld 1 gelijk aan 50 gew.%. Ook in dit geval was de 35 beeldkwaliteit van de kopieën vrijwel gelijk aan die verkregen volgens 790 6 3 62
Claims (9)
1. Werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld waarbij een fotogeleidend element met een ladingsgenererende laag en een gladde 25 ladingstransporterende toplaag van een ladingsbeeld wordt voorzien en het ladingsbeeld wordt ontwikkeld met een ééncomponent-ontwikkelpoeder waarvan de deeltjes een specifieke weerstand groter dan 10** Ohm.m hebben, met het kenmerk, dat het beeld wordt gevormd op een fotogeleidend element waarvan de ladingsgenererende laag is voorzien van 30 een onder invloed van licht ladingsgenererend pigment dat is gedisper-geerd in een ladingstransporterend bindmiddel.
2. Werkwijze volgens conclusie l,met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt toegepast die 10 tot 35 gew.% ladingsgenererend pigment bevat.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, m 6 t het kenmerk, 7906362 - 10 - dat een ladingsgenererende laag met een dikte van 0,5 tot 3 ^um wordt toegepast waarvan de gemiddelde diameter van de ladingsgenererende pigmentdeeltjes tussen 0,1 en 3 ^um ligt.
4. Werkwijze volgens één of meer van de voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt gebruikt die als ladingsgenererend pigment een azokleurstof en als ladingstransporterend bindmiddel een ladingsoverdrachtscomplex van een elektronen donor en een elektronen acceptor bevat.
5. Werkwijze volgens conclusie 4,met het kenmerk, dat 10 een ladingsgenererende laag wordt gebruikt die als ladingstransporterend bindmiddel een ladingsoverdrachtscomplex van een polyvinylcarbazool en een genitreerd fluoreen derivaat bevat.
5 De werkwijze volgens voorbeeld 1 werd herhaald,maar nu met een foto geleidend element waarin het ladingsgenererend pigment vervangen was door 4,4'-bis(2"-hydroxy-3"-isopropylami nocarbonyl -naftyl azo)-sti1 been. De lichtgevoeligheid van het element was gelijk aan die van het fotoge-leidend element volgens voorbeeld 1. De kopieën verkregen met de werk-10 wijze hadden de zelfde beeldkwaliteit als die volgens voorbeeld 1. De beeldkwaliteit kon bij veelvuldig kopiëren langer constant gehouden worden dan bij de werkwijze volgens voorbeeld 1. Voorbeeld 5 De werkwijze volgens voorbeeld 1 werd herhaald,maar in het fotoge-15 leidend element werd de helft van het ladingsgenererend pigment vervangen door het rode poly-a-cyanoxyleendiylideen, dat wordt verkregen door polycondensatie van 1,4-fenyleendiacetonitril met 2,5-dimethoxy-tereftaalaldehyde. De lichtgevoeligheid en de levensduur van het foto-geleidend element waren bij toepassing van de werkwijze gelijk aan die 20 volgens voorbeeld 1. De spectrale gevoeligheid was veranderd waardoor de grijs-weergave van gekleurde originelen op de kopieën werd verbeterd.
6. Werkwijze volgens conclusie 5,met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt gebruikt die als ladingstransporterend 15 bindmiddel een ladingsoverdrachtscomplex van een polyvinylcarbazool en een genitreerd fluoreen derivaat in een molaire verhouding tussen 3:1 en 10:1 bevat.
7. Werkwijze volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt ge- 20 bruikt die als ladingsgenererend picpent een stilbeenbisazokleurstof bevat.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt gebruikt die als ladingsgenererend pi gment 4,4'-bi s(2"-hydroxy-3"-i sopropylami nocarbonyl-naftylazo)-s ti 1- 25 been bevat.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat een ladingsgenererende laag wordt gebruikt die als ladingsgenererend pigment een mengsel van 4,4'-bis(2"-hydroxy-3"-isopropylaminocarbonyl-naftylazo)-stilbeen en het polycondensatie produkt van 1,4-fenyleen- 30 diacetonitril met 2,5-dimethoxytereftaalaldehyde bevat. 790 63 62 -ii-
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL7906362A NL7906362A (nl) | 1979-08-23 | 1979-08-23 | Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. |
| EP80200775A EP0024762A3 (en) | 1979-08-23 | 1980-08-18 | Electrophotographic process for forming a visible image |
| JP11391880A JPS5633653A (en) | 1979-08-23 | 1980-08-19 | Electrophotography for forming visible image |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL7906362 | 1979-08-23 | ||
| NL7906362A NL7906362A (nl) | 1979-08-23 | 1979-08-23 | Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL7906362A true NL7906362A (nl) | 1981-02-25 |
Family
ID=19833719
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL7906362A NL7906362A (nl) | 1979-08-23 | 1979-08-23 | Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0024762A3 (nl) |
| JP (1) | JPS5633653A (nl) |
| NL (1) | NL7906362A (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS6075840A (ja) * | 1983-10-01 | 1985-04-30 | Hitachi Koki Co Ltd | 電子写真感光体 |
| US5514878A (en) * | 1994-03-18 | 1996-05-07 | Holmes; Andrew B. | Polymers for electroluminescent devices |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DD75233A (nl) * | ||||
| JPS5646596B2 (nl) * | 1974-08-28 | 1981-11-04 | ||
| US3956524A (en) * | 1974-12-04 | 1976-05-11 | Xerox Corporation | Method for the preparation of electrostatographic photoreceptors |
| NL184708C (nl) * | 1975-07-04 | 1989-10-02 | Oce Van Der Grinten Nv | Elektrofotografisch kopieerprocede en produkt daarmee verkregen. |
| US4164476A (en) * | 1976-06-09 | 1979-08-14 | Konishiroku Photo Industry Co. Ltd. | Developer for latent electrostatic image and process for preparation thereof |
-
1979
- 1979-08-23 NL NL7906362A patent/NL7906362A/nl not_active Application Discontinuation
-
1980
- 1980-08-18 EP EP80200775A patent/EP0024762A3/en not_active Withdrawn
- 1980-08-19 JP JP11391880A patent/JPS5633653A/ja active Pending
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPS5633653A (en) | 1981-04-04 |
| EP0024762A2 (en) | 1981-03-11 |
| EP0024762A3 (en) | 1981-03-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4555463A (en) | Photoresponsive imaging members with chloroindium phthalocyanine compositions | |
| US4439507A (en) | Layered photoresponsive imaging device with photogenerating pigments dispersed in a polyhydroxy ether composition | |
| US3787208A (en) | Xerographic imaging member having photoconductive material in inter-locking continuous paths | |
| US3649262A (en) | Simultaneous development-cleaning of the same area of an electrostatographic image support surface | |
| JPH0512703B2 (nl) | ||
| US5063125A (en) | Electrically conductive layer for electrical devices | |
| US4410616A (en) | Multi-layered ambipolar photoresponsive devices for electrophotography | |
| US5166016A (en) | Photoconductive imaging members comprising a polysilylene donor polymer and an electron acceptor | |
| US4378415A (en) | Color imaging, layered organic photoresponsive device having hole injection and transport layers, red sensitive layer and short wavelength sensitive layer | |
| US3928036A (en) | Flexible xerographic photoreceptor element | |
| GB1601245A (en) | Photosensitive element for electrophotography | |
| US5330865A (en) | Multi-layered electrophotographic element having a mixture of perylene pigments | |
| JPH03264978A (ja) | ゼロプリンティング方法 | |
| NL7906362A (nl) | Elektrofotografische werkwijze voor het vormen van een zichtbaar beeld. | |
| JP2004341528A (ja) | 画像形成部材 | |
| US3899329A (en) | Mixture of photoconductors in an active matrix | |
| JPH0336222B2 (nl) | ||
| US4076528A (en) | Xerographic binder plate | |
| US5230974A (en) | Photoreceptor for textual and pictorial reproductions having a noncontinuous charge generating layer | |
| JPH06308745A (ja) | 電子写真感光体 | |
| JP3740176B2 (ja) | 画像形成方法 | |
| JPH0854746A (ja) | 電子写真用感光体 | |
| JP2705278B2 (ja) | 電子写真用感光体 | |
| JPH0823702B2 (ja) | 電子写真方法 | |
| JPH0475517B2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |