NL7920009A - Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan. - Google Patents

Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan. Download PDF

Info

Publication number
NL7920009A
NL7920009A NL7920009A NL7920009A NL7920009A NL 7920009 A NL7920009 A NL 7920009A NL 7920009 A NL7920009 A NL 7920009A NL 7920009 A NL7920009 A NL 7920009A NL 7920009 A NL7920009 A NL 7920009A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
support
installation according
members
installation
segments
Prior art date
Application number
NL7920009A
Other languages
English (en)
Original Assignee
See Jacques Leon Alexandre
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by See Jacques Leon Alexandre filed Critical See Jacques Leon Alexandre
Publication of NL7920009A publication Critical patent/NL7920009A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A63SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
    • A63GMERRY-GO-ROUNDS; SWINGS; ROCKING-HORSES; CHUTES; SWITCHBACKS; SIMILAR DEVICES FOR PUBLIC AMUSEMENT
    • A63G21/00Chutes; Helter-skelters
    • A63G21/10Chutes; Helter-skelters with spiral tracks
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A63SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
    • A63GMERRY-GO-ROUNDS; SWINGS; ROCKING-HORSES; CHUTES; SWITCHBACKS; SIMILAR DEVICES FOR PUBLIC AMUSEMENT
    • A63G21/00Chutes; Helter-skelters
    • A63G21/12Chutes; Helter-skelters with special cars, e.g. horse-shaped

Landscapes

  • Golf Clubs (AREA)
  • Road Paving Structures (AREA)
  • Pinball Game Machines (AREA)
  • Rehabilitation Tools (AREA)
  • Professional, Industrial, Or Sporting Protective Garments (AREA)
  • Surgical Instruments (AREA)
  • Toys (AREA)

Description

Korte aanduiding: Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan.
79.4001/M/jz
Er zijn reeds vele installaties bekend die gebruik maken van natuurlijke omstandigheden of van een kunstmatig aangelegde baan om daarmede het beoefenen van een sport of een spel mogelijk te maken. Hierbij glijdt of rolt de gebruiker langs een min of meer 5 van bochten voorzien parcours, dat gemakkelijker of moeilijker is, doch steeds een helling vertoont.
Wanneer de baan vlak is, brengt dit met zich mee dat de gebruiker een belangrijke rol speelt ten opzichte van zijn evenwicht, zijn stand en zijn snelheid, wanneer hij een val wil voorkomen.
10 Wanneer de gebruiker zich op een voertuig bevindt, zelfs wanneer dit zeer klein is, heeft men er reeds aan gedacht de gebruiker te laten samenwerken met een doorlopend lineair baanvormig element dat als een geleiding dienst doet. De gebruiker heeft dan een volledig passieve rol en ondergaat slechts de verplaatsing die eens voor 15 altijd is vastgesteld voor zowel het parcours als de snelheid.
Voor dit geval is het bijzonder belangrijk op te merken dat het voertuig en de baan met elkaar zijn verbonden door een zodanig middel dat de langsverplaatsing mogelijk is terwijl de dwarsver-plaatsing onmogelijk is teneinde te voorkomen dat het voertuig de 20 baan verlaat. Een installatie van dit type heeft gevoerd tot het verwezenlijken van niet alleen kermis-attracties doch eveneens van voortbewegingsmiddelen zoals b.v. een monorail-trein.
Man kan eveneens installaties aanhalen van een soort dat is gelegen tussen de twee hierboven beknopt beschreven typen, welke 25 installaties daarin bestaan dat aan het parcours een holle doorsnede wordt gegeven waarvan de wanden zijn opgetrokken, in het bijzonder \in de bochten. De gebruiker kan aldus gezeten of gelegen op een klein voertuigje zoals een slede, dit parcours doorlopen in langsrichting waarbij een beperkte zijdelingse verplaatsing wordt 7920009 - 2 - ondergaan die onder controle wordt gehouden.
In ieder geval is er tussen de bekende installaties die in hoofdzaak de zwaartekracht gebruiken om op een natuurlijke wijze de verplaatsing van een gebruiker ten opzichte van de grond op te 5 wekken, geen enkele installatie die schrijlings kan worden gebruikt en die een beroep doet op de evenwichtstechniek dat ook maar in de buurt komt van hetgeen vereist is bij de rijkunst of bij toepassing van tweewielers, zoals een motorfiets.
De installatie volgens de uitvinding onderscheidt zich 10 doordat het lineaire element axiaal hellend is over tenminste een deel van zijn lengte, en een bolle doorsnede vertoont, terwijl de ondersteuning voor de berijder(s) is voorzien van een wrijvings-arme bekleding zoals rollen of kogels of dergelijke via welke de ondersteuning op het lineaire element rust op een geheel vrije en 15 beweeglijke wijze.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening die de installatie en details hiervan toont zonder daartoe beperkt te zijn.
Fig. 1 is een algemeen overzicht van de installatie 20 waarbij ook het gebruik is afgebeeld.
De Fig. 2 en 3 zijn een doorsnede welke het wezenlijke beginsel van de uitvinding tonen, waarbij de ondersteuning van de berijder kan schommelen ten opzichte van de langshartlijn van de installatie.
25 Fig. 4 toont een doorsnede van een speciale uitvoerings vorm.
Fig. 5 toont perspectivisch de wijze waarop de installatie in de variant volgens Fig. 4 kan worden gebruikt.
s.
\ 7920009
De Fig. 6-9 tonen in perspectief verschillende uitvoeringsvormen van vormsegmenten die na samenvoeging een baan volgens de uitvinding kunnen vormen.
Fig. 10 toont schematisch het samenvoegen van verschillende 5 segmenten waarmee aan de baan een vertikaal hellend parcours wordt gegeven.
Fig. 11 toont een bovenaanzicht van het samenvoegen van verschillende segmenten waarmee aan de baan een horizontaal parcours met bochten wordt gegeven.
10 De Fig. 12-14 tonen in perspectief drie andere varianten van de installatie volgens de uitvinding.
De Fig. 15 en 16 tonen elk een speciale uitvoering van de ondersteuning voor de berijder welke ondersteuning kan samenwerken met de baan volgens de uitvinding.
15 De installatie voor sport en spel volgens de uitvinding is voorzien van een lineair baanvormig element ten opzichte waarvan tenminste één ondersteuning voor een of meer personen zodanig kan worden aangebracht dat de ondersteuning in axiale richting ten opzichte van het lineaire element verplaatsbaar is. Zoals bijvoor-20 beeld te zien in Fig. 1 onderscheidt zich deze installatie doordat het lineaire element 100 axiaal hellend is opgesteld, hetgeen bijzonder duidelijk zichtbaar is in het bovenste deel aan de rechterzijde van Fig. 1. Het element 100 heeft een bolle en gebogen doorsnede voor het opnemen van een ondersteuning 200 voor een of meer 25 personen. Deze ondersteuning bezit een holle zijde voor het omvatten van de nok (of vorst) 101 van het element 100, evenals een deel van de flanken 102 en 103. De holle zijde van de ondersteuning 200 is voorzien van wrijvingsverminderende organen 201 welke hier bestaan uit kogels die vrij draaibaar zijn aangebracht in kassen welke zijn 30 bevestigd aan de holle zijde van de ondersteuning 200. Hierdoor komt de permanente aanraking tussen de ondersteuning 200 en het 7920009 - 5 - element 100 tot stand via deze organen 201.
Anderzijds is het holle vlak van de ondersteuning 200 voorzien van remorganen en rust deze ondersteuning vrijerlijk op het element 100. Hierdoor kan de ondersteuning 200 een beweging 6 verkrijgen in een vlak loodrecht op de hartlijn van het element 100. Deze bewegingen zijn afhankelijk van de evenwichtskracht van de persoon die schrijlings op de ondersteuning 200 is gezeten.
Op deze wijze kan de persoon inwerken op de remorganen voor het beheersen van zijn snelheid en wel in afhankelijkheid van 10 de bochten van het parcours en van zijn evenwichtsvermogen. De maximale snelheid hangt af van de gegeven helling van het element 100, van het gewicht van de persoon en van de zo gering mogéLijke wrijvingscoëfficiënt tussen het element 100 en de ondersteuning 200. In Fig. 1 heeft men naast elkaar twee installaties volgens de 15 uitvinding afgebeeld, waarbij de verwijzingscijfers van de tweede installatie voorzien zijn van een accent.
Uit Fig. 1 is zichtbaar dat twee personen of gebruikers of berijders A en B die op de ondersteuning 200 resp. 200' zijn gezeten, een baan kunnen afleggen. Degene die het eerste aankomt is 20 uiteraard de persoon die het hardste kan voortbewegen, hetzij door minder te remmen dan de andere, of door het op meer deskundige wijze nemen van de bochten en het daarbij handhaven van zijn evenwicht.
Aan de rechterzijde van Fig. 1 ziet men dat de persoon C zich moet buigen en tenminste een van zijn armen moet verplaatsen 25 bij het ingaan van een bocht van het element 100. Wanneer de gebruiker zich in een recht stuk van het element 100 bevindt, is de ondersteuning 200 geplaatst zoals afgebeeld in Fig. 2, d.w.z. een stand waarbij de hartlijn x vertikaal staat en samenvalt met de vertikale hartlijn van het element 100. Wanneer de gebruiker 30 een bocht neemt met een betrekkelijk grote snelheid, is hij verplicht zich naar het inwendige van de bocht te buigen ter compen- 792 0 0 0 9 - 6 - satie van het bekende effect van de centrifugaalkracht· In dat geval is de hartlijn x van de ondersteuning 200 hellend geplaatst zoals te zien in Fig. 3.
Uiteraard is de hartlijn x naar rechts verplaatst en niet 5 meer naar links zoals afgeheeld in Fig. 3, voor een bocht die de andere kant op is gericht. Men ziet derhalve dat overeenkomstig de uitvinding de ondersteuning 200 zich in dwarsrichting moet kunnen verplaatsen ten opzichte van de langshartlijn van het element 100. Dit is mogelijk dankzij de aanwezigheid van de organen 201 die de 10 verplaatsing in langsrichting van de ondersteuning 20 verzekeren onder het gelijktijdig toelaten van zijwaartse bewegingen.
Men kan eveneens zien dat het element 100 evenals de ondersteuning 200 zowel de ene als de andere vrij zijn van elk middel van een positieve verbinding die een dwarsbeweging van de 15 ondersteuning ónmogelijk zou maken. Dit heeft tot gevolg dat de ondersteuning 200 kan worden losgemaakt van het element 100 wanneer bijvoorbeeld de gebruiker niet goed zijn evenwicht bewaart in een bocht waarbij de centrifugaalkracht het afwerpen van de ondersteuning 200 en dientengevolge de val van de gebruiker veroorzaakt.
20 Opdat de ondersteuning 200 zich gemakkelijk kan verplaatsen in dwarsrichting ten opzichte van de langshartlijn van het element 100, is dit element bij voorkeur uitgevoerd met gebogen flanken en kan bijvoorbeeld een ovale doorsnede bezitten met de langs de hoofdas vertikaal, waarbij deze doorsnede eventueel is afgesneden nabij 25 de basis of gedeeltelijk in de grond is verzonken.
Voor het verschaffen van een mogelijkheid dat de gebruiker een verloren evenwicht kan herstellen, of dat deze over een groter aantal mogelijkheden kan beschikking, wordt aan het onderste deel van elke flank van het element 100 een in langsrichting verlopende 30 strook 104 en 105 aangebracht welke strook doorloopt en is gelegen in een vlak dat in hoofdzaak dwars is gelegen op de bijbehorende flank. In de uitvoeringsvorm volgens de Fig. 2, 3 en 4 ziet men 7 9 2 0 0 0 9 - 7 - bovendien dat elke strook 104 en 105 is voorzien van een opstaande zijrand 106 en 107.
Al naar gelang het gebruik dat men maakt van de installatie volgens de uitvinding kan men op de bovenzijde van elk der stroken 5 104 en 105 wrijvingsverminderende organen aanbrengen zodanig dat elk van deze stroken een soort extra parcours vormt. Op deze wijze kan de schrijlings op een ondersteuning 200 gezeten gebruiker bovendien zijn voeten op de stroken 104 en 105 plaatsen zonder ook maar iets in snelheid te verminderen doch teneinde daarmee te verhinderen 10 te worden afgeslingerd· Dit roept een zekere vergelijking op met de evenwichtstechniek bij het skiën, bij het schaatsen rijden of bij rolschaatsen.
Het is ook mogelijk de bovenzijde van de stroken 104 en 105 te voorzien van wrijvingsorganen om op die wijze een zekere steun 15 bij het remmen te verschaffen wanneer de gebruiker zijn voeten op de stroken 104 en 105 plaatst. Onder die omstandigheden moet de gebruiker om zich met de grootst mogelijke snelheid voort te bewegen, zijn voeten optillen. Het element 100 volgens de uitvinding heeft ongeveer een dwarsdoorsnede vorm gelijk aan de griekse letter £1 20 wanneer de flanken zijn gebogen en aan de onderzijde daarvan zij-stroken zijn aangebracht·
In de Fig. 2, 3 en 4 heeft men het element 100 als massief afgebeeld, doch dit kan ook hol zijn uitgevoerd, zoals afgebeeld in de Fig. 5-13. Wanneer het element 10 hol is kan dit een leiding 25 vormen voor een medium of voor kabels en dergelijke. Op deze wijze kan men een bestaande installatie zoals een waterleiding gebruiken zodra deze leiding op de grond is geplaatst en geen zijdelingse uitsteeksels vertoont die een beletsel kunnen vormen voor de verplaatsing van de ondersteuningen voor de personen. Omgekeerd kan 30 men een installatie volgens de uitvinding gebruiken om hiervan een leiding, of tenminste een beschermingselement te maken voor elec-trische kabels of telefoonleidingen, hetgeen de kwaliteit van het 792 0 0 0 9 - 8 - milieu verbetert. Men kombineert immers het nuttige met het aangename. Elk element 100 kan worden verkregen door vervaardiging in situ van een materiaal zoals beton. De installatie kan ook worden verkregen door het aan elkaar schakelen van individuele segmenten 5 zoals dit is afgebeeld in Fig. 1.
In het ene of in het andere geval, kan elk element 100 zijn voorzien van een in langsrichting verlopende afplatting 108 welke bij voorkeur langs de zijranden 109 en 110 is begrensd zoals afgebeeld in de Fig. 4 en 5. Deze afplatting 108 vormt aldus een 10 baan of parcours, bijvoorbeeld voor een rolplank D die de gebruiker E kan benutten door hier schrijlings op te gaan zitten. Dit is een interessante vernieuwing voor dit type sport, zie Fig. 5. In deze figuur zijn de zijstroken 104 en 105 niet voorzien van de randen 106 en 107, doch vertonen deze stroken in langsrichting verlopende 15 groeven dankzij welke de gebruiker zich van zijn voeten kan bedienen voor het terugvinden van zijn evenwicht, zonder daarbij zijdelings te glijden. Wanneer het element 100 is voorzien van de afplatting 108, kunnen de ondersteuningen 200 zodanig zijn uitgevoerd dat de wrijvingsverminderende organen zoals de rollen 201 niet worden 20 gehinderd door de zijkanten 109 en 110 wanneer de ondersteuning 200 zich zijdelings verplaatst. Hiertoe kan men kiezen tussen twee verschillende oplossingen: - volgens een eerste oplossing kunnen de rolorganen 201 zijdelings zijn aangebracht en zijn er geen rollen in de hartlijn van de 25 ondersteuning 200. Op deze wijze kunnen de zijdelingse rollen 201 vanaf de buitenzijde naar de binnenzijde de randen 109 en 110 bereiken, aangezien dit zou betekenen dat de ondersteuning een helling zal innemen van zijn hartlijn x welke zeer extreem is. De ondersteuning 200 moet in deze variant voldoende stijf 30 zijn dat een schrijlings hierop gezeten persoon geen doorknikken in het midden veroorzaakt. Dit midden vormt immers de plaats die niet rechtstreeks wordt ondersteund door rolorganen. Een 7920009 - 9 - doorknikken zou voeren tot een wrijving tussen de ondersteuning 200 en het element 100.
- Volgens een tweede oplossing is de ondersteuning 200 voorzien van rollen 201 recht tegenover de afplatting 108. Deze rollen 5 moeten verder verwijderd zijn van de bolle zijde van de onder steuning 200 dan de andere rollen 201. Men kiest dan een breedte van de afplatting 108 tussen de zijkanten 109 en 110 in afhankelijkheid van de afmeting van de centrale rollen 201. Dit geschiedt zodanig dat de zijwaartse uitwerkingen van de hart-10 lijn x slechts mogelijk blijven binnen de hoek (X (zie Fig. 4).
Op deze wijze kan de hartlijn x ten hoogste een helling krijgen zonder dat daarbij de centrale rollen 201 in aanraking komen met de zijkanten 109 en 110.
Wanneer men het element 100 wil opbouwen uit segmenten, 15 kan men verschillende oplossingen kiezen. De meest landelijke manier bestaat uit het opbouwen van dit element uit onafhankelijke segmenten die hol zijn en uit synthetisch materiaal worden gegoten op bolvormige matrijzen. Op die manier heeft elk segment in hoofdzaak de vorm van een tunnel en kunnen de elementen stuk voor stuk tegen elkaar worden 20 geplaatst. De onregelmatigheden van het terrein kunnen dan worden gevolgd door aan de verschillende segmenten een verschillende hoek te geven dankzij de mogelijkheid dat een uiteinde van het ene segment kan worden gestoken in de opening van een aangrenzend element. Dit kan gedeeltelijk worden verwezenlijkt dankzij de elasticiteit 25 van het materiaal waarvan de segmenten zijn vervaardigd.
Met deze vrij grove methode kan de kontinuiteit tussen verschillende segmenten slecht zijn d.w.z. dat er tamelijk grote hoekwijzigingen tussen de segmenten optreden evenals stootranden die tenminste een hoogte hebben die gelijk is aan de dikte van het 30 materiaal waaruit de segmenten zijn vervaardigd. Nu kunnen deze onregelmatigheden en deze stootranden juist zijn gewenst om een speels element aan te brengen en om extra moeilijkheden op te wekken 7920009 - 10 - die hei spel aantrekkelijk maken. Wanneer men daarentegen een zo goed mogelijke kontinuiteit wenst zowel langs de nok van de baan als langs de flanken van de elementen 100, moeten de verschillende elementen zich op geschikte wijze aan elkaar aanpassen onder het 5 volgen van de ongelijkmatigheden van het terrein en de horizontale bochten die men aan het element 100 wil geven.
Uit de Fig* 6-9 kan men zien op welke wijze er segmenten van verschillende vorm kunnen worden gebruikt. Fig. 6 toont een segment 120 waarvan de nok of vorst 101 recht is en evenwijdig aan 10 de onderste randen 121. Deze randen zijn voorzien van zijdelingse stroken 104 en 105 evenwijdig aan de nok 101. De open uiteinde»van het element 120 zijn evenwijdig en zijn voorts gelegen in een vlak loodrecht op de hartlijn van het element 120. Deze uiteinden zijn elk voorzien van een inwendige kraag 122 voorzien van gaten 123.
15 Door twee elementen 120 met hun uiteinden tegen elkaar te plaatsen, waarbij de kragen 122 recht op elkaar aansluiten, kan men de kragen aan elkaar verbinden door middel van bouten die worden gestoken door de gaten 123. Een element 100 dat uitsluitend is opgebouwd uit aan elkaar grenzende segmenten 120, vormt aldus een lange rechte tunnel 20 en men kan hieraan geen andere helling geven dan die van een zeer gelijkmatig vlak waarop de tunnel wordt bevestigd. Men kan aan dit element geen slingerend verloop geven in een horizontaal vlak.
In Fig. 7 is een segment 130 afgebeeld waarvan de nok 101 is gebogen om aan dit segment de vorm van een ezelsrug te geven.
25 De onderste randen 131 zijn eveneens gebogen en liggen derhalve evenwijdig aan de nok 101, evenals de zijstroken 104 en 105. Op soortgelijke wijze als het segment 120, is het segment 130 aan zijn beide uiteinden voorzien van een kraag 132 voorzien van gaten 133 voor het doorlaten van bevestigingsbouten. Dit segment 130 maakt 30 het mogelijk aan het element 100 een vertikale helling te geven wanneer dit segment b.v. twee segmenten 120 met elkaar koppelt die dan tussen elkaar een hoek insluiten overeenkomstig aan de boog van 7920009 - 11 - het segment 130.
Wanneer het segment 130 wordt geplaatst tussen twee segmenten 120 horizontaal of evenwijdig, moeten in de eerste plaats de kragen 132, evenals in het segment 120 zijn gelegen in vlakken 5 die loodrecht staan op de hartlijn van het segment, in plaats van hiermede een helling in te sluiten zoals afgeheeld in Fig. 7.
Deze montage heeft bovendien tot gevolg dat een soort bult wordt verkregen die soms gewenst kan zijn om daarmee aan het element 100 een plotselinge verandering van de helling te geven voor het ver-10 hogen van de aantrekkelijkheid van de installatie.
In Fig. 8 is een segment 140 afgeheeld waarvan de nok recht is en evenwijdig aan de hartlijn. Het segment 140 heeft onderste randen 141 die evenwijdig liggen aan de nok 101, evenals de zijstroken 104 en 105. Een van de uiteinden van het segment 140 is 15 overeenkomstig het uiteinde 122 van het segment 120 voorzien van een kraag 142 voorzien van gaten 143 gelegen in een vlak loodrecht op de langshartlijn van het segment 140. Daarentegen is het andere uiteinde 144 gelegen in een hellend vlak dat wil zeggen niet loodrecht op de hartlijn van het segment 140.
20 Op deze wijze strekt de nok 101 zich uit over een lengte die langer is dan de lengte van de kanten 141 en de stroken 104 en 105. Met een dergelijk segment 140 kan de verbinding worden verkregen tussen twee evenwijdige delen van het element 100. Men kan bijvoorbeeld aan dit element 100 een kromming geven die in 25 hoofdzaak bolvormig is in de langsrichting, alhoewel de nok 101 recht is in tegenstelling tot de nok 101 van het hiervoor beschreven segment 130.
In Fig. 9 is een segment 150 afgeheeld dat in een zekere zin het tegendeel vormt van het segment 140. Hierbij is de nok 101 30 recht en korter dan de onderste randen 151. Deze randen alsmede de zijstroken 104 en 105 zijn recht en evenwijdig aan de nok 101. De 792 0 0 0 9 - 12 - twee uiteinden van het segment 150 zijn hellend· Deze strekken zich uit in vlakken die niet loodrecht staan op de hartlijn van het segment 150. In de afgeheelde uitvoeringsvorm convergeren deze eindvlakken en zijn zij symmetrisch. De kragen 152 zijn voorzien 5 van gaten 153 teneinde het segment 150 aan andere segmenten te koppelen. Het segment 150 maakt het bijvoorbeeld mogelijk een hellend gedeelte van het element 100 te verbinden met een horizontaal deel van het element 100.
In Fig. 10 is een element 100 afgebeeld dat uitsluitend 10 is opgebouwd uit segmenten van het type 120, 130, 140 en 150. In andere woorden, het element 100 kan worden verkregen voor het volgen van een neerwaartse glooiing doch is recht wanneer men dit van boven bekijkt. Dit betekent dat het traject geen bochten of golven vertoont zodat het parcours een rechte lijn vormt.
15 In Fig. 10 herkent men de verschillende segmenten die zojuist zijn beschreven. Beginnend aan de bovenzijde aan de rechterkant van de tekening ziet men eerst vier segmenten 120 die een vlak deel vormenr(horizontaal of hellend). Vervolgens komt een segment 130 die aan het element 100 een meer uitgesproken helling 20 geeft. Hierna komt er een segment 140 die de helling nog meer accentueert. Vervolgens komen er twee segmenten 120 door middel waarvan de door de segmenten 140 verschafte helling wordt verlengd. Daarna is er een segment 150 die deze belangrijke helling koppelt met drie segmenten 120 waarmede aan het element 100 een recht 25 gedeelte wordt gegeven met een helling die gelijk óf verschillend is ten opzichte van de eerste segmenten 120 gelegen aan de bovenzijde en rechterkant van Fig. 10.
In de praktijk kan men op deze wijze het element 100 elk soort helling en ongelijkmatigheid laten volgen en kan men de hel-30 ling meer of minder plotseling veranderen over afstanden die zeer lang kunnen zijn (in de orde van honderden meters) of in tegendeel zeer kort wanneer bijvoorbeeld men aan het geheel een zeer steile 7920009 - 13 - helling geeft. Het parcours kan eindigen met een stijgende helling waarmede de stilstand van de gebruiker wordt bevorderd, zelfs wanneer deze niet voldoende remt.
Oe segmenten die door de aaneenschakeling het element 100 5 voltooien, kunnen uiteinden bezitten die zijn gelegen in een vlak dat niet loodrecht staat op de hartlijn van het segment zelf. Dit kan geschieden op een wijze die niet alleen is afgebeeld namelijk met een vertikale helling, doch de eindvlakken kunnen ook een horizontale helling vertonen. In Fig. 11 kan men uitgaande van de 10 rechterzijde, beginnen met een eerste segment 160 gevolgd door een segment 120, waaraan twee segmenten 160 zijn bevestigd die in dezelfde richting zijn geplaatst. Dit laatste betekent dat de grote basis aan dezelfde zijde is gelegen waarna deze twee segmenten worden gevolgd door twee andere segmenten 160 die op soortgelijke 15 wijze doch in omgekeerde stand zijn bevestigd. Dit betekent dat aan dezelfde kant van het element 100 zich de lange zijde van de eerste segmenten 160 en vervolgens de twee korte zijden van de volgende segmenten 160 bevinden, waarna men een recht segment 120 aantreft.
20 Door het combineren van de segmenten 120 tot 150 afgebeeld in de Fig. 6-9 en de vorm van de segmenten 160 afgebeeld in Fig. 11, ziet men dat elementen 100 kunnen worden samengesteld die tegelijkertijd kronkelig zijn en verschillende hellingen bezitten. Dit maakt het mogelijk een zeer origineel parcours tot stand te brengen bij 25 iedere installatie waarbij het mogelijk is elk willekeurig terrein waarop men een installatie volgens de uitvinding wil aanbrengen kan volgen.
Zoals hierboven aangegeven kan de samenstelling van het element 100 geschieden volgens verschillende varianten waaronder 30 zich de mogelijkheid bevindt om in situ de segmenten van beton te gieten, of zoals juist in detail is beschreven, het gewenste element kan worden samengesteld uit de opvolging van een aantal 7920009 - 14 - vooraf gefabriceerde segmenten· In het voorgaande is eveneens besproken dat de nok of vorst van het element materieel of virtueel kan zijn uitgevoerd. De nok is virtueel wanneer men een afplatting 108 toepast aangezien dan de flanken 102 en 103 niet met elkaar 5 zijn verbonden door een harmonische kromme. De nok is wel materieel in de gevallen afgebeeld in de Fig. 1, 2, 3 en 6-11.
In Fig. 12 is bij wijze van voorbeeld een uitvoeringsvorm van een installatie volgens de uitvinding afgebeeld waarbij het element 100 kan worden verkregen door toepassing van een paar 10 segmenten 170 die naast elkaar zijn opgesteld. Elk segment 170 afzonderlijk heeft een nok of vorst 171 die veel te nauw is, terwijl door het samenvoegen van twee naast elkaar gelegen segmenten met eventueel daartussen een zekere ruimte verkrijgt men een basis segment dat zeer bruikbaar is aangezien het is voorzien van de 15 flanken 102 en 103 terwijl de nok virtueel is en bestaat uit de ruimte χ tussen de deelsegmenten 170.
De ondersteuning 200 wordt hier boven op geplaatst teneinde het geheel te omvatten. In dit geval moeten de rollen 201 uiteraard op een juiste wijze zijn aangebracht voor het vervullen van de rol 20 die hem is toebedeeld d.w.z. het verzekeren van een zo goed mogelijke voortbeweging van de ondersteuning 200 ten opzichte van het element 100. Men kan zien dat met deze uitvoeringsvorm de ondersteuning 200 kan zijn voorzien van een soort uitsteeksel dat is gelegen tussen de segmenten 170. Op deze wijze wordt een betere stabiliteit van 25 de ondersteuning 200 gegeven zonder dat echter volledig wordt voorkomen dat deze ondersteuning van het element 100 kan losschieten· Deze manier van toepassen van de uitvinding kan bijvoorbeeld worden aangehouden wanneer de installatie is bestemd voor zeer jeugdige kinderen.
30 In Fig. 13 ziet men dat het element 100 kan zijn samenge steld uit een bovenste buis 180 welke is bevestigd op een voetstuk 7920009 - 15 - 181* Dit voetstuk is voorzien van zijvleugels 182 en 183 die zijn verlengd met stroken 104 en 105. Met deze uitvoeringsvorm kan men een betrekkelijk stijf voetstuk 181 toepassen dat uit delen bestaat om op deze wijze de gewenste horizontale bochten te kunnen volgen.
5 Het voetstuk vormt op deze wijze een soort stippellijn terwijl de buis 180 doorlopend kan zijn en buigzaam om aldus aan het element 100 alle gewenste bochten geleidelijk te kunnen geven.
Fig. 14 toont een variant waarin het element 100 is samengesteld uit een bovenste deel 190 dat is geplaatst op een vertikale 10 steunrug 191 en wel zodanig dat het element 100 vrijwel geen flanken vertoont, in tegenstelling tot de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen. Hier staat tegenover dat het element is voorzien van onderste horizontale stroken 192 en 193 die zeer breed zijn en aan de uiteinden worden begrensd door opstaande kanten 194 en 195. Het 15 bovenste deel 190 kan bijvoorbeeld voorzien zijn van een in langs-richting verlopende afplatting 196. In dit geval is het duidelijk dat men geen delen van het zadel (de ondersteuning) kan gebruiken voor het opwekken van een remkracht op de ondersteuning 200 aangezien de remorganen moeten zijn gelegen tegenover de flanken die in 20 dit geval afwezig zijn.
In dit geval past men remorganen 197 toe welke zijn aangebracht tegen het holle binnenvlak van de ondersteuning 200. Deze remorganen kunnen worden bediend door de gebruiker om in aanraking te komen met de afplatting 196 wanneer er actief moet worden geremd. 25 Tijdens de normale voortbeweging worden de remorganen 197 boven de afplatting 196 gehouden. Met deze installatie wordt de gebruiker schrijlings geplaatst op de ondersteuning 200 waarbij deze persoon aan zijn voeten glijorganen kan dragen zoals rolschaatsen of skies. Hij kan aldus gebruik maken van de installatie volgens de uitvinding 30 en daarbij gebruik maken van zowel zijn schrijlingse stand als van de ingetrokken of uitgestoken positie van zijn benen.
7920009 -16-
In tegenstelling tot hetgeen is beschreven kan de gebruiker aan zijn voeten zijn uitgerust met remorganen die hij naar keuze aan de rechter- of aan de linkerkant gebruikt, of aan beide zijden tegelijkertijd. Hiermede kan hij zijn voortbeweging verlangzamen 5 of zelfs stoppen en dit kan geschieden al of niet in combinatie met de remorganen 197. Zoals reeds toegelicht aan de hand van Fig.
4, moeten de remorganen 197 eèn zijdelingse afmeting hebben zodanig dat deze geen belemmering vormen voor de zijwaartse bewegingen van de ondersteuning 200. Wanneer immers het bovenste deel 190 is voor-10 zien van een afplatting, mogen de remorganen 197 niet de zijkanten van deze afplatting bereiken bij een maximale helling van de ondersteuning 200. tien zal op grond van de hierboven gegeven beschrijving kunnen begrijpen dat het element 100 in de meest uiteenlopende vormen kan worden verwezenlijkt zolang dit element dienst doet als 15 geleiding voor de ondersteuning van een schrijlings gezeten persoon.
Afhankelijk van de gekozen uitvoeringsvorm kan men het element 100 op verschillende manieren aan de grond bevestigen. Deze bevestiging kan blijvend zijn dankzij een soort fundatie of dergelijke verankeringen, doch de bevestiging kan ook verplaatsbaar en 20 demontabel zijn met behulp van organen die in de grond worden gestoken dwars door de onderste zijwaartse stroken. De ondersteuning voor de gebruiker wordt bij voorkeur verkregen in de vorm van een zadel die de herinnering oproept aan een paardrijzadel voorzien van delen die worden geplaatst tussen de flanken van het element en de 25 onderste ledematen van de gebruikende persoon.
Fig. 15 toont een zadel volgens de uitvinding bestaande uit een karkas dat is opgebouwd uit U-vormige profielen 202 of driehoekige profielen 203 zodanig dat het geheel een gebogen vorm aanneemt. De profielen 202 en 203 zijn aan elkaar verbonden via 30 metaalbladen 204 die op de juiste wijze zijn gebogen en die dienst doen voor het ondersteunen van rollen 205. Op dit karkas is een bekleding 206 aangebracht alsmede een voorste en achterste begren- 7920009 - 17 - zingskussen 207 en 208· Ter weerszijden van het karkas aan de binnenzijde zijn lappen 209 bevestigd die aan hun binnenzijde zijn voorzien van wrijvingsorganen 210 zoals vezels die een remmende werking kunnen uitoefenen· 5 Wanneer het zadel 200 wordt geplaatst op een element 100, kan de gebruiker schrijlings op het zadel gaan zitten waarbij zijn onderste ledematen beschermd zijn tegen elke wrijving met het element 100. Deze bescherming wordt verschaft door het eigenlijke zadel en in hoofdzaak door de lappen 209.
10 De rolorganen (kogels 201 of rollen 205) verzekeren een gemakkelijke voortbeweging van het zadel op het element 100· De gebruiker zal zich - zoals reeds eerder beschreven - meer of minder in de bochten buigen om zijn evenwicht te handhaven. Wanneer hij zijn snelheid wil verminderen, d.w.z. wil remmen, klemt hij zijn 15 onderste ledematen zodanig dat deze op de lappen 209 een druk uitoefenen die zijn weerslag heeft op de wrijvingsorganen 210 die aldus meer of minder remmen, afhankelijk van de mate van druk die door de persoon wordt uitgeoefend. Dit remmen geschiedt door aanraking tegen de flanken van het element 100.
20 Wanneer er aanleiding is tot toepassing van elementen met verschillende breedte, kan men ondersteuningen toepassen die in dwarsrichting buigzaam zijn zodat deze zich kunnen aanpassen aan verschillende breedten van de elementen.
7920009 -conclusies-

Claims (15)

1. Installatie voor sport en spel omvattende een lineair element welke een soort glijbaan vormt, ten opzichte waarvan tenminste een ondersteuning voor een of meer personen kan worden aangebracht voor een axiale beweging langs het element, 5 met het kenmerk, dat het element (100) op tenminste een deel van zijn lengte axiaal hellend is uitgevoerd en een bolle doorsnede vertoont, terwijl de ondersteuning (200) is voorzien van wrijvingsbeperkende organen zoals een bekleding, wielen, rollen, kogels en dergelijke via welke 10 organen de ondersteuning op het element rust op een volledig vrije en beweegbare wijze.
2. Installatie volgens conclusie 1,met het kenmerk, dat de ondersteuning is voorzien van een holle zijde die de nok (of vorst) van het element kan omvatten, evenals een 15 deel van de flanken waarvan het element is voorzien.
3. Installatie volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de ondersteuning is voorzien van remorganen.
4. Installatie volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de ondersteuning zodanig is aangebracht dat deze 20 heen en weer kan schommelen ten opzichte van de langshartlijn van het element.
5. Installatie volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het element is voorzien van gebogen flanken.
6. Installatie volgens een der voorgaande conclusies, 25 met het kenmerk, dat het element nabij zijn onderzijde van elke flank is voorzien van een doorlopende strook gelegen in een vlak in hoofdzaak dwars op de betrokken flank, waarbij elke strook eventueel is voorzien van een uitwendige rand, waarbij de bovenzijde van de strook is voorzien van remorganen 30 of antiwrijvingsorganen.
7. Installatie volgens een der voorgaande conclusies, 7920009 - 19 - met het kenmerk, dat het element (100) hol is uitgevoerd en aldus eventueel een leiding kan vormen voor een medium of voor kabels en dergelijke.
8. Installatie volgens een der voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat het element is samen gesteld uit de aaneenschakeling van segmenten.
9. Installatie volgens conclusie 8, m e t het kenmerk, dat de segmenten een verschillende vorm hebben teneinde te worden samengevoegd volgens vlakken die hetzij lood- 10 recht of niet dwars staan op de langshartlijn van het segment voor het tot stand brengen van een gebroken lijn die is aangepast aan de gewenste horizontale en/of vertikale bochten.
10. Installatie volgens conclusie 8 of 9, met het kenmerk, dat de segmenten aan hun uiteinde zijn voorzien van 15 bevestigingsorganen zoals een inwendige kraag voorzien van gaten voor bevestigingsbouten.
11. Installatie volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat het element bestaat uit een bovenste buis die is bevestigd op een voetstuk, waarbij tenminste de buis bij voor- 20 keur buigzaam is (Fig. 13).
12. Installatie volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de nok (of vorst) van het element, d.w.z. eventueel van elk segment is voorzien van een in langsrichting verlopende afplatting die eventueel is 25 begrensd door zijkanten en aldus een baan vormt b.v. voor een rolplank.
13. Installatie volgens conclusie 2, m e t het kenmerk, dat de ondersteuning de vorm heeft van een zadel, eventueel voorzien van lappen die zich bevinden tussen de flanken 30 van het element en de onderste ledematen van de gebruikende persoon, waarbij de binnenzijde van de lappen bij voorkeur zijn voorzien van remorganen die kunnen worden aangedrukt tegen het element door 7920009 - 20 - de gebruikende persoon met een instelbare kracht.
14. Installatie volgens conclusie 1,met het kenmerk, dat de ondersteuning in dwarsrichting buigzaam is teneinde te kunnen worden aangepast aan verschillende elementen. 5
15. Installatie volgens een der conclusies 1-1¾ m e t het kenmerk, dat de ondersteuning is voorzien van wrijvingsverminderende organen die steunen op de afplatting. 7920009
NL7920009A 1978-07-10 1979-07-10 Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan. NL7920009A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
FR7820529A FR2430781A1 (fr) 1978-07-10 1978-07-10 Installation de sport et jeu formant toboggan
FR7820529 1978-07-10

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7920009A true NL7920009A (nl) 1980-05-30

Family

ID=9210544

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7920009A NL7920009A (nl) 1978-07-10 1979-07-10 Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan.

Country Status (8)

Country Link
JP (1) JPS55500497A (nl)
BE (1) BE877584A (nl)
DK (1) DK99880A (nl)
FR (1) FR2430781A1 (nl)
GB (1) GB2038646A (nl)
IT (1) IT1165148B (nl)
NL (1) NL7920009A (nl)
WO (1) WO1980000221A1 (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NO166620C (no) * 1989-01-23 1991-08-21 Hans Husevaag Banesystem omfattende en kjoerebane og et kjoeretoey.
RU2159654C1 (ru) * 1999-06-23 2000-11-27 Гнездилов Владимир Алексеевич Аттракцион, его варианты
DE102008023909B3 (de) * 2008-05-16 2009-10-22 Idea Tv Gesellschaft Für Kommunikative Unternehmensbetreuung Mbh Schienensystem mit einem Fahrbrett
RU2468565C1 (ru) * 2011-05-03 2012-12-10 Сергей Сергеевич Алатырев Стенд для исследования капустоуборочных машин
EP3452193B1 (en) * 2016-02-01 2020-04-01 Skysurfer International Limited Amusement ride
PL73426Y1 (pl) * 2020-06-18 2024-04-15 Bikeparkitect S R O Moduł do budowy toru rekreacyjnego, zwłaszcza rowerowego

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE574239C (de) * 1932-08-10 1933-04-11 Alwin Renz Eine zu Belustigungszwecken dienende Rollbahn
US3970300A (en) * 1972-03-18 1976-07-20 Demag Aktiengesellschaft Recreational facility slide
US3949680A (en) * 1975-01-22 1976-04-13 Doughty Howard E Vehicle track and vehicle
DE2639826A1 (de) * 1976-09-03 1978-03-16 Ispow Ag Zu belustigungszwecken dienende einschienenbahn

Also Published As

Publication number Publication date
FR2430781B1 (nl) 1982-12-03
BE877584A (fr) 1980-01-09
WO1980000221A1 (fr) 1980-02-21
JPS55500497A (nl) 1980-08-07
IT1165148B (it) 1987-04-22
FR2430781A1 (fr) 1980-02-08
DK99880A (da) 1980-03-07
GB2038646A (en) 1980-07-30
IT7924231A0 (it) 1979-07-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
AU2021202592B2 (en) Dual axle skateboard, truck, and method
US5549331A (en) Inline skateboard
US7007978B1 (en) Skate activities rail support
US6269749B1 (en) Cantilevered roller coaster system
CA1275961C (fr) Installation de transport public roulant sur une voie suspendue
US4172593A (en) Roller skating rink
NL7920009A (nl) Installatie voor sport en spel, voorzien van een schrijlings berijdbare baan.
US4335658A (en) Downhill slide system
KR200453068Y1 (ko) 레일을 이용한 활주 레포츠 장치
KR102183818B1 (ko) 익사이팅 트랙 라이더
JP3055995U (ja) スライドボード
EP4168139B1 (en) A module for the construction of a recreational track, particularly a bicycle track
PT1359985E (pt) Aparelho para efectuar treino de esqui e para reabilitacao
AU739949B2 (en) Amusement device
KR102252844B1 (ko) 공중활강이동장치용 주행기의 활강속도 감속장치
US20020093165A1 (en) Human powered skateboard roller coaster
JP3411303B2 (ja) 動く歩道における耐震構造
US20030176226A1 (en) Launch ramp and method of making same
KR100729400B1 (ko) 인라인스케이트용 슬로프를 이용한 구조물
RU128829U1 (ru) Снегокат
KR101267962B1 (ko) 스케이트 보드
FR2547741A1 (fr) Dispositif pour la remontee mecanique de petits vehicules
EP0291617A1 (fr) Jeu téléphérique monorail
JP2000061018A (ja) 遊戯用スノーボードハーフパイプシュミレーター装置
JPH08164278A (ja) 人力走行式ブランコ装置の制動装置