NL8201911A - Speelpoortinrichting. - Google Patents
Speelpoortinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8201911A NL8201911A NL8201911A NL8201911A NL8201911A NL 8201911 A NL8201911 A NL 8201911A NL 8201911 A NL8201911 A NL 8201911A NL 8201911 A NL8201911 A NL 8201911A NL 8201911 A NL8201911 A NL 8201911A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- arms
- drive arm
- movement
- rotatable
- playing field
- Prior art date
Links
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 14
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 4
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 claims description 3
- 239000010959 steel Substances 0.000 claims description 3
- 230000003993 interaction Effects 0.000 description 4
- 239000006096 absorbing agent Substances 0.000 description 3
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 3
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 3
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 3
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 3
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 3
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 2
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 2
- 241000287531 Psittacidae Species 0.000 description 1
- 230000004913 activation Effects 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 230000001174 ascending effect Effects 0.000 description 1
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 1
- 230000001808 coupling effect Effects 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 1
- 239000003380 propellant Substances 0.000 description 1
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A63—SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
- A63F—CARD, BOARD, OR ROULETTE GAMES; INDOOR GAMES USING SMALL MOVING PLAYING BODIES; VIDEO GAMES; GAMES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- A63F7/00—Indoor games using small moving playing bodies, e.g. balls, discs or blocks
- A63F7/22—Accessories; Details
- A63F7/30—Details of the playing surface, e.g. obstacles; Goal posts; Targets; Scoring or pocketing devices; Playing-body-actuated sensors, e.g. switches; Tilt indicators; Means for detecting misuse or errors
- A63F7/305—Goal posts; Winning posts for rolling-balls
- A63F7/3065—Electric
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Multimedia (AREA)
- Pinball Game Machines (AREA)
- Toys (AREA)
Description
Xe B
• _1_ 70 3312
Speelpoortinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op speelmachines voor vermaak met een hal en een speelveld, zoals trekspel- of andere speelmachines met een oppervlakteprojectiel, en meer in het bijzonder op een poortinrichting voor een dergelijke machine, voorzien van een in breedte regel-5 bare doorgang voor de doorlaat van de speelbal.
Tot nu toe worden in speelmachines poortdelen gebruikt, die in de open stand de doorlaat van de speelbal mogelijk maken, en in de ge- · sloten stand de doorlaat van de speelbal blokkeren. De speelkeuzen bestaan dus uit het in de open stand door de poort laten van de speelbal 10 of het in de gesloten stand blokkeren van de doorlaat van de bal door de poort. Een gebruikelijk mechanisme, gebruikt in vele trekspelmachines bestaat uit vegtikbladen, die aanspreken op het in werking brengen door een speler voor het naar keuze naar boven slaan van de bal om deze in het spel te houden en te voorkomen, dat hij de onderkant van het speelveld 15 verlaat. De wegtikbladen verschaffen echter voortstuwmiddelen in plaats van middelen met een poortwerking, en zijn niet gericht op het ondenerp van de uitvinding.
De uitvinding verschaft een poortinrichting, die scharaierbaar is voor een veranderlijke doorgangsaf stand tussen een wijd open en een 20 smal open stand, waarbij de afstand in zowel de wijd open als de smal open standen voldoende is voor het door de poortinrichting doorlaten van de speelbal naar een puntenoptellend doel en dergelijke. Deze maatregelen verschaffen het voordeel van het verschaffen van het spelen van het spel volgens verschillende maten van ingewikkeldheid door het naar keuze ver- 25 schaffen van een brede of een smalle opening van de poortinrichting voor de doorlaat van de bal.
De bijzondere, kenmerkende maatregelen van de uitvinding zijn omschreven in de conclusies.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, 30 waarin: figuur 1 een bovenaanzicht is van een voorkeursuitvoeringsvorm van de speelpoortinrichting, figuur 2 een zijaanzicht is van de speelpoortinrichting, figuur 3 een aanzicht is van de solenoïde van het grendelmecha-35 nisme van figuur 1, waarbij de grendelende wisselwerking is afgebeeld 8201911 4 » -2- van een grendelpen en een inkeping, en de beweging met een streepstip-pellijn is getoond, figuur een doorsnede is volgens de lijn IV-IV in figuur 2, figuur 5 een doorsnede is volgens de lijn V-V in figuur'2, 5 en figuur 6 een ruimtelijk aanzicht is met uiteengenomen delen van het mechanisme, waarmee de beweging van draaibare verbindingsorganen wordt geregeld.
Overeenkomstig het voorgaande omvat de weergegeven uitvoerings-10 vorm globaal een inrichting voor gebruik in een spel'met een' oppervlakte-projectiel, voorzien van een bal en een hellend speelveld met een bovenste en een onderste gedeelte. De inrichting omvat een poortmiddel, dat eerste en tweede armen op onderlinge afstand omvat, die in lengterichting gericht zich langs het speelveld naar beneden uitstrekken. De armen zijn 15 aan een eindgedeelte draaibaar tussen een eerste en tweède stand voor het naar keuze verschaffen van een in breedte veranderlijke doorgang, waar de bal doorheen kan gaan vanaf het onderste naar het bovenste gedeelte van het speelveld. Een puntenoptellend doel en dergelijke kan zich nabij het poortmiddel bevinden om zodoende aan te spreken op de daardoorheen 20 gaande bal en door aanraking daarmee in werking te worden gebracht.
De inrichting kan beter worden begrepen door verwijzing naar figuur 1 en de bijbehorende beschrijving.
Het betrekkelijke bewegingsgemak van de bal tussen de eerste en tweede armen is in het algemeen evenredig met de breedte van de in 25 breedte veranderlijke doorgang. Hoe breder de doorgang is waardoor de bal kan gaan, hoe gemakkelijker het wordt de bal vanuit het onderste naar het bovenste gedeelte van het speelveld te doen gaan. Ih een voorkeurs-uitvoeringsvorm is het spel zodanig geconstrueerd, dat de speler voordeel heeft van het door de doorgang naar het bovenste gedeelte van het 30 speelveld laten gaan van de bal.
In de voorkeursuitvoeringsvorm werken de armen als geleidingen voor het doorlaten van de bal vanuit het in breedte veranderlijke gedeelte aan de onderkant van de armen door de doorgang en door het in breedte vaste gedeelte aan de bovenkant van de armen.
35 De eerste stand verschaft een betrekkelijk brede opening tussen de onderkant van de armen, en de tweede stand verschaft een betrékkelijk smalle opening tussen de onderkant van de armen, waarbij zowel de opening 8201911 * % -3-.
van de eerste als van de tweede stand een afstand heeft voor het mogelijk. maken van de'doorgang van de bal door de opening. Allen de betrekkelijke moeilijkheid van het doorlaten van de bal door de doorgang tussen de eerste en tweede armen wordt beïnvloed en bepaald door de armstanden 5 in zowel de eerste als de tweede stand. Dit verschaft regelbare maten van ingewikkeldheid voor het spelen van het spel.
Dè inrichting is verder gekenmerkt doordat het poortmiddel de armen naar keuze draait naar de eerste stand in aanspreking· op een eerste aanzet, en naar de tweede stand in aanspreking op een tweede aan-10 zet. De eerste en tweede aanzetten worden in de voorkeursuitvoeringsvorm verschaft door een spelregelketen, die aanspreekt op de beweging van de bal op het speelveld, en de punten en doelen, geraakt door de bal tijdens het spel, en zijn dus niet direkt regelbaar door de gebruiker van het spel (speler). In een andere uitvoeringsvorm kunnen middelen zijn ver-15 schaft voor het mogelijk maken van een beperkte of volledige régeling van . de standen van de armen in aanspreking op aanzetten van de gebruiker.
Het poortmiddel omvat verder eerste en tweede draaibare ver-bindingsorganen, gekoppeld met resp. de eerste en tweede armen, welke draaibare verbindingsorganen voor een draaibeweging zijn gemonteerd aan 20 een gemeenschappelijk punt. De draaibare verbindingsorgauen kunnen beter worden begrepen door verwijzing naar de figuur 1, 5 en 6 en de bijbehorende beschrijving. Een aandrijfarm is op het gemeenschappelijke punt gekoppeld aan de eerste en tweede draaibare verbindingsorganen, en gemonteerd voor een beweging langs een vaste baan, waarbij een aandrijfiniddel 25· is gemonteerd aan de aandrijfarm voor het naar keuze bewegen van de aandrijfarm in de eerste richting in aanspreking op een eerste aanzet.
Het aandrijfiniddel en de aandrijfarm zijn getoond in en worden besproken aan de hand van de figuren 1, 2, 3 en 4. Een beweging van de aandrijfarm langs de vaste baan, te weten een rechtlijnige baan in de voorkeursuit-30 voeringsvorm, veroorzaakt een samenvallende beweging van de eerste en tweede draaibare verbindingsorganen op het gemeenschappelijke punt voor het zodoende draaien van de eerste en tweede draaibare verbindingsorganen rond het gemeenschappelijke punt en het zodoende draaien van de eerste en tweede armen in samenvalling met het draaien van de eerste en tweede 35 draaibare verbindingsorganen.
Tijdens bedrijf plaatst een beweging van de aandrijfarm 16 in de eerste richting, een inkeping aan de onderzijde van de aandrijfarm 8201911 f *
JU
boven op een grendelpen, waardoor de grendelpen en de· inkeping boven elkaar in aangrijping komen en de aandrij farm grendelen en dienovereenkomstig de eerste en tweede armen in de eerste stand. In de voorkeurs— uitvoeringsvorm is het aandrijfmiddel een solenoide, en is de aandrijf-5 arm een solenoidearm. Andere middelen kunnen echter worden toegepast als het aandrijfmiddel, zoals pneumatische, mechanische of andere elektrische middelen.
. Een drukmiddel gaat beweging van de aandrijf arm in de eerste richting tegen en dwingt veerkrachtig een beweging in een tweede richting. 10 Ontkoppeling van het aangrijpdeel heeft het bewegen tot gevolg van de aandrij farm in de tweede richting in aanspreking op het drukmiddel voor het zodoende veroorzaken van een beweging van de draaibare ver-' bindingsorganen voor het zodoende naar de tweede stand, bewegen van de armen.
15 Bij ontkoppeling van het grendeldeel, oefent het drukmiddel een ' kracht uit in de tweede richting op de aandrijfarm terug naar de aanvangs-of ruststand voor het zodoende naar de aanvangsstand bewegen van de eerste en tweede amen.
In de afgebeelde uitvoeringsvorm omvat de inrichting verder 20 een aanslag, die is opgesteld voor het beperken van de draaibeweging van de eerste en tweede draaibare verbindingsorganen tot voorbij een vooraf— bepaalde aanslagstand. De aanslag voorkomt een naloopbeweging van de eerste -en tweede armen.
De inrichting is in de afgebeelde uitvoeringsvorm verder geken-25 merkt, doordat de afstand van de armen boven het speelveld kleiner is dan de vaste diameter van de bal. De bal kan dus niet onder (of overj de gedeelten van de armen boven het speelveld heen gaan, maar moet in plaats daarvan bewegen door de doorgang tussen de armen.
De inrichting is in de- afgebeelde uitvoeringsvorm verder gefcen-30 merkt doordat het speelveld is verdeeld in eerste en tweede gedeelten, en de armen gedeeltelijk boven het speelveld zijn geplaatst voor het doorlaten van de bal tussen de armen vanuit het eerste gedeelte naar het tweede gedeelte van het speelveld. Het spel kan zodanig zijn uitgevoerd, dat het voordelig is voor de speler om de bal tussen de armen door te brengen 35 vanuit het eerste gedeelte naar het tweede gedeelte, bijv. voor het raken van een doel en dergelijke. Aangezien echter de het verst open staande stand van de armen een breder ingangsgedeelte van de doorgang verschaft dan 8201911 -5- de minder openstaande stand van de armen, is natuurlijk, het spelen--yan het spel makkelij ker wanneer de armen in de het. verst' open' staande stand bevinden. De mate van moeilijkheid van het' spelën van h.et"spel kan dus door spelregeling worden veranderd'(bijv. stoelende óp het'voorgaande 5 spelen van het spel tot aan dat tijdstip),
De inrichting is in de afgeheelde uitvoeringsvorm verder geken— merkt, doordat.de armen en de bal bestaan uit materiaal met'.een lage veerkracht·. De voortstuwing van de bal tot tussen de armen' heèft dus op de eerste plaats het verder leiden van de bal langs de armen'tot ge— 10 'volg in plaats van het van de armen'terugstoten van de bal.· '· ' Verwijzende naar figuur 1 is een bovenaanzicht van de onderhavige uitvoeringsvorm van de poortinrichting getoond, die beweèghare. armen- 10 en 11 omvat, voorzien van schokbrèkèrpunten 8 en'9, gemonteerd aan een einde van resp. de armen 10 en 11'.,'. welk éne èihde het zwaai-reinde 15 is van de armen 10 en 11.. In de voorkeursuitvoeringsvorm zijn.de schok— brekerpunten 8 en 9 gemaakt van rubber . De schokbrèkèrpunten" 8 en 9 kunnen echter bestaan uit staal, kunststof of kunnen een integraal deel' uitmaken vai de armen 10 en 11. De armen IQ. en 13. zijn..gemonteerd aan resp. draaibare verbindingsorganen 12 en 1k, die de beweging van de armen'regè— 20 len. De draaibare verbindingsorganen 12 en 3k. zijn gedetailleerder getoond in de'figuur 5 en 6 en worden hierna beschreven.
De draaibare verbindingsorganen 12' en' ik zijn draaibaar aan el—· kaar gemonteerd en aan een solenoide arm l6. op een gemeenschappelijk punt, zodat een beweging van de solenoide arm 16 de beweging regelt van de-25 draaibare verbindingsorganen 12 en 1¾ voor het zodoende regelen van de beweging van resp. de armen 10 en 11. Een. veer 28 is gemonteerd aan het draaibare verbindingsorgaan 1 k en eveneens gemonteerd aan een’ vaste plaat . kk. ‘
De veer 28 gaat veerkrachtig een beweging tegen van het draaibare 30 . verbindingsorgaan lk door de solenoide arm 3 6 in een eerste richting, zoals aangegeven door de pijl 37, De draaibare verbindingsorganen 12'. en 1k. worden tegen een aanslag 5k gedrukt, die de beweging van de draaibare ver^ bindingsorganen 12 en ik in samenhang met de regëlarmen 3& en 38' beperkt, zoals hierna besproken aan de hand van figuur 2 (en zoals gedetailleerder 35 getoond in figuur 6).
Figuur 1 toont een bovenaanzicht van een gedeelte van een'speelveld k8, welk gedeelte de poortinrichting bevat, De plaat Uk is- gemonteerd 8201911 « * ' aan de onderzijde van het speelveld b8 ( zoals gedetailleerder te zien -aan de hand van figuur 2), en een onderste gedeelte van de armen 10 en 11 strekt zich naar boven uit door het speelveld U8 en tot daar boven, waarbij opvaartste gedeelten van de armen boven en evenwijdig lopen met het 5 speelveld op onderlinge afstand zijn geplaatst. Bovendien zijn. in de voorkeursuitvoeringsvorm de bovenste gedeelte van de armen 10 en 11 op een evenwijdige regelmatige onderlinge hoogte geplaatst.
'De poortinrichting werkt op zodanige wijze, dat voorafgaande aan het in werking brengen van de solenoide arm 16 in de richting 17,.
10 de armen · 10 en 11 zich in een stand met een smalle opening bevinden, zoals getoond door de met getrokken, lijnen aangegeven armen 10 en 11.
De stand met de smalle opening laat een speelbal 22 door tussen de af-standsopening tussen het bovenste gedeelte van de armen 10 en 11, waardoor de speelbal 22 een doel 2b kan raken voor het zodoende sluiten van 15 contacten 26, waardoor bijv. een treffer op het doel punten geeft voor het vergroten van het aantal punten van de speler, of de stand van de armen verandert. Het doel 2b kan bestaan uit een willekeurige soort druk-gevoelig of nabijheidswaameemmiddel, zoals een hefboomschakelaar of een capacitieve of magnetische nabijheidssensor. Indien de bal 22 metalen 20 eigenschappen heeft, kan het doel 2b bovendien bestaan uit' een metalen of gelijkbaarheid bezittend waarneemorgaan. Wanneer de solenoide arm 16 in de (eerste) richting 17 beweegt, worden de aan de solenoide arm 16 gekoppelde draaibare verbindingsorganen 12 en 1U op het gemeenschappelijke draai verbindingspunt bewogen voor het zodoende bewegen van de armen 25 10 en 11* naar de met streepstippellijnen weergegeven stand met brede ope ning. Voor de speelbal 22 is een opening met een bredere baan verschaft, waardoor.hij kan gaan door de poortinrichting voor het zodoende verschaffen van een gemakkelijker doorgang van de bal door de poortinrichting in de wijd open stand. Dit heeft een dienovereenkomstig gemakkelijker in-30 stelling van het spelen van het spel voor de speler tot gevolg. In de voorkeursuitvoeringsvorm bestaan de armen 10 en 11 uit een hard materiaal, zoals staal, en maakt het voortstuwen van de bal 22 in de richting 19 voor het zodoende raken van de arm 10 of 11, dat de bal 22 wordt geleid in de opening tussen de armen, en daartussen doorgaat en voorbij om zodoende 35 het bovenste gebied van het speelveld voorbij de poortinrichting te bereiken, en het door de bal 22 laten raken van het doel 2b. Het is natuurlijk veel gemakkelijker voor de bal op door de poortinrichting te gaan om het 8201911 \ . .
( \\ -7- bovenste gebied van bet. speelveld binnen te gaan vanneer de poortinrich-ting zich in de wijd open stand bevindt voor het zodoende verschaffen van een betrekkelijk breed doelgebied voor de bal 22 om doorheen te gaan.
Verwijzende naar figuur 2, is te zien, dat de arm 11 (en op soort-5 gelijke wijze ook de arm 10, die in figuur 2 niet zichtbaar is) bestaat uit een L-vormig deel, voorzien van een bovenste arm en een onderste arm, waarbij de bovenste arm zich boven en nagenoeg evenwijdig lopend met het speelveld 48 op afstand daarboven bevindt, welke afstand kleiner is dan de diameter van de speelbal 22. De onderste arm van het L-vormige deel 10 van de arm 11 (en van de in figuur 2 niet getoonde arm 10) strekt zich naar beneden uit door een opening in het speelveld en door een opening in de plaat IA, en is gekoppeld aan het draaibare verbindingsorgaan Indoor daaraan te zijn vastgezet door de naaf 40. De koppelinguitvoering van de naaf U0, het draaibare verbindingsorgaan 1¾ en de solenoide arm 15 16 is gedetailleerder getoond én wordt gedetailleerder beschreven aan de hand van de figuur 5 en 6. Regelarmen 36 en 38 zetten resp. de draaibare verbindingsorganen 12 en 1¾ vast aan de solenoide arm 16, zoals gedetailleerder is te zien aan de hand van figuur 5 en 6. Een grendelor-gaan 3^, dat door steunen 30 en 32 is vastgezet (zoals gedetailleerder 20 getoond in figuur U), is draaibaar gemonteerd, zodat zijn gebruikelijke ruststand is zoals getoond in figuur 2. Een grendelpen 20 is gemonteerd aan een einde van het grendelorgaan 3^· De grendelpen 20 is onder de regelarm 16 in aanligging daarmee geplaatst wanneer het grendelorgaan 3^ in de ruststand is. De regelarm 16 heeft een in de aaderzijde daarvan 25 gevormde inkeping 18. De solenoide arm 16 is gemonteerd aan een solenoide 53, die is gemonteerd aan de plaat IA. Bekrachtiging van de solenoide 53 schakelt de solenoide arm 16 in voor het zodoende bewegen van de arm 16 in de eerste richting 17, waardoor de inkeping 18 met de solenoide arm 16. beweegt, voor het zodoende aangrijpen van de grendelpen 20.
30 Verwijzende naar figuur 3, beweegt een beweging van de solenoide arm 16 in de eerste richting 17, de inkeping 18 vanuit een eerste stand 101 naar een tweede stand 102, waarbij de inkeping 18 de grendelpen 20 door een uitvoering boven het midden in de stand 102 aangrijpt. Wanneer de grendelpen 20 de inkeping 18 aangrijpt, is de solenoide arm 16 op zijn 35 plaats gegrendeld, zodat de armen 10 en 11 in de wijd open stand worden gehouden zelfs na het stroomloos maken van de solenoide 53. Het grendel-deel 3^ omvat verder een naar beneden zich uitstrekkend (in de voorkeurs- 8201911 , \ -8- uitvoeringsvorm metalen) deel 35, en is uitgevoerd voor het opnemen van een pen 56, die een draaipunt vormt voor het grendeldeel 3^.
Meer verwijzende naar figuur 2, omvat de poortinrichting verder een elektromagneet 52, gemonteerd aan de plaat A. In aanspreking op 5 een tweede aanzet, wordt de elektromagneet 52 bekrachtigd voor het zodoende magnetisch aantrekken van het deel 35 naar de elektromagneet 52 voor het zodoende ontkoppelen van de pen 20 van de solenoide arm 16, zodat de solenoide arm 16 wordt bewogen in een tweede richting tegengesteld aan· die van de richting 17 in aanspreking op de kracht, uitgeoefend 10 door de veer 28 op het draaibare verbindingsorgaan 1¾ voor het zodoende naar de smalle open stand terugbrengen van de armen 10 en 11. Bij het' stroomloos· maken van de elektromagneet 52, keert het grendelorgaan 3^ terug naar zijn ruststand. Het deel 35 van het grendelorgaan 3^ en de elektromagneet 52 kunnen worden vervangen door willekeurige middelen voor 15 het naar keuze naar beneden'bewegen van de pen 20 uit de inkeping 18, zoals een solenoide en een ara, gekoppeld aan het grendelorgaan 3¼ voor het zodoende bewegen daarvan op een wijze voor het ontkoppelen van de pen 20 uit de inkeping 18 wanneer de solenoide is bekrachtigd. Een voordeel van de onderhavige uitvinding is, dat de wijd open en de smal open stan-20 den van de armen 10 en 11 worden gehandhaafd met slechts een tijdelijke bekrachtiging van de solenoide 53 en de elektromagneet 52 Voor het zodoende sparen van energie en het verlengen van de nuttige levensduur van de solenoide 53 en de elektromagneet 52.
Een stelschroef 1)-1 bevindt zich in de naaf Uq om het instellend 25 plaatsen mogelijk te maken van de arm 11 in een voorkeurs stand. Een soortgelijke stelschroef is aangebracht in de naaf h2 voor het plaatsen van de arm 10. Het afstandsverband van de armen 10 en 11 kan dus worden versteld via de stelschroeven in de naven Uo en U2, en dan in de gewenste stand worden gegrendeld via de stelschroeven. Ook heeft de plaat IA in de 30 voorkeursuitvoeringsvorm verlengingsplaten 50 en 51 voor het monteren van resp. de elektromagneet 52 en de solenoide 53.
Verwijzende naar figuur 1+, kunnen de koppeling en de wisselwerk king van de draaibare verbindingsorganen 12. en A, de solenoide arm l6, de inkeping 18, de grendelpen 20, het grendelorgaan 3 b en de aanslag 5^ 35 beter worden begrepen. Bovendien zijn de verbinding en de montering van de veer 28 en de montering van het grendelorgaan 3¼ aan de steunen 30 en 32 via de pennen 56, gedetailleerder te zien. De plaat A is gemonteerd aan 8201911 w » -9- de onderzijde kö van het speelveld U8 ( in figuur k niet getoond) door schroeven hj of andere geschikte monteermiddelen, die hijv. houten, een plakmiddel of andere monteermiddelen kunnen omvatten. De steunen 30 en 32 zijn gemonteerd aan de plaat kk. De pen 56 is door de steunen. 30 en 32 5 gemonteerd aan de grendelorgaan 3k voor het zodoende verschaffen van een draaibare montering van het grendelorgaan.
Verwijzende naar figuur 5, zijn de wisselwerking en koppeling van de-armen 10 en 11, de draaibare verbindingsorganen 12. en 1¾ en de solenoxde arm 16 duidelijker te zien. De naven k2 en ko: zetten rèsp. de 10 draaibare verbindingsorganen 12 en 1k vast aan de neerwaarts zich uit-strekkende gedeelten van resp. de armen 10 en 11. De draaibare verbindingsorganen 12 en ik zijn gemonteerd aan resp. de regelarmen 36 en 38, zoals gedetailleerder getoond in figuur 6. De regelarmen 36' en 38 zijn door een verbindingspen 15 ook gemuteerd aan de solenoide arm 16. De 15 regelarmen 36 en 38 vormen een verlenging van de solenoïde arm 16, en regelen de beweging over het midden heen van de draaibare verbindings— organen 12 .en 1k. Bovendien beperken de regelarmen 36' en 38' in samenhahg met de aanslag 5k de achterwaartse beweging van de draaibare verbindingsorganen 12 en ik, zoals gedwongen door de veer 28. De regelarmen 36 en 38 20 raken de aanslag 5k wanneer een achterwaartse beweging van de draaibare verbindingsorganen 12 en 1k en dus een achterwaartse beweging van de regelarmen 36 en 38 zich uitstrekt tot voorbij een vooraf bepaald punt (zoals bepaald door de aanslag 5k)k Deze wisselwerking van de regelarmen 36 en 38 en de aanslag 5k kan beter worden begrepen door verwijzing 25 naar de figuur k en 5 gezamenlijk.
..... Verwijzende naar figuur 6, zijn de onderlinge verbinding en de onderlinge plaatsing van de draaibare verbindingsorganen 12' en 1k, de regelarmen 36 en 38, de solenoxde arm 16. en het grendelorgaan 3k in een ruimtelijk aanzicht met uiteengenomen delen afgebeeld. Γη de voorkeurs-30 uitvoeringsvorm zijn dë regelarmen 36 en 38 op onderlinge afstand evenwijdig gemonteerd in lijn met de solenoide arm 16, waarbij de pen '15' (zoals getoond in figuur 5) zich uitstrekt door evenwijdige gaten 37a en 37b in resp. de regelarmen 36 en 38'. Het draaibare verbindingsorgaan 12 is via het gat 37c in de regelarm 36 daarbovenop gemonteerd, waarbij 35 het verbindingsorgaan 1k via het gat 37d. in de regelarm 38' aan de onderkant daarvan is gemonteerd, welke gaten 37c en 378 evenwijdig in lijn liggen, zodat de draaibare verbindingsorganen 12 en ik rond een gemeenschap— 8201911 ., _r____________V___________ -10- pelijk punt draaien. In de voorkeursuitvoeringsvorm zijn de draaibare verbindingsorganen 12 en lU via een niet getoonde pen gekoppeld aan de regelarmen 36 en 38.
Hoewel de uitvinding is beschreven met verwijzing naar bepaalde 5 uitvoeringsvormen, is deze beschrijving niet bedoeld om in beperkende zin te worden uitgelegd. Verschillende wijzigingen van de beschreven uitvoeringsvorm, alsmede andere uitvoeringsvormen van de uitvinding zullen duidelijk zijn voor deskundigen op dit gebied bij raadpleging van de beschrijving van de uitvinding.
10 - Het is derhalve de bedoeling, dat de aangebechté conclusies alle wijzigingen of uitvoeringsvormen dekken, die binnen de werkelijke omvang van de uitvinding vallen.
8201911
Claims (24)
1. Inrichting voor gebruik in een spel, voorzien van een hal en een naar beneden-hellend, speelveld met een bovenste èn onderste gedeelte, gekenmerkt door een poortmiddel, dat eerste en tweede armen op onderlinge 5 afstand en in’ lengterichting gericht zich langs het' speelveld naar beneden uitstrekkend omvat, welke armen aan een eindgedèelte draaibaar zijn tussen een eerste en een tweede stand voor het naar keuze verschaffen van een in breedte veranderlijke doorgang, waar de bal doorheen kan gaan vanuit het onderste naar het bovenste gedeelte van het’speelveld, j ....· .....
2. Inrichting volgens conclusie 1, met 'het .kenmerk, dat de ëer— ste en tweede armen elk een bovenkant en een onderkant hebben, waarbij het ene eindgedeelte zich aan de bovenkant van de armen bevindt, en de onderkant van de armen kan zwaaien tussen de eerste en tweede Stand, 3* Inrichting volgens conclusie 2, met het' kenmerk, dat de eer— 15 ste stand een betrekkelijk brede opening verschaft tusseh de onderkant van de armen, waarbij de tweede stand een betrekkelijk smalle opening verschaft tussen de onderkant van de armen, en de opening van zowel de eerste als de tweede stand een afstand heeft voor het' doorlaten van de bal. 20 k. Inrichting volgens conclusie 34 met het kenmerk, dat de eer— ste en tweede armen draaibaar zijn voor het zodoende vormen'van een' trechtervormige opening in de eerste stand.
5. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het poortmiddel de armen naar keuze draait naar de eêrste stand in aanspre— 25 king op een eerste aanzet, en naar de tweede stand in aanspreking'op een tweede aanzet.
6. Inrichting volgens conclusie 5? met hefekenmerk, dat het poortmiddel eerste en tweede draaibare verbindingsorganen omvat, gekoppeld aan resp. de eerste en tweede armen en draaibaar gemonteerd'op een gemèen-30 schappelijk punt, verder een aandrijfarm, die aan.de eerste en'tweede draaibare verbindingsorganen op het gemeenschappelijke punt is gekoppeld en beweegbaar langs een vaste baan gemonteerd, en een aandrijfmiddel, dat aan de aandrijfarm is gemonteerd voor een gekozen beweging van de aan— drijfaim in de eerste richting in aanspreking'op de eerste aanzet, 35 7· Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat een'be weging van de aandrijfarm in de eerste richting, een beweging afdwingt van de draaibare verbindingsorganen voor het zodoende naar de eerste stand bewegen van de eerste en tweede armen.. 8201911 -12- » V
8. Inrichting volgens conclusie'7, mef hef .kenmerk, dat een grendeldeel draaibaar is gemonteerd en' een' aangrijpdeel heeft, waarbij de aandrijfarm daarin een vasthoudmiddel' heeft, en een' beweging van de aandrijfarm in de eerste richting het vasthoudmiddel inschakelt om hoven het aangrijpdeel te liggen.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met'het-kenmerk, dat midde len aanwezig zijn voor het draaien van het grendeldeel'voor het zodoende ontkoppelen daarvan vanaf de aandrijfarm in aanspreking'op de tweede aanzet. ... . , 10. Inrichting volgens conclusie‘8, met het kenmerk, dat het' aan— 10 grijpdeel een grendelpen is, waarbij het vasthoudmiddel bestaat uit een inkeping, in de aandrijfarm.
11. Inrichting volgens conclusie 6, met ht'kenmerk,, dat het aan— drijfmiddel een solenoide is, waarbij de aandrijfarm een'solenöïde arm is.
12. Inrichting volgens conclusie 9» met het kenmerk,'dat een drukmiddel is aangebracht voor het veerkrachtig in een tweede richting tegengesteld aan de eerste richting drukken' van de aandrijfarm, '
13. Inrichting volgens conclusie 12', met hef kenmerk, dat het loskoppelen van het aangrijpdeel het hewëgen'.tot gevolg heeft'van de ' 20 aandrijfarm in de tweede richting in aanspreking'op het drukmiddel voor het zodoende inschakelen van de beweging van de draaibare verhihdingsor— ganen voorhet zodoende naar de tweede stand bewegen van de armen. 1U. Inrichting volgens conclusie 9, mef hef kenmerk, dat de middelen voor het draaien bestaan uit een elektromagneet , die dicht' bij het 25 grendeldeel is gemonteerd.
15· Inrichting volgens conclusie 13, met het kenm erk, dat een plaat is gemonteerd aan de onderzijde van het speelveld, waarbij het drukmiddel bestaat uit een veer , die aan deze. plaat is gemonteerd en aan het tweede draaibare verbindingsorgaan om zodoende een beweging van het draai— 30 bare verbindingsorgaan volgens de eerste richting van de vaste baan tegen te gaan, en een beweging van de aandrijfarm in de tweede richting in-aanspreking is op het uitoefenen van een kracht door de veer op het tweede draaibare verbindingsorgaan.
16. Inrichting volgens conclusie 1t. met hetkenmerk, dat een doel 35 dichtbij het poortmidder is opgesteld om zodoende aan te spreken op een door het poortmiddel heengaande bal. .......________ 8201911 -13=-
17 Inrichting voor toepassing in een trekspel, voorzien van een speelveld en een "bal, gekenmerkt door eerste en tweede armên, die naast elkaar in lengterichting op afstand zijn gericht, door eerste en tweède draaibare verbindingsorganen, die zijn gekoppeld aan resp. de eerste en 5- tweede armen en draaibaar gemonteerd op een gemeenschappelijk pnnt, door een aan de eerste en tweede draaibare verbindingsor^ganen gemeenschappelijk punt gekoppelde aandrijfarm, die beweegbaar langs een vaste baan is gemonteerd* en door een aan de aandrijfarm gemonteerd aandrijfmiddel voor het haar keuze bewegen van de aandrijfarm in een eerste richting 10 in aanspreking op een eerste aanzet.
18. Inrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat een' beweging van de aandrijfarm in de eerste richting een beweging inschakelt van de draaibare verbindingsorganen voor het zodoende naar een eerste stand bewegen van de armen. 15 19» Inrichting volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat een grendeldeel draaibaar is gemonteerd en een aangrijpgedeelte heeft, waarbij de aandrijfarm een vasthoudmiddel· heeft, en een beweging van de aan— drijfarm in de eerste richting het aangrijpgedeelte doet aangrijpen -in het vasthoudmiddel.
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat mid delen zijn voorzien om het naar keuze draaien jan een'grendeldeel voor het zodoende vanuit het vasthoudmiddel ontkoppelen' van het grendeldeel' in aanspreking op ’een tweede aanzet.
21. Inrichting volgens conclusie 20, met heftkenmerk,'dat een 25 drukmiddel is aangebracht voor het veerkrachtig in een tweede richting tegengesteld aan de eerste richting drukken van de aandrijfarm.
22. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat het' ontkoppelen van het grendeldeel een.beweging tot gevolg heèft van de aandrijfarm in de tweede richting voor het zodoende af dwingen'van een 30 beweging van de draaibare verbindingsorganen voor het' zodoende naar een -tweede stand bewegen van de armen.
23. Inrichting volgens een der conclusies 17--19, met het kenmerk,' dat het aandrijfmiddel een solenofde is. 2k. Inrichting volgens conclusie 19 of 20,.met het kenmerk, dat 35 het vasthoudmiddel bestaat uit een inkeping in de aandrijfarm, waarbij het aangrijpgedeelte bestaat uit een grendelpen.
25. Inrichting volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat de 8201911 -1U- middelen voor het naar keuze draaien bestaan uit een elektromagneet, die zich dicht hij het grendeldeel bevindt. *· 26. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat het druk middel bestaat uit een veer, die is gemuteerd aan. het tweede draaibare 5 verbindingsorgaan, voor het zodoende tegengaan van een beweging van dit draaibare verbindingsorgaan volgens een eerste richting van de vaste baan, waarbij een beweging van de aandrijfarm in de tweede richting in aanspreking is op het uitoefenen van een kracht door de veer op het tweede draaibare verbindingsorgaan. 10 27·' Inrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat een plaat, is gemonteerd aan de onderzijde van het' speelveld en werkzaam is . gekoppeld aan het grendeldeel en het aandrijfmiddel.
28. Inrichting volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat een plaat is gemonteerd aan de onderzijde van het speelveld en werkzaam is 15 gekoppeld aan de veer.
29. Inrichting volgens conclusie 12, 15, 21 of 26, met het kenmerk, dat een aanslag is aangebracht voor het beperken van de draaihewe-ging van de eerste en tweede draaibare verbindingsorganen tot voorbij een voorafbepaalde aanslagstand, welke aanslag een beweging van de draai— 20 bare verbindings organen in de tweede richting voorbij deze aanslagstand belet.
30. Inrichting volgens conclusies 1, 2 of 17, met het kenmerk, dat een eerste gedeelte van de armen zich naar boven uitstrekt door het speelveld. 25 '31. Inrichting volgens conclusie 30,. met het kenmerk, dat een tweede gedeelte van de armen op afstand boven het'speelveld is geplaatst,
32. Inrichting vólgens conclusie- 31, met heb kenmerk, dat de bal een vaste diameter heeft, waarbij· de afstand van de armen tot het speelveld ten hoogste gelijk is aan deze vaste diameter, 30 '33. Inrichting volgens een der conclusies 17-21, met het kenmerk, dat het speelveld is verdeeld in eerste en tweede gedeelten, waarbij de armen gedeeltelijk boven het speelveld zijn geplaatst voor het tussen de armen doorlaten van de bal vanuit het eerste gedeelte naar het tweede gedeelte van het speelveld. 35 3b. Inrichting volgais conclusie 32, met het kenmerk, dat de armen en de bal bestaan uit een materiaal met een lage veerkracht,
35· Inrichting volgens conclusie 3^, met het kenmerk, dat het ma- 8201911 A- . (-------~ ' " -15- teriaal staal is.
36. Inrichting voor gebruik in een trekspel, voorzien van een hal en een naar beneden hellend speelveld, gekenmerkt door een poortmid-del, dat eerste en tweede langwerpige armen omvat, die naast elkaar en 5 grenzende aan het speelveld zijn gemonteerd, welke armen in lengterichting gericht zich langs het speelveld naar beneden uitstrekken en voldoende- dicht daarbij voor het in aanraking komen met de bal tijdens het spelen van het spel, welke armen draaibaar zijn om zodoende het naar beneden zich' uitstrekkende gedeelte van de armen te zwaaien tussen een 10 ‘ eerste stand en een tweede stand, die beide de doorgang van de bal naar boven tussen de armen mogelijk maken. 8201911
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US26222781 | 1981-05-11 | ||
| US06/262,227 US4447058A (en) | 1981-05-11 | 1981-05-11 | Game gate device |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8201911A true NL8201911A (nl) | 1982-12-01 |
Family
ID=22996694
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8201911A NL8201911A (nl) | 1981-05-11 | 1982-05-10 | Speelpoortinrichting. |
Country Status (14)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4447058A (nl) |
| JP (1) | JPS5915660B2 (nl) |
| AU (1) | AU8316182A (nl) |
| BE (1) | BE893133A (nl) |
| BR (1) | BR8202681A (nl) |
| DE (1) | DE3217116A1 (nl) |
| DK (1) | DK207882A (nl) |
| ES (1) | ES512034A0 (nl) |
| FR (1) | FR2505194A1 (nl) |
| GB (1) | GB2098077A (nl) |
| IT (1) | IT1148303B (nl) |
| LU (1) | LU84137A1 (nl) |
| NL (1) | NL8201911A (nl) |
| SE (1) | SE8202841L (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4805906A (en) * | 1987-10-13 | 1989-02-21 | Home Safe Corp. | Pinball machine construction |
| US6017019A (en) * | 1998-01-12 | 2000-01-25 | Erwin Industries, Inc. | Modular composite railing |
| US6089942A (en) * | 1998-04-09 | 2000-07-18 | Thinking Technology, Inc. | Interactive toys |
| US20050189717A1 (en) * | 2004-03-01 | 2005-09-01 | Wieland Terry L. | Tabletop horseshoes game systems |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2364897A (en) * | 1944-07-17 | 1944-12-12 | William M Grigsby | Hoist grapple |
| US2642290A (en) * | 1948-12-30 | 1953-06-16 | Moloney | Angularly adjustable ball bumper |
| US3196700A (en) * | 1963-04-30 | 1965-07-27 | Gron Nicholas | Driving mechanism for machines |
| US3298691A (en) * | 1963-11-14 | 1967-01-17 | Lion Mfg Corp | Reprojecting ball bumper |
| US3404888A (en) * | 1966-11-30 | 1968-10-08 | Lion Mfg Corp | Ball gating and reprojecting means |
-
1981
- 1981-05-11 US US06/262,227 patent/US4447058A/en not_active Expired - Lifetime
-
1982
- 1982-04-29 GB GB8212425A patent/GB2098077A/en not_active Withdrawn
- 1982-04-30 AU AU83161/82A patent/AU8316182A/en not_active Abandoned
- 1982-05-06 SE SE8202841A patent/SE8202841L/ not_active Application Discontinuation
- 1982-05-07 DE DE19823217116 patent/DE3217116A1/de not_active Withdrawn
- 1982-05-10 BE BE0/208053A patent/BE893133A/fr not_active IP Right Cessation
- 1982-05-10 NL NL8201911A patent/NL8201911A/nl not_active Application Discontinuation
- 1982-05-10 BR BR8202681A patent/BR8202681A/pt unknown
- 1982-05-10 DK DK207882A patent/DK207882A/da not_active Application Discontinuation
- 1982-05-10 IT IT48370/82A patent/IT1148303B/it active
- 1982-05-10 ES ES512034A patent/ES512034A0/es active Granted
- 1982-05-10 FR FR8208076A patent/FR2505194A1/fr active Pending
- 1982-05-10 LU LU84137A patent/LU84137A1/fr unknown
- 1982-05-11 JP JP57079093A patent/JPS5915660B2/ja not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| IT1148303B (it) | 1986-12-03 |
| US4447058A (en) | 1984-05-08 |
| LU84137A1 (fr) | 1982-09-13 |
| JPS5915660B2 (ja) | 1984-04-11 |
| DK207882A (da) | 1982-11-12 |
| ES8307515A1 (es) | 1983-07-01 |
| JPS57196985A (en) | 1982-12-03 |
| BR8202681A (pt) | 1983-04-19 |
| ES512034A0 (es) | 1983-07-01 |
| AU8316182A (en) | 1982-11-18 |
| GB2098077A (en) | 1982-11-17 |
| IT8248370A0 (it) | 1982-05-10 |
| FR2505194A1 (fr) | 1982-11-12 |
| DE3217116A1 (de) | 1982-11-25 |
| SE8202841L (sv) | 1982-11-12 |
| BE893133A (fr) | 1982-08-30 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US6030291A (en) | Manual control device for use with amusement machine | |
| WO2000074056A1 (en) | Disk unit | |
| JPS59228876A (ja) | ゴルフボ−ルテイ−イング装置 | |
| NL8201911A (nl) | Speelpoortinrichting. | |
| JPH0213354B2 (nl) | ||
| US3105687A (en) | Game piece controller and player stabilizer | |
| CA2293914A1 (en) | Magnetic table top game | |
| NL8001705A (nl) | Speelautomaat. | |
| EP0280469B1 (en) | Two and four position target assembly | |
| US4431188A (en) | Ball type game apparatus with laterally movable ball striking mechanism and control therefor | |
| GB1559163A (en) | Doll head having two randomly selected movements | |
| CN219481536U (zh) | 一种发射机构及发射器 | |
| US4460175A (en) | Drop target assembly for pinball game | |
| US4251074A (en) | Miniature baseball game construction | |
| CN213935984U (zh) | 一种机械控制开关机构 | |
| US4438929A (en) | Drop target with cam means | |
| JPH0311023Y2 (nl) | ||
| CN114307184A (zh) | 一种轨道玩具 | |
| JP3527698B2 (ja) | 入賞装置 | |
| KR102841706B1 (ko) | 푸시형 경품 게임기 | |
| JPH0530463Y2 (nl) | ||
| JPH0428000Y2 (nl) | ||
| JPH0130211Y2 (nl) | ||
| KR920007726Y1 (ko) | 디스크 가이드 장치 | |
| JPH029835Y2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |