NL8300517A - Regelstelsel voor een roterende magnetische kop bij een magnetische registratie en weergeefinrichting. - Google Patents

Regelstelsel voor een roterende magnetische kop bij een magnetische registratie en weergeefinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8300517A
NL8300517A NL8300517A NL8300517A NL8300517A NL 8300517 A NL8300517 A NL 8300517A NL 8300517 A NL8300517 A NL 8300517A NL 8300517 A NL8300517 A NL 8300517A NL 8300517 A NL8300517 A NL 8300517A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
rotating magnetic
track
control signal
magnetic head
recording
Prior art date
Application number
NL8300517A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Victor Company Of Japan
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from JP57021849A external-priority patent/JPS58139331A/ja
Priority claimed from JP57021850A external-priority patent/JPS58139332A/ja
Application filed by Victor Company Of Japan filed Critical Victor Company Of Japan
Publication of NL8300517A publication Critical patent/NL8300517A/nl

Links

Classifications

    • G—PHYSICS
    • G11—INFORMATION STORAGE
    • G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B5/00—Recording by magnetisation or demagnetisation of a record carrier; Reproducing by magnetic means; Record carriers therefor
    • G11B5/48—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed
    • G11B5/58—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following
    • G11B5/584—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following for track following on tapes
    • G11B5/588—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following for track following on tapes by controlling the position of the rotating heads
    • G11B5/592—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following for track following on tapes by controlling the position of the rotating heads using bimorph elements supporting the heads
    • G11B5/5921—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following for track following on tapes by controlling the position of the rotating heads using bimorph elements supporting the heads using auxiliary signals, e.g. pilot signals
    • G11B5/5922—Disposition or mounting of heads or head supports relative to record carriers ; arrangements of heads, e.g. for scanning the record carrier to increase the relative speed with provision for moving the head for the purpose of maintaining alignment of the head relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following for track following on tapes by controlling the position of the rotating heads using bimorph elements supporting the heads using auxiliary signals, e.g. pilot signals superimposed on the main signal

Landscapes

  • Adjustment Of The Magnetic Head Position Track Following On Tapes (AREA)

Description

:ί i
Regelstelsel voor een roterende magnetische kop bij een magnetische registratie en weergeefinrichting.
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op regelstelsels voor het aftasten bij een roterende magnetische kop in magnetische registratie en weergeefinrichtingen en meer in het bijzonder op een regelstelsel voor het af-5 tasten door een roterende magnetische kop in een magnetische registratie- en weergeefinrichting welke middelen bevat voor het variëren van de hoogteposities van roterende magnetische koppen zodat de roterende magnetische koppen nauwkeurig aftasten over geregistreerde sporen tijdens een weergave en ontworpen om het 10 aftasten door de kop te regelen door het regelen van de relatieve hoogtestanden van respectievelijke roterende koppen om dezelfde te worden tijdens een registratie. Het regelstelsel voor het aftasten door de kop volgens de uitvinding kan op positieve wijze het aftasten van de roterende magnetische koppen regelen tij-15 dens de registratie zelfs als een toegepast formaat registratie en weergave uitvoert met een langzame magnetische bandsnelheid en met een spoorpatroon waarin de spoorafstand en de spoorbreedte klein zijn.
Sinds kort zijn bij magnetische registra-20 tie- en weergeefinrichtingen voor huiselijk gebruik (hierna een voudig huis VTR genoemd) met ronddraaiende koppen van het schroeflijnvormige aftastsoort, registratie en weergave mogelijk geworden tengevolge van verbeteringen in de magnetische band en de verwezenlijking van ronddraaiende koppen voor hoge dichtheid. Dus 25 zijn er huis VTR's vervaardigd die in staat zijn tot registratie en weergave met een duur die langer is dan die van conventionele VTR's door het verminderen van de bandsnelheid, de spoorafstand, en dergelijke. Daar echter een bandaandrijfstelsel bij een huis VTR een vereenvoudigde constructie heeft om de kosten van de 30 inrichting te verminderen wordt het moeilijk om nauwkeurig en constant een gewenste spoomauwkeurigheid te handhaven door af te tasten over bochten in videosporen tijdens de registratie en 8300517 #> « \ 2 weergave met grote dichtheid, In het bijzonder gedurende een zogenaamde uitgewisselde weergave waarin de magnetische band die geregistreerd is door één huis VTR weergegeven wordt door een ander huis VTR wordt het moeilijk om constant de bovengewenste 5 spoornauwkeurigheid te handhaven waarbij een beeld met hoge kwaliteit niet verkregen kan worden.
Zodoende als een werkwijze om de vraagstukken op te lossen met betrekking tot het volgen van het spoor geïntroduceerd tijdens de registratie en weergave met grote dicht-10 heid en om een ruisstreep te elimineren die geintroduceerd wordt tijdens een speciale weergave zoals een langzame weergave, stilstaande weergave en snelle weergave waarbij de weergave uitgevoerd wordt met een bandsnelheid die verschilt van de bandsnelheid bij de registratie, dat wil zeggen om de ruisstreep te elimineren 15 die geintroduceerd wordt omdat de ronddraaiende koppen niet nauwkeurig over de geregistreerde sporen aftasten bij de conventionele VTR, wordt een kopbewegingsmechanisme geleverd bij de huis VTR's die onlangs in de praktijk zijn gebracht. Het kopbewegingsmechanisme verplaatst de ronddraaiende koppen in een richting loodrecht 20 op een ronddraaiend vlak van dë ronddraaiende^koppen en verplaatst de ronddraaiende koppen in een richting loodrecht op de lengtë= richting van het spoor, dat wil zeggen langs de brede richting van het spoor.
Volgens een spoorvolgregelstelsel dat 25 het hierboven beschreven kopbewegingsmechanisme toepast wordt de spoorvolgingsregeling uitgevoerd zodanig dat de ronddraaiende koppen nauwkeurig de geregistreerde sporen aftasten en als gevolg een fijne weergave uitgevoerd kan worden. Aan een eindpunt van de weergave die de bovengenoemde regeling van de spoorvolging 30 vergezelt zijn echter de relatieve hoogteposities van het aantal ronddraaiende koppen niet noodzakelijk dezelfde. Wanneer bijvoorbeeld een piezo-keramisch materiaal en dergelijke gebruikt wordt voor het kopbewegingsmechanisme keren de ronddraaiende koppen ook niet volmaakt terug naar hun neutrale standen zelfs wanneer 35 het aanleggen van een regelspanning beëindigd wordt in het eind- 8300517 i 'i « 3 punt van de weergave, omdat het piezo-keramische materiaal in het algemeen hysteresis begeleidt. Als gevolg worden de relatieve hoogteposities van iedere ronddraaiende kop niet dezelfde.
Wanneer ieder van de ronddraaiende kop-5 pen niet dezelfde hoogtepositie hebben gedurende de registratie kunnen zijranden van gevormde sporen elkaar overlappen. Bovendien kunnen spleten gevormd worden tussen de sporen en niet geregistreerde banden vormen. Zoals hierna beschreven zal worden in samenhang met de tekening registreerde de conventionele inrich-10 ting zodoende een stuursignaal voor de kopaftastingsregeling gedurende een vooruit bepaald interval tijdens de registratie en stelde de wijze in voor de weergave gedurende een opeenvolgend vooruit bepaald interval. Een overspreekcomponent van het stuursignaal dat voorafgaand geregistreerd is op het aangrenzende 15 spoor wordt weergegeven tijdens de weergave gedurende het opeen volgende vooruit bepaalde interval. Er wordt een regelsignaal verkregen van deze weergegeven overspreekcomponent en de hoogtepositie van één kop werd geregeld om dezelfde te worden als de hoogtepositie van een andere kop door gebruik te maken van het 20 regelsignaal.
Wanneer echter de magnetische bandsnel-heid en de spoorafstand verminderd worden om de VTR kleiner te maken en om de registratie uit te voeren ten opzichte van de magnetische band met een hogere dichtheid wordt de zogenaamde 25 H-verschuiving (verschuiving in horizontale aftastingperioden) tussen aangrenzende sporen klein zoals hierna beschreven zal worden. Dus zelfs wanneer tijdelijk ingesteld is op weergeven gedurende het registreren om het besturingssignaal dat geregistreerd is weer te geven op het aangrenzende spoor als over-30 spreken is de weergaveperiode te kort om positief het stuursig naal weer te geven. Daarom was er een nadeel doordat een positieve kopaftastingsregeling niet uitgevoerd kon worden.
Het is dus een algemeen doel van de uitvinding om een nieuw en bruikbaar aftastregelstelsel voor een 35 roterende magnetische kop te leveren bij een magnetische regi- 8300517 \ .... 4 * s stratie en weergeefinrichting waarbij de bovenbeschreven nadelen overwonnen zijn.
Een ander en meer specifiek doel van de uitvinding is het leveren van een regelstelsel van het aftasten 5 door een roterende magnetische kop waarin een stuursignaal gere gistreerd en weergegeven wordt zodat er tenminste een deel is waar het stuursignaal geregistreerd wordt en dan weergegeven op één spoor en het stuursignaal dat geregistreerd is op het voorgaande spoor weergegeven wordt als overspreken op een volgend 10 spoor voordat het stuursignaal geregistreerd is op dat volgende spoor. Volgens het stelsel van de uitvinding wordt het regelen van het aftasten van de magnetische kop tijdens de registratie uitgevoerd door gebruik te maken van een regelsignaal dat verkregen wordt uit het weergegeven signaal.
15 Nog een ander doel van de uitvinding is het leveren van een regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop waarin het stuursignaal geregistreerd wordt en dan weergegeven op één spoor en het stuursignaal geregistreerd op het voorgaande spoor weergegeven wordt als over- 20 spreken op een volgend spoor voor het stuursignaal geregistreerd her is op dat volgende spoor en deze werkingen afwisselend /haald worden voor ieder spoor. De regeling van het aftasten van de magnetische kop tijdens het registreren wordt uitgevoerd door gebruik te maken van een regelsignaal verkregen uit het weergegeven sig-25 naai.
Een ander doel van de uitvinding is het leveren van een regelstelsel voor het aftasten door een ronddraaiende magnetische kop waarbij een aantal registratie-interval-delen en weergave-intervaldelen van het stuursignaal herhaalde-30 lijk voor ieder spoor geleverd wordt en het stuursignaal geregi streerd en meegegeven wordt zodat het aantal registratie-interval-delen op één spoor grenzen aan het aantal weergave-intervaldelen op een aangrenzend spoor tussen aangrenzende sporen. De regeling van het aftasten door de magnetische kop tijdens het registreren 35 wordt uitgevoerd door gebruik te maken van een regelsignaal ver- 8300517 \ i ‘i 5 kregen uit het weergegeven signaal.
De uitvinding zal aan de hand van de tekening worden toegelicht.
Figuur 1 toont een spoorpatroon voor 5 het toelichten van een conventioneelregelstelsel voor het aftasten door een ronddraaiende magnetische kop.
Figuur 2 is een schema voor het toelichten van de grootte van de spoorvolgingsfout op het spoorpatroon.
10 Figuur 3A en 3B respectievelijk tonen spoorpatronen waarin de magnetische bandsnelheid en de spooraf-stand gereduceerd worden bij het conventionele stelsel.
Figuur 4 toont een spoorpatroon dat verkregen wordt door een eerste uitvoering van een regelstelsel 15 voor het aftasten door een roterende magnetische kop volgens de uitvinding.
Figuur 5 is een blokschema dat een uitvoering toont van een blokstelsel voor het verwezenlijken van het stelsel volgens de uitvinding.
20 Figuur 6(A) tot en met figuur 6(F) zijn grafieken die respectievelijk signaalgolfvormen tonen in ieder deel van een blokstelsel zoals in figuur 5 voor het verwezenlijken van de eerste uitvoering van het stelsel volgens de uitvinding.
Figuur 7 is een blokschema voor het toe-25 lichten van de handelingen van een microcomputer getoond in figuur 5 voor het verwezenlijken van de eerste uitvoering van het stelsel volgens de uitvinding door het vervangen van de handelingen van de micro-computer door equivalente blokstelsels.
Figuur 8 toont een blokpatroon verkregen 30 door een tweede uitvoering van een regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop volgens de uitvinding.
Figuur 9 toont een spoorpatroon verkregen door middel van een derde uitvoering van een regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop volgens de uit-35 vinding.
8300517 * * * - 6
Figuur 10 toont een spoorpatroon verkregen door middel van een vierde uitvoering van een regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop volgens de uitvinding.
5 Figuur 11(A) tot en met figuur 11(F) zijn grafieken die respectievelijk signaalgolfvormen tonen in ieder deel van. het blokstelsel getoond in figuur 5 voor het verwezenlijken van de vierde uitvoering van het stelsel volgens de uitvinding.
10 Figuur 12 is een blokschema voor het toelichten van de handelingen van een microcomputer aangegeven in figuur 5 voor het verwezenlijken van de vierde uitvoering van het stelsel volgens de uitvinding door het vervangen van de handelingen van de micro-computer door equivalente blokstelsels.
15 In de eerste plaats zal een beschrijving gegeven worden met betrekking tot een conventioneel stelsel met verwijzing naar figuur 1.
Een magnetische band 10 loopt met een snelheid van bijvoorbeeld 2,44 cm/sec waarbij een paar roterende 20 magnetische koppen-(niet getoondj^afwisselend de lopende band 10 aftasten om sporen T te vormen schuin ten opzïcïfEê~van- de langs-richting van de band 10 met een hoek Θ met een spoorafstand van 22,6 ^um. De sporen Tal, Ta2, Ta3, ... worden gevonüd door een eerste ronddraaiende magnetische kop (hierna eerste kop genoemd) 25 en de sporen Tbl, Tb2, Tb3, ... worden gevormd door een tweede ronddraaiende magnetische kop,(hierna tweede kop genoemd). Deze sporen Tal, Ta2, Ta3, ... en de sporen Tbl, Tb2, Tb3, ... worden afwisselend gevormd door de eerste en tweede koppen. Spleten van de eerste en tweede koppen hebben azimuthhoeken in wederzijds 30 tegengestelde richtingen bijvoorbeeld en ieder van de sporen worden gevormd in aanrakend contact met elkaar. Tijdens het weergeven wordt een stuursignaal dat gebruikt wordt voor de spoorvol-gingsregeling gemultiplext met een videosignaal dat geregistreerd moet worden en geregistreerd op ieder van de sporen in een fre-35 quentieband die lager ligt dan de frequentieband van het video- 8300517 * 7 .....
signaal.
Verschillende bekende spoorvolgingsregel-werkwijzen kunnen gebruikt worden tijdens het weergeven en een gedetailleerde beschrijving daarvan zal weggelaten worden. Als 5 één voorbeeld worden vier soorten stuursignalen met verschillen de frequenties gebruikt waarbij één soort stuursignaal geregistreerd wordt op één spoor en stuursignalen van verschillende soorten geregistreerd worden voor ieder spoor. Omdat de frequenties van deze stuursignalen laag liggen worden deze stuursig-10 nalen nauwelijks beinvloed door het azimuthverlies van de koppen en de overspreekcomponent van het stuursignaal geregistreerd op het aangrenzende spoor wordt dus weergegeven. Een regelsignaal wordt gevormd overeenkomstig het verschil in frequentie, niveau en dergelijke van de weergegeven overspreekcomponenten en de 15 spoorvolgregeling wordt uitgevoerd gedurende de weergave door dit regelsignaal te gebruiken.
Omdat ieder spoor schuin gevormd is ten opzichte van de lengterichting \an de band 10 wordt een verschuiving in afstand overeenkomstig met 1,5 Η (H geeft één horizonta-20 le aftastperiode weer) langs de lengterichting van het spoor ge ïntroduceerd tussen een begineinde van één spoor en een begin-einde van het aangrenzende spoor, dat wil zeggen de zogenaamde H-verschuiving treedt op. De eerste en tweede koppen registreren respectievelijk een stuursignaal voor een aftastregeling van de 25 kop tijdens de registratie (met bijvoorbeeld een frequentie van 222,950 kHz) op een spoorgedeelte P dat van het begineinde van één spoor gescheiden is door een afstand die overeenkomt met 15H voor bijvoorbeeld een interval van 1,5 H. Wanneer de koppen over een spoordeel R aftasten tijdens een opeenvolgend interval 30 van 1,5 H nemen de koppen een weergavetoestand in. Daarna wordt de registratie van het videosignaal en het stuursignaal voor registratie voortdurend uitgevoerd.
Het spoordeel R waar de koppen de weer-gavetoestand innemen grenst altijd aan het spoordeel P van het 35 aangrenzende spoor dat voorafgaand gevormd is waar het ‘stuur- 8300517 r *
V
•J w 8 signaal geregistreerd wordt. Wanneer dus één kop de weergeef-toestand aanneemt en het spoordeel R aftast wordt de overspreek-component van het stuursignaal weergegeven van het aangrenzende spoordeel P. Het regelsignaal wordt gevormd overeenkomstig dit 5 weergegeven signaal en dit regelsignaal wordt aangelegd aan een kopbewegingsmechanisme om een regeling uit te voeren zodat de relatieve hoogteposities van de twee koppen dezelfde worden. Daarom overlappen de zijranden van de sporen elkaar niet en worden geen spleten gevormd tussen de sporen tijdens het registreren en 10 ieder van de sporen worden gevormd in aanrakend contact met elkaar.
Zoals aangegeven in figuur 2 bestaat het volgende verband wanneer een H-verschuivingshoeveelheid tussen aangrenzende sporen aangegeven wordt door Q, de hoek ge-15 vormd tussen de lengterichting van het spoor en de lengterichting van de magnetische band door Θ, de afstand waarover de magnetische band loopt terwijl de kop één spoor aftast door L (m), de loopsnelheid van een magnetische band door V (m/sec), het aantal horizontale aftestperioden H geregistreerd op één spoor door N, 20 de registratietijd van één spoor door S (seconde) en de lengte van één spoor door K.
Q = (N * L * COS Θ)/Κ —(1) L =fc V ' S —(2)
Wanneer de loopsnelheid V van de band 25 verminderd is om het aantal sporen per vooruit bepaalde lengte van de band te vergroten en de registratie en weergavetijd te vergroten wordt de afstand L klein zoals men kan zien uit de vergelijking (2) en het wordt mogelijk om de spoorafstand te verminderen. Wanneer echter de afstand L kleiner wordt wordt de H-30 verschuivingshoeveelheid Q klein zoals men kan zien uit verge lijking (1). Anderzijds wordt de hoek Θ klein wanneer de loopsnelheid V verminderd wordt waarbij echter de snelheid waarmee de hoek Θ afneemt kleiner is dan de snelheid waarmee de afstand L afneemt. De grootte van de H-verschuivingshoeveelheid Q wordt 35 dus praktisch bepaald in overeenstemming met de grootte van de 8300517 « ♦ 9 afstand L·.
Wanneer bijvoorbeeld de bandloopsnelheid ingesteld wordt in het gebied van 22 % van de bandloopsnelheid voor het geval getoond in figuur 1 en de spoorafstand gelijk in-5 gesteld wordt op 5^um wordt de H-verschuivingshoeveelheid Q ge lijk aan 0,25 H zoals aangegeven in figuur 3a. Zodoende registreert tijdens de registratie iedere kop het stuursignaal in het spoordeel P over een afstand overeenkomend met 1,5 H op ieder van de respectievelijke sporen en de kop bevindt zich in de weer-10 gavetoestand bij het volgende spoordeel R overeen afstand over eenkomend met 1,5 H waarbij echter het interval waarin de kop de overspreekcomponent kan weergeven van het stuursignaal dat geregistreerd is op de aangrenzende spoor bij aftasting over het spoordeel R slechts 0,25 Ξ is. Dus zelfs wanneer de lengten van 15 de spoordelen P en R respectievelijk gelijk ingesteld worden aan afstanden overeenkomend met 1,5 H, zoals in het geval getoond in figuur 1, is het interval anders dan het 0,25 H interval waarin de overspreekcomponent van het stuursignaal geregistreerd op het aangrenzende spoor verspild. Als gevolg wordt, zelfs wanneer 20 lengten van een registrerend spoordeel Ps en een weergevend spoordeel Rs respectievelijk gelijk ingesteld zijn aan een afstand overeenkomend met 0,25 H, zoals getoond in figuur 3B, het interval waarin de overspreekcomponent van het stuursignaal geregistreerd op het aangrenzende spoor weergegeven kan worden, het-25 zelfde als in het geval getoond in figuur 3A.
Wanneer de registratie en weergave uitgevoerd worden met een langzame bandsnelheid en de spoorbreedte en de spoorafstand klein ingesteld zijn wordt de H-verschuivingshoeveelheid Q klein. Zodoende wordt bij aangrenzende sporen de 30 lengte waarover de spoordelen P en R aan elkaar grenzen kort en wordt het interval waarin de overspreekcomponent van het stuursignaal geregistreerd op het aangrenzende spoor weergegeven kan worden kort. Daardoor kan de overspreekcomponent van het stuursignaal geregistreerd op het aangrenzende spoor niet positief 35 weergegeven worden en wordt de weergave van deze overspreekcompo- 8300517 10 nent gemakkelijk beinvloed door uitval en dergelijke. Daarom bestond er een nadeel doordat de kopaftasting niet nauwkeurig geregeld kon worden tijdens de registratie.
De uitvinding heeft de bovenbeschreven 5 nadelen overwonnen en de beschrijving hierna zal gegeven worden met betrekking tot iedere uitvoering van de uitvinding door te verwijzen naar figuur 4 en de volgende figuren.
Figuur 4 toont een spoorpatroon verkregen volgens een eerste uitvoering volgens een stelsel volgens de 10 uitvinding. Tijdens de registratie worden de sporen Tal, Ta2, Ta3, ... gevormd door een eerste ronddraaiende magnetische kop (eerste kop) 20A en de sporen Tbl, Tb2, ... gevormd door een tweede roterende magnetische kop (tweede kop) 20B afwisselend op de magnetische band 10 gevormd. Ieder spoor raakt aan het aangrenzende 15 spoor. De H-verschuivingshoeveelheid Q tussen aangrenzende sporen is gelijk aan 0,25 H bij deze uitvoering. De spleten 21A en 21B van de eerste en tweede koppen 20A en 20B hebben azimuth-hoeken in wederzijds tegengestelde richtingen. Horizontale synchroniserende signaaldelen ES geregistreerd op de sporen Tal, Ta2, ... en 20 de sporen Tbl, Tb2.y^worden respectievelijk geregistreerd met de azimuth-hoeken hellend in wederzijds~Eëgëngestelde richtingen waarbij echter de horizontale synchroniserende signaaldelen HS gemakshalve als lijnen aangegeven worden over de breedterichting van ieder spoor. Aanvullend zijn een audiosignaalspoor, een 25 regelsignaalspoor en dergelijke langs de zijranden gevormd in de lengterichting van de magnetische band 10 waarbij deze sporen echter weggelaten zijn en niet getoond in figuur 4.
Bij het vormen van de sporen Tal, Ta2, ... door de eerste kop 20A wordt het stuursignaal geregistreerd in 30 een spoordeel PA over een interval 1,25 H nadat een vooruit be paald interval Z verlopen is vanaf een begineinde van het spoor. Vervolgens, na een interval 0,5 H neemt de eerste kop 20A de weergavetoestand in in een spoordeel RA tot en met een interval 1,25 H. Bij het anderzijds vormen van de sporen TBl, TB2, ...
35 door de tweede kop 20B neemt de tweede kop 20B de weergave toe- 8300517 11 stand aan in een spoordeel BB over een interval 1,25 H, nadat een ander vooruit bepaald interval (Z + 0,25 H) verlopen is vanaf het begineinde van het spoor. Dan registreert de tweede kop 20B het stuursignaal in het spoordeel PB over een interval 1,25 H.
5 De beginstand van het spoordeel PB is gescheiden van het begin einde van het spoor met een afstand overeenkomend met £ + 1,5 H) over de lengterichting van het spoor. Zoals hierboven beschreven wordt het vormen van sporen die de registratie en weergave van het stuursignaal vergezellen afwisselend uitgevoerd door de eer-10 ste en tweede koppen 20A en 20B.
Wanneer dus de tweede kop 20B bijvoorbeeld het spoor TBl vormt geeft het stuursignaal dat geregistreerd is op het spoordeel PA grenzend aan het spoor TA1 als overspreken weer bij het aftasten van het spoordeel BB. Op gelijke wijze 15 geeft de eerste kop 20A, wanneer de eerste kop 20A het spoor TA2 vormt, het stuursignaal weer geregistreerd op het spoordeel PB van het aangrenzende spoor TBl als overspreken bij het aftasten van het spoordeel BA. Deze handelingen worden op gelijke wijze herhaald met betrekking tot de andere sporen.
20 Volgens de hierboven aangegeven uitvoe ring voert de eerste kop 20A de registratie en de weergave uit van het stuursignaal in de hierboven beschreven volgorde terwijl de tweede kop 20B de weergave en de registratie uitvoert van het stuursignaal in de hierboven beschreven volgorde. Ofschoon zo-25 doende de H-verschuivingshoeveelheid klein is en gelijk aan 0,25 H worden de met het stuursignaal geregistreerde spoordelen PA en PB en de respectievelijk weergavespoordelen BB en BA volkomen zij aan zij op één lijn gebracht over hun gehele lengte (afstand overeenkomend met 1,25 H). Als gevolg kunnen de eerste en tweede 30 koppen 20A en 20B positief en effectief de stuursignalen die geregistreerd zijn op de spoordelen PA en PB weergeven als overspreken over de gehele lengte van de spoordelen BB en BA.
In figuur 4 geven de delen VS, aangegeven door schuine lijnen, spoordelen aan waar vertikale synchronisa-35 tiesignalen van het videosignaal zijn geregistreerd. Omdat geen ...........
8300517 12 signalen geregistreerd zijn op de spoordelen RA en RB is het wenselijk om deze spo'rdelen RA en RB zo te plaatsen dat het weergegeven beeld niet ernstig beïnvloed wordt door deze spoordelen weer te geven. Zo is het bijvoorbeeld wenselijk om deze spoor-5 delen RA en RB in posities te brengen gescheiden met meer dan 2 H tot 3 H van het vertikale synchronisatiesignaal geregistreerd door de delen PS en verder is het wenselijk om de spoordelen RA en RB binnen de vertikale onderdrukkingsperioden van het videosignaal aan te brengen.
10 Hierna zal een beschrijving gegeven worden met betrekking tot een uitvoering van een ketenstelsel voor de registratie en de weergave van het stuursignaal op de hiervoor beschreven wijze in samenhang met figuur 4 door verwijzing naar figuur 5.
15 In figuur 5 wordt een samengesteld video signaal dat geregistreerd moet worden toegevoerd aan een regi-stratiesignaalverwerkingsketen 31 via een ingaiigsklem 30. Het samengestelde videosignaal wordt onderworpen aan een signaalverwerking in de signaalverwerkingsketen 31 en gevormd tot een sig-20 naai met een bekend signaalformaat geschikt voor magnetische re gistratie, Als één voorbeeld van een dergelijke signaalverwerking worden helderheids- en kleursignalen afgescheiden uit het samengestelde videosignaal waarbij het afgescheiden helderheidssignaal in frequentie gemoduleerd is en het afgescheiden chrominantie-25 signaal in frequentie omgezet is in een band die lager is dan de band van het frequentiegemoduleerde helderheidssignaal en het frequentiegemoduleerde helderheidssignaal en in frequentie-omge-zette kleursignaal dan gemultiplext worden. Een uitgangssignaal van de registratiesignaalverwerkingsketen 31 wordt toegevoerd aan 30 een mengketen 32 en gemengd met een stuursignaal dat een constante amplitude heeft en dat verkregen wordt uit een stuursignaalgene-rator 33.
Een trommelpuls a aangegeven in figuur 6(A) die synchroon is met de rotatie van de eerste en tweede koppen 35 20a en 20B wordt via een klem 34 toegevoerd aan een micro-com- 8300517 13 puter 35. Deze trommelpuls a wordt bijvoorbeeld verkregen vanaf een roterende detectie-inrichting die een detectiekop bevat welke samenwerkt met een roterende trommel waarop de koppen 20a en 20b in diametraal tegenovergelegen posities aangebracht zijn 5 en waarbij de detectiekop bevestigd is op een ronddraaiende as van een motor can de ronddraaiende trommel te roteren. De trommel-puls a is een signaal dat een hoog niveau aanneemt gedurende één halve omwenteling (1/60 seconde) van de koppen 20a en 20b en een laag niveau aanneemt gedurende de andere halve omwenteling 10 (1/60 seconde) van de koppen 20A en 20B. In figuur 6 (A) tot 6(F) is een deel langs de tijdbasis weggesneden en weggelaten vanwege de beperkte ruimte beschikbaar op het papier.
Zoals aangegeven in figuur 6(B) wekt de micro-computer 35 een pulsreeks b op bestaande uit een puls bl 15 met een pulsbreedte 1,25 H welke stijgt nadat een interval (Z + 1,5 H) verloopt vanaf het stijgen van de trommelpuls a en een puls b2 met een pulsbreedte 1,25 H welke stijgt nadat een interval Z verloopt vanaf de daling van de trommelpuls a. Deze pulsreeks b van de micro-computer 35 wordt toegevoerd aan de stuursignaal-20 generator 33. De stuursignaalgenerator 33 wekt een stuursignaal d op aangegeven in figuur 6(D) met een enkele frequentie (222,950 kHz bijvoorbeeld) en een constante amplitude gedurende slechts een interval waarin de pulsen bl en b2 van de microcomputer 35 daaraan aangelegd is. Het stuursignaal opgewekt door de stuur-25 signaalgenerator 33 wordt toegevoerd aan een mengketen 32. Een registratievideosignaal gemultiplext met het stuursignaal d in de mengketen 32 wordt versterkt in een registratieversterker 36 en dan toegevoerd aan een omschakelketen 37.
De micro-computer 35 wekt ook een puls-30 reeks c op aangegeven in figuur 6(C) bestaande uit een puls cl met een pulsbreedte van 1,25 H welke stijgt na een verloop van een interval (Z + 0,25 H) vanaf de stijging van de trommelpuls a en een puls c2 met een pulsbreedte 1,25 H welke stijgt na verloop van een interval (Z + 1,75 H) vanaf de daling van de trommel-35 puls h, in aanvulling op het opwekken van de pulsreeks b. Deze 8300517 14 * * f * pulsreeks c van de micro-computer 35 wordt toegevoerd aan de omschakelketens 37, 38 en 41. De omschakelketen 37 onderbreekt • het registratiesignaal van de registratieversterker 36 tijdens intervallen die overeenkomen met de pulsbreedten van de pulsen 5 cl en c2 toegevoerd door de micro-computer 35 en geeft het re- gistratiesignaal door en voedt dit aan de koppen 20A en 20B tijdens andere intervallen. De koppen 20A en 20B nemen de weer-gavetoestanden in wanneer het aanleggen van het registratie-signaal daaraan onderbroken wordt in overeenstemming met de pul-10 -sen cl en c2, om het stuursignaal dat geregistreerd is op het aangrenzende spoor als overspreken weer te geven.
Tijdens de periode met hoog niveau van de trommelpuls a maakt de tweede kop 20B contact met de band 10 en tijdens de periode met laag niveau van de trommelpuls a maakt 15 de eerste kop 2QA contact met de band 10. De tweede kop 20B
bevindt zich dus in de weergavetoestand gedurende de puls cl en registreert het stuursignaal tezamen met het registratievideo-signaal tijdens de puls bl. De eerste kop 20 A registreert het stuursignaal tezamen met het registratievideosignaal gedurende 20 de puls b2 en neemt de weergavetoestand aan gedurende de puls c2.
De stuursignalen die geregistreerd worden in de aangrenzende sporen welke weergegeven worden door de koppen 20A en 20B worden toegevoerd aan de omschakelketen 38. De omschakelketen 38 bevindt zich normaal in een onderbroken toestand 25 tijdens de registratie en neemt een signaaldoorgeeftoestand aan om de signalen van de koppen 20a en 20B door te laten gedurende intervallen die overeenkomen met de breedten van de pulsen cl en c2 bij een voeding met deze pulsen cl en c2. Het signaal dat door de omschakelketen 38 heen gaat wordt versterkt in een voor-30 versterker 39 en toegevoerd aan een banddoorlaatfilter 40.
Slechts de frequentiecomponent van het stuursignaal die weergegeven wordt als overspreken wordt verkregen aan het banddoorlaatfilter 40 en toegevoerd aan de omschakelketen 41. De omschakelketen 41 neemt slechts een signaaldoorlaattoestand aan geduren-35 de het interval waarin de pulsen cl en c2 daaraan aangelegd worden.
8300517 15
Bovendien krijgt de omschakelketen 41 een signaal f aangegeven in figuur 6(F) in overeenstemming met de puls cl en verkrijgt een signaal e getoond in figuur 6(E) in overeenstemming met de puls c2 en levert deze signalen aan een niveaudetector 42.
5 De niveaudetector 42 detecteert de om hullenden van de signalen e en f en legt een gelijkspanningsdetec-tie-uitgang aan de micro-computer 35 aan. De micro-computer 35 verzamelt de uitgang van de niveaudetector 42 en vergelijkt deze uitgang met de uitgang verkregen tijdens het aftasten van 10 het voorgaande spoor. Dat wil zeggen dat als het stuursignaal weergegeven als overspreken dat verkregen wordt van de omschakelketen 41 is er het signaal f dat weergegeven wordt van het aangrenzende spoor TAl terwijl de tweede kop 20B registreert en het spoor TBl vormt bijvoorbeeld en het signaal e dat weergegeven 15 wordt van het aangrenzende spoor TBl terwijl de eerste kop 20A registreert en het spoor TA2 vormt dat het spoor TBl volgt. Wanneer het niveau van het signaal e hoger is dan dat van het signaal f is de snelheid waarmee de eerste kop 20A het aangrenzende spoor aftast dat geregistreerd wordt door de tweede kop 20b groter dan 20 de snelheid waarmee de tweede kop 20B voorafgaand het aangrenzende spoor aftastte geregistreerd door de eerste kop 20A. Zodoende is de eerste kop 20A in deze toestand in een hoogtestand die relatief lager is dan de hoogtestand van de tweede kop 20B. Wanneer omgekeerd het niveau van het signaal f hoger is dan dat van het 25 signaal e bevindt de tweede kop 20B zich op een hoogte die rela tief lager is dan de hoogte van de eerste kop 20A. Aanvullend stelt het niveauverschil tussen de signalen e en f de relatieve verschuivingshoeveelheid voor tussen de hoogten van de eerste en tweede koppen 20a en 20B.
30 Zodoende levert de micro-computer 35 een regelsignaal om de verschuiving in de relatieve hoogten van de eerste en tweede koppen 20A en 20B te compenseren uit het niveauverschil tussen de detectie-uitgangen van de signalen e en f verkregen uit de niveaudetector 42. Dit uitgangsregelsignaal van 35 de micro-computer 35 wordt versterkt in een versterker 43 en aan- 8300517 5 16 gelegd aan een kopbewegingèmechanisme 44 ten opzichte van één van de koppen, dat wil zeggen de kop 20a bijvoorbeeld, om de hoogte te regelen van de kop 20A zodat de relatieve hoogten van de koppen 20A en 20B dezelfde worden. In deze toestand is een 5 kopbewegingsmechanisme (niet getoond) ten opzichte van de andere kop 20B geaard en in een niet werkzame toestand gebracht waarbij de hoogte van de kop 20B vastgelegd is.
Wanneer de registratie- en weergave-inrichting de weergavewerkwijze aanneemt neemt de omschakelketen 10 38 constant de signaaldoorlaattoestand aan. De weergegeven video signalen van de koppen 20a en 20B worden dus toegevoerd aan een weergegeven signaalverwerkingsketen 45 via de omschakelketen 38 en de voorversterker 39 en worden onderworpen aan signaalbewerking zodat de weergegeven videosignalen het formaat aannemen van 15 het originele standaardvideosignaal. Het weergegeven videosignaal wordt verkregen via een uitgangsklem 46 en toegevoerd aan een televisie-ontvanger. Het stuursignaal voor weergave wordt ge-multiplext met het registratievideosignaal en geregistreerd tijdens de registratie waarbij het regelsignaal verkregen wordt uit 20 het weergegeven stuursignaal tijdens de weergaven. Dit regelsignaal wordt aangelegd aan het kopbewegingsmechanisme met betrekking tot zowel de koppen 20A en 20B om de spoorvolgregeling uit te voeren. Een gedetailleerde beschrijving van de spoorvolgregeling zal weggelaten worden omdat de spoorvolgregeling op 25 gelijke wijze uitgevoerd wordt als in de conventionele registratie en weergeefinrichting.
Figuur 7 toont een blokschema van een ketenstelsel dat handelingen uitvoert equivalent aan die uitgevoerd door de micro-computer 35 zoals hiervoor beschreven. De 30 trommelpuls a aangelegd aan de klem 34 wordt toegevoerd aan de monostabiele multivibrators 5Q tot en met 53. De monostabiele multivibrator 50 levert een puls van hoog niveau tijdens een interval Z + 0,25 H vanaf het stijgen van de trommelpuls a en de monostabiele multivibrator 51 een puls van hoog niveau levert ge-35 durende een interval (Z + 1,75 H) vanaf het dalen van de trommel- 8300517
X
17 * puls a. De uitgangspulsen van de monostabiele multivibratoren 50 en 51 worden respectievelijk toegevoerd aan een OF-poort 54 waarbij een uitgang van de OF-poort toegevoerd wordt aan een monostabiele multivibrator 55. De monostabiele multivibra-5 tor 55 wordt getrokken door een daling van de daaraan aangelegde puls en levert pulsen cl en c2 met een pulsbreedte overeenkomstig een interval van 1,25 H. Deze pulsen cl en c2 worden toegevoerd aan de omschakelketens 37, 38 en 41 via een klem 56. De monostabiele multivibrator 52 levert een puls van hoog niveau 10 gedurende een interval (Z + 1,5 H) vanaf het stijgen van de trom- melpuls a en de monostabiele multivibrator 53 levert een puls van hoog niveau gedurende een interval Z vanaf het dalen van de trommelpuls a. De uitgangspulsen van de monostabiele multivi-bratoren 52 en 53 worden respectievelijk toegevoerd aan een 0F-15 poort 57 en een uitgang van de OF-poort 57 wordt geleverd aan een monostabiele multivibrator 58. De monostabiele multivibrator 58 wordt getrokken door een daling in de daaraan aangelegde puls en levert pulsen bl en b2 met een pulsbreedte die overeenkomt met een interval 1,25 H. Deze pulsen bl en b2 worden toegevoerd aan 20 de stuursignaalgenerator 33 via een uitgangsklem 59.
De gedetecteerde uitgang vein de niveaude-tector 42 wordt geleverd aan een schakelaar 61 via een klem 60. Deze schakelaar 61 wordt voorzien van de trommelpuls a en is verbonden met een klem p tijdens de periode met hoog niveau van 25 de trommelpuls a en verbonden met de klem q tijdens de periode van laag niveau van de trommelpuls a. Een schakelaar 62 verbonden met de klem p van de schakelaar 61 sluit wanneer hij voorzien wordt van de uitgangspuls cl van de monostabiele multivibrator 55 waarbij anderzijds een schakelaar 63 die verbonden is met de klem 30 q van de schakelaar 61 sluit wanneer hij voorzien wordt van de uitgangspuls c2 van de monostabiele multivibrator 55. De gedetecteerde uitgang van het signaal f en aangelegd aan de klem 60 wordt dus geleverd aan een integrator 64 via de schakelaars 61 en 62 en de gedetecteerde uitgang van het signaal e wordt geleverd 35 aan de integrator 65 via de schakelaars 61 en 63.
8300517 18
De uitgangspulsen cl en c2 van de mono-stabiele multivibrator 55 worden ook aangelegd aan een differ-entieerketen 66 waarbij de stijgingen in de pulsen cl en c2 dienovereenkomstig gedifferentieerd worden. Een schakelaar 67 ver-5 bonden met de differentieerketen 66 wordt voorzien van de tromrnel- puls a vanaf de klem 34 en is verbonden met een klem p tijdens de periode met hoog niveau van de trommelpuls a en verbonden met een klem q tijdens de periode met laag niveau van de trommelpuls a. Zodoende wordt de gedifferentieerde puls van de puls cl 10 verkregen uit de differentieerketen 66 aangelegd aan de integrator 64 via de schakelaar 67 om de integrator 64 ogenblikkelijk te ontladen en terug te stellen. Op hetzelfde ogenblik wordt de gedifferentieerde puls van de puls c2 aangelegd aan de integrator 65 via de schakelaar 67, om de integrator 65 te ontladen en 15 'terug te stellen. De integrators 64 en 65 integreren respectievelijk de gedetecteerde uitgangen van de signalen e en f dus onmiddellijk nadat zij teruggesteld zijn. Uitgangen van de integrators 64 en 65 worden toegevoerd aan een aftrekketen 68 en afgetrokken. De verschuivingshoeveelheid van de relatieve hoogte 20 van één kop ten opzichte van de andere kop kan dus bepaald worden in overeenstemming met het niveau en de polariteit van de uitgang verkregen uit de aftrekketen 68. De uitgang van de aftrekketen 68 wordt toegevoerd aan een integrator 69 en geïntegreerd voor drie tot vijf omwentelingen van de roterende kop, dat wil 25 zeggen 1/10 tot 1/6 seconde bijvoorbeeld. Als resultaat wordt een signaal overeenkomend met de aftastingsfout van 6 tot 10 sporen gemiddeld en als een regelsignaal geleverd vanaf de integrator 69. Dit regelsignaal wordt toegevoerd aan de versterker 43 die hiervoor beschreven is vanaf de uitgangsklem 30. Er is nauwelijks 30 enig effect tengevolge van uitval en dergelijke bij het aanbrengen van de bovengenoemde integrator 69.
De hierboven beschreven uitvoering heeft betrekking op een geval waarbij er twee ronddraaiende koppen zijn maar waarbij echter het aantal ronddraaiende koppen niet tot 35 twee beperkt is. In een geval bijvoorbeeld waarbij er drie rond- 8300517 19 draaiende^ koppen zijn worden de registratie en weergave van het stuursignaal uitgevoerd als aangegeven door een spoorpatroon getoond in figuur 8. Dat wil zeggen dat bij het vormen van de sporen TAl, TA2, ... door de eerste kop 20a het stuursignaal ge-5 registreerd wordt op het spoordeel PA en het stuursignaal dat voorafgaand geregistreerd is op het aangrenzende spoor weergegeven wordt door het volgende spoordeel RA. Wanneer vervolgens de sporen TBl, TB2 .... gevormd worden door de tweede kop 2QB wordt het stuursignaal geregistreerd op het spoordeel PB en het eerder 10 geregistreerde stuursignaal op het aangrenzende spoor wordt weergegeven door het volgende spoordeel RB. In dat geval worden de plaatsen van de spoordelen PB en RB bepaald op zodanige wijze dat het spoordeel RB weergegeven door de tweede kop 20B grenst aan het spoordeel PA op het aangrenzende spoor dat daarvoor vervormd - 15 is door de eerste kop 20a. Wanneer verder een derde kop 20C de sporen TCI, TC2 vormt, .... wordt het stuursignaal dat voorafgaand geregistreerd is op het aangrenzende spoor weergegeven door een spoordeel RC waarbij het stuursignaal dan geregistreerd wordt op een spoordeel PC. De plaatsen van de spoordelen RC en PC 20 worden zo bepaald dat het spoordeel RC weergegeven door de derde kop 20c grenst aan het spoordeel PB op het aangrenzende spoor dat voorafgaand gevormd is door de tweede kop 20B.
Wanneer het spoorpatroon zo bepaald is dat ieder spoor gelegen is zoals hiervoor beschreven wordt het 25 gehele weergeefspoorgedeelte aangrenzend aan het geregistreerde deel van het stuursignaal van het aangrenzende spoor en kan het stuursignaal dat geregistreerd is op het aangrenzende spoor positief weergegeven worden als overspreken.
In het geval waarbij er vier ronddraaiende 30 koppen zijn worden de registratie en weergave van de stuursigna len uitgevoerd zoals aangegeven door een spoorpatroon getoond in figuur 9. Bij het vormen van de sporen TAl, TA2, ... door de eerste kop 20A wordt het stuursignaal dat voorafgaand geregistreerd is op het aangrenzende spoor weergegeven door het spoordeel RA 35 en wordt het stuursignaal geregistreerd op het volgende spoordeel 8300517 Λ 20 PA. Wanneer vervolgens de sporen TB1, TB2, ... gevormd worden door de tweëde kop 20B wordt het stuursignaal geregistreerd op het spoordeel PB en het voorafgaand geregistreerde stuursignaal op het aangrenzende spoor wordt dan weergegeven door het spoor-5 deel RB. Bij het vormen van de sporen TCI, TC2, ... door de derde kop 20c wordt het voorafgaand geregistreerde stuursignaal op het aangrenzende spoor weergegeven door het spoordeel RC en wordt het stuursignaal geregistreerd op het volgende spoordeel PC. Wanneer vervolgens de sporen TDl, TD2, ... gevormd worden 10 door een vierde kop 20D wordt het stuursignaal geregistreerd op een spoordeel PD en het voorafgaand geregistreerde stuursignaal op het aangrenzende spoor wordt dan weergegeven door een spoordeel RD. In dat geval is ieder spoordeel zo gelegen dat de spoordelen RB, RC, RD en RA volkomen grenzen aan de met het stuur-15 signaal geregistreerde spoordelen PA, PB, PC en PD op de respec tievelijke aangrenzende sporen.
Hierna zal een beschrijving gegeven worden met betrekking tot nog een andere uitvoering van het stelsel volgens de uitvinding met verwijzing naar figuur 10.
20 In figuur 10 registreert de eerste kop 20A bij het vormen van het spoor TAl het stuursignaal vanuit een positie die gescheiden wordt door een afstand overeenkomend met een vooruit bepaalde afstand Z vanaf het begineinde van het spoor gedurende een interval 0,25 H gelijk aan de H-verschuivingshoe-25 veelheid van het spoor. Dan voert de kop 20A de weergave uit ge durende een interval 0,25 H en daarna registreert de kop 20A opnieuw het stuursignaal gedurende een interval 0,25 H en voert opnieuw een weergave uit gedurende een interval van 0,25 H. De kop 20A herhaalt deze registratie van het stuursignaal gedurende het 30 interval 0,25 H en de weergave gedurende het opvolgende interval 0,25 H, in totaal viermaal. Als resultaat treden de met het stuursignaal geregistreerde spoordelen PAl tot en met PA4 en de weer-gavespoordelen RAi tot en met RA4 afwisselend op op het spoor TAl.
Wanneer de tweede kop 20B het spoor TB1 35 vormt registreert de tweede kop 20B het stuursignaal vanaf een 8300517 '< * 21 * plaats die met een afstand overeenkomend met een vooruit bepaalde afstand Z gescheiden is van het begin van het spoor gedurende een interval van 0,25 H. Dan voert de kop 20B de weergave uit gedurende een interval 0,25 A en daarna registreert de kop 20B 5 opnieuw het stuursignaal gedurende een interval 0,25 H en voert opnieuw een weergave uit gedurende een interval van 0,25 H. De kop 20B herhaalt deze registratie van het stuursignaal gedurende het interval 0,25 H en de weergave gedurende het opeenvolgend interval 0,25 H, in totaal viermaal. Als resultaat treden de met 10 het stuursignaal geregistreerde spoordelen PB1 tot en met PB4 en de weergavespoordelen RB1 tot en met RB4 afwisselend op op het spoor TBl.
Op gelijke wijze vormen daarna de koppen 20a en 20B afwisselend sporen. Ieder van de weergevende spoor- - 15 delen van ieder spoor grenst aan. ieder van de respectievelijk met het stuursignaal geregistreerde delen vein het aangrenzende spoor en er zijn vier weergevende spoordelen op een spoor. Ofschoon zodoende het interval van één weergevend spoordeel 0,25 H is is er in werkelijkheid een weergevend spoordeel met een in-20 terval 1H op één spoor. Daarom is het mogelijk om positief het stuursignaal dat geregistreerd is op het aangrenzende spoor als overspreken weer te geven.
De lengte van één registrerend spoordeel is niet beperkt tot 0,25 H en de lengte van het registrerende 25 spoordeel kan gevarieerd worden in overeenstemming met de H-ver- schuivingshoeveelheid zolang als de lengte van het weergevende spoordeel gelijk is aan de H-verschuivingshoeveelheid. Aanvullend is het aantal paren met het stuursignaal geregistreerde spoordeel en het weergevende spoordeel niet beperkt tot vier en kan ieder 30 aantal paren bedragen.
De hierboven beschreven registratie en weergavebewerkingen kunnen uitgevoerd worden met het hiervoor beschreven blokstelsel aangegeven in figuur 5. In de onderhavige uitvoering echter is de bewerking door de micro-computer 35 ver-35 schillend van die uitgevoerd in de hiervoor beschreven eerste 8300517 w 22 uitvoering. Zodoende zullen de bewerkingen van de micro-computer 35 voor de onderhavige uitvoering nu beschreven worden in samenhang met figuur 11 en 12.
Een trommelpuls a getoond in figuur 11(A) 5 (dezelfde als de trommelpuls a getoond in figuur 6(A)i aangelegd aan de klem 34, wordt geleverd aan de monostabiele multivibrators 80 en 81. De monostabiele multivibrator 80 levert een puls met een pulsbreedte overeenkomend met het interval Z vanaf het stijgen en dalen van de trommelpuls a. Anderzijds levert de mono-10 stabiele multivibrator 81 een puls met een pulsbreedte overeen komend met een interval (Z + 1,75 H) tot (Z + 2 H) vanaf het stijgen en dalen van de trommelpuls a. De uitgang van de monostabiele multivibrator 81 wordt geleverd aan een EN-poort 84. De uitgang van de monostabiele multivibrator 80 wordt aangelegd aan 15 een monostabiele multivibrator 82 via een OF-poort 82, om de monostabiele multivibrator 83 te trekken. De monostabiele multivibrator 83 levert een puls met een pulsbreedte van 0,25 H wanneer hij getrokken is.
De uitgang van de monostabiele multivi-20 brator 83 wordt aangelegd aan een monostabiele multivibrator 86 via de EN-poort 84. De monostabiele multivibrator 86 wordt getrokken door een daling in de uitgangspuls van de monostabiele multivibrator 83 en levert een puls met een pulsbreedte van 0,25 H.
De uitgang van de monostabiele multivibrator 86 wordt geleverd 25 aan de monostabiele multivibrator 83 via de OF-poort 82 en de monostabiele multivibrator 83 wordt getrokken door een daling in de uitgang van. de monostabiele multivibrator 86. De bovenbeschreven bewerkingen worden continu uitgevoerd terwijl het signaal aangelegd aan de EN-poort 84 van de monostabiele multivibrator 81 30 optreedt.
Een uitgangspuls van de monostabiele multivibrator 83 die vier pulsen bevat zoals aangegeven in figuur 11(B) wordt dus verkregen via een uitgangsklem 85 als een puls b en toegevoerd aan de stuursignaalgenerator 33 aangegeven in fi-35 guur 5. Aanvullend wordt een uitgangspuls van de monostabiele 8300517 ·% / 23 multivibrator 86 die vier pulsen bevat zoals aangegeven in figuur 11(C) verkregen via een uitgangsklem 87 als een puls c en toegevoerd asm de omschakelketens 37, 38 en 41 getoond in figuur 5.
De stuursignaalgenerator 33 wekt een stuursignaal d op aangegeven 5 in figuur 11(D) waar hij voorzien wordt van de puls b vanaf de uitgangsklem 85. De omschakelketen 37 onderbreekt het registra-tiesignaal iedere maal dat de puls c daaraan aangelegd is en de omschakelketen 38 laat het weergegeven signaal iedere maal door wanneer de puls- c daaraan aangelegd is. Zodoende wordt het stuur-10 signaal geregistreerd met intervallen van 0,25 H in overeenstem ming met de puls b en wordt het stuursignaal dat geregistreerd is op het aangrenzende spoor weergegeven als overspreken met verschillende intervallen van 0,25 H. Daarom worden de signalen e en f aangegeven in figuur 11(E) en· 11(F) verkregen van de schakel-15 keten 51 getoond in figuur 5 en toegevoerd aan de niveaudetector 42.
De gedetecteerde uitgang van de niveaudetector 42 wordt toegevoerd aan de schakelaar 61 via de klem 40. Deze schakelaar 61 wordt voorzien van de trommelpuls a en is 20 verbonden met de klem p gedurende de periode met hoog niveau van de trommelpuls a en verbonden met de klem q gedurende de periode met laag niveau van de trommelpuls a. De schakelaar 62 verbonden met de klem p van de schakelaar 61 en de schakelaar 63 verbonden met de klem q van de schakelaar 61 sluiten wanneer zij voorzien 25 worden van de uitgangspuls c van de monostabiele multivibrator 86. De gedetecteerde uitgang van het signaal e aangelegd aan de klem 60 wordt dus toegevoerd aan de integrator 64 via de schakelaars 61 en 62 en de gedetecteerde uitgang van het signaal f wordt toegevoerd aan de integrator 65 via de schakelaars 61 en 30 63.
De trommelpuls a verkregen via de klem 34 wordt ook toegevoerd aan de differentieerketens 88 en 89 waarin stijgingen en dalingen van de trommelpuls a respectievelijk gedifferentieerd worden. Gedifferentieerde uitgangspulsen van de 35 differentieerketens 88 en 89 worden aangelegd aan de respectie- 8300517 * f 24 velijke integrators 64 en 65 om de integrators 64 en 65 te ontladen en terug te stellen. De integrators 64 en 65 integreren dus respectievelijk de gedetecteerde uitgangen van de signalen e en f nadat zij teruggesteld zijn. De daarna uitgevoerde bewer-
, J
5 kingen zijn dezelfde als die uitgevoerd zijn bij de uitvoering beschreven in samenhang met figuur 7 en die blokken welke dezelfde zijn als de blokken aangegeven in figuur 7 zijn met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven en hun beschrijving zal weggelaten worden.
10 Verder is de uitvinding niet beperkt tot deze uitvoeringen maar verschillende variaties en modificaties kunnen uitgevoerd worden zonder dat de gedachte van de uitvinding verlaten wordt.
8300517

Claims (6)

1. Regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop in een magnetische registratie-en weergeefinrichting waarbij de registratie- en weergeefin-5 richting een aantal roterende magnetische koppen bevat die regi straties ignalen registreren terwijl registratiesporen gevormd worden die schuin staan ten opzichte van de lengterichting van een magnetische band tijdens een registratie en de geregistreerde signalen van de van registratie voorziene sporen weergeven 10 tijdens het weergeven, een regelorgaan voor de kophoogte en voor zien van een regelsignaal voor het regelen van de hoogten van iedere ronddraaiende magnetische kop, een opwekorgaan voor een stuursignaal om een stuursignaal op te wekken tijdens de registratie, een orgaan voor het regelen van het onderbreken van het 15 aanleggen van het stuursignaal en een registratiesignaal aam iedere magnetische kop zo dat het stuursignaal toegevoerd wordt aan de ronddraaiende magnetische koppen tezamen met het registra-tiesignaal gedurende een vooruit bepaald interval het stuursignaal en het registratiesignaal registreren en daarna het aan-20 leggen van het registratiesignaal aan de ronddraaiende magneti sche koppen onderbreken om de roterende magnetische koppen in een weergeeftoestand te brengen, waarbij iedere roterende magnetische kop een stuursignaal weergeeft geregistreerd op een met een stuursignaal geregistreerde spoordeel van een spoor grenzend aan 25 een aftastspoor als overspreken en een orgaan voor het verkrijgen van het regelsignaal uit het stuursignaal weergegeven als overspreken om het zo verkregen signaal aan te leggen aan het regelorgaan van de kophoogte en de hoogten van alle roterende magnetische koppen zo te regelen dat zij dezelfde worden, met het ken-30 merk, dat het stuursignaal aangelegd wordt aan één van de rote rende magnetische koppen (20A) tezamen met het registratiesignaal gedurende een vooruit bepaald interval om te zorgen dat de ene roterende magnetische kop het stuursignaal registreert en het registratiesignaal en daarna het aanleggen van het registratie-35 signaal aan de ene roterende magnetische kop onderbreekt om de 8300517 ene roterende magnetische kop in een weergeef toestand te brengen en het aanleggen van een registratiesignaal aan een andere roterende magnetische kop (20B) onderbroken wordt gedurende een vooruit bepaald interval waarin de andere roterende magnetische 5 kop een spoorgedeelte aftast grenzend aan een spoorgedeelte waarop het stuursignaal geregistreerd is van een geregistreerd spoor gevormd door de ene ronddraaiende magnetische kop om de andere roterende magnetische kop in een weergeeftoestand te brengen en om daarna het stuursignaal aan te leggen aan de andere ro-10 terende magnetische kop tezamen met het registratiesignaal ge durende een vooruit bepaald interval om te zorgen dat de andere roterende magnetische kop het stuursignaal en het registratiesignaal registreert.
2. Regelstelsel voor het aftasten door 15 een roterende magnetische kop volgens conclusie 1 waarin het aantal roterende magnetische koppen een paar vormen van roteren- . de magnetische koppen die afwisselend registratiesporen vermen , met het kenmerk, dat één roterende magnetische kop (20A) van het paar roterende magnetische koppen het stuursignaal registre-20 ren gedurende een vooruit bepaald interval (PA) waarbij één spoor gevormd wordt en’ daarna een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit bepaald interval (RA), waarbij de andere (20B) van het paar roterende magnetische koppen een weergeeftoestand (RB) aanneemt over een vooruit bepaald interval terwijl 25 een ander spoor gevormd wordt en daarna het stuursignaal regi streert gedurende een vooruit' bepaald interval (PB), waarbij de ene ronddraaiende magnetische kop een weergeeftoestand aanneemt terwijl hij een spoorgedeelte (RA) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PB) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een 30 spoor gevormd door de andere roterende magnetische kop en waar bij de andere roterende magnetische kop een weergeeftoestand aanneemt terwijl hij een spoorgedeelte (RB) aftast grenzend aan een spoorgedeelte waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor (PA) gevormd door de ene roterende magnetische kop.
3. Regelstelsel voor het aftasten door ♦ 8300517 » » 4 een roterende magnetische kop volgens conclusie 1 waarin het aantal roterende magnetische koppen drie roterende magnetische koppen zijn welke achtereenvolgens registreren en registratie-sporen vormen, met het kenmerk, dat de eerste ronddraaiende mag-5 netische kop (20A) het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval en daarna een weergeeftoestand aanneemt, een tweede ronddraaiende magnetische kop (20B) het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval en daarna een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit 10 bepaald interval terwijl hij een spoorgedeelte (RB) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PA) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor dat gevormd is door de eerste ronddraaiende magnetische kop, een derde roterende magnetische kop (20C) een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit bepaald 15 interval terwijl hij een spoorgedeelte (RC) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PB) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor dat gevormd is door- de tweede ronddraaiende magnetische kop en daarna het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval, en waarbij de eerste ronddraaiende 20 magnetische kop een weergeeftoestand aanneemt gedurende een voor uit bepaald interval terwijl hij een spoorgedeelte (RA) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PC) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor dat gevormd is door de derde roterende magnetische kop.
4. Regelstelsel voor het aftasten door een ronddraaiende magnetische kop volgens conclusie 1 waarin het aantal roterende magnetische koppen vier roterende magnetische koppen bedraagt die achtereenvolgens registreren en registra-tiesporen vormen, met het kenmerk, dat de eerste roterende mag-30 netische kop (20a) een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit bepaald interval en daarna het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval, een tweede roterende magnetische kop (20B) het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval en daarna een weergeeftoestand aan-35 neemt gedurende een vooruit bepaald interval terwijl hij een 8300517 Τ'» spoorgedeelte (RB) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PA) waarop een .stuursignaal geregistreerd is van een spoor gevormd door de eerste roterende magnetische kop, een derde roterende magnetische kop (20c) een weergeeftoestand aanneemt gedurende 5 een vooruit bepaald interval terwijl hij een spoorgedeelte (RC) aftast grenzend aan een deel (PB) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor gevormd door de tweede roterende magnetische kop en daarna het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval, een vierde roterende magnetische 10 kop (20D) het stuursignaal registreert gedurende een vooruit bepaald interval en daarna een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit bepaald interval terwijl hij een spoorgedeelte (RD) aftast grenzend aan een spoorgedeelte (PD) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor gevormd door de derde 15 roterende magnetische kop en. waarbij de eerste roterende magne tische kop een weergeeftoestand aanneemt gedurende een vooruit bepaald interval terwijl hij een spoorgedeelte (RA) aftast grenzend aan ’een spoorgedeelte (PD) van een spoor dat gevormd is door de vierde ronddraaiende magnetische kop waarop een stuursig-20 naai geregistreerd is.
5. Regelstelsel voor het aftasten door een roterende magnetische kop volgens conclusie 1 waarin het aantal roterende magnetische.koppen bestaan uit een paar roterende magnetische koppen die afwisselend registratiesporen vormen, 25 met het kenmerk, dat ieder van het paar roterende magnetische . een koppen (20A, 20B) respectievelijk/registratietoestand herhalen om het stuursignaal gedurende een vooruit bepaald interval te registreren en een weergavetoestand gedurende een vooruit bepaald interval daarna gedurende een aantal malen terwijl'respectieve-30 lijke sporen gevormd worden, waarbij één roterende magnetische kop (20B) een weergeeftoestand aanneemt terwijl hij spoordelen (RBl - RB4) aftast grenzend aan spoordelen (PAl - PA4) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor gevormd door de andere roterende magnetische kop en waarbij de andere roterende magne-35 tische kop (20a) een weergeeftoestand aanneemt terwijl hij 8300517 A » * * spoordelen (RAI - RA4) aftast grenzend aan spoordelen (PBl -PB4) waarop een stuursignaal geregistreerd is van een spoor dat gevormd is door de ene roterende magnetische kop.
6. Regelstelsel voor het aftasten door 5 een roterende magnetische kop volgens conclusie 2, waarin de ene roterende magnetische kop het stuursignaal registreert van een stand die met een specifiek interval Z gescheiden is van een begineinde van een spoor, met het kenmerk, dat de andere roterende magnetische kop (20B) een weergeeftoestand aanneemffranaf een 10 stand die door een interval (Z + Q) gescheiden is van een begin einde van een spoor, waarbij een verschuiving in een horizontaal synchronisatiesignaal van een videosignaal geregistreerd op wederzijds aangrenzende sporen als registratiesignalen tussen sporen die gevormd zijn door iedere roterende magnetische kop,.aangegeven 15 wordt met Q. 8300517
NL8300517A 1982-02-13 1983-02-11 Regelstelsel voor een roterende magnetische kop bij een magnetische registratie en weergeefinrichting. NL8300517A (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP57021849A JPS58139331A (ja) 1982-02-13 1982-02-13 記録再生装置
JP57021850A JPS58139332A (ja) 1982-02-13 1982-02-13 記録再生装置
JP2184982 1982-02-13
JP2185082 1982-02-13

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8300517A true NL8300517A (nl) 1983-09-01

Family

ID=26358974

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8300517A NL8300517A (nl) 1982-02-13 1983-02-11 Regelstelsel voor een roterende magnetische kop bij een magnetische registratie en weergeefinrichting.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US4528605A (nl)
DE (1) DE3304994C2 (nl)
FR (1) FR2521806B1 (nl)
GB (1) GB2117961B (nl)
NL (1) NL8300517A (nl)

Families Citing this family (22)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4748520A (en) * 1982-12-13 1988-05-31 Sony Corporation Method for recording a digital information signal and tracking pilot signals at different locations in the track
JPS59112406A (ja) * 1982-12-17 1984-06-28 Sony Corp Pcm信号の記録再生方法
JPS59157810A (ja) * 1983-02-28 1984-09-07 Sony Corp デジタル信号の再生方法
DE3314743C1 (de) * 1983-04-23 1984-10-04 Grundig E.M.V. Elektro-Mechanische Versuchsanstalt Max Grundig & Co KG, 8510 Fürth Verfahren zur dynamischen Spureinstellung bei Videorecordern
AT378301B (de) * 1983-06-17 1985-07-25 Philips Nv System zum wiedergeben von auf einem magnetband gespeicherten signalen
EP0138210A3 (en) * 1983-10-14 1986-02-05 Hitachi, Ltd. Rotary head type magnetic recording and reproducing apparatus and method of producing tracking control signals therefor
JPS60154347A (ja) * 1984-01-25 1985-08-14 Sony Corp デイジタル信号の記録再生方法
JPH0687330B2 (ja) * 1984-08-06 1994-11-02 ソニー株式会社 ディジタル信号の再生装置
JPS6166250A (ja) * 1984-09-07 1986-04-05 Sony Corp トラツキング制御回路
JPS61196422A (ja) * 1985-02-25 1986-08-30 Sony Corp ビデオ信号の記録装置
US4642704A (en) * 1985-03-01 1987-02-10 Sanyo Electric Co., Ltd. Video signal reproducing apparatus using pilot signal system
DE3517380A1 (de) * 1985-05-14 1986-11-20 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh, 7730 Villingen-Schwenningen Verfahren zur spurfindung
CA1258909A (en) * 1985-03-29 1989-08-29 Hideki Hosoya Optical information recording medium and method for recording information on said medium and reproducing information therefrom
JPH0693304B2 (ja) * 1985-10-08 1994-11-16 ソニー株式会社 トラツキング制御装置
DE3541272A1 (de) * 1985-11-22 1987-05-27 Thomson Brandt Gmbh Magnetbandgeraet
US4843495A (en) * 1987-05-11 1989-06-27 Exabyte Corporation Cyclical servo zone tracking method and apparatus for helical scan recording devices
JPH02195560A (ja) * 1989-01-24 1990-08-02 Sony Corp 再生方法
JP3161628B2 (ja) * 1992-04-30 2001-04-25 ソニー株式会社 磁気記録再生装置
WO1994000839A1 (en) * 1992-06-24 1994-01-06 Digital Equipment Corporation Method for very high track density magnetic recording
DE69416054T2 (de) * 1993-08-13 1999-08-05 Sharp K.K., Osaka Aufnahme/Wiedergabegerät und Verfahren zur Kopfhöheeinstellung in einem solchen Gerät
US9153249B1 (en) * 2014-04-21 2015-10-06 Lsi Corporation Cross-talk measurement in array reader magnetic recording system
US9401175B1 (en) * 2015-07-21 2016-07-26 Avago Technologies General Ip (Singapore) Pte. Ltd. Preamplifier crosstalk correction in array reader magnetic recording system

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS5335511A (en) * 1976-09-13 1978-04-03 Sony Corp Recorder-reproducer for picture signal
US4120008A (en) * 1976-10-05 1978-10-10 Eastman Kodak Company Overlap track servo for dynamic position correction in a rotary-head tape recorder
JPS5421809A (en) * 1977-07-20 1979-02-19 Matsushita Electric Ind Co Ltd Magnetic reproducer
NL7801318A (nl) * 1978-02-06 1979-08-08 Philips Nv Werkwijze voor het regelen van de positie van een schrijf-leeskop en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
NL7810250A (nl) * 1978-10-12 1980-04-15 Philips Nv Werkwijze voor het inschrijven van informatie en spoor- volgsignalen en een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
JPS56101621A (en) * 1980-01-17 1981-08-14 Victor Co Of Japan Ltd Tracking system of magnetic reproducing device

Also Published As

Publication number Publication date
US4528605A (en) 1985-07-09
DE3304994C2 (de) 1983-12-29
GB2117961B (en) 1986-12-03
GB2117961A (en) 1983-10-19
GB8304005D0 (en) 1983-03-16
DE3304994A1 (de) 1983-09-01
FR2521806A1 (fr) 1983-08-19
FR2521806B1 (fr) 1988-04-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4528605A (en) Rotary magnetic head scanning control system in a magnetic recording and reproducing apparatus
CA1113184A (en) Apparatus for controlling the scanning path of a rotary transducer
CA1135405A (en) Avoidance of disturbance of horizontal sync signals in video signal reproduced at other than standard tape speed
US4307417A (en) Video signal reproducing apparatus
CA1300747C (en) Method and apparatus for recording a digital signal
JPH0345590B2 (nl)
US4342053A (en) Video signal, speed-change reproducing system
US4463390A (en) Special effects noise reduction in a rotary head reproduction apparatus
US4510533A (en) System for reproducing a video signal in a slow motion or still picture reproduction
ES484617A1 (es) Un aparato de reproduccion para senales de television
KR950000557B1 (ko) 인덱스신호 검출장치
US4724494A (en) Tracking apparatus responsive to multiple frequency-modulated carriers on different tracks
US4400741A (en) Video tape recorder with inter-channel switching circuit for special modes of reproduction
US4829389A (en) Surveillance video tape recorder
US3352977A (en) Helical scan transducer apparatus utilizing time sharing head to minimize distortionduring edge changeover
JPS62259252A (ja) 磁気テ−プ装置
GB1593826A (en) Video signal speed-change reproducing system
US4135215A (en) Video recording format for increasing track-to-track correlation
JPS6117041B2 (nl)
JPH0344370B2 (nl)
JPS60237681A (ja) 磁気記録再生装置
JPS59189788A (ja) 磁気記録再生装置
JPH0693305B2 (ja) 回転ヘツド型再生装置
JPS6037977B2 (ja) 高速ダビング方法
JPH02247853A (ja) 回転磁気ヘッドドラムの回転制御装置

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed