NL9200312A - Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab). - Google Patents

Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab). Download PDF

Info

Publication number
NL9200312A
NL9200312A NL9200312A NL9200312A NL9200312A NL 9200312 A NL9200312 A NL 9200312A NL 9200312 A NL9200312 A NL 9200312A NL 9200312 A NL9200312 A NL 9200312A NL 9200312 A NL9200312 A NL 9200312A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
road surface
belts
liquid
frame
asphalt concrete
Prior art date
Application number
NL9200312A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Heijmans Wegenbouwmij
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Heijmans Wegenbouwmij filed Critical Heijmans Wegenbouwmij
Priority to NL9200312A priority Critical patent/NL9200312A/nl
Priority to AT93200448T priority patent/ATE132558T1/de
Priority to ES93200448T priority patent/ES2081680T3/es
Priority to DE69301163T priority patent/DE69301163T2/de
Priority to EP93200448A priority patent/EP0556921B1/en
Publication of NL9200312A publication Critical patent/NL9200312A/nl

Links

Classifications

    • E—FIXED CONSTRUCTIONS
    • E01—CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01H—STREET CLEANING; CLEANING OF PERMANENT WAYS; CLEANING BEACHES; DISPERSING OR PREVENTING FOG IN GENERAL CLEANING STREET OR RAILWAY FURNITURE OR TUNNEL WALLS
    • E01H1/00—Removing undesirable matter from roads or like surfaces, with or without moistening of the surface
    • E01H1/10—Hydraulically loosening or dislodging undesirable matter; Raking or scraping apparatus ; Removing liquids or semi-liquids e.g., absorbing water, sliding-off mud
    • E01H1/101—Hydraulic loosening or dislodging, combined or not with mechanical loosening or dislodging, e.g. road washing machines with brushes or wipers
    • E01H1/103—Hydraulic loosening or dislodging, combined or not with mechanical loosening or dislodging, e.g. road washing machines with brushes or wipers in which the soiled loosening or washing liquid is removed, e.g. by suction

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Cleaning By Liquid Or Steam (AREA)
  • Road Repair (AREA)
  • Cleaning In General (AREA)
  • Detergent Compositions (AREA)

Description

WERKWIJZE ALSMEDE INRICHTING VOOR HET REINIGEN VAN EEN WEGDEK VAN ZEER
OPEN ASFALTBETON (ZOAB\
De uitvinding betreft een werkwijze voor het verwijderen van verontreinigingen, zoals zand, slib en eventueel rubberdeeltjes en dergelijke, uit de open ruimten in een wegdek van zeer open asfaltbeton (ZOAB). In dit verband is een werkwijze bekend waarbij op het oppervlak van het wegdek een spoelvloeistof wordt gebracht die vervolgens met meegevoerde verontreinigingen wordt afgevoerd. De spoelvloeistof wordt onder een zeer hoge druk in dunne stralen opgespoten, hetgeen ten doel heeft om ook de in de dieper gelegen holten aanwezige verontreinigingen weg te spoelen.
De verspoten spoelvloeistof wordt vervolgens door middel van een krachtige luchtstroom opgezogen en afgevoerd naar een scheidings-inrichting waar de verontreinigingen worden verwijderd. De gereinigde spoelvloeistof wordt vervolgens weer opnieuw gebruikt voor het reinigen van het wegdek.
In de praktijk blijkt een dergelijke werkwijze slechts ten dele te voldoen. Weliswaar kan het bovenste laagje van het wegdek behoorlijk worden gereinigd, doch in de dieper liggende openingen lukt dit veel minder goed. De stralen spoelvloeistof blijken, ondanks de zeer hoge druk waarmee zij worden opgespoten, al snel hun indringende werking te ver- · liezen. Daardoor treedt er nauwelijks doorspoeling op in de dieper gelegen openingen, zodat de daar aanwezige verontreinigingen niet worden afgevoerd.
Doel van de uitvinding is daarom een werkwijze te verschaffen waarmee de laag zeer open asfaltbeton over zijn gehele dikte betrouwbaar kan worden gereinigd. Dit wordt bereikt doordat het wegdekoppervlak plaatselijk in wezen vloeistofdicht wordt afgedekt, en in tenminste twee zich op afstand van elkaar bevindende' wegdekgebieden die grenzen aan het af gedekte oppervlak een drukverschil wordt opgewekt zodanig dat in het af gedekte wegdekgebied zich een vloeistofstroom vormt.
De op het wegdek aangebrachte vloeistof wordt door het drukverschil in combinatie met de voor die vloeistof niet doordringbare bedekking gedwongen een stromingsweg te nemen die verloopt via de open ruimten in het zeer open asfaltbeton. Door de .afmetingen van de afdekking geschikt te kiezen, kan verzekerd worden dat de aldus opgewekte vloeistofstroming zich ook werkelijk over de gehele dikte van de laag asfaltbeton ver- spreidt, en niet slechts de kortste weg kiest via de bovenste laag.
Het drukverschil kan verkregen worden doordat in een der wegdekge-bieden de spoelvloeistof met een overdruk wordt toegevoerd, of doordat in een der wegdekgebieden de spoelvloeistof met een onderdruk wordt afgevoerd. Een combinatie van beide varianten is ook mogelijk.
Bij voorkeur wordt vooraf op het te reinigen wegdekgedeelte een laag vloeistof aangebracht, waarna via een opening in het af gedekte weg-dekgebied een onderdruk wordt opgewekt zodanig dat zich een vloeistof-stroom vormt die vanaf de rand van het afgedekte wegdekgebied naar de doorgang is gericht. Daarbij moet een laag vloeistof aanwezig zijn die voldoende is om te verhinderen dat omgevingslucht wordt aangezogen.
Om ook hardnekkig vuil te verwijderen kan het nuttig zijn om het vacuüm te variëren. Het vacuüm kan bijvoorbeeld stootsgewijze worden onderbroken, waardoor in de vloeistofstroming een schokeffect optreedt dat het vuil los slaat.
De uitvinding betreft tevens een inrichting voor het uitvoeren van de hiervoor beschreven werkwijze. Deze inrichting omvat een afdekorgaan voor het afdekken van een wegdekgedeelte, middelen voor het aan het zeer open asfaltbeton toevoeren van de spoelvloeistof in een eerste wegdekgebied langs een eerste omtreksrand van het afdekorgaan, alsmede middelen voor het uit het zeer open asfaltbeton afvoeren van de spoelvloeistof in een tweede wegdekgebied langs een tweede omtreksrand van het afdekorgaan.
Het toevoeren resp. afvoeren van de spoelvloeistof kan bijvoorbeeld geschieden door persmiddelen resp. zuigmiddelen die plaatsbaar zijn op het wegdek. Bij voorkeur omvat het afdekorgaan van de inrichting een hoofdzakelijk centrale doorgaan de vloeistofdicht is aangesloten op een toevoer of een afvoer. In het geval een centrale afvoer is voorzien kan de spoelvloeistof met verontreinigingen worden afgezogen, waarbij de spoelvloeistof gelijkmatig van alle zijden kan toestromen.
Om te verzekeren dat daarbij geen "lekkage" kan optreden, omvat het afdekorgaan een verhoudingsgewijze zacht materiaal waarvan het oppervlak zich kan aanpassen aan de onregelmatige oppervlaktevorm van het asfaltbeton.
Goede resultaten kunnen worden verkregen indien het afdekorgaan gemeten vanaf de doorgang een ongeveer constante breedte bezit. Zoals hierboven reeds besproken moet die breedte zodanig zijn dat de spoelvloeistof zich over de gehele dikte van de laag zeer open asfaltbeton verspreidt en zo alle verontreinigingen kan meevoeren.
Volgens een eerste uitvoeringsvorm bezit het afdekorgaan een cirkelvormige omtrek. De doorgang ligt daarbij centraal, zodanig dat de afstand tot de omtrek overal gelijk is.
Volgens een tweede uitvoeringsvorm bezit het afdekorgaan een rechthoekige omtrek, en is de doorgang sleufvormig. Bij deze beide uitvoeringsvormen is het denkbaar om voor het afdekorgaan een uit een geheel bestaand stuk materiaal te nemen, Bij een aldus uitgevoerde inrichting moet het afdekorgaan stapsgewijze verplaatst worden over het te reinigen wegdekoppervlak.
Voor een juiste werking van de inrichting is het niet alleen van belang om de breedte van het afdekorgaan niet te klein te kiezen. Wanneer de breedte te groot gekozen wordt, moet de spoelvloeistof een zo lange weg afleggen door de open ruimten in het zeer open asfaltbeton dat het voor het opwekken van de gewenste vloeistofstroming vereiste drukverschil nauwelijks meer bewerkstelligd kan worden. Natuurlijk zouden ook meerdere van dergelijke afdekorganen met relatief kleine afmetingen naast elkaar kunnen worden toegepast, elk met een eigen centrale doorgang. Bij elke stap kan dan een aantal weggedeelten tegelijk worden gereinigd, waardoor de werkingssnelheid van de inrichting toeneemt.
Een andere mogelijkheid, waaraan de voorkeur wordt gegeven, voor het vergroten van de werkingssnelheid biedt de uitvoering waarbij de sleufvormige doorgang is begrensd door vier banden zonder eind die elk zijn geleid over bijbehorend paren rollen waarvan de assen zijn opgehangen in een gestel en evenwijdig zijn aan twee tegenover elkaar liggende sleufranden. Een dergelijke inrichting kan, al reinigend, over het wegdekoppervlak rijden en verschaft aldus een continue werking.
Nabij de hoeken van de sleufvormige doorgang liggen telkens twee van deze banden naast elkaar. Aangezien alle banden met dezelfde omtreks-snelheid bewegen, is het geen enkel bezwaar wanneer de randen van de banden elkaar raken. Op die manier kan een goede afdichting worden verzekerd, die nog verbeterd wordt wanneer de inrichting op het wegdek wordt geplaatst en daarbij het vrij zachte materiaal van de banden onder invloed van het vacuüm en het eigen gewicht van de inrichting een weinig wordt ingedrukt en daardoor naar buiten uitwijkt.
Bij deze uitvoering is een sleufvormig mondstuk voorzien dat zich nauwsluitend in de tussen de banden aanwezige sleuf uitstrekt in de richting van de op het wegdek plaatsbare onderste parten van de banden. Bij voorkeur strekken de wanden van het mondstuk die grenzen aan de binnenste banden zich uit tot aan het niveau van de assen, terwijl de andere twee wanden zich verder uitstrekken tot nabij het oppervlak van de banden en in die richting trompetvormig breder worden ter afsluiting van de opening tussen de binnenste banden en de betreffende buitenste band.
Daarbij mondt het mondstuk aan de van de onderste parten afgekeerde zijde uit in een leiding die is aangesloten op een bron met onderdruk voor het opzuigen van de spoelvloeistof.
Volgens de uitvinding is tevens een hulpraam voorzien waarvan de binnenafmetingen groter zijn dan de overeenkomstige buitenafmetingen van het gestel, welk hulpraam aan zijn omtrek rubber slabben bezit zodanig dat het hulpraam een met het gestel meesleepbaar en ten opzichte van het wegdek hoofdzakelijk waterdicht bassin kan vormen.
Vervolgens zal de uitvinding aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld verder worden toegelicht.
Figuur 1 toont een aanzicht in perspektief op de onderzijde van de inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont een aanzicht volgens doorsnede II-II van figuur 1.
De in figuur 1 weergegeven inrichting omvat een rechthoekig gestel 1, bestaande uit profielen 2, 3· Op de vier hoekpunten van gestel 1 is telkens een hulpwiel 4 aangebracht waarmee het gestel ondersteunbaar is op een wegdekoppervlak. Deze hulpwielen 4 begrenzen tevens de indrukking van de banden 11, 12, 15. 16.
In gestel 1 zijn vier assen opgehangen, te weten de buitenste assen 5, 6 en de binnenste assen 7» 8· Op de buitenste assen zijn looprollen 9» 10 aangebracht waarover de buitenste banden zonder eind 11, 12 zijn geleid.
Op de binnenste assen 7.8 zijn looprollen 13, 14 aangebracht. De binnenste banden 15, 16 zijn nu telkens geleid over looprollen 9, 13 respectievelijk looprollen 10, l4. Tevens vormen de looprollen 13, 14 nog een aanvullende ondersteuning voor het middengebied van de buitenste banden 11, 12. Zoals getoond liggen de binnenste banden 15, 16 met hun randen aan tegen de randen van de buitenste banden 11, 12, waardoor de afdichting aldaar is verzekerd.
De binnenste banden kunnen een behoorlijke breedte, van bij .voorbeeld enkele meters, bezitten waardoor telkens een wegdekgedeelte met een breedte van een rijbaan of een gedeelte daarvan kan worden gereinigd. De assen moeten daarbij echter zo stijf zijn dat ook in het middelste deel van deze banden een voldoend grote aandrukking op het wegdek verzekerd blijft.
As 9 is in een vaste ondersteuning 17 opgehangen aan gés tel 1. De assen 10, 13 en 14 zijn elk opgehangen in een als schuifblok 18, 19, 20 uitgevoerde ophanging. Deze schuifblokken 18-20 zijn ondersteund tussen profiel 2 van gestel 1 alsmede daaraan vastgelaste evenwijdige hulppro-fielen 21, 22. Door middel van gedeeltelijk zichtbare spanorganen 23, 24 en 25 kunnen de assen 10, 13 en 14 op geschikte wijze verschoven worden voor het spannen van de banden 11, 12, 15 en 16.
In de tussen de banden 11, 12, 15 en 16 gevormde spleet bevindt zich een in zijn geheel met 26 aangeduid mondstuk. Dit mondstuk is rechthoekig en bestaat uit twee rechte platen 27 en twee trompetvormig wijder wordende platen 28. De platen 27 liggen aan tegen de banden 15, 16 en strekken zich niet verder uit dan tot het midden tussen de boven- en onderparten van deze banden 15, 16.
De platen 28 zijn vastgelast aan de platen 27 ter vorming van een gesloten kanaal. Platen 28 strekken zich echter verder uit dan de platen 27, en wel tot iets voor het oppervlak van de banden. Dit is te zien in figuur 2. De platen 28 strekken zich ook over een kleine afstand uit tussen de naar elkaar gekeerde randen van de banden 11, 15, 16 en 12, 15, 16. In bedrijf zijn de banden wrijvend in aanraking met de platen 27, 28, doch daarbij fungeert de spoelvloeistof als smeermiddel zodat nauwelijks slijtage optreedt.
De platen 27, 28 zijn aan de bovenzijde afgedekt door schot 29, waarin een kanaal 30 uitmondt dat is aangesloten op een verder niet getoonde bron met onderdruk. Bij een grotere breedte van de inrichting kunnen natuurlijk ook meerdere kanalen naast elkaar worden toegepast.
In bedrijf wordt door de onderdruk een vloeistofstroming opgewekt die met pijlen 31, 32 is weergegeven in figuur 2. De stroming 31 door het zeer open asfaltbeton zorgt voor het meevoeren van de in dat asfaltbeton aanwezige verontreinigingen. Dankzij de vrij zachte materiaallaag 33 van de banden wordt een zodanige afdichting van het oppervlak van het asfaltbeton verkregen, dat geen lek over dat oppervlak kan optreden. De aan-drukking van de zachte materiaallaag 33 °P bet wegdekoppervlak wordt enerzijds verzekerd door de looprollen 9* 10, 13 en 14, en anderzijds door de voorspanning in de banden. Deze voorspanning wordt opgenomen door de treksterke materiaallaag 34 die over de betreffende rollen is geleid. Ook het vacuüm echter levert een bijdrage aan de aandrukking van de banden op het wegdekoppervlak.
Motor 35 drijft via kettingoverbrenging 36 de as 6 aan.
In figuur 1 is verder het raamwerk 37 afgebeeld, dat bestaat uit profielen 38» 39· De profielen 38 zijn in doorsnede weergegeven; een van de profielen 39 is weggelaten. Dit raamwerk 37 wordt bij het verrijden van de inrichting meegesleept over het wegdekoppervlak.
Door middel van de rubber slabben 40, '4l rust het raamwerk op het wegdekoppervlak. Zij vormen een afdichting ten opzichte van het wegdekoppervlak, zodanig dat binnen het raamwerk een laag water met een hoogte die voldoende groot is voor de juiste werking van de inrichting kan worden aangebracht. Het weergegeven raamwerk is geschikt om in de figuur gezien naat links te worden versleept. Slab 4l is daarom teruggeslagen en met beide randen bevestigd aan het betreffende profiel 38. Aldus kan slab 41 niet onder het profiel 38 omklappen bij het verslepen.

Claims (29)

1. Werkwijze voor het verwijderen van verontreinigingen, zoals zand, slib, rubberdeeltjes en dergelijke, uit de open ruimten in een wegdek van zeer open asfaltbeton (ZOAB), waarbij op het oppervlak van het wegdek een spoelvloeistof wordt gebracht die vervolgens met meegevoerde verontreinigingen wordt afgevoerd met het kenmerk dat het wegdekoppervlak plaatselijk in wezen vloeistofdicht wordt afgedekt, en dat in tenminste twee zich op afstand van elkaar bevindende wegdekgebieden die grenzen aan het afgedekte oppervlak een drukverschil wordt opgewekt zodanig dat in het afgedekte wegdekgebied zich een vloeistofstroom vormt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij in een der wegdekgebieden de spoelvloeistof met een overdruk wordt toegevoerd.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij in een der wegdekgebieden de spoelvloeistof met een onderdruk wordt afgevoerd.
4. Werkwijze volgens conclusie 3» waarbij op het te reinigen weg-dekgedeelte een laag vloeistof wordt aangebracht, waarna via een doorgang in het afgedekte wegdekgebied een onderdruk wordt opgewekt zodanig dat zich een vloeistofstroom vormt die vanaf de rand van het afgedekte wegdekgebied naar de doorgang is gericht.
5. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens conclusie 1, 2, 3 of 4, omvattende een afdekorgaan voor het afdekken van een weg-dekgedeelte, middelen voor het aan het zeer open asfaltbeton toevoeren van de spoelvloeistof in een eerste wegdekgebied langs een eerste om-treksrand van het afdekorgaan, alsmede middelen voor het uit het zeer open asfaltbeton afvoeren van -de spoelvloeistof in een tweede wegdekgebied langs een tweede omtreksrand van het afdekorgaan.
6. Inrichting volgens conclusie 5» waarbij persmiddelen zijn voorzien die plaatsbaar zijn op een wegdekgedeelte voor het door overdruk toevoeren van de spoelvloeistof.
7· Inrichting volgens conclusie 5 of 6, waarbij zuigmiddelen zijn voorzien die plaatsbaar zijn op een wegdekgedeelte voor het door onder- druk afvoeren van de spoelvloeistof.
8. Inrichting volgens conclusie 6 of 7. waarbij het afdekorgaan een hoofdzakelijke centrale doorgang bezit die vloeistofdicht is aangesloten op een toevoer of afvoer.
9- Inrichting volgens conclusie 8, waarbij het afdekorgaan een verhoudingsgewijze zacht materiaal omvat waarvan het oppervlak zich kan aanpassen aan de onregelmatige oppervlaktevorm van het asfaltbeton.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9. waarbij het afdekorgaan uitgaande van de doorgang een in omtreksrichting constante breedte bezit.
11. Inrichting volgens conclusie 10, waarbij het afdekorgaan een cirkelvormige omtrek bezit.
12. Inrichting volgens conclusie 10, waarbij het afdekorgaan een rechthoekige omtrek bezit, en de doorgang sleufvormig is.
13· Inrichting volgens conclusie 12, waarbij de sleufvormige doorgang is begrensd door vier banden zonder eind die elk zijn geleid over bijbehorend paren rollen waarvan de assen zijn opgehangen in een gestel en evenwijdig zijn aan twee tegenover elkaar liggende sleufranden. ik. Inrichting volgens conclusie 13. waarbij gerekend in de richting evenwijdig aan de assen de naast elkaar liggende delen van de transportbanden elkaar raken.
15. Inrichting volgens conclusie 13 of 14, waarbij gerekend in de richting loodrecht op de assen in totaal vier assen zijn voorzien, en de gerekend in de asrichting buitenste banden zijn geleid over rollen op de buitenste assen, terwijl de binnenste banden elk zijn geleid over. een rol op een buitenste as en een rol op een aan dezelfde zijde van de sleuf als de betreffende buitenste as liggende binnenste as.
16. Inrichting volgens een der conclusies 12-15, waarbij een sleufvormig mondstuk is voorzien dat zich nauwsluitend in de tussen de banden aanwezige sleuf uitstrekt in de richting van de op het wegdek plaatsbare onderste parten van de banden.
17· Inrichting volgens conclusie 16, waarbij de wanden van het mondstuk die grenzen aan de binnenste banden zich uitstrekken tot aan het niveau van de assen, terwijl de andere twee wanden zich verder uitstrekken tot nabij het oppervlak van de banden en in die richting trompetvormig breder worden ter afsluiting van de opening tussen de binnenste banden en de betreffende buitenste band.
18. Inrichting volgens conclusie 16 of 17« waarbij het mondstuk aan de van de onderste parten afgekeerde zijde uitmondt in een leiding die is aangesloten op een bron met onderdruk voor het opzuigen van de spoel-vloeistof.
19- Inrichting volgens conclusie 15, 16, 17 of 18, waarbij een as vast is en de overige assen verstelbaar zijn voor het spannen van de banden.
20. Inrichting volgens conclusie 15, 16, 17, 18 of 19, waarbij de middelste assen ter hoogte van de buitenste banden eveneens zijn voorzien van rollen ter ondersteuning van die banden.
21. Inrichting volgens een der conclusies 13-20, waarbij het gestel is voorzien van hulpwielen voor het zodanig ondersteunen daarvan dat de banden in vooraf bepaalde mate worden ingedrukt onder invloed van het gewicht en het vacuüm.
22. Inrichting volgens een der conclusies 13-21, waarbij een aan-drijfmotor is voorzien die is gekoppeld met een of meer assen.
23. Inrichting volgens een der conclusies 13~22, waarbij elke band een steunlaag met hoge sterkte heeft die in aanraking is met de rollen.
24. Inrichting volgens een der conclusies 13-23, waarbij een hulp-raam is voorzien waarvan de binnenafmetingen groter zijn dan de overeenkomstige buitenafmetingen van het gestel, welk hulpraam een met het gestel meesleepbaar en ten opzichte van het wegdek hoofdzakelijk waterdicht bassin kan vormen.
25. Inrichting volgens conclusie 24, waarbij het hulpraam aan zijn omtrek is voorzien van rubber slabben via welke het hulpraam ondersteun-baar is op het wegdekoppervlak.
26. Inrichting volgens conclusie 24, waarbij het hulpraam aan zijn omtrek is voorzien van vier onderling afdichtend op elkaar aansluitende banden zonder eind die elk zijn geleid over bijbehorend paren rollen waarvan de assen zijn opgehangen in een hulpgestel en evenwijdig zijn aan de assen van het gestel.
27. Inrichting volgens conclusie 19, waarbij het hulpraam aan zijn langszijden is voorzien van telkens een band zonder eind, en aan zijn dwarszijden van telkens een afdichtrol met een oppervlak van in wezen hetzelfde materiaal als de banden, welke afdichtrollen met hun eind-vlakken aanliggen tegen de over de rollen omgeleide gedeelten der banden.
28. Inrichting volgens conclusie 24, 25, 26 of 27 waarbij aan de in bewegingsrichting voorste zijde van het hulpgestel een borstel is voorzien voor het vooraf verwijderen of losmaken van op het wegdekoppervlak aanwezig vuil.
29. Inrichting volgens een der conclusies 13-28, waarbij de banden aan hun buitenoppervlak voorzien zijn van een soepele laag slijtvast materiaal.
30. Inrichting volgens een der conclusies 5-29, waarbij het afdek-orgaan poriëndicht schuimrubber omvat.
NL9200312A 1992-02-19 1992-02-19 Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab). NL9200312A (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200312A NL9200312A (nl) 1992-02-19 1992-02-19 Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab).
AT93200448T ATE132558T1 (de) 1992-02-19 1993-02-16 Verfahren und vorrichtung zum reinigen von sehr porösen asphalt-strassenbelägen
ES93200448T ES2081680T3 (es) 1992-02-19 1993-02-16 Procedimiento y dispositivo para limpiar los recubrimientos de carreteras de hormigon armado muy drenado.
DE69301163T DE69301163T2 (de) 1992-02-19 1993-02-16 Verfahren und Vorrichtung zum Reinigen von sehr porösen Asphalt-Strassenbelägen
EP93200448A EP0556921B1 (en) 1992-02-19 1993-02-16 Method and device for cleaning a road surface of very open asphalt concrete

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200312 1992-02-19
NL9200312A NL9200312A (nl) 1992-02-19 1992-02-19 Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab).

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9200312A true NL9200312A (nl) 1993-09-16

Family

ID=19860460

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9200312A NL9200312A (nl) 1992-02-19 1992-02-19 Werkwijze alsmede inrichting voor het reinigen van een wegdek van zeer open asfaltbeton (zoab).

Country Status (5)

Country Link
EP (1) EP0556921B1 (nl)
AT (1) ATE132558T1 (nl)
DE (1) DE69301163T2 (nl)
ES (1) ES2081680T3 (nl)
NL (1) NL9200312A (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL9401612A (nl) * 1994-09-30 1996-05-01 Stevin Volker Materieel Bv Asfaltwegbehandelapparaat.
EP0704576A1 (en) * 1994-09-30 1996-04-03 Volker Stevin Materieel B.V. Asphalt road treatment apparatus
NL1005691C2 (nl) * 1997-04-01 1998-10-19 Menno Sappe Beheer B V Werkwijze en inrichting voor het reinigen van een poreuze bodemverharding.

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2610651A1 (fr) * 1987-02-05 1988-08-12 Commissariat Energie Atomique Vehicule de nettoiement par projection et aspiration de liquide
US5127128A (en) * 1989-07-27 1992-07-07 Goldstar Co., Ltd. Cleaner head
DE9017025U1 (de) * 1990-12-17 1991-03-07 Walter GmbH, 6642 Mettlach Fahrbare Vorrichtung zum Reinigen von Bodenbelägen

Also Published As

Publication number Publication date
DE69301163D1 (de) 1996-02-15
EP0556921B1 (en) 1996-01-03
DE69301163T2 (de) 1996-08-08
EP0556921A1 (en) 1993-08-25
ATE132558T1 (de) 1996-01-15
ES2081680T3 (es) 1996-03-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8029670B2 (en) Device for treating cooling lubricants
US3327839A (en) Conveyor apparatus
US7281625B2 (en) Self cleaning conveyor
PL90382B1 (nl)
US5022989A (en) Belt filter press and belt for same
FR2711378A1 (fr) Appareil et procédé pour la formation d'une structure de couche telle qu'une nappe fibreuse, ayant différents niveaux d'épaisseur.
KR101677177B1 (ko) 이물질 제거장치
GB2459588A (en) Device for removing and carrying off filtered deposits
RU2247188C1 (ru) Уборочная цепь для удаления щебня
EP0531388A1 (en) Band screen
US1435770A (en) welser
US4052299A (en) Apparatus for washing impurities out of granular material
EP0556921A1 (en) Method and device for cleaning a road surface of very open asphalt concrete
US5240609A (en) Sludge filtering device and grid system
EP0638003B1 (en) Screening apparatus
CN112371574A (zh) 一种钢带清洗装置
JPH0683763B2 (ja) 液体から固形物を分離するための真空フイルター装置
JP2789179B2 (ja) パチンコ玉搬送過程における清浄化装置
JPS6032023Y2 (ja) 鉱石搬送用ベルトの清掃装置
JPH11128765A (ja) 連続して供給される粗大・微細粒状の固体物質から有機質・粘土質等で汚れた物質を洗浄し選別するための装置
RU2171869C2 (ru) Щебнеочистительная машина
JP2782041B2 (ja) パチンコ玉移動樋装置
CN112537893A (zh) 污泥浓缩脱水一体机
US1149650A (en) Apparatus for separating the solid matter from sewage.
KR200327685Y1 (ko) 필터프레스

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed