NL9300012A - Inrichting en werkwijze voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die in een stroom voortbewegen - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die in een stroom voortbewegen Download PDFInfo
- Publication number
- NL9300012A NL9300012A NL9300012A NL9300012A NL9300012A NL 9300012 A NL9300012 A NL 9300012A NL 9300012 A NL9300012 A NL 9300012A NL 9300012 A NL9300012 A NL 9300012A NL 9300012 A NL9300012 A NL 9300012A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- products
- belt
- support surface
- transport
- supporting
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 4
- 230000033001 locomotion Effects 0.000 claims description 9
- 230000005484 gravity Effects 0.000 claims description 4
- 230000001174 ascending effect Effects 0.000 claims description 2
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims 2
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 description 5
- 235000013305 food Nutrition 0.000 description 4
- 238000004806 packaging method and process Methods 0.000 description 3
- 238000013459 approach Methods 0.000 description 2
- 230000005855 radiation Effects 0.000 description 2
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 description 2
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 2
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 235000009508 confectionery Nutrition 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000005755 formation reaction Methods 0.000 description 1
- 238000004898 kneading Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 1
- 230000009347 mechanical transmission Effects 0.000 description 1
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/22—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors
- B65G47/24—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors orientating the articles
- B65G47/256—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors orientating the articles removing incorrectly orientated articles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/22—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/22—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors
- B65G47/24—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors orientating the articles
- B65G47/244—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors orientating the articles by turning them about an axis substantially perpendicular to the conveying plane
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Attitude Control For Articles On Conveyors (AREA)
- Sorting Of Articles (AREA)
Description
Inrichting en werkwijze voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunon-pervlak van produkten die in een stroom voortbewegen.
De onderhavige uitvinding heeft in het algemeen betrekking op het probleem van het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die in een stroom voortbewegen.
de uitvinding is in het bijzonder ontwikkeld voor mogelijk gebruik in machines voor het automatisch behandelen van produkten, bijvoorbeeld in machines voor het automatisch verpakken van voedselprodukten, bijvoorbeeld banketbakkersprodukten zoals koek en dergelijke. In dit toepassingsgebied bestaat de behoefte om produkten die in een ononderbroken of in hoofdzaak ononderbroken stroom over een transportinrichting zoals een bandtransporteur bewegen, nauwkeurig uit te lijnen. Voor dit doel bezit de betreffende transporteur waarop de produkten gewoonlijk liggen wanneer zij voortbewegen, twee zijwandconstructies, die bijvoorbeeld gevormd zijn door twee bandtransporteurs met respectieve parten die de produkten meevoeren en, samen met de hoofdtransporteur, een baan vormen die de produkten opsluit wanneer zij voortbewegen, en deze aldus uitlijnt.
Een dergelijke oplossing is echter alleen dan bevredigend, wanneer de variaties van de afmetingen (breedte) van de betreffende produkten, gemeten in de richting waarin de uitlijning dient plaats te vinden (d.w.z. dwars op de voortbewegingsrichting daarvan) van produkt tot pro-dukt minimaal zijn.
Anderzijds is het onvoldoende wanneer de breedte van de betreffende produkten binnen nogal brede grenzen kan variëren, hetgeen bijvoorbeeld het geval is met bepaalde soorten voedselprodukten zoals koek en dergelijke, waarvan de afmetingen van produkt tot produkt in een breed gebied kunnen variëren, afhankelijk van de verschillende produktie-omstandighe-den (kneden, bakken, enz.).
Zelfs wanneer de door de breedtevarxaties van de produkten veroorzaakte problemen niet optreden, kunnen de produkten het station waar de uitlijning dient te worden uitgevoerd bereiken in standen waardoor het moeilijk is om deze te brengen tussen de twee zijwandformaties die zijn gebruikt voor het bepalen van.de opsluiting en de uitlijnbaan. Bijvoorbeeld kunnen de betreffende produkten vierkante of rechthoekige voedselprodukten zijn, zoals koek of iets dergelijks, die met de langere zijde daarvan, in hoofdzaak hellend aankomen ten opzichte van zowel de bewegingsrichting van de stroom als de richting waarin zij zijdelings moeten worden uitgelijnd.
Tengevolge van de hiervoor vermelde problemen kunnen de produkten heel goed vastlopen binnen de uitlijnmiddelen, met dientengevolge het gevaar van onderbreking van de werking van de inrichting, in het bijzonder wanneer met hoge snelheid wordt gewerkt, 2oals thans het geval is bij de gebruikte automatische verpakkingsinrichtingen (zeshonderd stuks/minuut of meer).
Bovendien lijkt het voordelig, wanneer men in staat is om de afmetingen van de produkten en/of hun stand gelijktijdig met het zijdelings uitlijnen te controleren, zodat alle produkten met hun ongewenste afmeting en/of stand uit het stelsel kunnen worden gehaald.
Het doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van middelen voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die voortbewegen in een stroom zodat de hiervoor vermelde problemen niet optreden, zelfs wanneer de dichtheid van de produktstroom nogal groot is en de produkten snel bewegen, hetgeen het geval is bij de huidige automatische produkt-behandelingsinrichting.
Overeenkomstig de onderhavige uitvinding wordt dit doel bereikt met behulp van een inrichting met de bijzondere eigenschappen zoals vermeld in de bijgevoegde conclusies.
Een verder onderwerp van de onderhavige uitvinding is een werkwijze voor het gebruik van de inrichting.
De uitvinding zal nu zuiver bij wijze van niet beperkend voorbeeld worden beschreven onder verwijzing naar de bijgevoegde tekeningen, waarin:
Figuur 1 een algemeen perspectivisch aanzicht is, waarin de opbouw wordt getoond van een inrichting volgens de uitvinding, en
Figuur 2 een vooraanzicht is, waarin het deel van figuur 1 wordt getoond dat is aangeduid met de pijl II, op een iets grotere schaal.
In de tekeningen, kan een algemeen met verwijzingscijfer 1 aangeduide transporteur voor produkten P - zoals koek - zijn opgenomen in een lijn voor het automatische behandelen van dergelijke produkten, waarbij dit bijvoorbeeld een lijn kan zijn voor het automatische verpakken van de produkten P.
Algemeen wordt aangenomen dat de inrichting 1 is uitgevoerd om produkten P over te nemen van een aanvoertransporteur I in een ononderbroken of in hoofdzaak ononderbroken stroom, om deze produkten over te brengen naar een afvoertransporteur 0, nadat de inrichting 1 deze zijdelings heeft uitgelijnd (mogelijk onder uitwerpen van produkten die geacht worden ongeschikt zijn ten gevolge van hun afmetingen en/of standen).
Het functioneren en de aard van de transporteurs I en 0, die bijvoorbeeld kunnen bestaan uit aangedreven bandtransporteurs. hebben grotendeels geen invloed op de kenmerken van de uitvinding en de wijze waarop deze is gerealiseerd.
De inrichting 1 bezit in hoofdzaak een transporteur die, volgens de getoonde uitvoering, gevormd is door een transporteur van het soort met een eindloze band 2, geleid rond omkeerrollen, zodat de band 2 aldus een bovenste, in hoofdzaak horizontaal part bezit die loopt tussen de toe-voertransporteur I en de afvoertransporteur 0, en de produkten P kan overbrengen tussen de twee transporteurs in langsrichting van de bovenpart van de band. Bovendien is het gebruik van deze transporteur op het gebied van het automatisch behandelen van produkten, in het bijzonder voedselprodukten, algemeen bekend, en daarom hoeven deze transporteurs hier niet nader te worden beschreven.
In het bijzonder loopt de bovenpart van de band 2 tussen twee eind-rollen 3· die horizontale assen bezitten en de stroomopwaartse en stroomafwaartse einden bepalen de transportpart van de band 2.
Vanzelfsprekend hebben de termen "stroomopwaarts" en "stroomafwaarts” betrekking op de gebruikelijke bewegingsrichting van de bovenpart van de band 2, welke bij de in fig. 1 en fig. 2 getoonde uitvoering plaatsvindt van links naar rechts in de tekening.
Andere omkeerrollen (eveneens met horizontale assen), waar omheen de band 2 is geleid onder de bovenpart die ie bepaald door de eindrollen 3 en 4, zijn met 5 aangeduid.
Een andere rol, aangeduld met 6, werkt samen met het bovenoppervlak van de transportpart van de band 2, binnen een U- of, meer in het bijzonder, omgekeerd C-gevormde lus in de transportpart van de band 2, op een wijze die verderop zal worden beschreven.
Onder verwijzing naar de uitvoering zoals getoond in fig. 1 en 2, roteert de rol 6 tegen de richting van de wijzers van de klok in, om de bovenpart van de band 2 in hoofdzaak van links naar rechts voort te bewegen,
De band 2 werkt tevens samen met andere omkeerrollen, spanrollen, enz. (niet getoond), om te verzekeren dat de band correct beweegt, welke middelen algemeen bekend zijn op dit gebied, en dus geen nadere beschrijving van die middelen vereist is.
Overeenkomstig de thermologie die in het hierna volgende is ge- bruikt in de beschrijving en, waarvan toepassing, in de bijgevoegde conclusies, is in het algemeen aangenomen dat de produkten P zodanig liggen op de bovenste transportpart van de band 2, dat deze ten minste naar opzij kunnen schuiven. Dit betekent dat de produkten P eenvoudigweg zijn geplaatst op de band 2, en er geen elementen aanwezig zijn die het schuiven van die produkten P over het vlak van de band, ten minste naar opzij, kunnen tegengaan (waarbij met het naar opzij schuiven wordt bedoeld de richting dwars op de voortbewegingsrichting van de produkten op de band 2). Bij de hier beschreven uitvoering bezit de band 2 een volledig glad vlak, en de produkten P bezitten aldus tevens de vrijheid om in langs-richting van de band te schuiven. Voor andere uitvoeringen van de uitvinding kan de band 2 altijd worden vervangen door een transporteur van een ander soort (bijvoorbeeld een aangedreven kettingtransporteur met tanden of vakken om de produkten P in langs richting mee te voeren), maar waarop de produkten P nog steeds zijdelings kunnen bewegen of verplaatsen, dus dwars op de transporteur.
Volgens de getoonde uitvoering zijn de produkten P in hoofdzaak vierkant of rechthoekig (bijvoorbeeld koek), en deze dienen zijdelings te worden uitgelijnd tegen een steunoppervlak. Volgens de getoonde uitvoering bestaat het steunoppervlak uit een andere bandtransporteur 8, welke eveneens een eindloze band bezit die loopt rond respectieve eindschijven 9, 10. In het bijzonder heeft de band 2 een werkzame part die gekeerd is naar de bovenste transportpart van de band 2 (eveneens in samenhang met de lus 7), en aldus een min of meer verticaal geplaatste zijwand verschaft aan een zijde van het transportoppervlak dat bepaald wordt door de bovenpart van de band 2.
Volgens bekende maatregelen werkt de band 8 samen met verschillende aandrijforganen 11 die bijvoorbeeld zijn gevormd door een mechanische overbrenging welke wordt aangedreven door de op elementen waarmee de aandrijfrol 6 is aangedreven voor het in beweging zetten van de band 2.
De voorwaartse beweging van de bovenpart van de band 2 en van de werkzame part van de band 8 kan aldus nauwkeurig worden gesynchroniseerd door de keuze van de overbrengingsverhouding van het element 11, zodat elke ongewenste verdraaiing van de getransporteerde produkten P wordt voorkomen.
Om redenen die verderop zullen blijken, bereikt de werkzame part van de transporteur 8 niet een uitlijnstand met de baan waarlangs de produkten P over de band 2 voortbewegen onmiddellijk in overeenstemming met de van opwaartse omkeerrol 9 daarvan. Deze positie wordt echter slechts bereikt in samenhang met een verdere omkeerrol 9a (waarvan de omtrek in figuur 1 is weergegeven met een stippellijn) welke zich bevindt op een bepaalde afstand stroomafwaarts van de stroomopwaartse omkeerrol 9. Tengevolge van deze opstelling van de rollen bezit de werkzame part van de band 8 een invoerdeel 8a, dat, als het ware, een oploopvlak vormt. Wanneer gekeken in een richting boven op de bovenpart van de band 2, wordt deze vorm van het invoerdeel 8a veroorzaakt doordat het deel 8a van de werkzame part van de band 8 vanaf een in hoofdzaak zich aan de rand bevindende plaats (aan de linkerzijde met betrekking tot de in figuur 1 getoonde uitvoering) ten opzichte van de band 2, van daaraf geleidelijk ten opzichte van de band 2 meer naar binnen loopt tot aan de rol 9a» waarna de band 8 in hoofdzaak rechtdoor loopt, tot aan de plaats waar deze rondom de stroomafwaartse rol 10 is geleid.
Deze vorm van de werkzame part van de band 8 is uitgevoerd om het behandelen van de produkten te vergemakkelijken die, zoals in de situatie van het produkt P dat het meest naar links in figuur 1 is weergegeven.
verdraaid op de inrichting 1 terechtkomen, d.w.z., met de lange zijden (aangenomen dat de produkten P vierkant of rechthoekig in bovenaanzicht zijn) uitgelijnd noch ten opzichte van de algemene voortbewegingsbaan van de bandtransporteur 2, noch onder een rechte hoek ten opzichte daarvan, het oplopende deel 8a is bestemd voor het verzekeren van een geleidelijke samenwerking tussen de produkten P en de band 8, welke bestemd is voor het vormen van het (bewegende) steunoppervlak waartegen het uitlijnen wordt uitgevoerd.
Bij de inrichting volgens de uitvinding wordt de vereiste werking met dit oppervlak verkregen met behulp van de zwaartekracht en, meer in het bijzonder, doordat de bovenpart van de band 2 gericht wordt met behulp van steunelementen, welke zijn aangeduid met 12, op een wijze, zodat, ten minste in overeenstemming met het steunoppervlak dat bepaald is door de band 8, de transportpart van de band 2 niet horizontaal loopt, maar ten opzichte van de verticaal helt onder een hoek van ongeveer 15*.
Deze helling is weergegeven in figuur 1, waarin de denkbeeldige rechtlijnige baan die de rechterzijde van de bovenpart van de band 2 zou volgen, wanneer de elementen 12 voor het teweeg brengen van de zijdelingse helling niet aanwezig zouden zijn, is weergegeven met een stippellijn. Bij gebruik bewegen de produkten P daarom, ten minste in overeenstemming met de zijwand-band 8, op een transportvlak dat, in plaats van horizontaal gericht, zijdelings helt (naar links met betrekking tot de voortbewegingsrichting waarop figuur 1 betrekking heeft) onder een hoek van ongeveer 15° ten opzichte van de horizontaal.
Onder deze omstandigheden zullen de produkten P (die - zoals is beschreven - vrij kunnen schuiven ten minste naar opzij over de bovenpart van de band 2), welke niet reeds zijdelings contact maken met het oppervlak van de band 2, onder invloed van de zwaartekracht naar die stand schuiven, en zij worden daardoor automatisch uitgelijnd met het bedoelde steunoppervlak dat bepaald is door de werkzame part van de band 8 stroomafwaarts van de rol 9a.
Op dezelfde wijze zijn de rotatieassen van de verschillende rollen waaromheen de band 8 is geleid (de assen X9, X9a en X10 in figuur 1 van de rollen 9» 9a en 10 zijn in het bijzonder weergegeven), eveneens hellend ten opzichte van de verticaal uitgevoerd, in plaats van dat zij verticaal zijn geplaatst, opnieuw naar links met betrekking tot de in figuur 1 getoonde uitvoering, onder een hoek a. waarvan de waarde (ongeveer 15") overeenstemt met de hellingshoek van de bovenpart van de band 2 ten opzichte van de horizontaal. De hellende opstelling van de betreffende rolassen verzekert dat in plaats dat de actieve part van de band S verticaal loopt, deze helt ten opzichte van de verticaal onder een hoek et, en dus staat de werkzame part van de band 8 loodrecht op het hellende transportvlak van de band 2.
Een eenheid of station, algemeen aangeduid met 13, voor het waarnemen van de afmetingen en standen van de produkten P ten behoeve van het mogelijke uitwerpen uit de inrichting, is bij voorkeur geplaatst in samenhang met de lus 7 die is bepaald door de rol 6.
De eenheid 13 omvat, in hoofdzaak stroomopwaarts van de rol 6, een foto-elektrische zender-ontvangeenheid (14. 15). waarvan de observeer- of waarneemlijn (die bepaald is door de lijn ten opzichte waarvan de elementen 14 en 15 zijn uitgelijnd) ongeveer verticaal is gericht en bij benadering is geplaatst in overeenstemming met de buitenrand (de reehter-rand in de getoonde uitvoering) van de band 2, Meer in het bijzonder bevindt de waarneemlijn van het zender-ontvangpaar 14, 15 zich op afstand van het gat dat bepaald is door de part van de zijwand-transporteur 8, en wel over een afstand die gelijk is aan de verwachte dwarsafmetingen (de breedte) van de produkten P, waarvan de zijden tegen de part steunen.
De foto-elektrische eenheid (14-15) kan daardoor waarnemen, en doorgeven aan de algemene regelinrichting (bijvoorbeeld een PLC) waarmee de algemene werking van de inrichting wordt geregeld en bestuurd, een toestand waarin een produkt P een dwarsafmeting (een breedte) bezit, welke groter is dan de maximaal toelaatbare afwijking van de waarde voor het daarop volgend behandelen in het stelsel (bijvoorbeeld om de vervol- gens te worden gestoken in verpakkingen van het ”flow-pack"-type).
Bij voorkeur (en overeenkomstig bekende maatregelen, zie bijvoorbeeld het Britse octrooischrift GB-A-2.244.806 van aanvraagster), omvat de foto-elektrische eenheid 14-15 een stralingszender (gewoonlijk infrarode straling), en een paar waarnemers 15 die naast elkaar zijn aangebracht langs de voortbewegingslijn van de produkten. De beschikbaarheid van twee naast elkaar aangebrachte waarnemers maakt het mogelijk dat de afmetingen en de standen van de produkten nauwkeuriger en betrouwbaarder kan worden bepaald.
Bij voorkeur wordt de foto-elektrische waameemeenheid 14-15 gepulst bediend, zodat voor elk produkt verschillende "uitlezingen" of metingen zijn uit te voeren (bijvoorbeeld 15 uitlezingen voor elk produkt P). Hierdoor is het mogelijk produkten waarvan de lengte te groot is te onderscheiden van produkten die de optische straal tussen de zender 14 en de waarnemer 15 slechts voor korte delen van de lengte daarvan onderbreken, bijvoorbeeld ten gevolge van onjuiste plaatsing. De verschillende resultaten van het waarnemen verschaffen aldus de mogelijkheid dat een besluit kan worden genomen of een produkt P wel of niet Uit de inrichting moet worden verwijderd.
Het verwijderen of uitwerpen geschiedt met behulp van twee mondstukken 19, 20 die respectievelijk boven en onder het bewegingsvlak van de produkten P in samenhang met de lus 7 die bepaald is door de rol 6 zijn geplaatst.
Meer in het bijzonder (verwezen wordt naar figuur 2) is de bovenzijde van de lus bepaald door twee zo genoemde "veren” (21) die naar elkaar zijn gericht, en waar omheen de band 2 naar beneden is geleid om rondom de aandrijfrol 20 te lopen. Een spleet 22 is bepaald tussen de twee veren 21 die, terwijl zij toestaan dat produkten B betrouwbaar worden overgedragen tussen de twee opeenvolgende delen van het bewegingsvlak dat bepaald is door de veren 21, tevens toestaan dat het mondstuk 20, dat zich onder dit bewegingsvlak bevindt, kan aangrijpen op de uit de inrichting te werpen produkten doordat, zoals bij het produkt P’ zoals weergegeven in figuur 1, bijvoorbeeld de dwarsafmetingen daarvan niet geschikt zijn voor verdere behandeling van de produkten.
Bij voorkeur hellen de twee mondstukken 19 en 20 naar elkaar en zijn ten opzichte van elkaar zijdelings iets verplaatst, zodat terwijl het mondstuk 20 in de benedenstand een luchtstraal verschaft die opwaarts en buitenwaarts ten opzichte van de inrichting 1 is gericht, het mondstuk 19, dat zodanig is aangebracht dat dit iets buitenwaarts uit het bewe- gingsvlak dat is bepaald door de band 2 steekt, een luchtstraal voortbrengt die neerwaarts is gericht. Aldus worden de uit te werpen produkten door het onderste mondstuk 20 van het bewegingsvlak getild, waardoor zij tevens zijdelings uit de inrichting worden gedrukt, om dan neerwaarts te worden gekanteld door het mondstuk 19 dat bovenaan is aangebracht.
De mondstukken 19 en 20 zijn verbonden met respectieve bronnen van gecomprimeerde lucht (niet weergegeven in de tekeningen), onder tussen-plaatsing van regelmiddelen (bijvoorbeeld solenoïde kleppen - eveneens niet getoond) die geregeld zijn door de algemene regeleenheid van de inrichting 1. Deze eenheid zorgt ervoor dat de solenoïde kleppen zich openen, en gecomprimeerde luchtstralen dienovereenkomstig worden afgegeven, wanneer bepaald is dat een produkt P, dat ongeschikt is geacht, is uit te werpen.
Deze operatie is gewoonlijk gesynchroniseerd met de voortbeweging van de produkten P op de band 2, zodat de uitwerpende luchtstralen worden afgegeven juist wanneer het uit te werpen produkt schrijlings over de spleet 22 ligt. Voor dit doel kan onmiddellijk stroomopwaarts van de spleet 22 een andere foto-elektrische waarneemeenheid zijn aangebracht, welke tevens is voorzien van een zender 23 en een ontvanger 2lI, waarmee nauwkeurig kan worden vastgesteld wanneer een uit te werpen produkt P de spleet 22 nadert, zodat de mondstukken 19 en 20 op het vereiste moment worden bekrachtigd.
De produkten die niet uit de inrichting 1 zijn geworpen, verlaten de band 8, waarvan de actieve part dient als een steunvlak voor de produkten P, en zijn dan nauwkeurig uitgelijnd met de lijn waarlangs die part van de band loopt.
Stroomafwaarts van het afgeefeinde van de band 8 neemt de bovenpart van de band 2 geleidelijk de horizontale stand daarvan weer aan, terwijl deze de eindrol k nadert, zodat de produkten P een overeenkomstige stand verkrijgen om te worden overgebracbt naar de afvoertransporteur 0.
Claims (17)
1. Irichting voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak (8) van produkten (P) die in een stroom voortbewegen, omvattende transportmiddelen (2, 8) welke een vlak (2) vormen voor het transporteren en steunen van de produkten (P), zodat zij ten minste zijdelings kunnen verschuiven, waarbij een zijde van het transportvlak bepaald is door het steunvlak {8), met het kenmerk, dat de transportmiddelen (2, 8) samenwerken met ondersteuningsmiddelen (12) om het transportvlak in hoofdzaak hellend te houden ten opzichte van de horizontaal en naar het steunvlak ten minste in samenhang met het steunvlak (8), zodat de produkten die op het transportvlak (2) voortbewegen onder invloed van de zwaartekracht zijdelings verschuiven tot tegen het steunvlak (8), en daarmee uitgelijnd worden.
2. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het steunvlak (8) beweegbaar is synchroon met de beweging van het transportvlak (2).
3· Inrichting volgens conclusie 1 of conclusie 2, met het kenmerk, dat het steunvlak (8) loopt langs een lijn (9a, 10) voor nauwkeurige uitlijning, en deze lijn voor uitlijning bereikt via een in hoofdzaak oplopende toeloopbaan (8a), in een richting die overeenstemt met de voortbewegingsrichting van de stroomprodukten (P).
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk. dat het transportvlak (2) wordt gehouden onder een hellende hoek van ongeveer 15® ten opzichte van de horizontaal.
5· Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk. dat het steunvlak (8) eveneens hellend is gehouden, om in hoofdzaak loodrecht te staan ten opzichte van het transportvlak (2).
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk. dat de transportmiddelen een bandtransporteur (2) omvatten, waarvan een part het transportvlak voor de produkten (P) bepaalt.
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk. dat deze een bandtransporteur (8) bezit, waarvan ten minste een werkzame part het steunvlak bepaalt.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk. dat deze een waameemmiddel (14, 15) bezit om ten minste een afmeting en/of de stand van de produkten (P) te bepalen.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het waar-neemmiddel (14, 15) geschikt is om te reageren op de afmetingen van de produkten (P), dwars op de lijn waarlangs zij worden uitgelijnd.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of conclusie 9» met het dat deze uitwerpmiddelen (19, 20) bezit, voor het naar keuze uitwerpen van produkten (P) uit de stroom, die zijn herkend volgens ten minste een afmeting en/of de stand daarvan.
11. Inrichting volgens een der conclusies 8 tot 10, met het kenmerk. dat het waameemmiddel (1¾. 15) een foto-elektrische poort (1¾, 15) omvat.
12. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de uitwerpmiddelen ten minste een mondstuk (19, 20) omvatten, voor het verschaffen van een gecomprimeerde luchtstraal naar de produkten (P) die zijn uit te werpen uit de stroom.
13. Inrichting volgens conclusie 10 of conclusie. 12, met het kenmerk. dat de uitwerpmiddelen (19. 20) werken in overeenstemming met een lus (7) die gevormd is door een deel van het transportvlak (2), dat neerwaarts buigt. 1¾. Inrichting volgens conclusie 6 en conclusie 13. met het kenmerk. dat de lus gevormd is door een deel van de band (2), dat loopt rondom een omkeerrol (6).
15. Inrichting volgens conclusie 13 of 1¾. met het kenmerk, dat de rol (6) een aandrijfrol is.
16. Inrichting volgens conclusie 10 of conclusie 12, met het kenmerk. dat deze verdere waameemmiddelen (21, 22) omvat om de voortbeweging waar te nemen van een uit te werpen produkt (P') in de richting van de uitwerpmiddelen.
17· Inrichting volgens conclusie 15. met het kenmerk, dat de verdere waameemmiddelen een foto-elektrische poort (23., 2¾) omvatten.
18. Werkwijze voor het zijdelings tegen een steunvlak (8) uitlijnen van produkten (P) die in een stroom voortbewegen, omvatten het vormen van een vlak voor het transporteren en ondersteunen van de produkten (P), zodat zij ten minste zijdelings kunnen verschuiven, en het met het steunvlak (8) begrenzen van een zijde van het transportvlak, met het kenmerk, dat het transportvlak (2) in hoofdzaak hellend ten opzichte van de horizontaal en naar het steunvlak wordt gehouden, ten minste in overeenstemming met het steunvlak (8), zodat de produkten (P) die over het transportvlak bewegen onder invloed van de zwaartekracht tot tegen het steunvlak (8) verschuiven en daarmee worden uitgelijnd.
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| ITTO920032 | 1992-01-17 | ||
| ITTO920032A IT1256766B (it) | 1992-01-17 | 1992-01-17 | Dispositivo per allineare lateralmente contro una superficie di battuta prodotti che avanzano in un flusso e relativo procedimento. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9300012A true NL9300012A (nl) | 1993-08-16 |
Family
ID=11409907
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9300012A NL9300012A (nl) | 1992-01-17 | 1993-01-05 | Inrichting en werkwijze voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die in een stroom voortbewegen |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| DE (1) | DE4300729A1 (nl) |
| GB (1) | GB2263264A (nl) |
| IT (1) | IT1256766B (nl) |
| NL (1) | NL9300012A (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| IT1286156B1 (it) * | 1996-07-05 | 1998-07-07 | Cavanna Spa | Dispositivo per variare l'orientamento di articoli convogliati,ad esempio per impianti automatici di confezionamento. |
| DE59812709D1 (de) * | 1997-10-22 | 2005-05-12 | Siegfried Frei | Vorrichtung zum Positionieren von Blechzuschnitten |
| DE102007053930B3 (de) * | 2007-11-13 | 2009-05-07 | Illig Maschinenbau Gmbh & Co. Kg | Vorrichtung zum Überführen von Behälterstapeln zu einer Nachfolgeeinrichtung |
| CN103569645B (zh) * | 2012-07-26 | 2016-01-27 | Ykk株式会社 | 部件排列装置 |
| EP3339218B1 (en) * | 2016-12-21 | 2021-11-17 | Tetra Laval Holdings & Finance S.A. | A method for aligning a number of packages |
| DE102025107702A1 (de) * | 2025-02-28 | 2026-02-26 | Interroll Holding Ag | Ausrichtförderer |
Family Cites Families (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2137008A1 (de) * | 1970-10-21 | 1972-04-27 | Zellweger Uster Ag | Verfahren und Vorrichtung zur automatischen Ablesung von Informationsträgern an Gegenständen |
| NL157573B (nl) * | 1972-09-28 | 1978-08-15 | Nederlanden Staat | Transportinrichting voor brieven of dergelijke. |
| US4172513A (en) * | 1978-03-01 | 1979-10-30 | Eastman Kodak Company | Article handling apparatus using air flow to provide article orientation |
| IT1220945B (it) * | 1979-10-17 | 1990-06-21 | Omg Off Macch Grafic | Trasportatore autocentrante,in particolare per legatorie e simili |
| GB2170164B (en) * | 1983-12-29 | 1988-12-07 | Burton Gold Medal Biscuits Ltd | Conveying planar articles |
| DE3537597A1 (de) * | 1985-10-23 | 1987-04-23 | Croon Lucke Maschinen | Vorrichtung zum gleichmaessigen ausrichten von untereinander gleichen gegenstaenden |
| US5052543A (en) * | 1989-09-26 | 1991-10-01 | Hagan Electronics International | Method and apparatus for positioning work objects |
-
1992
- 1992-01-17 IT ITTO920032A patent/IT1256766B/it active IP Right Grant
- 1992-11-25 GB GB9224724A patent/GB2263264A/en not_active Withdrawn
-
1993
- 1993-01-05 NL NL9300012A patent/NL9300012A/nl not_active Application Discontinuation
- 1993-01-14 DE DE4300729A patent/DE4300729A1/de not_active Withdrawn
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| IT1256766B (it) | 1995-12-15 |
| ITTO920032A1 (it) | 1993-07-17 |
| ITTO920032A0 (it) | 1992-01-17 |
| GB2263264A (en) | 1993-07-21 |
| GB9224724D0 (en) | 1993-01-13 |
| DE4300729A1 (nl) | 1993-07-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4889224A (en) | Product alignment device | |
| US7111722B2 (en) | Angled-roller belt conveyor | |
| US4756400A (en) | Product supply system for accumulation packaging machine | |
| NL8006243A (nl) | Met een verpakkingsmachine verbonden inrichting voor het vormen van stapeltjes van schijfvormige voorwerpen. | |
| EP1682435B1 (en) | Article rotating apparatus | |
| JPH08268535A (ja) | 搬送機構と搬送方法 | |
| US4311230A (en) | Article feeding mechanism | |
| NL9300012A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het zijdelings uitlijnen tegen een steunoppervlak van produkten die in een stroom voortbewegen | |
| NL8203705A (nl) | Inrichting voor het richten van eieren. | |
| WO2022159465A1 (en) | Conveyor belt for transporting conveyed material and packaging line of a packaging system comprising such a conveyor belt | |
| CA1128560A (en) | Article feeding mechanism | |
| US7475769B2 (en) | Device for handling packets | |
| JP4195755B2 (ja) | 搬送物品の合流装置 | |
| JPH08188231A (ja) | 物品の搬送装置 | |
| US7377375B2 (en) | Continuous motion product transfer system with conveyors | |
| JPH08188230A (ja) | 物品の反転装置 | |
| US6609610B2 (en) | Process for conveying articles, for instance for automated packaging installations, and a device therefor | |
| JP7529991B2 (ja) | 物品振分け装置 | |
| NL1006157C2 (nl) | Afneem- en inleginrichting voor hoogkant gepositioneerde platte produkten. | |
| CA1215341A (en) | Article conveyance device | |
| JPH1171023A (ja) | 搬送仕分けコンベア | |
| CN218691694U (zh) | 一种工业炸药不合格药卷检测剔除系统 | |
| CN205034748U (zh) | 分配装置 | |
| NL8803044A (nl) | Inrichting voor het overbrengen van voorwerpen uit een eerste transporteur naar een tweede transporteur. | |
| NL8204931A (nl) | Langrolinrichting. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |