BE897968A - Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen - Google Patents

Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen Download PDF

Info

Publication number
BE897968A
BE897968A BE2/60226A BE2060226A BE897968A BE 897968 A BE897968 A BE 897968A BE 2/60226 A BE2/60226 A BE 2/60226A BE 2060226 A BE2060226 A BE 2060226A BE 897968 A BE897968 A BE 897968A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
sep
quaternary compound
halide
quaternary
bromide
Prior art date
Application number
BE2/60226A
Other languages
English (en)
Inventor
D V Woo
Original Assignee
Univ Hahnemann
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Univ Hahnemann filed Critical Univ Hahnemann
Publication of BE897968A publication Critical patent/BE897968A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K51/00Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo
    • A61K51/02Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo characterised by the carrier, i.e. characterised by the agent or material covalently linked or complexing the radioactive nucleus
    • A61K51/04Organic compounds
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K2123/00Preparations for testing in vivo

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Pharmacology & Pharmacy (AREA)
  • Proteomics, Peptides & Aminoacids (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Medicines Containing Antibodies Or Antigens For Use As Internal Diagnostic Agents (AREA)
  • Organic Low-Molecular-Weight Compounds And Preparation Thereof (AREA)
  • Acyclic And Carbocyclic Compounds In Medicinal Compositions (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 voor "Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen" (Uitvinder : David V. WOO) 
 EMI1.1 
 als 
UITVINDINGSOCTROOI. 



  Prioriteit van de oktrooiaanvrage ingediend in de Verenigde Staten van Amerika op 13 oktober 1982 onder het nr 433,871, op naam van David V. WOO, waarvan HAHNEMANN UNIVERSITY rechthebbende is. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen. 



   De uitvinding heeft algemeen betrekking op een werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren door eerst bij voorkeur een radiogemerkt lipofiel kation te concentreren in de myocardiale vezels en vervolgens een radiobeeld te produceren onder gebruikmaking van radiobeeldende technieken. 



   Radiogemerkte myocardiale afbeeldingsmiddelen zijn reeds enkele jaren bekend, maar het diagnostische gebruik van dergelijke middelen was sterk beperkt ten gevolge van het feit, dat andere weefsels of vezels in de algemene nabijheid van het myocardium voldoende hoge opneemwaarden voor dergelijke middelen hadden, waardoor zij interfereerden met het myocardium radiobeeld. 



  De belangrijkste interfererende weefsels zijn hierbij het bloed, de longen, en de lever. 



   Volgens de uitvinding is nu gevonden, dat voor het met voorkeur concentreren van een dergelijk radiogemerkt kation in myocardiale vezels er een groep verbindingen bestaat, in staat om dit tot stand te brengen, welke groep in ruime zin bestaat uit radiogemerkte lipofiele kationen van quaternaire ammonium, quaternaire fosfonium of quaternaire arsoniumverbindingen, die ten minste twee arylgroepen hebben. 



   Volgens de uitvinding is een groep stoffen gevonden, die in feite een verrassende voorkeur vertonen voor myocardiale vezels, wanneer zij intraveneus worden ge-   injecteerd   in zoogdieren. In feite is de myocardiale voorkeur van deze stoffen voldoende groot om een hoge myocardiale concentratie te verschaffen van radioactiviteit en ook voldoende grote verhoudingen tussen myocardiale en niet myocardiale gebieden te geven teneinde een aanzienlijk verbeterde diagnostische afbeelding van het myocardium te kunnen geven. 



   Radiogemerkte quaternaire ammonium, quaternaire fosfonium of quaternaire arsoniumverbindingen worden intra- 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 veneus geïnjecteerd zoals hierna zal worden beschreven. 



  Dit resulteert in de voorkeursopname van het radiogemerkte kation in het myocardium zoals boven beschreven. 



  Vervolgens kan een radiobeeld van het myocardium worden genomen. 



   De groep verbindingen met de gewenste myocardiale voorkeurskarakteristieken bestaat uit quaternaire ammonium, quaternaire fosfonium en quaternaire arsoniumhalogeniden met ten minste twee arylgroepen, gekozen uit de klasse bestaande uit fenyl en benzylgroepen. 



  Voorbeelden van dergelijke verbindingen zijn : tetrafenylammoniumbromide tetrabenzylammoniumbromide tetrafenylfosfoniumbromide tetrabenzylfosfoniumbromide tetrafenylarsoniumbromide difenyldimethylammoniumbromide   fenylbenzyldimethylammoniumbromide   dibenzyldimethylammoniumbromide difenyldimethylfosfoniumbromide fenylbenzyldimethylfosfoniumbromide dibenzuldimethylfosfoniumbromide. 



   In de bovengenoemde lijst van quaternaire verbindingen kunnen de methylgroepen worden gesubstitueerd met ethyl en/of propylgroepen en het broom kan worden vervangen door andere halogeniden, zoals jodium of chloor. 



   Teneinde de radioafbeeldende karakteristieken aan de bovengenoemde quaternaire verbindingen te geven en zodoende de materialen te produceren, die worden gebruikt in de praktijk van de onderhavige uitvinding, worden radioactieve merken op bekende wijze aangebracht aan één of meer van de arylgroepen. Dergelijke merken kunnen worden gekozen uit de volgende elementen : 
 EMI3.1 
 I, I, Br, Br en F 
De toepassing van radiojodium bij het merken van organische verbindingen voor toepassing in de nucleaire diagnostiek is ruim gedokumenteerd. Andere radioactieve chemicaliën zijn eveneens gebruikt. In 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 het bijzonder voor   commerciele   toepassing bij hartafbeelding is radioactief thallium vrijwel exclusief gebruikt. 



  Het gebruik van thallium is beschreven door Lebowitz, E. e. a., J. Nucl. Med. 16 : 2,151 (1975). Het gebruik van thallium is evenwel kostbaar. Het resulteert verder in een slechte afbeelding en een vage interpretatie. Dit is het gevolg van verschillende minder geschikte eigenschappen van het thallium zoals de lage gamma-emissies van thallium. 



   Bijgevolg was er een toenemende belangstelling voor het vinden van verbindingen, die kunnen leiden tot de afbeelding van hogere kwaliteit. Er zijn verder nieuw gemerkte verbindingen gezocht, die in hoge mate lokaliseren in het hart ten opzichte van de naburige organen zoals bloed, longen, en lever, die anders interfereren met de afbeelding van het hart of dit storen. Ten slotte is er een nieuwe verbinding gezocht, die een grotere opneming in het hart heeft dan thallium, teneinde een sterker, helderder beeld te produceren. 



   Er bestaat een groep verbindingen, de zogeheten radiogemerkte lipofiele kationen. Deze verbindingen zijn uitgebreid gebruikt voor het bestuderen van actief transport in een verscheidenheid van bacteriële en zoogdiercelsystemen. 



   Radiogemerkte lipofiele kationen zijn toegepast niet als hartafbeeldingsmiddel, maar als biochemische methode voor het evaluëren van de toestand van de transmembraanpotentiaal dankzij hun vermogen om door de hydrofobe kern van het membraan heen te gaan. Deze ionen vertonen een unieke natuurlijke neiging voor ladingsdecentralisatie, hetgeen een passieve in evenwichtsbrenging met de elektrische potentiaal over het membraan mogelijk maakt. Voor het eerst geintroduceerd door Skulachev, Curr. Top. Bioenerg. 4,127-190 (1971), is deze methode uitgebreid gebruikt bij talrijke biologische systemen, zoals beschreven door Kamo e. a., J. Memb. Biol. 
 EMI4.1 
 



  49, 105-121 (1979, Hirata e. a., Proc. Natl. Acad. Sci. USA 70, 1804-1808 (1973 en Lichtshtein e. a Proc. Natl. 



  Acad. Sci., USA 76, 650-654 (1979). 



   Er werd theoretisch verondersteld dat, indien radiogemerkte lipofiele kationen van quaternaire ammonium, 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 
 EMI5.1 
 i quaternaire fosfonium en quaternaire arsoniumverbindingen ten minste twee arylgroepen hebben, de lading van de kationen voldoende zal decentraliseren teneinde lokalisatie van het kation mogelijk te maken in het myocardium in overeenstemming met de relatief hoge netto negatieve potentiaal, waarvan het bekend is, dat deze bestaat over myocardiale membranen. 



   De verbindingen van de onderhavige uitvinding zijn chemisch verschillend van enige biologische merker, die is toegepast bij myocardiale afbeelding. Deze verbindingen vertonen een hoge myocardiale concentratie aan radioactiviteit en gunstige verhoudingen van myocardiale concentratie tot bloed, lever en longconcentraties. 



  In toevoeging blijkt de myocardiale concentratie van radioactiviteit constant te zijn in de tijd, terwijl andere belangrijke organen afnemende niveaus van radioactiviteit vertonen, hetgeen leidt tot nog groter    doel/-   niet-doelconcentratieverhoudingen. 



   Counsell e. a., J. Nucl. Med. 15 : 11, blz. 991-996 (1974), beschrijft studies bij dieren, waarbij radiogejodeerde bretyliumanalogen werden gebruikt voor myocardiale aftasting. Deze verbindingen bevatten slechts één arylgroep. Bijgevolg is de myocardiale concentratie van de radioactiviteit ten opzichte van de concentratie van radioactiviteit in niet-doelweefsel aanzienlijk lager gebleken bij hart/bloed dan thallium en vergelijkbaar met thallium in hart/long en hart/leververhoudingen. Verder is de totale myocardiale opname van radioactiviteit veel lager dan die, geproduceerd door de onderhavige uitvinding. 



   De onderhavige uitvinding is gericht op radiogemerkte lipofiele kationen van quaternaire ammonium, quaternaire fosfonium en quaternaire arsoniumverbindingen met de formule 1 van het formuleblad, waarin   R-en R   gelijk of verschillend zijn en alkyl of arylgroepen zijn, 
 EMI5.2 
 R3 en R4 gelijk of verschillend zijn en fenyl of benzyl- - 123 groepen, X Br, I L gamma-emitterend I,    - -125I      Br, Br   of   F,   en Z stikstof, fosfor of arseen. 



   De radiogemerkte lipofiele kationen met formule 1 tonen een opgemerkelijke superioriteit in ladings- 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 decentralisatie (of delokalisatie) in vergelijking met radioactief thallium, dat, zoals boven genoemd, is beschreven in de techniek door Lebowitz, e. a., J. Nucl. 



  Med. 16 : 2, 151 (1975) als hartafbeeldingsmiddel. Deze ladingsdecentralisatie maakt een passief in   evenwicht   brengen met de elektrische potentiaal over het membraan mogelijk. 



  Bijgevolg lokaliseren deze radiogemerkte lipofiele kationen met formule 1 in het myocardium in overeenstemming met de relatief hoge netto negatieve restpotentiaal, die zoals bekend bestaat over myocardiale membranen. 



   Bij testen op ratten vertonen de radiogemerkte lipofiele kationen met formule 1 een snelle accumulatie en een aanzienlijke lokalisatie in het hart. Met andere woorden : de verhouding van de concentratie van radioactiviteit in het hart ten opzichte van de concentratie van radioactiviteit in de niet-doelgebieden zoals het bloed, de longen en lever, is hoog. Verder blijkt de myocardiale concentratie van radioactiviteit met de tijd constant te zijn, terwijl andere belangrijke organen afnemende niveaus van radioactiviteit vertonen. Deze aanzienlijke lokalisatie in het hart is een apart voordeel van de radiogejodeerde kationen met formule 1. 



   Zoals hier gebruikt beduidt de term"alkyl" methyl, ethyl, n-propyl of i-propyl. De term"aryl", zoals hier gebruikt betekent fenyl of benzyl. De term "jodium"betekent alle radio-isotopen van jodium. 



  In formule   l   kan L ortho, meta of para zijn ten opzichte van de quaternaire groep, waarbij para de voorkeur heeft. 



   Er zijn beperkingen voor de mogelijke verbindingen, die kunnen worden gebruikt bij de werkwijze volgens de uitvinding. Een minimum van twee arylgroepen is vereist, zodat de verbinding niet te polair zal zijn, en zou kunnen worden weggewassen met het biologische systeem. Omgekeerd is de grootte en het aantal van substituërende groepen van de verbinding beperkt door de noodzaak voor oplosbaarheid van deze verbindingen. 



   Voorkeursverbindingen volgens de onderhavige uitvinding omvatten : 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 
 EMI7.1 
 , - -.... jodiumtetrafenylfosfoniumbromide jodiummethyltrifenylfosfoniumbromide jodiumfenylbenzyldimethylammoniumbromide jodiumtetrafenylarsoniumchloride jodiumbenzyltrifenylfosfoniumbromide broombenzyltrifenylfosfoniumbromide jodiumbenzyltrifenylfosfoniumchloride jodiumdibenzyldimethylammoniumbromide. 



   Zoals boven opgemerkt lokaliseren de radioactieve lipofiele kationen met formule 1 snel en persisteren zij in het hart na intraveneuze toediening. Bij testen met ratten vertoonden de verbindingen van de uitvinding een hoge accumulatie in hart gedurende een tijdspanne van 15 minuten tot 20 uur. De concentratie van de verbindingen volgens de uitvinding in het hart, de zgn. hartopname, gedurende deze tijdsperiode is veel hoger dan voor enig ander chemisch middel, dat is gebruikt voor hartafbeelding. 



  Verder neemt gedurende deze tijdsperiode de concentratie van de verbinding van de uitvinding af in de naburige organen, die niet het doel zijn. 



   De radiogejodeerde verbindingen van de onderhavige uitvinding kunnen worden toegediend in een waterig of een waterig/alcoholmedium. 



   De verbindingen van de uitvinding zijn commercieel verkrijgbaar of kunnen worden voortgebracht door een proces, dat elke vakman kan bepalen. De volgende voorbeelden illustreren de uitvinding. Andere verbindingen van deze soort kunnen worden geproduceerd net verschillende substituërende groepen door methoden, die de vakman duidelijk zullen zijn. Verder kan elk van de substituërende configuraties of een ammonium, of een fosfonium, of een arsoniumcomplex omringen. 
 EMI7.2 
 



  VOORBEELD I Men loste 0, 005 ml N, N-dimethylaniline op in 0, 100 ml methanol, dat ongeveer 0, 5 mCi natrium "ij L bevatte. Men voegde 0,020 ml vers geprepareerde oplossing van chlooramine-T in methanol (0, 001   gm/O,     OOI   ml) toe en de oplossing werd door en door geroerd gedurende 5 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 minuten. Men voegde 0,100 ml verzadigde oplossing van natriummetabisulfiet toe en de oplossing werd opnieuw door en door gemengd. 



   Het reactiemengsel werd toegevoegd aan een hoog-presterende vloeibare chromatografische kolom (Waters Associates RCM-100    C 8-reverse   phase column) en het tussenprodukt werd geëlueerd met methanol : water (7 : 3 V : V). 



    Jodium- (N, N)-dimethylaniline   heeft een capaciteitsfaktor k' (k'= (volume waarbij het produkt elueert-leeg volume) 
 EMI8.1 
 7 van 7, 8 terwijl k'voor N, N-dimethyl- aniline 3,5 bedraagt. 



   Men extraheerde p-jodium-N,   N-dimethylaniline   uit het methanol : watermengsel met een kleine hoeveelheid chloroform, waarna de chloroform werd gedroogd met magnesiumsulfaat en 0,050 ml benzylbromide werd toegevoegd. 



  Het mengsel werd gedurende de nacht geroerd, tweemaal geëxtraheerd met zout water, gevoerd over een 0,   22/uM   Millipore filter, en opgeslagen in een door een stop afgesloten serumfles bij   5 C.   



   De radiochemische zuiverheid van het eindprodukt, p-jodiumfenylbenzyldimethylammoniumbromide, werd geverifieerd door dunne-laag chromatografie. De Rf waarde voor het produkt bedroeg 0,35 in aceton : water (4 : 1 V : V). Meer dan 95 % van de onderzochte activiteit was geassocieerd met het produkt, resulterende in een totaal radiochemische opbrengst van ongeveer 72 %. Een evenmatig deel werd gebruikt voor de bepaling van specifieke activiteit onder gebruikmaking van de methode, beschreven door Burns, H. D. e. a., J. Nucl. Med. 21 : 875-879 (1980). De gemeten specifieke activiteit bedroeg ten minste 40 Ci/mmol. 
 EMI8.2 
 



  VOORBEELD II 
Getritieerd tetrafenylfosfoniumbromide is commercieel verkrijgbaar. Behalve tritium kan deze verbinding zijn gemerkt met andere bekende merkers zoals een radio-isotoop van jodium. Zo zou bijvoorbeeld door standaardprocessen zoals een radioactieve jodiumuitwisselingsreactie onder gebruikmaking van commercieel verkrijgbaar radioactief natriumjodide jodiumtetrafenylfosfoniumbromide kunnen worden geproduceerd. Het jodiumtetrafenyl- 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 
 EMI9.1 
 l fosfoniumbromide kan worden gesynthetiseerd door het proces, beschreven door Horner, L. en Hoffman, H., Chem. 



  Ber. 91 : 45 (1957). Jodering is echter nog niet verwezenlijkt. 



  VOORBEELD III
Getritieerd methyltrifenylfosfoniumbromide is commercieel beschikbaar. Radiohalogenering van deze verbinding zou kunnen worden uitgevoerd door halogeen- uitwisseling. Evenwel bleek gejodeerd methyltrifenylfosfonium niet in water oplosbaar te zijn zoals de getritieerde verbinding is. 



  VOORBEELD IV    I*-Jodiumbenzylfenylfosfoniumbromide,   waarbij
I   I, I   of   13lI is,   kan potentieel worden gesynthetiseerd uit p-nitrobenzyltrifenylfosfoniumbromide via de triazeen aanpak van Tewson, T. J. en Welch, M. J., J. Nucl. Med. 20,671 (1979) en Maeda, W. Tewson, T. J. en Welch, M. J., Third International Symposium on Radiopharmaceutical Chemistry, juni 16-20,1980. 



   Men loste 5 gram p-nitrobenzyltrifenylfosfoniumbromide op in ongeveer 150 ml methanol. Deze oplossing werd overgebracht in een Parr hydrogeneringsfles. Ongeveer 1 gram Raney nikkel, dat tevoren was gewassen met absolute ethanol, werd aan deze oplossing toegevoegd. De Parr hydrogeneringsfles werd geplaatst in het Parr hydrogeneringsapparaat. Vervolgens werd een vacuum opgelegd aan de gehele apparatuur en gevolgd door een reinigen met waterstofgas. Dit werd minimaal driemaal herhaald. Het vacuum was van voldoende lange tijdsduur om het gas in het methanol te laten uitborrelen. 



   Na de uiteindelijke reiniging liet men waterstof 
 EMI9.2 
 2 toe bij een van 4, 9 De reactie werd gedurende ten minste 24 uur voortgezet, terwijl de waterstofdruk o gehandhaafd werd op 4, 9 Na de reactie werd de fles weggenomen uit de inrichting, en het filter zoog zorgvuldig het oplosmiddel af, waarbij zorgvuldig meer oplosmiddel werd toegevoegd om het nikkel nat te houden. 



  De nikkel-bevattende trechter plaatste men onmiddelijk in verdund salpeterzuur. Vervolgens werd het methanol- 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 oplosmiddel verdampt in Rotovap en verder gedurende de nacht vacuum-gedroogd. Een NOR spectrum van dit produkt kwam overeen met de struktuur van   p-NF   benzyltrifenylfosfoniumbromide. Door middel van een Sandmeyer reactie op de bovengenoemde triazeenaanpak van Tewson kan dit produkt worden omgezet tot I*-jodiumbenzyltrifenylfosfoniumbromide. 



  VOORBEELD V
Een 2 : 1 overmaat van p-broombenzylbromide opgelost in 20-30 ml ontgast (argon) tolueen voegde men toe aan 2,62 g trifenylfosfine, opgelost in 10 ml ontgast tolueen. Men verhitte het reactiemengsel en liet het gedurende de nacht koken onder terugloop in een oliebad. 



  Het fosfoniumzout, p-broombenzyltrifenylfosfoniumbromide precipiteerde uit de oplossing. Radio-actieve merking heeft nog niet plaatsgevonden. 



  VOORBEELD VI
Een 2 : 1 overmaat van   o-jodiumbenzylchloride,   opgelost in ontgast (argon) tolueen voegde men toe aan een ontgaste oplossing van 5, 18 gram trifenylfosfine, opgelost in 100 ml tolueen. Het reactiemengsel werd verhit tot terugloopkoken (ongeveer   120 C)   gedurende 66 uur. Het produkt precipiteerde uit de oplossing gedurende het verloop van de reactie. 



   Nadat men het reactiemengsel had laten koelen tot omgevingstemperatuur, voegde men ongeveer 30 ml petroleumether toe aan het mengsel. Het precipitaat werd afgefiltreerd en gewassen met aanzienlijke hoeveelheden petroleumether. Het laatste wassen geschiedde met ethylether. Het produkt was   o-jodiumbenzyltrifenyl-   fosfoniumchloride. 



   Radioactief merken is nog niet uitgevoerd. 



  VOORBEELD VII
Dibenzyldimethylammonium is beschreven voor gebruik bij mitochondriale membraanpenetratie door Bakeeva, L. E. e. a., Biochem. Biophys. Acta, 216 (1970) 13-21. De accumulatie van dibenzyldimethylammonium in 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 reactie op een elektrische gradiënt werd later bestudeerd door Altendorff e. a., J. Bio. Chem. 250 : 4,   1403-1412   (1975). 



  Door standaardprocessen zou deze bekende verbinding kunnen worden gemerkt met een radioactieve halogeen voor het vormen van een verbinding zoals   I-125-jodiumdibenzyldi-   methylammoniumbromide. 



  VOORBEELD VIII
Higuti, T. e. a., J. Biol. Chem. 255 : 16,7631-7636 (1980), constateerde, dat tetrafenylarsoniumchloride commercieel zou kunnen worden verkregen. Deze verbinding zou kunnen worden gemerkt met een radioactieve halogeen volgens standaardmethoden, zoals beschreven in voorbeeld II teneinde verbindingen te vormen zoals   1-125-jodium-   tetrafenylarsoniumchloride. Indien de tetrafenylarsoniumverbinding is bereid met radioactief arseen, is merken met halogeen niet nodig. 



  VOORBEELD IX
Biologische proeven werden uitgevoerd onder gebruikmaking van de verbindingen van de voorgaande voorbeelden. In het bijzonder werden   I-125-jodiumfenyl-   benzyldimethylammoniumbromide, gesynthetiseerd volgens de methode, beschreven in voorbeeld I, H-3-tetrafenylfosfoniumbromide, zoals beschreven in voorbeeld   II,   en H-3-methyltrifenylfosfoniumbromide, zoals beschreven in voorbeeld III, beproefd. De verbindingen werden bereid voor injectie door 0,400 ml van de verbinding te pipetteren in ethanol (0,250 mCi/0,5 ml) in 4,00 ml 0,9 & zoutoplossing. Deze oplossing werd onderzocht door 0, 100 ml van de verbinding te verdunnen tot 10 ml (zoutoplossing), 0,020 ml te pipetteren in koelflesjes en 10 ml scintillatiecocktail (NEN Aquasol II) toe te voegen. 



   Men bracht 12 nuchtere vrouwelijke SpraqueDawley ratten (ongeveer 220 gram) onder lichte narcose en   diende men 0,   2 ml oplossing toe van ongeveer 0, 010 mCi van de verbinding (10 mCi/mg) in de staartader. Op 15, 30,60 en 120 minuten na het toedienen van de injectie doodde men telkens groepen van 3 dieren door ze een 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 overdosis CO2 te laten   inademen'De geselecteerde   weefsels werden verwijderd (50-80 mg) en geplaatst in voorgewogen scintillatieflesjes. De bemonsterde organen waren bloed, hersens, hart (apex), long, lever, milt, alvleesklier, maag, blinde darm, en nier, en spier. Na herweging van de monsterflesjes werden de weefsels behandeld voor vloeistofscintillatietelling. 



   De concentratie aan activiteit in het hart en de naburige organen werd berekend als percentage van toegediende dosis per gram. De verhouding van de concentratie van activiteit in het hart ten opzichte van de concentratie van activiteit in de niet-doelorganen werd vervolgens berekend. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. 



   Uit het onderzoek van de verbindingen volgens de onderhavige uitvinding bleek, dat er veel gunstigere hartafbeeldingskarakteristieken werden verkregen dan de huidige, waarbij thallium of zelfs de bretylliumanalogen, voorgesteld door Counsell, R. E. e. a., J. Nucl. 



  Med. 15   11     ll,   991-996 (1974), worden gebruikt. De onderstaande tabel toont, dat de hartopname van de verbindingen van de onderhavige uitvinding veel groter is dan van thallium of het bretylliumanaloog. De   doel/-   niet-doelverhoudigen van de verbindingen volgens de uitvinding zijn eveneens veel groter dan die, verkregen met thallium. 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 



   TABEL A Verdeling van radioactiviteit in ratten na toediening van hartafbeeldingsmiddel. 
 EMI13.1 
 
<tb> 
<tb> 



  Gemerkte <SEP> Percentage <SEP> dosis/gram <SEP> Verhouding <SEP> Tijd <SEP> na
<tb> verbinding <SEP> toediening <SEP> 
<tb> corresp. <SEP> Bloed <SEP> Long <SEP> Lever <SEP> Hart <SEP> Hart/bloed <SEP> Hart/long <SEP> Hart/lever
<tb> metvbl. <SEP> No.
<tb> l <SEP> 0,257 <SEP> 1,224 <SEP> 0,709 <SEP> 6,438 <SEP> 25,19 <SEP> 5, <SEP> 28 <SEP> 9,27
<tb> 2 <SEP> 0,048 <SEP> 1, <SEP> 407 <SEP> 0,387 <SEP> 4, <SEP> 100 <SEP> 87,2 <SEP> 2, <SEP> 91 <SEP> 10,73 <SEP> 15 <SEP> min.
<tb> 



  3 <SEP> 0,067 <SEP> 1, <SEP> 036 <SEP> 0,280 <SEP> 3,559 <SEP> 53,4 <SEP> 3,4 <SEP> 13,9
<tb> 1 <SEP> 0,259 <SEP> 1, <SEP> 279 <SEP> 0,556 <SEP> 6,700 <SEP> 25,91 <SEP> 5,43 <SEP> 12,15
<tb> 2 <SEP> 0,036 <SEP> 1, <SEP> 316 <SEP> 0,485 <SEP> 4,407 <SEP> 123,9 <SEP> 3,4 <SEP> 9,2 <SEP> 30 <SEP> min.
<tb> 



  3 <SEP> 0,055 <SEP> 1, <SEP> 116 <SEP> 0,228 <SEP> 3,466 <SEP> 61, <SEP> 6 <SEP> 3,1 <SEP> 15,5
<tb> 1 <SEP> 0,173 <SEP> 0,676 <SEP> 0,374 <SEP> 5,919 <SEP> 35,61 <SEP> 8,89 <SEP> 16,36
<tb> 2 <SEP> 0,014 <SEP> 0,993 <SEP> 0,364 <SEP> 4,257 <SEP> 306,5 <SEP> 4,4 <SEP> 16,6 <SEP> 60 <SEP> min.
<tb> 



  3 <SEP> 0,043 <SEP> 0,709 <SEP> 0,087 <SEP> 3,021 <SEP> 71, <SEP> 2 <SEP> 4,3 <SEP> 30, <SEP> 1
<tb> 1 <SEP> 0,149 <SEP> 0,436 <SEP> 0, <SEP> 410 <SEP> 6,860 <SEP> 49,03 <SEP> 15,56 <SEP> 14,55
<tb> 2 <SEP> 0,012 <SEP> 0,705 <SEP> 0,224 <SEP> 4, <SEP> 170 <SEP> 416,6 <SEP> 59 <SEP> 19, <SEP> 8 <SEP> 120 <SEP> min.
<tb> 



  3 <SEP> 0,041 <SEP> 0,558 <SEP> 0,064 <SEP> 2, <SEP> 468 <SEP> 60,1 <SEP> 4,4 <SEP> 39,8
<tb> R <SEP> IBA <SEP> 0,02 <SEP> 0,128 <SEP> 0,112 <SEP> 0,832 <SEP> 41, <SEP> 5 <SEP> 6,5 <SEP> 7,5
<tb> 
 Gemerkt met tritium   Radiogejodeerde bretylliumanaloog. Getallen, gerapporteerd door Counsell, R. E. e. a.,   J. Nucl. Med. 15 : 11, 991-996 (1974). Afzonderlijke orgaanconcentraties werden gerapporteerd door Counsell e. a. als percentage toegediende (kg) dosis/gram. Zij werden omgezet in dezelfde vorm als de andere resultaten door deling door de aangenomen gemiddelde massa per rat van 0,25 kg. De concentratie in het hart is de hartkamerconcentratie. 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 



   In een afzonderlijke proef werd   1-125-jodium-     fenylbenzyldimethylammoniumbromide   volgens de onderhavige uitvinding vergeleken met thallium, dat de stand der techniek vormt als hartafbeeldingsmiddel. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Deze resultaten werden verkregen 30 minuten na toediening van het hartafbeeldingsmiddel. 



   TABEL B Radioactiviteitsverdeling in ratten na toediening van   I-PBDA   vergeleken met thallium. 
 EMI14.1 
 
<tb> 
<tb> 



  Percentage <SEP> dosis/gram <SEP> Verhouding
<tb> Hart/Hart/Hart/
<tb> Bloed <SEP> Long <SEP> Lever <SEP> Hart <SEP> bloed <SEP> long <SEP> lever
<tb> I-fenylbenzyldimethylanmDnium-0, <SEP> 1133 <SEP> 0,9472 <SEP> 0,3456 <SEP> 4,6213 <SEP> 42,08 <SEP> 5,04 <SEP> 13,33
<tb> bromide
<tb> Thallium <SEP> 0, <SEP> 0431 <SEP> 1, <SEP> 515 <SEP> 1, <SEP> 2275 <SEP> 3, <SEP> 5858 <SEP> 100,43 <SEP> 2,44 <SEP> 3,11
<tb> 


Claims (19)

  1. - Conclusies- 1. Werkwijze voor het afbeelden van het myocardium van zoogdieren, met het ken mer k, dat men intraveneus radiogemerkte lipofiele kationen injecteert van quaternaire ammonium, quaternaire fosfonium, of quaternaire arsoniumverbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad, waarin R. en R2 alkyl of arylgroepen zijn, EMI15.1 R3 een fenyl of benzylgroep is, R4 een radiogemerkte fenyl of benzylgroep is, en X I en waarin L 123 125 131 77 82 18 l23 125 fosfor of arseen, en dat men vervolgens een radioafbeelding maakt van het myocardium. EMI15.2
  2. 2. Werkwijze volgens conclusie l, met ken k, dat de quaternaire verbinding een halogeentetra-arylammoniumhalogenide is.
  3. 3. Werkwijze volgens conclusie 1, met ken k, dat de quaternaire verbinding een halogeentetra-arylfosfoniumhalogenide is.
  4. 4. Werkwijze volgens conclusie l, met ken k, dat de quaternaire verbinding een halogeentetra-arylarsoniumhalogenide is.
  5. 5. Werkwijze volgens conclusie 3, met ken k, dat de quaternaire verbinding jodiumtetrafenylfosfoniumbromide is.
  6. 6. Werkwijze volgens conclusie 4, met ken k, dat de quaternaire verbinding jodiumtetrafenylarsoniumchloride is.
  7. 7. Werkwijze volgens conclusie 3, met ken k, dat de quaternaire verbinding jodiumbenzyl- trifenylfosfoniumbromide is.
  8. 8. Werkwijze volgens conclusie 3, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding broombenzyl- <Desc/Clms Page number 16> trifenylfosfoniumbromide is.
  9. 9. Werkwijze volgens conclusie 3, rn e t h e t ken mer k, dat de quaternaire verbinding joodbenzyltrifenylfosfoniumchloride is.
  10. 10. Werkwijze volgens conclusie 1, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding een halogeendiaryldialkylammoniumhalogenide is.
  11. 11. Werkwijze volgens conclusie 1, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding een halogeendiaryldialkylfosfoniumhalogenide is. EMI16.1
  12. 12. Werkwijze volgens conclusie l, met ken k, dat de quaternaire verbinding een halogeen- hetdiaryldialkylarsoniumhalogenide is.
  13. 13. Werkwijze volgens conclusie 10, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding jodiumdibenzyldimethylammoniumbromide is.
  14. 14. Werkwijze volgens conclusie 10, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding jodiumfenylbenzyldimethylammoniumbromide is.
  15. 15. Werkwijze volgens conclusie 1, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding een halogeenalkyltriarylammoniumhalogenide is.
  16. 16. Werkwijze volgens conclusie 1, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding een halogeenalkyltriarylfosfoniumhalogenide is.
  17. 17. Werkwijze volgens conclusie 1, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding een halogeenalkyltriarylarsoniumhalogenide is.
  18. 18. Werkwijze volgens conclusie 15, met het ken mer k, dat de quaternaire verbinding joodmethyl- <Desc/Clms Page number 17> trifenylfosfoniumbromide is.
  19. 19. Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen, hoofdzakelijk zoals voorafgaand beschreven. <Desc/Clms Page number 18> FORMULEBLAD EMI18.1
BE2/60226A 1982-10-13 1983-10-12 Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen BE897968A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/433,871 US4446123A (en) 1982-10-13 1982-10-13 Process of radioimaging the myocardium of mammals utilizing radiolabeled lipophilic cations

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE897968A true BE897968A (nl) 1984-01-30

Family

ID=23721862

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2/60226A BE897968A (nl) 1982-10-13 1983-10-12 Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4446123A (nl)
JP (1) JPS59139326A (nl)
BE (1) BE897968A (nl)
CA (1) CA1219207A (nl)
DE (1) DE3336748A1 (nl)
FR (1) FR2534576B1 (nl)
GB (1) GB2128191B (nl)
IT (1) IT1205396B (nl)
LU (1) LU85042A1 (nl)
NL (1) NL8303481A (nl)

Families Citing this family (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US6630125B2 (en) * 2000-04-28 2003-10-07 Duke University 18F-labeled choline analogs
US6548042B2 (en) * 2000-08-07 2003-04-15 Arstad Erik Bis-phosphonate compounds
EP1474177A4 (en) * 2002-02-06 2010-07-21 Univ Johns Hopkins NONINVASIVE DIAGNOSTIC IMAGING TECHNOLOGY FOR MITOCHONDRIA USING LIPOPHILER SALTS
AU2005216949B2 (en) * 2004-02-24 2011-09-22 The General Hospital Corporation Catalytic radiofluorination
US8257680B1 (en) * 2004-02-24 2012-09-04 The General Hospital Corporation Catalytic radiofluorination
US9017724B2 (en) * 2004-02-24 2015-04-28 The General Hospital Corporation Catalytic radiofluorination
AU2011203177B2 (en) * 2004-02-24 2012-04-26 The General Hospital Corporation Catalytic radiofluorination
US8388936B2 (en) * 2008-02-22 2013-03-05 Mcw Research Foundation, Inc. In vivo mitochondrial labeling using positively-charged nitroxide enhanced and gadolinium chelate enhanced magnetic resonance imaging
CA2978149C (en) 2008-03-21 2019-02-12 The General Hospital Corporation Inositol derivatives for the detection and treatment of alzheimer's disease and related disorders
US9205156B2 (en) * 2010-05-27 2015-12-08 Hadasit Medical Research Services & Development Limited Molecular imaging agents
JP6285164B2 (ja) * 2013-12-05 2018-02-28 デクセリアルズ株式会社 化合物、熱硬化性樹脂組成物、及び熱硬化性シート

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4107283A (en) * 1976-07-19 1978-08-15 New England Nuclear Corporation Tracer for circulation determinations
JPS5572640A (en) * 1978-11-27 1980-05-31 Automob Antipollut & Saf Res Center Air-fuel ratio control device
JPS5932457B2 (ja) * 1978-11-29 1984-08-09 エフ・ホフマン−ラ・ロシユ・ウント・コンパニ−・アクチエンゲゼルシヤフト 放射性ヨウ素化アミン
US4360511A (en) * 1978-11-29 1982-11-23 Medi-Physics, Inc. Amines useful as brain imaging agents
NL7900964A (nl) * 1979-02-07 1980-08-11 Byk Mallinckrodt Cil Bv Nieuwe radioactief gemerkte aminen, werkwijze ter bereiding van de nieuwe verbindingen, alsmede diagnostische preparaten op basis van de nieuwe verbindingen.
US4387087A (en) * 1980-04-18 1983-06-07 Research Corporation Cationic lipophilic complexes of 99m Tc and their use for myocardial and hepatobiliary imaging

Also Published As

Publication number Publication date
US4446123A (en) 1984-05-01
IT1205396B (it) 1989-03-15
DE3336748A1 (de) 1984-07-05
NL8303481A (nl) 1984-05-01
GB2128191B (en) 1986-05-08
FR2534576A1 (fr) 1984-04-20
JPS6217974B2 (nl) 1987-04-21
FR2534576B1 (fr) 1986-09-19
GB8327249D0 (en) 1983-11-16
GB2128191A (en) 1984-04-26
IT8368048A0 (it) 1983-10-12
JPS59139326A (ja) 1984-08-10
CA1219207A (en) 1987-03-17
LU85042A1 (de) 1984-04-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4387087A (en) Cationic lipophilic complexes of 99m Tc and their use for myocardial and hepatobiliary imaging
CA1231715A (en) Complexes of technetium-99m with alkylene amine oximes
US4452774A (en) Isonitrile radionuclide complexes for labelling and imaging agents
BE897968A (nl) Werkwijze voor het radio-afbeelden van het myocardium van zoogdieren onder gebruikmaking van radiogemerkte lipofiele kationen
US4795626A (en) 99m Tc.sup.(III) myocardial imaging agents which are non-reducable in vivo
KR20190121824A (ko) 99m-Tc 표지 이소니트릴-함유 글루코스 유도체 및 그 제조방법과 용도
US4473544A (en) Radio-iodine-labelled omega phenyl fatty acids
JPH0222286A (ja) テクネチウム−99mの陽イオン錯体を製造するためのリガンド
US4489054A (en) Cationic lipophilic complexes of 99m Tc and their use for myocardial and hepatobiliary imaging
EP0119733A1 (en) Cationic technetium (I) complexes
JPH0853475A (ja) 放射性ヨウ素標識ホウ素含有リン脂質化合物
EP1148878A1 (en) 1,4,8,11-tetraazacyclotetradecane derivatives as radiodiganostic agents and their use in determining hypoxia and radioresistance of tumors
EP0107452B1 (en) Improvements in or relating to imaging agents
CN114269724A (zh) 放射性金属络合物的制造方法
JPS5846027A (ja) 核医学用放射性診断剤
AU570507B2 (en) Chemical compounds
Woo Radio-labelled quaternary compounds and their diagnostic use
JPH0797361A (ja) 新規なキレート形成性化合物とその用途
DE69131401T2 (de) Tc(III)-99m MITTEL ZUR MYOKARDIALEN DARSTELLUNG UND VERFAHREN ZUR VERWENDUNG
Molloy et al. Improvements in or relating to imaging agents
JPS5944328A (ja) 新規な核医学用放射性診断剤
JPH0339515B2 (nl)
JPS59164796A (ja) 放射性コバルト錯体

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: HAHNEMANN UNIVERSITY

Effective date: 19861031